Dag 29 maandag 23 februari 2015: aankomst Singapore, 18 km – van boord – War Memorial

We waren om 23 uur naar bed gegaan, en we wisten dat het zou gebeuren, alleen de vraag was hoe laat; als we in Singapore aankwamen moesten we namelijk naar het scheepskantoor om de douane te ontmoeten. De telefoon ging om 2:45, of we alsjeblieft om 3 uur beneden konden zijn? Pfffff! Dat deed dus zeer! Hans en ik schoten slaapdronken in onze kleren en liepen naar beneden; Manfred, enigszins verkreukeld en brommerig, verscheen kort na ons en de Zwitser kwam pas veel later. Manfred had gehoopt dat hij niet hoefde te komen omdat hij niet van boord ging in Singapore, maar helaas! We waren gevraagd om er om 3 uur te zijn, maar zo te zien was het schip pas om 2:45 aangelegd, dus dan is de kans heel klein dat de douane er ook gelijk is! Maar goed, we zaten er nu eenmaal dus bleven maar zitten. De Chief Officer was – in tegenstelling tot ons – uiterst wakker, vrolijk en energiek; hij was nog niet naar bed geweest en zou dat de komende uren ook nog niet kunnen. Maar hij hield ons met plezier wakker, zette een muziekje op, bood thee en koffie aan, en deed ondertussen zijn werk.

Het is dat het zo vreselijk vroeg ‘s ochtends was, maar op zich was het wel leuk om de drukte in het scheepskantoor mee te maken. Pas rond 3:30 uur verscheen de douane aan boord en kregen we een tijdje daarna (hij moest eerst het schip inklaren samen met de kapitein geloof ik) de immigratieformuliertjes om in te vullen. Ik ben een tel in het kantoortje geweest om te vragen hoeveel dagen hij wilde dat ik invulde voor verblijf in Singapore (2 dagen aan land, een op het schip), maar voor de rest hebben we hem amper gezien en niet gesproken. Toch moesten we er persoonlijk zitten – een aparte regel uniek voor Singapore. Die trouwens alleen gold voor de passagiers… We spraken ook gelijk de CMA CGM agent over transport naar een hotel te regelen en 1-2 nachten in een hotel voor ons te boeken. Hij zou ons om 13 uur laten ophalen, en zou 2 nachten regelen voor ons in het hotel dat door de rederij gebruikt wordt. Hans deed heel gewiekst ook regelen dat de Zwitser, die ook van boord moest, in hetzelfde hotel gezet werd en met dezelfde bus opgehaald zou worden. De Zwitser was hem alleen maar dankbaar, en het scheelde ons de helft van de transportkosten á 50 US dollar per ritje!

Alles was in ieder geval om 4:15 geregeld, we kregen onze paspoorten met stempel, immigratieformuliertje en brief van het schip (waarin verklaard wordt hoe we het land binnengekomen zijn) mee en konden weer even naar bed voor 3 uurtjes… Maar we konden het niet laten om toch eerst nog even een paar minuutjes op het balkon op ons dek te staan kijken naar de bedrijvigheid! Het deed erg veel zeer om om 7:15 op te staan na dit verstoorde nachtje. Maar goed, straks zitten we een dag in een hotel en kunnen we rusten. We hebben gedoucht, de spullen verder ingepakt, en waren rond 11 uur helemaal klaar met alles. Toen zijn we nog wat rond het schip gaan lopen, op de brug kijken en beneden in het scheepskantoor, tot het tijd was voor de lunch. We namen onze kleine bagage mee naar het eetzaaltje, bemanningsleden zouden zich gelukkig over de loeizware koffers ontfermen, dat had de Chief Officer geregeld voor ons.

