Dag 54-57: vrijdag 20 - maandag 23 maart 2015: aankomst en vertrek Shanghai

Dag 54 vrijdag 20 maart 2015: aankomst Shanghai, 40 km

Ergens rond 4 uur moeten we zijn aangekomen in de haven, Hans en ik werden in ieder geval rond die tijd wakker en toen lagen we er net. En terwijl we al terug in slaap begonnen te sukkelen, bedachten we allebei dat er weleens kans was dat we weer voor de douane uit bed gebeld zouden worden, omdat we weer in Shanghai waren. En inderdaad, iets later om 4:15 ging de telefoon! Het was dit keer nog sneller gebeurd dan de vorige keer, en weer uitermate beleefde douanebeambten – maar geen foto dit keer, dat hadden ze liever niet. 5 minuten later stonden we ons weer uit te kleden om weer in bed te duiken, pfffff! Ik kon slecht in slaap komen en had al zoiets van, wanneer bellen ze voor de gezondheidsinspectie. Maar die hoefde schijnbaar geen tweede keer want we konden in bed blijven tot de wekker ging! Maar ja, laat naar bed gegaan, midden in de nacht er even uit moeten; we waren dus niet zo heel erg helder toen we opstonden. Dit ging een noodgedwongen rustig dagje worden…

Het was ‘s ochtends toen we (voor de tweede keer) opstonden grijs, grauw, mistig en regenachtig. Bij het ontbijt keek de kok een beetje sip en toen we bij het keukenluik keken na het eten of er nog iets lekkers was om te proeven (lekkere pittige gebakken worstjes) vertelde hij dat hij officieel het verzoek in had gediend bij de kapitein om vervangen te worden zodat hij naar huis kon. Onder andere vanwege de extreme hoge werkdruk hier in China, en het feit dat hij er niets extra’s voor krijgt. Zijn contract loopt in Amerika af, hij heeft er al 7 maanden opzitten, maar hij wil dus eerder al stoppen. Hij liet zelfs de email zien van Rickmers dat ze op zoek waren naar een vervanger maar nog niemand gevonden hadden! We vinden het zo sneu voor hem, we begrijpen het wel goed en vinden het goed dat hij aangegeven heeft dat de werkdruk te hoog is (ze moeten inderdaad ook van 30 man serveren gaan naar gerust 40-45 man, in dezelfde tijd, met dezelfde manskrachten), maar vinden het ook erg jammer voor onszelf als hij al eerder naar huis zou gaan! Het was duidelijk dat de kok het even wilde vertellen aan ons dat we er vanaf zouden weten, hij wist natuurlijk dat we hem gezien hadden in de conferentiekamer tijdens de koffie, en ik denk ook dat hij gewoon wilde dat we het wisten omdat hij ons mag.

Er leek buiten helemaal nog niets te gebeuren, de kranen bewogen niet en op de kade liep ook bijna niemand rond, dus we zijn pas na de koffie om 10:30 op pilotdek gegaan. De messman kwam onze kamer wat later doen dan anders, want hij had het erg druk. Toen hij wilde gaan stofzuigen zei Hans echter dat dat echt niet nodig was, hij had op woensdag nog gestofzuigd! De messman moest in zijn mengelmoesje van scheeps-Engels en Filippijns erkennen dat dat inderdaad misschien een beetje overdreven was en deed de stofzuiger met plezier opbergen. Er wordt aan boord een soort Papiamento gesproken dat men "Scheeps-Engels" noemt; een Engels dat iedereen verstaat, of het nu Filippijnen, Roemenen of andere nationaliteiten zijn… Het is 95% gewoon normaal Engels, weliswaar een vereenvoudigde versie en zeer zeker niet altijd grammaticaal correct, met daarnaast wat woorden die misschien niet de officiële benamingen of omschrijvingen zijn ergens voor, maar die inmiddels door iedereen zo gebruikt worden. En het werkt goed volgens de officieren, iedereen begrijpt elkaar inclusief belangrijke commando’s! De messman spreekt niet eens erg goed “Scheeps-Engels”, maar we weten elkaar meestal wel redelijk te begrijpen zolang het onderwerp niet te ingewikkeld wordt. Ik probeerde te praten over het feit dat de kok weg wilde en we dat begrepen en zo maar dat was al te hoog gegrepen! Dan knikt de messman hulpeloos en mompelt “jah jah…” zo van ik snap er niks van…

Er was net een lading nieuwe gele hijsbanden afgeleverd, 2015-banden, alsof we nog niet genoeg hijsbanden hebben! Maar die worden dus ieder jaar vernieuwd… Bij ons gebeurden los van het heel rustig aan uitpakken van de hijsbanden nog altijd heel weinig – er werd aan de voorkant van het schip wat staalplaten en staalrollen geladen, en dikke staven en buizen ruw staal. Aan de overkant van de kade waren een paar grotere schepen de grote zware stalen rollen aan het uitladen waar we er al zo veel van gezien hebben hier in China; en kleinere rivierschuiten kwamen af en aan om steeds een tiental rollen op te halen en dan weer verder te varen voor lokaal transport.

Er werd met een speciale haak een voor een de rollen uit het ruim getild en op wachtende vrachtwagens gelegd; in de loop van de ochtend zijn er wel 10-15 vrachtwagens allemaal in die hoek van de kade verzameld wachtend op hun vracht! Er werden wel 4-5 rollen op een vrachtwagen gelegd; misschien dat ze iets minder zwaar waren dan anderen die we gezien hadden, want daarvan konden er maar 2-3 op een vrachtwagen (of deden ze deze vrachtwagens gewoon overbelasten…).

Om 10 voor 11 kwam de lunchwagen onze kade op rijden, luid en constant toeterend om alle stuwadoren erop attent te maken dat het etenstijd was! De bekende rode lunchboxen stonden netjes in de achterbak samen met een ton zoals we ze al eerder gezien hadden; zo te zien tomatensoep of iets dergelijks. De stuwadoren pakte allemaal een lunchbox en gingen gauw hun maaltijd naar binnenwerken, maar omdat het koud en nat was, kon er natuurlijk niet echt ergens op gezeten worden. Sommige slimmeriken gebruikte de nieuwe nog samengebonden hijsbanden als kussentje, anderen gingen gewoon op een rijtje hurken met het kademuurtje als tafel. Maar in ieder geval wisten wij wel dat er het komende half uur niets meer ging gebeuren!

We hebben nog een beetje rond het pilotdek gewandeld; er kwamen toevallig net wat kolenboten langs, met op de lading kolen Chinese tekens gespoten zo te zien. Ondertussen waren de stuwadoren lekker aan het lunchen, met name de soep was ook erg populair. Toen iedereen genoeg soep en zijn lunchbox had ging het wagentje door naar de volgende groep stuwadoren.

Onze lunch was een beetje een vreemd mengelmoesje, waarvan ieder onderdeel apart wel smaakte, maar samen een beetje vreemd was: mungbonen soep vooraf, in feite een soort erwtensoep, en als hoofdgerecht (Filippijnse interpretatie van) huzarensalade met garnalen in een lekker pittig sausje. En een appeltje toe. Een beetje vreemd maar wel lekker zullen we maar zeggen!

