Dag 47-48: vrijdag 13 - zaterdag 14 maart 2015: op zee

Dag 47 vrijdag 13 maart 2015: op zee, CMA CGM Columba, 554 km

Vandaag was een vaardag; we hebben twee volle dagen nodig om van Shanghai naar Xingang te komen, dat ook wel Tianjin genoemd wordt. Ik geloof dat Tianjin de juiste naam is en Xingang alleen zoiets als “haven” betekent, maar iedereen noemt het meestal gewoon Xingang. Het was lekker weer vanochtend, heel mild, iets van 11 graden met een zwak windje en een zwak zonnetje, gladde zee, dus we besloten toen we na het ontbijt op de brug stonden om daarna gelijk een wandeling te maken. We zien overal tekenen van het nieuwe bewind; buiten bij de brug op het balkon was er vanochtend al druk gepoetst, bijvoorbeeld!

Terwijl we op de brug stonden raakte we aan de praat met de 3e officier. Hij is niet onaardig en spreekt op zich netjes Engels, maar is lastig te verstaan, heeft niet zo’n hele grote woordenschat en is zo serieus dat hij zelfs niet de meest duidelijke grapjes vat… Maar vandaag vertelde hij ons min of meer spontaan over de haven van Yokohama, dat je daar gemakkelijk aan land kon en binnen een half uurtje lopen bij winkels en restaurantjes was en een parkje. Dat klinkt goed, we hebben namelijk maar iets van een halve dag in de haven dus dat zou perfect zijn!

Ook vertelde hij over stoere vracht die hij weleens vervoerd had gezien, zoals een blackhawk helikopter zo op het dek. Of over de keer dat ze 44 containers uranium vervoerd hadden in het ruim, iedere container zo groot als de reddingsboot met daarin een bal ruwe uranium zo groot als een golfbal… Iedere container was 4 miljoen dollar waard, ze moesten dus aan de Amerikaanse douane uitleggen waarom hun lading onderhand haast duurder was dat het schip zelf! De uranium werd met een undercover SEAL als begeleiding van Amerika naar Hamburg gebracht, ze zagen toen regelmatig een straaljager over vliegen… Hij had ook een keer gezien dat ze een satelliet vervoerde, ook een hele kostbare vracht, en een keer dat heel het dek volstond met gepantserde personelcarriers, wat ook zeker een heel mooi gezicht moet zijn geweest! Hij dacht dat, als er nog bijzondere stukken aan boord kwamen, het misschien in Japan en Zuid Korea kon zijn want daar kwamen regelmatig scheepsmotoren (Zuid Korea) en windmolenwieken (Japan) vandaan. We zijn benieuwd en hopen het!

Op dek zagen we ook goed dat er een nieuwe kapitein aan de macht was; er was duidelijk opdracht gegeven om de boel eens op te ruimen, want overal op dek kwamen we bedrijvigheid tegen. De oneindige voorraad gele hijsbanden liggen bijvoorbeeld meestal in hoopjes verspreid over heel het dek, ze moeten er echt honderden hebben (en dat zijn dan alleen de nieuwe van 2014 nog, de oudere banden hebben ze ook nog hier en daar opgeborgen liggen). Nu waren de timmermannen bezig om de banden in het gangpad te verzamelen en netjes gevouwen te stapelen op de bakken met kettingen, zodat ze uit de weg lagen.

Het verfhok aan bakboord stond open, dus we hebben even naar binnen gegluurd. We zullen niet de machinekamers of zo ingaan zonder toestemming maar als er op dek een deur openstaat of zo durven we er meestal wel even naar binnen te kijken. Tenzij die weer te diep het schip in leidt natuurlijk. We vonden ook een paar stapels hout en een paar grote blokken, zo te zien nieuw; en van dichtbij allemaal zo groot en zwaar! De zee was zo rustig dat we op de boeg wel even op het balkonnetje konden staan, en door een klein beetje over de rand te hangen (helm vast!) konden we de grote knobbel zien op zeeniveau.

Het dek van de boeg is waar de ankers neergelaten worden, en deze zit een verdieping hoger dan “upper dek” waar de gangpaden zijn. De laadruims steken hier dan ook weer een verdieping boven uit. We moeten dus de trap op willen we van het gangpad naar de ankers gaan en zo een rondje om het schip te lopen. Maar onder het dek van de ankers is een ruimte, en die stond nu voor het eerst open zodat we een kijkje konden nemen; het bleek een opslagruimte te zijn die waarschijnlijk helemaal onder het dek van de boeg door naar de andere kant strekte, naar het verfhok. We zijn er een paar stappen ingegaan, maar durfde niet goed verder omdat we niet zeker wisten of we er zo mochten rondneuzen.