Na de lunch zijn we van boven naar beneden gegaan, afscheid nemend van wie we tegenkwamen. De kapitein zat niet meer in het scheepskantoor, maar iemand zei dat hij nog aan het lunchen was; dus we gingen even nog terug omhoog naar dek B om afscheid van de kapitein te nemen, de Zwitser in ons kielzog… Nee, helaas, die was net terug naar zijn kantoor (op dek G…)! Pfffff dus nog maar even in de kleffe hitte die de airco niet kan bestrijden alle trappen omhoog naar dek G! Maar uiteindelijk is het toch gelukt en hebben we afscheid kunnen nemen van iedereen. We hebben uiteindelijk aan Mao en Yener, mijn vriend de vriendelijke reus en aan de Chief Officer ieder een paar kleine delftsblauwe klompjes gegeven om te bedanken voor hun tijd en interesse en alle uitleg en verhalen die ze ons gegeven hebben.

De Chief Officer wilde er niet van horen dat we (of zijn bemanning) de bagage de loopplank af zouden slepen, dus hij regelde dat men de provisiekraan zou gebruiken om onze bagage en die van de Zwitser naar de kade te tillen. Dat hadden ze de eerste dag ook wel mogen doen, pfffff! Maar we waren er dolblij om. Het busje stond klaar, met een enorm chagrijnige chauffeur, die zelfs een beetje agressief was. Hij bracht ons van het terrein af, en stopte bijna gelijk zodra het kon buiten de port want hij wilde eerst zijn 50 US dollar hebben! Hij bracht ons naar Bay Hotel, een hoog, smal hotel ingeklemd tegen een heuvel en een viaduct aan. Het is duidelijk dat er ruimtegebrek is in Singapore!

We kregen bijna een beroerte toen we de prijzen zagen bij de incheckbalie; 260 SGD voor een kamer, dat is ongeveer 170 euro per nacht! Maar we werden door een heel lief meisje geholpen die gelukkig de boeking keurig doorgekregen had en ons alle voordelen gaf dat een bemanningslid van CMA CGM ook zou hebben; de minibar was gratis, ontbijt en de kamer waren met bedrijfskorting, en we waren in principe voor 2 nachten ingecheckt maar we konden ten alle tijde laten weten of we het verblijf wilde verkorten of verlengen, al naar gelang wanneer ons schip aankwam. In principe was uitchecken om 12 uur, maar we konden kosteloos tot 14 uur blijven, en langer verblijf was ook geen probleem maar dan moest ze helaas wel iets extra’s rekenen… “En wat deden we eigenlijk precies op het schip?” Euh, wij zijn passagiers (ik zag alle bedrijfsvoordelen al gelijk het raam uitvliegen…); “oh jeetje wat typisch, leuk. En gescheiden bedden? Oh hihi ik snap het al vader en dochter zeker”. Euh nee, we zijn getrouwd maar in warme landen slapen we graag gescheiden vanwege de hitte… “Maar maar, verschillende achternamen, en de leeftijd”… Ze was even helemaal van haar stuk gebracht! Maar met wat grapjes kwam ze al gauw weer bij en heeft ons nog een kaart van Singapore gegeven en gewezen waar het metrostation en een grote shopping mall was, we hoefde ons niet te vervelen. Ze liep zelfs met ons mee naar de lift, want ze wilde weten wat onze route was met het schip, en hoe we er bij kwamen om zoiets avontuurlijks te gaan doen (zelf had ze watervrees…). Leuk!

Toen we eenmaal de deur van onze dure kamer opendeden moesten we haast lachen; het was piepklein! Je stapte eigenlijk via een soort open badkamer met wastafel/koffiemeubel, matglazen douche en matglazen wc gelijk tegen de twee tegen elkaar aangeschoven bedden aan, dat was de rest van de kamer. Als je langs het voeteneind van het bed schuifelde (oppassen dat je de flatscreen tv op de muur niet raakte) dan kwam je nog in een vrije meter bij het raam, hier stond een piepklein tafeltje en stoeltje. We hebben gelijk de gordijnen maar dicht gedaan want we keken haast bij de buurflat naar binnen, zo dichtbij stond die! De kleinste slaapkamers in Japan waren royaal vergeleken hierbij! Maar we hadden wifi, dat dan weer wel…

