Dag 123 woensdag 27 mei 2015: aankomst + vertrek Morehead City, 349 km

We zouden vanochtend rond 10 uur de loods krijgen om de haven in te varen, en Hans en ik zijn na het ontbijt om 9 uur naar de brug gegaan waar de kapitein al stond, in uniform klaar voor de loods en duidelijk relaxed en zin in een praatje. We hebben wat gekletst en verteld dat we tijdens het manoevreren voorop gingen staan om te kijken of we bij het naar binnen varen nog beesten zouden zien; we wilde ze alleen niet storen als ze druk waren dus we zouden niet meer bellen en zeiden het daarom nu alvast. De kapitein vond het een prima idee en zelfs wel leuk want we zouden goed zicht hebben daar. Terwijl we er stonden kwam er activiteit, de 3e kreeg contact met de loods die bevestigde er om 10 uur te zullen zijn, en aangaf dat we met het anker opgehaald gewoon moesten blijven wachten waar we nu lagen, hij zou naar ons toe komen; meestal moeten wij eerst nog namelijk naar een bepaald punt varen. Maar hier was verder geen kip dus waarom moeilijk doen… Dus de kapitein gaf aan de machinekamer en de bosun aan dat we om 9:40 het anker op zouden halen en vaarklaar moesten zijn met de motor aan. Het blijft leuk de bedrijvigheid tijdens het manoevreren!

Hans en ik hebben onze helmen en veiligheidsschoenen aangedaan en zijn rond 9:30 naar de boeg gelopen, waar inmiddels ook al de 3e Officier en het team van de bosun klaar stond. Ze waren net begonnen met het ophalen van het anker, wat bijna zo leuk was om te zien als het neerlaten. Al zag je er op zich niet zo heel veel van natuurlijk! Eerst deden ze de ketting voorzichtig en rustig helemaal binnenhalen tot we bijna precies boven het anker zaten, toen voelde je de boegschroef even een boost geven, waarschijnlijk om te helpen het anker los te krijgen, en toen ging de ketting schakel voor schakel verder terug omhoog. Ondertussen was in de schacht van het anker een sterke straal water aan het spuiten om het laatste stuk van het anker moddervrij te maken. De ketting werd schakel voor schakel in het tandwiel geforceerd en verdween netjes benedendeks. Toen eindelijk het anker zelf boven water kwam werd deze centimeter voor centimeter binnengehaald tot hij met een bevredigende diepe staal-op-staal “klunk” zichzelf vastzette in de schacht. De bosun deed met een brandslang nog even het anker zelf naspoelen en we waren klaar om te vertrekken. De timing was perfect want het was iets voor 10 uur en het loodsbootje scheurde net bij ons vandaan, de loods was dus aan boord.

Hans en ik hebben nog nooit tijdens een haven binnenvaren voorop gestaan, en het was hartstikke leuk – vooral ook natuurlijk omdat het maar een kort stukje was, een uurtje varen tot de kade zelf. Als we 8,5 uur de Delaware Rivier opgevaren waren was het een ander verhaal geweest waarschijnlijk… Hier hebben we in ieder geval van genoten, er was veel te zien! Om te beginnen was de vaargeul door de zandbanken voor de kust heel smal dus we kwamen erg dicht langs de boeien, waarvan er eentje dicht bij de kust een bel-boei was; er hing letterlijk een klokwerk middenin, een aantal metalen schalen en een klepel die door de beweging van de golven constant tegen de metalen schalen aansloeg. Het was bijna mooie muziek, een beetje vreemd en spookachtig! We waren er dicht genoeg bij om zowel de klanken te horen als het klokwerk zelf te kunnen zien.

Voor de kust van Morehead City liggen lange duinen en daarachter lagunes en wetlands. Het zag er uit als een erg mooie rustige plek om te wonen; volgens de kapitein is Morehead zelf maar zo’n 8000 inwoners groot. En het grote vrachtschip dat vlak langs het strand en de duinen de haven in kwam varen was een bezienswaardigheid! We waren dicht genoeg bij het strand om te zien hoe de mensen stonden te kijken naar ons, lachen… Toen we door de buitenste rij duinen geprikt waren zagen we de haven al liggen, een kleine kade groot genoeg voor twee of drie ons formaat schip.

Het team van de bosun dat met ons voorop de boeg was gebleven na het ophalen van het anker kwam in actie terwijl we de haven naderde en begon alvast de grote zware touwen klaar te leggen, zette de emmer met de vele meters lange werplijn klaar en toen alles zo ver mogelijk klaar lag gingen ze zitten wachten bij de reling. De 2e Officer kwam er bij en toen de sleepbootjes ons netjes tegen de kade aandrukte kwam iedereen in actie. In zo’n 10-15 minuten was de werplijn uitgeworpen en gevangen door iemand op de kade, werden de zware touwen door een dunnere lus aan het dunne werplijntje bevestigd en neergelaten, over de kikkers op de kade gegooid, aan boord terug aangetrokken, strakgemaakt en vastgezet op speciale rollen naast de grote rol touw zodat het niet in het touw zelf zou snijden. De rattenvangers werden op de touwen gezet en alles opgeruimd, en men was klaar! Het was echt een extreme activiteit waarin iedereen snel en efficiënt leek samen te werken, een mooi gezicht!

