Dag 28 zondag 22 februari 2015: op zee, voor anker Singapore, 353 km

Vandaag was een hele rustige en een beetje onbestemde dag, want er was aanhoudende onzekerheid over wanneer we in Singapore de afspraak hadden met de loods. Toen we gisteravond naar bed gingen was het nog om 15:30 ‘s middags, vanochtend was het al 18:30 geworden (en aankomst in de haven is dan anderhalf uur later). We voeren de ongeveer 350 km dus op een slakkengangetje, want het schip kan zo’n afstand in principe in 8 uur afleggen als het moet. We werden daardoor wel aan alle kanten door andere schepen ingehaald, ongekend, dat waren de officieren niet gewend! De vaargeul door de Straat van Malakka was erg druk, we zagen constant schepen om ons heen – en redelijk smal, dus we zagen ook met enige regelmaat eilandjes.

We hebben nog, bij wijze van alvast afscheid nemen, ‘s ochtends tijdens hun dienst gekletst met de twee officieren waar we het meest mee omgegaan zijn: Mao de vrolijke Chinees, en Yener (een moeilijk te onthouden naam tot we het opgeschreven zagen). We gaven ze ieder een paar kleine delfstblauwe porseleinen klompjes als afscheidshebbedingetje. Mao was razend enthousiast en beloofde het aan zijn zoontje te geven – tot hij bedacht dat zijn zoontje nog maar 2 maanden was en het waarschijnlijk zo zou opeten. Yener is altijd een beetje een verlegen, bedachtzaam type maar leek het ook erg leuk te vinden. Yener gaf ons zijn externe harde schijf met wat reisfoto’s die hij gemaakt had tijdens zijn contracten, en gaf aan dat we ook van harte welkom waren om zijn films te kopiëren. Wij hebben als tegendienst wat van onze films op zijn schijf gezet en ook onze muziek.

Hans en ik wisten wel min of meer zeker dat we vannacht zouden kunnen overnachten op het schip, maar we moesten het toch wel nog even met de agent overleggen. Sowieso moesten we bij aankomst in Singapore naar het scheepskantoor om gezien te worden door de douane. Dus we zaten heel de dag toch een beetje te wachten op nieuws. In de loop van de avond bleek dat we niet gelijk naar de haven zouden gaan maar eerst naar de ankerplaats, en dan pas rond middernacht naar de kade. De officieren rolde hun ogen terwijl ze het vertelde, je wist het nooit zeker tot je aan de kade lag… Naarmate het vaarkanaal steeds smaller werd, zagen we steeds meer schepen van dichtbij – soms minder dan een kilometer van ons vandaan.

We zaten nog wat na te tafelen met Manfred tijdens het avondeten toen we opeens door het raam allemaal schepen vlakbij zagen, dus Hans en ik zijn gauw naar boven naar de brug gegaan; we waren bij de “parkeerplaats” buiten de haven van Singapore aangekomen. Singapore is de grootste haven ter wereld en de plaats waar schepen buiten de haven voor anker gaan is ook enorm. Overal waar we keken zagen we schepen! De loods was aan boord; een van de officieren vertelde ons dat de loods ons naar de ankerplaats zou brengen, van boord gaan, en dan later vanavond weer aan boord kwam om ons van de ankerplaats naar de haven te brengen… Onhandig, maar goed!

Terwijl we uiterst behoedzaam en langzaam naar onze aangewezen plek voeren tussen de andere schepen en voor anker gingen hebben Hans en ik buiten op dek staan kijken naar alle schepen om ons heen. Het was een mooi gezicht; de zon ging onder, in de verte richting zee lag een eiland, richting land zagen we al de lichtjes van Singapore, op het water om ons heen lagen overal schepen vlak op elkaar voor anker, daartussen voeren kleine vissersbootjes en zeilschepen… Terwijl het donker werd begonnen de schepen hun lichten aan te doen, en zag je de stad en de industrie en havens ook hun verlichting aandoen. Uiteindelijk lag er op de horizon een streep lichtjes, en om ons heen overal felverlichte schepen. Erg mooi! Hans heeft zijn dochter gebeld terwijl we op het balkon van de brug stonden te genieten.

Terwijl we buiten op het balkon van de brug stonden (Manfred en de Zwitser waren er ook) kwam rond 19:30 toen de loods nog maar net goed en wel weg was opeens de kapitein naar buiten met de Chief Officer achter hem aan. Hij wilde een foto van ons maken! We hebben dus met zijn allen geposeerd voor een staatsieportret en nog wat nagekletst over van alles. De kapitein vertelde dat (ik geloof) tien jaar geleden Port Kelang nog een kleine kade was met maar 2 kranen. Nu zijn het er 45 en is de kade 5 km lang en steeds langer aan het worden! De vaste grap is dan ook om aan de loods te vragen wanneer de kade het loodsontmoetingspunt bereikt.

Op een gegeven moment verdween de kapitein weer en bleven wij nog even kijken in de schemering. Toen we terug binnen op de brug waren was alleen Mao er samen met een Filippijn, zij hadden wacht; omdat de schepen zo dicht op elkaar voor anker lagen moest er gewoon nog wacht gedraaid worden, je wist maar nooit tenslotte! Mao kwam helemaal enthousiast naar ons toe: onze reisfoto’s circuleren nu dankzij Mao op het netwerk van het schip, hij wilde ze nog zo graag zien dat we ze op usb gezet hadden voor hem, en hij had ze op het netwerk gezet. Hij was zo enorm enthousiast over de foto’s dat hij ze ook voor zichzelf gekopieerd heeft en ook naar zijn vrouw in China gestuurd had en haar erover gebeld! Arm mens… We hebben een tijdje nog met hem gekletst over de foto’s en plekken waar we geweest waren, ondertussen hielden Hans en ik en de Filippijn de boel een beetje in de gaten of de kapitein niet opeens weer naar boven kwam; het was niet echt de bedoeling dat ze foto’s keken tijdens hun wacht… Mao lette ook wel op maar raakte zo meegesleept door zijn eigen enthousiasme dat hij alles om zich heen een beetje vergat!

free counters