Dag 111-114 vrijdag 15 - maandag 18 mei 2015: op zee

Dag 111 vrijdag 15 mei 2015: op zee, 597 km

We zaten na het ontbijt in onze kamer een beetje te rusten toen opeens een van de Filippijnse bemanningsleden aan onze deur kwam. Hij is een aardige maar verlegen jongen, echt spreken doen we hem meestal niet omdat hij op dek werkt – de mannen op de brug spreek je nog wel eens wat vaker – wel zat hij in het busje gisteren naar Walmart. “Cadeautje van de Filippijnen” zei hij snel, en duwde twee dingen in mijn handen en was weg, we wisten amper wat er gebeurd was! Hij had ons een zakje gedroogde mango gegeven en een soort metalen dinkie-toy, een Filippijnse Jeepney, een aangepaste en mooigemaakte Jeep waar de Filippijnen schijnbaar voor bekend zijn. Maar het was ons niet duidelijk of het nu een persoonlijk geschenk was van hemzelf of dat hij gewoon uitgeroepen was tot vertegenwoordiger en dat het namens (een deel van) de bemanning was of zo!

We besloten maar naar de brug te gaan, misschien wist de 3e Officer (die vaak veel dingen oppikt in de Filippijnse gemeenschap aan boord) hoe het zat. Toen we boven kwamen hoorde we het deuntje van een Nederlands nummer, “Banger hart”, uit de muziekinstallatie komen! Eerst wisten we niet zeker of we het wel goed hoorde, maar Hans zijn muziek was op de brug terecht gekomen! Leuk! Een tijd geleden had ik de kapitein per ongeluk onze USB met muziek erop gegeven inplaats van de USB met bemanningsfoto’s die ik hem eigenlijk had willen geven, en hij had de stick lachend teruggegeven met een opmerking zo van dat er hele mooie muziek op stond maar geen foto’s. Hij had dus even gauw de nummers gekopieerd! De 3e zei dat hij het een lekker nummer vond. Erg leuk! Hij vertelde overigens ook dat de jongen die ons vanochtend de cadeautjes gegeven had die waarschijnlijk uit zichzelf gegeven had, hij had pas van zijn vrouw een hoop spulletjes gekregen om uit te delen als hij wilde, en schijnbaar had hij ook al een groot gedeelte van zijn officierenpapieren, en hoefde hij alleen nog maar het examen of zo te doen. Zo waren er wel twee of drie aan boord die in principe voor 3e Officer konden gaan als ze wilde, alleen het examen nog moesten doen. Dat was alleen duur, zo’n 500 euro, dus vaak wachtte mensen daar mee. Goh, we zouden echt niet zeggen dat die jongen al zo ver was…

Tijdens de koffie vertelde de kapitein dat er een nieuwe passagier aan boord kwam in Philadelphia en in Antwerpen weer van boord ging, een Canadees die al bijna 77 was schijnbaar: hij sprak het uit als kah-NA-di-én, we moeten na al die maanden soms nog altijd even wennen aan de uitspraak van het “scheeps-Engels”! Na de koffie hebben we buiten gewandeld en lang voorop de boeg gestaan. Het was heerlijk weer, weliswaar een flinke wind, maar wel lekker warm en zonnig en we genoten er van. We genieten sowieso van het op zee zijn; nog altijd, zelfs na al deze tijd, en eigenlijk hebben we het liever nog dan het in de havens zijn, hoewel dat ook altijd wel leuk is. Maar we merken dat we blij zijn als we weer vertrekken, dan zijn we tenminste weer onderweg. Er waren veel vliegende vissen en stroken zeewier – we hebben nog een hele tijd geprobeerd om de vliegende vissen te filmen maar het was niet of nauwelijks te doen; ze waren vaak maar heel kort boven water en tegen de tijd dat je op filmen gedrukt had waren ze vaak al een tel of twee later verdwenen. Jammer, je zou het zo graag willen delen met anderen!

De 3e Officer was er tijdens de lunch, en we hebben er een tijdje mee zitten kletsen; hoe we erop kwamen weet ik niet meer maar hij vertelde dat hij en de jongens hun eigen wc papier gekocht hadden dus als we wat nodig hadden konden we van hen lenen. Er is namelijk nog altijd geen nieuwe voorraad aan boord. Ongelofelijk eigenlijk wat een slechte inkoopbeleid! Tenminste, zo lijkt het, het kan ook dat het wel besteld was maar gewoon niet geleverd, en wat doe je dan als schip, je moet door en kunt niet wachten, en er zal niet gauw iemand aan boord zijn die dan maar besluit zelf een lading extra te gaan halen ergens voor heel het schip.