Toen de mannen klaar waren hebben wij nog even naar de zes arm-dikke touwen staan kijken die nu kriskras (maar elkaar niet rakend) over het voordek gespannen liepen, en zijn toen zelf ook richting de woontoren teruggelopen. Het was net 11:30 uur geweest. Drie van de vier kranen werden al in stelling gebracht, en de loopplank werd net neergelaten en klaargemaakt toen wij erlangs liepen. Voor de rest zou er geen activiteit meer zijn tot 13 uur, de supercargo inmiddels een beetje kennende zou hij dan pas de stuwadoren opdracht geven aan de slag te gaan omdat hij ze anders maar een half uurtje kan laten werken, lunchpauze moet betalen, en ze alsnog pas om 13 uur serieus aan de slag zullen gaan. Wij zijn tot de lunch even gaan zitten in onze kamer en de camerabatterij opladen want die was helemaal leeg.

Tijdens de lunch was de supercargo aanwezig, hij was in twee dagen komen rijden uit Philadelphia waar hij het weekend met zijn dochter doorgebracht had die daar woont (zelf woont hij in Houston). Ook zat de nieuwe Chief Officer al aan tafel; mooi zo! Hij at zijn lunch gauw op, verdween, kwam terug in een hagelwitte overal om nog iets te checken met de kapitein en ging toen gelijk aan de slag; voortvarend, de kapitein zal wel blij zijn! Deze Chief Officer, een ervaren 50tiger, was nota bene ingevlogen van een Rickmers containerschip dat net de Atlantische oversteek gedaan had en nu in Rotterdam lag; zij hadden hem een maandje of wat uit kunnen lenen aan ons schip, dus hij had net de oversteek erop zitten en kon hem nu gelijk nog een keertje doen!

Hans en ik zagen rond 13 uur activiteit op dek en zijn op pilotdek gaan kijken: een enorm apparaat ingepakt in dik blauw plastic was net komen aanrijden; het was op zich niet zwaar, “maar” 18-19 ton, maar het was zo lang dat er twee kranen voor nodig waren om het te tillen. Het was redelijk snel getild, en toen kwam een tweede zelfde object aanzetten; de timing is vaak perfect merken we – zodra de truck vrij was is hij namelijk weggereden naar de opslag waar deze dingen stonden om de volgende te halen. Die tweede moest in een ander dek, en een kraan kon dus al opgeborgen worden van de drie. Toen het tweede object op zijn plek in het ruim stond kwam nog een groot krat, ook in blauw plastic ingepakt, aanzetten, en toen deze geladen was begon men al met het opruimen; we waren klaar! Het had al met al maar zo’n vijf kwartier geduurd… En voor deze drie stukken moesten we dus alleen maar naar Morehead en hadden we twee dagen buiten de haven voor anker gelegen!

Terwijl we buiten stonden zagen we een mooie roofvogel spectaculaire duikelingen maken om aan een tweetal meeuwen te ontkomen die hem heel fel aanvielen. Mooi zeg! De 2e Officer had het ook gezien en vroeg me later om de foto’s want hij had het ook bijzonder gevonden.

Hans en ik gingen zo rond 14:15 naar de conferentiekamer om te wachten op de supercargo en zijn modem om nog wat laatste mailtjes te sturen; hij had heel aardig aangeboden dat we er nog even gebruik van mochten maken voor we gingen varen. En het was ook gewoon wel leuk in de conferentiekamer want er is altijd zo veel bedrijvigheid en veel te horen! Nu zaten er nog twee douaneagenten en de lokale agent na te kletsen en elkaar stoere verhalen te vertellen over haaien voor de kust, vracht die mis ging en douaneagenten die zich misdragen. Schijnbaar waren de drie objecten twee stukken geraamte van een Airbus, en de onderkant van de neus. Wow, leuk! Jammer alleen dat je er niets van kon zien… Dat vonden de agent en supercargo die inmiddels ook binnengekomen was ook; ze hadden al gegluurd door het “raampje” dat soms in zo’n plastic omhulsel zit, maar in dit geval zat er alleen maar meer plastic achter volgens de supercargo. Damn…

