Dag 109-110 woensdag 13 - donderdag 14 mei 2015: aankomst - vertrek New Orleans, Mississippi – aan land

Dag 109 woensdag 13 mei 2015: aankomst New Orleans, Mississippi – aan land, 156 km

Om 8 uur sochtends kwamen we bij het loodspunt, aan de grote, wijde monding van de Mississippi, en zelfs op zee was het water al bruinig in plaats van blauwig of groenig zoals anders. De loods was op tijd, en toen kon de lange tocht de rivier op beginnen… Zo’n 10 uur varen tot New Orleans! Pffff! Hans en ik hebben veel buiten gezeten op pilotdek in onze tuinstoelen, lekker in het zonnetje, genietend van het windje (dat af en toe wel heel hard woei in bochten) terwijl we de bochtige bruine modderrivier opvoeren. De kapitein had gezegd dat de Mississippi groener en wilder was dan de rivier naar Houston toe, en dat klopte wel. Echt “wild” was het niet, groen wel, en we vonden het gewoon ook erg leuk om de beroemde Mississippi op te varen, wat toch wel een bekende naam is.

Er waren af en toe hele mooie huizen naast het water, vaak echter wel achter een soort dijk of zelfs op palen; de Mississippi is tenslotte berucht voor overstromen en met orkaan Katrina een paar jaar geleden zullen waarschijnlijk een hoop van deze huizen overstromingen hebben meegemaakt. We zagen eigenlijk geen dieren, behalve wat koeien, en er voeren wel redelijk wat andere vrachtschepen, waaronder veel duwbooten met rivierschuiten ervoor. Sommigen van de schuiten hadden zelfs een mooie half-ronde inham waarin de ronde voorkant van de duwboot precies in paste. We voeren op gegeven moment langs een soort rood-bakstenen kerkje of iets dergelijks dat nu een ruďne was bedekt met klimop, misschien een slachtoffer van de orkaan geweest?

Rond 11:30 kwamen we in de buurt van een steenkoolopslag langs de kant van de rivier. Zeeschepen voeren net als wij de rivier op, legde hier aan, loste hun lading steenkool op lopende banden, dat naar een aantal grote bergen gebracht werd – we dachten steenkool en bruinkool – en van daaruit werd het dan weer op kleinere rivierschuiten geladen en verder de rivier opgevaren in grote “eilandjes” van aan elkaar gebonden rivierschuiten. Eentje kwam ons tegemoet met wel 29 schuiten aan elkaar bevestigd in een blok van 5 x 6 – ongelofelijk! We voeren maar met zo’n 24 km/uur volgens de gps maar zo te voelen aan hoe het schip aan het stampen was, waren we met volle kracht tegen de stroom in aan het varen om überhaupt zo snel te kunnen varen. Stroomafwaarts zou dan misschien minder dan 10 uur en minder moeite kosten?

Er dreven veel grote takken langs het schip, en ik dacht iedere keer dat ik een alligator zag, maar het was iedere keer een tak. Tot ik op gegeven moment dacht een tak te zien… En deze bewoog uit zichzelf! Het was een alligator die bezig geweest was de rivier over te steken en misschien de vibraties van ons schip voelde dus stopte met zwemmen en zich stroomafwaarts liet drijven om ons voorbij te gaan. Hij kwam in ieder geval redelijk dichtbij dus we konden er goed naar kijken, hij was niet zo groot als zijn broertje in het Panamakanaal maar ik zou er toch niet graag mee zwemmen!

Er was veel harde wind tijdens de riviertocht, vooral in sommige bochten, en de rivier was heel erg bochtig! Op de iets bredere rechten stukken lagen allerlei vrachtschepen voor anker, soms in rijtjes van vijf of zes, en af en toe zagen we een mooi landhuis of een industriegebiedje. Ook voeren we langs een ruďne van een ooit erg mooi huisje die tegenwoordig tegenover een steenkoolopslag lag aan de andere kant van de rivier, en daardoor misschien waardeloos was geworden – want wie wil nu een steenkoolopslag als uitzicht, zelfs al lig je aan de rivier!

Rond 13:45 uur begon er in de verte op de groene horizon al iets van wolkenkrabbers te verschijnen, en voeren we in de bocht van een rivier opeens langs een tweetal grote marinegrijze schepen. We konden niet uitvinden wat voor functie ze hadden, het leken gewoon een soort vrachtschip met kranen en allerlei toeters en bellen maar ze waren wel marinegrijs – misschien een of andere bevoorradingsschepen?

