Dag 124-134 donderdag 28 mei - zondag 7 juni 2015: op zee

Dag 124 donderdag 28 mei 2015: op zee, laadruim 4, 564 km

De kapitein had gisteren voorgesteld dat we misschien vandaag wel in een laadruim zouden kunnen rondkijken, want de nieuwe Chief Officer moest ook vertrouwd raken met alles dus dan zouden ze twee vliegen in een klap hebben. Het was nog geen definitieve afspraak maar de kapitein had zoiets gezegd van we zien wel na de koffie, dus Hans en ik zijn met werkschoenen aan en helmen bij naar de koffie gegaan – beter om voorbereid te zijn! En zou het niet door gaan dan konden we altijd nog een ommetje op dek maken. De kapitein zag onze helmen en gaf toe dat hij het vergeten was, maar geen probleem, het was zo geregeld. De timmermannen waren het dek aan het opruimen, maar hadden de tijd (zeker, de baas vraagt ze om iets anders te doen dan banden oprollen en kettingen slepen) en wilde ons wel rondleiden. De kapitein stelde voor om dek 4 bakboord te pakken, met de helikopters erin, want dat gaf het snelste een indruk van de verschillende mogelijkheden bij het inrichten van zo’n ruim. Hans en ik vinden alles prima!

Na de koffie moesten de kapitein en de Chief Officer eerst nog even wat dingen bespreken maar zodra hij klaar was gaf de Chief Officer ons handschoenen (hele mooie, super voor in de tuin!), pakte twee grote draagbare schijnwerpers en liep naar het gangpad aan stuurboord waar de timmermannen gezegd hadden dat ze bezig zouden zijn. Zij leidden ons via het laaddek naar een trap tussen twee laaddeks in (er zijn zo veel gangen en hoekjes op zo’n schip!) en deden een luik op een schacht in het dek open. Ik ben op zich niet gauw bang, maar heb wel soms heel licht selectieve claustrofobie en hoogtevrees en moet mezelf er dan even toe zetten ergens als zoiets in te kruipen. Het helpt wel als een ander eerst gaat, en ik kan me er normaal gezien wel (zeker bij door mensen gemaakte dingen) van overtuigen dat het niet eng is. In grotten heb ik er het meeste moeite mee als ik het idee heb dat ik zou moeten kruipen door een nauwe spleet waar ik niet het einde van kan zien.

Je moest in de schacht klimmen en aan een ladder door de dikte van het dek naar beneden klimmen, daarna opende de schacht en hing je “gewoon” aan een ladder. Daar heb ik geen enkele moeite mee, ik weet van mezelf dat ik zo de buitenladder van een van de kranen aan boord zou kunnen beklimmen! Maar zo’n relatief smalle schacht is gewoon eventjes slikken, mezelf streng toespreken en doorzetten. We kwamen in een donkere ruimte terecht die zwakjes verlicht werd door de noodverlichting bij de trappen aan beide kanten van het ruim. Het ruim is 15+ meter diep, deze was voor de helft in drie hoge verdiepingen ingedeeld door de losse pontondelen, en de andere helft was nog helemaal leeg, een vide van ruim 15 meter diep. Goed mogelijk dat die, naar gelang de vracht die erin gaat, met meer of minder verdiepingen ingedeeld wordt, dat is het mooie van de losse vloerdelen. Op de bovenste verdieping waar we met de ladder terecht kwamen stonden allerlei grote “kratten”; de grootste was zo groot als een gemiddelde Nederlandse woonkamer en tegen de drie meter hoog. De timmermannen die onze gidsen waren leidde ons door een gangetje gevormd door het grote krat en een laag lang krat naar de rand van de afgrond – daar was een hijsband gespannen om te waarschuwen voor het gat, voor de rest niets.

Via een smalle trapladder konden we weer een verdieping lager komen, bij de bovenste van de drie helikopters. De laatste drie helikopters stonden op de begane grond. Op deze middelste verdieping hebben we een tijdje rondgelopen, de helikopters bewonderend; we zijn nog nooit zo dicht bij militaire helikopters geweest! En deze schenen van “plastic” gemaakt te zijn; ongetwijfeld heel sterk materiaal, maar waarschijnlijk vederlicht. Het verrastte ons eigenlijk hoe eenvoudig de helikopters vastgemaakt waren, enkel met een hijsband en kettingen aan de onderkant. Maar dit was genoeg volgens de timmermannen, die het vastmaken van de lading door de stuwadoren overzien en achteraf aanvullen indien nodig. We zijn niet helemaal naar beneden geweest want dat was precies hetzelfde volgens de timmermannen, wat Hans en ik wel een beetje jammer vonden, en de rondleiding was heel gauw voorbij omdat er gewoon niet zo veel te vertellen was, maar Hans en ik hebben ervan genoten!

Het was gewoon heel erg leuk en stoer om daar in zo’n dek te staan, we vinden het heerlijk om al het reilen en zeilen aan boord mee te maken en er een heel klein beetje een gevoel voor te krijgen hoe deze wereld werkt. Het schemerlicht was stemmig en de lucht was een beetje bedompt en stoffig van het zaagsel, maar het was een heel leuke excursie wat ons betreft! Toen men klaar was zijn we weer naar boven gegaan; op de ladder waarschuwde de nieuwe timmerman mij toen ik achter Hans aan wilde gaan dat ik even moest wachten, er mocht maar een persoon tegelijk op de ladder – als die viel dan werd er namelijk maar een persoon gewond! Heel praktisch… En de timmermannen zeiden doodleuk toen we weer boven op dek waren dat er regelmatig ongelukken gebeurde met mensen die zich hadden vastgehouden aan het luik terwijl ze klommen, en dat het luik dichtgeklapt was omdat de veiligheidsscharnier kapot was. Ik had namelijk bij het naar beneden gaan gevraagd waar ik mezelf wel en niet aan kon vasthouden en toen hadden ze gezegd dat ik het luik vast moest houden! Niettemin een hele leuke ervaring!

Het was 11 uur toen we klaar waren dus we hebben nog een tijdje in onze kamer gezeten voor het lunchtijd was. Na de lunch zijn we nog even gaan wandelen op dek. Het was nog altijd lekker weer, mooi zonnig alleen de wind begint al wat kouder te worden. Kraan 2 (de een na verste kraan vanaf de woontoren) werd van buiten geschilderd, er hing aan iedere kant iemand op een schommeltje hoog boven het dek en het water druk te schilderen. Brrrrrr, wat een werk! Ze leken er redelijk vrolijk onder, die mannen hebben volgens mij geen hoogtevrees – eentje stapte zelfs heel relaxed uit zijn schommeltje in een sta-plek waar de arm aan de kraan bevestigd werd. BRRRR! We hadden vanochtend tijdens de koffie van de 2e Engineer begrepen dat er ondertussen van binnenuit door de machinekamer-ploeg van dezelfde kraan de olie vervangen werd – zoals hij zelf zei, een complete aanval!

We zijn voorzichtig er onderdoor gelopen, maar schijnbaar niet voorzichtig genoeg want we zaten desondanks onder een paar kleine spetters beige verf – ze kalken het er dik op, het is met name als bescherming tegen roest bedoeld en niet zo zeer voor het mooi – en zijn naar ons favoriete plekje voorop gelopen. Over een paar dagen zal het te koud zijn om daar in korte broek te staan! Het water was schitterend blauw, echt bijna een juweel, en we zagen een paar kleine vliegende visjes maar hebben vooral gewoon genoten van de rust en het daar helemaal alleen kunnen staan met al die zee om ons heen.

We hebben na het avondeten lang nagetafeld met de twee andere passagiers, en toen we in de keuken kwamen zagen we de nieuwe timmerman druk bezig met de “michi”; hij had een paar stukken vlees in stukjes gesneden en was het vlees door de gehaktmolen aan het draaien. Leuk, dat is dus echt helemaal van nul gemaakt; we zijn erg benieuwd hoe ze zullen smaken! We hadden vanavond eigenlijk geen van beide zin om te tafeltennissen dus hebben een keertje overgeslagen. Wel gingen we rond 20:30 naar de brug om met de 3e Officer te kletsen. We hebben zijn hulp nodig om een klein grapje te maken voor afscheid van de Roemenen, hij moet namelijk iets printen en lamineren voor ons, en hij vond het wel een leuk idee dus dat gaan we komende zaterdag doen. Voor de rest hebben we gewoon een beetje gekletst, hij had de tijd tenslotte.

