Dag 20-26: zaterdag 14 - vrijdag 20 februari 2015, op zee

Dag 20 zaterdag 14 februari 2015: op zee, 946 km

Als de ibuprofen niet was gaan werken na een half uurtje had ik een slapeloze nacht gehad van de hoofdpijn. De nacht viel nu nog enigszins mee gelukkig, al werd ik wel bezweet en bloedheet wakker rond 3:45. Aangezien ik toch wakker was heb ik de gps maar aangezet om onze tocht door de zeestraat vast te leggen, en wat screenshotjes gemaakt. Het geluid staat uit maar Hans is een lichte slaper, en is er toch wonder boven wonder niet van wakker geworden, mooi zo! Toen Hans om 6:30 wakker werd was de gps net uitgevallen aangezien hij niet volledig opgeladen was (hem aan de laptop hangen voor stroom had teveel lawaai gemaakt), en wij waren net uit de zeestraat gekomen. Geen piraten aan boord vannacht, gelukkig!

De zonderlinge Zwitser was niet bij het ontbijt vanochtend; dat is voor het eerst sinds de drooglegging rondom Jeddah. Tja, we denken dat hij nu niet meer zo’n honger heeft overdag en dus alleen nog maar voor het avondeten zal komen, zoals in het begin… Omdat het weekend is kregen we een yoghurtje bij het ontbijt; voor de rest was de tafel amper gedekt, Manfred moest zelfs nog om boter, kaas en salami vragen en het servies stond op de officierentafel nog geeneens klaar. Maar ik vond opeens een valentijnskaart op mijn bord toen ik terug aan tafel kwam na het bereiden van mijn pap. Ahhhhhh! Die had Hans meegesmokkeld naar beneden (voor de rest doen we weinig aan dat soort dingen hoor). Manfred vertelde dat hij niets had met Valentijnsdag maar hij had wel gisteren gezorgd dat er voor de verjaardag van zijn vriendin bloemen en een cadeautje gebracht werden. Het bedanksmsje was vanochtend vroeg dicht bij Somalië en Jemen binnengekomen, leuk! Dat zal inderdaad wel een grote verrassing geweest zijn voor haar, want hij is al zeker een maand onderweg.

Na het ontbijt zijn we, na even de yoghurtjes in onze koelkast gezet te hebben en het fototoestel gepakt, gelijk naar de brug gegaan waar de jonge officier en de Chinees stonden, en ook de Chief Officer. Ze waren bezig bij de kaartentafel de grote overzichtskaart van Europa en Noord Amerika te vervangen met eentje van Azië; die kaart ligt ter referentie naast de detailkaart van het gebied waar we op dat moment doorheen varen, of als we een haven naderen, een detailkaart van het havengebied. Maar deze referentiekaarten zijn bedoeld om de dominante stromingen en windrichtingen per regio en per maand aan te geven. Dat vertelde de Chief Officer namelijk, dat ze hun routes maandelijks moeten aanpassen omdat er, afhankelijk van het seizoen, op eenzelfde koers soms wind/stroming mee is, en soms tegen. En dan kun je hebben dat je 24 uur aan het varen bent en eigenlijk letterlijk bijna geen kilometer opgeschoten bent, of soms zelfs naar achteren gegaan… Plus ze willen ten alle tijden stormen vermijden.

De kaartentafel had een briefje erop, dat de klok weer een uur vooruit ging vandaag, van 17 naar 18 uur. En de Chief Officer gaf aan dat we pas om 18:30 (nieuwe tijd) konden gaan eten, want anders had de kok te weinig tijd om alles af (en waarschijnlijk koud genoeg) te krijgen… De onderkant van de kaartentafel bestond volledig uit brede, lage lades vol met kaarten; zo’n schip dat letterlijk half rond de wereld vaart heeft heel wat kaarten nodig! En op de hoek van de kast achter de kaartentafel stond iets wat mij in het Suezkanaal was opgevallen en ik eerst dacht dat het een seismometer was, maar nu zag dat er bars opstonden. Ik vroeg dus of het een barometer was? Ja dat klopte zei de jonge officier, dat is voor ons logboek; de mechanische barometer eronder was om te zien wat de luchtdruk op dat moment was. Iedere maandag werd het printje van de vorige week in het logboek geplakt. Hij liet ons wat voorbeelden zien van afgelopen weken dat de barometer opeens een aantal bar gezakt was; soms een foutje, maar soms vanwege echt plotselinge veranderingen in het weer.

De Chief Officer vertelde wat dingen over het weer, zoals dat vroeger de weerberichten van andere schepen kwamen die op dat moment ter plekke waren, maar dat we tegenwoordig vanuit land weerberichten doorkregen, en dat dat veel praktischer en accurater was. Maar dat ze aan boord zelf ook nog altijd goed het weer moesten meten, want het kon zomaar heel lokaal plotseling omslaan. Zo had hij weleens een rustige ochtend gehad zoals nu, met gladde zee, en opeens was de barometer naar beneden geknald en het volgende ogenblik zat hij in een storm met regen en wind die 5 minuten duurde…

Ze hadden allemaal duidelijk wel tijd voor een praatje, zeker de Chief Officer (op een gegeven moment riep de Chinees de jonge officier bij zich omdat de radar op de controleconsole een foutmelding gaf), dus we hebben wat vragen gesteld; met name eentje die ons al een tijdje bezig houdt. We hebben, zelfs op dit enorme schip, af en toe het gevoel dat we “over een boomstam” varen. Dat hebben we weleens meer meegemaakt op kleinere schepen, maar wat voor enorme krachten moesten het wel niet zijn dat we het op dit grote schip voelde? Het waren, volgens de jonge officier en de Chief Officer (de andere officieren noemen hem vaak “Chief O”), in feite gewoon golven die we precies op het juiste moment bovenop raakte. De krachten op zo’n schip, zeker ook zo’n groot schip als dit, zijn enorm op zee.

Hij vertelde dat er voldoende voorbeelden zijn van grote schepen die zwaar beschadigd raken aan de romp omdat de mensen op de brug geen feeling meer hebben met de rest van het schip; de voorplecht is tenslotte 270 meter van de brug vandaan, die ook nog eens ruim 50 meter boven het wateroppervlakte uitsteekt, dus letterlijk en figuurlijk voel je niet meer wat er met de rest van het schip gebeurd. Op een kleiner schip voel je iedere golf op de romp beuken, op een groter schip doen ze dat even hard, maar dan moet je al in die romp zitten wil je het voelen; op de brug merk je er niets van. Hij zei dat het dan ook goed beleid is om gewoon per definitie stormachtig weer zoals windkracht 7-8 of hoger, te vermijden. Lukt dat niet, dan moet je langzamer gaan varen, want anders loop je het risico dat je romp beschadigd raakt zonder dat je het überhaupt merkt. Ongelofelijk!

Ook vroeg Hans over de vracht; weten ze eigenlijk precies wat er allemaal in hun containers zitten en hoeveel dat weegt en zo? Nee, zei de Chief Officer, helaas niet, vooral de gewichten is een ellende; vaak wordt er maar een indicatie ingevuld of veel minder dan er werkelijk inzit, of worden (met name de bulkcontainers) ze volgestampt met materiaal dat de container echt rechtop gezet wordt om nog de laatste kilos erbij te kunnen doen voor ze de deuren sluiten. En dat is allemaal leuk en aardig, maar er moet een planning gemaakt worden om die containers te laden dat niet alleen economisch is (dat wat er eerst uit moet gemakkelijk gepakt kan worden) maar ook boven alles die veilig is. Dus topzware containers het liefst in het ruim, laag bij de grond, en niet bovenop een toren… Maar als de gewichten op papier niet kloppen dan is het mogelijk dat ze dus verkeerd en gevaarlijk geladen worden. Hij zei dat ze aan de hand van de op de papieren opgegeven gewichten uitrekenen hoe ver de romp onder de waterlijn zou moeten zakken. En dan kijken ze naar de werkelijke diepgang die het schip meet, om uit te rekenen hoeveel “overgewicht”, dat dus niet opgegeven is op de papieren, meegevoerd wordt. En aan de hand daarvan passen ze het volume in de ballasttanks aan indien nodig. En de kapitein (en hijzelf als planner aan boord) hadden altijd vetorecht om containers te weigeren die ze niet geschikt vonden.

Het was allemaal erg interessant en we hebben er wel een uur staan praten, tot we merkte dat de Chief Officer weer aan de slag moest. Waarschijnlijk onder andere om de twee jonge officieren te helpen met het radarscherm die nog altijd een storing aangaf! Gelukkig was het op het moment redelijk rustig en ze hadden altijd nog het andere radarscherm: de ene geeft als ik het goed begreep de snelheden en omgeving weer via radar, dus vanaf het zeeoppervlakte, en de andere wijkt iets af wat die geeft de snelheden en omgeving weer via sonar, dus vanaf de zeebodem. Zo kun je zowel zien hoe hard je zelf gaat, als welke koers en hoe hard je gaat na je rekening met stroming en zo houdt. Maar sowieso hebben ze vier grote schermen en het is allemaal een achterliggend programma (Windows XP, dat wel), dus ze kunnen onderling de schermen wisselen zoals ze willen.

Er waren ondertussen buiten een paar mannen druk bezig de ruiten van de brug te wassen en alles, inclusief alle antennes en zo, af te spoelen; dat raakt constant bedekt met zout, en moet dus constant schoongehouden worden. Ook de ramen op onze verdieping waren gedaan; alleen de zijraampjes helaas, de voorramen konden de mannen niet bij. Maar wij hebben een doekje van de messman gekregen dus kunnen in ieder geval het raam dat openkan zelf schoonmaken. De andere is te ver weg maar spoelt zo af en toe zelf schoon.

Wij waren rond 9 uur weer terug in onze kamer, waar al gauw de messman langskwam met flessen water. Hij is duidelijk bezig om wat ideeën over Nederland met ons te checken de laatste tijd, want gisteren bij het ontbijt toen ik alleen met hem in het spoelkeukentje stond mijn pap te bereiden begon hij ook opeens over wiet, net als de Filippijnse officier dat gedaan had, en wilde hij wel even weten hoe het precies zat. Gisteren hadden we het over tulpen gehad, en vandaag begon hij met de rest van het beeld dat hij van Nederland had. Hij wilde namelijk weleens weten hoe dat nu zat met die windmolens, hadden die eigenlijk een functie of??? Jazeker, dus wij vertelde hem een beetje over het droogpompen en de gemalen die nog altijd oude windmolens gebruiken, en hoe ze vroeger voor van alles gebruikt werden… Volgende vraag, dat droogpompen, hij had weleens in een cruiseschip meegevaren als bemanning die over een kanaal voer, dat ze zo een dorpje in konden kijken dat een paar meter onder het wateroppervlakte lag, hoe kon dat toch? We hebben het zelfs nog even over klompen gehad… Ik ben benieuwd wanneer hij over kaas begint!

Toen was het onderhand hoog tijd om te gaan sporten, dus we hebben een half uurtje gesport en daarna best lang getafeltennist, en terug op de kamer koffie gedronken met de muziek aan en daarna gedoucht en aangekleed. Het was precies 12 uur toen we klaar waren! Dus maar gauw gaan lunchen zeker… als soep hadden we kippen-noodle soep. Lekker, alleen jammer dat de kok een hele kip letterlijk in blokjes gehakt had om in de soep te doen. We zijn de kop en poten weliswaar niet tegengekomen, maar het scheelde niet veel volgens mij. Dus het was een hele toer om een bord soep op te scheppen zonder al te veel botsplintertjes of rare stukjes vlees… Het hoofdgerecht was heerlijk; de groente was dan wel tot pulp gekookt (je kon ze niet meer met een vork opprikken, dan vielen ze uit elkaar) maar we kregen een soort varkenslapjes met knoflookcrème saus, en knoflookrijst. Het fruit toe was lekker rijp. We hebben heel de middag nagenoten van de knoflook maar de lunch was dus erg lekker! Hans heeft een theorie over waarom de groente de ene keer halfrauw en de andere keer pulp is; hij denkt dat de kok de groente gewoon opzet en als dan de rest klaar is, is de groente dus per definitie ook klaar…

‘S middags hebben we nog wat gecomputerd, naar muziek geluisterd, gedut en films gekeken. Lekker hoor! De spier in mijn nek is nog erg stijf, maar na het sporten, heet douchen, ibuprofen en een middagdutje is de hoofdpijn nu in ieder geval grotendeels weg, gelukkig. We varen nu in de Golf van Aden, met een constante snelheid van zo’n 42-43 km/uur. We hebben, denk ik, geluk in de zin dat we sinds we de Rode Zee uit zijn de komende dagen naar het oosten zullen varen, dus sinds een uur of 10 vanochtend schijnt er al geen zon meer op onze kamermuren en blijft de kamer lekker koel, omdat onze kamer op het noorden en oosten ligt en de zon van oost via zuid naar west gaat. Ik denk wel dat Manfred wegbakt in zijn kamer, die ligt op zuidwest.

