Dag 117-119 donderdag 21 - zaterdag 23 mei 2015: aankomst - vertrek Philadelphia – aan land

Dag 117 donderdag 21 mei 2015: aankomst Philadelphia – aan land, 0 km

We zijn uiteindelijk opgebleven tot middernacht maar we waren nog niet bij de kade. Wel voeren we toen al het centrum van Philadelphia in, toen we naar bed gingen; we hebben nog volgehouden tot we een mooi verlichtte brug benaderde en een sleepbootje zagen aankomen, en zijn toen toch maar in onze bedjes gedoken want we waren doodop. We voeren nog maar een paar kilometer per uur, maar dat kan nog 10 minuten varen betekenen, maar ook net zo goed nog een uur! Uiteindelijk bleek dat we een uurtje later, om 1 uur, 3 km verderop aangelegd waren. Blij dat we er niet voor opgebleven zijn…

Wij zijn gaan ontbijten en na het ontbijt gelijk naar de conferentiekamer; we waren weliswaar om 1 uur aangemeerd en meestal is het een 24-uurs operatie, maar Hans had het correcte vermoeden dat de lokale agent pas rond 8 uur aan boord zou komen. Deze kade in Philadelphia wordt door Rickmers zelf gehuurd, en daarom geldt heel het TWIC-gedoe hier niet; we lagen wel redelijk dichtbij de stad en mogen van boord als we willen, maar het centrum is toch wel te ver van ons vandaan om te kunnen lopen. We vroegen de lokale agent dus hoe we het beste naar het centrum konden komen, we wilde als oriëntatiepunt naar de Liberty Bell gaan, en hoeveel een taxi-ritje zou kosten. Dat laatste wist hij niet, maar hij bood heel vriendelijk aan om ons een taxi-ritje te besparen en ons zelf te brengen naar de Liberty Bell, want zijn kantoor lag echt letterlijk aan dat plein! Daar zeggen we geen nee tegen natuurlijk! We moesten wel wachten tot de douane klaar was, maar hij verwachtte dat dat rond 9:30 wel gebeurd moest zijn, ze hadden namelijk afgesproken om er om 9 uur te zijn.

Om 9:30 verschenen we bepakt en gezakt weer beneden, en de douane zat er nog maar waren inderdaad klaar en enkel nog wat aan het nakletsen. De agent nam ons via een omweggetje door het winkelcentrum vlakbij het schip (zodat we wisten waar dat was, was zo te zien redelijk te lopen) mee naar het oude centrum van Philadelphia, en parkeerde zijn auto in de parkeergarage van het Indepence complex, waaraan de Liberty Bell en dus zijn kantoor grensde. Hij wees het aan, inderdaad, hij kon er zo op kijken! Lachen, en wat een geluk voor ons! Het was vandaag na alle zonnige dagen de afgelopen tijd een beetje grijs en miezerig, en het was stervensdruk met bezoekers; met name schoolkinderen op schooluitstapjes, vanwege het lange weekend. Pfffff! De agent raadde ons aan om een plattegrond van het stadscentrum op te halen in het bezoekerscentrum, wenste ons veel plezier en ging naar zijn werk.

In het bezoekerscentrum bleek dat, als we een gratis tour door Independence Hall wilde (je moet verplicht aan een tour deelnemen als je erin wilt), de eerstvolgende mogelijkheid pas om 15 uur vanmiddag was (het was nog maar net 10 uur) – vanwege alle hordes schoolkinderen… Nu hoefde we dat gelukkig niet per se, dus we besloten om gewoon maar een beetje rond te slenteren in het oude centrum. We kregen een kaartje mee van de verder weinig geintereseerde “ranger” (het Independence complex is een Nationaal Park), en ik zag dat er een gratis wifi-netwerk was dus terwijl we even de mail en wat whatsappjes binnenhaalde dwaalde we een beetje rond in het bezoekerscentrum.

Er stond een vreselijk lelijk plastic beeld van Silvester Stallone als “Rocky”, schijnbaar in de film rent hij de trappen van een of ander museum in Philadelphia op en neer en je kon hier dus met hem poseren… Tja… Er was verder een kleine expositie over de “underground railway”, en we zagen dat er in de buurt een groot beeld stond van Benjamin Franklin, uitvinder, alleskunner en een van de ondertekenaars van de Declaration of independence. Dat was misschien wel leuk als we klaar waren met het oude centrum, maar op ons toeristenkaartje was niet duidelijk waar het stond. Er hing een bordje dat we vragen moesten stellen aan de rangers, dus wij weer terug naar de ongeintereseerde ranger die dit keer haar gezicht wel enigszins in een glimlach kon trekken terwijl ze ons een wat uitgebreider kaartje van de binnenstad gaf – maar de glimlach verdween zodra ze dacht dat we niet meer keken. Het ging een lange dag worden voor haar als ze om 10 uur al zo vermoeid leek!

We besloten eerst richting de bel, de Independence Hall en een klein parkje erachter te lopen en dan te zien waar we nog verder zin in hadden. De Independence Bell raakte na 90 jaar intensief gebruik zo beschadigd dat hij niet meer gerepareerd kon worden en de beroemde barst ontstond, en daar omheen was een klein “museumpje” gebouwd om het wat aan te kleden. Het was, tenslotte, maar een bel. Als je wilde kon je de lange glazen gang met uitleg over de bel, waaruit het museumpje bestond, overslaan en langs buiten naar een raam lopen om gelijk de bel te bekijken. Toen we zagen dat de rij voor het museumpje al een flink eind op straat stond, en er in de glazen gang zelf ook een kudde mensen stapvoets bewoog, besloten we maar voor het raam te gaan! Daar was ook een kleine rij maar dat duurde gelukkig niet zo lang, al moesten we wel even wachten op wat schoolmeisjes die uitgebreid lollige selfies aan het maken waren met de bel. De bel was, inderdaad, gewoon een bel!

