Dag 34: zaterdag 28 februari 2015: op zee, oefening, 517 km

Hans heeft nog wel last van zijn jicht maar gelukkig heeft hij redelijk kunnen slapen en ging het vanochtend al een stuk beter; hij hinkt nog een beetje maar durfde het wel aan om de trappen naar beneden te lopen naar het ontbijt; en eigenlijk ging dat beter dan verwacht. We zijn na het ontbijt naar de brug gegaan waar de Filippijnse derde officier wacht had die ons de eerste dag welkom had geheten. Hij lijkt min of meer verantwoordelijk voor de administratie rond de bemanning en dus ook passagiers. Hij gaf aan dat de geplande oefening vanmiddag (schijnbaar doen ze er iedere week eentje!) waarschijnlijk wel plaats zou vinden maar dat de kapitein het nog definitief moest besloten. We hebben er een beetje mee gekletst en hij bood zelfs aan om foto’s van ons te maken in de stoelen achter het roer.

We hebben ook lekker lang buitengestaan op het balkon van de brug, flink uitwaaien! Vooral Hans had daar veel behoefte aan na zijn dagje aan de kamer gekluisterd te zijn geweest. Ook zijn we even naar het pilotdek gegaan, wat ook een erg fijne plek is om te staan en te kijken, en vooral om uit te waaien… De vier kranen op het schip zijn toch wel indrukwekkend om te zien! Voor de rest hebben we vandaag rustig aan gedaan; ik was nog een beetje moe maar Hans was nog doodop. De medicijnen die hij heeft tegen jicht zijn behoorlijk zwaar, en zelfs al heeft hij vandaag alleen maar eentje ‘s ochtends ingenomen, hij heeft onderhand bijna evenveel last van de bijeffecten van de medicijnen als van de jicht zelf. Vooral een onbestemd misselijk gevoel, flinke vermoeidheid en diarree. Maar ja, het alternatief is de jicht zelf en dat is ook geen pretje! Dus hij heeft lekker veel geslapen, gerust en gedut. Het is sowieso wel nodig met al die slapeloze nachten de laatste tijd…

Met de lunch hebben we eindelijk een van onze tafelgenoten ontmoet; het is de aardige Filippijnse derde officier. Online in verslagen, op websites en in pdf’s over dit soort vrachtschipreizen wordt altijd gezegd dat je “met de officieren aan tafel eet”. Op zich is dat niet gelogen, alleen het klopt niet precies; je denkt dan namelijk aan meerdere mensen tegelijk aan tafel en interessante gesprekken. Beter gezegd is dat je “aan de TAFEL van de officieren zit, en als je geluk hebt zo af en toe een officier langs ziet schieten…” Net als op de Columba komt men namelijk binnen wanneer het uitkomt, schuift min of meer stil en vooral snel zijn eten naar binnen en verdwijnt weer. Meestal zitten wij zo goed als alleen in de eetzaal; er is eentje aan de andere tafel die ongeveer dezelfde tijd aanhoudt als wij, en de kapitein en een ander die binnenkomen als wij al ver klaar zijn. Er wordt altijd aan iedereen “goedemiddag, eet smakelijk” en “fijne dag” gewenst, maar dat is ongeveer zo’n beetje het gemiddelde gesprek dat je aan de officierentafel voert…

Om 15:30 was de oefening; het alarm ging, de omroep kondigde aan dat het een evacuatieoefening was, en iedereen moest verzamelen. In onze kamer hangt een briefje met de twee verschillende alarmen (“algemeen” en “evacuatie”) en waar je in ieder geval moet verzamelen; evacuatie is C-dek buiten achter, daar is namelijk de entree van de lanceringsreddingsboot. Dus wij uit de klerenkast de grote zware zakken met daarin de dikke rubberen overlevingspakken pakken, en de zwemvesten. Ik zag de helmen ook liggen maar er stond niet op het briefje dat we die nodig hadden dus ik ging er van uit dat die alleen waren als je op het dek beneden wilden gaan lopen. Hans en ik gingen naar dek C maar daar was niemand; dat klopte niet. Terwijl we al over de reling hingen om te kijken of men misschien toch op A-dek stonden (verzamelpunt voor algemeen alarm) kwam er al iemand naar boven gesneld; we moesten op A zijn, en oh ja, we hebben helmen nodig. GRRRRR dus ik weer van C naar D gerend om de helmen te pakken, terug naar C, zwemvest en pak opgepakt en achter Hans aan naar A via de buitentrap.

Toen we op A kwamen bleek iedereen er al lang te staan (ik vermoed dat mensen niet eens op het alarm wachten maar gewoon al gaan rond 15:30, net als op de Columba), en Hans en ik mochten onze pakken en zwemvesten achterlaten op A en terug naar C lopen om de reddingsboot van dichtbij te bekijken…!!! Dat was wel heel erg leuk, we zijn nog nooit in de buurt geweest van zo’n lanceerreddingscapsule, en altijd nieuwsgierig geweest hoe dat eruit zag. Het is een reddingsboot maar met antislip vlakken en ribbels op het gangpad zodat je zelfs op de steile helling waarop hij hangt (iets van 40 graden?) redelijk gemakkelijk erin kunt lopen. De stoelen zijn naar achteren gericht zodat je met je rug naar het water hangt, dat is beter voor de klap denk ik, en het is even klauteren om op je plek te komen maar gaat eigenlijk relatief gemakkelijk. Alleen, je zit als sardientjes in een blikje, en dat blikje is van plastic en is gauw 40-45 graden van binnen in de brandende middagzon! Pfffff…