Rond een uur of 16:30 hadden we behoefte aan een frisse neus, dus zijn even op ons balkon naar buiten gestapt. Een verdieping onder ons zat een officier die we eigenlijk nooit spreken (hij heeft ook niets met de brug te maken, vandaar met name) op een zonnebedje met een sigaar te genieten van de middagzon. Het was ook heerlijk buiten, niet te warm, met een flinke bries. We besloten nog even naar de brug te gaan, waar de kapitein, Chief Officer en de vriendelijke reus (onder andere) waren. Een redelijk high-level bezetting, maar zo te zien niet per se dat ze het druk hadden, ze hadden duidelijk de tijd, want de kapitein kwam na een inspectie van de balkons met de Chief Officer opeens aanzetten met een kogelwerend vest en helm; of ik ze aan wilde proberen? Ze hebben er vier, alleen voor de brug, want de procedure is dat iedereen naar de Citadel gebracht wordt en alleen de kapitein en een of twee officieren zo lang mogelijk op de brug blijven; maar met al dat glas zijn ze natuurlijk erg kwetsbaar, plus de brug is een strategische locatie, dus ze moeten zich wel kunnen beschermen. Hij kreeg kippenvel toen hij het er over had; iets wat je rationeel weet maar liever niet over nadenkt!

Terwijl we daar stonden voer er een schip “vlakbij” ons; zo ziet het er uit, tenminste. In de praktijk was dit schip nog altijd 3,7 km van ons vandaan. En het leek echt alsof het maar een kilometer ver weg was, maximaal. We voeren er ook zo snel langs, dat het haast leek alsof het stilstond; Hans moest echt goed kijken om te zien of het ook echt aan het varen was of niet. Dit is met recht een raceauto vergeleken met de meeste andere vrachtschepen; vaak wel anderhalf tot twee keer zo snel! Dat gaat echt wennen worden op de veel langzamere Rickmers Seoul, dan horen we opeens niet meer bij de snelle jongens maar bij de langzame categorie…

De kapitein was in een opperbeste stemming (zou er misschien wat druk af zijn, nu we uit de Arabische wereld waren, vrij van Somalië zijn, en weer op open zee lekker doorstomen?), en had duidelijk wel zin in een praatje. We hadden het nog een beetje over wat de Chief Officer vertelde vanochtend over stromingen en koersen en zo, en opeens bood de kapitein aan om een programma te laten zien; een programma met de wereldkaart en alle bekende stromingen en weersomstandigheden, live in kaart gebracht. Dat gebruikte ze om hun routes te plannen en indien nodig onderweg aan te passen. Het zag er uit als een mooi programma! Toen hadden we het over de belading, dat we bij vertrek uit Zeebrugge nog dachten dat het schip vol lag maar inmiddels wel beter weten, en we vroegen hoe vol het schip nu was, toch wel redelijk vol zeker?

De kapitein ging lachen en pakte een map met papieren waarop de belading en gewichten en zo stonden, die moeten ze bij de hand hebben om door te geven via de radio aan wie het vraagt; maximale capaciteit is 11.000 containers, en op dit moment hadden we MAAR zo’n 6647 containers aan boord!!! Ongelofelijk… Het schip leek zo vol! En dan was nog verrassender eigenlijk dat er van die 6647 containers ongeveer tweederde leeg waren. Dus we waren met een lading van over de 4000 lege containers en maar zo’n 2000 gevulde containers aan het varen… Die lege containers gaan terug naar China om daar geladen te worden. Het leek ons efficiënter als ze vol terug naar China gingen, maar dat zal wel aan de huidige economie liggen, plus wij importeren gewoon veel meer vanuit China dan zij vanuit ons. De kapitein was nog altijd op zijn praatstoel en liet een serie foto’s zien van afwijkende vracht die ze weleens vervoerden, zoals scheepsrompen en scheepsmasten, of stukken van boormachines of boilers voor fabrieken. We hebben er wel een half uur mee staan praten, en het was dat de Chief Officer hem onderhand nodig had, anders had hij volgens mij nog wel door kunnen gaan.

We vroegen nog een ding, aangezien het bijna 17 uur was; hoe deden ze de klokken eigenlijk vooruitzetten? Ging dat automatisch? Of werd er bij een centrale wijzerplaat handmatig de wijzers vooruit gedraaid? We waren precies op tijd, de kapitein wees naar de kaartentafel waar de vriendelijke reus bezig was; hij had een deurtje opengedaan bij de groene dubbele klok die daar stond; de linker blijft altijd op UTC tijd staan, de rechter kon hij met een hendeltje automatisch vooruit laten lopen en die deed dan alle klokken in het schip tegelijk aanpassen. Hij moest er alleen wel op tijd aan denken om het hendeltje weer goed te zetten anders bleef de wijzer doorlopen! Dat hadden we tot nu toe dus ook steeds gezien, dat er nog even een minuutje of twee gecorrigeerd werd naderhand. We hebben nog even op de brug staan kijken terwijl de officieren en kapitein weer aan de slag waren, en zijn om 18:15 naar beneden gegaan om even te kijken of er post was (eentje, van de oom van Hans die op ons huis past, dat alles in orde was).

Om 18:30 gingen we eten, en inderdaad, zoals verwacht de hamburger die we vanavond kregen was zo goed als koud… Maar hij smaakte wel lekker, in ieder geval. De kokshulp was de officieren aan het bedienen toen de kapitein opeens zei dat hij begrepen had dat de kokshulp kapper was, klopte dat? En dat hij al een paar mannen had geknipt? De kokshulp keek paniekerig (misschien bang dat hij op zijn kop zou krijgen dat hij het gedaan had zonder toestemming), dus de Chief Officer besloot te helpen, en vroeg “ben je haarstylist? Ja of nee? En heb je bemanningsleden geknipt?” Slik, hij knikte zwakjes, met een zwak zenuwachtig lachje. De kapitein zei dat hij geen grapjes aan het maken was hoor (de jongen werd nog een beetje bleker), maar als hij kapper was, dan wilde hij ook wel geknipt worden, kon de jongen dat? Slik!!! Er kwam geen geluid uit de jongen, alleen een klein bang knikje, dus de kapitein zo van, wanneer komt het je uit, morgenavond? Ja? Mooi. Oh nee wacht morgen is niet handig want dan hebben we de barbecue, is maandagavond mogelijk? Ja? Ok, bedankt geweldig, tot dan…

Toen de jongen besefte dat hij weg mocht, vluchtte hij de keuken in en we hebben hem door de deuropening wel 5 minuten druk met de kok zien praten, gebarend dat hij trillende handen had en scheerbewegingen over zijn hoofd makend. De kapitein en Chief Officer lagen dubbel van het lachen dat de jongen zo doodsbang leek, en duidelijk bang was dat hij ontslagen zou worden of gekielhaald als hij de kapitein niet goed knipte! Uiteindelijk durfde de kokshulp weer de eetzaal in te komen, waarschijnlijk een beetje gerustgesteld door de kok, en kon hij zelf ook weer een beetje lachen, al keek hij nog een beetje paniekerig naar de kapitein… Hij doet vast geen oog dicht vanavond en morgen! Maar de kapitein had dus besloten dat het eindelijk goed genoeg weer was voor de barbecue, die ging dus morgenavond plaatsvinden. We zijn benieuwd! Volgens Manfred die oude foto’s gezien had van vergelijkbare barbecues was het met name veel vlees, dus Hans is al helemaal blij. Als het lekker gemarineerd is, en niet te grof vlees zoals toen in Antarctica, dan vind ik het ook lekker, maar meestal zijn eigenlijk alleen onze eigen barbecues in de achtertuin echt lekker wat mij betreft!

Dag 21 zondag 15 februari 2015: op zee, BBQ, 1.005 km

We dromen zo enorm veel op deze reis, en snappen niet zo goed waarom. En we waren vanochtend helemaal brak en moe bij het opstaan, wat ook vreemd is want we waren op tijd naar bed gegaan, zelfs iets vroeger dan normaal. Tot Hans bedacht dat we natuurlijk in de afgelopen 14 dagen drie keer de een uur klok vooruit gezet hebben, en daar onmogelijk al helemaal aan gewend zijn. We hebben nog 4 uur te gaan, en 5 dagen om het te doen dus de komende dagen zullen ook niet gemakkelijk zijn!

We zijn na het ontbijt weer even naar de brug gegaan, waar de jonge officier en de vrolijke Chinees inmiddels ook al waren. We hebben een tijdje met de jonge officier gepraat terwijl hij zijn koffie dronk, over zijn carrièrekeuze. Hans vroeg namelijk hoe lang het zou duren voor hij kapitein was of kon worden, en toen moest hij lachen en zei dat hij nog aan het begin van zijn carrière stond, maar sowieso nog niet wist of hij tegen die tijd nog wel zeeman was of wilde zijn. Hij is een slimme jongen en denkt duidelijk goed na over dingen. Hij wil op enig moment iets anders gaan doen; of dat nog in de zeewereld is maar dan op het land, als adviseur of op kantoor, of misschien in andere branches die overeenkomsten hebben, zoals offshore of wat dan ook. Ik zei al, als je je bijvoorbeeld een beetje met de planning van de containers bezighoudt kun je de logistiek in, en hij knikte, dat bedoelde hij.

Ze ervaren vaak dat ze opdrachten krijgen van de logistiek uit het hoofdkantoor, die niet uitvoerbaar is omdat die mensen nog nooit een schip van dichtbij gezien hebben, laat staan op zee gevaren, en al helemaal niet snappen wat de effecten van dingen zijn. Zoals dat ze opdracht geven om op volle kracht door een storm met golfhoogte 7-8 meter te varen om op tijd in een haven te zijn; dat kan levensgevaarlijk zijn voor schip, bemanning en vracht. Hij wil dat anders gaan doen. Hij leert ook veel aan boord; het is weliswaar allemaal gericht op een specifieke wereld, maar de algemene ervaring is ook in andere werelden toepasbaar. Hij was zich alleen wel bewust dat het niet per se gemakkelijk was om uit de vaarwereld te stappen.

We varen vandaag een tijdje langs het eiland Socotra, van Jemen, en als we daarlangs gevaren zijn gaan we in een streep naar de punt van India, om dan van daaruit weer schuin omhoog richting Maleisië te gaan varen. De jonge officier liet zien dat we iets ten zuiden van de bewaakte corridor voeren die gebruikt wordt door schepen die de bescherming van marineschepen zoeken tegen piraten. Daar wordt gepatrouilleerd – wij hoeven daar niet door heen te varen want wij zijn zo’n laag risico, plus dat is redelijk van de koers af voor ons. De jonge officier vertelde dat er vannacht om 2 uur twee kleine bootjes gespot waren die zonder identificatiezender naar het noorden aan het varen waren. En een klein bootje zonder identificatie dat zich rechtstreeks naar de bewaakte corridor begeeft is in deze wateren per definitie een piratenschip; is dat niet het geval, dan zal hij toch verdomd goed moeten uitleggen wat hij aan het doen is! De officier grinnikte dat ze waarschijnlijk wel wat uit te leggen hadden gehad, want ons schip had ook toevallig een marineschip gespot op de radar die net op dat moment de corridor aan het patrouilleren was, waar de kleine bootjes waarschijnlijk geen weet van hadden gehad…

Toen hij zijn koffie op had zei hij dat hij naar beneden moest, hij had een afspraak met de Chief Officer om op dek het een en ander te doen en moest zich nog omkleden (in het ketelpak). Hij was hier eigenlijk alleen even voor de koffie gekomen zei hij. Nu hebben ze daar op de brug volgens mij ook best een goed koffiezetapparaat, het alternatief is de koffie bij het ontbijtbuffet die al vanaf 6 uur ‘s ochtends aanstaat, als je tenminste geen oploskoffie wilt… Als het zo rustig is als nu met bijna geen andere schepen (de dichtstbijzijnde was zo’n 135 km van ons vandaan!!!) en een rechte koers om te varen dan is het een beetje onzin om twee officieren op de brug te hebben, en kan er met eentje toe. Als er iets is zijn er genoeg mensen die hij kan bellen. Dus de jonge officier was ingeschakeld om een of ander warm klusje in de zon te gaan doen terwijl zijn Chinese collega de boel in de gaten hield hier in de airco. Hij zat net nog niet te patiencen achter de desktop toen wij naar beneden gingen!

De rest van de ochtend was het gebruikelijke programma; omkleden, sporten, tafeltennissen, koffiedrinken, douchen en weer aankleden. We hebben het er maar druk mee! Met de lunch kregen we weer pens-soep (brrrrrr) en een heerlijk stukje kip uit de oven, niet alleen goed van smaak (de sausjes, marinades en gebruikte kruiden zijn vaak erg lekker), maar ook vooral lekker mals en sappig. Dat is met de kip hier aan boord niet vaak, dus we hebben er lekker van genoten. Toe, omdat het weekend is, niet fruit voor de lunch maar een chocoladecroissantje, en Hans op zijn verzoek wat ijs. We kregen er zelfs echte Hollandse slagroom, enigszins echte chocoladesaus en zeer chemische aardbeiensaus bij!