Tijdens het tafeltennis savonds had de nieuwe timmerman voor bier en ambachtelijk Roemeens gerookt spekvet gezorgd. De mannen zijn er dol op, wij nemen een stukje uit beleefdheid en het is inderdaad erg lekker rokerig maar het is en blijft wit spekvet wat ons betreft… Niet echt aan ons besteed dus! Maar we hebben wel lekker gespeeld, het was gezellig. Op een gegeven moment ging Hans zitten op een van de barstoelen, en hij kraakte; de stoel was al een tijdje een beetje verbogen, maar nu was hij dus op de lasnaad onderaan kapotgesprongen. De 2e Engineer nam de stoel savonds mee naar zijn kamer; hij zou hem morgen in de machinekamer achterlaten in de werkplaats, dan konden de lassers hem rechtbuigen en repareren. Toch wel handig als je alles in huis hebt!

Dag 112 zaterdag 16 mei 2015: op zee, 842 km

Vannacht was weer eens een echte slechte nacht, want Hans kreeg weer een jichtaanval. Gelukkig was hij er dit keer eerder bij en leek het bij een lichte aanval te blijven, maar het deed natuurlijk weer vreselijk pijn. We snappen dit keer alleen niet goed hoe hij er aan komt, want hij heeft de laatste tijd naar ons idee ruim voldoende gedronken. Het enige dat ik kon verzinnen, al vond ik het wel raar, is dat het oranje Tang limonadepoeder dat hij in Zuid Korea gekocht had en de laatste tijd veel drinkt (ook met de maaltijden, omdat ze zuinig moeten doen met het vruchtensap), op de een of andere manier het getriggerd heeft. Maar hoe dan ook, hij had weer eens flinke pijn. Gelukkig hadden we nog genoeg van de jicht-medicijnen bij en werken die ook goed, maar het duurt altijd even een paar uur voor ze echt merkbaar beginnen te werken.

Ondertussen voeren we inderdaad constant met hoge snelheid, zo’n 36 km/uur volgens de gps, en het voelde alsof we op een trilplaat zaten; heel het schip dreunde, gromde, ratelde en trilde! Hans was op zich veel mobieler dan de vorige keer maar de vele trappen was toch iets te veel van het goede dus ik heb vandaag voor roomservice gespeeld en zijn maaltijden naar boven gebracht. Men vroeg natuurlijk waar Hans was, en iedereen was erg meelevend, zeker de mensen die persoonlijk of indirect jicht meegemaakt hadden!

Het was vandaag echt prachtig weer, ik ben sochtends op de koffie geweest in de conferentiekamer (vond ik natuurlijk niet gezellig zonder Hans, maar we vonden dat ik het maar wel moest doen). We waren redelijk dicht bij Cuba, volgens de kapitein en de kleine timmerman voeren we vroeger zo dicht bij Florida langs dat je soms een wifi-signaal kon oppikken. Maar tegenwoordig vanwege de brandstof-regels en de ECA-limiet moeten ze veel verder van de kust vandaan varen omdat ze dan de goedkopere brandstof kunnen gebruiken. De Chief Engineer en de kapitein bespraken de RPMs die ze de motor wilde laten draaien, de kapitein wilde deze nu nog net iets meer opvoeren, liever nu nog wat harder varen dan te laat zijn in Norfolk. Later moest de kapitein als zijnde Chief Officer overals uitdelen aan de bemanning, die moeten af en toe nieuwe krijgen want die dingen slijten natuurlijk erg snel. De kleine timmerman had een oude vervaalde overal aan, en hij vertelde lachend dat die nog maar zo’n 9 maanden oud was! Ongelofelijk, hij zag er jaren oud uit…

De lunch was misschien wel de lekkerste lunch aan boord ooit; wel enorm vol knoflook, maar echt erg lekker. Arme Hans moest hem in de kamer opeten, maar zelfs dan nog een beetje lauw smaakte hij nog goed. Hans heeft een middagdutje gedaan, ik ook; het knokken tegen de jicht maakt hem erg moe, gelukkig had hij dit keer geen koorts. En ik was ook best moe. Ik ben nog een keertje naar de brug gegaan en de kapitein vroeg hoe het met Hans ging. Hij vertelde dat de ECA-limiet de route echt bepaalt, ze mogen daarbinnen niet varen van het bedrijf want dan moeten ze de veel duurdere lichte dieselolie gebruiken. Dus tegenwoordig varen ze veel verder om dan vroeger. Hij vertelde ook dat we de 19e om 4:30 bij Norfolk zouden zijn, en daar waarschijnlijk maar een halve dag of zo blijven.

