Dag 68 vrijdag 3 april 2015: aankomst Yokohama, aan land, vertrek, 335 km

Om 4 uur vanochtend werd ik wakker en heb ik de gps aangezet, aangesloten op de laptop voor de stroom. We waren al bezig om de grote baai waar Yokohama aan ligt in te varen, en de loods was ook al aan boord want die zou ver voor de ingang van de baai aan boord komen volgens de kapitein. We zijn ergens rond 7:30 aangemeerd bij de kade, en hebben voor we gingen ontbijten alvast ons rugzakje ingepakt en onze spullen klaargelegd, want we hadden begrepen dat de lokale agent waarschijnlijk ergens rond 8:30 aan boord zou komen, en waarschijnlijk (hopelijk) konden we dan ergens afgezet worden en gelijk op pad gaan. We zouden hier pas om 18 uur vanavond vertrekken, genoeg tijd dus om naar het Yokohama Commonwealth Cemetery te gaan. We zaten om 8 uur nog aan het ontbijt toen we geroepen werden dat de lokale Rickmers agent op ons zat te wachten in de conferentiekamer om naar immigratie te gaan!

De lokale agent was een erg zenuwachtige man, viel ons op, en we hadden het idee uit iets in het gesprek met hem en de kapitein dat dit de man was die ons oorspronkelijk 480 euro (240 euro als we maar een haven aan hadden gedaan) had willen laten betalen voor twee tripjes naar immigratie… Hij gaf ons een toeristenkaart van Yokohama en legde even kort uit waar we waren en wat er allemaal te zien was. De wijk waar wij heen wilde, Hodogaya, lag een eindje buiten het centrum vandaan – we lagen eigenlijk perfect, op loopafstand van van alles – en de begraafplaats bereiken zou wat geknutsel met openbaar vervoer kosten, maar gelukkig had ik een omschrijving van welke treinen en bussen je moest nemen om er te komen, dus dat zou wel lukken.

De agent wilde ons nu vanochtend alvast uit laten stempelen uit Japan, dan hoefde dat vanmiddag niet meer. Prima wat ons betreft. We stapte in zijn volledig elektrisch busje (zelfs de schuifdeur ging automatisch elektrisch open en dicht op de druk van een knop) en hij bracht ons naar een klein kantoortje bij een viaduct. Volgens de gps die ik meegenomen had was het een ritje van 2,3 km en 8 minuten, en dan zijn we nog een beetje omgereden. We konden de Rickmers Seoul nota bene nog zien liggen aan de overkant!!! Dit ritje had dus iets van ongeveer 120 euro moeten kosten??? Om te lopen zou het iets van 1,5 – 1,8 km zijn geweest… Schandalig.

We waren er iets voor 8:30 en het kantoortje was nog niet open dus we moesten een paar minuten wachten. Ondertussen was de havenpolitie bezig aan de ochtendgymnastiek, op muziek even de spieren losmaken. Lachen! Toen we het immigratiekantoor binnenstapte werden we door een vrouw geholpen die uitstekend Engels sprak – zo goed hebben we nog niemand hier in Japan horen spreken, ook niet tijdens onze rondreis vorig jaar! Ze nam ons paspoort, vroeg of we inderdaad vandaag vertrokken, stempel erin en klaar, binnen 5 minuten stonden we weer buiten. Dus ook de “bemiddelingskosten” á 120 euro per haven waren zwaar overdreven geweest…

De zenuwachtige agent had ons gevraagd waar we naar toe gingen, en wilde ons wel (gratis) naar het dichtstbijzijnde treinstation brengen zelfs al was dat op loopafstand. Volgens hem ging er een metrotrein die nog een halte dichter bij de haven kwam dan we nu waren, en was het heel goed te lopen naar het schip toe. Yep, dat hadden we wel gezien ja! Hij zette ons af bij het station (de Belg was vanuit het immigratiekantoor gaan lopen) en onze dag was begonnen. We moesten uiterlijk om 16 uur terug aan boord zijn, vertrek zou om 18 uur zijn, het was nu nog geeneens 9 uur dus we hadden alle tijd om Yokohama door te zwerven!

Net als in Kobe kwamen we tot de ontdekking dat we om de een of andere reden op onze garmin een zeer gedetailleerde kaart van Yokohama hadden; alles stond erop, van drinkwaterfonteintjes tot de kades van de haven. Waarom we toch van Japan (en Zuid-Korea overigens ook) zulke gedetailleerde stadskaarten hebben, echt geen flauw idee! Maar het is wel een erg prettig idee. Als het moet kunnen we dus de gps aanzetten (ik had vanochtend op de kaart een punt gemaakt naast het schip) en ons zo terug naar het schip laten leiden. Het was me al opgevallen dat de kaart wel een beetje instabiel is; als je uitzoomt tot een schaal van ongeveer 1 cm – 5 km dan klapt heel het apparaat uit. En ik had gezien dat, als je via Windows verkenner op het apparaat kijkt, er een apart kaartbestand op staat dat “Japan” heet. We horen het helemaal niet te hebben, hebben het nooit gekocht, maar vinden het wel prima, het is handig! En zolang je niet teveel uitzoomt erg gedetailleerd en gewoon net zo stabiel als de rest van het apparaat.