Wel zijn we nog even op de laadruims geklommen, om te kijken naar het verfwerk van de afgelopen tijd; de twee dekplaten voorin waren zo goed als klaar, er moest van de ene nog een strook gedaan worden maar voor de rest was zelfs de belettering en de bevestigingsringen al met rood en geel geschilderd. De dekplaten die niet kunnen scharnieren moeten opgetild worden, en er stond dan ook het gewicht op geschilderd; de enkele platen wogen 21,5 ton! Ook op de scharnierende platen was een gewicht geschilderd; het kleinere gedeelte 16,5 ton en het grotere gedeelte 21,5 ton. Hoppa…

We zijn rond de woontoren geslenterd, vonden de andere nieuw geplaatste buitendeur (nog half in het plastic), en hebben bij de anti-piraten dummy’s gekeken. Er was veel bemanning op de been bezig met schuurborstels en trilboren roest te bikken, menie en verf te schilderen, vastgeroeste of –geverfde bouten loswrikken, enz enz… Ook de inspectie in Shanghai had hier ongetwijfeld aan bijgedragen, en de nieuwe kapitein was duidelijk een statement aan het maken door opdracht te geven het onderhoud gelijk goed aan te pakken. We besloten langs buiten achter de woontoren te verkennen, daar waren we eigenlijk nog niet geweest, dus op dek A en B; de messman kwam op gegeven moment opgelucht naar buiten, hij was ons duidelijk aan het zoeken geweest (het was vrijdag en al 9:30 geweest, dan komt hij meestal schoonmaken) – of de deur open was van onze kamer of niet. Arme jongen, hij moet nog even wennen aan de nieuwe baas geloof ik!

Wij zijn terug naar binnen en weer naar beneden naar het scheepskantoor gegaan maar daar was weinig te zien. Alleen we weten nu wel wat de “contragewichten” zijn; het zijn eigenlijk flexibele vloeren, en worden aan boord ook wel “pontons” genoemd. Ieder stuk weegt weliswaar 8 ton dus het draagt heus bij als gewicht want ze hebben alleen al bij de kranen op dek tientallen staan, maar het wordt voornamelijk gebruikt om in de ruimen tijdelijke vloeren aan te brengen die veel gewicht kunnen dragen. Weer wat geleerd! De messman was nog bezig in de kamer dus we zijn naar pilotdek geslenterd en hebben even in de bar gekeken want de deur stond open. Die was grondig opgeruimd! De tafeltennistafel stond klaar, de ruimte was schoon, de potplanten stonden er iets minder treurig bij dan voorheen, de oude kapotte tuinstoelen en andere zooi was weg, het drumstel was opgeruimd, losse dingen waren vastgebonden, het zag er allemaal een stuk beter en zelfs een beetje aantrekkelijk uit. Het was hiervoor echt gewoon een rommelhok geweest.

Om 11:45 kregen we twee keer een telefoontje waarbij er niemand aan de lijn leek te zijn. Iets later ging de telefoon van de kapitein, dus ik ging er vanuit dat het voor hem was geweest. Weer iets later verscheen de 3e officier opeens in onze deuropening, met een beetje een vreemde uitdrukking op zijn gezicht; de CMA CGM Columba wilde ons spreken… Wat??? Wow… We konden het amper geloven! We hadden aan de hand van hun verwachtte schema uitgerekend dat ze ons pad ergens vandaag zouden kunnen kruisen, maar omdat wij van zuid naar noord voeren en zij van noordoost naar zuidwest en dus niet in dezelfde vaarroutes zaten, was de kans dat je allebei op hetzelfde moment op dezelfde plek zou zijn natuurlijk wel zo vreselijk klein! Dus we hadden er eigenlijk helemaal niet meer op gerekend.

Maar de 3e vertelde onderweg naar de brug dat hij inderdaad een paar minuten lang op zo’n 5-6 km van ons vandaan de Columba langs had zien varen – hij zei nog, die vaart wel snel hé?! De Columba was op dat moment net over de 30 km/uur aan het varen (op zich nog geeneens erg hard voor hun doen dus), en wij voeren ongeveer 20 km/uur, dus de twee schepen gingen ook gauw weer uit elkaar; wij konden de Columba met de verrekijker al niet eens meer zien. De Columba had de Rickmers Seoul opgeroepen, vertelde de 3e officier, en hij wist niet goed wat hij hoorde toen ze vroegen om de passagiers te spreken! Ze waren dan wel niet meer zichtbaar, maar op de marifoon konden de twee schepen elkaar nog bereiken, en dus riep de 3e ze weer op toen wij op de brug stonden.

