Dag 31-33: woensdag 25 - vrijdag 27 februari 2015: Singapore - aan boord, vertrek

Dag 31 woensdag 25 februari 2015: Singapore – aan boord, 0 km

Vandaag was een avontuur om aan boord te komen… We rekende ‘s ochtends af in het hotel en kregen een prettige verrassing; de rekening was niet 500 SGD zoals op het voorlopig visa-bonnetje stond dat we gisteren gekregen hadden, maar 400,18 SGD. Dat is zo’n 240 euro, nog altijd een astronomisch bedrag voor twee nachten in die kamer, maar toch een leuke korting – de bedrijfskorting was zo’n 23% geweest – en volle pond had het ons 520 SGD gekost. We werden netjes om 8:30 opgehaald door een vrolijke Indiase jongen in een busje die ons naar de main gate van Jurong Port bracht. Dit ritje zou ons volgens onze e-mailcorrespondentie met de agent van Rickmers 70 US dollar kosten; standaard bedrag is 50 dollar voor de rit zelf, maar daarbij dus nog iets van omgerekend 15 dollar voor een pasje om de haven op te mogen en 5 dollar, tja, administratiekosten voor de moeite zullen we maar denken…

Bij het havenkantoortje gekomen moesten we naar binnen om een pasje te halen. De dames achter de balie (het leken nog schoolkinderen in onze westerse ogen) tuurde naar de brief die we van CMA CGM hadden gekregen om het land in te mogen, het immigratiepapiertje, ons paspoort en de brief die de Rickmers agent voor ons gemaakt had om het land weer uit te mogen. Conclusie, we hadden helemaal geen pasje nodig want we waren geen bemanning maar passagiers en gingen helemaal niet nog van het terrein af, we gingen toch rechtstreeks naar het schip en dan vertrekken? Juist. Geen pasje nodig. Mooi, dachten Hans en ik, scheelt ons dus straks weer 20 dollar op de rit!

Toen moesten we door naar de entree naar de haven, waar ook de immigratie zich bevond. De chauffeur deed zijn verhaaltje, maar in plaats van door te mogen rijden moesten Hans en ik uitstappen en met alle zware bagage over het hekje stappen en naar het gebouwtje lopen en daar ergens naar binnen. Bij het gebouwtje gekomen was niet duidelijk welke deur of wat we naar binnen moesten, tot iemand opeens haar hoofd uit een deur stak. Hier naar binnen, immigratie. Immigratie tuurde naar onze papieren en blafte: “waar is jullie pasje? Jullie moeten pasje van havenautoriteiten hebben!”. Ja, daar zijn we net geweest en die zeggen dat een pasje niet nodig was. Ze leek het er niet mee eens te zijn maar ok, prima, haalde haar schouders op en zei loop maar door. Waardoor? Door de tourniquet. Jeetje, moesten we met onze koffers door die tourniquet persen? (en waarom moesten we eigenlijk überhaupt met al onze bagage zeulen, er keek niemand naar…) Ze liep wel mee dus ik hoopte dat ze ergens een aparte deur of hek open zou doen maar toen ging ze weer naar binnen met een “zoek-het-uit” blik, en de beambte aan de andere kant leek van niets te weten. Waar is jullie pasje? Zonder pasje niet doorlopen. Ja maar we hebben geen pasje nodig zegt men!

Tja de beambte aan de andere kant van het hek leek er niets van te snappen en liet een voorbeeld van een pasje zien. Dit schoot niet op en onze chauffeur was al gemaand door te rijden want hij hield alles op, dus die stond ergens aan de andere kant op ons te wachten! We liepen terug naar de vrouw in het hokje, en gaven aan dat hij ons niet doorliet. Nee logisch, jullie hebben geen pasje! Ja maar… Ze kwam naar buiten, vouwde haar armen en zei letterlijk “laat maar zien hoe je denkt door het hek te kunnen zonder pasje!”. Maar WIJ zeggen niet dat we geen pasje nodig hebben, dat zeggen de havenautoriteiten in hetzelfde gebouwtje waar U zegt dat we dat pasje moeten gaan halen!!! GRRRRR. We zaten muurvast; de ene partij vond het niet nodig om ons een pasje te geven, en de andere partij wilde ons niet doorlaten zonder pasje.