Vanuit het metrostation Motomachi waar de agent ons gedropt had, zijn we naar Yokohama Station gereisd; ik sloeg een of twee keer mijn toeristenkaartje open om mezelf te orienteren en gelijk kwam er al een Japanner op me af die me wel wilde proberen te helpen mocht ik verdwaald zijn (zelfs als ze geen Engels spraken). Ongelofelijk! Ondanks dat we tot nu toe redelijk gemakkelijk onze weg in het Japanse openbaar vervoer hebben kunnen vinden, duizelde het enorme Yokohama Station ons wel een beetje. Toch vonden we na een tijdje rondlopen op een van de vele treinenplattegronden de naam van onze halte Hodogaya. Bij de kaartjesmachine eronder kochten we enkeltjes naar Hodogaya – ik verbaasde me alleen wel een beetje over de prijs, het kaartje leek zo duur in verhouding tot andere kaartjes, terwijl we naar mijn idee maar een paar haltes verder hoefde te zijn… Dit maakte onze begroting gelijk wel een beetje lastig, we hadden al niet zo heel veel cash meer, maar zo zouden we het helemaal niet redden met ons geld, want we moesten ook nog de bussen betalen, de terugreis per trein, en terugkomen naar het schip, en misschien ook ergens lunchen.

Dus we hebben zo’n 80 euro gewisseld bij een klein wisselkantoortje, en wilde toen door de poortjes lopen naar de trein. Dat leverde wat consternatie op bij de beambte bij het poortje die toeschoot om ons buitenlanders te helpen, want schijnbaar bleek het dat we een verkeerd kaartje gekocht hadden. In Japan heb je niet alleen Japan Rail, JR, maar ook verschillende “privé-lijnen”… En wat wij nu schijnbaar gedaan hadden zonder het te beseffen, is een kaartje kopen waarmee we in principe ook wel bij Hodogaya zouden komen, maar daarvoor driekwart om heel Yokohama moesten rijden met een prive-lijn in plaats van maar een paar haltes verder te rijden met JR… En we werden nu tegengehouden omdat we met het verkeerde kaartje voor het poortje van JR stonden. Daar waren we natuurlijk niet heel erg blij mee, want dit betekende dat we óf uren in de trein moesten zitten, óf een nieuw kaartje kopen, en hoe dan ook dus veels te veel betaald hadden. Maar de beambte was al aan het gebaren dat we mee moesten komen. Hij wees ons naar de juiste automaat voor het juiste kaartje, en toen we een beetje hulpeloos onze te dure kaartjes ophielden wees hij naar een loketje iets verderop. Wij liepen met hem mee naar het loketje, er werd wat tegen elkaar in het Japans gezegd, onze kaartjes werden ingenomen en we kregen ons geld terug! Zo, zonder gezeur, zonder problemen, gewoon omdat we per ongeluk niet opgelet hadden en een te duur kaartje gekocht hadden… Wat een service! Pfffff en wat een opluchting.

Dus wij weer terug naar de juiste kaartjesautomaat en kochten dit keer een kaartje voor een of twee euro, in plaats van de iets van 7-8 euro die we eerst betaald hadden. Dit keer met de juiste kaartjes op het juiste poortje afkomend werden we glimlachend begroet door de beambte die ons geholpen had; het klopte, helemaal goed loop maar door. Oefff! Op het perron twijfelde we nog een beetje welke trein we moesten nemen – we hoefde maar zo’n 2 haltes verder te reizen, maar alleen de stoptreinen stopte daar, de sneltreinen en intercity’s reden er aan voorbij. Er kwam net een trein aan toen wij op het perron stapte dus vroegen gauw aan een jonge vrouw of deze in “Hodogaya” stopte? Ze knikte ja. De trein was druk en vol en we moesten blijven staan, vlak bij de jonge vrouw; toen Hodogaya aankwam – en voorbij vloog – besefte zij en wij dat we in de sneltrein zaten en niet in Hodogaya zouden uitstappen. Balen! En zij schaamde zich duidelijk kapot dat ze ons verkeerde informatie gegeven had, want ze ging als een bezetene zoeken op haar mobieltje zodat ze ons alsnog kon adviseren hoe we er zouden kunnen komen… Met duizendmaal excuses (alles gebeurt in het Japans en gebarentaal, er wordt zo weinig Engels gesproken!) wees ze ons dat we bij de volgende halte eruit moesten stappen (hadden we zelf natuurlijk ook al bedacht) en wees ze nog vanuit de trein naar welke trap en perron we moesten lopen om alsnog de trein naar Hodogaya te kunnen nemen! Wat een service toch altijd weer…