Na de lunch zijn we min of meer gelijk weer naar buiten gegaan op pilotdek (ze waren nog altijd bezig de partij nieuwe hijsbanden uit te pakken), en de Poolse kadekapitein die we hier zowel in Shanghai als in Xingang gehad hebben kwam er toevallig ook. Hij kwam naar ons toe voor een praatje, moest lachen dat we het nog altijd leuker vonden om naar het laden en lossen te kijken dan om zoals normale mensen de stad in te gaan, en beaamde dat het klopte dat er erg weinig gebeurde. Volgens hem voelde de Chinezen de druk gewoon niet; we hadden hier 3 dagen om te laden en dat was veels te lang, ze hebben harde korte deadlines nodig en dan gaan ze als razenden (en niet altijd even zachtzinnig) aan de slag. Maar geef je ze te veel tijd dan doen ze niets omdat ze denken nog zat tijd te hebben. Hij voorspelde dat het morgen wel meer op gang zou komen.

Wat later kwam de nieuwe passagier naar buiten op pilotdek; ik had hem al gezien toen ik naar de brug keek, hij was duidelijk net aan boord en de boel een beetje aan het verkennen. Het was een geboren Belg, die inmiddels genaturaliseerde Deen was, en daar al ruim 30-35 jaar woonde. Maar hij sprak nog Vlaams, al was het een beetje onwennig voor hem in het begin om Nederlands te spreken! Hij was met de trein vanuit Denemarken naar Shanghai gekomen, wow… En hij vaart met ons mee terug naar Antwerpen. Aan de ene kant is het wel grappig om iemand aan boord te hebben waarmee je in je eigen taal kunt spreken, aan de andere kant is het wel een stukje privacy die je kwijt bent. Zo eventjes is altijd wel grappig, maar wij hebben het op reis uiteindelijk denk ik liever niet dan wel op de lange termijn. Terwijl we buiten stonden kwam de kapitein ook even naar buiten; hij zocht de nieuwe passagier om hem nog even de hand te schudden en welkom te heten. Goh! En dat terwijl ze als we aan het laden en lossen zijn eigenlijk nergens anders tijd voor hebben…

Om een uur of 15 begon het laden eindelijk wat leuker te worden; er begonnen stukken van een grote partij fabrieksonderdelen (?) aan te komen op de kade – voor Houston, om van daaruit verder te versturen naar de uiteindelijke ontvanger. Alle onderdelen (buizen, stukken gebogen wand, enz) waren in frames vastgelast voor het transport en ter bescherming. Er leek geen einde aan te komen, nieuwe onderdelen bleven binnendruppelen. Aan boord werden ze geladen in het eerste ruim aan bakboord.

Ondertussen kwam een klein bestelbusje een bestelling voor de machinekamer afleveren: pakketjes lompen om als poetsdoeken te dienen. Ieder pakket woog 25 kilo, en ze bleven ze uitladen uit het busje. We telden er uiteindelijk 10 pakketten! Dat is dus 250 kilo aan poetsdoeken… We waren erg benieuwd hoelang ze daar in de machinekamer mee zouden doen. Later vertelde de kapitein dat dat genoeg was voor ongeveer een maand; ook omdat ze een speciale onderhoudsbeurt gingen doen aan het een of ander en dus meer dan anders nodig zouden hebben. Maar 250 kilo poetsdoeken voor een maand? Wow! De fabrieksonderdelen bleven komen, behoorlijk grote stukken zaten er ook tussen.

‘S avonds hadden we zin om even te gaan tafeltennissen met zijn tweeën, en zijn naar de blue bar op pilotdek gegaan. We gingen er van uit dat de Roemenen het nu te druk zouden hebben om ‘s avonds te komen tafeltennissen, en dat we het rijk alleen zouden hebben. Maar de kapitein en een Roemeen die we al tijdens het eten gezien hadden, hadden duidelijk gedacht even rustig met zijn tweetjes hier een biertje te kunnen drinken! We hebben er wat mee gekletst; de Roemeen was niet alleen “supercargo” voor Shanghai, hij was het voor Rickmers voor heel Azië: dat is een soort overziende operationele planner en regelaar, hij reist met het schip mee vanaf Shanghai tot aan Yokohama – vliegend, niet meevarend, want hij moet van te voren nog van alles voor ons schip regelen en naderhand goederen inklaren en zo. Maar het was een hele aardige man, en hij kende de kapitein en nog een of twee anderen aan boord van vroeger toen hij ook zeeman was, vandaar dat hij vanavond hier zat want alleen op zijn hotelkamer of in een bar was ook maar zo wat.

De kapitein wilde van ons in het algemeen weten waarom wij als passagiers met een vrachtschip meereizen; hij had al wel een idee, maar het werd hem weleens gevraagd wat mensen toch bezielde om met hun mee te varen dus hij was wel benieuwd naar ons antwoord. Het concept van “rond de wereld varen” snapte hij heel goed; hij had twee keer in zijn carrière op zee een rondje kunnen volbrengen binnen een contract, toen er nog sneller gevaren werd, en zoals hij het wel mooi verwoorde in “scheeps-Engels”, dat idee voelde fijn in je hoofd. Hans en ik waren lekker op dreef met tafeltennissen, het ging goed. Na een half uurtje kwam de oude Chief Officer met zijn vervanger binnenstappen, en keek verrast dat er mensen zaten; hij had ook gedacht even rustig een biertje met z’n tweetjes te kunnen drinken!

Hans en ik zijn na ruim een uur tafeltennissen en wat kletsen terug naar onze kamer gegaan om koffie te drinken met een (nog altijd goed eetbare) halve stroopwafel, te douchen en onze kleren uit te trekken want ze stonken een uur in de wind naar de rook; van de 4 Roemenen rookte er 3, dus wij en onze kleren waren doorrookt!

Dag 55 zaterdag 21 maart 2015: Shanghai, 0 km

Het was vannacht veels te warm geweest, we zijn er een paar keer van wakker geworden, en hebben veel en onrustig gedroomd; we waren dus ook weer niet op ons fitst vanochtend. Een lekkere rustige, goeie nachtrust zou onderhand wel eens fijn zijn… Toen we opstonden en naar buiten keken was men nog altijd bezig met de partij fabrieksonderdelen; dat zou heel de dag doorgaan! Het was nog altijd mistig en op een gegeven moment trok het ‘s ochtends zo dicht dat we de schepen voor anker in de rivier niet eens meer konden zien. Op zich geen enkel probleem voor ons, maar de mist leek maar niet echt op te klaren dus het zou over twee dagen bij vertrek misschien weleens voor wat vertraging kunnen zorgen… We zien wel!

Het is weer eens hoognodig wasdag; de tafeltenniskleren van gisteravond stonken vanochtend nog altijd naar rook dus we hebben alles meegenomen en in de wasmachine gedaan. We moesten zelfs twee wassen draaien! De gewone droger hebben we nu door, die moet je minstens 2 uur aanzetten dan doet hij het goed; de was uit de industrieeluitziende droger eronder was na 2 uur nog altijd behoorlijk vochtig dus die moest nog extra een uurtje of wat in de gewone droger.