We hebben nog wat rondgelopen in het Indepence complex; er staan verschillende oude gebouwen die al dan niet veel te maken hebben met heel de geschiedenis van het onafhankelijk worden van Groot Britannie. Iedere steen die ermee in verband gebracht kon worden had een bordje met uitleg erbij, er was zelfs een afgeschermde opgraving van een stenen fundament van het een of ander! De Independence Hall zelf en een deel van het parkje erachter was een “secure perimeter”; een afgezette en bewaakte zone waar je alleen via een bewaakt punt in kon komen, en waarschijnlijk ook alleen met een (gratis) kaartje. Amerikanen… Het was een mooi groen stadscentrum met veel parkjes, veel bomen en veel mooie oude gebouwen en mooie “oude” stenen wolkenkrabbers, maar we merkte dat heel het geschiedenis-gebeuren ons niet zo veel zei. Voor de Amerikanen is het natuurlijk extreem belangrijk, voor ons gewoon een stukje geschiedenis. Dus we slenterde wat rond richting het parkje iets verderop.

Dat parkje, dat nu “Washington Square” heette, zou een monument voor de onbekende soldaat moeten hebben, en een monument voor George Washington, maar toen we er kwamen bleek het sowieso best een interessante geschiedenis te hebben. Het is een van de vijf parken die in 1682 speciaal ontworpen werden door de grote oprichter van Philadelphia, William Penn; Penn wilde een landelijke, groene, ruim opgezette stad en is daar wat ons betreft redelijk in geslaagd. Dit parkje was lange tijd een soort algemene begraafplaats (“Potters Field”) voor soldaten, zeemannen, criminelen en de armen. Ook werden hier de slachtoffers van epidemieen, zwarte Amerikanen en katholieken begraven. Eind achttiende eeuw werden er bovendien 2.000 soldaten begraven die door ziektes of in krijgsgevangenschap bij de Engelsen overleden. In 1793, tijdens een gele-koorts epidemie, begon men bang te worden dat de graven ziekmakende “dampen” afgaven die de gele koorts veroorzaakte, en werden er geen lichamen meer begraven. In 1825 werd het parkje gewijd aan George Washington en in 1953 kwam er een gedeeld monument voor de Onbekende Soldaat van de Onafhankelijkheidsoorlog en George Washington.

Toen we een tijdje in het parkje rondgekeken hadden waren we eigenlijk ver klaar met dit deel van de stad, wat ons betreft, en besloten we als volgende punt op het programma het graf van Benjamin Franklin te bezoeken dat in een kerkhofje een paar blokken verderop lag, ook omdat het gewoon altijd leuk is om op oude begraafplaatsen rond te lopen. We zijn op ons gemak richting de Christchurch begraafplaats gewandeld, en kwamen nog altijd overal groepen schoolkinderen tegen en gidsen in klederdracht.

De begraafplaats was een beetje vreemd eigenlijk; gewoon een rechthoekig stuk land met een bakstenen muur erom heen en twee poorten; de kerk zelf lag een paar straten verderop in plaats van erbij. Een klein poortje was afgesloten, de grote was de hoofdingang en was open maar je moest entree betalen. De 2 dollar entree ging dan weliswaar (gedeeltelijk) richting het onderhoud van de begraafplaats, schijnbaar, maar er werd natuurlijk met name gewoon entree geheven omdat Benjamin Franklin een belangrijke naam is in Philadelphia. Alleen, omdat dit Amerika is en er ook mensen lijken te zijn die het niet eens zijn dat je entree moet betalen om het graf van zo’n beroemd iemand te mogen zien, was de bakstenen buitenmuur naast het graf zelf weggehaald en vervangen met een metalen hek, zodat je alsnog het graf kon zien zonder entree te hoeven betalen… We snapte er in ieder geval niet zo veel van! En de begraafplaats zelf was weinig spannend en heel rechttoe-rechtaan dus we vonden het niet de moeite om entree te moeten betalen om het te bekijken.

Het was onderhand lunchtijd en we hadden besloten om een Philadelphia cheesesteak sandwich te proberen; daar lijken ze hier haast even trots op als op heel het Independence gebeuren! Er was in het gebouw waar de agent zijn kantoor had een soort foodcourt met allerlei kleine zaakjes. Het gebouw zelf was het oude beursgebouw van Philadelphia en best mooi van binnen, maar het was er helaas stervensdruk zelfs al waren we nog vroeg, want in de kelderverdieping waren de grote groepen scholieren in een speciale ruimte aan het eten, en op de begane grond alle andere toeristen. Gelukkig was er aan de rand een wat grotere deli-zaak waar je ook kon zitten, en waar net even een luwte ontstaan was qua drukte, dus daar besloten we te gaan lunchen. De cheesesteak (ik vroeg me altijd al af hoe je een broodje met een steak erop eet) is geen “steak” zoals wij zouden denken maar een broodje met kaas, gebakken ui en paprika, en geschaafde stukjes gegrild vlees: een beetje het idee van shoarma maar dan met echt vlees en geen geperst vlees (hoewel ik gelezen had dat die varianten ook bestonden).

We bestelde twee cheesesteaks en twee drankjes en toen ze klaar waren ging ik afrekenen terwijl Hans een plekje zocht. Ik weet eigenlijk 100% zeker dat de man waarmee ik afrekenende me probeerde te belazeren voor 5 dollar: ik gaf hem 30 dollar, de lunch kostte 22,83, en ik had dus 7 dollar en centen terug moeten krijgen. Maar eerst deed hij een beetje rondschuiven op mijn dienblad – ik had mijn flesje fris neergelegd omdat dat gemakkelijker was om te dragen, hij zette het weer overeind maar onhandig waardoor het weer omviel, toen deed hij er een elastiekje omheen en gaf me daarna twee briefjes van één en wat muntjes terug. Toen ik dat zag en zei dat ik hem 30 en geen 25 gegeven had vertrok hij geen spier en pakte prompt een vijfje erbij. Hij controleerde het niet eens, wat dus voor mij aangaf (naast het afleidend gerommel op mijn dienblad) dat hij donders goed wist hoeveel kleingeld hij terug had moeten geven! GRRRRR… Maar goed, ik heb het gelukkig gezien en het broodje was best lekker.