We herkende gelijk Mao’s hikkend gelach toen de Columba antwoordde op de oproep: hij kon het duidelijk ook niet geloven dat hij ons weer sprak! Hij en Yener hadden dienst en hadden ons op de radar gezien en opgeroepen. Ongelofelijk wat een toeval! Ik heb zo’n 10 minuten met hem en later met Yener gekletst op de marifoon, in feite een soort radio, je moet ook steeds indrukken als je praat. Het gesprek wordt ook altijd op de speaker gezet zodat in dit geval Hans (en overigens ook de kapitein die er ook net was en de 3e) het gesprek kon volgen, en af en toe deed Hans iets zeggen. We konden het allemaal niet geloven, en we wenste ze nogmaals het allerbeste in hun leven en vroegen ze om iedereen en ook zeker Manfred de groeten te doen!

Het was inmiddels lunchtijd dus we zijn helemaal vol van dit ongelofelijke toeval – zo’n grote zee, zo’n kleine kans en dan toch elkaar tegenkomen – gelijk doorgelopen naar het eetzaaltje. De kapitein was er ook en vroeg of wij dus op de CMA CGM Columba gezeten hadden? Hij wist natuurlijk wat voor een schip het was, en ook dat het een nieuw schip was, en bood letterlijk zijn excuses aan dat we van zo’n mooi groot net schoon schip op dit toch wel vuile schip terecht gekomen waren…

De middag hebben we op onze kamer doorgebracht, nog altijd vol van het leuke en ongelofelijke gesprekje, en na een tegenvallende lunch waren we blij met (voor het eerst op dit schip) krokante frietjes voor het avondeten. We stapte nog even de keuken in om ze fijne avond te wensen en de kok kwam naar Hans toe met een grote bak vol zonnebloempitten, om te knabbelen! En we hadden nog zoveel pelpinda’s! Via de bemanningseetzaal liepen we terug naar de kamer, maar we kijken altijd even of er daar nog lekkere of bijzondere dingen om te proeven zijn. Dit keer waren het weer eens de kleine gedroogde visjes, alleen niet in een sausje maar gedroogd en gezouten, als chips. Erg lekker, weliswaar een hele sterke smaak, maar erg lekker! De kok moet altijd lachen en vind het wel leuk als hij ons ziet terwijl we daar dingen proeven.

Na het eten zijn we even (letterlijk) gaan uitwaaien op de brug, en ik stond om 18:30 eigenlijk net op het punt om te gaan douchen zodat Hans de kleren in de was kon gooien, toen de kapitein langsliep en aankondigde dat hij en een paar anderen om 19 uur een biertje gingen nemen in de “blue bar” zoals de bar heet op pilotdek, en we meer dan welkom waren om ook te komen. Niet douchen dus…

De Roemenen waren er allemaal, inclusief een van de timmermannen (de kapitein had nog even gauw twee blikjes Fanta weten te vinden voor ons), en het leek de bedoeling te zijn dat men iedere vrijdagavond hier een biertje kon nemen als ze wilde. Ze hadden zelfs speciaal Belgisch bier, Leffe, in huis! De Roemenen waren daar erg enthousiast over, wij moesten vooral lachen dat we 22.000 km van huis Belgisch bier vinden… Omdat dit de eerste keer was en de kapitein pas aan boord was, trakteerde hij daarnaast ook nog eens op een traditionele Roemeense sterke drank, palinka (?), gebrouwen van pruimen (zo te zien een thuisbrouwsel). Deze zou eigenlijk 60% of meer moeten zijn, maar de 2e Engineer had al gesnuffeld aan de fles en zei lachend dat deze helaas verdund was… Daarnaast had de kapitein ook een bordje met wat hij ambachtelijke gerookte ham noemde, ook Roemeens en erg goeie kwaliteit volgens de Chief Engineer, die nog vroeg waar hij het gekocht had, maar wat in onze ogen vooral gerookt spekvet was. Het smaakte op zich wel, maar meer iets wat Hans en ik uit beleefdheid af en toe een stukje van namen, want het was toch vooral een hap zacht vet in je mond…

