Dag 64-66: maandag 30 maart - woensdag 1 april 2015: aankomst en vertrek Kobe - aan land

Dag 64 maandag 30 maart 2015: aankomst Kobe, 299 km

Vanochtend zijn we na het ontbijt zoals meestal even naar de brug gegaan. De 3e officier had dienst en klaagde dat bij de eilanden in Japan de scheeps-gps wel eens eventjes uitviel, alsof er signaal-stoorders waren aan land of zo. Het lijkt ons een beetje sterk, maar hij zal wel niet verzinnen dat de gps uitvalt! Ik heb onze gps ook vaak aangehad vandaag en kan niet zeggen dat het mij opgevallen is. Hans en ik zijn trouwens diep onder de indruk van de kwaliteit en detail van de kaarten die op het toestel zelf zitten; in Ulsan en ook hier in Japan staan de meeste wegen er gewoon op. Je kunt er dus prima mee navigeren in een stad. En dat terwijl wij helemaal niet eens de kaart van Azië horen te hebben! Wij hebben Europa gekocht, Australië/Nieuw Zeeland, Brazilië en hebben de Tracks4Afrika kaart van Afrika. Verder staat er standaard wel een basiskaart op van alles in de wereld, maar meer dan wat contouren en zo zouden we daar niet voor verwachten: dat hebben we ook gezien met bijvoorbeeld Sao Tomé & Principe, daar stonden de contouren van op maar meer niet. Om de een of andere reden hebben we desondanks in Zuid Korea en hier in Japan dus behoorlijk gedetailleerde kaarten van steden staan op het apparaat.

Om 10 uur besloten Hans en ik naar de koffie te gaan in het scheepskantoor, voor de sociale contacten. De koffie was weer eens zo sterk dat hij gewoon dikker vloeide dan normaal. Brrrrr! We hebben evenveel water erbij gegooid als koffie in de mok, en nog was hij vreselijk sterk. En dan lust met name Hans wel eens een pittig bakkie, maar dit was te gek… En, ik denk omdat het de laatste maandag van de maand is, of anders is het ons gewoon nooit eerder opgevallen, maar de kapitein was alle bemanning aan het verlonen. Iedereen kreeg een percentage van zijn loon cash in US dollars uitbetaald, de rest ging naar zijn rekening; zo kunnen de zeelui aan land toch altijd over geld beschikken zelfs als ze geen tijd hebben om naar een pinautomaat te gaan (en die zijn toch bijna niet te vinden in de buurt van haventerreinen!). De kapitein vond het geen probleem dat we erbij zaten, we hadden namelijk nog zoiets van we komen wel een andere keer; maar we zullen er zelf wel wat beter op proberen te letten om niet op maandag te komen, want dan wil hij ook gewoon graag even al zijn officieren en Engineers zien, een soort teamvergadering.

Het viel ons op dat sommige van de oudere en meer ervarenere Filippijnse zeelieden evenveel dollars leken te krijgen als de (lagere) officieren. We denken dat zij een groter deel van hun salaris cash uitbetaald krijgen omdat hun salaris op hun rekening eigenlijk grotendeels opgaat aan de hele familie thuis in de Filippijnen, en dat de Roemenen liever meer van hun salaris op hun rekening overgemaakt krijgen en alleen wat “zakgeld” willen voor de dagelijkse dingen op zee en aan land. Zelfs de cadet kreeg drie twintigjes toegestopt!

Na de koffie besloten we om even uit te waaien op dek en een ommetje te wandelen, het was heerlijk weer. We vonden het typisch dat het anti-indringers hek aan de ene kant van de woontoren dicht zat; ook de kooi om de ingang daar was op slot. Nog een maatregel vanuit Zuid-Korea? Maar daar leek het ons juist net als in Japan enorm veilig en rustig. We zijn naar de opslagruimte bij de boeg gewandeld, en toen we daar binnenkeken zagen we dat er flink opgeruimd was. De scheepsfietsen leken er ook te staan, ze leken ons niet in zulke hele slechte staat, maar goed, misschien weten ze gewoon niet met wat voor afgetrapte wrakken Nederlanders soms fietsen en vonden ze inderdaad in te slechte staat. Het maakt ons niet zo veel uit, we hebben het hoe dan ook prima naar ons zin gehad in Ulsan.

Er werd buiten op dek druk geschilderd in de gangpaden, en opgeruimd. We hebben nog even in de werkplaats rondgekeken en zijn toen rond 11:30 weer naar boven gegaan om nog even te rusten voor de lunch. Tijdens de lunch was de 3e officier helemaal blij, want de tafel zat vol: wij, de Chinese 3e Engineer die inmiddels een beetje los begint te komen maar onverstaanbaar Engelse spreekt, hijzelf en de Belg: meestal moet hij alleen eten. De 3e officier en Hans hadden het tijdens de lunch over de schietsport en geweren; de 3e was behoorlijk onder de indruk dat Hans vroeger sportief scherpschutter geweest was, en wilde graag wat tips en zo over geweren aanleggen, want hij was zelf dol op geweren en verzamelde ze samen met zijn vader. Het is een zachte jongen, maar we denken dat hij weleens verkeerd terecht zou kunnen zijn gekomen als hij geen officier geworden was, want hij wil heel graag stoer doen en heeft ook veel tatoeages.

Om 15:30 gingen we naar de brug om te kijken, en de kapitein was er ook naast de dienstdoende officier en de ondersteuning. De kapitein vertelde dat we om 18 uur de loods zouden krijgen en dat de loods dan zou besluiten of we naar de ankerplaats gingen of gelijk de haven in, want het was 2 uur varen naar de haven en schijnbaar mag je in Kobe niet na 20 uur aanleggen… Japan! De Belg was er ook. We deelden wat van de uitdeeltoffees uit aan iedereen, en de kapitein bood ons lachend in ruil een blikje Fanta aan uit het brugkoelkastje (geen slechte ruil overigens!). We hoefde er op dat moment geen maar we mochten iets pakken als we wilde en als het op was, was het op, volgens de kapitein. Wat een paar toffees al niet kunnen bereiken!