Ze vertelden dat Airbus regelmatig dit soort vrachtjes meegaf, schijnbaar zouden ze in Montoire gelost worden en was dat ook ver de enigste reden dat we naar Montoire moesten. En een paar jaar geleden toen ze voor het eerst met deze vracht begonnen deed Airbus schijnbaar dummies meegeven: de objecten waren even groot en zwaar als de echte stukken geraamte, alleen er zat niks onder het plastic, alleen G-kracht sensoren en allerlei andere sensoren en meetapparatuur om te onderzoeken wat de vracht doorstond op zo’n oversteek. Een beetje onzin, volgens de lokale agent die een Nieuw Zeelander bleek te zijn, want de Atlantische Oceaan is de ene dag zo glad als een spiegel en de andere dag vreselijk ruw. Maar he, ze kregen betaald om een dagje te werken dus ze klagen niet!

We hebben nog een tijd staan kletsen met de supercargo die zelfs nog speciaal een uurtje langer bleef zitten en een kopje koffie nam aan boord zodat wij nog even konden internetten – het maakte hem niks uit en dan zat hij liever hier te keuvelen dan alleen in zijn hotelkamer waar hij toch alleen maar zou gaan werken! En hij vond het duidelijk ook gewoon leuk en gezellig. Het is een beetje een chaoot die tegelijkertijd extreem gestructureerd is, dus ik en hem klikte wel en Hans kan met iedereen wel opschieten dus het was echt leuk en gezellig. Ondertussen hebben we ook een krantje dat daar lag doorgelezen, en wat uitgebreider kennis gemaakt met de nieuwe Chief Officer, een Pool die een wandelende reisgids bleek te zijn over Polen en vol verhalen over van alles en nog wat.

Toen het 16:30 was (iedereen was al een paar uur klaar, maar we konden vanwege getij en zo pas om 17 uur vertrekken) ging iedereen die niet aan boord hoorde van boord, en hebben wij nog hartelijk afscheid genomen van de supercargo, die beloofde de supercargo in Azië de groeten te doen van ons, en ons zijn kaartje gaf met persoonlijk emailadres erbij; als we ooit advies of hulp nodig hadden in Amerika moesten we gewoon contact opnemen, en als we ooit een bed nodig hadden in Houston waren we meer dan welkom. Hij meende het duidelijk ook. Hij zei ook nog dat hij nog nooit zo veel interactie heeft gehad met passagiers als met ons. Leuk!!! We hebben hem uitgezwaaid vanuit de reling toen hij van boord ging, wat hij nog zag en hij zwaaide terug. Zodra hij van de loopplank af was verdween de Chief Engineer die naast ons gestaan had naar beneden om de motor te starten, kwam de loods aan boord en deden twee bemanningsleden de loopplank gelijk opbergen. We waren klaar om te vertrekken!

Een paar minuten later kwamen de sleepbootjes tegen de zeekant duwen, werden de trossen losgegooid en begonnen we te vertrekken. De neus werd weggedraaid van de kade maar daardoor kwam de achterkant van het schip een beetje over de kade zelf heen voordat de schroef genoeg kracht had om ons ervan weg te duwen. Het was duidelijk eventjes erg spannend of de romp en met name ook de schroef zelf de kade zou raken maar het ging net goed; millimeterwerk zo te zien! Met ronkende motor en opspattend water van de schroef waren we vrij van de kade – maar er waren verschillende hoofden geweest die over de rand van verschillende verdiepingen gehangen hadden of het toch allemaal wel goed ging! De sleepbootjes maakte zich los, eentje deed nog even speels een “donut” voor hij wegvoer, en we waren vrij om de vaargeul in te varen.

Hans en ik stonden dit keer op pilotdek te kijken, er was harde wind maar het zonnetje was best lekker. We kwamen langs een baggerboot die in bedrijf was, het strand, en de bel-boei die eenzaam stond te klingelen, en hebben lekker buiten staan genieten tot het tijd was voor het avondeten. We waren op pad richting Europa! Savonds was er tafeltennis – de kapitein keek zelfs bij ons even binnen of we toch ook wel kwamen – en het was gezellig. De druk is van de ketel; de leiding is weer compleet (de nieuwe Chief lijkt een rustige maar solide aanpakker), we hebben 10 rustige regelmatige zeedagen voor de boeg, een BBQ over een paar dagen, en Amerika is goed gegaan. Plus voor een aantal van de Roemenen (met name de 2e Engineer) komt het einde van hun contract in zicht, en sowieso voelt Europa als thuis voor de meeste.

Vandaag is de klok weer een uur vooruit gegaan; nog maar vijf uur verschil nu. Het gaat nog even zeer doen de komende dagen want we hebben zes uur te overbruggen dus Hans en ik hadden uitgerekend dat we om de andere dag een uur moeten verzetten. Pfffff dat is zwaar! Maar het verschil wordt gelukkig ook steeds minder met thuis.

free counters