Tijdens de lunch zagen we op de wat uitgebreidere kaart dat het grote beeld van Franklin best een eindje lopen was in een richting waar verder niks te beleven was, en eigenlijk wisten we ook wel dat dat niet zo heel spannend zou zijn. Veel dichterbij was Penn’s Landing (William Penn was een grote man hier, de staat heet denk ik ook niet voor niets PENNsylvania…) wat schijnbaar wel een leuk gebied was, en, nog belangrijker, twee oorlogsgedenktekens; eentje voor de Vietnam Oorlog en eentje voor de Korea Oorlog. Dus we wisten al gauw waar wij heen wilde!

We liepen via een aantal hele Europees-aandoende wijken en een hoop mooie oude handelsgebouwen (ex-banken, ex-beurzen en ex-handelsvereningen, in feit de Wallstreet van Philadelphia), in de motregen, naar de parkjes waar de monumenten moesten zijn. Het Vietnam memorial was redelijk groot, die zagen we al van verre want die vulde heel het blok waar hij op lag, en het Korea monument leek veel kleiner en lag in het midden van een ander blok, dus daar gingen we eerst naar toe.

Het Korea monument bestond uit twee grote hoge en brede vlakken van zwart gesteente die tegenover elkaar geplaatst waren, en aan de beide open kanten stonden vier smalle vlakken, samen maakte ze dus een vierkante muur met een aantal gaten erin waar je door kon lopen. Van binnen stonden vier vierkante kolommen, ook van zwart steen, en ieder oppervlak behalve de buitenkanten van de twee grootste vlakken was bedekt met tekst, tekeningen en afbeeldingen. Het was een behoorlijk indrukwekkend monument omdat het zo intiem was, je stond er echt middenin en was er door omringd. Het legde uit hoe de Koreaanse Oorlog verlopen was en de keuzes en beslissingen die gemaakt waren (onder andere over hoe de DMZ ontstaan is die Noord en Zuid Korea scheidde, wat voor ons extra aansprak omdat we daar bij Kaesong gestaan hadden). De hoeveelheid soldaten die gesneuveld zijn in deze oorlog was eigenlijk ongelofelijk, en we vonden het leuk en indrukwekkend om er doorheen te lopen en alles te lezen en bekijken.

Terwijl we erom heen liepen zagen we dat de plavuizen erom heen ook vaak teksten hadden van individuen of groepen, en er was een mooi beeld van een soldaat die de laatste groet brengt. Vlakbij waren een aantal herdenkingsplaquettes, waaronder eentje voor de verpleegsters van de Korea Oorlog; ze weten niet eens precies hoeveel het er waren. En een klein monument in een hoekje van de plavuizen voor de lokale soldaten van vijf counties, waaronder Philadelphia, die in Iraq en Afganistan gevallen waren. Erg indrukwekkend allemaal dus, zelfs in de motregen, en we waren erg blij dat we het opgezocht hadden!

Toen liepen we via een soort laan die strekte tussen het Korea monument en een lelijk modern kunstobject ter ere van Christofer Columbus, en kwamen we langs een standbeeld ter nagedachtenis van de soldaten uit Philadelphia die overleden in de Beiroet Libanon terroristische bomaanslag. Daar ter hoogte van staken we de weg over naar het Vietnam monument. Dit was veel en veel groter (ook veel meer slachtoffers natuurlijk…), groots opgezet en gek genoeg juist daardoor minder indrukwekkend dan het kleine en intieme monument waar je echt tussendoor moest lopen en rechtstreeks mee geconfronteerd werd.

Het was duidelijk dat er veel activiteiten gepland waren dit Memorial weekend, er was zelfs een provisorisch briefje met het programma in zo’n doorzichtige houder gestoken waar normaal gezien pamfletjes zouden moeten zitten om mee te nemen. We zijn uitgebreid in en om het Vietnam monument gelopen; de grote gegraveerde tekeningen aan beide zijkanten die weergaven wat de soldaten meegemaakt hadden waren wel indrukwekkend. Er lag bij de muur met namen naast de vlaggetjes en af en toe een krans zelfs een kogelhuls. Ook hier vonden we aan de zijkant weer de persoonlijke plavuizen, en achter het monument was een ander monument dat de gezamelijke opoffering van Amerika en Vietnam herdacht. Dit monument was mogelijk gemaakt door de Amerikaanse Vietnamese gemeenschappen.

En in een ander hoekje was een monument voor de Purple Heart, dat alle mannen en vrouwen herdacht die ooit gewond zijn geraakt in alle conflicten. Ook best indrukwekkend! Toen we precies achter het Vietnam monument stonden zagen we een plaquette in het grasveld: daar lag een koker begraven met de overtreksels van de namen van mensen uit Philadelphia die herdacht worden op het National Vietnam Veterans Memorial in Washington D.C.. Het leeft hier allemaal veel meer dan in Nederland, en overal vind je die Amerikaanse vlaggen. Sowieso, misschien vanwege het Memorial weekend, zien wij overal vlaggetjes in voortuinen…

Toen we klaar waren met de monumenten zijn we richting Penn’s Landing gewandeld, wat zo te zien voorbereid werd op het aankomende weekend en een gezellige tijdelijke eet- en zitgelegenheid ging worden. Er stonden overal kleurrijke stoeltjes, er hingen mooie lichtjes in de bomen, er leek zelfs een soort drijvende tuin aangelegd te zijn waar misschien een of andere voorstelling plaats zou vinden, en overal waren mensen druk bezig stalletjes op te zetten. We zijn gewandeld naar een mooi oud oorlogsschip, de Olympia, te water gegaan in 1892 en schijnbaar het oudste nog drijvende stalen oorlogsschip. Het was nu een museum geworden samen met de ernaast gelegen duikboot de Becuna, uit 1944. We hebben even overwogen om de twee van binnen te bekijken, maar de entree was 15 dollar per persoon en zo te zien van buiten was er niet veel origineels meer aan van binnen, dus we hebben toch maar besloten het niet te doen. Van buiten waren ze mooi genoeg!

Hans is nog naar de dichtbij gelegen houten viermaster Moshulu gelopen terwijl ik een broodnodige plaspauze hield in een openbaar toilet, maar dat schip was een restaurant geworden dus ook weinig origineels aan meer helaas; niettemin mooi om zo te zien liggen aan de kade! We zijn de kade afgelopen tot we het zat waren, vlakbij het Seaport museum, en zijn toen op de stoep van de grote weg gaan lopen terug richting het Hilton hotel vlakbij, waar we erop rekenende een taxi te kunnen vinden. Er stond een taxi te wachten in de straat tussen de Korea en Vietnam monumenten, dus we liepen erop af en hij was beschikbaar, mooi zo!