Om 14:30 kwamen we in de lage groene buitenwijken van New Orleans en voer er al gelijk een mooie stoomradarboot langs ons, de Creole Queen. Leuk, dat verwacht je wel in New Orleans! Naarmate we bij de bocht van de rivier kwamen waaraan duidelijk het centrum lag zagen we steeds meer verbrokkelde kapotte houten kades; vermoedelijk nog restschade van de orkaan. Vlak voor de bocht van de rivier lag denk ik het beroemde oude centrum met mooie houten gebouwtjes, het was erg groen met mooie lanen, en daar vlak tegenaan lag een centrum van grote dure mooie wolkenkrabbers! We zagen nog een radarboot en zelfs een tram op de dijk, en waren onderhand erg benieuwd hoe ver we zelf van de stad zouden komen te liggen, want voorlopig voeren we dwars door het centrum.

We voeren onder een grote brug door, en zagen in de verte bij de wolkenkrabbers de grote Dome waarvan Hans wist dat er tijdens de orkaan mensen naar toegevlucht waren, en hij gelezen had dat het de grootste koepelstadium was ter wereld. Achter de brug lag een mooie oude fabriek van baksteen gemaakt, helaas een ruďne, en een lange houten kade waarvan delen op instorten stonden of al ingestort en overwoekerd waren. Er vlakbij was een Walmart; we waren nog nooit in een Walmart geweest, dat was misschien wel een leuk uitstapje voor New Orleans – vooral omdat het oude centrum toch onderhand stiekem een behoorlijk eind van ons vandaan was, en we het vermoeden hadden dat we op het punt stonden om aan te leggen. Het verlengde van de kade zag er namelijk wel gaaf en actief uit, al was het zo te zien een kleine haven. En de Walmart was misschien anderhalve kilometer hier vandaan, dat was goed te lopen – mits we hier in New Orleans tenminste niet met dat TWIC-gedoe te maken hadden dat we niet zonder begeleiding van de haven afmochten…

Tijdens het aanleggen zagen we een oude schoolbus steeds heen en weer rijden langs het water om de stuwadoren te vervoeren; deze haven was smal, gewoon een strook langs het water met een hoge muur om het van de woonwijken erachter te scheiden. Er leek recht voor ons een toegangspoort te zijn maar we vroegen ons af in hoeverre die nog actief gebruikt werd, want voorlopig stond er een ellenlange goederentrein voor met wel zeker 60 wagons, als niet meer. Eindelijk kwam de trein in beweging, en toen hij na een hele tijd voorbij de poort was begonnen de lichten te knipperen en de hefbomen ging omhoog, maar het hek erachter bleef dicht. Yep, die werd dus niet meer gebruikt maar niemand had de moeite genomen om de electriciteit van de hefbomen en oversteeklichten uit te schakelen!

Rond 15:30 legde we aan en toen zijn Hans en ik weer even naar onze kamer gegaan om even wat te drinken en te rusten, voor we een kwartiertje later bepakt en bezakt naar beneden gingen naar de conferentiekamer. Ons plan was, als we tenminste van de haven af konden komen, om even naar de dichtbijgelegen Walmart te wandelen. En verder zouden we wel zien wat anderen gingen doen, misschien konden we weer net als in Houston de taxikosten delen. We hadden geen behoefte om de stad zelf in te gaan, New Orleans is ongetwijfeld hartstikke mooi, er zijn schijnbaar mooie begraafplaatsen en mooie oude delen, maar wij liggen hier maar kort, zo’n 24 uur, dus er is bijna geen tijd om morgen rustig te gaan rondkijken. En er was een oorlogsmuseum een paar kilometer van onze ligplaats vandaan maar die was redelijk duur en daar wil je ook de tijd voor kunnen nemen als het mooi is dus om daar nu nog voor een uurtje (sluit om 17 uur) naar toe te racen is ook niks.

Zelfs als we niet mochten wandelen was het taxiritje van zo’n anderhalve á twee kilometer naar de Walmart hopelijk niet te duur. De lokale agenten, en de supercargo voor Amerika (geboren in India) waren er al, en toen ze even tijd hadden na de eerste aftrap met de kapitein deden de lokale agenten iemand bellen om te informeren hoe het zat met bemanning en passagiers van boord laten hier. Schijnbaar is het in New Orleans namelijk recentelijk veranderd… Inderdaad, TWIC en escort-kaarten waren verplicht, dat betekende dat we weer geen voet buiten 3 meter van het schip mochten zetten, en volgens de persoon die de agent belde zou het 40 dollar enkele reis kosten om 2 km naar Walmart te rijden. Wow! Om de stad in te kunnen was iets duurder, 65 dollar enkele reis voor zo’n 5-10 km.