Na de lunch hebben we via het mailprogramma wat smsjes geprobeerd te verzenden. We zijn benieuwd! Aan Hans zijn zus, die nu (zondag) op de koffie is bij zijn moeder, die ook zijn broer verwachtte op de koffie, en eentje aan de partner van Hans zijn dochter, want die is wat beter te bereiken dan zijn dochter zelf… Die smsjes gaan ook via de satelliet, en aangezien we minimaal 60 kilometer van het eiland vandaan zijn, en dat de komende 5 dagen het dichtste bij land is dat we zullen komen, is de kans op bereik op de gewone telefoons 0,0. De smsjes gaan pas om 16 uur hier weg volgens het programma, maar dan komen ze 13 uur aan in Nederlandse tijd, dat is een mooie tijd.

‘S middags hoorde we af en toe wat geschuif op D-dek; dat dek heeft een van de grootste balkonnen van de woontoren, en het dek reikt bovendien van bakboord naar stuurboord achterlangs de toren, dus deze wordt gebruikt voor barbecuefeestjes. Je kon vandaag merken dat iedereen zich erop zat te verheugen, en ‘s middags waren de Indiërs en een paar Filippijnen bezig om de tafels en stoelen op te zetten en te dekken, en de barbecues klaar te zetten en met hout te vullen. Ondertussen schalde er alvast de Filippijnse favorieten uit de speakers. Om 16 uur stonden de barbecues klaar, en om 17 uur werden ze aangestoken zodat het hout houtskool kon worden. Klokslag 18 uur begon het feestje, wij zijn buitenlangs via de buitentrap vanuit ons eigen balkon er naar toe gegaan.

Er stonden meerdere tafels klaar vol met allerlei bakken vlees; grote lappen, stukken en hompen, hele vissen, enorme garnalen… De kok had twee grote schalen met twee verschillende soorten gebakken rijst gemaakt, en opeens bleken we op een schip vol koks te zitten! Want de ene officier had een heerlijke zelfgemaakte mayonaise met knoflook gemaakt, eentje zat gegrilde groentes te ontvellen in een bak, een andere zat te kokkerellen met gegrilde aubergines, weer een andere zat vis met een zoutkorstje te maken… Iemand had een lekkere komkommersalade gemaakt, iemand anders een heerlijke salsa met ketjap erin, weer iemand anders aardappelsalade, er stond een grote schaal met in de oven geroosterd stokbrood met knoflook, er was een grote ton met blikjes bier en fris voor iedereen om te pakken, er stond wijn voor de officieren en ons, en flessen water voor wie dat wilde, en iedereen was in opperbeste stemming. De kapitein en Chief Officer liepen rond om iedereen aan te moedigen om er lekker van te genieten, en we moesten lachen want zo te zien was uit de zitkamer van de officieren (een dek eronder) de officierentafel naar buiten gesleept en gedekt! Voor de rest stonden er gewoon klaptafels en banken, weliswaar ook met tafelkleden, maar het was wel een grappig gezicht om de officierentafel erbij te zien staan.

De kokshulp kwam al na amper een kwartiertje aanzetten met een grote schaal taartpunten voor het toetje; zoals altijd was hij weer erg snel met het opdienen! Hij wilde ze eigenlijk al gaan uitdelen aan iedereen, maar zo’n drie mensen maande hem om ze gewoon weg te zetten en lekker te gaan genieten van het feestje. Later kwam ook de kok, nog met koksmuts op, en kon meedoen. De Filippijnen gingen gelijk voortvarend aan de slag aan de grote barbecue met borden vol vlees, en Hans zorgde dat hij ook vooraan stond om voor ons beide te bakken. De zonderlinge Zwitser had zijn weg naar het feestje gevonden; gezien dat hij met niemand praat en hij niet te verstaan is, was dat nog best knap hoe hij daar achter gekomen is… Maar heel de avond zat hij alleen een beetje verdwaasd voor zich uit te staren aan de kop van de officierentafel; hij liet de messman zijn vlees bakken en serveren, de messman moest ook de bijgerechtjes pakken voor hem, en hijzelf kwam alleen van zijn plek om blikjes bier uit de ton te pakken. Hij keek naar niemand, praatte met niemand en leek amper bewust te zijn dat er anderen om hem heen liepen. De kapitein heeft nog eventjes een fatsoenspraatje met hem gemaakt in het Frans maar hij besloot duidelijk al gauw dat dit ook zijn feestje was en begaf zich toen maar weer onder zijn bemanning.

De kapitein was trouwens geknipt; Manfred merkte het als eerste op. Ik zei al, dat was toch morgen pas? Nee lachte de kapitein, uiteindelijk heeft een van de zeelieden het gedaan. De arme kokshulp was het dus bespaard gebleven. Ik zei dat de arme jongen in de keuken aan het gebaren was geweest dat hij trillende handen had, waarop de kapitein grinnikte en een mop vertelde over een generalissimo die een kapperszaak binnenkwam.

Het was erg leuk om te zien hoeveel plezier iedereen had in deze barbecue, en het vlees was van uitstekende kwaliteit; we hebben ervan genoten, het was echt lekker. Als een Filippijn (en de Chinezen) zijn bord vol vlees gebakken had deed hij een even groot bord gebakken rijst opscheppen, pakte een blikje fris of bier (diegene die later nog dienst hadden fris, de meeste anderen bier), en ging lekker aan een tafel zitten bunkeren met zijn maten. Overal flitste mobiele telefoons om foto’s voor het thuisfront te maken, van de met vlees volgeladen barbecue, van zichzelf, elkaar, de volgeladen borden – “zie je wel, ik krijg best goed te eten!”. Wij werden af en toe door de kapitein en de Chief Officer gemaand om bij de officieren aan tafel te gaan zitten; erg vriendelijk bedoeld maar wij hadden daar geen behoefte aan; zoals Hans zegt, je hoort bij zo’n barbecue een beetje heen en weer te lopen. Wij stonden meestal, of gingen even zitten aan de klaptafels. Nu deed iedereen dat ook wel, ook de officieren zelf, los van de Zwitser dan die stug aan de officierentafel bleef zitten! En de kapitein en Chief Officer hebben, als gastheren, heel de avond amper gezeten en amper gegeten geloof ik, ze waren zo druk met iedereen aan het praten.

Hans had een usb-stick meegenomen met wat muziek erop, je weet maar nooit namelijk en we konden ons niet voorstellen dat de Roemenen en Chinezen niet af en toe ook wat andere muziek zouden willen horen dan de Filippijnse favorieten. Hoewel de messman al eens aangegeven heeft dat als hij niet naar christelijke muziek luistert hij ook graag naar Deep Purple en Prodigy luisterde, en zijn broer zelfs naar Uriah Heep… De Chief Officer leek redelijk dankbaar voor Hans zijn initiatief (zo erg was de muziek van de Filippijnen trouwens niet hoor…) want Hans werd gelijk opgedragen om de stick te vervangen in de muziekinstallatie en die van ons erin te steken! Voor tweederde van de avond speelde dus onze hardrock, en je zag dat de meeste mensen het wel konden waarderen, sommige swingde of zongen zelfs mee – maar op het laatst heeft iemand de sticks toch weer omgewisseld.

Je zou denken dat men los gaat op zo’n feestje, zeker als het een van het weinig vertier is dat je echt hebt, maandenlang op zo’n schip, en als de drank getrakteerd wordt, maar het viel ons op hoe gedisciplineerd de mannen allemaal waren. Natuurlijk nam men wel een paar biertjes, maar men lette ook duidelijk op, niet alleen op zichzelf maar ook op elkaar. Uiteindelijk moet er morgen (of zelfs straks) weer gewerkt worden en je hebt er niks aan als je een brakke kop hebt. Het was gewoon een gezellige barbecue en al kon het bier vrij gepakt worden, we zagen minstens evenveel fris op tafel staan. De vrolijke Chinees had een paar blikjes cola genomen, want zijn wacht begon om 8 uur en het zou weleens taai kunnen worden om een saaie nachtwacht in het donker te moeten draaien met een maag vol eten (vandaar ook de dodemansknoppen om de 12 minuten natuurlijk), dus hij kon de cafeïne wel gebruiken… Hij moest om zichzelf lachen, hij had een foto van zijn eten gemaakt, en kreeg al af en toe van zijn vrouw op zijn kop dat hij zo dik geworden was (viel best mee!) sinds hij hier werkte, maar ja, het eten was gewoon te goed en veel hier aan boord – dus als zijn vrouw deze foto zag dan zou ze pas echt mopperen waarschijnlijk! Hij had dan ook een flink bord gebakken rijst, en een schaaltje vol dikke speklappen (die waren hier te groot om op je bord te passen, we moesten ze dubbelvouwen!) , tijgergarnalen en worstjes.

De brug kan natuurlijk niet onbemand blijven, dus daar moest altijd iemand zijn; we varen dan wel in principe de komende 3 dagen nog dezelfde koers, met dichtstbijzijnde schepen op minstens 100 km van ons vandaan, maar je kunt gewoon niet het risico nemen. Maar we zagen dat de vriendelijke reus, die tot 20 uur wacht had, om 19 uur naar beneden kwam – zijn collega was toen naar boven gegaan. Zo konden ze allebei een uurtje van het feestje meepakken. Want om klokslag 20 uur was het feestje als vanzelf opeens afgelopen! De helft van de Filippijnen waren al om 19:45 verdwenen, en de rest begon om 20 uur zelf al af te ruimen. De meesten waren trouwens rond 19 uur al wel ver uitgegeten en alleen nog wat aan het natafelen, aangezien iedereen als hongerige wolven gelijk om 18 uur was aangevallen en de bodem dus al gauw geraakt was. Er was maar een diehard, een Filippijn die heel rustig tot iets voor 20 uur stug door bleef eten. Iedere keer als we naar hem keken zagen we dat hij nog aan het eten was of nog aan het bakken bij de barbecue, en zijn bord al weer gevuld met iets anders! Ongelofelijk… Een echte prof! Hans heeft lekker genoten van al het goeie vlees, en van alles geproefd, en lekker heel de avond aan de barbecue gestaan, maar zelfs hij was tegen het einde toch al lang uitgegeten!

De kapitein heeft een tijdje bij ons en Manfred staan kletsen; het was duidelijk dat hij erg relaxed was. Normaal gezien als we hem zien is hij natuurlijk op de brug, meestal met een of andere manoeuvre bezig of een toekomstig plan of strategie aan het doorspreken. En hij is absolute eindverantwoordelijke voor een schip en vracht die miljarden waard zijn, dus er staat enorme druk op hem om op schema, snel, en goed zijn routes af te werken, ondanks alles wat moeder natuur en lokale bureaucratieën naar hem toewerpen… Dat geeft veel stress, ongetwijfeld. Maar vanavond was het feest: we hadden midden op de Indische Oceaan, bij een gladde zee en prachtige sterrenhemel, midden tussen de containers, met geen schip in mijlen omtrek, lekker relaxed een barbecue! En daar zou iedereen van genieten, ook hij.

Hij vertelde ons wat leuke anekdotes (tenminste, voor ons waren ze leuk, en voor hem achteraf stoere verhalen) over de ellende die hij regelmatig met loodsen moet ondervinden, zoals pas geleden toen we in het pikkedonker om 2 uur uit Jeddah vertrokken, wat een van de lastigste havens is in de regio om in en uit te varen vanwege alle zandbanken en ondieptes en een hele smalle vaargeul en havengebied… Het schip was nog maar amper los van de kade, en net in de richting van de vaargeul gericht, toen de lokale loods al zei “zo, van hieraf kun je het wel alleen af hé? Ik ga alvast naar beneden want de lift doet het niet en ik wil graag op tijd beneden zijn…” De kapitein wist niet wat hij meemaakte! Het moeilijkste kwam nog, en dan nog in het donker, maar de loods was al verdwenen, met de slof sigaretten die hij gekregen had voor de moeite…

En de discussies die hij gehad had met de loodsen in het Suezkanaal (daar hadden we ook wat sloffen sigaretten zien verdwijnen, trouwens…) – zoals op de laatste, behoorlijk krappe bocht. De loods had aangegeven dat hij met 10 knopen (18.5 km/uur) op de bocht moest varen, terwijl om ons heen de andere kolossen allemaal heel behoedzaam met 5 knopen de bocht naderde. Toen hij zei dat dat veels te hard was en ze maar een halve zeemijl (krap 900 meter) manoeuvreerruimte overhadden, zei de loods “ok doe dan maar de motor uit”. NEE, ongelofelijk, de minimale snelheid waarbij dit schip nog onder controle te houden is, is 6 knopen, en als je geen voorwaartse kracht meer hebt gaat het schip op drift en om zijn as draaien. En die ruimte is er NIET in het Suezkanaal voor een schip van 363 meter lang… Zoals de kapitein lachend zei, ze kwamen er wel aan uit, uiteindelijk, en alles kwam goed, maar het kost hem toch iedere keer wel een paar jaar van zijn leven aan stress en spanning!

Uiteindelijk is de loods namelijk niet meer dan een adviseur; het is verplicht om hem aan boord te nemen, je mag zonder loods niet een haven in of uit, maar de uiteindelijke eindverantwoordelijke blijft nog altijd de kapitein, dus de kapitein of zijn officieren moeten constant beoordelen of de “adviezen” van de loods ook daadwerkelijk geschikt zijn voor het schip! De enigste plek waar de loods op dat moment verantwoordelijk is voor het schip, is in het Panamakanaal, dan draagt de kapitein echt tijdelijk zijn verantwoordelijkheid over – en zelfs dan moet hij blijven opletten want in de praktijk als er iets mis gaat zal men toch als eerste naar hem kijken.