Eindelijk bij het juiste station stonden we na het verlaten van het treinstation bij de, naar ons idee, juiste bushalte te wachten, nummer 53, tot een Japanse man naar ons toe kwam omdat hij zag dat we buitenlanders met een kaart in onze handen waren. Met een heel verhaal in het Japans toen hij leek te begrepen waar we heen wilde (ik had van te voren voor mezelf opgeschreven hoe je in het Japans de naam van de begraafplaats uit moest spreken, en hoopte nu maar dat hij mijn accent zou kunnen begrijpen!) maande hij ons naar bus 1 die net aankwam, hield een heel verhaal tegen de chauffeur waarin ik af en toe een deel van de naam herkende van de begraafplaats, ze knikte na een paar minuten allebei en waren het eens en wij moesten bij deze bus instappen. Ik protesteerde nog een beetje dat ik heus wel wist hoe we er moesten komen, maar het had geen zin; voorbijganger en buschauffeur waren vastbesloten om ons te helpen en dat zouden ze doen ook! We werden de bus 1 ingeloodsd en de buschauffeur wees naar stoelen vlak achter hem en zou aangeven als we eruit moesten. Ik heb de gps toen maar aangezet voor het geval ze in hun enthousiasme om ons te helpen ons heel ergens anders heen zouden sturen, want we verstonden er allemaal geen fluit van!!

We moesten wel lachen tijdens het busritje, want de buschauffeur, keurig in het pak met witte handschoentjes, deed tijdens het rijden een heel ritueeltje doorlopen van bij iedere verkeershandeling (en gewoon tussendoor) zichtbaar in iedere spiegel kijken en bij iedere spiegel iets prevelen; we kregen de indruk dat ie steeds de mantra “rechterspiegel, achteruitkijkspiegel, linkerspiegel” herhaalde in het Japans. Misschien om ons als passagiers te laten zien dat hij bewust bezig was met onze veiligheid en voorzichtig reed? En bij de ingang van de bus was een lintje gespannen als de deur dicht was, zodat je niet te dicht bij het gevaarlijke gedeelte kon gaan staan. Alles voor de veiligheid, comfort en service van de klant! Maar ondanks dat ik toch echt een hele andere buslijn gevonden had op internet, bracht buslijn 1 ons dus ook schijnbaar naar de begraafplaats: de buschauffeur wees ons op gegeven moment keurig waar we moesten uitstappen, en inderdaad, een bordje dat de begraafplaats aankondigde stond netjes aangegeven, precies schuin tegenover de bushalte… Pfffff!

We liepen de weg in dat volgens het bord richting de begraafplaats leidde, en kwamen onderweg een Japanse voorbijganger tegen net toen we ons afvroegen waar precies de ingang was. Want de begraafplaats lag tegen de Botanische Tuin aan, hadden we op internet gezien, maar het was niet direct duidelijk of je ook via de Botanische Tuin bij de begraafplaats kon komen of niet. De voorbijganger was gewoon een beetje nieuwsgierig naar ons en wilde weten waar we vandaan kwamen, en ik had voor de veiligheid een foto van het bord genomen, dus die liet ik aan hem (die uiteraard maar 1 woord Engels sprak) zien, en hij knikte blij en wees ons nog iets verder het weggetje af, liep zelfs een eindje mee, totdat hij zeker was dat we de ingang zouden vinden.

De begraafplaats was heel erg mooi: op verschillende hoogtes in een vallei tegen een heuvel gemaakt, vol mooie bomen en bloemen, uiteraard ook veel kersenbloesem maar ook bloeiende camelia’s en magnolia’s in allerlei kleuren, en je kon zien dat het in de zomer en herfst ook heel erg mooi moest zijn. Er liggen 1555 graven, maar er was ook een monument voor krijgsgevangenen die overleden waren, waaronder een aantal Nederlanders. We hebben op ons gemak rondgewandeld en alle vier de niveaus bezocht, en genoten van de mooie doorkijkjes en mooie planten en bomen. Dat de begraafplaats gecreerd was uit grond afgestaan door de Botanische Tuin was duidelijk te zien. Het was wat ons betreft de mooist aangelegde oorlogsbegraafplaats waar we ooit geweest waren! Een beetje een (leuke!) uitdaging om er te komen vanuit het havengebied, maar zondermeer de moeite waard dus…

En we wisten dat er ergens op deze begraafplaats ook een Nederlands graf moest zijn, maar konden het niet vinden, al hadden we naar ons gevoel de meeste graven wel nagelopen op gegeven moment. We vroegen het uiteindelijk met handen en voetenwerk en het woordje “Oranda” (Nederland) aan een tuinman en die wist het ook niet, maar een paar tellen later wenkte hij ons: hij was het gaan vragen in het kantoortje vlakbij, en leidde ons naar het juiste graf, van een Nederlandse reservekapitein, A. H. W. Selleger, geboren op 8 juni 1895 en overleden op 2 november 1942. Leuk, bijzonder!