Dag 125 vrijdag 29 mei 2015: op zee, 556 km

Bij het ontbijt vertelde de Canadese passagier een beetje over zijn avonturen in de Poolgebieden; hij heeft schijnbaar onderzoek gedaan naar ijs, want hij heeft op de wildste plekken gewerkt, tot de Noordpool zelf toe. Dat zijn altijd mooie verhalen! Echte avonturen… Thuis vinden ze ons altijd zo stoer met onze reizen maar die zijn niks gewend; als we zoiemand spreken vinden we onszelf maar watjes! We blijven steeds langer natafelen, want de Belg is best een leuke vent geworden; hij is een beetje autistisch en dat verklaart sommige dingen beter, plus hij is duidelijk inmiddels goed op zijn gemak hier aan boord en bij ons (we nemen hem ook niet al te serieus meer en plagen hem af en toe) en komt erg leuk los. Hij heeft wel humor. En de Canadees was eerst wat terughoudend maar we denken te snappen waarom; zijn vrouw is drie jaar geleden overleden en samen waren het echt grote reizigers, dus hij reist nog wel maar heeft er duidelijk en begrijpelijk moeite mee dat zij er niet meer bij is. Nu na een paar dagen begint hij meer te vertellen, en wordt ook wat vrolijker.

Met de koffie vertelde de kapitein dat de huidige verwachting is dat we pas savonds aankomen in Antwerpen, en dus nog een extra nachtje aan boord mogen/moeten blijven. Hij wil natuurlijk niet dat we ons gaan focussen op de 10e en dan teleurgesteld zijn als we dan niet van boord kunnen. Maar we snappen inmiddels ook wel dat je niet teveel op uur en tijd kunt richten hier aan boord! De kapitein had het druk, dat was duidelijk, maar hij was ook duidelijk vrolijk en redelijk relaxed; de nieuwe Chief Officer lijkt een ervaren aanpakker en moet nog wel veel dingen vragen waar ze zijn en hoe ze aangepakt worden, maar pakt zo te zien alles zelf op. Dat moet vast een grote opluchting zijn voor de kapitein en de andere officieren! De 2e Engineer gaat in Hamburg van boord en dat is nog dik twee weken te gaan maar hij begint al steeds meer te grijnzen en zegt iedere dag wel eventjes dat hij bijna naar huis gaat…

De kapitein houdt wel van subtiele grapjes en gedachtenspelletjes, en tijdens de koffie deed hij opeens met een vals glimlachje de Chief Officer verbaal richting Hans sturen; hij zei zoiets van dat Hans ook wel geintereseerd was in de Falklands, daar was de Chief geweest en die wilde dat vast wel vertellen. De nieuwe Chief zit inderdaad vol verhalen, is een grote spraakwaterval hebben we zelf al ondervonden, en in zijn enthousiasme draaide de Chief naar ons en begon te vertellen, hij had niet door dat hij geleid werd, maar de kapitein had ondertussen een binnenpretje! Hans deed er even op ingaan, maar daarna kaatste hij de Chief net zo netjes weer terug naar de kapitein. Lachen!

De lunch was weer eens het vrijdag slap gebakken vis-met-een-korstje. Nog EEN keer… We gaan dat in ieder geval niet missen! Na de lunch zijn Hans en ik weer buiten gaan wandelen en nog op de boeg gaan staan nu het nog kon. De kapitein had vanochtend opgemerkt dat de kleur van het water hem nu ook opeens opgevallen was! Vandaag was het weer prachtig blauw… de 3e kwam langs met de Chief terwijl we daar stonden, op inspectieronde want in Antwerpen krijgt het schip een interne audit en dan moet natuurlijk alles pas echt tiptop in orde zijn! Ze deden in het voorbijgaan de bollards allemaal een zwaai geven om te kijken of ze soepel bewogen, en eentje bewoog wel heel soepel want die bleef draaien! De 3e (die deze in beweging gezet had) keek terug om het hoekje, zag dat hij nog bewoog, en moest lachen; iets later kwam hij weer terug en gaf hem de allerhardste zwengel die hij voor elkaar kon krijgen…Iedereen was verder weer overal druk met opruimen en onderhoud plegen; wij zijn nog even op laaddek 5 geklommen, die helemaal voorop zit en waar we eigenlijk nooit komen omdat hij altijd een beetje weggestopt lijkt en niet opvalt. Best leuk maar je voelde de beweging van het schip goed, het waait vandaag namelijk hard en we rollen een beetje. Toen hebben we een tijdje rondgeneusd in het opslaghok voorin het schip; alles is keurig opgeruimd vergeleken met het aller begin…

We hebben lang nagetafeld na het avondeten, er komen steeds mooiere verhalen op tafel; de Canadees had een prachtig verhaal over een cloissone schaal die een voorvader van hem tijdens de Opiumoorlog als oorlogsbuit meegenomen had uit het Zomerpaleis in 1860 in Beijing, en waarvan hij nu probeert uit te vinden wat het precies is. Hij is zelf curator in een natural history museum geweest dus heeft wel wat contacten in de museumwereld, maar is al half Engeland doorgeweest en niemand weet precies wat het is.

De klok gaat weer een uurtje vooruit, nog maar vier uur te gaan, en ik moest voor vandaag “Nuuk, Groenland” instellen op mijn telefoon; ik denk eigenlijk dat het volgende uur lastig gaat worden want ik heb nog geen stad gevonden die in die tijdszone valt! Brazilië steekt op de kaart flink uit maar heeft in heel het land dezelfde zone lijkt het, dus daar kon ik niet terecht… Het tafeltennis was erg gezellig, iedereen bleef tot een uur of 22 zitten kletsen nadat we zo’n twee uur gespeeld hadden; allerlei verhalen, van vreselijke ongelukken (het blijft een gevaarlijke wereld beseffen we ons wel!) tot grappige anecdotes. Toen we naar bed gingen was het schip redelijk aan het rollen en waren we bang voor een doorwaakte nacht.

Dag 126 zaterdag 30 mei 2015: op zee, BBQ, 607 km

Hans heeft al een paar nachten nachtmerries en enge dromen, en heeft vannacht slecht geslapen maar op zich was het rollen zelf wel meegevallen gelukkig. We moeten alleen weer handdoeken tussen de kastdeuren proppen en ze dan dichtbinden met een oude veter anders gaan ze erg irritant klepperen. Ik droom ook erg veel en heb last van de “scheeps-lag” door het opschuiven van de uren – maar dat heeft iedereen, bij de koffie vanochtend was men duidelijk moe en slaperig. Na de koffie zijn we buiten gaan wandelen, het water was prachtig aan het schitteren in de zon, en is echt bijna spiegelglad om te zien alleen wel lange rollers. De kapitein had gisteren uitgelegd dat de Atlantische Oceaan anders is, veel ruwer dan de Stille Oceaan. En omdat we zo hoog in het water liggen en helemaal onderin het schip zwaar geladen zijn, noemde hij het schip net zo’n pop met een verzwaarde ronde bodem die altijd overeind blijft; een hele lichte beweging is genoeg om het schip flink te laten bewegen. Hmm, hopen dat we niet te slecht weer krijgen dan! Het weer was vandaag heerlijk mild, zelfs op de boeg was het redelijk goed te doen.

En omdat we voelen dat de tijd begint te nijpen (een groot deel van onze reisjes zijn in hun geheel zo lang als de tijd die we nu nog over hebben!!!) hebben we ook weer even op dek gestaan. We moesten oppassen waar we liepen want er werd overal druk geverfd; onderhoud en de aankomende audit, ongetwijfeld. We zeiden tegen elkaar dat dit toch wel een hele leuk en bijzondere reis is geweest en we blij zijn dat we het gedaan hebben!

Na de lunch had de 3e Officer even tijd voor ons projectje, dus we zijn met z’n drieetjes naar beneden gegaan naar het scheepskantoor om even gauw de foto die we gemaakt en bewerkt hadden te printen. Als hij dan een keer wacht had moesten we er mee naar de brug komen om het te lamineren. Hij vertelde ondertussen dat hij, als hij een echt fijne kapitein had, die kapitein een mooie fles whiskey of andere drank liet signeren, en hij verzamelde die flessen; hij had er al een stuk of 5-6 met soms hele leuke teksten erop.