Het was erg leuk om deze verhalen te horen! Hij vertelde bijvoorbeeld over korte vaargeulen, en het probleem dat de loods vanaf zeeniveau helemaal naar boven naar de brug moet strompelen als de lift het niet doet – als dat net zulke corpulente heren zijn als in het Suezkanaal, dan heb je weleens dat de loods al lang aan boord is maar nog onderweg naar boven als de kapitein moet besluiten om toch de vaargeul in te varen (zoals gezegd, je kunt het schip niet even stilzetten terwijl je wacht), en de havenautoriteiten ondertussen op de radio vragen of de loods "op de brug is", aangezien het schip al bezig is om de haven in te komen. Waarop de kapitein antwoordt, ja "de loods is aan boord"! Plus, in West en Noord Europa kun je er tenminste van op aan dat als de loods zegt dat hij om 14:05 op het ontmoetingspunt is, dat hij er dan ook is (natuurlijk snapt iedereen wel dat een schip niet tot op de minuut ergens kan zijn, maar ze zijn tenminste gewoon stipt op tijd), terwijl in de rest van de wereld het al gauw maar afwachten is, en je bovendien tegenstrijdige berichten krijgt. Zo zei de havenautoriteiten bij Jeddah, toen we de rare manoeuvre maakte, dat de loods er pas over een uur zou zijn, maar toen de kapitein al opdracht gegeven had om een rondje te varen, kwam de loods zelf op de radio zo van nee nee, ik ben er over een half uur! Vandaar dus het rare rondje.

Hij was in de Aziatische wereld wel erg te spreken over de punctualiteit en georganiseerdheid van Singapore, Hong Kong, Zuid Korea en Japan. Hij had tot hij in 2011 op dit schip kwam veel ervaring opgedaan in die hoek, en duidelijk ook veel ervaring met Japan, met name, want daarover zei hij dat de georganiseerdheid en hoeveelheid regeltjes té was, en niet goed voor de mensen. In ieder geval, niet goed voor westerlingen die het niet gewend waren. Dat hadden wij ook al gemerkt tijdens onze rondreis in 2014. Zoals Hans later zei, het trekt wel om er weer een keer naar terug te gaan, en proberen om zelf iets te organiseren.

Hij heeft ook nog een tijdje over de sterrenhemel gepraat en leek ons zelfs uit te nodigen voor een lezing over sterrenbeelden ‘s avonds over een dag of twee, de Indische Oceaan is namelijk een van de perfecte plaatsen om sterren te kijken, en toen besefte hij dat hij wel heel erg lang met ons had staan praten en excuseerde zich dat hij zich weer onder zijn bemanning moest begeven en met hen socialiseren.

Toen zoals gezegd het feestje om 20 uur afgelopen was zijn Hans en ik via de volledig donkere bakboordkant terug naar ons balkon gegaan, en nadat we alvast de koffie klaargezet hadden, zijn we nog even naar de brug gegaan om sterren te kijken. Hans pakte een handjevol chocotoffees mee – dat zouden de Chinees en de jonge officier wel kunnen waarderen na het feestje – en op de brug hebben we nog even staan nakletsen met ze voor we naar buiten stapte om naar de sterren te kijken. Er waren wat kleine wolkjes in de lucht, maar ondanks dat toch nog ontzettend veel sterren om te zien! En we zagen zelfs twee vallende sterren, heel snel en duidelijk door de lucht scheren! Heel erg mooi en bijzonder om te zien…

Dag 22 maandag 16 februari 2015: op zee, oefening, 946 km

We hebben vannacht geen oog dichtgedaan, we hadden allebei een slapeloze nacht. En bij mij was het zelfs zo erg dat ALS ik sliep, ik droomde dat ik niet kon slapen! We waren dus goed gebroken vanochtend. Na het ontbijt zijn we even naar de brug gegaan, waar net de wisseling van de wacht was, en toen we naar de kaartentafel keken zagen we wat notities op de kaart van de Indische Oceaan over piratenaanvallen op andere schepen in het verleden. Ook zagen we in het logboek waar notities tijdens de wacht bijgehouden worden dat er twee keer vannacht veiligheidspatrouilles geweest waren. Er zijn dus toch wel degelijke extra maatregelen genomen voor de piraten, ondanks dat niemand gelooft dat ze ons zullen willen proberen aan te vallen. Voor de rest was er weinig te zien behalve zee zo ver je kon zien (en verder), en een schip op de radar op ruim 100 kilometer afstand. Hans stelde voor om op dek te gaan wandelen om een frisse neus te halen, dus we zeiden tegen de Chinees die nu overnam dat we even gingen wandelen en telefonisch zouden afmelden als we terug waren. Prima, vergeet je helm niet!

Het was lekker wandelen buiten; de zon was ondanks dat het 8 uur was al warm en schel maar omdat we onder de containers liepen hadden we er niet zo heel veel last van. De zee was mooi, glad, en eindeloos. Tijdens het lopen vond Hans een los koppelstuk voor tussen de containers te plaatsen in een van de opslagbakken aan de reling; wat een vernuftig ding eigenlijk; van boven en van onder zitten haken op springveren die zichzelf vasthaken in de gaten die op iedere hoek van een container zitten, en als je de containers wilt loskoppelen moet je aan een uitstekend palletje trekken dan springt hij open. Het geheel was een flink blok staal en woog ook behoorlijk veel! We liepen via stuurboord vanuit de woontoren naar voren, toen via bakboord terug langs de woontoren en naar achteren. We kwamen bij de achterkant van het schip aan bakboord opeens wat brandweerslangen tegen die aan het dek vastgemaakt waren, gericht op het water; anti-piraten maatregels! Dus besloten we ook eventjes op het lagergelegen aanmeerdek te gaan kijken. Inderdaad, de rode matten waren nu rondom bevestigd, en de dummy stond klaar, een beetje verdekt maar wel zichtbaar opgesteld. Weliswaar niet gewapend maar wel gevaarlijk door zijn zonnebril kijkend…

De kapitein had, toen hij mij het kogelwerend vest liet aanproberen, nog gezegd dat de golven en turbulentie die het schip veroorzaakt te hoog en gevaarlijk waren voor de kleine houten bootjes die normaal gezien door piraten gebruikt worden om ons vanuit achteren te benaderen; nu zagen we het zelf. Omdat het schip zo groot is, zie je ons spoor in het water nauwelijks, en al zeker niet van dichtbij. Nu stonden we er erg dichtbij, we voren op redelijk hoge snelheid, en inderdaad het was een indrukwekkende kolkende en bruisende watermassa. Terwijl we op het aanmeerdek rondkeken zagen we dat er aan stuurboord veel spray vanaf het schip zelf kwam; een van de brandslangen was aan het spuiten! Even kijken dus natuurlijk. Een van de brandweerslangen was (met nauwelijks kracht) inderdaad aan het spuiten. Het gaf een mooie regenboog aan spray langs het schip. Als dat op volle kracht spuit dan kan het gaten boren in een houten boot denk ik!

Hans heeft nog even de loopplank opgemeten die nu langs de reling hing, die was 30 meter lang! Wow… We keken onderweg naar binnen bij het scheepskantoor, waar de Chief Officer net zat met een aantal andere officieren, allemaal in ketelpak. Er worden weer allerlei klusjes gedaan aan dek. We hebben gelijk even wat data gevraagd voor mijn oom uit Engeland, die onze reis lijkt te volgen en een hobbyknutselaar aan auto’s is en een enthousiaste zeiler, en erg geïnteresseerd is in de vermogen van het schip. Hij was me via mail dus allerlei technische dingen aan het vragen. Ik heb hem wel wat data door kunnen geven maar hij wil met name heel graag de paardenkracht of megawatt van de motor weten, en die getallen ontgingen mij toen door het lawaai in de machinekamer. Maar de Chief Officer wees op een overzichtsvelletje, en daar stond het allemaal keurig op; de hoofdmotor (alles heeft een back-up aan boord, tot het koffiezetapparaat toe) is een Hyundai en heeft maximaal ruim 98.000 HP/72240 KWatt. Mooi, ik kan antwoord geven!

We hebben nog een beetje gekletst met hem, en toen kwam net de blonde operator binnen die ons rondgeleid had in de machinekamer, dus Hans vroeg of de uitnodiging om de boegschroef te bekijken nog stond. Jazeker, als we wilde, maar het was wel redelijk diep op een ladder naar beneden hoor. Slik, ok, maar wel leuk omdat je dan echt op de romp van het schip komt te staan… Dus over een dag of twee kunnen we dat hopelijk doen. Het was toen we terug op de kamer kwamen nog amper 8:45, dus we hebben ons omgekleed om te gaan sporten. Tijdens het sporten zagen we de vriendelijke reus en de Chinees die het zwembad gevuld had bezig met de rode roosters die onder de trap van C naar D hangen. Dat was me al meer opgevallen de afgelopen dagen (ik kijk op die ramen tijdens het sporten), dat ze soms neer, en soms op waren. Nu bedachten we dat het misschien ook een antipiraten maatregel was, want dat rode rooster past precies over het trapgat van B naar C. En mocht een piraat enteren, dan kan hij, als hij de woontoren komt, anders bijna volledig naar boven naar de brug lopen via de buitentrappen. Vandaar dat soort maatregelen natuurlijk.

Bij de lunch kregen we roergebakken groente en biefreepjes, lekker! En vanavond krijgen we varkensstoofpotje. De restjes van gisteren dus… Ik had wat foto’s voor Manfred op een usb gezet, aangezien hij pas na zo’n twee weken dat wij aan boord waren (en zelf zat hij al ruim een week langer aan boord) foto’s is begonnen te maken, en hij maakt er maar een paar per dag. Maar hij begon zich te beseffen dat hij van een aantal dingen nu geen foto’s had. Dus had hij aan ons gevraagd of hij wat van ons kon krijgen, om toch thuis een indruk te kunnen geven. Ik heb dus van alles, van de gedekte officierentafel tot mooie uitzichten, op die usb gezet samen met wat foto’s waar hij zelf op staat. Hij is niet zo handig met computers dus we moeten hem helpen, en kunnen dan gelijk helpen met het overzetten van de foto’s die hij wel genomen heeft van de microSD kaart van zijn fototoestel naar zijn tablet.

Terwijl we ‘s middags op onze kamer zaten verscheen opeens de jonge officier in de deuropening, of we op de hoogte waren dat er vanmiddag een oefening was? Rond 15:30 of 16 uur, dat wist hij niet precies maar dat zouden we vanzelf wel merken! Ze gingen een brand simuleren die niet te blussen was, en daarna een “evacuatie” oefening. Wij moesten dus als het alarm ging naar de verzamelplaats op A-dek gaan. Hij vroeg nog of we wisten of onze buurman de zonderlinge Zwitser op de hoogte was? Toen ik zei dat wij geen idee hebben wat hij weet of niet weet, en Hans er adrem achteraan riep dat hij dat zelf waarschijnlijk ook niet wist, moest de jongen een beetje te hard lachen; hij zal er ongetwijfeld ook zijn gedachtes over hebben…

Om 15 uur gingen we naar Manfred om “eventjes” de foto’s die wij voor hem uitgezocht hadden over te zetten op zijn tablet en “eventjes” de filmpjes van zijn microSD uit zijn videoapparaat ook op de tablet te zetten. De foto’s konden we gelijk vergeten toen we het ding zagen; de tablet is van Sony en heeft geen USB-poort. Dus we moeten ze eerst op microSD zetten. Daarna zijn Hans en ik samen wel 50 minuten bezig geweest voor het ons eindelijk lukte om de SD-kaart te vinden op het apparaat, om de filmpjes te kopiëren en de filmpjes over te zetten op de tablet. Wat een ramp! Hij herkende de microSD kaart in het begin gewoon helemaal niet, en het leek erop dat hij eerst geformatteerd had moeten zijn geweest in de tablet (we hadden het met een andere SD-kaart getest). En toen opeens zag hij de oorspronkelijke, ongeformatteerde microSD kaart wel. We snapten er niets van.

Het was inmiddels 5 voor 16 uur, dus het alarm zou zo wel afgaan. Opeens hoorde we de messman op de gang (hij is verantwoordelijk voor de passagiers); we moesten hem naar de musterstation op dek A volgen want er was brandalarm. Niks ervan zeiden wij, het alarm is nog niet afgegaan… Nee toe nou, kom nou toch maar mee alsjeblieft! Onderweg naar beneden deed Hans alsof hij flauwviel maar de messman weigerde om hem naar beneden te dragen, flauw hoor… Op dek A zaten al een aantal bemanningsleden te wachten (het alarm was nog altijd niet afgegaan); en geleidelijk druppelde er meer en meer mensen binnen. Toen het alarm eindelijk afging was het merendeel al op dek A. Iedereen had zijn ketelpak aan en helm op, en zijn tasje met opgevouwen overlevingspak bij. Tegen ons was gezegd dat we ze niet mee hoefde te nemen, waarschijnlijk omdat dat te lastig zou zijn om er aan het einde voor te zorgen dat we ze ook weer netjes mee terug naar de kamer meenamen. Er werden namen afgevinkt, iedereen was present (inclusief 4 passagiers), en de Chief Officer die de exercitie leidde zei dat ze nu aan de brandoefening gingen beginnen, we waren welkom om mee te kijken alleen alsjeblieft niet teveel in de weg lopen… Logisch!