Terwijl we daar stonden, te genieten van het lekkere lenteweer, liep de ondersteuning naar buiten om een gele lettervlag in de mast te hijsen; de Q, die schijnbaar volgens de uitleglijst aangeeft dat ons schip gezond is en we vrije doorgang willen of zo? Dat zal wel een vereiste zijn in Japan, zeker, het is ons in ieder geval nog niet eerder opgevallen. De loods zou inmiddels ook eerder aan boord komen, om 17:15, en dan zouden we gelijk doormogen naar de haven, maar er zou pas om 8:30 morgenochtend begonnen worden met werk door de stuwadoren. We voelden het schip iets na 17 uur al afremmen en wat draaien, om daarna weer snelheid te maken; de loods was aan boord. Na het avondeten zijn we gelijk door naar de brug gegaan, waar iedereen al aanwezig was, en hebben we een tijd staan kijken.

We voeren op een spiegelgladde zee in de avondschemer de baai in waar Kobe, Osaka en een hoop andere steden aan lagen. De bergen lagen in de verte, de zon was mooi rood aan het ondergaan, de zee glom als een spiegel, er was geen zuchtje wind en de avondnevel was aan het neerdalen vanuit de eilanden: het was een heel erg mooi gezicht. Om 18:30 zijn we naar beneden gegaan en hebben we vroeg koffie gedronken, om om 19:30 weer naar boven te gaan om te kijken dat we de haven invoeren. We waren al een heel eind de haven in, maar het ging super langzaam. Over de laatste kilometer tot onze kade varen hebben we letterlijk een uur gedaan, de loods en de sleepbootjes deden het schip zo voorzichtig naar de kade loodsen dat je amper merkte dat we voeren. Die overdreven voorzichtigheid is ook wel typisch Japans… Toen we eenmaal eindelijk rond 20:45 aangelegd waren (we hadden er dus dankzij de voorzichtigheid van de loods 3,5 uur over gedaan terwijl de kapitein gedacht had 2 uur), en de loods en de kapitein de administratie bijgewerkt hadden en afgetekend, bood de kapitein de loods een fles wijn aan als dankjewel; dat doet hij eigenlijk wel in iedere haven – een slof sigaretten of een fles wijn. Maar de loods reageerde gewoon gechoqueerd, dat wilde hij echt niet aannemen!

Hans en ik zijn na het aanleggen nog even naar het scheepskantoor gegaan om uit te vinden wanneer de agent ons morgen zou komen ophalen om naar immigratie te kunnen (we mogen voor die tijd niet van het schip af), en kregen te horen dat het al geregeld was en we morgenochtend tussen 9 en 10 opgehaald zouden worden. Mooi zo!

Dag 65 dinsdag 31 maart 2015: Kobe – aan land, Witte Kasteel, 0km (130 km trein)

Vanochtend namen we onze spullen alvast mee toen we naar beneden gingen om 9 uur; het was goed mogelijk namelijk dat we gelijk ergens afgezet zouden kunnen worden. We hadden van onze vorige reis naar Japan nog 10.000 yen overgehouden, dat was een mooi startbedrag voor ons gepland tochtje vandaag (ongeveer 75 euro). De supercargo was ook al aan boord, zichzelf met zijn laptop aan het installeren in zijn hoekje, en aangezien hij ons internet beloofd had in Japan, besloot ik dat gelijk maar even te regelen: hij had als grapje gezegd dat hij ons de sleutel voor internet in Japan zou geven afhankelijk van zijn bui. Dus ik vroeg als eerste hoe zijn bui was; die was uitstekend. Mooi zei ik, mag ik in dat geval de code van internet voor Japan hebben? De supercargo moest erg lachen toen hij het door had, maar het was natuurlijk geen enkel probleem.

Rond 9:30 kwam de agent, een Filippijn die geboren en getogen was in Japan en verder ook de rest van de wereld gezien had. Er werd niet meer over geld gesproken uiteraard, en al helemaal niet meer over de beruchte 480 euro! Hij was best aardig en toen bleek dat hij een paar talen kende kwam hij ook wel een beetje los in het gesprek met ons, de supercargo en de kapitein – de talen vlogen over tafel! Hij bracht ons naar de immigratie, zo’n 7 km van het schip vandaan en ongeveer 15-20 minuten rijden inclusief het uittekenen bij de poort van de kade. Bij de poort moesten we niet alleen naam, achternaam, schip en paspoortnummer invullen, ook hoe laat we van het terrein afgingen, en (bij terugkomst) hoe laat we terug waren, maar we moesten ook nu alvast een schatting geven wanneer we dachten terug te zullen komen! Wat een onzin… Maar goed, Japan hé. Dus Hans en ik schatte dat we rond 18 uur wel weer terug zouden zijn, geen idee of dat realistisch was.

Bij de immigratie moesten onze paspoorten gescand worden en moesten we vingerafdrukken en een foto laten maken. Hans en ik hadden al aangegeven dat we naar Sannomiya treinstation wilde gaan, en de agent had al min of meer aangegeven dat het geen probleem zou zijn om ons daar af te zetten, dus dat wilde we natuurlijk wel warm houden. Het duurde lang voordat alle paspoorten gescand waren want er was iets met het Deense paspoort van de Belg waardoor die niet door de machine herkend werd, dus we stonden ondertussen wat te kletsen met de agent. Uiteraard ging het op gegeven moment over Kobe rundvlees, wereldberoemd en stervensduur, en de Belg raakte op dreef met tenenkrommende en sociaal niet wenselijke opmerkingen (zeker niet als je nog iets nodig hebt van iemand). Zo had hij het bloedserieus en aanhoudend over de 5 kilo walvisvlees die hij nog bij had van Ulsan, dat de agent enigszins vreemd en fronsend begon te kijken en Hans ingreep door tegen de agent te zeggen dat het een grapje was. Ik begon over sobameshi (andere kant van het culinaire spectrum en ook een Kobe-specialiteit; een goedkoop en vullend hapje van noodles en gebakken rijst) en daar kon de agent wel om lachen, en was de lucht een beetje geklaard. We kletsten verder wat over ons vorige bezoek aan Japan en hoe we nog een volgende keer wilde terugkomen, en het walvisvlees was gelukkig gauw vergeten.