De supercargo waarmee ik aan de praat raakte had er geen goed woord voor over; hij had zelf noodgedwongen een TWIC-kaart omdat zijn werk anders praktisch onmogelijk werd, maar hij mocht dus niet eens iemand in zijn auto meenemen naar de havenpoort omdat hij geen escortkaart had, terwijl hij dat graag deed als hij de tijd had… Schijnbaar was al dat gedoe in Philadelphia gelukkig niet, want daar hadden ze als Rickmers een kade afgehuurd en konden ze doen en laten wat ze zelf wilde. Maar het werd bemanning en passagiers ondertussen haast onmogelijk gemaakt om een beetje normaal de stad in te mogen. Hij vond het schandalig en belachelijk hoe die bureaucratische regeltjes zich ontwikkelde, zei dat er niet goed over nagedacht werd en dat als ze eenmaal geďmplementeerd werden en men besefte wat voor gevolg ze hadden ze bijna niet meer terug te draaien waren, en zei dat zelfs iemand met een Amerikaanse nationaliteit zo behandeld werd als wij en geen kant op kon in zijn eigen land als hij met een vrachtschip aankwam. Bizar.

Maar hij was ontzettend aardig en heeft gelijk de mission gebeld om rond 18:30 uur met een busje langs te komen; volgens hem zouden er vast veel bemanningsleden aan land willen, en hij verwachtte dat het ritje naar andere plekken dan de mission zelf gratis zou zijn of hoogstens 5 dollar zou kosten. Dat zijn pas normale prijzen! Hij vertelde lachend dat de mission je alleen niet naar “oorden van verderf” zou brengen zoals de beroemde uitgaanswijk het Franse Kwartier, dus dan moest je gewoon vragen om een straatje eerder afgezet te worden. We konden dus in ieder geval tot 18:30 niet van het schip af en zijn nog wat op pilotdek gaan kijken naar het voorbereiden om te gaan lossen.

Tijdens het avondeten vertelde de kapitein dat de zes helikopters samen zo’n 3 x de waarde van het schip zelf waard waren! Wow… Het busje van de mission was er keurig op tijd, en al met al waren er elf mensen die mee wilde; wij, de Belgische passagier en nog acht anderen. Daarvan wilde 10 man naar Walmart, en eentje, de 2e Engineer, wilde heel graag naar een mall iets verderweg, die Riverwalk heette. Hij wilde de kleine timmerman ervan overtuigen dat die ook veel beter naar Riverwalk kon gaan, daar was veel meer keuze, maar de kleine timmerman zei dat hij een boodschappenlijstje meegekregen had van thuis en naar Walmart moest. Heel de rit naar Walmart bleef de 2e Engineer vriendschappelijk in het Roemeens proberen de timmerman te overtuigen, en de timmerman bleef stug weigeren! De rest van de groep was Filippijns, een paar waarmee we regelmatig contact hebben en sommigen die we wat minder vaak of veel zien of spreken. Maar iedereen is altijd aardig. Uiteindelijk ging iedereen naar Walmart, behalve de 2e Engineer die koppig in zijn eentje in het busje bleef; die ging naar Riverwalk. Dat was ook geen enkel probleem voor de mission, en het ritje was (ook voor hem) gewoon gratis geweest. Ze zouden ons om 21 uur komen ophalen.

De Walmart was echt enorm, Hans en ik keken onze ogen uit naar het aanbod! Ook met name het aanbod aan dingen die je niet in een supermarkt zou verwachten; zoals televisies, wel zes verschillende modelen tot de grote flatscreens toe… schoenen, levende visjes (zelfs in fluoriscerende kleuren), meubels, fietsen, een hele hoek gewijd aan barbecues, stoffering, echt van alles! Ongelofelijk… Hans en ik hebben er een uur rondgelopen, en hebben wat chips en zo gekocht. De mannen leefden zich uit; de Filippijnen kochten met name snoep, chips en chocola… Een clubje van vijf had samen twee winkelwagens helemaal gevuld met hun aankopen. De timmerman kocht eigenlijk alleen kadootjes voor thuis, en had een winkelwagen vol met speelgoed en kleren, en eigenlijk niets voor zichzelf gekocht.