Na het ontbijt zijn we naar pilotdek gegaan. Het laden van de fabrieksonderdelen was de hele nacht doorgegaan, en nog niet klaar. Ze waren inmiddels wel klaar met het linkerruim het dichtste bij de woontoren, en waren begonnen aan het rechter ruim, en hadden daar onder andere ook een of andere graafmachine in geladen. Dat had ik wel leuk gevonden om te zien hoe dat gedaan werd! Helaas, het was vannacht gebeurd… Ze waren zelfs al rond 10 uur bezig om een vloer van de houten vlonders te gaan leggen over de graafmachine zodat ze verder konden met laden. Ondertussen bleven de fabrieksonderdelen komen en waren ze ook al ruim 2 aan stuurboord ermee aan het laden.

Toen de vlondervloer op zijn plek lag werd een grote cilinder geladen, geen idee waar het voor was maar het was duidelijk onderdeel van de fabrieksonderdelen. Wij zijn daarna pas koffie gaan drinken, rond een uur of 11 toen de stuwadoren ook pauze hadden, en tot de lunch gebeurde er verder weinig interessants dus we zijn niet meer naar buiten gegaan. We kregen lekker macaroni voor de lunch! En als soep kippensoep… tenminste, het was koolsoep en er dreef een halve kip in! Maar het was echt een hele lekkere kippensoep; er zat gember in wat een hele frisse smaak gaf. De kok vertelde dat het Filippijnse kippensoep was, hij bakte eerst de gember, knoflook en uien glazig, en dan de kip. Eigenlijk moet de kip een korstje krijgen voordat je verder met de soep gaat, maar ja, tijd hé! En als groente kon er van alles in, alleen zijn voorraden raken een beetje op dus vandaar alleen de kool en wat selderij… Maar we worden in Ulsan opnieuw bevoorraad.

Tijdens de lunch zocht de Roemeense supercargo een plekje om te zitten. Hij kwam op de plek van de 2e Officier zitten toen ik zei dat die er toch nooit was tijdens maaltijdtijden, en we hebben er erg gezellig mee gekletst over zijn werk en leven zo; hij leeft min of meer een paar maanden uit een koffer in hotelkamers, maar hij heeft net zoals de Roemenen aan boord een contract van een paar maanden, ik geloof 4, en dan gaat hij voor 2 maanden terug naar huis. Hij werkte vroeger op schepen maar dit was veel leuker, dit was hartstikke operationeel en een grote driedimensionale puzzel om alles passend te krijgen. Hij lijkt totaal niet op de andere Oost-Europeanen in het beetje terughoudend zijn totdat ze weten wat voor vlees ze in de kuip hebben, hij is gelijk open en vrolijk en extravert. We vragen ons af of hij misschien ergens Arabisch bloed heeft, hij heeft zo’n donkere huid en zo’n andere houding. En hij lijkt een beetje op Fester van de Adams Family in zijn gebaren en houding!

Ik kreeg van de messman toen we onze spullen naar de keuken brachten opeens een klein bakje rozijnen en gekonfijt fruit in mijn handen geduwd; hij had duidelijk gezien dat ik weleens wat pakte uit de grote bak bij de ontbijtgranen (dat doen veel mensen), en had nu dus speciaal wat apart gezet voor me! Na de lunch zijn we weer naar buiten gegaan, en inmiddels scheen een lekker zonnetje. We hebben de stoelen gepakt en ons in onze jassen lekker comfortabel gemaakt om te kijken naar het laden onder ons. Er kwamen nog altijd (!!) fabrieksonderdelen aanzetten, ongelofelijk wat een grote bestelling moet dat zijn geweest, gewoon een complete fabrieksinstallatie die vervangen wordt. Ze hadden naast de grote cilinder twee delen van een vliegwiel of zo geladen, en waren ondertussen ook in andere ruimen fabrieksonderdelen aan het laden.

Het zonnetje scheen erg lekker en we waren een beetje moe, dus we zijn bijna gelijk met het zonnetje op onze snuit in slaap gevallen! Zeker 3 kwartier lang… Hans is daarna maar voor zichzelf een petje gaan halen, want hij voelde de zon op zijn kale hoofd branden! En lekker de appeltjes van de lunch – fruit van de lunch nemen we meestal mee en eten ze op een later tijdstip op. Om 14 uur werden voorin het schip een zestal “kleine” gietmallen geladen, en de fabrieksonderdelen leken steeds groter te worden!

Om 14:30 kwam opeens de eerste wagen met drukvaten aanrijden; “skid vessels”, volgens het laadplan dat we een paar dagen geleden gezien hadden. Geen idee wat het is maar duidelijk iets wat onder druk gezet kan worden. En zo te zien een leuke lading! Tegelijkertijd werd ook een verse partij houten balken geleverd, zo te zien voor deze lading. We vragen ons af of het hout misschien tegelijk met de rest van de lading geregeld wordt; dat je om de lading van A naar B te brengen als opdrachtgever gelijk ook hout mee moet leveren volgens door de planners opgegeven specificaties? De open ruimte tussen het eerste laadruim en de woontoren werd geveegd; hier gingen er een zestal komen volgens de planning, we waren benieuwd!

Terwijl er voorbereidingen getroffen werden om de skid vessels te laden deed de kapitein een rondje van het schip op de kade; dat zien we eigenlijk iedere dag dat we aan de kade liggen wel een keertje, of de kapitein of de Chief Officer loopt op de kade even aandachtig langs het schip van punt tot einde, we denken om te checken op beschadigingen of ongeregeldheden of zo. Om 15 uur ging het eerste drukvat de lucht in; niet heel erg gecontroleerd, de super cargo moest bijspringen om de twee stuwadoren te helpen met het begeleidende touw, anders hadden ze het niet gehouden en was het drukvat tegen de constructie van het schip aangegaan… Ieder drukvat was 11,6 meter lang en 30 ton zwaar! De ruimte voor de woontoren was groot genoeg voor 40-voet containers (heel het schip kan in een containerschip veranderd worden, en kan dan maximaal 1888 TEU oftewel standaard-containermaten vervoeren), dat is dus iets langer dan 12 meter. En de constructie steekt regelmatig een paar centimeter uit om de containers op hun plek te kunnen houden. Dan blijft er dus heel erg weinig speling over!

Dat was te merken, het duurde een zenuwslopend kwartiertje voor het eerste drukvat min of meer hing op de goeie plek. Er moest ook met man en macht geduwd worden want de kraanmachinist was niet zo secuur en het drukvat zwaaide soms gevaarlijk dicht langs de constructie. Op gegeven moment waren zeker 6 mannen in een hoek aan het duwen om te voorkomen dat het 30-ton zware object tegen de constructie van het schip aan zou zwaaien…

Toen het eerste drukvat eindelijk stond is er door de kadekapitein, de supercargo en nog een paar mensen waaronder een vertegenwoordiger van de stuwadoren een korte werkvergadering uitgeroepen om het laadplan nog eens te bekijken. Duidelijk dat er een wijziging in aangebracht werd waar iedereen het mee eens was! Het tweede drukvat kwam iets sneller en gecontroleerder op zijn plaats te staan, en toen werd ons duidelijk wat de wijziging was; in plaats van 6 drukvaten naast elkaar te zetten, hebben ze er twee haaks aan de woontoren gezet en de andere 4 parallel aan de woontoren. Dat leek iets gemakkelijker ten opzichte van iedere keer het kwetsbare ventiel langs de constructie van de woontoren moeten manoeuvreren… Om 16 uur stonden alle 6 drukvaten op hun plek naast de woontoren. Eigenlijk nog best vlot gegaan!