Dus maar terug lopen, dit keer naar het kantoortje van de havenautoriteiten, met onze zware koffers op sleeptouw want de chauffeur was nog altijd nergens te bekennen… De meiden in het kantoor keken een beetje verstoord dat we terugkwamen; waarom laten ze jullie niet door? Tja, Joost mag het weten… De meiden gingen in conclaaf, gingen bellen met onze papieren en paspoorten in de hand, en net toen kwam de chauffeur binnenstormen, hij had ons eindelijk gevonden! Hij ging in discussie met de meiden, liep samen met een van de meiden (en onze paspoorten) naar buiten, die wees, hij verdween weer, kwam terug een tijdje later met twee politieagenten van de douane, de agenten verdwenen met de baas van het kantoortje (en onze paspoorten) in een kamertje, het was allemaal een grote en heftige discussie. Ondertussen zat de chauffeur constant te bellen, waarschijnlijk met de agent van Rickmers.

Op een gegeven moment kwamen de twee douaneagenten en de baas van het havenkantoortje weer naar buiten, en gingen in discussie met de chauffeur. We besloten er ons maar eens mee te gaan bemoeien en liepen erop af want het was duidelijk een beetje in een impasse geraakt. Volgens de douane waren we passagiers en geen bemanning, en moesten we dus via een andere entree de haven in en daar door de douane uitklaren. Niet hier, hier kon alleen bemanning door. De havenautoriteit was het er niet mee eens, die vond dat we hier gewoon door moesten kunnen. Wat een onzin allemaal, maar goed, duidelijk dat er ergens een spraakverwarring moest zijn en dat het waarschijnlijk eenvoudig op te lossen was… Er zijn tenslotte wel meer mensen als passagier in Singapore opgestapt. Ik belde dus de agent, en die was al op de hoogte, hij vertelde dat de chauffeur ons eventjes terug naar het hotel zou brengen, hij zou het ondertussen allemaal regelen met de douane, en dan werden we weer opgehaald en teruggebracht en zou het allemaal in orde komen. Pfffff!

Dus terug in de auto met onze bagage, maar onderweg zag Hans dat we helemaal niet naar het hotel teruggingen. Hoe zat dat? Ja sorry zegt de chauffeur, de agent belde net en zei dat ik jullie naar West Port moest brengen, hij zou daar ook zijn en dan zouden we het allemaal regelen. Toen we aankwamen ging de telefoon van de chauffeur weer; nee sorry, de agent komt niet persoonlijk, maar hij heeft het wel allemaal geregeld; er komt hier een bootje jullie ophalen en naar het schip brengen. Oh, en kunnen we even afrekenen? Dit ritje heeft 120 dollar gekost. He, wat? Pardon??? Ja zei de chauffeur, van hotel naar Jurong en van Jurong naar West Port kost 120 dollar. Hans en ik konden niet geloven wat we hoorde. Ik zei nog, bedoel je misschien Singapore dollar? Nee, US. Ja, maar de agent zei dat het 70 dollar zou kosten om ons van hotel naar schip te brengen, en we zijn nog niet bij het schip, plus dat bedrag was inclusief de havenpas, die we overduidelijk niet hebben! Kijk maar, hier is het mailtje van de agent dat we afgesproken hadden 70 dollar te betalen (inclusief pas), dus schrijf de rest maar af op de agent en niet op ons…

Ik belde dus weer naar de agent, want het maakte de chauffeur op zich niet zoveel uit wie er betaalde, maar hij was nog niet helemaal overtuigd dat het zo ging lukken. Tijdens het gesprek bleek dat de boot ook nog iets zou kosten. Hoeveel dan? Ja dat moest de agent even checken, moment hij zou terugbellen. 5 minuten later belde hij terug; zonder blikken of blozen vertelde hij doodleuk dat de boot nog eens 120 dollar extra zou kosten! Toen werd ik kwaad, de rekening stond onderhand al op 240 dollar om van het hotel naar het schip te kunnen komen! Ik zat toevallig goed in mijn woorden en vertelde de agent wat ik er allemaal van vond, het was toch te gek voor woorden dat we deze reis geboekt hadden bij Rickmers en alles in principe in orde zou moeten zijn en nu opeens dit gedoe, er kwamen steeds meer kosten bij, het is toch @#$#$# niet de eerste keer dat een passagier in Singapore aan boord gaat, enz enz enz… En hoe precies weet ik niet meer maar ik heb op de een of andere manier alles erafgepraat, zelfs nog de 20 dollar voor het pasje! Uiteindelijk dwong ik de agent om samen met mij stap voor stap door te lopen, waarbij ik iedere stap herhaalde zodat de chauffeur en Hans het ook hoorde: exact wat de chauffeur (die met ronde ogen zat te luisteren) kon verhalen op de agent, en wat voor de rekening van de agent was, en wat wij zouden betalen en vooral, wat wij voor iedere stap zouden krijgen. Dus met 5 minuten praten kreeg ik de rekening van 240 dollar terug naar de 50 dollar voor het ritje zelf, en de rest zou allemaal op de agent (en dus Rickmers) verhaald worden!!!