De Belg is best aardig maar voelt volgens mij niet goed aan wanneer een grapje wel of niet kan, en hij houdt nogal van schokkerende dingen zeggen. Prima bij ons Nederlanders, maar niet altijd even handig of wenselijk bij andere mensen – zeker niet bij vreemde volkeren in een vreemde taal, als je nog iets nodig hebt van ze of nog een tijdje ermee door een deur moet, zoals hier aan boord met zijn communistische opmerkingen tegen de kadekapitein toen in Shanghai. Want de kadekapitein heeft een goede en vriendschappelijke werkrelatie met onze kapitein, en vertelt dat soort dingen, waardoor onze kapitein ook een mening vormt over de Belg. Hij moet zelf weten wat hij doet, hij is er tenslotte al 70 mee geworden dus het zal wel niet echt kwaad kunnen, maar het is weleens irritant als wij met lokale agenten en zo kletsen en er zulke rare opmerkingen tussendoor komen die niemand als grapje herkent en zelfs beledigend over kunnen komen… ach ja!

De lokale agent hier in Japan was in ieder geval gelukkig inderdaad bereid om ons drieën naar Sannomiya station te brengen; wij omdat we aangegeven hadden er heen te willen, en de Belg vond het best en moest geloof ik maar zien waar hij van daaruit naar toe ging! We hebben afscheid genomen van de agent en de Belg en liepen naar de kaartjesautomaten. Het is toch wel een gemakkelijk systeem in Japan, het is ons vorig jaar meer dan meegevallen; je kijkt op de kaart boven de automaat (Japanse plaatsnamen staan meestal ook in Westers schrift), en bij de gewenste bestemming staat een prijs. De kaartjesautomaat kan ook in Engels bediend worden, en je kunt of een kaartje enkel op prijs kopen, of naar de gewenste bestemming zoeken – maar de prijs van het kaartje is dus niet specifiek op een bepaalde bestemming gebaseerd, maar meer op de afstand vanaf het station waar je nu bent. De route Sannomiya – Himeji viel in de prijsklasse van 970 yen per persoon enkele reis (de kaartjes zijn ook alleen maar als enkeltjes te kopen): dat is ongeveer 7 euro, eigenlijk niet duur voor een afstand van 65 km!

Ook de borden staan weliswaar grotendeels in het Japans, maar het belangrijkste, de plaatsnamen, staan daarnaast ook overal in westers schrift. Dus we hoefde alleen maar de duidelijk aangegeven borden te volgen richting Himeji, wat een eindstation was van onze trein (nog gemakkelijker!). We hadden geluk, over een paar minuten (het was inmiddels 10:30) kwam de “rapid service” naar Himeji aan, een soort intercity. Ook in de trein zijn displays die in het Engels en Japans aangeven welk station er aan komt, en worden de plaatsnamen omgeroepen. Plus op ieder station staat de naam ook in westers schrift onder de Japanse naam. Ideaal!

Op het perron stond duidelijk waar je moest gaan staan om in te kunnen stappen, dus wij zijn ook braaf in de rij gaan staan. Voelt een beetje tegennatuurlijk als barbaarse Nederlander, maar het went en het werkt omdat ze het allemaal doen… Het was een ritje van ongeveer 40 minuten, in een volle en erg warme trein: dat vinden ze gastvrij in Japan, in de winter moet er flink gestookt worden voor je gasten! Waarschijnlijk gaat de verwarming op 1 april of zo over naar airconditioning zodat het in de zomer lekker koel is… Maar Hans en ik hebben lekker van de reis genoten, gewoon het idee dat we weer in Japan waren en zomaar in de trein zaten was leuk! We hadden op internet gelezen dat het stervensdruk zou kunnen zijn bij het Witte Reiger Kasteel, en er bleven veel mensen zitten in de trein tot het eindpunt, Himeji, dus we waren bang dat het ook vandaag erg druk zou zijn. Ach ja, we waren op pad en we zouden het wel zien.

Om 11:15 liepen we in een grote groep van mensen de trein uit en het station uit. Je zag het kasteel al van verre liggen, het was een rechte weg vanuit het station naar het kasteel. Yep, het ging druk worden vandaag! Veel Japanners die al onderling wezen naar het kasteel en er dus duidelijk heen gingen, en relatief veel blanken (nog altijd weinig eigenlijk, maar toch wel een aantal) die er ook duidelijk heengingen. Want het Himeji-Jo, het Himeji-kasteel oftewel Witte Reiger Kasteel omdat het blinkend wit is (het Zwarte Raven kasteel is, uiteraard, gitzwart…) is in de omgeving van Kobe DE plek om naartoe te gaan in kersenbloesemseizoen, en daar zaten we nu middenin!

Ik had met enige moeite in google-taal op de officiële website van het kasteel weten te ontcijferen dat de kasteeltuinen met kersenbloesem vrij toegankelijk waren, maar dat het pas gerestaureerde en op 27 maart opnieuw geopende hoofdgebouw een maximum van 15.000 bezoekers per dag zou toelaten, eerste komt eerste maalt, en dat tickets vanaf 9 uur ‘s ochtends verkocht zouden worden. Nu was het een doordeweekse dag, dinsdag, na de officiële opening op vrijdag 27 maart, wat ook de officiële aftrap was van het kersenbloesemseizoen, dus ik hoopte eigenlijk dat, ondanks de drukte, toch nog niet alle kaartjes vergeven zouden zijn voor vandaag!

We waren na een rustige wandeling van ongeveer een kilometer rond 11:30 bij de buitenste muren van het kasteel. Je kon de kersenbloesem al zien, en het kasteel natuurlijk, en er werd al druk door iedereen gefotografeerd. Er waren gescheiden looproutes voor in- en uitgaande mensen, en uiteraard een aantal “verkeersregelaars” en heel veel pionnetjes om je te wijzen waar je moest lopen. Maar desondanks was het Hans en mij niet direct duidelijk welke richting naar het hoofdgebouw leidde want alles was in het Japans, en we zagen nog nergens iets van een kaartjesbalie. We vroegen het aan een Australische toerist, hij had wel opgevangen dat de rij voor een kaartje anderhalf uur lang was en “was nog niet zo ver gekomen” dus kon ons niet helpen. Dus we besloten maar aan te sluiten bij de grote rij.