Om 16 uur hoorde we wat gestommel boven op pilotdek en zijn we even gaan kijken; de nieuwe timmerman die duidelijk de barbecue-man van dit feestje was, was druk bezig hout op de brandende barbecue te gooien. De vlammen sloegen eraf, en op anderhalve meter afstand voelde je al goed de hitte! Binnen in de blue bar waren ze ook al druk om op te ruimen.

Om 17 uur zijn we weer naar boven gegaan en toen was het feestje min of meer aan het beginnen. In de blue bar zat “Yellow Shoes” vocaal op te warmen bij de karaoke en liepen al wat meer mensen rond, en buiten stond de kapitein, de timmermannen en de 2e Officer al van een drankje te genieten. De nieuwe timmerman was net begonnen het vlees op de barbecue te leggen. Maar eerst deed hij het rooster van de barbecue insmeren met een ui; zoiets hadden we nog nooit gezien, maar het leek te helpen voorkomen dat het vlees op het rooster bleef plakken. De 2e Officer stond erbij met een grote fles water met wat gaatjes in de dop geprikt; hij was de officiële brandblusser van het feestje en moest de vlammen doven als ze te hoog werden… Er zijn heel wat volle flessen water doorheen gegaan want met al dat vet in het vlees laaide de vlammen soms behoorlijk hoog op! Het vlees was af en toe toch nog een beetje verkoold, maar duidelijk dat de nieuwe timmerman wel een beetje verstand van barbecuen had, want het vlees was beter gebraden dan de vorige keer, en misschien zelfs wel beter dan de eerste keer.

Het was heerlijk om buiten te staan, het zonnetje scheen lekker, en het is natuurlijk altijd leuk om te kijken naar iemand die bezig is om te barbecuen! De veter van de nieuwe timmerman was los, en de kleine timmerman wees hem erop maar duidelijk dat hij geen tijd had om zijn veter te strikken, dus hij deed er niets mee. En de kleine timmerman kan volgens mij letterlijk geen losse eindjes aanzien, want op een gegeven moment ging hij door zijn hurken zoals alleen hij kan (hij lijkt half van rubber gemaakt te zijn) en deed maar even zelf de veter van zijn collega strikken! Die schrok eventjes, logisch, maar is de orde en netheid van zijn maat wel gewend dus liet hem begaan. De Belg, die hoogtevrees heeft en bij het eerste feestje na Japan niet eens durfde te staan op dit smalle balkon achter het schip, is inmiddels zo relaxed dat hij er redelijk normaal kon blijven staan. De Canadees kwam er ook op gegeven moment bij, en al was de eerste schaal vlees om 17:45 klaar en ging naar binnen (de kapitein had eerder al een klein worstje van de barbecue gepikt om voor te proeven), de michi’s gingen net op de barbecue dus we bleven nog even lekker buiten staan.

De zelfgemaakte michi’s zagen er erg lekker en goed uit, en toen de eerste lading klaar was ging de kleine timmerman naar binnen en haalde een handjevol knoflookbroodjes – je moest de michi eten samen met zo’n knoflookbroodje volgens hem. Erg lekker, we hebben met zijn allen lekker staan smikkelen achter op het balkon terwijl de nieuwe timmerman druk doorbakte. En zoals Hans zei, je hebt toch niet vaak zo’n uniek uitzicht als dit! Een halve oliedrum als barbecue, achterop het balkon hoog in een vrachtschip met alleen maar zee om je heen. Heerlijk…

Na 18 uur toen er een wat constantere stroom eten begon te komen zijn we naar binnen gegaan om wat andere dingen te eten dan alleen de michi heet van het vuur. De Filippijnen waren al druk bezig te eten, de karaoke stond in de achtergrond aan maar niemand was er al aan toe om te zingen, en het buffet stond vol, ook met donuts en kleine pies. Dankzij de nieuwe timmerman was het vlees dit keer zoals gezegd redelijk goed gebraden en niet helemaal keihard of taai, en we hebben dus lekker gegeten. Op gegeven moment begonnen de Filippijnen te zingen, en om 20 uur riep de kapitein die regelmatig buiten stond met een paar anderen ons opeens; dolfijnen! We hebben ze eventjes zien springen en duikelen in de verte in de laaghangende zon, en toen waren ze weg. Tegen die tijd waren Hans en ik het onderhand wel een beetje beu en zijn wij naar onze kamer gegaan om lekker nog een kopje koffie te drinken met een donut als toetje.

Het zingen is nog lang doorgegaan, men begon pas echt op dreef te komen toen wij weggingen, en ergens rond middernacht toen wij min of meer net in bed lagen klonk het alsof er opgeruimd werd – wel met een flinke doffe knal van iets dat omviel, maar goed…

Dag 127 zondag 31 mei 2015: op zee, 572 km

Vanochtend bij het ontbijt (pannenkoeken…) was de kapitein een beetje stilletjes, die was misschien nog niet echt wakker, hoewel de messman redelijk monter leek en die is waarschijnlijk tot het laatst doorgegaan. Tijdens het ontbijt zagen we door het keukenluik de nieuwe timmerman druk bezig in de keuken met zelfgemaakt gehakt, knoflook (VEEL knoflook) en dunne blaadjes van het een of ander. Toen we na het ontbijt gingen kijken zagen we dat hij gevulde druivenbladeren aan het maken was; dat zag er goed uit! We zijn erg benieuwd…

De deur van de kapitein was de rest van de ochtend dicht; op zee betekent dat dat hij slaapt, hoewel we ons eigenlijk niet konden voorstellen dat hij om 10 uur nog sliep! Rond 10 uur gingen Hans en ik naar de blue bar maar er was niemand, dus gingen we even naar de brug maar daar was de kapitein ook niet. Jeetje, dan sliep hij echt nog! Wij overwogen om dan maar over te slaan maar Hans vond toen de Chief Engineer in de blue bar en iets later kwam de Chief Officer dus het werd toch nog heel gezellig met allerlei mooie verhalen van die mannen. Alleen de kapitein verscheen niet! Maar dat kon verklaard worden: volgens de 3e Officer die op de brug wacht had was het feest namelijk doorgegaan tot 01:30, volgens de Chief Engineer was het een behoorlijk lawaaiig feestje geweest (dat was ons ook opgevallen), en de kapitein was weliswaar al rond 21:30 naar beneden gegaan maar zijn slaapkamer ligt er precies onder en hij is een slechte slaper… Hij zal ze wel hun feestje gegund hebben maar daarmee dus zijn eigen nachtrust opgeofferd!

De Chief Engineer vertelde dat de bemanning zich toch een beetje inhoudt als er officieren of passagiers bij zijn – hij zat zelf verscholen en vergeten in een hoekje en toen wij naar buiten liepen om naar de dolfijnen te gaan kijken deed men schijnbaar gelijk van hela hola – tot ze zich realiseerde dat hij er nog zat en weer braaf rustig werden! De beide Chiefs hadden de wildste verhalen van hun avonturen in de wildste havens, die mannen zijn echt overal geweest van Pakistan tot Congo, ongelofelijk… En het is als je het zo hoort af en toe een wonder dat ze niet in buitenlandse gevangenissen of erger geraakt zijn; niet zozeer omdat ze zich zelf misdroegen maar gewoon op de verkeerde plekken op het verkeerde moment kwamen. Per ongeluk op een militaire basis terecht komen met fototoestellen bij, omdat ze verdwaald raakte op zoek naar een of ander eeuwenoud monument in Peru, bijvoorbeeld. Het mooiste verhaal van de Chief Engineer blijft wat ons betreft echter toch wel dat de oude zeerot met tientallen jaren ervaring in de ruigste zeeën met zijn vrouw met de ferry naar Zweden gaat en zeeziek wordt!