Toen we instapte ging ik voorin zitten, en had eigenlijk gelijk zoiets van dat het een Nigeriaanse taxichauffeur moest zijn; het is al zo lang geleden dat ik er gewoond heb maar ik kan Nigerianen nog altijd meestal wel gemakkelijk herkennen. In Amerika is dat echter misschien gevoelig omdat zoiemand zich inmiddels Amerikaans vindt, dus ik zei er niets van. Toen hij ging praten wist ik het echter wel zeker, zijn naam op het kaartje, zijn accent en gelaatstrekken klopte allemaal. Ik gaf het adres en hij wist het niet gelijk dus ik zei erbij dat het een haven was. Ok, geen probleem, en hij reed weg. Ik zette de gps aan om de route voor onszelf vast te leggen (en ook omdat we gelezen hadden dat taxichauffeurs weleens een rondje rijden als ze denken dat de klant niet oplet, daarom doe ik het zichtbaar aanzetten), maar we zagen zo wel dat we de verkeerde kant op gingen. Dat kon op zich nog, er was een afslag naar de I-95 aangegeven, de snelweg die de agent op de heenweg genomen had. Maar de taxichauffeur reed door! Dus we vroegen toch maar eventjes of hij wel de goede kant op ging, omdat wij dachten dat de haven de andere kant op was…

Ja, ik breng jullie naar blabla haven… Oeps nee dat is niet de bedoeling, we moeten naar deze straat! De “North Delaware Avenue”!! Het bleek dat de taxichauffeur niet had opgelet, het adres niet gehoord had maar alleen hoorde dat ik zei “haven” en er dus vanuit ging dat we naar een andere haven wilde… Maar hij verontschuldigde zich, drukte de meter uit die al op 5 dollar stond en maakte gelijk een U-bocht. Toen raakte we aan de praat, en inderdaad, hij zei zelf dat hij Nigeriaans was. Hij keek een beetje vreemd toen ik triomfantelijk riep dat ik het wist! Maar vond het leuk om te horen dat ik het wist omdat ik zelf als kind in Nigeria gewoond had, notabene in dezelfde staat als waar hij vandaan kwam, hoewel die staat inmiddels opgesplitst was in twee. We hebben een beetje gekletst, hij volgde de lokale politiek en was ervan overtuigd dat de pas nieuw gekozen president een goeie zou blijken. Hij ging twee keer per jaar terug naar Nigeria naar zijn vrouw en kinderen, en was hoopvol dat hij haar eind dit jaar naar Amerika zou kunnen krijgen.

Gelukkig stelde hij na wat aandringen van mij eindelijk de gps op zijn telefoon in op het adres, maar desondanks moesten we een beetje de toeristische route rijden omdat hij niet vertrouwd was met het adres (hij vroeg op gegeven moment zelfs, “is dat wel in Philadelphia?”) en omdat er wegwerkzaamheden waren, maar uiteindelijk heeft hij ons zo rechtstreeks mogelijk naar de haven teruggebracht. Gelukkig! Het was een aardige man maar om nu heel Philadelphia door te moeten crossen met een lopende meter terwijl hij zocht naar het juiste adres en de finesses van de Nigeriaanse politiek in zwaar Nigeriaans-Engels uitlegde was ook niet echt geweldig…

We lieten de taxi ons afzetten bij de poort en konden zo doorlopen de kade op. Heerlijk! Dat hebben we wel gemist hier in Amerika! We kwamen langs een partij lood-broodjes uit Zuid-Korea, lachen, die lagen misschien anderhalve maand nog op dezelfde kade als waar wij toen in Ulsan waren! We probeerde er eentje op te tillen; dat was op zich best te doen maar een broodje woog zeker zo’n 20 kilo dus het was voor mij even lastig om voor de foto te poseren… Zeker omdat Hans per ongeluk eerst het toestel uitdrukte en weer aan moest doen; iedere seconde telde!

We waren rond 14:30 weer aan boord, het was een leuk dagje geweest! Maar we waren onderhand ook wel een beetje moe. ‘S middags ging het flink regenen; we hadden zelf overdag eigenlijk weinig last van de regen gehad, alleen mijn (lekke) schoenen waren bij het Korea monument door en door soppend nat geworden door alle plassen. Ik heb ze in de droogkamer van het washok gezet in de hoop dat ze daar sneller zouden drogen, maar uiteindelijk was onze eigen douche nog het beste. ’S Avonds zag het er allemaal een beetje sip uit op de kade in het donker met de regen; er gebeurde ook niet erg veel. We zijn om 22 uur nog even naar buiten gegaan maar het leek een beetje stil te liggen. Als het hard regent doen ze ook de luiken dicht en moeten wachten tot het minder wordt, anders wordt de vracht nat. En nu is die meestal wel goed ingepakt, maar ik snap dat ze weinig zin hebben om teveel water in het ruim te krijgen, dan gaan er toch dingen als hout en triplex rotten.

Dag 118 vrijdag 22 mei 2015: Philadelphia – aan land, 0 km

Vanochtend zijn we aan boord gebleven, we wilde vandaag toch niet veel meer doen dan even naar de dichtbijgelegen winkels gaan, maar we hadden gisteren van de lokale agent begrepen dat winkels hier normaal gezien pas om 10 uur open gaan sochtends (behalve misschien de supermarkten, iets als Walmart is vaak 24 uur per dag open). Dus we hebben de ochtend besteed aan een beetje internetten op de modem die de kapitein gistermiddag voor ons geregeld had, en Hans heeft de krant gelezen die vrij voor het pakken lag op de brug. Iemand heeft die krant gekocht en na het lezen naar de brug gebracht, en ieder die er mee klaar is brengt hem weer terug naar de brug zodat anderen hem mee kunnen nemen. We missen het nieuws niet, maar als het voor je neus ligt is het wel grappig om even te kijken; hoewel het natuurlijk voornamelijk Amerikaans nieuws is. We hebben in onze kamer koffie gedronken, omdat we in de haven liggen. Waarschijnlijk hadden we wel beneden kunnen gaan zitten maar de kans dat er niemand was omdat ze het druk hebben is dan aanwezig.