Na ruim een uur rondgeslentered te hebben waren we uitgekeken en uitgelopen, en liepen we terug naar de bushalte. Bus 17 kwam er net aan en ging ook naar ons station Hodogaya: mooi zo, ideaal! We stapte in en kochten een kaartje naar Hodogaya. Maar je betaalt zo te zien een vaste prijs voor een busrit, en ik zag tijdens het rijden dat deze bus ook naar Yokohama station ging, dus ik vroeg aan de chauffeur of we konden blijven zitten tot Yokohama in plaats van al in Hodogaya uit te stappen? Ja hoor, dat was duidelijk, ondanks de taalbarriere, geen enkel probleem, we konden blijven zitten! Lekker, dat scheelt weer, dus we hebben lekker genoten van ons busreisje dwars door Yokohama.

Eenmaal terug in Yokohama station hebben we de metro naar de halte bij de haven genomen, en, omdat we nog tijd en zin hadden, besloten we van daaruit nog even Chinatown in te gaan, waar we na een beetje rondwandelen uiteindelijk honger kregen en in een sjiek Chinees restaurant het super de-luxe lunchmenu genomen hebben – we hadden zin in iets lekkers! We kregen lekker efficient de ene gang na elkaar – “gangen” was ook wel een beetje een ruim concept, het was meer 8 verschillende gerechten dan 8 gangen… Maar wel erg lekker over het algemeen, met name het bamboedoosje met dimsum waaronder ook twee “soepdimsum”, waar niet alleen vulling in zit maar ook hete bouillon, en die je dus met beleid moet opeten om te voorkomen dat je je mond verbrandt of bouillon over je kin/kleren knoeit. Erg lekker! We hebben er van genoten.

Daarna zijn we naar een supermarkt geslentered om te proberen onze laatste yens op te maken, aan koekjes, yoghurtjes, twee ijsjes voor onderweg, en gedroogd zeewier en zo. Hans baalde stiekem dat hij niet tot de laatste cent op kon maken, en is nog zelfs teruggegaan om toch nog te proberen zo min mogelijk cash over te houden. Uiteindelijk hebben we al onze yens min een paar dubbeltjes waard op kunnen maken aan noodproviand! We waren niet zo ver van het schip vandaan inmiddels, dus we zijn op ons gemak door het parkje langs de haven en de industriewijk aan onze kade gewandeld terug naar het schip. De rest van de middag en avond hebben we in het scheepskantoor rondgehangen, genietend van de bedrijvigheid en kletsend met de supercargo en wie er nog meer zin in een praatje had, en natuurlijk besteed aan flink internetten, emailen, blogs en foto’s versturen en kijken of er nog mensen op de whatsapp waren – nu kon het nog even, de komende weken niet meer!

Op gegeven moment moesten we echt afscheid nemen van de vriendelijke supercargo (en ons gratis internet) – hij besloeg heel het Aziatisch gebied voor Rickmers, en ging nu, na een weekeindje vrij te zullen hebben, weer terug naar Singapore om het volgende Rickmers schip op te wachten en te begeleiden tot aan Japan. Zwaar werk, gaf hij absoluut toe, maar wel leuk en uitdagend, en natuurlijk heerlijk om dan die twee maanden thuis te zijn daarna! Na een hartelijk afscheid en hem doen beloven om nog onze groeten aan de Poolse kadekapitein te doen als hij hem weer in China tegenkwam, vertrok hij als een van de laatste buitenstaanders van boord en begon om 18 uur, zoals gepland (uiteraard, want we zijn in Japan) de vertrekprocedure weer. Toch wel een beetje een gek idee: de Grote Oversteek ging beginnen, we gingen de Stille Oceaan oversteken en we zouden de komende 3.5 weken geen land meer zien!

We waren om 17:30 gauw gaan eten en hebben daarna onze positie ingenomen op de brug, op tijd voor vertrek. Als afscheid van Yokohama, Japan en land in het algemeen kregen we een mooie wilde wolkenlucht en ondergaande zon. Terwijl de sleepbootjes zichzelf in stelling brachten en het schip lostrokken van de kade stonden Hans en ik op het balkon van de brug te genieten van de lichtjes van Yokohama. De Japanse vlag werd gestreken en Hans hield hem even op voor de foto; het wit was zwart van het roet geworden!

Na ongeveer een half uurtje hadden de sleepbootjes ons losgekregen van de kade en kon het schip gaan varen, onder een grote brug door en de zee tegemoet!

free counters