Rond 11:15 was de koffie klaar – ondertussen waren ook de Canadees en de Belg erbij gekomen – en de deur van de kapitein was nog steeds dicht… Oeps! Een half uurtje later sloop hij nog stiller dan anders verfromfraaid en donker-kijkend langs, en vijf minuten later kwam hij weer terug en hoorde we zijn kamerdeur weer dichtgaan. Ik denk dat we de kapitein vandaag maar met rust laten! En Hans overwoog eerder nog om “GOOOOOOOOOD MORNING” te roepen maar ik denk als we dat nu doen we gekielhaald worden…

Met de lunch kwam de 2e Engineer boven water; hij was tot 1:30 gebleven bij het feestje en had ook dienst gehad vannacht met veel alarms, dus hij overwoog op gegeven moment maar om gewoon in de controlekamer te gaan slapen. We hadden inderdaad ook vannacht regelmatig, veel meer als anders, alarms gehoord in de verte. Hij was nog redelijk monter maar had niet geslapen en heeft op gegeven moment maar een film gekeken want het had toch geen zin meer. We kregen de gevulde vijgenbladeren van de nieuwe timmerman die met een rijst-gehaktmengsel gevuld waren, en op zich wel lekker waren (los van de polenta ernaast die nergens naar smaakte), maar de 2e raadde ons aan om er een kwak zure room op te doen en toen werden ze echt heerlijk. We hebben lang nagetafeld en gekletst en waren pas 13:30 weer in onze kamer.

Smiddags hebben we in onze kamer doorgebracht en de kapitein zijn deur bleef dicht, al werd er om 17 uur wel gebeld naar hem, vermoedelijk een wakeup call. Hij verscheen rond 19:30 weer eventjes, misschien om te eten, en een kwartiertje later verdween hij weer met de deur dicht. Savonds gingen we naar de brug waar de 3e Officer ons hielp met lamineren van de geprinte foto, en hij vertelde dat hij had begrepen dat de kapitein zware hoofdpijn had – niet van te veel drinken, daar is hij veels te verantwoordelijk voor. De 3e bevestigde nogmaals wat een fantastische kapitein het is, dat hij ook niet tegen de bemanning zegt dat ze rustig moeten zijn tijdens hun feestje zelfs al heeft hij daar zelf last van. We stonden bij schemering op de brug en het water was glad, er was niets te zien en toch blijf je kijken; het blijft fascineren. Het was een mooie stille avond; het heeft overdag wat gemiezerd en nu in de verte leek er weer regen aan te komen, maar op dit moment kon de gloed van de net ondergegane zon nog een beetje door de wolken prikken.

De klok moet weer een uurtje vooruit, dit keer kon ik Praia, Kaapverdië kiezen… Het is iedere keer weer een klus om een stad te vinden die in de juiste tijdszone zit! Nu nog maar 3 uurtjes verschil met Nederland… Raar eigenlijk na al die maanden van onmogelijke verschillen met Nederland om nu nog maar zo’n klein verschil te hebben!

Dag 128 maandag 1 juni 2015: op zee, 570 km

We zijn de laatste dag of twee weer zo stijf, van niets volgens mij! Vanochtend toen we opstonden was het mistig; de kapitein had dat al voorspeld, en schijnbaar komen we ook onderhand in ijsberg-gebied waar er mogelijk ijsbergen zouden kunnen zijn (kans is klein, maar het kan). Het begint ook merkbaar kouder te worden – het is op zich nog altijd lekker weer qua temperatuur, maar de temperatuur begint onder de 20 graden te zakken. We kunnen alvast geestelijk gaan wennen aan Europa, dus! Het was heel de dag mistig gebleven, de zon scheen wel op een gegeven moment achter de mist maar kreeg deze niet weg. Hans en ik waren vandaag erg moe, waarschijnlijk mede vanwege de uren steeds verzetten, dus we hebben veel dutjes gedaan en zijn niet naar buiten geweest.

De kapitein was wat meer buiten zijn kamer vandaag maar voelde zich duidelijk nog niet heel erg lekker. Al vertelde hij bij het avondeten wel dat hij vandaag al wat meer eetlust had dan gisteren. Hij had wel een hele leuke lange email voor ons van Hans zijn zus, waar we erg blij mee waren! Ik wil morgen een cake bakken, en dat vond de kok prima, maar ik kreeg geen echte boter, alleen margarine, want anders zouden ze niet genoeg hebben tot Hamburg. Wel kreeg ik een kilozak Nederlandse cacao, met de vraag of ik het restant zelf wilde hebben en nog een paar andere zakken ook, want niemand lustte het schijnbaar aan boord, ze deden er niets mee en zouden het toch weg moeten gooien als het over de datum ging tegen de tijd dat ze weer in Amerika aankwamen… Ongelofelijk. De kok zelf vindt dat zonde, zelf zou hij normaal gezien nooit eten weggooien en als hij het zelf mee zou kunnen nemen zou hij het doen. Savonds is de kapitein ook vroeg weer naar bed gegaan, en zijn wij niet naar het tafeltennis gegaan – we vermoeden ook eigenlijk dat er niets geweest zou zijn.

Dag 129 dinsdag 2 juni 2015: op zee, rollen, 522 km

Het is een slechte nacht geweest, het was toen we naar bed gingen al een beetje ruw dus ik had de meest kwetsbare dingen op de grond gelegd, en vroeg in de ochtend, nog voor 6 uur, begon het serieus te rollen. Hans en ik zijn er een paar keer uitgeweest om irritante geluidjes te achterhalen en nog meer dingen op de grond te zetten, en we hebben eigenlijk geen oog meer dichtgedaan tot 7 uur. Mijn bedoeling was om dan op te staan en aan de cake te beginnen, dan zou Hans na een tijdje volgen en mee komen helpen, maar we lagen zo enorm te rollen, dat we besloten dat het gedoemd was tot mislukking. Ik ging er van uit dat de kok ook al zoiets bedacht zou hebben, maar ging toch maar om 7 uur opstaan en hem vertellen dat ik het ging uitstellen; hij was het er roerend mee eens, hij had begrijpelijk ook geen zin in een oven bedekt in cakebeslag! Helaas dus…

Het was toen we opstonden niet meer mistig, maar wel nog erg grijs en heiig, en het miezerde een beetje. Op zich was het verder rustig weer en zelfs de zee was eigenlijk best rustig, alleen die lange hoge rollende golven! We zijn na het ontbijt (we hebben uit voorzorg iets meer gegeten dan anders, je moet bij dit soort weer geen lege maag hebben) even naar de brug gegaan om te genieten van het heen en weer rollen. Volgens de hellingsmeter gingen we regelmatig 10-15 graden heen en weer, en af en toe 20 graden. Wow! Stoer…

Bij de koffie vertelde de kapitein dat de golven nu zo’n 2,5 meter hoog waren, en dat bij 3 echt een probleem zou kunnen ontstaan voor met name de vracht, dan zou het gevaarlijk worden. Dit schip is redelijk gevoelig voor rollen, meer dan andere schepen, en kan dus minder hebben qua golfhoogte. De kapitein voelde zich duidelijk wel iets beter; het bleek dat hij een extreem pijnlijke kaakholteontsteking gekregen had in de nacht van 30-31 mei, en dat hij allerlei pijnstillers genomen had, uit wanhoop zelfs hele zware pijnstillers, maar dat niets hielp. Uiteindelijk begon hij aan een kuur antibiotica en toen begon de pijn eindelijk te zakken, maar ging hij zich beroerd voelen door de antibiotica! Inmiddels was gelukkig zowel de pijn als het beroerd voelen aan het zakken, en kon hij weer een beetje rondlopen en eten. Hij was dan ook vandaag weer redelijk actief, al zag hij er nog wel een beetje pips uit.

Tijdens de koffie raadde de kapitein ons aan om lekker even naar buiten te gaan als we zin hadden; we rolde dan wel af en toe flink, maar op zich was het rustig buiten, de golven kwamen niet over het dek en er was bijna geen wind. Dat vonden we wel een goed idee en zijn gelijk na de koffie onze helmen gaan halen, onze veiligheidsschoenen aandoen (ik neem meestal niet de moeite als we even een ommetje gaan lopen, Hans wel) en onze jassen aan. Het was namelijk buiten zo’n 8 graden, wat een verschil met een paar dagen geleden! De 3e Officer op de brug was duidelijk niet overtuigd dat het zo’n goed idee was, toen we belde om te zeggen dat we naar buiten gingen, maar ik vertelde hem dat de kapitein gezegd had dat het geen probleem was en dat we voorzichtig zouden zijn!