Die grote rij leidde ons langs de picknickplaatsen van het kasteel; ik had gelezen dat picknicken in het kersenbloesemseizoen een hele populaire bezigheid is, en het Witte Kasteel was daar een hele populaire plek voor. Dat kon je wel zien, het was erg druk in de kasteeltuin; overal zaten mensen op kleedjes onder de kersenbomen te eten! De bomen waren laag gesnoeid zodat je echt tussen de bloesem zelf kon gaan staan, voor een extra feeëriek effect, en uiteraard waren er overal Japanners (en buitenlanders) selfies aan het maken van zichzelf omringd door wit-roze bloemetjes! Doordat de kersenbomen nog geen blad hadden, alleen de massa’s wit-roze bloemetjes, was het inderdaad wel een speciaal effect die zeeën van bloemen, maar de bloemetjes zijn zo vaal van kleur, veel minder roze dan we verwacht hadden; wij werden er in ieder geval niet echt wild van. De herfstkleuren van de dieprode Japanse esdoorns en de gele ginkgo tijdens onze rondreis in november pakte ons dan weer veel meer. Maar wij houden allebei van felle diepe kleuren, subtiele pastelkleuren zijn gewoon veel minder aan ons besteed.

Er stond op het punt waar de rij van een slenterende massa meer concreet een rij begon te worden een jongen met een bordje: wachttijd tot kaartverkoop anderhalf uur. Slik. Niets aan te doen behalve wachten en hopen dat het mee zou vallen. We kregen wel op gegeven moment een klein rood papiertje aangereikt door een meisje die aan iedereen vroeg of ze het hoofdgebouw van binnen wilde bezoeken. Nog geen kaartje, maar wel het recht op een kaartje geloof ik, want er stonden nummers op (wij waren nummers 8.221 en 8.222, van de 15.000, pffff) en dat je – in combinatie met een kaartje – hiermee recht had om het hoofdgebouw te bezoeken. De rij schuifelde eigenlijk wel vlot door, het werd nooit echt vervelend. Na ongeveer tien minuten kwamen we bij kaartjesautomaten – 1000 yen per kaartje. Ons kaartje werd gecontroleerd en we konden doorlopen. Maar we waren er nog lang niet!

Dit was nog maar de volgende muur van het kasteel, het hoofdgebouw stond nog altijd hoog op de heuvel boven ons. We sloten weer aan bij een andere rij bij een andere poort, die naar het hoofdgebouw zou leiden. Er kwam net een ambulance aan, met twee verkeersregelaars erbij om mensen opzij te manen, terwijl de ambulance superlangzaam reed. Als je een hartaanval had dan was je er wel geweest, het duurde zo lang! De brancard werd uitgeladen, de ambulancebroeders liepen door de poort, tot grote consternatie van de kaartjescontroleur; ze liepen weer terug richting waar wij vandaan kwamen en het leek haast (we konden het ons niet voorstellen, maar dit is Japan en ze zijn een beetje gek) alsof de ambulancebroeders een kaartje moesten kopen voor ze verder mochten… Ze lieten de brancard bij de poort. Eindelijk gingen ze naar binnen door de poort en na een eeuwigheid droegen ze een vrouw naar buiten en legde haar op de brancard. Zo te zien had de vrouw zich enkel een beetje te druk gemaakt in het warme zonnige weer, ze leek in ieder geval kerngezond en vooral bezig om haar gezicht met haar hoed af te schermen. Maar ze werd met de grootste zorg de ambulance ingetild met een extra deken erover (om zeker te weten dat ze het te warm zou krijgen!) en toen konden we eindelijk doorlopen door de poort. En we waren er nog niet!

Want na de poort stropte het weer bij een steil pad omhoog, en door de volgende poort was een rij in een kleine binnenplaats gevormd. Zucht, maar weer aansluiten dan zeker! We begonnen onderhand te snappen waarom er buiten borden gestaan hadden dat je 3-4 uur nodig zou hebben om het hoofdgebouw te bezoeken… Het wachten werd nooit echt vervelend want er was met mensen-kijken voldoende te doen, en er bleef genoeg beweging in de rij, plus je bleef tegen mooie uitzichten van het kasteel aankijken. Maar pfffff! We hadden om 11:45 het recht-op-een-kaartje gekregen, en inmiddels was het bijna 12:30… We schuifelde het steile pad op langs een haarspeldbocht naar een andere poort. En we waren er nog niet, want na deze poort was nog een pad, met uiteraard weer een rij!

Hier waren weer wat kersenbomen dus het wachten werd verlicht met wat foto’s maken van de kersenbloesem met als achtergrond het kasteel. Ondertussen werd er in vier talen omgeroepen door de “Himeji Disaster Center” dat het bijzonder warm en zonnig was vandaag en dat je je maatregelen moest nemen door je gezicht voor de zon te beschermen en voldoende te drinken. Het was gewoon een lekkere warme lentedag, en overal stonden bordjes dat je niet mocht eten of drinken, maar goed…

Er doemde weer een kleine poort op in een muur, maar we waren er nog niet; daarachter lag een kleine binnenplaats met een steen in de muur die beschermd werd door een netje. Een molensteen die vroeger door vrouwen gebruikt werd, was in de muur gemetseld, met een uitleg wat het was en waarom. We schuifelde richting nog een poort, we moesten er toch onderhand wel zijn zeker? Nope… En ondertussen was het 12:45…

Maar nu kwam echt de structuur van het kasteel in zicht; via een poort, een kleine binnenplaats, en een binnentrap kwamen we in een ruimte waar we onze schoenen uit moesten trekken – eindelijk, het kasteel zelf! We kregen plastic zakjes mee waarin we onze schoenen konden doen, want de route door het kasteel was min of meer eenrichtingsverkeer en we zouden in een iets andere locatie er weer uit gaan. Pffff, we waren binnen! Het was 13:00…