We hebben even gerust, geinternet en plek gezocht voor onszelf en onze bagage in de kamer voor we besloten om maar gelijk weer de deur uit te gaan en iets te gaan doen. Er waren twee dingen die wel interessant waren volgens ons van te voren uitgezochte routeboek, maar te ver uit elkaar om samen te doen in een middag: Kranji Commonwealth begraafplaats en een oude Japans begraafplaats, dus we besloten voor Kranji te gaan. Om 14:30 liepen we naar de shopping mall waar ook het trein/metrostation in zat; omdat we alleen met cash konden betalen bij de kaartenautomaten hebben we 50 SGD opgenomen van de visa (er waren weinig andere opties, het station was keurig netjes maar er was geen loket, alleen automaten), maar de kaartjesautomaat kon maar maximaal 4 SGD wisselgeld geven, en we hadden 10tjes en 20jes gekregen maar wilde twee enkeltjes á 5,20 kopen, dus weigerde de automaat... Grrrrrr!!! Gelukkig was er een informatiebalie die ook als wisselkantoortje dienst deed, dus konden we de cash verkleinen en onze kaartjes kopen.

We waren echt onder de indruk van de schone, lichte, nette metrohallen. Het perron had schuifdeuren die automatisch open gingen als de metro er was, en op de vloer stonden pijlen waar je moest gaan staan; uitstappende mensen recht via het midden naar buiten, instappende mensen via de zijkanten van de deuren naar binnen. Het werkte goed! Het perron en de metro hadden airco, waar we ook wel heel blij om waren, en het viel ons op dat echt bijna iedereen op zijn telefoon zat te turen. Er waren hoge boetes voor eten en drinken in de metro zelf, en iedereen leek de gereserveerde stoelen voor ouderen/zwangeren/invaliden te respecteren; als er geen stoel vrij was werd er op zo’n stoel gezeten, kwam een ouder iemand het metrostel in dan werd er redelijk direct opgestaan (wel zonder enige vorm van bevestiging naar elkaar toe, gek genoeg).

We moesten twee keer overstappen, wat ook uiterst soepel ging. Op gegeven moment kwam de metro bovengronds en kregen we een beeld van de stad; de ene torenflat na de andere! Grond is echt een kostbaar goed, en de torenflats waren dan ook erg hoog. Het viel ons op dat de torens allemaal individueel genummerd waren; een beetje vreemd maar eigenlijk best slim, want zo maakte je een individueel adres gelijk een stuk simpeler om te vinden.

Wij moesten uitstappen in Kranji, maar we hadden gezien dat er iets aan de hand was bij het station voor die van ons, Yew Tee. Er was wel vervangend vervoer ingezet van Yew Tee naar Kranji, dus we besloten het risico maar te nemen. Uiteindelijk werden de metrostellen nog een halte eerder leeggeveegd en de mensen naar de gratis bus shuttles gestuurd. Dat was even onduidelijkheid en drukte, want de mensen die met de shuttle moesten stonden in dezelfde busterminal als de mensen die met de gewone bussen moesten, tot er omgeroepen werd waar de shuttle zou aankomen. Hans en ik hadden geluk dat we redelijk dichtbij stonden, en ook nog eens dat we relatief groot en stevig waren vergeleken met de meeste andere mensen die daar stonden (weinig Westerlingen!), dus we konden min of meer ongestoord richting de shuttle schuifelen zonder al te veel gepasseerd of opzij geduwd te worden. En op de een of andere manier pasten we zelfs nog in de eerste, behoorlijk volle, shuttlebus!

De bus stopte onderweg bij Yew Tee en het werd duidelijk waarom ze een station eerder besloten hadden de bussen in te zetten, want Yew Tee was een heel klein station zonder goede parkeerplek, en het station waar wij eruit gemoeten hadden had een complete busterminal. Het busritje duurde al met al iets van een half uur, en rond 16:30 kwamen we aan bij Kranji station. Het was op zich niet zo heel ver lopen naar de begraafplaats, wel was het onduidelijk waar precies de entree was, dus we moesten het nog even vragen aan een vrouw in een tolhuisje. Onderweg aten we een zakje groene erwtjes uit de minibar; ze waren gedroogd en met een krokant laagje, als een soort van borrelmix; apart maar wel lekker. Om 16:45 waren we er dan eindelijk!