Het was heerlijk om buiten te wandelen, de golven waren net lange duinen, en inderdaad het weer op zich was rustig, fris en lekker. Op dek, dat nat was van de regen, bewogen plassen water heen en weer op de golven. We zijn naar de boeg gegaan waar het heen en weer bewegen van het schip (niet op en neer gelukkig, alleen heen en weer rollen) af en toe spectaculair was – gek genoeg, vooral als je terug naar de woontoren keek, want als je vooruit op de boeg stond viel het wel mee. Je zit daar laag bij het water natuurlijk, dat scheelt ook wel.

Achterin het schip, bij de schroef, zag je wel goed hoe we heen en weer gingen, en hoe de duinen van water langs ons kwamen; het opgeklopte water van de schroef en het heen en weer bewegen van het water was erg mooi om naar te kijken… En de open deur van de machinekamer was erg lekker om voor te staan! Want al had Hans een korte broek aan, ik vond het redelijk koud af en toe en daar kwam heerlijke warme droge lucht vandaan – normaal gezien is het net een open ovendeur maar nu was het erg lekker in het koude weer!

Sochtends heb ik wat films voor de Canadees op zijn eigen stick gezet, hij had niets bij en we hadden hem aan de 3e Officer op de brug laten vragen waar onze filmlijst stond op de openbare schijf zodat hij wat kon uitzoeken. Bij de lunch ging, ondanks alle zorg, toch een half glas jus d’orange omver in een onbewaakt moment; Hans had het heel de lunch vast, hij liet het eventjes los en het viel over tafel, en toen een moment later toen hij het weer overeind gezet had en het geknoeide sap aan het opdeppen was ging het weer omver! De messman die al heel de ochtend aan het worstelen was met omvallende dingen in de keuken en eetzalen keek alleen een beetje verdrietig (nog meer dan anders, waarschijnlijk had hij ook slecht geslapen)…

Smiddags hebben we ons op de bank en stoel geïnstalleerd en een beetje gedut en films gekeken terwijl we heen en weer rolde. Hopelijk is het vannacht minder! Anders gaat Hans op de bank slapen en leg ik mijn matras op de grond, want zo in onze smalle bedjes slapen is anders erg lastig. En omdat het zo koud is buiten en binnen de airco nog aanstaat, was het onderhand 17 graden in de woontoren. We hebben in de badkamer een piepkleine verwarming, en hebben op gegeven moment die maar aangezet en de kamerdeur dicht en de luchttoevoer uit om de boel iets warmer te krijgen, want 17 graden was zelfs voor Hans een klein beetje fris…

Na het avondeten merkte we dat de luchttoevoer inmiddels warmere lucht blies, dus konden ze weer een beetje open en warmde het gelukkig in de kamer op tot iets van 21 graden. Pfffff! Zelfs Hans was het onderhand namelijk een beetje frisjes aan het krijgen, of hij had toch in ieder geval koude handen. We hebben ieder 2 kopjes koffie gedronken over drie verdeeld, want het schip rolde nog altijd, en rond 20:30 zijn we even naar de brug gegaan om rond te kijken. De lucht was mooi, lokaal zowel donker van de regen, als grijs van de mist, als helder, zelfs hier en daar een klein stukje heldere lucht! De rollers waren wat rustiger terwijl we daar stonden, en we hebben een beetje gekletst met de 3e Officer. Hij wilde graag weer wat schutterstips van Hans, die hem al een paar keer verteld heeft dat hij echt in geen jaren meer een geweer vastgehouden heeft, maar het maakt de 3e niets uit, hij praat graag over geweren!

De Chief Officer zat nog wat administratie bij te werken, en rond 21 uur kwam de kapitein op de brug. Hij vond de Chief achter de computer, en raadde hem aan om niet te laat naar bed te gaan, tenslotte ging de klok weer een uur vooruit, hij had over een paar uur weer wacht en zijn huidige dienst was afgelopen… De Chief vatte de hint en was in een minuut of wat opgeruimd en weg! De kapitein heeft nog een hele tijd met ons staan kletsen, tot bijna 22 uur, hij voelde zich steeds beter – hij was nu, naar eigen zeggen, al op 70% ten opzichte van 60% sochtends bij de koffie. Hij liet ons weer eens hun weer- en routeprogramma zien, waarin je min of meer actuele weergegevens in de tijd kunt afspelen; hoe verder van nu vandaan hoe minder acuraat natuurlijk, maar voor de komende 3 dagen een goede indicatie, en onmisbaar in het bepalen en al varend aanpassen van routes om slecht weer te vermijden. Zo liet hij zien dat er zo’n 500-750 km varen van ons vandaan, op onze route, op dit moment er op zich evenveel wind was als hier, maar de golven 5 meter hoog waren (bij ons waren ze op dit moment 2,5 meter, boven de 3 is gewoon te gevaarlijk voor dit schip), maar dat tegen de tijd dat wij daar zijn over een dag of wat de golven al weer gezakt zijn tot 2-2,5 meter. Begrijpelijkerwijs keek hij en de andere officieren meerdere keren per dag in het programma of er niets veranderde in de omstandigheden!

Ook vertelde hij dat hij verwachtte in de ochtend van 8 juni aan te komen in Montoire, en dat we daar inderdaad de drie objecten van Airbus uit Morehead gingen lossen. Hij waarschuwde ons weer dat we niet moesten verwachten eerder dan snachts/savonds in Antwerpen aan te komen op de 10e, want de stuwadoren willen pas de volgende ochtend beginnen. En hij liet zien dat onze route gewijzigd was (we hadden inderdaad een lichte S-vorm gezien in de rechte lijn) puur omdat de rollers ons van onze koers afdreven en we af en toe moesten corrigeren. Ik was op zoek naar de lengtemaat van een “shackle” toen ik de “remweg” van dit schip vond. De Seoul heeft, volledig geladen, een totale remweg bij noodgevallen van varend tot stilstand van 3,7 kilometer… En dat duurt zo’n 12 minuten! Is het schip maar half geladen scheelt het eigenlijk nog niet eens zoveel, dan is het “maar” 3,1 km. Hoppa! Veel sneller is het om een kwart draai te maken, dat is in zo’n 600 meter gebeurd.

We hebben nadat we weer naar beneden gingen nog een tijdje gecomputerd en naar muziek geluisterd, en ik heb wat irritante losse gordijnhaakjes vastgemaakt want we rollen nog steeds redelijk; minder dan vanmiddag maar nog altijd wel redelijk. Buiten kleppert er iets zwaars, en de klok gaat weer een uurtje vooruit. Nog maar 2 uur verschil met Nederland, we zijn er bijna! (nog een paar duizend kilometer te varen…) De Canadees vertelde vandaag dat hij de eerste keer de klok in zijn kamer ook zelf vooruit had gezet, en sochtends zich afvroeg of hij gek was, omdat de klok 2 uur vooruit stond! De tweede keer deed hij ook de klok handmatig verzetten, en toen besefte hij zich dat dat waarschijnlijk centraal geregeld was…

Dag 130 woensdag 3 juni 2015: op zee, laadruim 1, 585 km

Het schip heeft vannacht weer veel gerold, gelukkig wel iets minder dan gisternacht, maar toch vervelend genoeg om er steeds wakker van te schieten. Hans is op een gegeven moment uit ellende op de bank gaan slapen; daar krijgt hij dan weer beurse plekken van de houten latjes die je goed voelt door de kussens heen, maar je rolt tenminste niet heen en weer in je bed. Op en neer is schijnbaar veel minder vervelend. Ik heb gewoon maar heen en weer gerold en af en toe wakkergeschrokken, pffff… Het uurtje verschil iedere andere dag voelt iedereen ook onderhand; de kleine timmerman zat te dutten boven zijn koffie om 10 uur en de 2e Engineer werkt tegenwoordig maar snachts, want hij kan toch niet slapen.