Wij zijn niet zulke uitgaanders dus Hans en ik hadden al zoiets van dit wordt een beleefdheidsoefening voor ons, maar het werd onverwacht gezellig, want we hebben over van alles gekletst, en iedereen bleek fanatiek tafeltennisser maar kon er niet zo veel van (alleen de kapitein kon het ook echt een beetje goed!). Ik heb een piepklein beetje van de palinka geproefd, en op zich smaakte het wel voor een brandspiritus, maar mijn ding is het niet! De Chief Officer kwam om 20 uur toen zijn wacht voorbij was ook, en ging om 21:30 weer weg want hij moest er om 4 uur uit voor zijn ochtendwacht, en de 2e Engineer verdween tussendoor voor zo’n 15-30 minuten om nog iets te doen. We hebben min of meer tot 22 uur continu getafeltennist en gekletst, de bal vloog soms alle kanten op.

De 2e Engineer vertelde dat er nog een extra haven bijgekomen is, Vera Cruz in Mexico! Die wordt zo weinig aangedaan dat ik hem niet eens als mogelijkheid in het routeboek gezet had want ik had van te voren geen enkel schip gevonden die Vera Cruz aandeed… Leuk! En verder vertelde ze stoere en spannende verhalen over vracht, stelen, piraten en dieven. Zo had de 2e Engineer een keer meegemaakt dat een dief betrapt werd en een klopjacht gestart werd om de dief te vangen, zo is er een keertje op een schip in India alle lampen op dek uit de fittingen gedraaid en gestolen, een andere keer zijn alle touwen gestolen, en de Chief Engineer had vroeger op een vissersschip gewerkt dus die had ook het een en ander meegemaakt, met name in Nigeria en zo – verstekeling die gewoon in het water sprongen en naar een schip zwommen om zich eraan vast te klampen (en door soldaten vanuit de kade ruchsichloos doodgeschoten werden), of een dood lichaam in de rivier waar niemand naar omkeek. Brrrrr!

Voor de rest hadden we het over van alles, van het Communistische regime tot reizen in het algemeen, over het leven van deze mannen en met name hun gezinnen, over passagiers (de 2e Engineer vertelde dat er ooit 6 passagiers tegelijk aan boord waren geweest, hij zei lachend dat het toen net was alsof ze een passagiersschip waren!) en over de nieuwe passagier, die in Shanghai aan boord komt; een Deen, 70 jaar, we zijn benieuwd! En de kapitein bood aan om ons een keertje nota bene tijdens het laden en lossen op dek te laten zodat we eens in de ruimen kunnen kijken! Dat zou heel stoer zijn… We grepen onze kans natuurlijk om wat dingetjes over het reilen en zeilen van het schip te vragen, zoals het mee-eten van de stuwadoren in China. De kapitein vertelde dat dat komt omdat er met sommige teams van stuwadoren afgesproken wordt vanuit de organisatie dat ze mee mogen eten, en daar wordt het schip dan ook voor betaald (daar zal de kok het niet mee eens zijn, maar goed…), dus dat zijn afspraken waar aan gehouden moet worden.

Op gegeven moment zei de kapitein trouwens haast verontschuldigend dat hij bang was dat hij de bemanning zou moeten vragen om ons te dopen op de grote oversteek, als we daar tenminste geen probleem mee hadden. Wij moesten lachen en vertelde dat we al wel meer gedoopt waren, op de poolcirkel met ijsklontjeswater en op de evenaar ook. Hij was onder de indruk, “zijn jullie over de evenaar geweest? Met een schip?” Dus wij vertelde van onze West-Afrika reis in 2013, en dat we in Noorwegen in 2011 ijsklontjes in onze nek kregen dus de Stille Zuidzee zou vast geen probleem zijn. De kapitein moest lachen “Oh, maar dan hoeft het niet want jullie zijn al volwaardige zeelieden!” en draaide zich lachend naar de Chief Engineer: “daarom hebben we nog geen pech gehad, ze brengen helemaal geen ongeluk, ze zijn al gedoopt!”.