Hans en ik waren rond 20 uur klaar met rondkijken in de Walmart (niet alleen naar het aanbod, maar ook naar de mensen die er rondliepen) en hadden zin in iets lekkers dus we namen bij de Macdonalds in de supermarkt ieder een (kleine! De porties zijn hier veel groter) smoothie en samen een kleine portie friet terwijl we wachtte op de rest. Hans realiseerde zich opeens dat de Macdonald waarschijnlijk wifi had, en inderdaad, ik kon nog even de mail binnenhalen, mooi zo! Ik heb even gauw wat kleine mailtjes getikt en wat whatsappjes gestuurd (Hans had zijn bril niet bij dus dicteerde sommigen), en geleidelijk deed iedereen bij de Macdonalds verzamelen. De Filippijnen kochten nog een flinke bestelling bij de Macdonalds, maar leken die niet allemaal gelijk op te eten, misschien was een deel voor later. Het busje van de mission was vroeg, dus we konden rond 20:45 al instappen, de boodschappen van de mannen in de kieren en gaten proppend, en een vrolijke dame bracht ons terug naar het schip. Ook dit ritje was weer gratis; schijnbaar doet de mission geen geld meer vragen sinds de taxi’s zo veel vragen vanwege het TWIC-gedoe.

Om 21 uur waren we weer terug aan boord, en zagen we dat de overgebleven hamburgers en frietjes onderweg uitgedeeld werden aan Filippijnen die aan boord hadden moeten blijven zoals de jongen die bij de loopplank stond. Hans en ik hebben lekker een kopje koffie gezet, en zijn terwijl die doorliep nog even buiten gaan kijken op pilotdek, maar we waren moe dus we zijn gauw weer naar beneden gegaan en niet al te laat naar bed gegaan.

Dag 110 donderdag 14 mei 2015: vertrek New Orleans, 306 km

Na het ontbijt zijn we om 8 uur buiten op pilotdek gaan zitten in onze tuinstoelen, om te kijken naar het laden van de helikopters. Het zouden Blackhawks zijn, volgens de kapitein een paar dagen geleden, maar bleken inmiddels “helaas” geen Blackhawks maar andere militaire helikopters te zijn, Lakotas volgens mij. Wel waren het er ondertussen zes in plaats van drie geworden, dat scheelt dan weer! Ze zijn bestemd voor Thailand, die zijn dus nog wel een paar maanden onderweg voor ze aankomen op de plek van bestemming… Om 8 uur waren de grote zware gietmallen al gelost en op zware trailers gezet, die zijn dan misschien in de vroege ochtend of de nacht gelost. Dat scheelt een hoop in gewicht!

De eerste helikopter stond al klaar toen wij buiten kwamen, zonder wieken, die leken in een lange houten kist te zitten want de helikopters waren gelabeld met nummers zoals 9666, en datzelfde nummer stond dan op een van die dozen gespoten. Er is altijd veel voorbereiding voor zo’n belangrijk vrachtje, eerst werd ook drie kisten met wieken geladen – die werden een beetje losjes in de hijsbanden gelegd leek het wel – en met die drie grote kisten ook drie kleine doosjes en wat mapjes met papieren leek het wel… De bouten en moeren om het weer allemaal in elkaar te zetten en de handleiding misschien?!

Pas rond 9 uur begonnen ze de eerste helikopter zelf te laden, door middel van een klein harnasje dat volgens ons speciaal meegeleverd wordt met de vracht (net zoals de “dop” die op die machine schroefde in Singapore) en dat om de rotor bevestigd werd. Zo kon heel het toestel opgetild worden aan het sterktse punt, de rotor. Slim! Er werden begeleidingstouwen bevestigd aan het landingsgestel en heel voorzichtig werd de eerste helikopter opgetild en begeleid naar het ruim. Er stonden inderdaad militairen omheen (naast heel veel andere mensen, duidelijk dat iedereen dit nog altijd stoer vindt), helaas geen drones zoals toen schijnbaar bij de Blackhawks, maar niettemin leuk om te kijken! Ondertussen werd uit het ruim ervoor grote ronde platen staal gelost die duidelijk heel erg zwaar waren omdat er maar zo’n 2-3 tegelijk getild werden. Het is nog altijd leuk om naar het laden en lossen te kijken wat ons betreft!