Toen begon men aan het voorbereiden van het eerste luik links; daar zouden er nog eens 4 drukvaten op komen te staan. Eerst werd het luik van het rechterruim teruggelegd – dat ruim was inmiddels helemaal vol met fabrieksonderdelen – wij houden af en toe onze hart vast als we zien hoe stuwadoren of bemanningsleden eventjes “meesurfen” op zo’n zwaar luik om het langs een lastig stukje constructie te begeleiden. Het gaat vast altijd goed maar het is toch eng om te zien… Tegen de tijd dat we gingen eten lagen alle vier de drukvaten op hun plek op het linker luik, en waren de stuwadoren en timmermannen al druk bezig om de andere zes drukvaten vast te sjorren.

Tijdens het avondeten zat de kadekapitein bij ons aan tafel, en we hebben er erg gezellig mee gekletst over reizen en zo. De Belg maakte af en toe een beetje rare opmerkingen, ik denk bedoeld om reacties uit te lokken, maar de kadekapitein negeerde hem beleefd, hij had duidelijk geen zin om te happen op de uitspraken van de Belg, en sprak vooral met ons: hij moet altijd lachen dat we zo graag aan boord blijven maar vindt het duidelijk wel leuk om met ons te praten. Onze kapitein zei lachend toen hij wat later binnenkwam dat we lekker in het zonnetje gezeten hadden; we hadden een kleurtje! De oude Chief Officer kwam met zijn nieuwe collega binnen: die is nog wat afstandelijk, maar dat is het ex-communistische voorzichtig zijn en afwachten tot je weet wat voor vlees je in de kuip hebt, we denken wel dat hij zal ontdooien. De oude Chief Officer zei vrolijk dat wij hun spionnen waren, en dat we veel foto’s moesten maken en waarschuwen als er rare dingen gebeurde. En hij zei dat als we in Afrika zouden zijn hij ons graag een scherpschuttergeweer zou geven; waarop Hans aangaf dat hij ooit sportief schutter was geweest, en dat het pilotdek inderdaad een perfecte positie was. Dat zag de Chief Officer wel zitten!

De kadekapitein heeft lang nagetafeld met ons, hij had duidelijk even de tijd en vond het gezellig. We “bedankte” hem voor de mooie show vanmiddag, en hij vertelde dat de echte show pas morgenochtend zou beginnen, dan kwamen namelijk de autoclaven; daar waren Hans en ik wel blij om, we waren bang dat ze die ‘s nachts zouden doen! Maar hij zei er lachend bij dat 77 ton niets was, alles onder de 100 ton stelde weinig voor, het werd pas leuk als iets meer dan 100 ton woog. Hij had pas geleden nog een stuk moeten laden dat 500 ton woog, maar hij vertelde dat andere rederijen weleens stukken van 1500 ton laadde (bijvoorbeeld een heel vliegtuig); dat leek hem duidelijk wel wat, zo’n opdracht!

Om 20 uur zijn we nog even op dek gaan kijken; de drukvaten waren inmiddels allemaal netjes vastgezet en de stuwadoren waren nu bezig om in het beetje ruimte dat er nog was tussen de woontoren en het eerste ruim een hoop kleine en minicontainers te laden. Ik wist dat er kleine containers bestonden van 20 voet (6 meter) lang, maar ik wist niet dat er ook minicontainers bestonden; kleine kubussen in feite, 10 bij 10 bij 10 voet (3 meter). Het laden ging behoorlijk hardhandig en ruw; het waren volgens mij lege containers en er werd haast mee gesmeten. Ook hier deden de stuwadoren redelijk eng, ze liften even mee met het hijsframe en stappen op de container terwijl het hijsframe nog beweegt. Maar het gaat steeds goed lijkt het!

Terwijl we buiten stonden te kijken naar de kleine containers, waar geen einde aan leek te komen, zagen we dat er ook nog altijd fabrieksonderdelen geladen werden! Grote buizen, zo te zien een schoorsteen of zo, gingen voorin het schip in een van de ruimen. Toen we ‘s nachts naar bed gingen was de “containertoren” naast ons al 3 verdiepingen hoog en 3 containers breed.

Dag 56 zondag 22 maart 2015: Shanghai, 0 km

We hebben vannacht nog regelmatig mogen meegenieten van het laden, want de kraanmachinist was bijzonder hardhandig en er bonkte en sloeg dus van alles buiten. Toen we opstonden was er een hoop gedaan vlakbij de woontoren, vandaar alle herrie vannacht; de toren van kleine containers naast de 6 drukvaten was 40 voet lang, 3 containers breed en 5 containers hoog geworden, er was over de 6 drukvaten een vlondervloer gelegd, en daarop lagen 3 grote metalen frames in zeil ingepakt, ieder de breedte van het schip min de containertoren. Naast de 4 drukvaten op het eerste dek links was een kleine containertoren gebouwd van 2 containers breed en 2 hoog, ook weer van de 20- en 10-voets containers in de ruimte voor een 40-voet container. En alle vloerdelen oftewel pontons waren weggehaald uit de houders bij kraan 1. Ze hadden hard (en luidruchtig) doorgewerkt dus vannacht!

Toen Hans en ik bij het ontbijt kwamen ben ik gelijk de keuken ingegaan om zogenaamd het bakje van de rozijnen terug te geven, maar ik had er vier toffees inzitten voor de kok en de messman; ze leken er blij mee! Ik was al bezig om te zeggen dat Hans en ik maar een pannenkoek wilde (het is zondag) maar de kok bood zijn excuses aan, hij had met alle drukte echt geen tijd gehad voor pannenkoeken, die zouden pas na 9 uur mogelijk zijn…

Toen ik het eetzaaltje inkwam zat de Poolse kadekapitein samen met Hans en de Belg aan tafel, en er hing behoorlijk wat spanning in de lucht tussen de Belg en de Pool. De Belg bleek namelijk (salon)communist te zijn (vandaar dus de vreemde en uitlokkende uitspraken!), dacht met een treinreis door Rusland wel te weten hoe het allemaal werkte en was bezig om de Pool tegen de haren in te strijken met allerlei boude uitspraken over communisme, Rusland en Kosovo. De Pool schoot vuur uit zijn ogen maar was te net en beleefd om de Belg te vertellen wat hij van hem vond, en was duidelijk blij dat Hans en ik er niet op in gingen en juist de spanning een beetje deden verdwijnen door grapjes te maken, het gesprek over te nemen met reisanekdotes en ook gewoon te zeggen dat het wel hele zware kost was zo vroeg in de ochtend. De Belg deed nog af en toe proberen om terug in het gesprek te komen met choquerende en vooral negatieve opmerkingen, maar de kadekapitein sprak op het laatste alleen nog maar met ons, negeerde de Belg beleefd maar resoluut, en verdween opeens met een korte groet omdat hij weer aan de slag moest…

De eerste autoclaaf stond al te wachten toen we na het ontbijt boven op het pilotdek kwamen; we hebben gelijk de tuinstoelen gepakt en zijn gaan zitten – dit keer wel met onze petjes al gelijk op want het zonnetje scheen al weer lekker en we waren toch een beetje rood van gisteren! De Belg heeft overigens hoogtevrees en durft niet goed bij de reling van het pilotdek te gaan staan. Behalve als het echt heel erg spannend wordt met het laden, dan kan hij eventjes een meter van de reling vandaan staan, ondertussen de reling vasthoudend. Maar na een paar minuten moet hij weer terug naar de veiligheid van de woontoren. Ook durft hij niet goed langs het smalle gedeelte van het balkon om de woontoren heen te lopen, hij blijft altijd in het brede linkergedeelte staan.

