Dag 108 dinsdag 12 mei 2015: op zee, 541 km

We werden weer eens voor de verandering moe en stijf wakker. We doen al een tijdje ‘s nachts de airco in de slaapkamer uit omdat we allebei erg stijve nekken hadden, en dat scheelt gelukkig wel, maar toch worden we met heel ons lijf stijf wakker, pffff… Bij het kijken naar de kaarten viel het ons op dat er vlak bij Houston een baai is met een plaatsje dat “Nederland” heet, ook precies zo geschreven. Grappig! Je ziet wel vaker in landen waar veel kolonisten naar toe gegaan zijn dat plaatsnamen naar steden in het thuisland genoemd zijn, maar we hebben nog nooit een plaatsje gezien dat “Nederland” heet.

Het was vanochtend heel licht mistig op zee, later trok dat weg en was het gewoon heiig, en in de ochtend toen we naar de brug gingen hebben we nog twee slechtvalken rond het schip gezien – die zijn in de loop van de ochtend echter verdwenen. Bij de koffie beneden in de conferentiekamer leek iedereen redelijk relaxed; de kleine timmerman was zich aan het voorbereiden op de klus van de helikopters bevestigen – er was een mailtje dat de kapitein uitgeprint had met specifieke instructies voor het “lashen” of aan het schip vastmaken van de helikopters, en dat is ook een van de verantwoordelijkheden van de timmermannen. De stuwadoren maken de vracht in principe vast (ook vanwege mogelijke beschadigingen en daarop volgende verzekeringskwesties en zo), maar de timmermannen zorgen dat de vracht ook echt goed vast zit. We hebben gelijk de nieuwe Roemeense timmerman ontmoet, ook weer groot ten opzichte van de kleine (maar dat kan gemakkelijk!), en hij leek op zich wel aardig maar zit nog in zijn Oost Europese “kat-uit-de-boom-kijk” fase… Op gegeven moment riep de kapitein de nieuwe Filippijnse bosun voor een of ander klusje: hij lijkt ook een aardige nette man die bovendien goed Engels sprak, en de 2e Engineer bevestigde dat het een goeie was. Toch blijft het nog even wennen, je verwacht als je “bosun” hoort toch nog het oude gezicht te zien binnenkomen!

Met de lunch kregen we én selderiesoep, én sla op tafel, én sperzieboontjes én verse aardappelpuree op ons bord, én een banaan… We worden verwend! Het vlees was niet spannend verder, maar al die heerlijke verse groente, hmmmm! Je merkt dat iedereen behoefte heeft om zijn groente en fruit reserves aan te vullen om weer wat vitaminen binnen te krijgen.

We voeren eigenlijk een beetje vreemde route van Houston naar New Orleans, we moesten ver van de kust vandaan voor we naar rechts richting de monding van de Mississippi konden varen, en dat komt met name vanwege alle oliewinning in de baai voor Texas. De navigatiekaarten staan vol met puntjes die putten voorstellen, we voeren ook heel de dag eigenlijk min of meer tussen de boorplatforms door in een smalle geul die veilig te navigeren was, en er staan allerlei opmerkingen in de rand van de kaart over seismisch onderzoek, oliewinning, en zelfs mogelijke gasbel-vorming. Dat laatste werden we niet heel erg vrolijk van want er stond heel klinisch dat schepen door de gasbel-vorming mogelijk hun “buoyancy” konden verliezen, oftewel hun drijfvermogen… En dat betekent dat het schip gelijk in een keer zinkt. Zoiets dat je weleens op Discovery Channel ziet, een schip dat mysterieus opeens van de kaart gevaagd is. Fijn, lekker snel doorvaren!

Rond 15 uur merkte we opeens dat de motor al een tijdje stil was, en toen we naar buiten keken zagen we dat we ook inderdaad echt stil lagen. Ik ben dus even naar de brug gegaan om te kijken wat er aan de hand was, en heb gelijk kennis kunnen maken met de nieuwe 2e Officier, een aardige Roemeense jongen die redelijk goed Engels sprak en druk in de papieren zat om zichzelf in te lezen want hij had wel meer op dit schip gewerkt, maar dit was de eerste keer in zijn nieuwe functie als 2e! Hij vertelde dat ze in de machinekamer bezig waren aan de motor te sleutelen of testen of zo en vandaar dat we even stillagen. Na een uurtje of wat kwamen we weer op gang en gingen we verder met onze route.

Tijdens het avondeten (ook best smaakvol!) zat de 3e Officer bij ons en het gesprek kwam op een gegeven moment op vissen terecht. Wij lieten onze piranhas zien die we in de Braziliaanse Amazone en Pantanal gevist hadden, en de 3e vertelde dat ze een keertje voor anker moesten voor de kust van Houston (gebeurde eigenlijk bijna nooit), en dat iedereen toen een visdraadje met haakjes overboord hing, en de barbecue alvast klaarzette. Hij had nog nooit gevist, maar de eerste keer vind hij gelijk 5 vissen, en dat was bij iedereen zo dus ze hebben een heerlijke verse visbarbecue op het achterdek gehad. Af en toe vingen ze ook een kleine haai, maar die werd gelijk teruggegooid – maar hij vertelde dat toen hij nog gewone zeeman was op de Rickmers Dalian, de kapitein van dat schip heel boos geworden was op een andere zeeman omdat hij ‘s ochtends even in het zwembad wilde plonzen en nog net op tijd zag dat er een haai van een halve meter in zwom!! Die had die zeeman waarschijnlijk per ongeluk gevangen en voor de grap in het zwembad gegooid… Oeps!

Na het eten zijn wij op de brug gaan kijken terwijl we een ander schip inhaalde; het schip was 2 zeemijl voor ons, ongeveer 3,5 kilometer, en het duurde ongeveer drie kwartier voor wij ze ingehaald hadden. Hans en ik hebben lekker buiten op het balkon gestaan terwijl de kapitein die de wacht liep zich waarschijnlijk afvroeg hoe het toch mogelijk was dat we al 3,5 maand onderweg waren en nog altijd foto’s van een schip gingen maken!

‘S avonds en ‘s nachts hadden we eigenlijk verrassend veel bereik op de mobiele telefoons – vol bereik meestal, terwijl we toch een behoorlijk eind van de kust vandaan waren. Tot we ons besefte dat dat misschien kwam door de boorplatforms die ons omringde; ongetwijfeld dat daar hier en daar een telefoonmast weggezet wordt op een boorplatform zodat men op die en omringende boorplatforms gewoon normaal bereik heeft en niet voor alles de satelliettelefoon hoeft te gebruiken.

free counters