We hebben voor de chauffeur wat bonnetjes getekend zodat hij al zijn kosten kon verhalen, hem de beloofde 50 dollar betaald, en hij bracht ons de terminal in voor de watertaxi’s. We namen afscheid van hem want ons bootje stond al te wachten, en Hans gaf hem nog 10 dollar extra voor alle moeite en ellende; het was tenslotte een aardige knul die er ook niets aan kon doen dat de agent zijn administratie niet op orde had gehad. Al met al dus 180 dollar verdiend deze ochtend! We liepen achter een mannetje aan die ons naar de juiste watertaxi bracht, en met de koffers op het open dek en de tassen binnen op de bankjes scheurde we de vrachthaven in, langs boorplatforms en vrachtschepen die aan de kade lagen. Er werden nog een paar andere mannen afgezet op andere bootjes onderweg (overigens BESTAAT het niet dat dit bootritje 120 dollar moest kosten, dit is gewoon een lokale watertaxi en zoals gezegd, niet eens exclusief voor ons gereserveerd of zo!!!), en toen eindelijk begon de groen+crèmekleurige romp van de Rickmers Seoul in zicht te komen!

Eenmaal langszij duurde het een tijdje voordat men aan boord tijd had om de loopbrug neer te laten. Hans en ik zaten ons ondertussen af te vragen in hoeverre we nu eigenlijk op dubieuze wijze het land aan het verlaten waren. Er was wel een douanebeambte geweest bij de watertaxiterminal in West Port, maar die had alleen maar even in ons paspoort gekeken, verder geen uit-stempeltje of zo gegeven… Officieel waren we dus niet uitgeklaard; maar misschien kwam dat nog als we eenmaal aan boord zaten, bij vertrek? Toen de loopbrug ver genoeg gezakt was om er bij te kunnen werd onze bagage aangenomen door bemanningsleden, en konden we aan boord. Hans heeft nog een bonnetje getekend voor de administratie van de watertaxichauffeur, die niet zo spraakzaam was omdat hij waarschijnlijk weinig tot geen Engels sprak, maar wel even wilde weten waar we vandaan waren, en ons bij vertrek een vriendelijk knikje gaf.

Hans en ik waren dolblij dat we eindelijk aan boord waren! Het was inmiddels 11 uur, heel deze onzin had 2,5 uur geduurd! We werden hartelijk welkom geheten door iedereen die ons zag, en naar binnen de woontoren ingeloodst. Het was een lichte cultuurschok na de schone, nette, strak-in-de-verf Columba… De Seoul is 10 jaar ouder en een beetje doorgeleefd, gedeukt, roestig, vies en groezelig… Dat wordt wel even wennen! Onze kamer, de “owners cabin”, (de duurste passagiershut, naast die van de kapitein), was ook een beetje groezelig en muffig, twee kleine donkere hokjes (woon- en slaapkamer) met een vaalkleurig tapijt, kleine ramen en donkerhouten meubels. De badkamer is klein, met een paar losse tegels… Het was in ieder geval wel redelijk schoon in de kamer, al leek het door de stoffering op het eerste gezicht niet zo. Het wordt allemaal even wennen, we zijn op de CMA CGM duidelijk verwend geraakt wat betreft vrachtschipreizen… Daar is ook waarschijnlijk wat meer budget om de boel strak in de verf en schoon te houden; de Indiërs die ze aan boord hadden waren bijvoorbeeld uitsluitend bestemd voor de poets-, boen-, verf-, schuur-, bik- en andere onderhoudsklusjes… Wat ons wel gelijk opviel was dat iedereen hier aan boord ons gelijk heel hartelijk welkom heette, terwijl het op de Columba (in het begin) wat afstandelijker was.

We waren vies, moe en bezweet, maar we waren in ieder geval aan boord! Terwijl we voor onze kamer stonden te praten met de derde officier die ons naar boven gebracht had kwam de kapitein ook even kennis maken en ons welkom heten. We waren voorlopig de enigste passagiers, wat we eigenlijk ook wel verwacht hadden. Hij zei nog dat vertrek gepland was om 15 uur op de 26e (eerder dan gepland), en zolang we maar om 12 uur aan boord waren konden we tot die tijd nog van boord als we wilde. We moesten lachen en zeiden dat het zo veel moeite gekost had om aan boord te komen, we gingen er in Singapore echt niet meer af!