Eenmaal binnen was het nog altijd druk, maar in ieder geval voor het eerst in anderhalf uur dat we zelf vrij rond konden lopen en niet in een rij hoefde te staan. Het kasteel was enorm, Hans en ik waren behoorlijk onder de indruk van hoe groot het was; daarbij vergeleken was het Zwarte Raven Kasteel redelijk klein geweest. Los van een maquette en een enkele vitrinekast was het echter, net zoals het Zwarte Kasteel, helemaal leeg. Dan was het Zwarte Kasteel nog net wat meer aangekleed, daar waren binnen een aantal vitrinekasten met uitleg over en voorbeelden en afbeeldingen van buskruit en wapens, en van alles over het kasteel zelf, dat helaas aan ons verloren ging omdat alles in het Japans was… We konden rond lopen op de eerste verdieping en de trap naar de volgende verdieping nemen zonder in de rij te hoeven staan, joepie! En toen liep het weer vast, bij de trap naar de derde verdieping…

Na zo’n 10 minuten wachten in een zee mensen werd de trap opengesteld en konden we omhoog – het leek per zoveel mensen per keer te gaan, om de bovenverdiepingen niet te veel te belasten zeker, want die worden steeds kleiner. Toen was het weer aansluiten bij de volgende verdieping, wachten tot we weer naar boven konden, enzovoorts… De verdiepingen werden steeds kleiner en de trappen steeds smaller; de stroom omhooggaande en naar benedenkomende mensen werden netjes gescheiden, en we moesten bij iedere trap wel even wachten want veel mensen vonden de steile trappen ook duidelijk gewoon eng.

Eenmaal bovenin het kasteel op de zesde verdieping, rond 13:30, werd duidelijk waarom met name alle Japanners zo enthousiast in de rij stonden; want er was een Shinto shrine bovenin gemaakt waar iedereen even langs wilde om een muntje te offeren en even de bel te luiden. Het was een zee van mensen op de kleine bovenverdieping! Maar toen Hans en ik naar de buitenstroom bij de ramen bewogen waren er ook wel mooie uitzichten van de omgeving te zien. Je moest alleen even in de rij gaan staan bij het gewenste raam om er van te kunnen genieten… We hebben overal even naar buiten gekeken en begonnen toen aan de rij terug naar beneden.

Naar beneden was nog altijd wel een zee van mensen, maar ging toch een stuk vlotter want het stropte niet meer zo bij de trappen. In 10 minuten (!!!) waren we beneden bij de uitgang waar we onze schoenen aan konden doen. Al met al dus in 40 minuten het kasteel zelf bekeken – 30 minuten omhoog en 10 minuten omlaag… Viel nog best mee! Het was best mooi zo’n groot houten gebouw, maar Hans en ik merkte dat we er minder van onder de indruk waren dan van het Zwarte Kasteel. Dat komt natuurlijk ook wel omdat we eerst het Zwarte Kasteel gezien hadden; als dit ons eerste kasteel was geweest waren we ook vast diep onder de indruk geweest, maar nu was dat minder. Ook vooral omdat er van binnen eigenlijk niets te zien was, en het van buiten veels te liefelijk uitzag om een stoer samuraikasteel te kunnen zijn, met die witte kleur en zee van wit-roze bloemetjes… Dan was het Zwarte Kasteel veel en veel stoerder met die zwarte kleur van buiten, je kon je echt voorstellen dat ze belegerd werden en het met list en strategie doorstonden, en het lag ook eigenlijk mooier zo in het water. Maar ja, wij houden nu eenmaal van stoer en intens; te liefelijk of subtiel is niet echt aan ons besteed… In ieder geval erg leuk dat we nu allebei gezien hebben! En ook erg leuk dat we nu een beetje weten wat de sakura oftewel kersenbloesem inhoudt, dat is toch ook iets wat je echt in Japan gezien moet hebben zeggen ze. Maar wij gaan liever voor de herfst dus weten we nu!

We zijn op ons gemak door de vele poorten en binnenplaatsen naar beneden gewandeld, onderweg nog nagenietend van de vele mooie uitzichten op het kasteel. We hebben echt enorm geluk met het weer vandaag, het was zonnig, strak blauwe lucht, helder, en eigenlijk gewoon haast te warm – ik denk zeker rond de 20 graden. Heerlijk en een perfecte dag om het kasteel te bezoeken!

Eenmaal beneden vlakbij de kaartjesautomaten hebben we nog een paar mooie foto’s geschoten van kersenbloesem met in de achtergrond het kasteel, en sprak een (hoog)bejaarde Japanner ons opeens aan (de tweede Japanner die ons echt aansprak, en de zoveelste die even moest kijken wie die rare taal spraken). Hij kon slecht Engels en was nauwelijks te verstaan, maar sprak enthousiast met ons. We hebben hem duidelijk kunnen maken dat we Nederlanders waren (“Oranda”), en daarop reageerde hij blij met “tulips". We hebben wat gebaard over hoe mooi het kasteel en de kersenbloesem was, waarop hij een verhaal in het Japans met af en toe een woordje Engels begon, waar ik uit opmaakte dat de kersenbloesem nog maar 70% open was (ja dat houden ze hier ook bij, rare jongens die…). Ik denk dat hij ook in het Japans niet te verstaan was, hij sprak namelijk alsof hij zijn gebit ingeslikt had! We probeerde op een gegeven moment beleefd een einde aan het gesprek te maken want hij had het goed naar zijn zin maar leek alleen te zijn en wij wilde door, en toen volgde hij ons zelfs nog even, ondertussen nog steeds in zijn onverstaanbare mengelmoes van Japans en Engels pratend! Hij moet echt hoogbejaard geweest zijn.

We liepen de laatste poort door en zijn onderweg nog even het winkeltje ingeschoten om te kijken; uiteraard van alles met het kasteel erop, ze hadden zelfs een “kasteelknuffel”. Helaas niks om te proeven, zo slim waren ze wel met al die toeristen… Jammer! Buiten het winkeltje stond de kasteelknuffel in eigen persoon mensen te verwelkomen in het Japans, en iedereen wilde erbij poseren dus ik ben er ook even bij gaan staan.