Volgens het laadplan zouden 2 van de 33 meter lange en 77 ton zware autoclaven rechts naast kraan 1 komen, dwars over het looppad dat onder de pontons door loopt. We vroegen ons al dagen af of de reling van dat looppad niet te hoog was, en inderdaad, vanochtend waren een paar bemanningsleden onder leiding van de bosun bezig om de reling weg te slijpen. Die wordt dan waarschijnlijk na Mexico (eindbestemming van de autoclaven) weer teruggelast! De andere 6 autoclaven zouden drie aan drie achter elkaar links voorin op dek komen te liggen, en dan zou in de ruimte tussen de autoclaven en de drukvaten een motorjacht komen te liggen.

De eerste autoclaaf lag verkeerd om, men wilde hem andersom laden: dus de truck die hem vervoerde moest even keren op de kade. De autoclaaf is 33 meter lang, daarbij komt de stuurcabine van de truck, en de kade was zo te zien iets van 40-45 meter breed. De truck was dus wel even een paar minuten bezig met achteruit steken voor hij eindelijk genoeg ruimte had om de draai te maken en andersom te gaan staan!!!

Er waren veel mensen op de been op dek; de vriendelijke Chinees die bij de Poolse kadekapitein “hoorde” en ons altijd groet als hij ons ziet, de Roemeense supercargo, de Poolse kadekapitein, een tweede Chinese planner of iets dergelijks die ook bij het clubje hoorde, onze eigen kapitein, Chief Officer (oude en nieuwe) en de tweede en derde officier, een aantal opzichters van de stuwadoren, en zeker 20-30 stuwadoren op dek en op de kade. Het was duidelijk een leuk klusje! Er was een nieuwe lading dikke houten balken aangekomen (we zijn er onderhand van overtuigd dat je als opdrachtgever mee moet betalen voor het benodigd hout, wat een fortuin steeds aan hout!), en er was voor deze klus zelfs een extra “anaconda” geregeld. In Scheeps-Engels worden de grote zware dikke gewatteerde stoffen lussen met iets van een ketting erin of zo “anaconda’s” genoemd. Een leuke naam ervoor, en passend, het zijn inderdaad net dikke slangen; deze anaconda’s waren de grootste die ze hadden, zo dik als een dijbeen…

Om de autoclaaf te tillen deden kraan 2 en 3 van het schip ieder een anaconda aan het hijsblok hangen, die dubbelgeslagen op twee punten de autoclaaf optilde. Om 9:30 hing de eerste autoclaaf vrij in de lucht in de anaconda’s; het verraste Hans en ik eigenlijk wel dat we het schip amper hadden zien bewegen dit keer. De gietmallen van 53 ton hadden meer effect gehad. Maar misschien kwam dat omdat het schip toen zo goed als leeg was, en nu onderhand redelijk vol? De autoclaaf werd heel handig eerst met de achterkant naar voren gestoken richting de punt van het schip, toen recht in de lengte van het schip gestuurd, en toen met de voorkant richting de uiteindelijke plek gestuurd; de kranen werkte goed samen, duidelijk dat de stuwadoren iets ervarenere kraanmachinisten gebruikte dan anders.

Toen de autoclaaf rechts van kraan 1 hing, is er nog een hele tijd gepriegeld en geprutst om de autoclaaf op de goede plek te krijgen. Het was duidelijk een lastig klusje, en de kraanmachinist was af en toe te ruig, dan leek de autoclaaf richting de kraan te gaan; ze hebben uiteindelijk maar een stootkussen gepakt om te voorkomen dat er aan beide beschadigingen zouden optreden! Er werden flink wat houten balken (ieder op zich zeker 15 x 15 cm, als niet meer) onder gelegd, en uiteindelijk was het coördinerend team van rustige kadekapitein, expressief gebarende supercargo, drukke Chinees en nog een paar mensen tevreden en kon de autoclaaf eindelijk neergezet worden. Het tillen en verplaatsen zelf had zo’n 5 minuten geduurd, het uiteindelijk de laatste centimeters op zijn plek zetten ruim een half uur… De eerste is altijd het lastigst!

Terwijl we keken naar de voorbereidingen om de tweede autoclaaf te hijsen dwarrelde er opeens zwarte sneeuw neer; de schoorsteen van het schip had een plak roet losgeblazen! Het is maar goed dat we oude kleren bij hebben, want alles wordt toch een beetje besmeurd met roet en smeer en zo… De tweede autoclaaf ging redelijk soepeltjes, en werd ook sneller definitief neergezet. Toen was het tegen 11 uur en kwam de lunchwagen al aanrijden met lunchboxen en soep voor de stuwadoren, dus wisten Hans en ik dat er eventjes het komende half uur niets meer zou gebeuren en konden wij koffie gaan drinken in onze kamer.

Een dik half uurtje later zijn we weer naar boven gegaan en werd net autoclaaf nummer 3 gehesen. De oude Chief Officer zag ons staan op het pilotdek en zwaaide, maakte breed lachend een gebaar alsof hij foto’s maakte dat ik bevestigde door ons toestel op te houden, en Hans maakte een gebaar alsof hij een jachtgeweer vasthield, waarop de Chief deed alsof hij geraakt werd. Hij is echt 180 graden veranderd sinds die eerste 2-3 dagen! Ondertussen was er ook een rivierschuit langszij komen liggen met TWEE jachten aan boord, zo te zien catamaranmotorjachten. Met de lunch zei de kapitein ook enigszins verrast te zijn dat er opeens twee jachten aan boord kwamen in plaats van een.

Rond 13 uur lagen de eerste drie autoclaven voorop het dek naast elkaar, en rond 14:30 lagen alle acht op dek. Dat was eigenlijk nog heel erg vlot gegaan, 4 uurtjes van de eerste tot de laatste! Ondertussen was men druk bezig om alles vast te sjorren, en deed het coördinatieteam wat groepsfoto’s maken van zichzelf. Er werd ook druk foto’s gemaakt van de vracht, de kadekapitein klom zelfs halverwege kraan 1 naar boven om een overzichtsfoto te maken! Hij draaide om om ook de drukvaten op de foto te zetten, zag mij staan (Hans was even naar beneden) en zwaaide enthousiast – gelukkig maar, ik was toch een beetje bang dat de gespreksstof bij het ontbijt hem niet goed bevallen was. Maar hij zal wel gesnapt hebben dat het niet aan ons lag.