Ik wilde wel even gaan zitten op mijn plek (iedereen heeft een toegewezen plek) en moest gelijk even poseren voor de derde officier die foto’s aan het maken was voor zijn rapport (niet glimlachen aub)! Hij liet ook zien hoe de motor van de reddingsboot aan moest, en waar de hendel was om de boot te lanceren. De motor moet eerst aangezet worden, om hem te testen maar ook omdat het beter is om met lopende motor gelanceerd te worden – maar uiteindelijk, als je al die beslissing hebt genomen om te evacueren maakt het op dat moment weinig uit of die motor het doet of niet, dat bootje gaat toch gelanceerd worden! Het lanceren wordt gedaan door de klep van een pomp dicht te draaien zodat hij druk kan gaan opbouwen, en dan met de hand te blijven pompen tot de druk zo hoog is dat de reddingsboot gelanceerd wordt. Er is ook voor 4 dagen eten en drinken aan boord. Het was erg interessant maar we hopen natuurlijk dat het bekijken van zo’n ding bij een oefening blijft! Toen waren we klaar en mochten Hans en ik weggaan. Ik had de indruk dat de Chief Officer ook gewoon liever had dat we weggingen zodat hij rustig verder kon gaan met de rest van het programma. Het belangrijkste was in ieder geval dat we nu wisten waar we moesten zijn als er geëvacueerd werd. Ik ben weer terug naar A gegaan om onze pakken en zwemvesten te halen, en toen zijn we terug naar D-dek gegaan naar onze kamer. Terug op onze kamer had heel de exercitie 12 minuten geduurd!

Rond 17 uur zijn Hans en ik even naar de pilotdek gegaan en daarna weer naar de brug; de Roemeense Chief Officer had wacht (op de Columba waren er iets meer bemanningsleden en de taken zodanig verdeeld dat de Chief Officer op zee een dagtaak had en niet mee wacht hoefde te draaien). Al lijkt het ons een stugge en niet bijzonder vriendelijke man, net als de kapitein zelf, hij vroeg toch nog even of Hans met zijn been al naar de 2de officier was geweest – die is een van de eerste hulpverleners aan boord. We legden uit dat het jicht was en dat dat niet hoefde want we hadden medicijnen bij en het ging al veel beter; hij had duidelijk nog nooit van jicht gehoord maar vond het best als wij het niet nodig vonden.

Voor de rest gaat het duidelijk de ronde dat de mannelijke passagier last van zijn been heeft; ik werd vanmiddag in het trappenhuis aangesproken door een Filippijn die ik nog niet gezien of gesproken had, hoe het met mijn man ging en wat hij had. Gek genoeg lijken de meeste Filippijnen, zelfs al spreken ze nog zo slecht Engels, wel het Engelse woord voor jicht, “gout”, gelijk te herkennen en kijken gelijk meelevend of bieden medicijnen aan. Of het zijn zelf lijders eraan, zoals de kok, of ze weten min of meer wat het inhoudt en zeggen dat ook gelijk (vaak omschrijven ze het als “een soort artritis, in de gewrichten, heel pijnlijk”). We denken dus haast dat het een bekende aandoening moet zijn op de Filippijnen, want “gout” is op zich nu niet direct een woord dat in de basis Engelse woordenschat zit voor de meeste buitenlanders! We hebben op de brug staan kijken tot 17:30, toen kwam de Filippijnse 3de officier en verdween de Chief Officer; die ging eten. Eigenlijk vreemd dat hij zijn wacht onderbreekt om te gaan eten, dat was op de Columba nooit het geval.

We kregen vanavond bij het avondeten hetzelfde als onze eerste avond aan boord; ik hoop toch dat de kok een groter repertoire heeft dan dat! Op zich prima hoor, de aardappelpuree was goed te doen, de maďs dit keer opgewarmd en het vlees prima; maar het is al wel duidelijk dat eten niet zo heel belangrijk is aan boord. Deze kok heeft wel een basiskennis van koken vergeleken met de andere, die had er gewoon geen gevoel voor, en deze kok is iets creatiever met zijn aardappelen, maar voor de rest zullen het duidelijk hele eenvoudige maaltijden zijn; en toetjes is tot nu toe steeds fruit. We besloten vandaag dus creatief te zijn met een kuipje yoghurt van het ontbijt (het is weekend) en een banaan en wat suiker, en hebben lekker bananenyoghurt gemaakt voor onszelf als toetje!

Om 21 uur klopte de kapitein opeens (de deur stond open) en vroeg ons om een gunst; om alsjeblieft het gordijn dicht te doen en ons raam te blinderen! Voor piraten? Dat moesten we in West Afrika ook om zo onopvallend mogelijk te lijken als schip. Om 22 uur zijn we nog even naar de brug gegaan en overal om ons heen zagen we lichtjes; vissersboten, met grote lichten op het water gericht, aan het vissen voor inktvis. En de maan was bijna vol, dus het schip werd ook een beetje verlicht, wat een mooi gezicht was.

free counters