Tijdens de lunch bleek dat er weer een clubje richting Walmart wilde, en de Belg naar de mission ging voor wifi, dus besloten wij ook mee te gaan naar de mission. Na de lunch, rond 12:30, kwam het busje aangereden en werd eerst de delegatie die naar Walmart wilde afgezet want we hadden maar tot 15 uur, dan verliep onze “shore-pass” (of in ieder geval die van de bemanning) en moesten we sowieso allemaal uiterlijk weer aan boord zijn. Toen de bemanning Walmart in verdwenen reden wij drieëen mee met het busje naar de mission, waar we hartelijk ontvangen werden en gelijk koekjes en limonade aangeboden kregen! Men had net geluncht, het leek een beetje alsof de lokale bejaarden hier ook lunchte, en het was duidelijk dat de mission ook bijkluste als Amazon aanleverpunt voor bestellingen. Misschien brachten ze ze zelfs rond, of ze waren alleen een afhaalpunt. Wij konden in ieder geval hier op wifi, we hadden zowel de telefoon als de tablet bij en we zaten hier nog wel eventjes want we werden pas om 14:30 weer opgehaald.

De zithoek van de mission was erg comfortabel en was aangekleed als een luxe bibliotheek met comfortabele zetels en een hoogpolig tapijt – alleen de boekenkast achter ons was alleen maar gevuld met stichtelijke lectuur in allerlei talen… Bovenop de boekenkast stonden souvenirs van over de hele wereld die misschien door zeemannen gedoneerd waren aan de mission, leuk! We hebben uitgebreid kunnen internetten, en namen ook wat limonade en koekjes, omdat het nog een keer of twee zo vriendelijk aangeboden werd, en op een gegeven moment kwam Hans met echte homemade brownies aanzetten die op de ‘bar’ stonden om te pakken, mjam!

Om 14:30 gingen we naar het busje en reed een van de vrijwilligers ons samen met drie zeemannen van een ander schip (alledrie Filippijn, schijnbaar was de bemanning volledig Filippijns van dat schip en waren dit de kapitein, Chief Engineer en nog iemand) naar Walmart om daar de rest van onze bemanning op te halen. De Filippijnen van het ander schip dachten dat wij bemanning waren! De mannen stonden nog niet buiten dus de Belg sprong eruit en ging via de dichtstbijzijnde ingang de Walmart in om ze te zoeken, en net op dat moment kwam de groep van ons schip uit de andere uitgang… We hadden de ontbrekende mannen gevonden maar waren nu de Belg kwijt! Gelukkig kwam hij na een paar minuten ook weer naar buiten. Omdat de medewerkers van de mission bekend zijn bij de bewaking mochten ze gewoon doorrijden en werden we niet gecontroleerd.

Bij aankomst om 15 uur bij het schip heb ik gelijk even onze helmen gehaald, en zijn we op het dek in de gangpaden gaan staan kijken naar het laden van de rest van de helikopters. Ze hadden in de loop van de ochtend de eerste drie geladen en er een pontonvloer overheen gelegd en waren nu begonnen aan de volgende drie daar bovenop te laden. De kapitein had gezegd dat we gewoon lekker buiten moesten staan en maar “doen alsof we opzichters waren” – een grapje natuurlijk, iedereen snapte wel dat we gewoon passagiers waren en vond het geen probleem want we stonden niet in de weg en iedereen vond de helikopters wel stoer. Hans kreeg aanspraak met een Duitser die de helikopters begeleidde; hij had 31 jaar op zee gewerkt, en had daarna 35 jaar in de USA gewoond en een eigen rederij gehad, hij was inmiddels achterin de 80 en had nu nog alleen een “klein” transportbedrijfje voor de lol en om een beetje bezig te blijven. Vanuit dat transportbedrijfje deed hij dus nu deze helikopters begeleiden. Hij vond het duidelijk leuk om weer eens Duits te kunnen kletsen en Hans vindt het ook altijd leuk om Duits te praten dus die twee vonden elkaar wel!

We waren wel benieuwd hoe het zou zijn om vanuit het dek naar de helikopters te kijken, en op een gegeven moment liep de kapitein langs dus hebben we hem gelijk gevraagd of we na het laden als iedereen klaar was misschien eventjes in het laadruim mochten kijken. Hij moest lachen en zei dat het veels te leuk was om er niet bij te zijn, dus we mochten nu gelijk al op de laadluiken gaan staan kijken naar het laden van de laatste helikopter. We waren er dus vlakbij! Terwijl de laatste helikopter langzaam en voorzichtig over ons heen getild werd, deed Hans nog wat kletsen met de Duitser; schijnbaar stonden ze van zijn bedrijfje al om 6:30 klaar om te starten met laden, maar konden ze niet terecht, want er was verder nog niemand. Of hij stuwadoren of bemanning van ons schip of allebei bedoelde weten we niet. In ieder geval, er werd dus pas om 9 uur begonnen met het laden. Ook vertelde hij dat de helikopters 6 miljoen dollar per helikopter waard waren. Hoppa! Dat is een leuk vrachtje… Zwaar waren ze niet, maar zo’n 2,8 ton per stuk, maar Rickmers verdiende er dus goed aan.