Nu werden voorbereidingen getroffen voor het jacht; ondertussen kwamen er al wat wagens aanrijden met nog meer van de kleine en minicontainers. En we zagen een stuwadoor wat hout opruimen op de kade; het is ons inmiddels al vaker opgevallen dat de stuwadoren hier in China redelijk van opgeruimde kades houden, alleen de manier waarop is nogal vreemd. Want ze ruimen hout en zo op, en gooien het dan weg door het in het water te gooien! Sowieso zijn ze erg gemakkelijk om dingen in het water te gooien…

Het ophijsen van het motorjacht ging redelijk gemakkelijk; tenminste, het ging goed maar dat was niet per se dankzij de uitgebreide voorbereiding van de stuwadoren. Het lijkt vaak alsof ze hier in China gewoon beginnen aan een klus en al doende de problemen wel oplossen; mij lijkt dat er in Nederland iets meer tijd aan het van te voren uitdenken besteedt wordt. Aan de andere kant, het is tot nu toe steeds goed gegaan… Na een valse start waarbij het jacht toen het loskwam van de rivierschuit even gevaarlijk bewoog en weer teruggezet werd is het redelijk vlot opgehesen en naar zijn plek gebracht. Daar moest het nog even hangen terwijl de stuwadoren hout weglegde op de juiste plekken om het te ondersteunen. Ondertussen deed de rivierschuit al wegvaren; dus toch maar een jacht voor ons! Om 15:30 was alles klaar, alleen de containers gingen nog even door. Maar in de vroege avond waren ook die geladen en rond 20 uur was duidelijk alles klaar en gingen onze kranen terug naar hun ruststand. Nu was het alleen nog afwachten op het getij en de loods en we konden vertrekken.

Hans en ik wilden oorspronkelijk als we aan de “Grote Oversteek” begonnen een cake bakken voor ‘s ochtends 10 uur, maar nu hadden we het erover gehad dat het eigenlijk wel leuk zou zijn om dat tussen Shanghai en Ulsan te doen, want de Chief Engineer en Chief Officer gingen van boord; als een soort van afscheidje. En vanavond hadden we bij het avondeten een blikje cola (Hans een blikje Sprite, de messman weet dat Hans geen cola lust en let altijd op dat soort kleine dingetjes); de nieuwe Chief Officer was jarig! Dus dat was ook een goeie reden om het nu te doen in plaats van over een dikke week; dat zou misschien ook helpen bij het ontdooien van de nieuwe Chief Officer.

De oversteek zou 2 dagen duren volgens ons, dus toen we klaar waren met eten ben ik even met de kok gaan overleggen wanneer hem het minste last zou bezorgen, als we het voor morgenochtend of voor overmorgenochtend deden. De kok kijkt altijd een beetje bezorgd (en de messman altijd een beetje verdrietig, zelfs als hij lacht), en wat hem betreft waren allebei de dagen lastig want hij moest tussen nu en Ulsan de voorraad tellen want hij moest een kwartaalrapport maken en bestellingen doen voor nieuwe voorraad in Ulsan, maar dan was morgenochtend het minst lastig. Toen vroeg ik wanneer we met hem de ingrediënten konden halen, en dat was het gemakkelijkste voor hem om dat nu gelijk te doen. Dus Hans en ik zijn gelijk met hem mee naar beneden naar de voorraadruimtes gelopen om alles voor de cake te halen!

We wilden appelcake maken, en hadden berekend dat als we het recept voor een cake keer vier deden, we genoeg moesten hebben voor heel het schip (32 man). Dus Hans kreeg een emmertje van de kok en we zijn appels gaan uitzoeken en twee citroenen. Ik vroeg aan de kok voor bloem, suiker en zo maar dat was allemaal boven in de keuken al, prima, dus we konden weer naar boven. De kok deed nog wel even gauw de diepvries en zo laten zien.

Terug boven in de keuken begon de uitdaging: “heb je kaneel?” “nee, helaas, sorry”. “Heb je een weegschaal en een mixer?” “Nee sorry, alles gaat op gevoel en de mixer is stuk, ik heb alleen een klopper”. “Ok, kan de temperatuur van de oven geregeld worden?” “Nee sorry, geen idee wat de temperatuur is die is gewoon altijd aan en altijd warm, geen regeling mogelijk…”. De kok had wel suiker, bruine rietsuiker, eieren, bloem en bakpoeder, alleen de verhouding om van bloem en bakpoeder zelfrijzend bakmeel te maken wist ik niet precies, en stond ook niet op de bus bakpoeder. Pfffff, dit ging nog een lastige klus worden, een cake luistert redelijk nauw!

We begonnen maar met het voorbereiden van de appeltjes, dat waren lekkere zoete appels dus dat hielp al; Hans heeft ze allemaal geschild, een stuk of 10 omdat het kleintjes waren, en in blokjes gesneden, en ik heb de citroenen geraspt en een klein stukje verse gember geraspt. Met de gemberrasp, citroenrasp, citroensap en de bruine rietsuiker hebben we de appeltjes aangemaakt (hoe bestaat het dat een keuken geen kaneel heeft!!) en weggezet in de koelkast van de keuken tot morgenochtend. Hopelijk zou dat een beetje doortrekken en eenzelfde effect geven als kaneel en suiker… We hebben maar niet het risico genomen om de schaal in de algemene koelkast te zetten want dan zou er iemand misschien van snoepen! Voor de rest hebben we onze spullen een beetje uit de weg klaargezet. We waren om 19 uur klaar in de keuken, toen waren de kok en de messman ook al lang weg, druk bezig met andere dingen. De messman had een keertje verteld dat ze allebei dagelijks om 5 uur opstonden en al om een uur of 20:30 op bed lagen…

‘S avonds bevestigde de kapitein toen hij langs onze open deur liep dat we om 2 uur morgenochtend zouden vertrekken, en de supercargo en de aardige Chinees die we regelmatig even tegenkwamen deden nog even naar binnenkijken en afscheid nemen; ze hadden hier tijdens het laden een kamer gehad op onze verdieping waar ze zich konden omkleden en ‘s nachts slapen, want zeker de supercargo is gisteren op vandaag gewoon doorgegaan. De supercargo zullen we nog in Ulsan en Japan zien, de aardige Chinees namen we afscheid van want hij was nu klaar. Opeens kwam ook de Poolse kadekapitein de gang van onze verdieping in; hij kwam hier in principe nooit, maar hij was dus speciaal nog even ons komen opzoeken om dag te zeggen, wat vreselijk leuk! Hij vertelde dat hij het zo leuk gevonden had om met ons te kletsen deze afgelopen dagen, en dat hij al zijn zoon en zijn vrouw en weet ik wie nog meer over onze avonturen had verteld! Wij beaamde ook dat we het hartstikke leuk gevonden hadden om hem te ontmoeten, en namen hartelijk afscheid; echt heel erg leuk dat hij nog even dag was komen zeggen!

Dag 57 maandag 23 maart 2015: vertrek Shanghai, cake, 530 km

We hebben niks gemerkt van het vertrek om 2 uur, wel werd Hans om 5:45 nog even wakker. We hadden de wekker om 6:45 gezet, dan zouden we een uurtje hebben om de cake voor te bereiden en hopelijk om 8 uur in de oven te kunnen zetten. We stonden dus al om 7 uur in de keuken! De kok wilde ons het liefst niet in de keuken zelf hebben want hij was druk bezig met het ontbijt voor te bereiden, worstjes, eieren en spek; en een half uurtje later was hij al begonnen aan de lunch! Dus we hebben samen met de messman in de spoelkeuken gestaan.