De kapitein zei ook nog dat er “wat” blikjes in ons koelkastje lagen, als een welkomstcadeautje zeg maar. Toen we het koelkastje later opentrokken om onze eigen 4 blikjes in te doen vanuit het hotel lag die al zo goed als vol met zeker 10-15 colablikjes en 10-15 Fantablikjes! Ook stonden er zes flessen mineraalwater; dat vonden we geen verrassing, dat was op de Columba ook, die hadden prima drinkwater in de kranen maar dronken allemaal flessenwater en gebruikte het zelfs in de waterkoker bij het ontbijtbuffet. Wat wel een verrassing was, was dat toen we een paar dagen later om nieuwe flessen vroegen aan de messman, hij zei dat hij dat aan de kapitein moest vragen want die beheerde de slopchest, of zoiets. Oh? Maar drinken jullie dan normaal gezien gewoon kraanwater? Ja knikte de messman. De Columba had dus duidelijk meer budget dan de Seoul heeft! Toen zijn wij dus ook maar overgestapt op kraanwater.

We hebben onszelf een beetje geïnstalleerd en alvast wat dingen uitgepakt en ingericht, tot het tijd was voor de lunch. De eetzaal was nog oubolliger dan die van de Columba (die was alleen oubollig ingericht maar wel met nieuwe meubels, deze was niet alleen oubollig ingericht maar ook met meubels uit een antiekwinkel leek het wel!), en de lunch was koud; koude frietjes, maïs recht uit blik, en koud vlees (maar wel lekker gebakken). Dat was geen goed teken… De soep vooraf was trouwens lekker aspergesoep, en lekker warm. Toe kregen we een kiwi, die al klaarlag bij ieder bord. Helaas brak bij Hans tijdens het eten opeens een stukje van zijn brug af! Gelukkig zie je het amper als je het niet weet, en heeft hij er verder geen last van (behalve dat hij nu een vals scherp hoektandje heeft), dus is het geen acuut probleem, maar het was onderhand een risico want de brug is al meer dan 10 jaar oud en dus aan het einde van zijn levensduur aan het raken. Toch balen!

We zijn na de lunch het schip een beetje gaan verkennen en ontdekte dat het pilotdek boven ons (wij zitten op D) een ideale plek was om buiten te staan kijken – je kon er namelijk helemaal rond lopen. Op de brug werd Hans gelijk door een externe elektricien aangezien voor de kapitein en die begon gelijk een of ander probleem uit te leggen, en hebben we ook even rondgekeken nadat we uitgelegd hadden dat we alleen passagiers waren. We moeten enorm wennen aan het feit dat dit schip bijna de helft kleiner is, en dus alles veel dichter op elkaar ligt – zo willen we steeds te ver doorlopen om naar de trap te lopen! Ook de verdiepingen zijn minder: “maar” 7 verdiepingen totaal in plaats van 10 op de Columba – we hoeven nu maar 3 trappen omlaag naar de eetzaal.

Rond 14 uur zagen we opeens activiteit bij de kraan direct voor ons raam, en zijn we gelijk naar boven en naar buiten gegaan, want ze gingen het grote motorjacht lossen dat recht voor de woontoren lag en zeker zo’n 25 meter lang moest zijn. Leuk! Het duurde wel een uur voor ze het jacht eindelijk voorbereid hadden om te tillen, en voorzichtig in de harde wind naar de rand van het schip gemanoeuvreerd hadden om in het water te laten zakken. Het jacht heeft geen schrammetje gekregen, maar toch was het maar goed dat de eigenaar er niet bij was om te zien hoe het ging, want toen het vrij hing in de lucht konden de mannen op het dek het amper houden in de harde wind; ze hadden lijnen gespannen om het te begeleiden en stonden op gegeven moment met 7 man aan een lijn te trekken, om te voorkomen dat de punt van het jacht tegen een structuur op het schip zou stoten… Het scheelde vanuit waar wij stonden zo te zien nog maar nauwelijks een halve meter.

Eindelijk lag het jacht in het water en gelijk stapte er een team van afbouwers van een wachtend bootje over naar het jacht om het jacht voor te bereiden en naar zijn ligplaats te brengen waar hij duidelijk opgeknapt ging worden. Het bootje dat zij gebruikt hadden om er te komen werd nu gebruikt om het jacht uit de banden van de kraan te slepen, en toen konden zij vertrekken en de kraan weer omhoog. Het was fascinerend om te volgen allemaal, en er waren op een gegeven moment wel 30 man op het dek om te helpen (en om te kijken).