Er was brand in de machinekamer. Een team moest de eerste hulpapparatuur gaan halen en wij stonden toe te kijken terwijl twee mannen van het brandblusteam werden geholpen met aankleden in brandwerende pakken, laarzen, handschoenen, maskers, gereedschapsriem en zuurstofapparatuur. Het ging naar ons idee redelijk langzaam, ondertussen gaf de Chief Officer instructies hoe ze zich beter moesten aankleden en zo. Toen de twee mannen als mummies ingepakt waren mochten ze zich naar buiten begeven. Er stonden naar ons idee bemanningsleden in de weg om ze door te laten, maar dat zei de Chief Officer ook, laat ze door. Het was meer een praktijkles dan een oefening, de Chief Officer overzag alles en deed veel uitleggen en voorzeggen.

De twee brandweerlieden begaven zich zwetend en stomend (de viziers van hun helmen besloegen, het was ook over de 25 graden) naar het ventilatierooster van de machinekamer buiten de woontoren. Ze kregen een brandslang mee, tegelijkertijd werd een andere brandslang door twee andere mannen op zee gericht. Eentje bemande de kraan, een team van eerste hulpverleners stond standbij. Iedere keer als de brandweerlieden zogenaamd bluste, deed de man bij de kraan deze opendraaien en stond de “echte” brandspuit op zee te spuiten. De brandweerlieden kregen instructies hoe ze het beste de brand konden bestrijden door de brandspuit heen en weer te bewegen. Na een tijdje werd de brand opgegeven en deed de Chief Officier nog even wat dingen uitleggen. Met name benadrukken dat dit een oefening is en dat bij een echte brand niemand maar dan ook niemand zo dicht erbij staat als men nu deed, tenzij ze zelf de brandweerlieden zijn!!!

De brand kon niet overmeesterd worden dus nu moest iedereen zich terug naar dek A begeven en gaf de kapitein via de radio opdracht om het schip te verlaten, via de reddingsboot aan bakboord (in iedere afgesloten reddingsboot van 6 meter lang past 40 man, pffff). Een ander alarm ging af, zwemvesten werden door de smalle gang doorgegeven en de namen werden afgevinkt. Iedereen was present, min een Engineer uit de machinekamer en een PASSAGIER! De zonderlinge Zwitser was opeens weg, hij had het wel weer gezien en was waarschijnlijk gewoon weer terug naar zijn kamer gesloft! Dus werd er een spontane minioefening uitgevoerd; vermiste personen zoeken en het schip doorzoeken. Iemand werd achter de engineer gestuurd en de messman rende al om de Zwitser te zoeken (wij zijn de verantwoordelijkheid van hem en de kokshulp, maar in de praktijk dus van hem). De kokshulp, die even bang keek alsof het echt was en geen oefening, werd door een geblaft commando van de Chief Officer ook achter de messman aangestuurd om te helpen. Hij schoot er als een haas vandoor!

De Engineer was gauw gevonden, dat leek gewoon een beetje een misverstand te zijn geweest, en we hoorde ze via de radio rapporteren wat ze deden. Ik denk dat de messman eerst buiten gekeken heeft en toen zo slim was om naar boven te rennen naar zijn kamer, maar ja, dat zijn nogal wat trappen, dus voor hij aangaf dat de passagier gevonden was waren er al behoorlijk wat minuten voorbij getikt. Buiten adem kwam de messman weer beneden met in zijn kielzog de messman, de Zwitser zat in zijn kamer en hij had hem de opdracht gegeven daar te blijven… Iedereen die wilde overleven was compleet. De Chief Officier gaf aan de brug door via de radio dat de volledige bemanning en DRIE passagiers klaar stonden buiten op dek A bij de bakboord reddingsboot. De kapitein, die samen met iemand in de machinekamer als enigsten niet meededen aan de oefening, gaf daarop de definitieve opdracht om het schip te verlaten, waarop de Chief Officier de procedure doornam hoe dat te werk zou gaan.

Per 5 man moesten we ons via de buitentrap naar de ingang van de reddingsboot begeven op B-dek, passagiers mochten eerst samen met een officier voor de uitleg en hulp. Wij en een Indiër die voor het eerst meedeed aan deze oefening op dit schip mochten een rondleiding krijgen in de reddingsboot, en alles werd ons aangewezen door de Filippijnse officier die ons begeleidde; er is eten en drinken aan boord, zeeziektepillen (in zo’n heet plastic sardienblikje met 40 man dobberend op de golven wordt zelfs de beste zeeman ziek), allerlei soorten lichtbakens en lichtkogels, eerstehulp kit, visgerei, van alles… Ook liet hij de motor zien en testte hij die, net als het roer. Hij liet zien hoe je de reddingsboot neer kunt laten vanuit de reddingsboot zelf, en indien er geen tijd was om de reddingsboot van te voren gereed te maken om neer te laten was er ook een bijl aan boord om de touwen die hem vasthielden door te hakken. Je hoopt allemaal maar dat het niet nodig is! En het voelde nu toch wel “echter” en dichterbij dan ooit tevoren bij zo’n oefening (we hebben voor Antarctica, Spitsbergen, Noorwegen, West-Afrika en Rusland alleen eenvoudige oefeningen of zelfs alleen maar een algemene uitleg gehad).

Andere bemanningsleden wiens eerste oefening dit was aan boord hadden al eerder de kans gehad om de reddingsboot van binnen te bekijken, dus toen wij klaar waren werd de reddingsboot afgesloten en werd de oefening beëindigd en afgemeld bij de kapitein (ondertussen waren we trouwens gewoon op volle kracht doorgevaren). Iedereen mocht zijn zwemvest inleveren, die weer netjes in de daarvoor bestemde locker op dek A opgeborgen werd, en daarna moest iedereen naar het scheepskantoor voor de nabespreking. De Chief Officer nam de tijd om te benadrukken dat de oefeningen op zich allebei goed uitgevoerd waren, en gaf toen een aantal verbeterpunten. Met name voor de brandweerlieden was het essentieel dat ze om te beginnen een oortje meekregen tijdens het aankleden zodat ze konden communiceren en er mee gecommuniceerd kon worden. Hij benadrukte ook dat de kustwacht wil zien als ze ernaar vragen dat de mannen gezekerd worden zodat ze naar veilig gebied getrokken kunnen worden indien ze gewond raken, en nog wat details.

Hij had nog wat verbeterpunten en aandachtspuntjes voor iedereen, en toen deed de Filippijnse officier een aantal apparaten tonen, essentieel voor als het schip ten onder gaat. Een zender die de gegevens van het schip gaat zenden zodra het zeewater raakt, daarvan was er eentje aan boord op de brug, zodat gelijk duidelijk was dat de Columba gezonken was. Een ander apparaat moest mee de reddingsboot in, daarvan waren er twee, voor iedere reddingsboot eentje, en die moest je te water laten (met een lijntje vastmaken aan de reddingsboot) als je zicht had op een ander schip. Die zender zou dan doorgeven op de radar van dat schip dat er een reddingsboot in nood dichtbij was. Maar omdat de batterij een beperkte levensduur had moest je die alleen gebruiken als je ook echt een schip zag. Verder liet hij nog een radio zien die mee de reddingsboot in moest, en vertelde de Chief Officer over een nieuwe ontwikkeling op Engelse schepen (was nog niet geïmplementeerd op dit schip onder Engelse vlag, maar dat zou wel komen), dat eigenlijk omgekeerd werkte. Het deed niet pas beginnen met zenden als het zeewater raakte of zo, maar het zond altijd ten alle tijden de gegevens van het schip door naar het hoofdkantoor in Engeland. En als alle elektra uitviel aan boord (in andere woorden, het schip is gezonken of in ernstige problemen), dan stopte deze ook met zenden. Dus in dat geval was het juist het verdwijnen van een signaal dat aangaf dat er een probleem was.

Toen was er tijd voor vragen en opmerkingen, waarbij gelijk ook de gelegenheid genomen werd om wat huishoudelijke mededelingen door te nemen, aangezien nu toch bijna heel de bemanning bij elkaar was. Onder andere over het scheiden van afval en verspillen van water. De Chief Officer had net een heel betoog gegeven over het verantwoord omgaan met je afval en het niet verspillen van water aan boord (zowel persoonlijk als in de keuken), toen een andere, altijd erg donker kijkende Roemeense officier die wij verder nooit zien of spreken behalve “eet smakelijk” bij de maaltijden, even een persoonlijke frustratie (terecht!) kwijt wilde. We kregen de indruk dat het persoonlijk gericht was op iemand, maar hij hield het nog net algemeen; over dat het een enorme waterverspilling was om met een lege wastrommel te wassen. Hij had het steeds over een paar sokken en een T-shirt, en keek strak in een bepaalde richting, dus Hans was er eigenlijk wel van overtuigd dat de Roemeen wist wie de dader was. En op het einde van zijn betoog zei hij “en als ik nog een keertje een paar sokken en een T-shirt in de wasmachine vind, dan zet ik de machine uit en smijt ik ze overboord!!!” waarop ik eruit flapte dat dat niet echt een groen schip beleid was (er mag niets overboord…). Iedereen moest lachen, met name de Chief Officer die ons wel mag geloof ik, en het deed de spanning een beetje minderen, maar de Roemeen keek me extra donker aan, oeps! Ik laat Hans voorlopig maar de was doen…

Inmiddels was het 17 uur geweest, maar de klok ging een uur vooruit vandaag dus het was opeens voorbij 18 uur. We hebben nadat iedereen weg was nog even met de Chief Officer gesproken over de oefening; hij was ook nieuw aan boord en dit was wat hem betreft gewoon een inschatting geweest van hoe deze bemanning samenwerkt en wat het kennisniveau is, er worden iedere maand bepaalde oefeningen gehouden (evacuatieoefeningen iedere maand EN als de bemanning voor meer dan 25% vernieuwd is). In de volgende oefeningen kan hij hierop verder werken. En het feit dat iedereen van te voren weet dat het een oefening is, is alleen maar goed, want zo kunnen ze rustig de details oefenen zonder stress. En hij kan ze verbeteren en dan hoopt hij dat als het ooit echt gebeurt, mensen EN snel werken, en weten wat ze moeten doen. Liever dat, dan dat mensen nu in oefeningsomstandigheden gaan haasten en fouten maken en zich verwonden in wat toch uiteindelijk een gevaarlijke omgeving is.

Toen was het 18:30 dus zijn we maar gauw gaan eten! Toen we al bijna uitgegeten waren kwam opeens een grote pan van de Roemeense vissoep op het buffet te staan. Lekker, maar nu niet meer, die is nogal pittig namelijk en scherp op de maag. Na het eten zijn Hans en ik nog even naar de brug gegaan en hebben de mail bekeken. Er was een leuke lange mail van zijn zus. En toen zijn we redelijk moe naar onze kamer gegaan om lekker koffie te drinken en de avond verder met films en spelletjes door te brengen. Het was al met al wel een drukke dag, maar wel erg leuk om dit alles mee te mogen maken!

Dag 23 dinsdag 17 februari 2015: op zee, 969 km

Het begint volgens ons echt merkbaar te worden dat de klok steeds een uur vooruit gaat. We zijn vanochtend gebroken wakker geworden; we hebben wel iets beter geslapen dan gisteren, gelukkig, maar we waren doodop toen we opstonden. We hebben dus een erg rustig dagje gehouden. ‘S ochtends hebben we ons dagelijks ochtendroutine van sporten, tafeltennissen en douchen gehad, met een verschil, Hans heeft ook de was gedaan vandaag. Dat kost al een halve dag want het gaat niet zo heel vlug, dus we doen dat altijd een beetje in samenspraak met Manfred – wij doen niet zo heel vaak wassen als hij, dus we laten het meestal weten als we gaan wassen. Het sporten deed zeer, maar toch was het wel lekker om even bezig te zijn.

Tegen het eind van de ochtend zagen we opeens een, in onze ogen, heel klein bootje varen; een soort vissersschip, maar toch zeker honderden kilometers van alles vandaan? Zelfs de Malediven zijn toch zeker iets van 200 km van zijn positie vandaan. Pffff! Sowieso is dat wel indrukwekkend, ieder moment van de dag dat we naar buiten kijken zien we alleen maar zee, zo ver het oog reikt.

Met de lunch kregen we ook de beloofde gegrilde auberginesalade. De officier die het zou maken stond al heel de tijd in de keuken, en kwam uiteindelijk vol trots zijn product op tafel zetten bij iedereen. Het was een soort humus en ontzettend lekker, je proefde goed de rokerige smaak van de barbecue, er zat ook mosterd door, alleen het zat ook zo vol rauwe knoflook en uien dat we de rest van de dag een beetje in brand hebben gestaan… De Roemenen aan boord houden wel van hun uien en knoflook. Er staan ook altijd, naast alle andere groentes en kazen en zo, schaaltjes lente-uitjes op tafel, en de mannen eten die graag door hun salade. Alleen in het eten zien we ze nooit terug gek genoeg.