Hans voelde zich savonds gelukkig al weer veel beter, hij was alleen nog wel begrijpelijk voorzichtig met lopen. Er was geen tafeltennis vanavond, wel een mooie zonsondergang waar ik nog even naar gekeken heb. Later bleek dat ik de 2e Engineer en de kleine timmerman bij een paar minuten gemist heb, zij waren veel later naar boven gegaan. Ach ja, ik vond het niet zo heel erg!

Dag 113 zondag 17 mei 2015: op zee, 722 km

We hebben heel de nacht lekker doorgestoomd en getrild, en vanochtend rond een uur of 8 gingen we weer terug naar normale snelheid van 24-26 km/uur… Maar vergeleken met 36 km/uur voelt dat net alsof je stilvalt – heel het schip wordt in vergelijking opeens zo veel stiller en je gaat natuurlijk ook veel langzamer! Hans was vandaag gelukkig grotendeels van de pijn van de jicht af, en kon weer voorzichtig trappen lopen – bij het ontbijt waren de kapitein, Chief Engineer en 3e Officer blij om hem weer mobiel te zien. De messman was weer eens een dagje kok, en zijn pannenkoeken waren in vergelijking met die van de echte kok heerlijk; veel dunner, krokant en niet zo vet. Lekker!

Na het ontbijt zijn we even naar de brug gegaan, en om 10 uur was het weer tijd voor koffie in de blue bar op pilotdek. Het was erg gezellig; zelfs de Belg was erbij omdat hij daar tegenwoordig graag zit te lezen. En toen hij hoorde dat er slagroom was nam ook hij een kopje koffie. De kapotte barkruk was al weer rechtgebogen en gelast; dat is toch wel handig, je hebt eigenlijk bijna alle disciplines aan boord en een hoop materialen! Pas rond 11:30 gingen de kapitein en 2e Engineer weer aan de slag; de Chief Engineer was al eerder naar de machinekamer gegaan vanwege een aanhoudend alarm dat hij even wilde checken. Vooral ook omdat ze vanochtend overgegaan zijn van de goedkopere zware stookbrandstof naar de lichtere duurdere diesel, en hij vaak genoeg meegemaakt had dat zo’n overgang niet vlekkeloos gaat, soms zelfs letterlijk met flinke lekkages en zo!

De lunch was niet bepaald inspirerend, helaas, en de nieuwe lading ijs uit Amerika was allesbehalve een succes; raar korrelig spul, bah. Dan was het chemische ijs uit Korea nog lekkerder. Je merkt echt dat dit schip minder budget heeft voor voedsel dan de Columba, het is kwalitatief allemaal minder. En omdat ze over heel de wereld inkopen doen is het natuurlijk een allegaartje aan eten aan boord; zo staan er augurken uit Nederland en sauzen uit Singapore (en geïmporteerd uit de Filippijnen) op tafel, was het stokbrood een kei-harde vaste interpretatie uit Korea en hebben we nu oranje Amerikaanse smeltkaas op tafel als kaas staan… Is ook wel grappig natuurlijk! Rond de lunch voelde we de trilplaat weer opstarten, we gingen weer snel varen. Liever op het laatste langzamer dan normaal varen dan niet op tijd bij het loodspunt zijn!