Na het avondeten om 17:30 (ontbijt 7:30, lunch 12 uur, avondeten 17:30), dat alleen maar een enigszins warm hoofdgerecht was zonder soep of fruit en door de kok zelf geserveerd omdat hij duidelijk even onderbemand was, zijn we rond 18 uur weer naar het pilotdek gegaan om te kijken. Er gebeurde eigenlijk van alles om ons heen; de bedrijvigheid op het soort kade waar dit schip aan ligt is een hele andere soort bedrijvigheid dan de containerterminals. Hier is het allemaal meer “handwerk”, in de containerterminals gaat alles meer als een geoliede machine, het voelt daar ook meer machinaal met de grote kadekranen, de shuttletrucks, de wagens en kleinere opslagkranen die de containers oppakken en vervoeren, en de rijen en rijen containers. Hier staan grote loodsen en binnen en buiten allerlei vreemdvormige objecten, lopen er overal mensen rond en rijden heftrucks rond, en is men gauw een paar uur bezig om een stuk voor te bereiden om aan boord te hijsen.

Er lag vlak achter ons een dekschuit vol grote stalen buizen die per twee van de schuit naar de kade gehesen werden, en dan per twee door heftrucks op trucks geladen werden. De trucks schudde er van als ze een beetje ruw neerkwamen, zo zwaar dat ze waren. De stalen buizen werden dan naar een kleine opslagplaats gebracht verderop in de haven waar ze weer uitgeladen werden. Er waren ongeveer drie trucks constant rondjes aan het rijden op het haventerrein om de buizen te vervoeren.

Op het kleine achterdek van de Seoul waren ze bezig om voorraad voor de keuken en zo te zien ook een nieuwe afwasmachine en wat onderdelen aan boord te hijsen met de voorraadkraan. Op het voordek was het een drukte van belang; er kwam een tankwagen langszij die aansloot op het schip, en er werden allerlei kleinere dingen in- en uitgeladen door de kranen op het schip. Schepen voeren af en aan om ons heen en in de verte zagen we regelmatig sampans varen in een andere haven. Er vlogen grote roofvogels over de haven, en op een gegeven moment zagen we dat er een dekschuit langszij kwam en ze vanuit het voorste dek iets gingen ophijsen. Een van de kranen was bezig een enorme ronde machine (centrifuge, dynamo?) die helemaal in hout ingepakt was op te hijsen. Dat duurde al met al wel een uur, het ding moet loeizwaar geweest zijn. Toen het eenmaal op de dekschuit stond op een speciale stellage werd het vastgelast voor het vervoer, waarschijnlijk naar iets in de buurt.

Het was erg leuk om allemaal te volgen! Toen het leek alsof er even weinig bijzondere dingen meer uit het dek kwamen zijn we koffie gaan zetten en gaan douchen, want we waren nog altijd vies en plakkerig van onze avonturen vanochtend. De avond hebben we lekker in onze kamer doorgebracht met films kijken en een beetje computeren, en we zijn op tijd naar bed gegaan want we waren doodmoe…

Dag 32 donderdag 26 februari 2015: Singapore, 0 km

Het is nog even wennen aan de veel zachtere matrassen en kussens (die waren op de Columba keihard), en de veel kleinere bedden! Als je net een maand ieder in een grote twijfelaar hebt geslapen is een normale breedte matras wel erg smal… Bij het ontbijt kregen we een onverwachte verrassing; de messman was er, en vroeg of we spek, worstjes enz wilde? Of misschien een eitje? Jeetje, een versgebakken eitje? We konden het haast niet voorstellen na een maand lang tegen de koude of op z’n best lauwe schaal spiegeleitjes aangekeken te hebben ieder ontbijt. Ja, doe maar weer eens een eitje. En inderdaad, we kregen een paar minuten later ieder een lekker vers heet spiegeleitje op ons bord… Dat is verwennen! Er stond in de bijkeuken wel een koffiezetapparaat en een doos met theezakjes, maar ik zocht iets van een waterkoker om wat thee te maken: de messman en de kok wezen een grote boiler aan boven een van de gootstenen – daar zat gerust 50 liter kokend heet water in.

We wilde vandaag de was doen, dus Hans is gaan verkennen waar het washok was; en ook of hij de gymzaal kon vinden. Het washok voor de officieren en passagiers bleek gemakkelijk te vinden, alleen de machine was bezet, dus we moesten wachten op onze beurt. De gymzaal was veel lastiger te vinden; Hans moest het vragen en met wat hulp vond hij een kamer met een fiets en wat gewichten die duidelijk al vele jaren niet meer gebruikt werden – het was een soort van zitkamer en in ieder geval niet meer als gymzaal te gebruiken. Dat is balen…

Rond 11 uur besloten we de schone was die al zeker een uur of twee klaar in de wasmachine zat in een van de schone emmers te doen die eromheen stonden en daar ook voor bestemd leken, en onze eigen was erin te doen. Laten we hopen dat we gauw richting de kou gaan, want al dat zweten is maar niks! We hebben het liever iets te koud dan dat warme kleffe vochtige weer. Zelfs het fototoestel had er last van vanochtend, toen het uit de koele kamer kwam en in de warme buitenlucht deed de lens gelijk beslaan.