De modem die we nu twee dagen van de Mission huren (een slimme bijverdienste voor hun) is helaas geen wifi-modem, maar een USB-modem. Hans deed hem in de tablet steken maar er gebeurde niets; tot we ons realiseerde dat het, doordat het geen wifi is, waarschijnlijk niet zou werken. Want dat hadden we ons nooit gerealiseerd en tot nu toe hebben we er nog nooit last van gehad, maar de tablet kan dus geen vaste internetverbinding maken, alleen via wifi. Gelukkig kon onze laptop wel gewoon online ermee, want die kan zowel via kabel als via wifi op internet. Helaas kunnen we dus alleen met de laptop online, en niet met de telefoon of tablet. Ach ja!

Na de lunch gingen we naar buiten om naar de winkels te wandelen, en onderweg naar de loopplank liepen we zo tegen het bunkeren aan! Dat is waar, dat zou in Philadelphia gebeuren... De Chief Engineer was er samen met de Chinese 3e en “Elvis” de oiler, ze hadden alle SOPEP spullen al klaar liggen, tot de telefoon op een bollard toe – omdat dat soms handiger was dan een radio. De Chief moest lachen toen hij ons zag, wat een timing! Ze gingen “enkel” 30 ton bunkeren, een druppeltje, om zeker te weten dat we Antwerpen zouden halen want daar zou ruim 1000 ton gebunkerd worden. Er stond op de kade al een tanker, en ze waren net bezig om de brandstofslang en alle sluitringen aan te sluiten op de vaste toevoerspunten aan boord; er staat in een grote hoge bak zonder afwatergaten alle aansluitingen bij elkaar, van de zware brandstofolie tot lichte diesel tot de smeerolieen en andere toebehoren voor de machinekamer. Iedere toevoer was duidelijk gelabeld, en er leek wat problemen te zijn om de precieze ring te vinden om de brandstofslang van de tanker aan te sluiten. Maar de leverancier had een grote kist vol ringen in allerlei maten dus al gauw vonden ze de goede.

De Chief Engineer had ons al eerder eens verteld dat er van iedere tankbeurt een monster genomen wordt, en iedere tankbeurt in een andere tank gaat; zelfs als het hetzelfde spul is als wat in een andere opslagtank zit. Dat is omdat brandstof die in Antwerpen gebunkerd worden een iets andere chemische samenstelling kan hebben dan diegene die in Ulsan aan boord gehaald is, en zelfs verschillende keren in dezelfde haven tanken kan verschillen. De brandstoffen worden pas gemengd als ze de machines ingaan, in verhouding naar hun chemische samenstelling – en daar zijn de monsters voor. De kapitein had ooit verteld dat ieder monster opgestuurd wordt met snelkoerier naar een laboratorium dat binnen 1-2 dagen resultaat doorstuurt naar het schip, en dan weet het machinekamer-team met welke parameters ze moeten werken… Het is allemaal nog niet zo gemakkelijk! Dit was zo te zien lichte brandstof, dieselolie, een mooie rode vloeistof, net limonade om te zien zoals het in de plastic monster-fles stroomde die onder het toevoerspunt bevestigd was.

Toen ze de boel weer begonnen af te koppelen, al na een half uurtje, zijn we pas echt vertrokken. De Chief moest nog lachen “dat was dan het bunkeren, niet spannend he!”. We zijn de straat ingelopen die men ons gewezen had, en merkte dat het iets verder was dan we dachten maar prima te doen. Zo’n 20 minuten rustig lopen en redelijk rechttoe-rechtaan, al moesten we voor de zekerheid wel even nog vragen welke kant op naar de dichtstbijzijnde supermarkt. Er was in een woonwijkje een man net bezig met zijn auto, en die wees dat we vlakbij de Target waren. Prima, dan wordt het Target. De Target was groot en had gratis wifi; mooi zo, dus ik probeerde in te loggen! Het netwerk was alleen zo enorm traag dat het gewoon niet lukte – ach ja, we krijgen misschien nog een kans...

Ondertussen liepen we door de winkel, die enorm was maar maar voor ongeveer een kwart uit “supermarkt” zoals wij het kennen bestond; eten en drinken en schoonmaakmiddelen en zo dus. De rest was alles van kleding tot tuinspullen tot electronica. En van het supermarktgedeelte viel het op dat er bijna geen verse spullen waren, alles was al deels of geheel geprepareerd – schappen en schappen diepvries, instant- of kant-en-klaar voedsel, maar nauwelijks vers groente en fruit, bijvoorbeeld. Eigenlijk maar een klein eilandje en een koelvak, en dat was dan nog voor een deel verse vruchtensappen en kant-en-klaar fruit… Apart! Maar altijd leuk om doorheen te lopen, supermarkten in het buitenland (en in dit geval, ook de mensen die erin rondlopen) zijn een bezienswaardigheid op zich! En we kijken hier in Amerika onze ogen uit naar de keuze in verschillende versies van iets. Alleen al pindakaas, dat kon je in allerlei varianten vinden. Chips waren er in 20-30 verschillende smaken, barbecue-marinades ook, ongelofelijk!

We hebben wat spulletjes gekocht zoals chips en kleine koffiecakejes voor de komende weken, want onze eigen voorraden hebben ver de bodem geraakt, en onderweg terug van de supermarkt (je kon er overigens zowel gewone karretjes gebruiken als “super”-karretjes, die extra breed waren) besloten we bij een tankstation vlakbij een ijsje te halen. Teruglopend kwamen we dezelfde vent tegen die ons op de heenweg in de juiste richting gewezen had; we hielden onze tasjes en ijsje op zo van, “we hebben het gevonden hoor!” en hij moest wel een beetje lachen.