We hadden de helmen bij naar de lunch en zijn na de lunch gelijk naar beneden gegaan om een rondje te wandelen en weer even op de voorplecht te staan. We genieten na al deze tijd nog altijd intensief van de zeedagen, we verheugen ons er zelfs op als we in de haven liggen. En we vragen ons weleens af hoe we moeten uitleggen aan thuisblijvers wat het is, wat we zien, hoe we het ervaren, en waarom het nooit verveelt op zee. Je kunt het niet goed overbrengen, het gevoel op zee… Zoals vandaag, bijvoorbeeld; de zon scheen maar het was ook bewolkt, dus terwijl we op de voorplecht stonden te turen naar vliegende visjes die af en toe boven water verschenen veranderde de kleur van het zeewater constant van helblauw naar bijna zwart en weer terug naar helblauw. Ondertussen knalde flinke golven op de bulge waardoor er soms een halo van witte spray omhoogspatte, en toen we terug naar de woontoren liepen en even over de rand keken leek het water in de zon wel een half-edelsteen; allerlei kleuren blauw, met mooie witte strepen en patronen op en onder het wateroppervalk. Prachtig! Ondertussen zie je schuin vanuit de boeg oneindig lange golven vormen, en achter het schip een lange streep, ons spoor, die tot aan de horizon reikt. Je lijkt helemaal alleen in deze waterwereld maar soms zie je een ander schip een uurtje of twee op de horizon, en soms komen ze verrassend dicht langs ons. Het verveelt nooit!

We verbazen ons af en toe (tegenwoordig steeds meer) over de wisselende portiegrote hier aan boord. Vandaag kregen we met de lunch bijvoorbeeld een hele karige portie; een koteletje en een kwakje aardappelpuree. Terwijl we gisteren voor de lunch twee stukjes vlees, een flinke portie friet en een stronk broccoli kregen. Het gebeurt weleens dat we zowel voor lunch als avondeten enorme porties krijgen, en ook wel dat we savonds naar de yoghurt met banaan of ananas grijpen omdat we nog honger hebben! Er wordt echt maar wat gedaan. Ook de porties onderling wisselen nogal; soms krijgt een officier of engineer ongevraagd een hele kleine portie (de kapitein en Chief Engineer willen nogal eens zelf om een kleine portie vragen) en wij dan weer in vergelijking een grote portie – zeker Hans, die krijgt soms zulke grote porties dat hij het niet eens op kan; dat vindt de kok of messman dan zeker leuk, om hem meer te geven omdat hij het waardeert of zo. Geen idee! Maar consequent is het in ieder geval niet!

We hadden vanochtend de was gedaan en waren hem na de koffie in de droger vergeten dus hebben hem na de lunch pas opgehaald; dat is meestal nooit een probleem. Als iemand anders de droger wil gebruiken en niet kan wachten dan neemt hij onze was eruit en legt het netjes weg – wij hebben altijd een plastic tas liggen waar we het in vervoeren en bijna iedereen snapt dat de was en de tas bij elkaar horen. Sommigen nemen zelfs de moeite om onze was netjes op te vouwen! Smiddags hebben we lekker op onze kamer gezeten en savonds na het eten zijn we naar de blue bar gegaan om te tafeltennissen. Hans heeft vanwege zijn voet niet getafeltennist, maar ik wel, en de 2e Engineer die de laatste weken ieder potje waar hij aan meedoet verliest had opeens een goede avond; hij won bijna ieder potje! Hij wist zelf nauwelijks wat hem overkwam en kan dan zo enthousiast zijn. Hij was in het begin van de reis een beetje verlegen naar ons toe, lange tijd in de eetzaal ook nog, maar is inmiddels al helemaal losgekomen en vindt ons duidelijk wel leuk.

Hij was in een melige bui en vertelde vanavond dat Gavrila helemaal blij was de laatste dagen. He? Wie is dat? “De motor” grijnsde hij! “Ze heeft altijd wat moeite met de overgang van zware brandstof naar diesel, maar als ze dan op gang is doet ze even flink dr neus snuiten en dan gaat ze als een zonnetje en merk je gewoon hoe blij ze is…” Hij had de motor van het schip dus een naam gegeven – hoewel hij beweerde dat iedereen die naam gebruikte – we moesten er wel om lachen, maar je kunt je ook voorstellen dat iemand hele dagen bij zo’n machine die machine ook door en door kent en menselijke eigenschappen gaat toekennen.