Vandaag hebben we veel op het pilotdek doorgebracht – voor zover mogelijk in de schaduw die door de brug erboven geworpen werden, want in de zon was het bloedheet. Er was veel te zien vandaag, en er kwam verrassend veel uit het ruim en ging ook verrassend veel terug erin. Zo kwam er een hele partij grote metalen platen uit, die zwieberde en zwaaide terwijl ze door de kraan gehesen werden en door twee heftrucks tegelijk opgetild moesten worden. En er ging een flinke hoeveelheid grote metalen spoelen draad of buis weer terug het ruim in. Er werd een grote gele machine aan boord gehesen op een hele slimme manier; uit een kratje dat bij de machine hoorde kwam een grote gele dop; het leek nog het meest op een reuzenstop voor de gootsteen. Deze “stop” werd aan de kraan bevestigd, boven de machine gehesen en vastgeschroefd aan de machine zelf. Op die manier kon de machine heel eenvoudig opgetild worden en in het ruim gehesen!

De kraan het dichtste bij ons was een groot deel van de dag bezig om alle losse contragewichten (ongeveer 2 x 10m) die schijnbaar nog in het ruim lagen terug op hun plek bij de kraan te stapelen. Dat ging met een hijsstuk dat volgens ons ook gebruikt kon worden voor kleine containers, en volgens hetzelfde vastklikprincipe. De contragewichten lagen op de kade, daar werd het hijsstuk door twee mannen naar de juiste plek op het contragewicht begeleid, vastgeklikt, door de kraan opgehesen en opgestapeld op de andere contragewichten. Eenmaal op zijn plek kwam er een man tevoorschijn die tijdens het hijsen uit de weg was gedoken voor het vrijhangend contragewicht, en nu op het contragewicht klom om het hijsstuk los te klikken, Doodeng om te zien, hij was ook niet gezekerd en communiceerde op zich zo te zien wel goed met de kraanmachinist, maar huppelde gewoon tussen de neerdalende contragewichten door alsof het de gewoonste zaak van de wereld was. Brrrrr!

Er kwamen verschillende dekschuiten langszij in de loop van de dag; om goederen af te halen, of om ze te komen brengen, zoals een grote machine die zo te zien iets met waterzuivering te maken had, en met veel zorg aan boord werd gehesen. Het duurde wel een uur voor ze de juiste harp-aansluiting gevonden hadden, de kraan is wel drie keer teruggedraaid van de dekschuit over ons eigen dek naar de kade waar de bak met harp“jes” stonden – de meeste te groot voor een man om te tillen. Eindelijk was de juiste maat gevonden en toen ging het aan boord hijsen relatief snel.

Bij de lunch en avondeten was er een officier die vandaag naar huis ging; wij vonden dat wel jammer want hij leek ons erg aardig. Hij was blij dat hij naar huis mocht natuurlijk! Tijdens de lunch deed de messman aangeven dat hij twee mokken voor ons wegzette op het buffet, dan konden we thee pakken wanneer we wilde – ‘s ochtends had hij gezien dat Hans wat suiker gepakt had voor op een broodje en zette hij gelijk een gevuld suikerpotje op onze tafel. Lunch en avondeten waren overigens warm tot heet, en gebaseerd op wat we tot nu toe gezien en geproefd hebben, geven we de kok op de Columba een 6 en de kok op de Seoul al zelfs een 6+. ZELFS al kregen we aardappelpuree voor het avondeten!

Hans had gisteren tijdens het gesjouw met de bagage bij de douane verkeerd gestapt, en zijn been was sowieso al wat overbelast door al het lopen in Singapore. ‘S avonds zette het door en werd het een stevige ontsteking in zijn enkel; er was weinig aan te zien en echt warm was het ook niet, maar het deed duidelijk flink pijn. We hebben het geprobeerd te koelen met ijsblokjes gewikkeld in een natte handdoek, maar naarmate de avond vorderde begon Hans koorts te krijgen en zich beroerd te voelen. Uiteindelijk is hij met een aspirine naar bed gegaan, rillend van de koorts en kermend van de pijn iedere keer als hij zijn been verlegde. Hij kon amper meer lopen!

Rond 23 uur toen ik naar bed ging waren we nog altijd niet vertrokken. De kapitein had gisteren 15 uur gezegd, later hoorde we iemand 18 uur zeggen, en vanmiddag hoorde ik de kapitein in het Engels aan de telefoon herhalen wat de persoon aan de lijn gezegd had, dat de loods dus om 1 uur ‘s nachts aan boord kwam. We zijn benieuwd wanneer we inderdaad vertrekken!