We zijn op ons gemak richting de uitgang gewandeld, en kwamen weer langs de picknickplaatsen. Je zag ook veel mannen samen picknicken, en natuurlijk veel vrouwen en veel familie- en vriendengroepjes. Er was een tent in een hoekje van de ene picknickplaats, en we keken even nieuwsgierig om het hoekje; het was een keurig gescheiden vuilnisbelt voor je picknickafval! Lachen! Rond 14:15 liepen we van het terrein af – we hadden alles in bijna drie uur gedaan, ongekend lang voor ons doen… Maar het was best een leuke ervaring geweest en zelfs de vele rijen waren niet echt vervelend geweest want dat hoort er nu eenmaal bij in Japan, en als ik ergens in de rij moet staan doe ik het het liefst in Japan denk ik, zo ordelijk en netjes zoals dat gaat!

We zijn via wat winkelstraten en zijstraatjes naar het station teruggewandeld, waar we weer twee enkeltjes Sannomiya kochten en na even twijfelen welke trein we moesten nemen omdat Sannomiya een tussenstation was, rond 15 uur ingestapt in een “rapid” terug naar Kobe.

In Kobe aangekomen hebben we nog een tijdje rondgezworven in het grote winkelgebied rondom het station, maar we begonnen behoorlijk moe te worden, dus iets buiten het centrum riepen we een taxi. De agent had gezegd dat het ongeveer 2500 yen zou moeten kosten om vanuit het centrum terug naar het schip te komen, en ik had ‘s ochtends in de conferentiekamer een papiertje gekopieerd met daarop in het Japans de vraag aan de taxichauffeur om de persoon van het papier naar die en die kade te brengen. Er was zelfs een kaartje bijgevoegd. We lieten dus het papier aan de taxichauffeur zien die bij het instappen enthousiast knikte, maar al rijdend zich duidelijk begon af te vragen wat het precieze adres was. Het kaartje werkte duidelijk vooral verwarrend. Hij zat maar op het kaartje te turen, het rond te draaien, en op zijn routeplanner op de mobiele telefoon te kijken, en hij kwam er duidelijk niet echt aan uit, plus hij zwieberde af en toe daardoor een beetje veel heen en weer. Ik had de gps aangezet, en de broodkruimelfunctie staat altijd aan plus we hebben een verrassend gedetailleerde kaart van Kobe erop staan, met het haveneiland waar we op zaten en al erop, dus dat liet ik zien en ik wees waar de broodkruimels eindigde bij het water. Ahhhhh! Opeens was het duidelijk en hij knikte opgelucht, nu wist hij het!

We kwamen aanrijden bij de haven (Hans en ik ondertussen onze eigen gps in de gaten houdend of we wel goed reden!) en bij de afslag reed de taxichauffeur per ongeluk te ver door; hij had het gelijk door, merkte aan ons dat het verkeerd was, bood zijn excuses aan, drukte de meter uit (!!) en maakte een U-bocht, tot hij terug was bij het punt waar hij moest zijn en de meter weer aandrukte. Ongelofelijk! Bij onze kade aangekomen rekende we af: 2040 yen, uiteraard kregen we het wisselgeld tot op de cent terug. We bedankte uitvoerig, en stapte uit, maar hij wenkte Hans dringend terug; er was een 10-yen muntje op de grond gevallen, niet eens van ons, ongeveer 7 eurocent waard, maar de chauffeur weigerde te vertrekken tot Hans het opgepakt had en meegenomen… Ongelofelijk!!

We vulden onze terugkeertijd in bij de bewaking, die uitgebreid in onze paspoorten tuurde of wij het toch wel echt waren, en nadat we met enige moeite en handen en voeten uitgelegd hadden dat de Belg niet bij ons hoorde en zelfstandig terug zou komen konden we doorlopen naar ons schip. Het was 16:45, en we hadden een leuke dag gehad! Heerlijk! De kapitein had duidelijk hier in Kobe toestemming gekregen om de romp van het schip te laten schilderen, het was al een stuk opgeknapt en een bemanningslid was nog druk bezig te schilderen. Terug aan boord hingen bij de loopplank wat Japanse posters voor de stuwadoren met een kaartje waar ze op het schip wat konden vinden, en een of andere cartoon om ze te manen voorzichtig te zijn of zo… Japanners!

We hadden niet geluncht tijdens ons uitstapje, omdat we eigenlijk weinig honger hadden en ook niet zo veel drang meer om alles te proeven – dat hadden we in november al uitgebreid gedaan – dus we hadden heel de dag op een banaantje van een eerdere lunch, waterflesjes uit het hotel in Singapore en een zakje koekjes uit de koektrommel van de conferentiekamer geteerd (lekker goedkope lunch!). Maar inmiddels hadden we dus wel trek gekregen! En soms zijn de avondmaaltijden erg karig, maar gelukkig had de kok een lekkere stevige avondmaaltijd gemaakt, met een kip-cordonbleu (naast kaas en ham ook knoflook, uiteraard, dat moet er altijd bij en smaakt overal bij wat de kok betreft) en twee “röstipannenkoeken”… Het was weer eens de kok zijn interpretatie van, maar het smaakte prima! ‘S avonds waren we doodmoe maar voldaan na een leuk dagje in prachtig weer (de kapitein zei dat we weer een kleurtje opgedaan hadden), en hebben we lekker wat geinternet, gemaild en gewhatsappt in de conferentiekamer.

Dag 66 woensdag 1 april 2015: vertrek Kobe – aan land, 238 km

Toen we vanochtend opstonden was het heel ander weer dan gisteren: heiig, miezerig, grijs… Wat hebben we gisteren een geluk gehad met de strak blauwe lucht, warme temperatuur en het zonnetje! Het was gewoon af en toe zelfs te warm! Maar wel erg mooi weer voor zo’n uitstapje, zeker vergeleken met dit. We zouden vanmiddag vertrekken rond 16 uur maar weten onderhand wel dat dat nog alle kanten op kan gaan. Wel hadden we nog even zin om onze benen te strekken (die overigens erg stijf zijn, van de kasteeltrappen van gisteren misschien?) dus besloten we naar de IKEA vlakbij te lopen. Dat was maar zo’n 1,5 kilometer van het schip vandaan. Bij het ontbijt vertelde de Belg al dat de Chief Officer net tegen hem had gezegd dat vertrek misschien 17:30 zou worden, je weet het uiteindelijk pas zeker als je vertrekt!