Voor de rest werden er allemaal plannen gesmeed voor de lange oversteek, waar iedereen met gezond respect en grote tegenzin naar uitkijkt… Er zou een tafeltennistoernooi komen, een basketbaltoernooi, misschien een voetbaltoernooi (ik geloof dat ze dat als zaalvoetbal in een ruim wilde doen of zo), zondagochtend koffieochtend, vrijdagavond baravond, af en toe een barbecue en alles wat men verder nog kon verzinnen was welkom! Dat is voor iedereen een zware tijd, maar de officieren drukte ons op het hart dat het voor passagiers nog het zwaarst was, want de bemanning heeft nog hun werk als afleiding en wij niet. We denken dat we erop voorbereid zijn, maar we zijn benieuwd, het zal ongetwijfeld taai worden af en toe…

Om 22 uur ging iedereen weg en zijn wij moe en stijf van het lange tafeltennissen ook naar onze kamer gegaan, na eerst nog heel even op de brug gekeken te hebben. Ik heb nog wel gedoucht maar de was laten we maar voor morgen! De kapitein had trouwens ook gezegd dat als we een keertje met de satelliettelefoon wilde bellen op de grote oversteek dan zou hij over een enkel en kort gesprekje niet moeilijk doen. Wilde we wat meer en regelmatiger bellen dan konden we een prepaidkaart kopen, 36 dollar voor 30 minuten; dat is nog niet duur eigenlijk! Email is ons nog niet helemaal duidelijk of we dat via hem moeten laten versturen of dat hij een account voor ons maakt zoals op de Columba – en of het gratis is of niet. Maar de mogelijkheid is er in ieder geval, dus dat zoeken we nog wel eens uit!

Dag 48 zaterdag 14 maart 2015: op zee, oefening, 377 km

We snappen niet zo goed waarom we vaak zo moe zijn, of het nu luiigheid is of de buitenlucht en zee waar je constant in bent, maar we zijn ‘s avonds vaak kapot als we naar bed gaan en ‘s ochtends niet altijd even uitgerust als we opstaan. We blijven wel consequent om 7:30 opstaan, de verleiding is groot om weleens te blijven liggen maar het is ook eigenlijk wel lekker om op tijd op te staan. En we krijgen de dag meestal wel vol, al is het maar met de wereldsite maken in mijn geval en films/series kijken in Hans zijn geval! Gisteravond na het tafeltennistoernooi waren we in ieder geval ook gewoon echt moe, en vanochtend bij het opstaan zelfs een beetje stijf… ‘s ochtends toen we de gps aanzette zagen we dat we met zo’n 28-30 km/uur aan het doorstomen waren, je merkte het ook aan het schip, alles was aan het vibreren, en als je zelf niet oplette ging je meetrillen.

Hans heeft onderweg naar het ontbijt de was in de wasmachine gegooid. Na het ontbijt zijn we naar de brug gegaan om een beetje te kijken hoe ver we zijn, en of we nog nieuwtjes kunnen vinden bij de kaartentafel: er staan op de nieuws-ticker dat maritieme nieuwsberichtjes uitzendt steeds meer meldingen over militaire oefeningen rondom Korea, en vanochtend ook een melding dat er misschien een partij houten balken van 7 meter lang overboord gespoeld waren van een vrachtschip en om er een oogje voor open te houden… Je zult ze maar tegenkomen! Het was weer mooi rustig fris lenteweer; 5 graden, zonnetje, spiegelgladde zee, en een fris maar rustig windje – dus we besloten weer een wandeling te gaan maken op dek. Eerst ging de was echter nog even de droger in, die Hans dit keer op 2 uur gezet heeft; de drogers aan boord doen het niet erg goed, en lijken de was niet gelijkmatig droog te krijgen. 2 uur moet hopelijk genoeg zijn!

Er werd nog druk roest gebikt met borstelmachines, we zagen overal nieuwe verf of menie, en we neuzen graag een beetje nieuwsgierig rond in ruimtes die open zijn, dus vandaag gingen we wat verder de opslagruimte in de boeg verkennen. De deur was open en er stonden twee mannen voor roest te bikken, en binnen nog twee anderen een buis los te bikken, en het was geen probleem dat we rondkeken. Iedereen groet altijd beleefd, stopt soms zelf even met wat ze doen om iets uitgebreider te groeten (of om even grijnzend te poseren voor een foto), maar iedereen werkt in principe gewoon keihard door. We komen weleens in een hoekje ergens iemand verscholen tegen bezig een lastig plekje te schuren of te schilderen, perfecte momenten zou je denken om even een half uurtje niks te doen, maar eigenlijk verrassen we ze altijd terwijl ze druk bezig zijn.