De Canadees (die overigens een Engelsman van origine is, en zijn overleden vrouw was een blanke Keniaan) had gevraagd of hij ook in een laadruim kon gaan kijken, omdat hij onze verhalen over de helikopters gehoord had, en vandaag had de Chief Officer tijd na de koffie om hem mee te nemen. Wij hebben gevraagd of we konden aanhaken en dat was prima. Enigszins tot de teleurstelling van de Canadees (maar wij waren er blij mee) moest de Chief Officer niet naar laadruim 4 met de helikopters, maar naar laadruim 1, helemaal voorin het schip, om een watersensor te checken in de bilge. Die sensoren registreren of er bijvoorbeeld in loze ruimtes onderin het schip water zit, “bilgewater”, want dat kan lekkages betekenen, en die sensoren triggeren alarmen in de woontoren voor de betreffende verantwoordelijke. Toevallig ging er een alarm af net toen wij koffie aan het drinken waren, en vloog de 2e Engineer automatisch naar beneden om na een paar minuten terug naar boven te komen met de mededeling dat dat alarm zo’n bilgealarm was en niet voor hem was.

Dus de Chief officer wilde na de koffie de sensor gaan checken en nog wat andere dingen in laadruim 1. Hans haalde ondertussen de helmen, handschoenen, fototoestel en veiligheidsschoenen, en wij gingen na de koffie achter de Chief Officer aan richting de boeg van het schip. Er waren twee manieren om bij de ingang tot het iets hoger dan de rest gelegen ruim te komen: door het gat in de metalen wand vlakbij het opberghok, of omhoog en weer omlaag via de ladder over de wand (dat laatste gebruiken we weleens om via het looprooster bovenop deze wand op het dek te komen). De Chief ging door het gat, net als de Canadees, en wij ook maar onze benen (zeker die van mij!) zijn iets korter dan die van hen dus het was even lastig om met het ene been door het gat te stappen en dan het andere been mee door het gat te trekken! Eenmaal door het gat stonden we in de onderhoudsruimtes tussen de ruimen; het schip heeft zelfs een reserve-anker, die werd hier bewaard en die hadden we al wel eens meer gezien als we op het randje van het dek stonden.

De toegang tot het laadruim nummer 1 was op het eerste gezicht relatief eenvoudig; geen schacht waar je in moest klimmen maar gewoon een deur in een muur waar een ladder naar beneden leidde. Die leidde naar een klein platform een verdieping lager, en daarnaast was een andere ladder die ook weer naar een platformpje leidde. Zo daalde we via de tussengelegen platforms vier verdiepingen naar beneden (er zat nog een ruime verdieping boven ons plus nog een paar meter extra). Het hele ruim is van onder tot boven zo’n 17 meter. Als je bezig bent ben je alleen geconcentreerd op de ladder voor je, maar om te zien van beneden was het redelijk indrukwekkend hoog, en je bent onbeschermd, want er zitten geen beugels om de ladder of zo… Dit ruim was zo goed als leeg, alleen helemaal voorin de punt van de boeg, achter een soort grote stellage die de twee delen van het ruim van elkaar scheidde (loopgangetjes en ladders om bij de vracht te kunnen) waren wat containers en de enorme “fietswielen” die we ze in New Orleans hadden zien laden.

Het was erg leuk om daar te staan, want je zag goed de vorm van de boeg in het laadruim. De bakboord- en stuurboordkant van het ruim hadden metershoge metalen blokken tegen de wanden gemaakt; ballasttanks, die tevens ook diende als extra buffer bij aanvaringen. Ook in de punt, achter de stellage, zagen we de grote blokken van de ballasttanks. In de Columba waren deze tanks vaak leeg, om als een soort kreukelzone te dienen bij aanvaringen. De stellage was verlicht door tl-lampen, waardoor het hele ruim een beetje spookachtig verlicht werd.

Toen we van de ladder op de bodem van het laadruim stapte moesten we oppassen dat we niet gelijk met onze voet in een gat stapte; er lagen drie luikjes open, waar de bilge-sensoren waren. De Chief deed ze samen met wat bemanningsleden bestuderen, en terwijl hij met een of twee een aangrenzende ruimte instapte achter de ladder, deed een bemanningslid nog even gauw de binnenkant van een van de gaten schilderen tegen de roest. Wij liepen achter de Chief aan de donkere aangrenzende ruimte, wat ze volgens mij een void-space noemen, een ruimte die nergens naar toe leidt. Wel was er (toen ik met de flits een foto nam) een ladder naar boven, geen idee waar die naar toe leidde, misschien terug naar de onderhoudsruimte?

Hans en ik vonden het erg leuk om deze laadruimte te bezoeken, vooral ook omdat hij grotendeels leeg was en je dus een goed gevoel kreeg voor de afmetingen – en dan is dit nog het kleinste laadruim! De Canadees was begrijpelijkerwijs een klein beetje teleurgesteld, maar we raadde hem aan om het nogmaals aan de kapitein te vragen, aangezien de helikopters zo’n kostbaar vrachtje is dat de timmermannen bijna dagelijks even gaan kijken of ze nog goed vast zitten en hij daar vast een keertje bij kan aanhaken. Maar dan moet hij het wel eerst even gevraagd hebben natuurlijk!

Toen de Chief Officer klaar was gingen we weer naar boven; Hans klom eerst omhoog, toen de Canadees, toen ik en als laatste de Chief. Terwijl we in dit ruim stonden voelde we af en toe het schip bewegen, je zit ook natuurlijk in de boeg dus dan voel je het sterker dan anders. En zowel Hans als ik merkte dat het weer naar boven klimmen een heel klein beetje zwaarder en enger was dan het naar beneden gaan was geweest. Ik had bijvoorbeeld dat het schip bewoog terwijl ik naar boven klom en ik merkte dat mijn armen een beetje moe werden op de laatste ladder, waardoor ik me opeens eventjes bewust werd van het feit dat mijn armen het enige waren wat mij op de ladder hielden.

Toen we weer boven waren nam de Chief ons mee via de noodgangen die de hele lengte van het schip strekken terug via de machinekamer naar de woontoren. Die noodgangen kunnen op verschillende plekken afgesloten worden en een deel daarvan werd gebruikt als nood-verzamelplek voor piratenaanvallen, waar de bemanning dan zichzelf kan verschuilen tot er hulp komt. Er waren wat stoelen, ratsoenen, zelfs een provisorisch toilet: een houten hokje met een gordijntje ervoor en waarschijnlijk een emmer of zo’n chemisch campingtoilet of zo erin. De 2e Engineer was ergens olie aan het verversen in de machinekamer toen wij langsliepen onderweg terug naar boven. Hij zag ons en gebaarde al vrolijk zo van, hebben jullie de glijbaan genomen? Schijnbaar is er in de kiel van het schip namelijk een kruipruimte die de hele lengte van het schip reikt (of zoiets legde hij toch uit tijdens de koffie vanochtend), en de 2e mag ons heel erg en vond het duidelijk een schitterend idee dat we vanuit laadruim 1 via de “glijbaan” naar de woontoren terug zouden komen.

We waren rond 11 uur weer “bovengronds” en hebben nog wat gerust en gezeten in onze kamer tot de lunch. We hadden onze helmen meegenomen om na de lunch gelijk te gaan wandelen, en de messman deed tijdens de lunch met een “excuse me” onze helmen en spullen van het buffetje halen. Raar, want die wordt eigenlijk nooit gebruikt. Maar toen kwam hij opeens met een grote chocoladetaart aanzetten, bedekt met de kok’s beroemde en beruchte nutella-roomboter icing! Zomaar, schijnbaar omdat de passagiers van boord gingen… Misschien vond hij het wel sneu dat ik gisteren geen cake had kunnen bakken! De messman sneed voor iedereen een stukje af en de officieren die binnenkwamen waren logisch blij om te zien dat ze een toetje hadden!

Na de lunch zijn we op dek gaan wandelen, want het woei wel en er was een licht fris windje, maar de zon scheen dus het was lekker weer. Er waren wat mannen en de bosun bezig op de boeg om de ankerketting via een lier iets op te tillen zodat ze hem konden schilderen. We hebben even op ons favoriete plekje gestaan maar het was net iets te fris om er lang te blijven dus we zijn al gauw weer teruggewandeld. Hans heeft in de middag een hele reeks emails geschreven (copy – paste – edit) en we zijn buitenlangs op ons gemak naar de brug gelopen om onderweg nog te genieten van het zonnetje en te kijken naar het mooie water. We hadden geluk, de kapitein was op de brug en net klaar met zijn eigen emails dus ik kon gelijk aanschuiven, en terwijl Hans nog even ging uitwaaien op het balkon en kletsen met de kapitein heb ik de emails verstuurd. Een paar uur later kregen we al uitgeprint antwoord van Hans zijn zus, leuk, een uitgebreide email!