Tijdens het laden van de helikopter en daarna konden we natuurlijk uitgebreid in het ruim kijken, en inmiddels werd ook duidelijk wat het “doosje met bouten” en de “handleiding” waren: het eerste was een doos met speciale hijsbanden om iedere helikopter extra mee vast te sjorren, het tweede was een blauw zeil voor iedere helikopter waarmee de kwetsbare draaiende gedeeltes van de rotor ingepakt werd nadat de helikopter neergezet was. Dat zeil werd helemaal rondom het blok metaal van de rotor ingestopt en met ducttape vastgemaakt, vermoedelijk om het stofvrij en zo te houden en te beschermen tijdens transport.

We hebben na het laden van de laatste helikopter nog wat rondgekeken en zijn toen maar weer naar binnen gegaan want op dek gebeurde niet zo veel meer. We hebben nog wat op pilotdek gestaan, er werd verderop in het schip een aantal enorme rode stalen constructies gelost die genummerd waren; grote rode stalen containers leken het wel. De kapitein vertelde tijdens het avondeten dat vertrek gepland stond voor 19:30, en dat we de komende dagen sneller zouden varen zodat we nog voor het veel duurdere memorial weekend in Philadelphia zouden zijn (anders zouden ze de stuwadoren op zondag en maandag dubbel moeten betalen). Dat zou wel betekenen dat we de komende paar dagen flink gingen trillen! Verder hadden we het over de Chief Officer, de kapitein vertelde dat het bedrijf verplicht is voor de 25e mei een vervanger voor de Chief Officer te vinden. Er was schijnbaar nog een of andere clausule die ze konden aanroepen voor uitstel, maar hij hoopte natuurlijk dat ze voor die tijd iemand zouden hebben en dat niet zou hoeven, want het was gewoon te veel druk voor hem om beide banen goed te blijven doen.

Om 19:30 vertrokken we inderdaad; bij zonsondergang, de lucht was erg mooi en de langzaam steeds zichtbaarder wordende lichtjes van de stad ook. In de bocht van de rivier, bij het centrum, deed het schip toeteren. Hans en ik stonden buiten op het balkon van de brug en snapte niet waarom we toeterde; een vrachtschip toetert omdat er een ander schip in de weg is, en er was niets in de weg! En het was net alsof we een cruiseschip waren dat bij vertrek toeterde, maar dat kon het ook niet zijn. Iets later kwam de loods naar buiten en ging op het balkon naar een punt op land staan zwaaien; hij zag ons en keek een beetje schaapachtig – hij was naar zijn vriendin aan het seinen! Het toeteren was geweest om haar te waarschuwen dat hij eraan kwam… Lachen!

Tegen 20:30 begon het te donker te worden om nog veel te zien, en waren we sowieso al wel uit de lichtjes van de stad dus zou er ook minder te zien zijn, dus zijn we naar binnen gegaan om koffie te drinken in onze kamer. ‘S nachts hebben we op een trilplaat liggen slapen; zoals de kapitein beloofd had werd er flink tempo gemaakt, heel het schip trilde en gromde! Er waren opeens allerlei onbekende geluidjes in de kamer, met name de kastdeuren waren irritant; die klepperde als een gek. Daar had een vorige bewoner ook al duidelijk last van gehad in de goede oude tijd toen er nog hard gevaren werd, want het was ons al opgevallen dat er sporen van ducttape op zaten. Wij deden ze blokkeren door er een oude handdoek tussen te klemmen en dan de deur dicht te binden, waarmee je het klepperen heel effectief deed dempen. Ik ben redelijk op tijd naar bed gegaan, want ik voelde me niet echt lekker, en had ook hoofdpijn en last van een hele stijve nek. Ergens om 4 uur ’s nachts waren we duidelijk al uit de Mississippi (dat was dus inderdaad een korter tochtje dan de heenweg) en is de loods van boord gegaan. Toen was het vol stoom richting Norfolk!

free counters