We hebben na het ontbijt nog even wat geinternet en de post binnengehaald, en zijn toen op ons gemak om 9:45 naar buiten gegaan. Hans had geen jas bij, het miezerde ook nauwelijks maar het was wel erg nat en ging wat harder regenen terwijl we liepen. Bij de havenpoort (die vlak bij ons schip is) stond een bewaker helemaal ingepakt in regenkleding, hij sprak nog minder Engels dan de vorige maar we kregen wel duidelijk dat we gewoon eventjes een ommetje wilde lopen. Je moet hier in Kobe niet alleen aangeven hoe laat je het terrein verlaat en weer terugkomt, maar bij vertrek ook wanneer je DENKT terug te zullen komen! En de bewaker vroeg zelfs aan Hans waar we heen gingen… Ongelofelijk! Hans maakte dus maar een algemene opmerking dat we gingen wandelen.

Bij de grotere weg waar deze haven een zijstraat van is stond een verkeersregelaar, net als gisteren. Hans en ik snappen maar niet waar het goed voor is, er komt geen hond aan en je kunt heus gemakkelijk in het verkeer invoegen! We liepen langs wat industrie naar de IKEA, die we al van verre konden zien, en mijn schoenen waren vandaag allebei lek geworden; ik liep dus al gauw te soppen. Het stukje dat we een tijdje terug gelijmd hadden was nog goed, maar de zolen zijn gewoon op, zodra we thuis zijn gaan ze de prullenbak in. Bij de IKEA was een taxistandplaats, een bushalte, en de Belg had gisteren verteld dat er ook een metro vlakbij was. En alles was natuurlijk heel duidelijk gemarkeerd waar je met wat moest zijn – de fietsenstalling, het parkeerterrein, de entree voor bezoekers, enz… Japans hé! Maar voor de rest was het precies een IKEA in Nederland, echt identiek.

We vonden het erg grappig om er doorheen te lopen; hij ging om 10 uur open, en het was pas 10 uur geweest, maar er liepen al wat mensen rond – alle productnamen zijn net zoals in Nederland in het Zweeds, maar voor de rest zul je los van het woord “IKEA” geen Engels woord vinden op de borden, het was allemaal Japans! Het was wel wat schoner en lichter dan de IKEA’s die we gewend zijn, maar de producten waren precies hetzelfde als in Nederland; er waren wel een paar kleine dingen waaraan je misschien zag dat het een IKEA in Japan was. Zo is er in Nederland maar een klein gedeelte van de IKEA besteed aan “kleine-kamer” oplossingen, hier was iedere kamerinrichting al per definitie klein! En dan hadden ze daarnaast nog een paar 40-m2 huisinrichtingen, voor de echt kleine woningen…

In het restaurant werden uiteraard Zweedse gehaktballen en Zweedse zalm aangeboden, maar ook curry-met-rijst. En het kindermenu had zowel wat frietjes als een bolletje rijst! Bij de toonbank kon je mes en vork pakken, maar ook stokjes. Lachen! Voor de rest uiteraard alles precies in dezelfde kleuren en design als in welke andere IKEA dan ook…

Er was ook wat subtiele Japans-Zweedse fusion: zo zagen we in een westerse kamerinrichting een soort tatami-matten vloerbedekking, en dunne futon-matrassen op westerse bedden, maar bij het servies en het bestek viel het het meeste op. Daar had je onder andere “Zweedse-stijl” eetstokjes, Aziatische soeplepels, opdienstokjes (wat langer dan eetstokjes), en heel veel eetbakjes. Maar alles uiteraard met een Zweeds naampje en in dezelfde kleuren, prints, materialen en texturen die je ook in Nederland zou vinden. Grappig! Ook vonden we in een hoekje een aantal drankjesautomaten… Ook typisch Japans!

Nadat je door de kassa’s was kon je uiteraard ook, net als in Nederland, een hotdog en een kopje koffie of een softijsje kopen, maar dat moest wel door eerst een bonnetje voor het gewenste eten en/of drinken bij een automaat te kopen. Ze zijn nogal van de hygiëne in Japan, en zo hoeft het keukenpersoneel waarschijnlijk niet in contact met vies geld te komen… Zit wat in! Wij hadden ook wel zin in een hotdog, maar moesten wel even bij een moeder en kind afkijken hoe de automaat werkte; je moest namelijk eerst je geld erin stoppen en dan pas je keuze maken, wij zijn dat andersom gewend, en los van de foto’s van welk product je aan het kopen was, was de automaat verder lastig te begrijpen want alles was in het Japans!

We hebben de hotdogs flink bedekt met mosterd, fijngesneden augurken en gebakken uitjes, en zochten een plekje in het drukke zithoekje. Wij vinden het leuk om mensen te kijken, maar wij worden ook wel bekeken, natuurlijk! Zo zat een moeder en dochter in een hoekje bij het enigste vrije tafeltje en je zag ze elkaar al aankijken van “oei die blanke barbaren komen natuurlijk naast ons zitten, hihihi”! Naast ons zat een andere moeder met een dochter die een beetje simpel leek, die had haar eigen eetstokjes bij. Ze wilde eerst haar hotdog met stokjes eten, maar dat ging natuurlijk niet zo gemakkelijk; uiteindelijk heeft ze de augurken eraf geschraapt, de hotdog uit het vuistje opgegeten en de augurken achteraf met stokjes opgegeten. We zijn in Japan, dus je moest niet alleen je dienblad naar het ophaalpunt brengen als je klaar was, maar ook afdoen met een vochtig doekje uit een bak die daar speciaal voor stond, en waarschijnlijk ook zelfs je tafeltje even netjes schoonmaken indien nodig… De hotdogs waren erg lekker, vooral ook denk ik eigenlijk omdat het precies de smaak was die je verwachtte en die je thuis ook had als je een hotdog bij de IKEA kocht. Lekker vertrouwd dus met name, in andere woorden!