Savonds hebben we nog even naar het donkere weer gekeken buiten; de lucht was voor ons donker en regenachtig en achter ons scheen de zon tussen de wolken. Omdat het onderhand weer bloedheet geworden was in de woontoren (door het koele weer had de Chief Engineer een heel klein beetje verwarming aangezet, maar inmiddels was dat dus al weer te veel), hadden we savonds het raam open en om 22:30 was het nog altijd een beetje licht buiten. Raar eigenlijk dat toen we weggingen uit Europa het nog winter was, en het onderhand bijna zomer is…

Dag 131 donderdag 4 juni 2015: op zee, trouwdag, 548 km

Vandaag zijn Hans en ik 5 jaar getrouwd, en dat gaan we van de zomer met vrienden en familie vieren (tenminste, dat weten ze zelf nog niet maar we hopen dat ze het met ons willen vieren, we hebben het aan boord met enige regelmaat over een klein feestje plannen!). Aan boord weten ze natuurlijk van niks, ze weten alleen wat er in je paspoort staat en wat je zelf vertelt. En we hadden op 20 april tijdens het tafeltennissen wel verteld dat we toen 10 jaar samen waren, en ongeveer vijf jaar getrouwd, maar niet precies wanneer we dan getrouwd waren. Hans en ik wilde ook graag de bemanning bedanken voor de goede zorgen en fijne contacten deze reis, en besloten dat met de Roemenen vanavond te doen, samen met onze trouwdag vieren. Dus we hadden wat dingetjes gepland.

We hebben kleine delftsblauwe klompjes bij als grapjes voor mensen waar we een bijzondere band mee hebben gehad, en een aantal daarvan hadden we op de Columba al weggegeven. Nu baalde we eigenlijk dat we er “maar” 10 paar bij hadden, want er zijn op dit schip zo veel mensen waar we leuk mee gekletst hebben! We hadden nog 4 paar over, een paar bewaarde we voor de 3e Officer, de andere drie wilde we aan de kapitein, de kleine timmerman en de 2e Engineer geven, allemaal mensen waar we veel en regelmatig mee omgegaan zijn, en met name de kapitein ook omdat hij deze reis toch wel voor een groot deel zo bijzonder gemaakt heeft door zo ontzettend gastvrij en sociaal te zijn, en altijd open te staan voor onze rare, aparte en bijzondere vragen en verzoekjes! We hadden met een andere kapitein echt niet zo veel dingen zoals laadruimen bezoeken, op dek lopen tijdens de operatie, een kraan besturen, enz, kunnen doen als dat we met deze hebben gedaan!

Tijdens het ontbijt bestelde we een doos heineken bier; we wisten dat de Roemenen dat net iets liever lustte dan het Amerikaanse of het Filippijnse bier dat ook uit de slopchest te krijgen is, en qua prijs scheelde het weinig. We vroegen de messman om het naar onze kamer te brengen; hij weet dat we zelf niet drinken en is zo gewend dat als we bier bestellen we het willen tracteren dat we het er maar even voor de zekerheid bij zeiden! Tijdens de koffie kwam hij al de sleutel halen bij de kapitein, en toen we bovenkwamen na uitgebreid gekoffied te hebben stond de doos al keurig in onze kamer op de grond, mooi zo! We hebben de doos voor de lunch naar boven naar de blue bar gebracht, en nog even op pilotdek staan kijken en uitwaaien voor we naar beneden gingen om te lunchen. De zee is de laatste dagen mooi donkergroen, bijna petroleum-kleurig. En vandaag is het mooi weer zelfs met wat zon, maar het oppervlak van de zee blijft ruig. Er zitten zelfs af en toe kopjes op. Je merkt echt goed dat we op een andere oceaan varen dan toen we op de Stille Oceaan zaten.

Smiddags heb ik het druk gehad met het proberen een indruk te maken van onze dagelijks foto’s. We hebben op deze reis elke dag om 8:30 (of daar zo dicht mogelijk in de buurt van) een foto gemaakt op een vast punt in ons raam, en toevallig zat ik ze gisteren te bekijken en snel af te spelen in de viewer, en dat was een heel mooi effect. Dus Hans vroeg of ik dat savonds niet kon laten zien. Ik heb daarom geprobeerd om ze in powerpoint te zetten, omdat in de viewer de foto’s zelf niet scherp waren en je dat in powerpoint wel kon doen. Ook probeerde ik de golvenfilmpjes aan elkaar te naaien maar dat was helaas ondoenbaar met de programma’s die ik op de laptop had. Hans deed ondertussen de spullen voor ons feestje vanavond voorbereiden. We hadden de Roemenen en de andere passagiers gisteren allemaal uitgenodigd voor vanavond, maar alleen gezegd dat het een feestje zou zijn, niet wat we zouden vieren. Omdat we over een paar dagen van boord gaan vermoedde we dat iedereen er van uit zou gaan dat we dat zouden vieren. We kregen sochtends echter een uitgeprint emailtje van de kapitein aangereikt van Hans zijn dochter waarin zij in grote gekleurde letters ons feliciteerde met onze * * 5 * * trouwdag… Heel erg lief en leuk natuurlijk, maar de kapitein moest dus wel een vermoeden hebben dat er iets speciaals aan de hand was, want hij kan geen Nederlands lezen en zou heus niet spieken in onze mails, maar dat kun je niet missen zelfs als je bewust niet kijkt naar de inhoud. Ach ja!

Ik had een paar hoge hakken meegenomen op deze reis, in het kader van we zijn vijf maanden weg en je weet maar nooit wat voor gelegenheden je onderweg tegenkomt. Niet nodig gehad, natuurlijk, en ook niet draagbaar op een vrachtschip, die bovendien veel beweegt, dus ik heb ze eigenlijk alleen een keertje even een uurtje of wat savonds in onze kamer op de Stille Oceaan gedragen om mezelf (en Hans) er weer aan te herinneren dat ik ooit lang geleden thuis er ook weleens leuk uitzag. Maar voor vanavond kwam het dus wel goed uit! Ik had ook een rokje bij en een nieuw en enigszins net topje dat ik meegenomen had maar in de praktijk zonde vond om dagelijks te dragen in verband met mogelijke roet-, smeer- of verfvervuiling. Het zag er dus al met al redelijk leuk uit, en ik had natuurlijk ook de kettingen bij die ik gerepareerd en/of herregen had op deze reis, dus een vrolijk gekleurde ketting maakte het geheel af. Lekker hoor, om er weer een beetje leuk uit te zien! Dat is toch ook wel iets wat zelfs ik ben gaan missen op deze mooie maar lange reis…

Om 19 uur zijn we naar boven gegaan om alles klaar te zetten in de blue bar, en ik heb nog even een kwartiertje geracet om zoveel mogelijk dagelijkse foto’s in de powerpointpresentatie te proppen voordat iedereen er was. Toen iedereen er was deed Hans iedereen wat te drinken geven, toastte en hield de kleine speech die hij voorbereid had waarin hij vertelde waarom iedereen uitgenodigd was. Voor de niet-drinkers zoals Hans, ik, de Belg en de Chief Engineer (en, tot zijn eigen verdriet, de kapitein die nog aan zijn antibioticakuur bezig was) hadden we alle overgebleven blikjes fris meegenomen die nog in onze koelkast lagen. De rest was meer dan gelukkig met het bier. We hadden een grote zak chips in Walmart gekocht, omdat er eigenlijk nooit echt iets gegeten wordt savonds maar we toch iets te knabbelen wilde hebben, en verdeelde die over een paar borden, ook om de boel wat aan te kleden. En Hans had wat Nederlandse liedjes uit de jaren 70/80 op een stick gezet als achtergrondmuziek, wat iedereen best wel kon waarderen vanwege de vrolijke deuntjes. De zwartgallige inhoud van sommige verstonden ze toch niet! Helaas deed de powerpoint een hoop foto’s overslaan dus dat was niet zo’n succes, hoewel men het op zich wel interessant leek te vinden.