Op de begraafplaats van Kranji liggen ongeveer 4.500 soldaten begraven van allerlei nationaliteiten, vooral Engels en Indiaas, maar ook een paar Nederlanders (die konden we helaas niet vinden), en op het grote monument boven op de heuvel worden rond de 24.000 gevallenen herdacht. Er stonden nog allerlei andere monumenten, zoals voor een groep krijgsgevangenen die overleden waren in een kamp, of een monument voor (overwegend Indiase) soldaten die niet begraven waren maar gecremeerd. Bij de graven stonden ook graven met het opschrift “begraven in de buurt” of graven zonder naam, waarbij diegene nooit geďdentificeerd was. Het was een mooie begraafplaats, alleen we waren nog niet goed en wel door de poort gelopen of er begon een tropische onweersbui neer te storten, te donderen en te bliksemen! Hans en ik zijn dus opgesplitst; Hans zocht naar Nederlanders tussen de graven en ik ben het grote monument op de heuvel gaan bekijken.

Toen we allebei bij het grote monument waren barste de hemel echt open en moesten we schuilen, maar kwam ook de bliksem behoorlijk dichtbij. Misschien niet zo heel slim om bij een onweersbui op een heuvel in iets te schuilen met een hoge piek erop, maar goed, er is niets gebeurd en het was allemaal massief steen om ons heen dus dat isoleert vast wel een beetje! We hebben het grote monument bekeken en gewacht tot de regen wat minder zou worden, maar echt opschieten deed dat niet, plus we waren al redelijk doorweekt en het was al 17:15 (en we moesten nog helemaal terug), dus we besloten maar gewoon terug naar de metro te lopen want het maakte toch weinig meer uit hoe nat we waren!

Bij Kranji station aangekomen zagen we dat er nog steeds overvolle bussen aankwamen met mensen uit de richting van Yew Tee, maar dat de bussen die terugreden zo goed als leeg waren. Goed kans dus dat die treinen ook redelijk leeg waren, plus de andere kant op gaan kon ook maar was langer. Dus Hans stelde voor om het risico te nemen en de bus terug te pakken naar het station waar we uitgestapt waren en van daar weer terug naar het hotel te proberen te komen. Dat bleek een prima plan, want de bus was inderdaad lekker leeg en de trein om te beginnen ook!

Tegen de tijd dat we bij ons station waren, Harbourfront (lekker gemakkelijk een eindstation), waren we redelijk opgedroogd en was het al rond 18:30 uur. Maar we zijn toch nog even naar de hotelkamer gegaan om een beetje op te frissen en iets droogs aan te trekken voor we terug het shopping mall in gingen. De lokale Rickmers agent had inmiddels geantwoord op ons mailtje dat het schip pas de 25e om 7 uur aan de kade zou liggen, en we om 8:30 opgehaald konden worden. Jammer van het extra nachtje, maar het is niet anders! We hadden begrepen dat er een foodcourt moest zijn in de shopping mall, en dat leek ons wel wat, maar we konden eigenlijk helemaal niets vinden om een beetje behoorlijk te eten en zwierven verdwaald rond in het enorme, onduidelijke, verwarrende winkelcomplex, tot we een Zuid-Koreaans hotpot restaurantje tegenkwamen. We hadden honger en het was al 19:30, dus besloten er maar voor te gaan. Uiteindelijk best lekker! Toen we na het eten al rondzwervend door het winkelcomplex de uitgang zochten vonden we een kleine foodcourt, damn…

Terug op de kamer hebben we gedoucht en een lekker kopje koffie gezet voor onszelf. Een beetje opgeknapt zijn we na uitgebreid internetten (we moesten wat verloren tijd inhalen…) naar bed gegaan. Ik kreeg ‘s avonds nog het bericht dat mijn oma van 95 overleden was; ze had na het overlijden van opa in 2012 niet echt veel zin meer om door te leven en was lichamelijk al een paar jaar op. Nu was ze pas een paar dagen daarvoor verhuisd naar een verzorgingstehuis, en dat was waarschijnlijk te veel voor haar geweest. Ik was blij om het bericht gelijk ontvangen te hebben, net nu we toevallig goed internet hadden, en het niet pas twee weken later te lezen.

free counters