De nieuwe timmerman was ook bij het tafeltennissen maar die tafeltennist niet want dat kan hij niet, beweerde hij. De nieuwe 2e Officer was fanatiek aan het spelen, die had tijdens zijn vorige contract schijnbaar flink lopen oefenen want iedereen dacht dat hij amper kon spelen en was verbaasd hoe goed het nu ging. Gelukkig maakte hij ook veel fouten waardoor de rest nog een kans had! Het was in ieder geval erg gezellig weer, en na zo’n twee uur is iedereen naar bed gegaan. Morgen zou er geen tafeltennis zijn want die nacht kwam de loods om 4:30 aan boord en dan moet de kapitein om 2:30 al op de brug zijn om voor te bereiden…

Dag 114 maandag 18 mei 2015: op zee, dolfijnen, 574 km

Vanochtend zijn we na het ontbijt naar de brug geweest om te genieten van het mooie weer – het was lekker warm, zonnig, en een mooie blauwe lucht met blauwe zee. Erg mooi! We hebben een beetje met de 3e gekletst terwijl we daar waren, en hebben verder een rustig ochtendje gehad met onze eigen koffie in onze kamer omdat het maandag is en de kapitein dan graag een soort werkvergadering met zijn officieren en engineers heeft. Op zich zijn we dan ook meer dan welkom op de koffie beneden, dat is ons wel duidelijk, maar we willen niet teveel in de weg lopen! Bij onze koffie nemen we tegenwoordig (noodgedwongen) een Amerikaanse koek: we hebben twee soorten individueel verpakte cakejes gekocht, bananenpuddingcakejes en “pecan”kaneelkoeken. De laatste zijn niet echt een succes: ze zijn anderhalf keer zo groot op de doos weergegeven als dat ze in werkelijkheid zijn (de doos was, volledig vol, ook maar tweederde gevuld), en smaken niet naar pecan, niet naar kaneel, maar vooral vreemd chemisch geparfumeerd. Maar we doen het er maar mee!

Na de koffie zijn we gaan wandelen en uitwaaien op dek. We hebben een heel tijd op de voorplecht gestaan, gewoon naar het water, de vliegende vissen en de spray kijkend of over reisjes pratend… We stonden er al zeker een kwartier en waren eigenlijk al min of meer klaar om terug te gaan lopen toen ik opeens een beest zag in het water, recht op de bulge af zwemmend! Ik dacht een zeeleeuw, Hans zag een vin en een gestroomlijnd lijf en dacht een haai, en toen besefte we dat het een dolfijn was! Opeens kwam er twee anderen bij zwemmen, en toen nog eens twee, en zwommen ze met zijn vijven voor het schip uit. Wow, we hadden echt niet gedacht dit ooit weer eens mee te maken! Het schip was nog altijd snel aan het varen, en ze bleven ook maar kort voor ons uit zwemmen, zo’n anderhalve minuut – misschien gingen we net te snel om echt comfortabel te kunnen spelen? Maar mooi was het wel, ze doken en sprongen weer net als de eerste keer uit het water, prachtig! En na zo’n anderhalve minuut waren ze opeens weer verdwenen…

We zijn overdag nog af en toe op pilotdek gegaan om uit te waaien en te genieten van het varen, en dan na een tijdje weer lekker naar binnen de airco in want het zonnetje was fel! Bij het avondeten kregen we een vreemd grijs prutje dat ik als aubergine herkende, maar de Roemenen en de Belg wantrouwig bekeken; het smaakte nergens naar, terwijl wij best dol op aubergine zijn… We zullen zo blij zijn als we weer lekker thuis ons eigen kostje kunnen eten! Het had veel erger kunnen zijn geweest, maar op gegeven moment ben je het gewoon zat. We eten al 3 maanden continu in hetzelfde “restaurant”, tenslotte…

Hans en ik hadden net ons avond kopje koffie op toen de kapitein rond 20 uur naar beneden kwam om zijn fototoestel te halen; hij riep in het voorbijgaan onze richting op dat er een mooie zonsondergang en een zeilschip waren, dus wij zijn gelijk achter hem aangegaan naar boven naar de brug. Daar was de 3e Officer en zijn partner op wacht, en het “zeilschip” dat de kapitein bedoelde was een driemaster met volle zeilen (25 telde Hans er) die op zo’n 8 km van ons vandaag in de zonsondergang voer. Mooi hoor! We hebben er een tijdlang gestaan met zijn allen (de Belg was er ook, we stonden dus met zes man te kijken) tot we de driemaster tot zo’n 5 km afstand genaderd waren en het echt te donker werd om nog veel te zien. Maar terwijl we daar stonden zagen we opeens in de gladde zee vlakbij ons een aantal dolfijnen die lekker leken te dobberen terwijl wij erlangs voeren. Wat een geluk!

free counters