Terug bij het schip gekomen rond een uur of 15, was men nog steeds bezig met het bunkeren, inmiddels stond er een tweede tankwagen. Toen we aan boord kwamen waren ze net aan het afronden. De kapitein kwam smiddags de route vanuit Philadelphia naar Morehead brengen, en vertelde dat de nieuwe passagier aan boord was, maar een dutje aan het doen was, hij had een lange reis achter de rug. En de kapitein vertelde met een glimlachje dat de nieuwe passagier “een reiziger was” zoals wij. We waren benieuwd!

Bij het avondeten vertelde de nieuwe passagier, een 76-jarige Canadees, dat hij zijn reisschema redelijk grondig om had moeten gooien en zich had moeten haasten omdat we opeens zoveel eerder waren in Philadelphia dan oorspronkelijk gepland. Hij vertelde dat de kapitein tegen hem gezegd had dat er eigenlijk weinig bijzonders in de vracht zat, alleen wat dozen. Waarschijnlijk was de kapitein gewoon een grapje aan het maken, de passagier keek er in ieder geval van op toen wij zeiden dat er zes militaire helikopters in het ruim zaten! Tijdens het avondeten zei de kapitein dat er donuts waren in de conferentiekamer, maar we hebben nog een hele tijd zitten natafelen en kletsen met de twee andere passagiers, en ook een lange tijd met de supercargo; we gaan straks bij Morehead 2 dagen voor anker, en misschien (en hopelijk) kwam er een nieuwe Chief Officer aan boord in in Morehead City. Mooi zo!

Rond 20 uur gingen we dan met zijn vieren naar beneden om te kijken of er inderdaad iets lekkers was en zo ja of er nog wat voor ons over was. Inderdaad, er stond een grote doos van Dunkin Donuts, en die was nog half vol. Wow, lekker! We begrepen van de kapitein dat de 3e Officer ze gehaald had, dus we dachten eigenlijk dat het een traktatie was van de 3e Officer, maar hij kwam op gegeven moment ook de conferentiekamer binnen en het bleek dat hij alleen de bezorger was geweest, de traktatie was in werklijkheid van de kapitein geweest. De 3e vertelde lachend dat hij Dunkin Donuts binnengestapt was waar iedereen maar een of twee stuks tegelijk haalt, en hij bestelde 48 donuts; iedereen schrok er van zo veel, en een klant (of medewerker, het is soms zo moeilijk om ze te verstaan) had tegen hem gezegd dat hij wel wilde werken waar hij werkte!

We hebben beneden nog een tijdje gezeten, en zijn om 21 uur naar onze kamer gegaan, waar het bloedheet was want de airco was weer eens uitgezet dus de uitlaten bliezen alleen (warme) lucht. Pfffff, dat ging weer afzien worden! Toen we net bezig waren om naar boven te gaan, kwam de kapitein, 2e engineer en de kleine timmerman het scheepskantoor binnen; ze gingen stappen! Het is denk ik best lang geleden dat de kapitein zelf ook even aan land heeft kunnen relaxen, maar we merken hier dat deze supercargo zijn best doet om veel van het werk van de Chief Officer, dat de kapitein er nu bij moet doen, over te nemen en zo de kapitein een beetje te verlichten. Hans en ik hebben gewoon lekker met z’n tweetjes koffie gedronken met kaneelchips erbij – apart, en een beetje te hard, maar de kaneel-suikerlaag was heerlijk! Omdat het zo vreselijk warm was, hebben we het raam wagenwijd opengezet voor een beetje koelte.

Dag 119 zaterdag 23 mei 2015: vertrek Philadelphia – aan land, 196 km

Het was inderdaad heel erg warm geweest vannacht, en we voelde allebei dat onze mond en huid heel droog was sochtends; droge lippen en droge mond. Bah, als de luchtuitlaten alleen lucht blazen en de airco uitstaat is het eigenlijk een continue doffe ellende om de temperatuur goed te krijgen binnen… Enigszins gaar zijn we gaan ontbijten, en tijdens het ontbijt waren ze de (ik denk lege) containers vlakbij de woontoren aan het lossen. Opeens was er een enorme knal vlak naast ons buiten, het klonk alsof eentje viel en dat is waarschijnlijk ook min of meer wat er gebeurde! Je hoorde zachtjes in andere ruimtes in de woontoren verschillende alarmen afgaan vanwege de klap, de kapitein en een of twee anderen die aan het ontbijten waren rende zelfs naar de keuken naar buiten te gaan kijken, maar er was niets meer aan de hand. Er werd in ieder geval heel ruw gelost! We hebben lang gekletst nadat we klaar waren met eten, de messman was ondertussen de tafel van de kapitein gaan dekken, en opeens had ik door dat hij al een tijdje tegen die tafel geleund stil stond met zijn hoofd op zijn borst, zielig naar het tafellaken te kijken zoals alleen hij en sommige labradors kunnen kijken… Ik vroeg, zit je te wachten op ons? Ja, knikte hij met een zielig glimlachje en zei iets onverstaanbaars dat zo’n beetje betekende dat hij niet doorkon met werken als wij bleven zitten. We zijn snel opgestaan en naar boven gegaan!

We hadden tijdens het ontbijt begrepen dat de supercargo tijd had vandaag omdat er alleen maar gelost werd, en de Chief Engineer naar een buitensportzaak wilde brengen net de staatsgrens over in New Jersey (Philadelphia ligt in Pennsylvania vlakbij New Jersey). Hans en ik vroegen dus de supercargo of wij misschien meemochten? We hadden geen plannen voor vandaag, zouden vanavond vertrekken en dan hebben we deze laatste dag toch weer iets anders te doen dan weer de binnenstad of de dichtbijgelegen winkelstraat in, en buitensportzaken in het buitenland zijn vaak erg mooi en leuk om in rond te neuzen. Dat was geen enkel probleem, we moesten maar rond 10 uur beneden in de conferentiekamer zijn dan konden we mee.

We zijn even buiten gaan kijken na het ontbijt en zaten in onze kamer toen de Canadees in de deuropening verscheen (zijn kamer is op onze verdieping). Hij had een vraag en stapte zo de kamer binnen; en ik voelde dat ik er een beetje geschokkeerd door was – zelfs de kapitein stapt niet onuitgenodigd je kamer binnen, en normaal gezien in andere omstandigheden is het best normaal om iemand’s kamer binnen te stappen… Maar wij zijn inmiddels na al die maanden ook zo gewend geraakt aan het heilig respect dat iedereen aan boord heeft voor de privacy van iemand’s kamer, dat het nu een beetje vreemd overkwam. Apart!