Dag 33 vrijdag 27 februari 2015: vertrek Singapore, 557 km

We hebben allebei geen oog dichtgedaan want Hans heeft heel de nacht liggen bibberen en zweten van de koorts en kermen van de pijn. Hans vroeg al uit ellende om de jichtmedicijnen die we bij hebben, omdat dat de enige krachtige ontstekingsremmers zijn die hij mag innemen, maar het was pas vroeg in de morgen dat we ons begonnen te realiseren dat het misschien ook inderdaad echt jicht was; weliswaar in zijn enkel, wat een vreemde plek is, maar het zou kunnen. Hans had redelijk weinig gedronken de laatste paar dagen ten opzichte van hoeveel hij gezweet had, en toen hij zelf terug ging denken was het ook logischer dat het jicht was dan een verstuikte enkel; dat laatste komt niet pas een dag later opzetten samen met koorts. En jicht wel – zeker als we er niet op tijd bij zijn en het doorzet. En hoe meer hij er over nadacht hoe meer hij zich realiseerde dat hij de symptomen en waarschuwingen door de drukte van de afgelopen dagen niet opgemerkt had – het was zelfs al in zijn andere voet in een teen begonnen te kloppen. Dus hij heeft gauw rond 6 uur wat ingenomen tegen de jicht, een dubbele dosis omdat het een acute aanval was en we eigenlijk al te lang gewacht hadden, en tegen 7:30 was de koorts in ieder geval gezakt en de pijn al een heel klein beetje minder. Hij kon zelfs weer een beetje lopen met mijn hulp.

Om 7:45 ben ik alleen gaan ontbijten en heb toen ik thee haalde in de keuken even een praatje gemaakt met de kok en de messman. Ik vroeg om iets zoals aardbeienjam en de messman haalde meteen 4 verschillende types rode jam te voorschijn; we hadden genoeg aan boord! De kok was gelijk sympathiek toen ik vertelde dat mijn man een jichtaanval had en nog even in bed bleef; hij was ook een jichtlijder en weliswaar was zijn laatste aanval in 2010 geweest, hij wist het duidelijk nog als de dag van gisteren! Hij bood gelijk zijn eigen medicijnen aan, mochten we zelf niets hebben – dat soort speciale medicijnen zitten namelijk niet in de medicijnenkast van het schip – want het was dan wel zo lang geleden maar hij had sindsdien altijd medicijnen bij, je wist namelijk nooit wanneer er weer een aanval zou kunnen komen… Hans heeft dus in ieder geval een medestander aan boord die weet wat hij doorstaat! En met een beetje geluk krijgen we geen rare vleessoorten zoals ingewanden of pens voorgezet (helaas de favoriete soep van deze kapitein), want volgens de kok was dat, samen met alcohol, een veroorzaker van jicht. Hij zat volgens mij al na te denken om de lunch voor Hans aan te passen want mungbonen waren blijkbaar ook slecht en die stonden schijnbaar op het menu!

Ik heb Hans wat boterhammen en thee gebracht, maar hij kwam al gauw zelf uit bed; het ging gelukkig steeds beter. Het is erg lang geleden dat hij zo’n flinke aanval gehad heeft, met name omdat we er gewoon niet op bedacht waren, het niet herkende omdat het in zijn enkel zat in plaats van zijn tenen, en het te lang hebben laten ontwikkelen voor hij medicijnen innam. Ach ja, komt wel weer goed! Hij was wel doodop van de slaap want hij heeft vannacht helemaal geen oog dicht gedaan van de pijn, en begon om 10 uur tijdens het kijken van een film al gelijk in slaap te sukkelen.

Ik ben een paar keer naar het pilotdek gelopen om te kijken om ons heen; de zee is glad en er is weinig wind, we varen tussen de eilanden door en overal om ons heen waren schepen! Sommige voor anker, sommige aan het varen, het is duidelijk een hele drukke route rondom Singapore. Ik ben ook even naar de brug gegaan waar het even wennen was maar uiteindelijk (uiteraard) alle apparatuur zoals op de Columba ook te vinden was. We varen tussen de 20-28 km/uur, dat laatste is duidelijk wel een redelijke topsnelheid voor dit schip, want we schudden en hobbelen dan net alsof het een ouderwetse trein is op de rails. Hans was ondertussen gebeld door de kapitein, of we visa’s voor Vietnam hadden en of we ze wilde; we bleven namelijk overnacht in Vietnam en konden dus van boord als we wilde. Maar het visa kostte wel 120 US dollar per persoon… Dat vinden we wel heel erg veel geld om nog geen 24 uur in een land te kunnen rondkijken, dus we gaan in Vietnam niet aan land!