Ik had 3 pakjes boter, totaal 750 gram; dat wist ik in ieder geval. Ik wist ook dat ik zo’n 16 eieren nodig had (ik had mijn recept keer vier gedaan). De suiker zat in een 1 kilo pak, dat was ook redelijk gemakkelijk, ik moest dus ongeveer driekwart van het pak aan suiker hebben. De bloem zou een uitdaging zijn, dat had de kok enkel als grote zak in een ton staan. Dus met een pakje boter in de hand als referentie heb ik zoveel bloem in een pannetje geschept als ik dacht dat 750 gram zou zijn. Toen we het vergeleken met het pak suiker leek het eerder een kilo te zijn; daar moest ik dus niet gelijk teveel van toevoegen. En de allergrootste uitdaging was bakpoeder! Ik hoopte nog dat de verhoudingen op het blik bakpoeder zouden staan, want thuis gebruik ik altijd zelfrijzend bakmeel – helaas, “gebruik naar gelang aangegeven in recept”… Ik dacht ooit gelezen te hebben dat een zakje bakpoeder geschikt was voor 500 gram bloem, dat was ongeveer een eetlepel vol, en ik nam daarnaast altijd nog een theelepeltje extra bij het zelfrijzend bakmeel, dus dan zou ik nu twee eetlepels vol nodig hebben, ongeveer… Ik had nog nooit een cake zonder weegschaal gemaakt, dit ging spannend worden!

Hans heeft de appeltjes in een zeef gegooid om uit te lekken (het gember/citroen/rietsuikermengsel was overigens heerlijk fris en aromatisch geworden!), en toen hebben hij en ik geprobeerd eerst de boter en suiker samen te kloppen; dat is altijd even lastig op gang komen, en dan was het nu ook nog eens een extra grote hoeveelheid en we moesten het met de hand doen. Maar uiteindelijk raakte het toch min of meer gemengd. Toen de eieren, twee tegelijk, en eigenlijk moest dat lang, vast en luchtig geklopt worden maar het was bloedheet in de keuken en we moesten met de hand kloppen... We kregen het dus niet echt erg luchtig! Uiteindelijk heb ik volledig op gevoel bloem er door geroerd tot het de consistentie van cakebeslag had, het bakpoeder toegevoegd, en Hans de smaaktest laten doen. Het leek en smaakte als cakebeslag, mooi zo! Ondertussen was het natuurlijk ontbijttijd, dus af en toe kwam iemand de keuken in om koffie te halen of zijn bord weg te brengen, en iedereen keek nieuwsgierig wat we aan het doen waren, en goedkeurend toen ze zagen dat het cakebeslag was. Alleen we merkte dat een aantal Filippijnen bemanningsleden wat terughoudend deden, alsof ze niet goed wisten of het eindresultaat ook voor hun zou zijn. De 3e Officier en Chief Officer waren gelijk erg enthousiast, dat zijn allebei zoetekauwen!

We hebben het beslag in het grootste bakblik gelepeld dat de kok had, de appeltjes erop gelegd en nog wat extra bruine suiker daaroverheen; helaas dus geen kaneel maar de gember en citroen en rietsuiker was gelukkig ook een lekkere frisse combinatie met de appels. En het geheel in de oven; alleen we voelde toen we de oven opendeden dat hij wel erg heet was – dus ik heb voor de zekerheid mijn wekker op 3 kwartier gezet (thuis zou de cake 4-5 kwartier moeten bakken). Toen konden wij ook eindelijk gaan ontbijten!

Na het ontbijt zijn we nog even naar de brug gegaan, en toevallig werd net de loods van de brug af begeleid en kwam het loodsbootje aanvaren. Overdag konden we zien dat het loods-punt echt een schip was; toen we op de heenweg het fel verlichte loods-punt hadden gezien leek het niet echt op een schip namelijk. Terwijl we op de brug stonden telde Hans met het blote oog gauw 45-50 schepen om ons heen… Ongelofelijk! Ik ben gauw daarna naar de keuken gegaan want de drie kwartier waren bijna om, en rook al gelijk een verbrande karamellucht toen ik de keuken inkwam; de cake had geen 5 minuten langer in de oven moeten staan, de zijkanten waren zelfs al een klein beetje verbrand! Toen pas zei de kok dat je de oven ook lager kon zetten, en draaide hij aan een knop aan de zijkant. GRRRRR had dat eerder gezegd dan had ik niet eens het risico genomen! Maar goed, 98% van de cake zag er perfect uit en het midden was perfect gaar, alleen het buitenste randje was een beetje verbrand; ze zouden vast niet klagen…

Ik heb de cake weggezet om af te koelen en om 9:45 zijn Hans en ik terug naar de keuken gegaan om de cake in 32 stukken te verdelen – er waren 31 mensen aan boord, dat kwam goed uit en dat laatste stuk zou heus wel opgaan… Ik heb 2 stukken naar de brug gebracht voor de 3e Officier en zijn wachtcollega die dienst hadden, Hans nam 10 stukken mee naar de conferentiekamer voor de Roemenen, de Belg en wij tweetjes, de kok zorgde voor zichzelf en de messman voor 2 stukken, en de rest van het bakblik werd in de bemanningseetzaal gezet en zou vanzelf verdwijnen! De Roemenen hebben er zichtbaar van genoten en ons uitvoerig bedankt, de kapitein had zelfs wel een tweede stuk gelust (het waren royale stukken!). Alleen de Chief Engineer was er helaas niet, die was nog aan het slapen want die had een drukke nacht gehad. Maar zijn stuk zou (met moeite) voor hem bewaard worden door de 2e Engineer die ook een stuk naar de 3e Engineer zou nemen in de machinekamer die dienst had en niet koffiepauze boven ging houden.

Iedereen was het er over eens dat het cake-experiment ondanks een klein beetje verbrand randje enorm geslaagd was en zeker nog eens (een paar keer) herhaald moest worden. De Chief Officer probeerde zelfs te regelen dat we er morgen nog eentje zou maken (hij gaat in Ulsan van boord). We hebben gezellig gekletst met de kapitein nadat de anderen hun cake hadden verorberd en weer aan de slag waren gegaan.

De kapitein gaf uitleg voor twee dingen die we ons afgevraagd hadden; waarom ik hier aan boord zo extreem statisch geladen ben dat ik echt van alles een schok krijg (zelfs regelmatig van Hans, die er geen last van heeft), en waarom Hans en ik allebei altijd zo moe zijn… Hij vertelde dat door al dat staal om ons heen en het water waar we op zitten het schip magnetisch enorm geladen raakt, en dat dat nergens heen kan. Dat blijft dus ook in ons lichaam zitten, vandaar dat hoe langer je op zee blijft hoe moeier je wordt (los van de constante beweging). Hij had zelf ook last van het statische schokken krijgen, en hij vertelde dat hij op school geleerd had dat een mens het geestelijk aankan maar een hond knettergek wordt van de magnetische lading als hij constant op zee blijft, en dat we de vermoeidheid echt goed zouden merken na de grote oversteek. Nu doen wij zelf weliswaar geen grond aanraken, maar het schip maakt wel zo af en toe contact met vaste grond zodat het kan ontladen. Tegen het einde van de grote oversteek is het schip zelf ook 4 weken zonder te ontladen geweest.

Hans en ik besloten na de koffie nog even een ommetje op dek te lopen om de nieuwe lading te bekijken, en belde naar de brug om te melden dat we naar buiten gingen; de 3e Officier bedankte wel 3 keer namens hem en zijn collega voor de cake! We zijn op een paar dekken geklommen om de autoclaven en het jacht van dichtbij te bekijken; wat een enorme dingen! Tegen de tijd dat we klaar waren met rondkijken op dek was het al weer lunchtijd, en onderweg naar de lunch en daarna hebben verschillende bemanningsleden bedankt voor de lekkere cake. Mooi zo, leuk!