We hadden tijdens de lunch aan de messman gevraagd om nieuwe handdoeken. Dat mag iets meer gebeuren wat ons betreft; we doen er heus niet moeilijk over maar het duurt nu vaak steeds meer dan een week en gebeurt meestal ook pas na een hint van ons. Hij wilde ze eerst komen brengen maar toen we zeiden dat we ze wel vanuit hier mee konden nemen is hij ze gelijk even van dek A gaan halen zodat we ze zelf mee naar boven konden nemen na de lunch.

De cadet tegenover Hans zag er vanmiddag met de lunch een beetje slecht uit, misschien grieperig of zelfs heimwee volgens Manfred. Hij had Manfred gisteren al om vitaminetabletten gevraagd (calcium of magnesium) omdat hij dacht een tekort te hebben, en vandaag zag hij er erg zielig uit, hij kon zijn hoofd amper zelf omhoog houden. We hadden er best wel medelijden mee maar erg spraakzaam is hij normaal gezien niet, nu al helemaal niet! Het is denken we ook wel een redelijk eenzaam bestaan, zeker als je nieuw bent en nog je draai moet vinden. Iedereen heeft zijn eigen privé kamer, wat natuurlijk perfect is, en zijn eigen taken, maar tenzij je een goede maat hebt is er verder volgens mij niet echt iemand die op je (geestelijke welzijn) let. Zeker voor zo’n jongen als een cadet die nog niet echt deel van het team is, en voor wie alles nog nieuw is. En er is waarschijnlijk wel onderlinge saamhorigheid, maar niet echt ruimte om over gevoelens of emoties of zo te praten in zo’n mannenwereld… Hij fleurde niet eens op toen we de aubergineprut naar hem toeschoven (hij is dol op knoflook). Arme jongen!

Vandaag gaat de klok weer een uur vooruit, weer om 17 uur. Pffff! Hans en ik hebben erover zitten dubben of we nu wel of niet een dag kwijtraken op deze reis. We varen door alle tijdszones, dus in feite verliezen we een dag van ons leven. En ik vroeg me eerst af of dat ook niet op de kalender te zien zou zijn; dus dat ik dit dagboek zou beëindigen op de 12e juni, maar dat we dan thuis zien dat het eigenlijk de 13e is of zo… Maar nadat we het er over gehad hebben, denk ik (helaas) dat het toch niet zo zal gaan. Want we snoepen 24 keer op deze reis van ongeveer 135 dagen een uur van een dag af, die daardoor dus 23 uur lang is. En daardoor blijven de kalenderdagen wel gelijk lopen met thuis, denk ik. Alleen we zijn toch ergens stiekem een dag van ons leven kwijtgeraakt!

‘S middags heb ik een stevig dutje gedaan en Hans volgde ook al gauw; we waren uitgeput. Rond een uur of 15 waren we weer een beetje bij kennis en besloten we even te gaan zwemmen. We hebben geen idee of wij de enigste zijn die dat zwembad gebruiken maar er zit in ieder geval iedere dag vers zeewater in. En het was KKKKKKKKOUD! Niet zo gek natuurlijk, we kwamen bijna recht van ons dutje vandaan dus waren nog helemaal warm en slaperig, en dan dat koude water van “amper” 21 graden in moeten, brrrrr! De reden dat er iedere dag vers water in gaat is met name omdat de airco het water anders te koud maakt. Dat geloof ik best ja! Toen het kippenvel eenmaal weg was, was het overigens wel erg lekker om even op te frissen, dus we hebben een half uurtje baantjes getrokken, daarna lekker warm gedoucht om het zout af te spoelen, en daarna op de kamer omgekleed en de was, die inmiddels droog was, opgevouwen.

Het was onderhand al 16 uur geweest dus we zijn naar de brug gegaan, waar we vandaag nog niet eerder geweest waren (we zijn echt lamlendig vandaag…), en de vriendelijke reus en zijn collega de Filippijn waren er, maar ze waren allebei niet heel erg spraakzaam want enigszins bezig. De vriendelijke reus bevestigde wel nog even dat we nu “in” de Malediven varen. We voeren op dat moment namelijk tussen het lepra-eiland Minicoy en de Ihavandhippolhu Atol (drie keer woordwaarde, hoppa!). Minicoy was 33 zeemijl (61 km) bij ons vandaan, het andere 40 zeemijl (74 km) dus we konden geen van beide zien. Het was buiten klef warm, 28 graden, maar de wind was lekker dus we hebben even lekker staan uitwaaien op het balkon van de brug voor we weer naar beneden gingen.

Om 18:30 gingen we eten; de messman was net een wanhopige poging aan het doen om iets uit te leggen aan de Zwitser, en Manfred legde uit wat het was. Manfred kreeg morgen om 21 uur een knipbeurt van onze messman/kapper, en de Zwitser de dag erop, ook om 21 uur. Hoe de kokshulp het ooit voor elkaar had gekregen om de Zwitser te vragen of hij geknipt wilde worden, of de Zwitser om erachter te komen dat die mogelijkheid er was mag Joost weten, maar nu probeerde de messman dus uit te leggen hoe laat de Zwitser verwacht werd, en de Zwitser dacht duidelijk dat erover te onderhandelen viel. Dus iedere keer als de messman 21 uur zei, zei de Zwitser een andere tijd. Het was wel grappig! Uiteindelijk leek hij het te snappen maar na het eten is hij toch even naar de keuken gegaan (en bleef als een zombie bij de drempel van de spoelkeuken staan tot de messman vanuit de bemanningseetzaal aan de andere kant weer verscheen in de keuken) om aan de messman te vragen om het te herhalen zodat hij het kon opschrijven. Dat ging ook niet zo soepeltjes, maar uiteindelijk wisten ze zich allebei te begeven naar het blokje briefjes voor de slopchest en de bijbehorende pen en wist de Zwitser over te brengen wat hij wilde. De Zwitser zal misschien wel een beroemde schrijver zijn of een groot zakenman, maar voor ons is hij vooral vreemd, traag en verdwaasd. Misschien toch een TIA?

Hans had wat mails geschreven ‘s avonds, dus rond 21:30 gingen we naar de brug met de bedoeling om daarna nog even de mails te sturen en dan naar bed te gaan. Het was weer aardedonker toen we op de brug waren, en buiten vies warm en klef; zeker nog 26 graden. Maar nog altijd veel sterren, ondanks dat het heiig was, en Hans zag zelfs nog een vallende ster. Uiteindelijk hebben we wel anderhalf uur doorgebracht op de brug, met de vrolijke Chinees kletsend en met de Chief Officier die toevallig ook net even op de brug moest zijn en bleef plakken. Het was erg gezellig, we moesten lachen want morgen is het Chinees Nieuwjaar en de kapitein had de Chinezen aan boord voor zover hun taken dat toelieten een dagje vrij gegeven; deze jongen (hij heet overigens Mao, en is geen familie van…) had dus een hele dag vrij. En nu was hij helemaal confuus want wat moest hij in godsnaam gaan doen op zijn vrije dag! Hij werkte al 4,5 jaar op zee en nog nooit had een kapitein hem ook maar EEN dag vrij gegeven, hij wist dus niet goed wat hij met het idee aan moest…

De Chief Officier moest er ook om lachen maar zei ook heel nuchter dat het niet goed was om een workaholic te zijn, en dat ze aan boord al gauw meer uren maakte dan ze hoefde te doen want je werkt 7 dagen per week, bent omringd door werk en kunt nergens anders heen. Hij had zelfs een kantoortje in zijn kamer met monitoren en waarschuwingen zodat hij altijd op de hoogte was van alle statussen van alles, en net als bij de kapitein kon het hoofdkantoor hem ook ten alle tijden van de dag of nacht bellen. Hij nam echter altijd even veel vrij (onbetaald) als dat hij gewerkt had; dus als zijn contract 3 maanden was, dan was hij ook 3 maanden thuis. Hij had ook een vrouw en een jong kind. 1 maand van die thuisperiode kreeg hij nog ziektekostenverzekering, voor de rest als hij ziek was moest hij op zijn vrouw haar verzekering gaan. Hij gaf toe dat zijn salaris op zee ruim voldoende was om ook de onbetaalde maanden thuis te dekken, we begrepen iets van tussen de 6-8 duizend euro per maand. Hij vertelde dat collega’s weleens dure auto’s kochten (die ze nauwelijks konden gebruiken) en hij was daar veel praktischer in, daar had hij niets aan; maar hij ging wel lekker met zijn gezinnetje een paar weken all-inclusive naar Turkije of zo. En dat kostte bijna niets!

Mao bleef zich maar afvragen wat hij moest gaan doen morgen, en wilde ‘s ochtends zelfs toch nog even boven komen om “over te dragen”… Waarop de Chief Officer donker keek en zei dat als hij echt niets wist te verzinnen om met zijn vrije dag te doen, hij hem met alle liefde en plezier wel wilde laten verf bikken in de zon… Dat leek Mao toch niet zo’n heel goed idee – maar hij moest wel lachen dat hij in ieder geval iets wist om te gaan doen (hij lacht zo veel dat we hem vaak gewoon amper verstaan)! De Chief Officer heeft nog een tijdje vertelde over de vreselijke corruptie van politiek en kerk in Roemenie, en dat ze eigenlijk weinig verder waren dan onder de dictator. Er was geen geld voor scholen maar de kerken schoten als paddenstoelen uit de grond en reikte naar de hemel – en het land was niet eens zo religieus! Dus tegen onze principes in zaten we toch in een gesprek over religie en politiek…

Maar we hadden het ook veel, ook met Mao (er was maar een schip op de radar, ruim 100 km van ons vandaan) over hoe veel plezier we hadden in deze reis en over de Chinese havens die we onderweg zouden aandoen. De Columba zal de diepzee haven van Shanghai gebruiken, die 100 km van de binnenstad vandaan ligt op een eiland, maar we hebben goed kans dat de Rickmers Seoul wel de rivier opvaart en de binnenstadse haven gebruikt. Pech dus voor Manfred, maar leuk voor ons!

De Chief Officer vertelde verder nog dat er vele leuke routes waren om met CMA CGM te doen als passagier, alleen je moest er een beetje naar doorvragen. Zoals naar de Franse Cariben, of de Stille Zuidzee. Voordeel is wel dat CMA CGM zijn eigen boekingen kan doen, dus dan ben je niet afhankelijk van de (non)-informatie van reisbureautjes. Wij zijn niet tevreden over The Cruise People, maar we horen dat Manfred ook niet tevreden is over zijn reisbureau. Er was zelfs een CMA CGM schip dat een wereldreis maakte, een van de kleinste en oudste lijnen, een schip met 2415 containerplaatsen, de naam ving ik niet op. Een leuk idee voor als we nog eens een wereldreis willen gaan doen… En we hadden het een beetje over de Zwitser; niemand kan hem verstaan of met hem communiceren, en niemand snapt goed wat hij hier zoekt!

Rond 23 uur namen we afscheid en gingen we naar beneden. Het was al erg laat maar we besloten toch nog even de mails te versturen, dan konden ze maar weg zijn. En toen kregen we het bericht binnen dat de vader van een neef van Hans plotseling overleden is aan een hartstilstand. Die neef had al zijn moeder op jonge leeftijd verloren en had nu dus op 31 jarige leeftijd geen ouders meer. We hebben even heel gauw een extra mailtje getikt en een smsje klaargezet. Het hield ons heel die avond en nacht behoorlijk bezig!

Dag 24 woensdag 18 februari 2015: op zee, Chinees Nieuwjaar, 975 km

We hebben wel geslapen maar het bericht van gisteren heeft ons wel bezig gehouden vannacht, en vandaag moeten we er ook veel aan denken. Mao kwam toen wij ontbeten hadden in zijn korte broek uit zijn kamer (drie van de Chinezen zitten op onze verdieping), dus we hebben hem en de andere drie Chinezen die toevallig ook net rondliepen op onze verdieping gelukkig Nieuwjaar gewenst. Ze vertelden dat er misschien sprake van was dat de eerste operator die ook de aubergineprut gemaakt had chinees zou koken. Dat zou mooi zijn! Een van de Chinezen had zijn ketelpak aan en droeg een industriële stofzuiger mee; had hij geen vrij vroegen we? Jawel, maar het is traditie om je huis schoon te maken op Nieuwjaar… Dus wij vroegen of hij heel het schip schoon ging maken, maar dat was te gek geloof ik. Ook was het traditie om Chinese tekens op de muren te zetten, dus hij zat nog te overwegen of hij wat verf uit het verfhok moest pakken en op de zijkant van het schip wat schrijven!

Hans heeft nog wat uitgebreidere mails geschreven vanochtend in reactie op het bericht van gisteravond, en die hebben we om 9 uur verzonden. De verleiding was groot om niet te gaan sporten, maar we zijn toch maar wel gegaan en het was achteraf best lekker. We zijn natuurlijk wel een paar kilo aangekomen op deze reis, maar we hebben ook het idee dat we nu stabiel zijn, en misschien alweer een kilootje of wat kwijt. We zijn wel dikker dan toen we thuis waren, maar toch slanker dan een paar weken geleden… Ach ja we hebben in ieder geval een goede conditie! En thuis zien we wel wat de schade is… Het trappenlopen gaat op en neer qua hoe makkelijk het is; vandaag gaat het ons in ieder geval goed af.