Hans is in de loop van de ochtend weer in bed gekropen om te slapen, hij had het hard nodig. Met de lunch ben ik weer alleen gaan eten en de messman kwam al uit de keuken (hij spreekt niet echt goed Engels) en keek meelevend naar de lege plek. Ik zei dat Hans nog even de trappen niet aandurfde, dus ik zou zijn bordje meenemen; hij bood aan om het met plasticfolie te bedekken zoals hij met alle borden doet voor mensen die het niet gelijk komen opeten. Toen ik zelf klaar was (mungbonensoep, een gebakken visfilet en een Filippijnse interpretatie van huzarensalade: best te doen allemaal, deze kok is duidelijk creatiever met de aardappelen!) heb ik wat soep in een ontbijtkom geschept (die zijn dieper), en de soep samen met de bananen die we als toetje gekregen hadden en het bord eten voor Hans mee naar boven genomen.

Hans heeft heel veel geslapen vandaag, hij was kapot en had het duidelijk nodig. Ik was ook behoorlijk brak en heb ook een lekker rustig dagje gehouden, een dutje gedaan en wat spelletjes gespeeld en aan de Japan-website gewerkt. Morgen is weer een dag! Het lopen ging steeds beter in de loop van de dag maar toen het tijd was voor het avondeten is Hans ook maar op de kamer gebleven want de trappen zouden zijn enkel geen goed doen! Ik heb dus weer alleen gegeten; terwijl ik er zat werd er omgeroepen aan “bemanning en passagiers” dat de klok vannacht een uurtje terug zou gaan. Damn, ik had gehoopt dat we er even vanaf zouden zijn tot aan Japan. Toen ik klaar was heb ik Hans zijn avondeten meegenomen naar de kamer en de kok knikte meelevend toen ik het vuile bord terugbracht en zei dat het wel een stuk beter ging maar dat Hans nog even de trappen niet aandurfde…

We moeten een beetje wennen aan de nieuwe woonomstandigheden, en onze plek vinden op het schip; de kapitein en Chief Officer lijken ons niet bijzonder aardig, maar dat kan de Roemeense terughoudendheid zijn die we ook wel op de Columba zagen in het begin (we zijn pas 2 dagen aan boord!). Bijna iedereen die we verder tegenkomen doet heel hartelijk groeten en lijkt heel open. Alleen de twee monteurs die in Singapore aan boord kwamen om iets te repareren lijken mij niet erg aardig, maar die gaan er in Vietnam ook weer af dus dat scheelt. En we hebben nog steeds geen idee wie onze tafelgenoten zijn, we hebben er nog geen een gezien! Ik denk haast twee Chinezen omdat er steeds twee borden staan met rijst in plaats van aardappelen, maar op de bemanningslijst zag ik niet direct Chinezen staan; of misschien wel Filippijnse officieren, dat kan ook. Hans werd op een gegeven moment een beetje down over onze kamer, maar dat is begrijpelijk, hij heeft vandaag letterlijk geen voet buiten de deur gezet en na de luxe en in strakke frisse kleuren gestoffeerde accommodatie van de Columba is het vaalgroene velours en donker houten interieur inderdaad even wennen. We hebben wel gelijk het bloemetjeskleed dat over het koffietafeltje hing weggehaald, wat al een enorme verbetering was voor het zicht!

We beginnen ook steeds meer te zien hoe serieus de piratendreiging wel niet kan zijn voor een schip als dit; het wordt overduidelijk bloedserieus genomen. De Columba nam het ook serieus maar meer op een manier dat het gewoon bij het veilig bedrijfsvoeren hoorde en waarschijnlijk nooit zal plaatsvinden. Hier voel je meer dat het een wezenlijk risico is. Er is een speciale locker met anti-piratenspullen op dek D, 9 extra CO2 brandblussers op de brug die alleen bestemd zijn om piraten te bestrijden, en er zit een “nachtslot” op de buitendeuren… De buitendeuren hier zijn niet de zware kluisdeuren van de Columba met een knipslot plus zware stalen haken boven en onder (waarbij onder alleen van binnen geopend kan worden), het zijn gewoon normale branddeuren, met alleen een knipslotje om ze op slot te draaien. Ik was rond zonsondergang even naar het pilotdek gegaan om wat foto’s te maken, en vond een stevig houten blok onder de deurklink vast geschoven, zodat zelfs als de deur niet op slot was je hem maar heel moeilijk open kon krijgen… Hoppa! Ook zijn alle ramen van de buitendeuren geblindeerd van binnen; ik dacht eerst nog vanwege de zon, maar Hans zei dat het waarschijnlijk ook anti-piraten is.

free counters