De ruimte in de boeg was erg groot, en diende als opslagruimte voor reserve hijs- en bevestigingsmateriaal, waaronder de ongelofelijk grote harpsluitingen, waarvan de kleinste 25 ton kon dragen en zelf al zeker 25 kilo moest wegen – daar hadden we overijverige stuwadoren weleens mee zien sjouwen. De grootste was bijna een meter hoog, staal zo dik als een dij, en kon 200 ton dragen; we kunnen ons al niet eens voorstellen hoeveel hij zelf wel niet moest wegen! Ook lagen er vele rollen scheermesjesprikkeldraad, en vonden we de entree naar de boegschroefkamer. Het was een luik met waarschijnlijk een lange ladder erin naar de diepte eronder, de boefschroef zat natuurlijk helemaal onderin het ruim…

De opslagruimte was in de vorm van een hoefijzer om de ventilatieschacht van de boegschroef gemaakt, alleen de ene kant was dichtgemaakt, daar was geen deur maar het verfhok. Wel leidde er in deze ruimte aan iedere kant van het schip een trap naar boven, naar het hoger gelegen dek van waaruit het anker bediend werd; die deuren werden alleen van binnenuit stevig dichtgehouden. Dat lijken me echt deuren die je vergeet in de paniek als er piraten proberen te enteren, en vandaar natuurlijk dat ze ze dus gewoon permanent van binnen uit met extra banden en een blok hout dichthouden.

Er lagen een hoop dikke stalen kabels, van dichtbij ongelofelijk dik en ontilbaar, en in een hoekje stond een megagrote schijnwerper. Daarmee verblind je iedereen die te dichtbij probeert te komen! Ook lag er materiaal om een hek onder stroom mee te zetten, daar hadden we de 3e al eens over gehoord, dat ze niet alleen prikkeldraad maar ook stroomdraad spannen in piratenwateren. Dan wordt dit schip dus echt een varende vesting! Terug langs de roestbikkers zijn we de trap opgegaan naar het ankerdek, om even uit te waaien voor we langs bakboord terug naar de woontoren liepen, onderweg nog even een klein praatje met de timmermannen makend. We kwamen ook de Filippijnse “bosun” tegen: eigenlijk net zoals de Chief Officer de baas van de officieren is, is hij de baas van de bemanning, die twee overleggen dus ook regelmatig met elkaar. Hij was samen met een ander bezig om de deksels van de vele ventilatieschachten die we overal zien los te schroeven (ze waren helemaal vastgeroest), schoon te maken, en terug dicht te schroeven met een gulle laag smeer ertussen. Hij legde uit dat deze kanalen de overloopschachten waren voor de ballasttanks; in nood en als je het systeem door wilde spoelen om wat voor reden dan ook, dan kwam hier water uit.

De rest van de ochtend hebben we koffie gedronken, de was gevouwen en een beetje rondgefröbeld op de laptop/tablet. Met de lunch kregen we een verrassend lekkere maaltijd (die standaarden hé…); de soep was zoals regelmatig de basis knoflooksoep met iets erbij, in dit geval lente-uitjes, maar het hoofdgerecht was een lekker stukje vlees, boontjes met spekjes, en een gepofte aardappel met een heerlijk frisse crème fraiche sausje erover met uitjes, peterselie en (uiteraard) knoflook erdoor. De knoflook komt onderhand uit onze poriën! En de kok had, toen we naderhand de keuken inkwamen om dag te zeggen, weer iets voor Hans; een nieuwe bak halfvol pelpinda’s en halfvol zonnebloemzaden. Ik kan me toch niet voorstellen dat hij denkt dat we die enorme voorraad die we eerder gekregen hadden inmiddels al op hebben!

Terug op de kamer zagen we dat er een vrachtschip behoorlijk dicht voor ons schuin voor ons langs leek te willen gaan, en dat leek wel een spannende manoeuvre te zijn dus we zijn gelijk doorgelopen naar de brug. We voeren inmiddels nog maar zo’n 20-22 km/uur, in de loop van de ochtend waren we teruggezakt in snelheid, en het andere vrachtschip ging inderdaad voor ons langs varen. Het komende uur werd er een beetje om elkaar heen gedraaid, want dit vrachtschip was van stuurboord naar onze bakboordkant overgestoken, maar wij moesten eigenlijk volgens onze waypoint onze koers richting bakboord verleggen (dus weer zijn pad kruisend), en ondertussen kwam er een sneller LPG-vrachtschip van achteren aan bakboord op ons af die ook min of meer op de koers van het vrachtschip zat, en lagen er in de nabije verte aan bakboord ook nog eens twee kleine vissersbootjes en nog een vrachtschip… Dat allemaal op zo’n klein stukje zee terwijl er zo veel ruimte is!