Voor de verandering hebben we niet getafeltennist, en lekker een halve stroopwafel bij de koffie genomen. Bij de lunch was het enige enigszins Chinees wat we kregen de dumplings in de groentesoep. Maar we hadden nog hoop voor het avondeten, aangezien twee van de Chinezen druk in discussie waren met de kok in de keuken! Manfred zagen we pas voor het eerst met de lunch, hij had uitgeslapen, hij heeft flink last van het tijdsverschil. Ik had gisteravond foto’s van hem en algemene foto’s op een van zijn microSD kaartjes gezet voor hem, en die had hij zelf kunnen bekijken, maar kopiëren was echt nog te lastig. Dat is ook heel erg moeilijk op zijn tablet, dat moeten we dus nog een keertje laten zien.

‘S middags hebben we lekker op onze kamer gezeten, met het raam op een kier; het is weliswaar flink warm buiten maar er staat een stevige wind, en de frisse lucht in je kamer is wel erg lekker. We varen vandaag op “nog” geen 20 kilometer van Sri Lanka vandaan, maar het is erg heiig dus we konden er niets van zien behalve op de gps en door het feit dat er opeens meer schepen voeren. Dat vertelde de Chief Officer gisteren, dat steeds meer regio’s een gescheiden vaarroute invoeren. Op zee zijn er natuurlijk geen weghelften zoals op een snelweg, maar meer en meer worden die op drukke routes wel onderling afgesproken, zodat verkeer in verschillende richtingen zo min mogelijk in elkaars weg komt. Dat maakt het varen veel gemakkelijker want dan weet je dat als je maar op een bepaalde positie en hoogte gaat zitten, de kans dat je tegenliggers tegenkomt minimaal is. In grote delen van Azië is dat helaas nog niet, waardoor er nog een aantal behoorlijk uitdagende stukjes komen met veel verkeer, onder andere de Straat van Singapore.

Toen wij om 16:30 nog even naar de brug gingen zagen we dat het concentratiewerk was; er waren in de directe omgeving (binnen 20-30 kilometer dus) wel zeker 10 schepen, waarvan een of twee min of meer ons recht tegemoet kwamen. De vriendelijke reus had dienst en gaf aan dat het een beetje een afweging was; gaan wij opzij voor dat ene hele kleine bootje (wij moeten voorrang geven), of hopen we dat hij vanzelf opzij gaat (hij is veel en veel wendbaarder)? Normaal gezien is opzij gaan geen probleem, maar je moet dat eigenlijk doen door naar stuurboord uit te wijken en hier was er geen directe ruimte aan stuurboord vanwege de koers van andere schepen (je moet constant niet alleen rekening houden met de directe situatie, maar ook hoe de situatie verandert als je de koersen doortrekt van iedereen), dus dan moest hij helemaal van de koers afwijken.

Hij overwoog om Russisch roulette te spelen en te hopen dat het kleine bootje eieren voor zijn geld koos, maar besloot uiteindelijk toch maar iets naar bakboord uit te wijken omdat er ook andere schepen later voor problemen konden zorgen als we op deze koers bleven. Toen het kleine bootje geen probleem meer was stuurde hij weer iets naar stuurboord bij om terug op de uitgezette koers te raken. Op een gegeven moment kwam zelfs de kapitein even kijken; die zag natuurlijk dat er van de koers afgeweken werd en dat wordt alleen gedaan als het echt nodig is.

Er was een groot container schip, rond ons formaat of zelfs iets groter, ons al een tijdje geleden gepasseerd, toen we opeens een vreemde lange golf op het water zagen, met kopjes en al. Het duurde even voor we besefte dat dit nog het restant van de kielzog van dat schip was! Zoiets moeten wij dus ook hebben waarschijnlijk, wat blijft dat nog lang nawerken! Buiten was het net een oven, rond de 29 graden. We gaan merkbaar richting de tropen, en het is een klamme, benauwde warmte. Als er niet zo’n stevige wind stond dan was het niet uit te houden geweest op het balkon. Na een half uurtje kijken zijn we weer naar beneden gegaan, en we hebben dat af en toe heel licht heen en weer bewegen de rest van de middag en avond gevoeld, het is hier duidelijk druk!

Bij het avondeten (op het menu stond gebakken kip met aardappelen) zagen we dat er wat bakken stonden op het buffet, en de Chinezen gebaarden al toen we aan kwamen zetten; een van de vier, een lange magere verlegen jongen, had gekookt, en of we ook wat wilde? Ze hadden zelf allemaal al hun buikjes rond gegeten en er was nog ruim voldoende over! Yes! Dus we vroegen aan de messman wat grote borden en wat rijst, en schepte lekker zelf op; vier verschillende gerechtjes, allevier met enorm veel olie en gedroogde chili’s gemaakt, maar erg lekker allemaal! Er was gecarameliseerde uien met spek, een soort dunne aardappelstokjes, een vleesgerecht met veel gember en knoflook, en eentje met reepjes paprika erdoor. We hebben gesmuld en lekker nog een tweede bord opgeschept, het was denk ik de lekkerste maaltijd (behalve misschien die ene steak-met-frietjes maaltijd) hier aan boord.

De messman vond ons schijnbaar avontuurlijk dat we het allemaal uitprobeerde, maar Manfred viel ook blij aan, en de Zwitser gebaarde dat hij ook wel een bordje wilde (tenminste, die indruk wekte hij dus de messman interpreteerde het maar als zodanig). Het toetje was ook heerlijk, een echte lekkere appelkruimel, met ijs. De appel was zelfs nog een beetje lauw, echt lekker! Het viel Hans en mij op dat er maar twee van de Roemenen ook maar enigszins serieus keken naar de Chinese gerechtjes, en eentje die iets uitprobeerde, de rest ging allemaal voor de kip of zelfs nog de opgewarmde varkensnek van de lunch. Geen wonder dat de messman ons avontuurlijk vond, als hij dat gewend is…

Om 21 uur zou Manfred vandaag zijn knipbeurt krijgen, in het gymzaaltje, dus Hans en ik gingen veels te vroeg om 10 voor al naar beneden. Er was nog niemand dus we hebben nog een beetje getafeltennist tot Manfred verscheen, en iets na 21 uur verscheen de timide kokshulp om het hoekje. Hij is wel zeker een half uur met een schaartje bezig geweest, dat wij dachten dat er bijna niets afging, en toen pakte hij eindelijk zijn tondeuse. Hans en ik zijn om 21:45 weggegaan; we hadden een “voor” en “na” foto willen maken voor Manfred, maar hij was duidelijk nog lang niet klaar dus we geloofde het wel onderhand! Op de brug was het druk, 3 man, maar er was ook duidelijk veel verkeer dus er moest goed opgelet worden.

Het was te bewolkt voor sterren, en toen we naar buiten stapte was het net een oven! Er stond ook veel wind, zeker windkracht 5, en je merkt dat het schip – ondanks dat de snelheid gelijk blijft – flink aan het stampen is, want het is tegenwind dus ze moeten harder varen om even snel te blijven gaan… Verwachtte aankomsttijd in Port Kelang is nog altijd vroeg in de ochtend op de 21e. We kregen nog een mailtje van the Cruise People met de hulpvaardige mededeling dat het schema van de Rickmers Seoul niet meer veranderd was en we van nu af aan met de lokale agent contact op moesten nemen. Bedankt, maar welk schema bedoel je? Want op internet in Jeddah stond de aankomst en vertrek in Singapore 23-25 februari, en volgens the Cruise People rond diezelfde tijd was het 24-26… We checken het inderdaad wel met de agent, dat is het veiligst!

Dag 25 donderdag 19 februari 2015: op zee, 907 km

Vandaag was een lekkere rustige dag volgens het vaste routine. De klok is weer een uurtje vooruit gegaan, morgen nog eentje te gaan en dan lopen we gelijk met Maleisië, gelukkig maar want het is zwaar, zo om de een/twee dagen een uurtje! Dan hebben Hans en ik als het goed is er weinig last meer van tot Japan, wat maar een uurtje verder is, en dan moeten we tijdens de oversteek van de Stille Oceaan heel wat uren gaan overbruggen om gelijk te komen met Noord Amerika…

Het is vandaag bloedheet buiten en de airco kan het amper aan – het was ‘s middags 30 graden buiten in de schaduw en 25 op de brug, die wij als koel ervaren. Als je naar buiten stapt is het net een oven, ook de wind is warm. En de zon schijnt onverbiddelijk op het dek – het is wel een beetje bewolkt maar niet zo heiig meer, maar daardoor voel je de hitte van de zon ook extra goed natuurlijk. Er staat wel redelijk wat wind, windkracht 4-5, en al lijkt de zee op zich redelijk vlak te zijn, we voelen het schip constant een beetje heen en weer rollen op lange, rustige rollende golven. De “afspraak” met Port Kelang was inmiddels veranderd van 4:30 naar 7:30 op de 21e, en we merkte dus ook dat we iets minder snel voeren; rond de 38 km/uur in plaats van 42 km/uur. We denken dat dat de voorlopige afspraak is bij de loods-waypoint, dat zou betekenen dat we iets voor de lunch in Port Kelang aanleggen waarschijnlijk, en dan in de loop van de ochtend van de 22e vertrekken richting Singapore, waar we waarschijnlijk einde van die dag aankomen. Afhankelijk van hoe laat we in Singapore aankomen hopen we nog een nachtje op het schip te kunnen blijven, dat scheelt een hotelovernachting waar we helemaal niet op zitten te wachten!

We zijn een paar keer naar de brug gegaan vandaag, en al leek het iets rustiger qua verkeer, je merkt dat men nog altijd erg geconcentreerd is want niet ieder schip op de radar heeft een identificatienummer en verschijnt dus niet in de AIS-lijst. De menselijke ogen zijn daarom nog belangrijker als anders. Maar ze hebben mooie waarschuwingssystemen om toch zo min mogelijk te missen; zo kan de radar afgesteld worden op een maximale benaderingsafstand; als een schip binnen die afstand komt of dreigt te komen dan gaat dat schip knipperen op de radar met rode pijltjes en een waarschuwing. En er kan natuurlijk ten alle tijden even handmatig bijgestuurd worden. Dat gebeurt dan toch ook wel redelijk regelmatig.

We zagen ‘s ochtends vanuit onze kamer een zeilschip varen; we zijn toch zeker 200-300 kilometer van land vandaan, en we moeten er zelf niet aan denken om op zo’n klein kwetsbaar schip te zitten in de open zee, zo ver van alles vandaan! Dan zitten we toch lekkerder in onze drijvende torenflat… we kunnen er nog altijd niet over uit hoe moeilijk het is om afstanden in te schatten op zee; vanmiddag ook weer een schip dat nog geen kilometer van ons vandaan leek, maar volgens de radar toch zeker 5 kilometer ver weg was!

Vanochtend hadden we een uitgebreid email van Hans zijn zus gekregen die de omstandigheden van het overlijden verder toelichtte. Het houdt ons regelmatig bezig, dat zal bij de familie thuis al helemaal zo zijn! We hebben een kort mailtje naar de lokale Rickmers agent in Singapore gestuurd, en toen we vanmiddag een antwoord naar de zus van Hans verstuurde hadden we ook al antwoord van de agent. De voorlopige verwachtte aankomsttijd van de Rickmers Seoul is 24 februari in de middag. Dat is wel jammer, goed kans dat we er dan pas laat op de dag aan boord kunnen… Maar het mailtje van de agent was in ieder geval bemoedigend, ze zouden doorgeven aan de havenautoriteit dat we verwacht waren en, als we ze ons hotel doorgaven, dan zouden ze zelfs, leek het, bereid zijn transport naar de haven voor ons te regelen! Dat zou mooi zijn… Zeker als we de lokale CMA CGM agent zo ver kunnen krijgen om ons naar een hotel te (laten) brengen. Maar een taxi is ook prima, we vragen het gewoon als het zo ver is.