Het was inmiddels 11:15 en we geloofde het onderhand wel weer, dus we besloten terug naar het schip te lopen. Het was ondertussen harder gaan regenen, dus tegen de tijd dat we weer terug waren, waren onze schoenen doorweekt, de onderkant van mijn broek, en Hans zijn bloes. De bewaker bij de poort wuifde ons door met een verhaal in het Japans, hij zou onze terugkomsttijden wel verwerken. We hebben onze natte spullen in de badkamer gehangen – we hebben het al eens meer gezegd, maar de afzuiging op schepen is echt fantastisch; als je natte dingen in een badkamer op een schip ophangt zijn ze binnen een dag droog, puur door de afzuiging. Hier beslaat de spiegel niet eens als we gedoucht hebben! Het was onderhand 11:45, dus we konden even zitten en daarna gelijk naar beneden om te lunchen…

We willen al een tijdje vragen aan de kok of hij nu moet blijven tot Noord Amerika: een beetje belangstelling tonen, maar iedere keer als we het willen doen zijn er net andere mensen in de keuken of loopt de kapitein in de buurt rond, dus dan doen we het liever niet. We weten namelijk niet in hoeverre we het zouden mogen/kunnen weten en in hoeverre de kok zijn boekje te buiten is gegaan door het ons zo te vertellen zoals hij deed. De messman en de kok lijken in ieder geval allebei wel wat vrolijker dan een tijdje terug. De messman stond met de lunch zelfs (met een triest gezicht) te swingen op de muziek van hun iPod in de keuken! Dan ging het wel heel goed met hem, het is al een week of twee geleden dat we ze hebben zien swingen…

Toevallig hadden we vanochtend naar de gehaktballetjes bij de IKEA staan kijken, en kregen we nu voor de lunch gehaktballetjes met spaghetti carbonara (in ieder geval, de kok zijn interpretatie van). Lekker! Na het eten zijn we naar onze kamer gestrompeld en eigenlijk allebei bijna gelijk een dutje gaan doen, we waren doodop. Van niks eigenlijk, volgens mij, van zo’n 3 kilometer lopen en een uurtje door een winkel slenteren… We snappen niet dat we zo moe zijn van een uitstapje aan land! We lopen hier dagelijks vele trappen, hebben helemaal niet zo’n slechte conditie, en toch zijn we van even naar de IKEA en terug lopen haast doodmoe lijkt het.

En we vragen ons af hoe het met ons gewicht zit. We hebben echt geen flauw idee namelijk. Allebei onze buiken lijken wat dikker dan thuis, maar wel weer minder dik dan een tijdje terug, ik dacht ook een tijdje geleden een wat boller gezicht te zien bij mezelf op foto’s, maar onze kleren passen nog prima; broeken zitten zelfs wat losser dan een maand of wat geleden! We eten hier op zich niet buitensporig veel; weliswaar twee keer per dag warm, maar geen grote porties (de avondmaaltijd is soms gewoon zelfs erg klein), en we snoepen noodgedwongen ook weinig want anders hebben we niks meer over voor de grote oversteek! We eten ook veel minder vlees dan op de Columba, daar was het af en toe echt te gek, dan kreeg je soms twee steaks voor de lunch. Hier zijn de vleesporties veel normaler, gelukkig – en geen toetjes, hier krijgen we alleen met de lunch fruit, op de Columba was het elke dag fruit EN een toetje. We zullen het wel merken als we thuis zijn; op het moment denken we dat we iets van 2-3 kilo aangekomen zijn. Iets dikker dus, maar nog niet merkbaar in de kleren en niet zo dik als op sommige reizen. Ik was op onze West-Afrika reis bijvoorbeeld 5 kilo aangekomen; gelukkig ook weer gauw kwijt toen we thuis waren, maar met buffetten is het erg moeilijk om normale porties op te scheppen want je wilt ook alles proeven...

‘S avonds na het eten zijn we nog even beneden gaan internetten, en vertelde de supercargo dat we pas om 21:30 zouden vertrekken. Zelfs hij, een en al energie, begint zichtbaar moe te worden. Hij zou ons achterna (oftewel vooruit) reizen met de hoge snelheidstrein naar Yokohama, vertelde hij tijdens het eten. Wij doen er namelijk 24 uur over, hij hoogstens een paar uur. Hij is door de vermoeidheid wel wat rustiger, hoewel we nog altijd moeten lachen om zijn gebaren en drukke manier van praten. Er was bijvoorbeeld een Japanner die de kapitein wilde spreken en in Japan gaat ALLES stipt op tijd: de supercargo zei dat hij eventjes 5 minuten moest wachten dan zou hij komen. Maar de Japanner wilde de kapitein gelijk spreken, waarop de supercargo zei dat het maar 300 seconden was, en toen de Japanner weer even protesteerde, “nu nog maar 280 seconden… Nog even geduld dus aub!”

Om 21:30 voelde we inderdaad de opstartprocedure beginnen, een diep gebrom vanuit het binnenste van het schip terwijl de motor begint op te warmen; en iets voor 22 uur begonnen we merkbaar te bewegen. Hans en ik zijn toen even een half uurtje naar de brug gegaan om te kijken hoe we vertrokken uit Kobe. Het vertrek was in ieder geval een stuk sneller dan de aankomst, gelukkig! Het was een mooi gezicht om Kobe bij nacht te zien, de stad is tegen steile hellingen gebouwd en de lichtjes waren in het donker erg mooi. De loods was overigens meer dan 70 jaar oud volgens de kapitein, en Hans en ik moesten lachen terwijl we daar stonden, want hij was echt niet te verstaan; hij sprak net zo onduidelijk als de oude Japanner bij het kasteel, en je kon merken dat ze op de brug veel moeite hadden met zijn instructies, die werden door 2-3 mensen herhaald om te bevestigen. En Hans en ik moesten helemaal lachen toen de loods opeens een kletspraatje ging houden tegen de kapitein en we de kapitein hoorde worstelen om beleefd te blijven reageren maar duidelijk amper kon verstaan waar hij het over had!

free counters