De wekelijkse oefening zou weer om 15:30 plaatsvinden, en Hans en ik hadden na een stevig dutje net om 15:20 onze spullen gepakt toen het alarm al klonk! De kapitein wilde iedereen even alert krijgen vermoeden we, en wist natuurlijk dat iedereen al 5-10 minuten eerder naar buiten ging… inderdaad, nog niet iedereen was er toen wij naar buiten stapte op dek A! Je merkte deze week weinig tot niets van het een beetje ingekakte “verplicht zaterdagmiddagnummertje”, men was een stuk serieuzer en alerter. Na een praatje over de verschillende reddingsvlotten aan boord, manieren om ze te lanceren en hoe je bij uiterste nood in het water moest springen in je thermopak, vond de brandoefening plaats.

De brand was dit keer zogenaamd in de keuken, en de kok keek al bedenkelijk! Dit keer werden de brandweermannen wel aangekleed, en deden de brandspuiten wel spuiten. Ze spoten zelfs nog lang door, want het systeem moest even doorgespoten worden. Hans en ik staan overigens ook op de takenlijst bij calamiteiten; onze taak is om als algemene ondersteuning te dienen en indien nodig, uit te voeren wat er ons gevraagd wordt! Vandaag mochten een aantal bemanningsleden even met de brandspuit oefenen, dus Hans vroeg of wij ook even mochten, en dat mocht. Hoewel ik de brandspuit alleen voor de schijn vasthield, de mannen achter mij hielden hem nog zo stevig vast dat ik nauwelijks iets bijdroeg, en Hans bevestigde later dat hij ook weinig had kunnen bijgedragen aan het echte vasthouden…

In de conferentiekamer werd nog het een en ander besproken – er lijken iedere week andere onderwerpen te zijn. Op de brug wordt op een lijstje bijgehouden welke onderwerpen en oefeningen er wanneer gedaan zijn. Vandaag ging het onder andere over het verlaten van het schip als het in de haven ligt, wat eventueel nodig kan zijn in het geval van een bom, en het in nood de trossen doorsnijden en vertrekken uit een haven waar het schip en de bemanning zodanig bedreigd worden dat dat nodig geacht wordt. Bijvoorbeeld bij een terroristische aanval, zo zou er een vrachtschip al eens gekaapt zijn door ISIS in Libië? Daarbij deed de Chief Officer nog even een opmerking maken dat in principe de bemanning moet weten dat ze volgens hun contract een aangeboden opdracht in een haven met de hoogste ISPS veiligheidscategorie 3 ten alle tijden mogen weigeren zonder gevolgen. Heftig… Er werd ook aangekondigd dat we vanavond om middernacht voor anker zouden gaan en dan morgen (volgens planning) om 12 uur het anker weer lichten voor de loodsafspraak om 13 uur. We beginnen in ieder geval steeds beter te snappen waarom er per Chinese haven 3-4 dagen gerekend wordt! Die tijd heb je gewoon nodig voor alle wachttijd die erin sluipt…

Iets voor etenstijd om 17:30 ging het belletje van de intercom opeens; een mededeling van de 2e officier. Er was vandaag iemand jarig (we hadden al zoiets met de lunch meegekregen) en die werd op deze manier namens de kapitein en de hele bemanning gefeliciteerd. Onder de andere kapitein was er ook iemand jarig geweest maar daar werd alleen door de kok iets mee gedaan, met zijn pens-punch brouwseltje, er was toen geen officiële felicitatie… Deze kapitein mag dan wel streng zijn, en de mannen zuchten er deze eerste dagen onder na het waarschijnlijk relatief rustige leventje van de afgelopen 4 maanden onder de oude kapitein, maar hij is denken we wel goed voor het schip en ook zeker voor de bemanning. Als deze kapitein over 4 maanden naar huis gaat is ongetwijfeld heel het schip van top tot teen gepoetst, opgeruimd, schoongemaakt, gepolijst, geverfd en opgeknapt…