Om 9:30 zaten Hans en ik beneden, want de kapitein had gezegd dat er ook vanochtend donuts waren bij de koffie, zijn traktatie, dus we hebben nog even een kopje koffie met iets lekkers gehad voor we met de supercargo en Chief Engineer in de auto stapte. Niet slecht! Het was zo’n 20 minuten rijden, en het was inderdaad een heel mooie buitensportzaak, “A-rei” of zoiets, waarbij de A een berg is. We waren een paar keer bijna verleid om iets te kopen – ik vond met name de floppy Australische-stijl katoennen zonnehoed erg leuk staan en praktisch, voor onze aankomende Australië-roadtrip, maar denk dat ik die toch maar beter daar kan kopen… Maar echt nodig hebben we niets. Wel zagen we een paar mooie wandelschoenen (vooral voor Hans) en een mooie heavyduty koffer/reistas combinatie die er best praktisch uitzag. En allerlei prachtige gadgets en dingen die superhandig zijn (of iets minder) maar die we gewoon niet nodig hebben… Helaas! Deze zaak had ook wifi, maar ook hier kwam ik met mijn mobiel niet op. Damn! Wel hebben we een hele tijd leuk gekletst met de supercargo terwijl we wachtte tot de Chief uitgekocht was.

We waren precies op tijd voor de lunch terug aan boord, en tijdens de lunch zei de Chief Engineer in het algemeen dat hij nog wat kleren moest ruilen bij Walmart, waarop de supercargo aanbood hem ook daarnaar toe te brengen (hij speelt wel vaker taxichauffeur voor bemanning en hij had nu de tijd want er werd alleen gelost) en spontaan omdraaide en Hans en mij vroeg of wij ook weer mee wilde. Wij zaten toevallig net naar elkaar te kijken en te bedenken hoe we subtiel zouden kunnen vragen of wij ook weer mee mochten, dit was nog veel beter natuurlijk dus JA GRAAG! Prima grijnsde de supercargo, sta maar om 16 uur klaar beneden dan gaan we weer.

Vlak na de lunch moest de modem ingeleverd worden, en het moment dat ik onze huurmodem aan de kapitein gegeven had en weer achter de laptop kroop besefde ik dat er iets mis was; de gps werd niet herkend door de USB poort en ik had dus geen toegang meer tot de triplog want het toestel verscheen gewoon niet in de verkenner. Deze laptop heeft 3 USB-poorten en het wil weleens gebeuren dat eentje eventjes van slag is, dus ik heb de anderen twee geprobeerd, de laptop een paar keer opnieuw opgestart in allerlei combinaties met de gps wel en niet aangesloten. Niks. Ik heb een herstelpunt gepakt, niks. Er ontbrak een driver. Ik probeerde de harde schijf, die werd gewoon helemaal niet herkend, niet eens een foutmelding, en een USB-stick deed ook niets. Voor de zekerheid heb ik alle drie de apparaten getest op de tablet; want volgens de laptop-help (heb je niks aan) lag het aan het apparaat en niet aan de laptop. Yeah right. Alles deed het prima op de tablet, grrrrrr! Dan heb je twee dagen lang internet en weet je haast niet wat je ermee aanmoet, en het moment dat je het kwijt bent heb je het echt nodig! Want ik wist bijna zeker dat de laptop alleen even een minuutje verbinding moest maken met internet om de “vermiste” drivers te zoeken en dan zou het hopelijk opgelost zijn… Maar ja, er waren maar een paar opties; de laptop naar Walmart slepen en hopen dat je er daar opkwam, of de supercargo (waarvan ik direct gezien had dat hij een wifi-modem had) om een gunst vragen, of wachten tot we thuis waren over 3 weken…

Dus ik liep rond 15 uur naar beneden om de supercargo, die ons beide maar met name mij wel mag, om een gunst te vragen, of ik eventjes op zijn wifi zou mogen om iets te fixen. Het was geen enkel probleem, hij had nog zat bandbreedte over dus ik moest gewoon maar mijn gang gaan! En toevallig wilde de Chief wat eerder naar de Walmart en waren ze net aan het bespreken dat ze misschien “de passagiers” moesten gaan halen toen ik verscheen! Dus terwijl ik naar boven vloog om de laptop en gps te halen (want als die combi het zou doen, zou de rest ook werken), ging de Chief zich klaarmaken en terwijl ik weer naar beneden vloog met electronica ging Hans zichzelf ook klaarmaken om mij te volgen. Gelukkig was het probleem inderdaad wat ik dacht en binnen een halve minuut na online gaan als vanzelf verdwenen, en waarschijnlijk was het gewoon domme pech, maar het probleem was ontstaan op het moment dat ik de USB-modem verwijderde, dus ik waarschuwde de Chief Engineer en kapitein (die ook zulke modems gehuurd hadden) dat zij ook eventjes, terwijl de supercargo nog aan boord was, een USB-stick in hun laptops moesten steken om te kijken of zij niet ook ons probleem hadden!

Allebei opgelucht dat de laptop weer deed wat hij moest borg ik hem op op het tijdelijke bureau van de supercargo (hij, en zijn Roemeense collega in Azië, installeren zichzelf aan boord aan een vrij bureau in een apart kantoortje aan de andere kant van de conferentiekamer dan het scheepskantoor, een relatief rustige hoek) – als zijn bedrijfslaptop daar veilig was dan was ons oud dingetje ook veilig! – en gingen we rond 15:30 weer richting de auto van de supercargo. Die bracht ons op een toeristische ronde van Philadelphia, hij reed ons namelijk langs de oude havens naar een oud passagiers(stoom?)schip, de USS United States. In zijn tijd was dit het snelste schip geweest in de Atlantische oversteek, en had het zelfs de wedloop of misschien ook wel een echte wedstrijd gewonnen – moeten we thuis opzoeken – maar nu was het aan het vervallen aan een vergeten kade in een oud stukje van de haven. Zonde! Er was wel een initiatief om het schip van de ondergang te redden, www.savetheunitedstates.org , dat stond op een groot spandoek voorop de brug. Het was een mooi schip, ik heb nog nooit zo’n gestroomlijnd schip gezien, je kon (met name van voren) echt goed zien dat het gemaakt was voor snelheid. Volgens de supercargo was het geen comfortabel schip geweest, wat hij begrepen had, maar wel snel!