‘S middags hebben we een rustig middagje gehouden want we waren moe van zo hard werken op de vroege ochtend, en ik ben snipverkouden dus heb een tijdje met mijn neus boven een kop sterke Earl Grey thee met een pepermunt erin gehangen – het enige aromatische wat we bij hadden! Het hielp gelukkig een beetje, samen met een dutje waar Hans uit solidariteit ook aan meedeed. We besloten om om 16:15 samen te gaan tafeltennissen om wat op te frissen en te trainen voor de competitie, maar dat schoot niet echt op want het schip rolde redelijk en wij konden niet te bruusk bewegen zonder het te voelen in ons evenwichtsorgaan. Om 17 uur kregen we te veel last van het bewegen en besloten we te stoppen; het is gewoon te veel voor je evenwichtsorgaan want het schip rolt heen en weer en je beweegt zelf allerlei andere richtingen op tijdens het tafeltennissen!

We zijn voor het eten nog even naar de brug gegaan waar de kapitein een verrassend en vervelend stukje nieuws had: de Japanse agent had hem doorgegeven dat de totale kosten voor het helpen van de passagiers voor twee havens 480 euro was!!! Onafhankelijk of we alle drie of dat er maar een persoon aan land ging, zouden de kosten voor het brengen van en naar immigratie, en administratieve/communicatie kosten voor het regelen met de immigratie omgerekend 480 euro zijn, 240 euro per haven. Wat een oplichterij! Het immigratiekantoor was maar een kwartiertje van het schip vandaan volgens de kapitein en Chief Officer, die het allebei exorbitant hoog vonden, en we hebben helemaal geen visum of niets nodig, alleen een stempel in ons paspoort, dus er waren ook helemaal geen “communicatiekosten” voor het regelen met de immigratie… Dit was voor het eerst dat dit zo gevraagd werd volgens hen, weliswaar heel netjes en officieel met het hoofdkantoor van Rickmers en de passagiersafdeling op de kopie, maar pure oplichterij dus.

Hans en ik wilden wel graag voet aan wal zetten in Japan, maar niet voor zulke bedragen, dit is pure persoonlijke oplichterij, want dit zijn “kosten” die we de agent persoonlijk moesten betalen en niets te maken hadden met immigratie of zo. We zijn daarom ook wel blij dat we pas 5 maanden geleden nog in Japan geweest zijn, anders was dit een vreselijke teleurstelling geweest! Nu is het erg jammer, het is de laatste haven voor de grote oversteek, maar we “hoeven” niet per se aan land te gaan want we zijn pas in Japan geweest, en we hoeven ons dus ook niet belazerd te laten worden om aan land te kunnen. We hebben nog even besproken met de kapitein in hoeverre het vervelend zou kunnen zijn voor zijn verdere relatie met de agent als wij hierop reageerde met wat we er van vonden, maar de kapitein is een erg integer man en vond dit niet eerlijk en zeker iets waar we op moesten reageren. Dus zijn we goed gaan nadenken over ons antwoord. De Belg was tijdens het avondeten toen we het vertelde ook redelijk verbolgen, wat een geld!

Rond 19 uur hadden Hans en ik ons antwoord klaar; de Belg wilde ook meedoen (en vond ons zakelijk antwoord beter dan zijn eigen potentiële boze reactie) dus zijn naam hebben we er ook onder gezet. Het was een keurige brief waarin we aanstipte dat we begrepen dat het een service was als de agent dingen voor ons als passagier regelde, en dat een service iets mag kosten, maar dat we desondanks onaangenaam verrast waren door de hoge transportkosten (zeker gezien het feit dat we begrepen hadden dat de immigratie vlakbij was), en zeer onaangenaam verrast door de hoge “communicatiekosten” gezien het feit dat we als Nederlanders en Deen (de Belg is genaturaliseerd Deen) helemaal geen visa nodig hebben en dus geen bemiddeling. Onze algemene conclusie was dat we dus geen gebruik zouden maken van de service van de lokale agent, en we hebben nog een kanttekening gemaakt naar de klantenservice (of iets dergelijks) van Rickmers die ook al op kopie stond dat het misschien aardig zou zijn als zij dit voortaan doorgaven aan nieuwe passagiers, aangezien dit hoge extra kosten zijn die je totaal niet verwacht tegen te komen.

We houden er rekening mee dat we niet aan land kunnen in Japan zonder bemiddeling van de agent, we geloven niet dat ons mailtje ook maar iets zal uitmaken want Japan is een land van regeltjes en gezichtsverlies is de grootste schande dus nu ze dit standpunt openbaar gemaakt hebben zullen ze er voorlopig bij blijven, maar we moesten de email schrijven om in ieder geval aan te geven dat we er niet intrappen. Wie weet maakt het verschil voor passagiers in de toekomst… De kapitein liep gelijk met ons mee naar de brug, startte het e-mailprogramma op en verstuurde ons antwoord reply-all op de oorspronkelijke email van de Japanse Rickmers agent met de kosten.

Daarna hebben we nog wat eigen emailtjes verstuurd, het was inmiddels al 20 uur en de dienst van de Chief Officer was afgelopen. Hij vroeg of we mee een borreltje gingen drinken (de kapitein had al gezegd dat hij ging trainen met de Chief Engineer voor de tafeltenniscompetitie), en we hadden niet echt veel zin, we hadden al getafeltennist en we geloven heus dat we altijd wel welkom zijn, maar die mannen vinden het ook weleens leuk om gewoon bij elkaar te zijn zonder dat er steeds buitenstaanders rondhangen. Maar toen gaf de Chief Officer aan dat het min of meer een afscheidje was voor hem en de Chief Engineer, hij nodigde ons echt nog even uit. Leuk! Dus toen zeiden we natuurlijk wel dat we kwamen, we voelde ons wel vereerd dat hij ons erbij wilde hebben!

We hebben onze mails afgerond en zijn nog even gauw een paar klompjes voor hem en de Chief Engineer halen, en het is een hele gezellige avond geworden met de Roemenen – alleen de nieuwe Chief Officer was er niet bij maar die wilde misschien niet inbreken op zo’n afscheidje. Voor mij is dit onderhand een booze-cruise aan het worden; ik heb van de week dat bodempje palinka op, en vanavond een half glaasje wijn en een half glaasje champagne… Ik drink anders nooit zoveel! Doordat de klok een uur vooruit moest is het heel gauw heel laat geworden, dus rond 23 uur nieuwe tijd is iedereen naar bed gegaan. Wij hebben nog tot middernacht nieuwe tijd gecomputerd en gedoucht, anders was het nog wel erg vroeg om naar bed te gaan… De kapitein vertelde dat als we na Japan over de datumgrens zelf heengaan we toch een hele dag moesten overdoen (hij hoopte voor de bemanning dat het een zondag zou zijn); dat wordt erg vreemd, we zijn benieuwd hoe dat zal gaan en wat onze apparatuur ermee doet! De kapitein vertelde ons trouwens ook dat de kadekapitein hem bij het afscheid in Shanghai (ze waren met zijn alle uit eten gegaan naar een echt Chinees restaurant waar de Chief Officer helemaal van onder de indruk was) verteld had over de communistische opmerkingen van de Belg. Goh!

free counters