De kok had met het avondeten echter ook weer iets speciaals gemaakt voor de jarige, we zagen het al van verre staan bij het keukenluik in de bemanningseetzaal; gebraden varkenskop… Met name de hersenen zouden een delicatesse moeten zijn… En hij was druk bezig met stukken gedroogde varkenshuid te frituren, zodat het oppofte als kroepoek, als borrelknabbels voor de bemanning vanavond omdat het zaterdag was. Wij kregen ook een bordje bij onze avondeten, lekker gezouten en met een schaaltje azijn met een geplette teen knoflook erin om in te dopen. Dat laatste was er verrassend lekker bij! De kok vindt het duidelijk erg leuk dat wij graag alles proeven… De varkenskop hebben we echter maar overgeslagen dit keer! De messman had vandaag ook gekookt, hij vertelde dat de noodles van hem waren. Lekker! We zeggen trouwens altijd als we eten krijgen tegen elkaar en half tegen de messman “lekker”, of zelfs “lekker, lekker”. De messman moet dan lachen, hij vind het duidelijk grappig klinken en ging het op gegeven moment overnemen, dan mompelde hij lekka lekka als hij ons zag. Maar op gegeven moment moest hij toch even weten wat het nou precies betekent; nu hij het weet zegt hij met een brede grijs “lekka lekka” als hij ons eten komt brengen, en toen we bij vertrek uit Shanghai op de brug stonden en hij het eten van de loodsen kwam brengen zei hij ook zachtjes tegen ons “lekka lekka” met een knipoog.

We moeten alleen misschien de kok nog eens uitleggen over het concept van de schijf van vijf en cholesterol, want hij vindt dat eten moet drijven (in olie) en doet zelden groente bij de maaltijd. Ach ja, het is in ieder geval veel beter, verser en smaakvoller dan de andere kok, en we krijgen wel iedere dag met de lunch fruit, geen slechte toetjes behalve een keer per week een ijsje, en kunnen met lunch en avondeten altijd sla pakken… En voor de rest is het zwemseizoen weer begonnen als we thuis zijn en moeten we maar een maandje of twee lijnen om de kilootjes er weer af te krijgen!

Toen we na het eten nog even naar de brug gegaan waren vertelde de Filippijnse 2e officier dat hij opeens niet zeker meer wist of hij in Ulsan van boord zou gaan, dat had hij namelijk een tijdje terug verteld. Ze konden geen vervanger vinden, dus het was nog heel erg onzeker, en hij was er duidelijk verdrietig over want de eerstvolgende mogelijkheid zou dan Houston worden, na de Grote Oversteek en dus zeker zo’n 4-5 weken later dan gehoopt… Hij was al zelfs van de week een beetje begonnen met inpakken! Hij is duidelijk een intelligente en gevoelige jongen die overloopt van de dingen die hij wil vertellen en zeggen, maar daar niet de Engelse woordenschat voor heeft en dus af en toe redelijk gefrustreerd raakt met zichzelf als hij verstrikt raakt in zijn zinnen. Hij zei dat hij dus maar zijn hoofd erop instelde dat hij er pas in Houston afging, anders was het te pijnlijk… We kunnen het ons levendig voorstellen!

Hij vertelde dat het weleens gebeurde dat iemand een maand of zelfs twee langer moest blijven, en hij wist ook van een horrorverhaal van iemand die een heel jaar lang extra had moeten blijven aan boord omdat er steeds maar iets tussenkwam en ze niemand konden vinden op het juiste moment! Hans en ik vinden het jammer, want de Chief Officer gaat er in Shanghai af, de Chief Engineer ook (vinden we ook erg jammer!), de 2e Officer misschien dus in Ulsan anders in Houston, er blijft weinig over van de mensen met wie we al een beetje een band opgebouwd hebben! De Chief Officer is sinds die eerste slechte start helemaal bijgedraaid, overigens, en is in het algemeen ook tegen de rest van de bemanning veel aardiger en opener; hij zal misschien wel gebotst hebben met de vorige kapitein en net in een crisis of zo gezeten hebben toen wij aan boord kwamen, plus waarschijnlijk niet blij met de manier waarop we aan boord gekomen zijn via het water (niet dat we daar zelf iets aan konden doen!). Waarschijnlijk heeft hij er geeneens erg in hoe vijandig hij overkwam die eerste dagen, het is nu gewoon een gewone vent die zelfs weleens grapjes maakt met zijn collega’s. De 2e beloofde wel dat (als hij er nog was), hij ons op de hoogte zou houden van de soort vracht in Ulsan en Japan, want als er spannende dingen aan boord kwamen was het toch zeker daar. Hij noemde ook dingen als generators en zo, en een of andere enorme machine, volgens mij een centrifuge, waar twee kranen voor nodig waren. We hopen leuke vracht te zien, maar hopen voor hem dat hij al in Ulsan naar huis mag!

free counters