Nadat hij wat plekjes opzocht zodat ik foto’s kon maken zijn we naar Walmart gereden waar we weer onze ogen uitgekeken hebben, heerlijk! Echt genieten… Het viel ons trouwens tijdens het rijden op hoeveel “gentlemen’s clubs” er waren hier in Philadelphia, vooral in de havengebieden. Zoiets zou je nauwelijks in Nederland zien. De Canadees had gevraagd of we, als we ze tegenkwamen, alsjeblieft naturel rijstwafels mee wilde nemen. Toen we met enige moeite en wat hulp de rijstwafels gevonden hadden (de supermarkten die we tot nu toe gezien hebben zijn zo raar en rommelig ingedeeld naar ons gevoel!) bleek er geen enkele naturel te zijn. Ze hadden wel tien of meer verschillende smaken, tot “buttered popcorn” toe, maar geen naturel, en die bleek gewoon niet in het assortiment te zijn. De winkelmedewerker zei nog, misschien bij de natuurwinkel? Ongelofelijk… Maar goed, jammer dan! We vonden de supercargo in de rij voor de klantenservice, hij had aangeboden de kleren te ruilen zodat de Chief nog even wat boodschappen kon doen. Toen iedereen klaar was zei de supercargo dat we langs de pizzeria moesten, want hij haalde in Philadelphia (normaal gezien de laatste haven in Amerika voor de oversteek) altijd pizza voor heel het schip waar hij de afgelopen twee weken mee gewerkt had. Leuk, en lekker, intiatief!

We reden dus naar het winkelcentrum vlakbij het schip waar hij zes extra grote pizza’s bestelde, en de Chief apart een extra pizza nam – die laatste zou zijn voor de machinekamerploeg tijdens het manoevreren vannacht. We merken regelmatig dat de machinekamerploeg echt een leuk en hecht team is, en deze en de vorige Chief Engineer een betrokken baas! Met zes heerlijke verse dampende pizza’s in de achterbak en eentje op schoot bij de Chief reden we terug naar de haven (zo fijn dat er geeneens een veiligheidscontrole is, heerlijk…) waar Hans hielp om de pizza’s te dragen. De Chief verdween met zijn pizza “ondergronds”; wij brachten samen met de supercargo de zes andere pizza’s eerst naar de conferentiekamer, maar besloten ze bij nader inzien, aangezien het al 17:30 was, toch maar naar de eetzaaltjes te brengen. De supercargo had de jongen bij de loopplank verteld om door te geven dat er pizza was, en die zou het via de walkietalkie doorgeven. De kapitein was net aan het eten en ontving ons enthousiast! Wij en de andere passagiers mochten ook een stuk pakken, en met name Hans en ik maakte daar dankbaar gebruik van. Wat een godenmaaltijd! Pizza, zelfs een niet zelfgemaakte zoals deze, is iets wat we best missen hier aan boord! En dan was het ook nog eens een heerlijke kaas/knoflook/kip pizza… Wel lachen natuurlijk dat ze net die smaak hadden, want als er iets is wat we genoeg krijgen is het wel knoflook en kip natuurlijk.

Savonds zijn we nog een of twee keer buiten gaan kijken, we hebben kort afscheid genomen van de supercargo maar die zouden we over een paar dagen nog weer terugzien in Morehead, en iets voor 23 uur begon snachts de vertrekprocedure. Hans en ik zijn naar de brug gegaan en hebben lekker staan kijken en genieten van de lekkere nachttemperatuur en de mooie lichtjes van de stad. Met name Penn’s Landing was prachtig verlicht en zag er erg gezellig en druk uit voor het Memorial weekend. Vlak voor Penn’s Landing was de brug, en Hans en ik hoorde de kapitein en de loods de diepgang van het schip en de ruimte tussen het hoogste punt en de brug bespreken… Dat doen ze naar mijn idee alleen als ze bang zijn dat het te krap zou zijn! En inderdaad, ze hadden het over een speling van 1,4… Nou is dat, zelfs als het meters zijn en niet voeten, niet erg veel voor zo’n groot schip! De loods en de 3e Officer gingen zelfs naar buiten om te kijken.

En toen we onder de brug doorvoeren zagen we het zelf ook. De 3e zat naar het hoogste punt te kijken, de antenna’s op de brug, en glimlachte opgelucht “de berekeningen kloppen” toen we er vlak onderdoor voeren zonder het te raken. Pffff! Er was inderdaad iets meer dan een meter ruimte geweest, wow! Later vertelde de kapitein dat het spannend was omdat het schip iets achterover helt in het water, dus de boeg is 3 (!!!) meter hoger dan de achterkant. En daardoor is kraan nummer 2 dus ook hoger dan normaal, en vergde het even wat rekenwerk. En ze zijn allemaal zo ervaren aan boord, en hebben zo vaak dit soort berekeningen gemaakt, maar het blijft iedere keer even een momentje spannend of het wel klopt of niet… Het is weleens met een ander Rickmers schip misgegaan bij juist deze brug, dus iedereen houdt altijd even de adem in bij het onderdoor varen!

Iets verderop, toen we net voorbij Penn’s landing waren, zag Hans opeens door onze kamerraam (we waren net naar beneden gegaan) dat het oude passagiersschip in de verte opdoemde. Leuk! Het werd verlicht door het modern vrachtschip ernaast, dat overigens Nederlands was, dus we zijn naar boven naar pilotdek gegaan en hebben gekeken terwijl we er vlakbij voeren. Een mooi schip, hopelijk wordt het ooit opgeknapt als museum of zo! En we wisten er een mooie foto van te maken; die zouden we naar de supercargo sturen als bedankje voor de leuke rondleidingen! Het was inmiddels bijna middernacht en de meeste lichtjes waren klaar, dus Hans en ik zijn moe in bed gedoken!

free counters