We zijn vroeg en lang gaan sporten, bijna een uur totaal inclusief tafeltennissen, en we hebben toch echt het idee dat onze conditie er flink op vooruit gegaan is, samen met het traplopen. Dat zullen we in de Rickmers in ieder geval minder hoeven doen, daar zijn minder verdiepingen! We beginnen onderhand af te tellen voor de CMA CGM Columba, en ons te verheugen op de Seoul. Op het moment met name of de kok daar beter zal zijn of niet, we zijn deze onderhand goed zat aan het worden… Vanavond hadden we namelijk weer een creatieve uitspatting, als hoofdgerecht; “French pancakes”. Er was weinig Frans aan maar het waren twee smakeloze pannenkoeken met een tomaten-tonijn-paddestoel prutje erin, opgerold en met amper geraspte kaas erover in de oven onder de grill… Wij en Manfred waren er al niet zo kwijt van, en de officieren besloten duidelijk dat ze weinig keus hadden als ze tenminste niet met honger naar bed wilde gaan! De meeste namen er echter maar eentje in plaats van twee, en de kapitein koos wijs voor het heropgewarmd prutje van de lunch; lamsgehaktballetjes met mintsaus en polenta. Zelfs uit de magnetron nog altijd beter dan dit…

Ik ben ‘s avonds om 21:30 een mailtje gaan sturen en daarna nog even naar de brug gegaan. Hans was zo moe dat hij geen zin had om mee te gaan, en hij zou waarschijnlijk zo naar bed gaan. Ik heb uiteindelijk ruim een uur op de brug staan praten met de jonge officier en zijn Chinese collega, over van alles en nog wat… Het is erg moeilijk om in te schatten wanneer we in Singapore aankomen, omdat dat enorm afhangt van hoe lang we over Port Kelang doen. In principe was de afspraak met de loods om 7:30, en de bedoeling om om 9 uur aan de kade te liggen, met een laad- en lostijd van 14 uren, waardoor we dus rond middernacht al zouden vertrekken, maar zij dachten dat dat echt niet ging gebeuren. Om te beginnen zouden we nooit zo vroeg de haven in kunnen, en het laden en lossen zou ook waarschijnlijk langer duren, en dan was het nog maar afwachten wanneer Singapore zei dat we terecht konden; dat kon 8 uur later zijn, maar ook 24 uur later… Het leek er in ieder geval dus op dat we op zijn vroegst in de ochtend van de 23e aan zouden komen in Singapore, maar misschien ook later. Toen ik uiteindelijk na 22:30 naar beneden kwam lag Hans nog niet op bed want hij had toch zijn film uitgekeken; we zijn blij dat we zo veel films en series gedownload hebben! We hebben ook duizenden boeken bij, maar (zeker Hans) vindt het voorlopig wel lekker om gewoon lekker films te kijken.

Dag 26 vrijdag 20 februari 2015: op zee, 860 km

We hadden voor vanochtend een afspraak gemaakt met de kok via de messman om ons de vries- en koelcellen te laten zien, maar dat kon natuurlijk pas nadat het ontbijt voorbij was, dus we hadden een goed excuus om een half uurtje uit te slapen vanochtend! Daarna zouden we met Manfred een rondje op het dek lopen zodat we wat foto’s van hem konden maken. Dus we gingen pas rond 8 uur ontbijten, met onze helmen alvast bij voor later, en om 8:30 was de kok zo ver dat hij ons kon rondleiden. Hij was erg aardig, erg verlegen en had zo het oudere broertje van de verlegen kokshulp kunnen zijn geweest, maar hij kon in ieder geval iets beter Engels…

Vanuit de keuken was er een eigen trap binnendoor naar de vriescellen voor vlees en vis, en de koelcel voor groente, fruit, eieren, melk en kaas en andere producten die gekoeld moeten blijven. De vlees- en visvriescellen waren -15, de koelcel +5. We waren eigenlijk verrast over hoe klein de ruimtes (nog altijd kleine slaapkamer grote hoor) waren, maar op zich hoeven ze natuurlijk niet enorm te zijn, want er kan in vele havens bevoorraad worden. De “grote boodschappen” hadden ze in Rotterdam gedaan, en in Jeddah hadden ze alleen de verse dingen aangevuld zoals groente en fruit, waarschijnlijk doen ze dan in Singapore of China ook nog eens een keertje voorraad inslaan. We zien op de spullen die op tafel staan vaak adressen uit Singapore staan, dus dat lijkt ook een belangrijk inkoophaven te zijn.

Het was erg leuk om er even rond te neuzen, al was er in de vriescellen niet zo heel veel herkenbaars te vinden aangezien de meeste dingen nog netjes in dozen zaten. Geen halve varkens of hele vissen dus! Wel Nederlandse loempiaatjes van Mora… In de koelcel was er veel meer herkenbaars te zien. Eieren hebben we in ieder geval nog zat, en knoflook kunnen we ook nog een tijdje mee door! Ook de rijst lag in de koelcel, maar dat is misschien ook gewoon een extra bescherming tegen ongedierte.

We waren door de binnentrap naar dek A gelopen, en konden via een deur in een gangetje tussen de koelcellen de algemene gang instappen en oversteken naar de opslagruimte, voor droge goederen. Hier stonden de specerijen, sauzen, blikjes, potjes, honderden waterflessen en een ontelbare hoeveelheid wc-papier, en achter slot en grendel nog wat luxere dingen zoals wijn, koffie, nutella en koekjes en zo. Tot onze stomme verbazing was er ook pasta aan boord! Lasagnavellen, macaroni, spaghetti, noodles, vermicelli… De kok moest schaapachtig lachen toen we hem erop wezen; tja, de Roemeense officieren lusten nu eenmaal liever aardappelen en geen pasta; hij kon alleen af en toe wat noodles kwijt in de soep, meer niet…

Toen de kok klaar was zijn we met hem mee teruggelopen naar de keuken, waar we nog even hebben staan kletsen en rondkijken. Hans vroeg of de Filippijnen weleens ander eten kregen dan wij, en dat beaamde de kok, soms maakte hij verschillende dingen; kijk maar, de zalm is voor jullie vanavond, en de kip is voor hun. Zij krijgen ook mungo-bonen soep. Zouden wij dan ook eens een keertje Filippijns kunnen eten? Natuurlijk, dat was geen probleem! Nadat we afscheid genomen hadden van de kok – en Hans de kokshulp even had laten schrikken door hem vriendschappelijk op zijn schouder te kloppen (hij was net met een enorm mes uien aan het pellen) – zijn we naar buiten gegaan.

Ik belde voor we weggingen nog even vanuit het eetzaaltje naar de brug (overal zijn telefoons met een velletje met de nummers van iedere ruimte eronder), en we hebben nog even daggezegd in het scheepskantoor. De Chief Officer zat daar en waarschuwde ons om voorzichtig te zijn want er ging vanochtend iets omhooggetakeld worden uit de machinekamer via het ventilatierooster, dus liefst niet achterlangs de woontoren lopen. We zijn eerst naar achteren en beneden gelopen omdat we zeker wisten dat Manfred daar nog niet was geweest; de dummy en de rode matten stonden er nog, alleen de brandspuiten waren inmiddels weggehaald. Terwijl we op het onderdek stonden zagen we een eiland; ik denk dat dat het eerste land is dat we in ongeveer zeven dagen zien!

Toen liepen we naar voren via bakboord naar het anker toe. Het was al goed warm, en erg vochtig, maar toch wel lekker om even te wandelen en er is veel wind, dat scheelt een beetje (zelfs al is de wind zelf ook warm) – niet alleen de “echte” wind maar ook de eigen wind die het schip maakt! Toen we terug via stuurboord wilde lopen zagen we in de verte dat er geschilderd werd, de roestplekken die eerder opengebikt waren werden nu overal dichtgeschilderd. Dus moesten we terug via bakboord lopen. We hebben nog een beetje rondgeneusd maar de schilders waren inmiddels klaar en weg helaas; in het scheepskantoor vertelde de Chief Officer dat ze vuilnis omhoog gingen takelen; vieze smeerdoeken uit de machinekamer. Er waren een aantal havens waar ze gratis vuilnis kwijt konden, dus ze spaarden al hun vuilnis op, gescheiden waar mogelijk, en leverde het in die havens in.

Het optakelen ging echter pas na de koffiepauze plaatsvinden, vanaf 10 uur, en ging zeker een uur duren. Het was nu 09:30 dus Hans en ik besloten eerst maar even koffie klaar te zetten en naar de brug te gaan. Het was weer druk met schepen dus de vrolijke Chinees en zijn jonge collega waren af en toe druk bezig; ze vertelde dat de agent uit Port Kelang wel drie keer gebeld had vanochtend, en schijnbaar nu opeens wilde dat ze er al om 4 uur waren morgenochtend inplaats van 7:30. Dat ging nooit lukken, dan moesten ze 26 knopen varen – 24 zou net comfortabel lukken, 25 is het maximum maar dan zet je de motor op zijn max, 26 kan alleen als je wind en stroming meehebt en dat was niet het geval! Maar de jonge officier moest het allemaal nog zien dat ze zo veel eerder terecht konden.

Omdat ze er al eens eerder interesse in hadden getoond, stelde we voor of ze misschien wat foto’s van onze reizen wilde zien? De Chinees wilde graag reizen later als zijn baby zoontje wat groter was, en de jonge officier was duidelijk ook geïnteresseerd in andere plekken. Dat wilde ze heel graag, na de lunch bijvoorbeeld. Dus we spraken af in het admin-kantoortje een verdieping lager, daar is een grote vergadertafel.

Hans en ik gingen ondertussen koffie drinken en rond 10:45 kwam er eindelijk beweging in bij het ventilatierooster (ik was op dek D over het balkon gaan kijken, de kraan hangt namelijk onder dek D), dus we hebben gauw het laatste slokje koffie naar binnen gegoten en zijn weer terug naar buiten gegaan om te kijken. De schoonmaakploeg was druk bezig het dek te poetsen, en kwam daarmee af en toe in de weg van de vuilnisploeg, die net een lading van de smeerdoeken opgehesen hadden. Wij moesten op een gegeven moment zelfs op de vlucht voor de hogedruk spuit!

We hebben een tijdje staan kijken terwijl de mannen een grote lege plastic vloeistofhouder 1,50 x 1,50 x 1,50) van boven opensneden om dat als tijdelijke opslag voor de poetsdoeken te gebruiken. Toen werd het kooitje waar ze in hadden gezeten weer terug het gat van het ventilatierooster ingelaten, en opnieuw volgeladen. Tegen die tijd hadden we het wel gezien en was de schoonmaakploeg klaar dus konden we weer naar binnen. We hebben de rest van de dag naar zware motorolie geroken, terwijl we niet eens in de buurt zijn geweest van de doeken!

Mao de Chinees moest zich afmelden om 13 uur, hij had een ander klusje dat plotseling opgekomen was dus kon helaas niet meekijken naar de foto’s. Maar Manfred en de jonge officier waren er wel en hebben bijna twee uur gekeken naar onze foto’s en geluisterd naar de verhalen. We hebben ze een paar keer de kans gegeven om te stoppen maar met name de jonge officier zoog het allemaal op en wilde wel meer zien. We hebben uiteindelijk bijna alle verre reizen laten zien, en alleen een paar reizen in Europa overgeslagen. Hij vertelde toen hij onze Antarctica foto’s zag dat er een CMA schip ook naar Antarctica vaart en daar onderzoeksstations bevoorraadt en onderzoekers afzet.

‘Smiddags hebben Hans en ik een dutje gedaan want we waren moe; we hadden dan wel niet gesport maar wel twee keer alle 7 verdiepingen naar beneden en weer omhoog gelopen en buiten in de hitte gewandeld… Iets voor 17 uur zijn we weer even naar de brug gegaan en zagen net op dat moment een piepklein vissersbootje dat toch wel redelijk vlakbij het schip was. Het was dat wij net van koers veranderde omdat we de waypoint bereikt hadden, anders waren we dwars over hun zelfgemaakte boei en dus waarschijnlijk hun net gevaren. De klok werd weer een uurtje vooruit gezet, voorlopig hopelijk dus voor het laatst want nu zijn we gelijk met Maleisië, en een Filippijns bemanningslid ging alvast wat vlaggen buiten klaarmaken om gelijk te kunnen hijsen. Hans heeft nog een van de vlaggen kunnen redden voor hij overboord vloog, want die glipte uit de handen van het bemanningslid!

We zijn ‘s avonds rond 22:30 nog even naar de brug gegaan om te kijken wat de verwachtte aankomsttijd was in Port Kelang; de geplande tijd bij de loods-waypoint was 7:30, maar de agent had gevraagd of ze er ook om 6:30 konden zijn, en dan niet om 9 uur aanleggen aan de kade, maar om 8 uur. Verder zou er met 5 kranen voor ongeveer 14 uur geladen en gelost worden, dus we hadden een hele dag in Port Kelang. Het was dan nog minimaal 8 uur varen naar Singapore, maar de afspraak met Singapore kon pas gemaakt worden als ze Port Kelang verlieten, want dat wilde nog weleens onbetrouwbaar zijn qua afspraken. Maar goed, we zouden het zien, we moeten zoals het er naar uit ziet in ieder geval een nachtje in een hotel, misschien wel twee als de Rickmers Seoul laat op de avond van de 24e aankomt. En zo erg is het niet, het is misschien zelfs wel gemakkelijker dan gelijk van een schip naar het andere schip, want die tijden zullen niet nog precies perfect aansluiten.

Terwijl we daar stonden hebben we nog een beetje gekletst met de twee jongens; ze zeiden dat we net 10 minuten geleden boven hadden moeten komen, toen was het stervensdruk. Wij vonden het nu al druk, overal waar je keek zag je lichtjes van boten, maar dit viel echt mee volgens hun. Ze wezen een paar schepen aan die met schijnwerpers verlicht leken, en dat bleek te kloppen toen we door de verrekijker keken; het waren vissersschepen die met grote schijnwerpers op het wateroppervlakte schenen, daar kwam dan de vis op af. Ze dachten dat het inktvisvissers waren.

free counters