Toen iedereen ons gefeliciteerd had met onze trouwdag deden we de cadeautjes uitdelen die we voorbereid hadden. Aan de kleine timmerman als eerste een grapje: hij is erg precies en had aan het begin van de reis weleens gezegd dat plastic zakjes aan boord best kostbaar waren want er waren er niet zo veel. Hij deed zijn plastic zakjes dus altijd netjes opvouwen en opbergen als hij ze gebruikt had om wat drinken mee naar boven naar de blue bar te nemen voor het tafeltennissen. Dus hadden we hem wat (opgepropte) plastic zakjes gegeven, netjes ingepakt! Hij kon er wel om lachen toen hij het door had maar wist duidelijk niet zeker in hoeverre we hem in de maling aan het nemen waren… Toen deelde ik de klompjes uit aan hem, de 2e Engineer en de kapitein terwijl Hans uitlegde wat het was en waarom we ze maar aan een paar mensen gaven (met name dus omdat we er helaas te weinig van hadden…), en dat vond iedereen duidelijk erg leuk.

Als laatste hadden we een foto van onszelf gemaakt met onze duimen omhoog, genomen in de blue bar voor de Roemeense vlag met 7 7 erop en “bedankt voor een geweldige reis, Hans en Jooske 2015” erop. Die hadden we stiekem door de 3e Officer laten printen en lamineren, als klein souvenir voor de fotomuur van de blue bar. Een paar dagen geleden was er wat ophef aan boord over een internet-artikel van een vrouw die schijnbaar redelijk negatief geweest was over haar reis op dit schip, dus Hans gaf een kleine speech dat, aangezien het schijnbaar normaal was om een review te maken, wij dat ook gedaan hadden en deze graag aan de kapitein wilde presenteren. Hij moest heel erg lachen toen hij de foto zag en hij riep (zoals we al hoopte) gelijk “shapte – shapte”! Iedereen vond het grappig en de kapitein beloofde er een plekje voor te zoeken op de fotomuur. Toen was het officiële gedeelte van het feestje afgelopen en werd het nog een hele gezellige, en tot onze grote verrassing, lange avond!

We hebben ondanks het licht rollen af en toe getafeltennist – ik op hoge hakken, wat iedereen enorm eng vond en erg van onder de indruk was, maar wat eigenlijk verrassend goed ging – en vooral heel veel gekletst en gelachen. We hadden noodgedwongen een doos van 24 biertjes gekocht, kleiner kon niet, en ik was eerder op de avond nog bang dat we met een halve doos zouden blijven zitten, maar ze zijn allemaal opgegaan! Met name dankzij de twee timmermannen en de 2e Engineer (de kapitein keek watertandend toe maar hield zich noodgedwongen bij cola), die het erg naar hun zin hadden. De chips gingen op, en de nieuwe timmerman verdween een kwartiertje en kwam terug met een paar zakjes verse warme popcorn! De Chief Officer kwam om 20 uur, na zijn dienst afgelopen was, en toen hij besefte waarom het feestje was ging hij in zijn kamer handenvol pakjes gevulde zoute crackers halen en een grote zak mini-toblerone! De kapitein verdween halverwege en kwam terug met extra blikjes fris omdat hij zag dat Hans alleen het ene blikje Fanta had om te drinken, en hij had bij zich een briefkaart van het schip die hij even gauw met een hartje en “Hans en Jooske” versierd had, en liet iedereen aanwezig er wat op krabbelen, als souvenir van de avond. Het was echt heel erg leuk en gezellig, en bijna iedereen (behalve de Chief Officer die om 4 uur weer wacht had) bleef tot 23:30 zitten, toen het laatste biertje op was en men zich opeens besefte dat de klok vanavond weer een uurtje vooruit ging en het eigenlijk dus 00:30 was en morgen nog een werkdag… Wow! Maar leuk, we hebben er zelf ook veel plezier en gezelligheid van gehad terwijl we helemaal niet zulke feestbeesten zijn.

Dag 132 vrijdag 5 juni 2015: op zee, 583 km

Het deed dankzij de “scheeps-lag” waar we onderhand allemaal aan lijden en het late naar bed gaan vanochtend flink zeer om op te staan, pffff… Vanochtend hebben we op een rustig moment de 3e Officer op de brug opgezocht, die zoals we al hoopte alleen was, en hebben hem zijn paar klompjes gegeven en het allerbeste gewenst in zijn verdere leven en nog even gekletst over zijn toekomstplannen. De Filippijnen aan boord zijn redelijk opgewonden, vertelde hij, want dit schip gaat bij de volgende ronde om de wereld een eiland van de Filippijnen aandoen; dat betekent voor sommigen een mogelijkheid om gelijk in eigen land van boord te gaan, voor anderen betekent het tussendoor misschien nog even familie kunnen zien. Hij zal zelf in Singapore van boord gaan. We hadden nog getwijfeld of we hem moesten uitnodigen voor het feestje gisteravond, maar denken dat hij het uiteindelijk meer zou waarderen als we de klompjes persoonlijk gaven en er echt aandacht aan besteede en aan onze ervaringen met hem, dan als we het samen met de anderen hadden gegeven. Hij vond het in ieder geval duidelijk heel erg leuk, en we weten dat hij zulke dingen waardeert, want hij verzamelt zulke bijzondere memento’s – net als de gesigneerde flessen sterke drank of de souvenir-magneten. Hij keek ook al gelijk om ons ze te laten signeren en moest lachen toen hij ze omdraaide en zag dat we dat al gedaan hadden; met een H en een J en 2015, net zoals we de andere klompjes hadden gesigneerd. Mooi zo, riep hij! En hij beloofde er een bijzonder plekje aan te geven en op te hangen op een plek die schijnbaar al vol hangt met bijzondere dingetjes.

Ik heb vandaag gewerkt aan de powerpointpresentatie van onze dagelijkse 8:30 foto’s werkende te krijgen. Erg lastig om voor elkaar te krijgen want de laptop is niet zo krachtig, maar inmiddels worden bijna alle foto’s weergegeven. Ik krijg het alleen niet zo dat ALLE foto’s even weergegeven worden, en halverwege loopt hij onregelmatig. Erg irritant en dus nog niet echt toonbaar helaas! Ik heb ook weer een keertje geprobeerd de golven-filmpjes aan elkaar te naaien, door van ieder filmpje (zo’n 90 stuks inmiddels) een seconde te pakken en die in elkaar over te laten lopen, maar het standaard filmbewerkingprogramma op de laptop is duidelijk niet bedoeld voor bijzondere bewerkingen en deed de hele laptop constant vast laten lopen. Grrrrr, dat moet dus wachten tot we thuis zijn!

In de loop van de middag ging het rollen van enigszins ruw terug naar echt flink heen en weer rollen. We hebben twee dagen relatieve rustige zee gehad maar het leek erop dat we weer in een hoge-golven gebied terecht gekomen waren. Toen we na het avondeten nog even een kopje koffie wilde drinken voor we gingen tafeltennissen (de 2e Engineer had ons expliciet uitgenodigd) heb ik erbij moeten zitten om de pot vast te houden en in tegengestelde richting te laten hellen zodat de koffie er niet uit zou lopen! We moesten dan ook weer in drie etappes onze twee kopjes koffie opdrinken, en onze kopjes vasthouden, want we helde tussen de 10-15 graden heen en weer.

Van het tafeltennissen savonds kwam weinig terecht, want we rolde behoorlijk heen en weer – de app op mijn telefoon registreerde op gegeven moment 16 graden, later vertelde de kapitein die tussendoor af en toe even naar de brug ging om te kijken of alles nog ok was dat op de brug toen 17-20 graden gemeten werd. Hoppa! Het blikje fris van de kapitein (hij moet vandaag nog alcoholvrij blijven vanwege de laatste dag van zijn antibiotica-kuur) ging er tijdens een flinke roller vandoor, en terwijl hij en Hans bezig waren om de rotzooi op te ruimen ging het inmiddels onbewaakte blikje van Hans er ook vandoor op de volgende golf! De schaal popcorn werd nog net op tijd gered…

Het was wel weer erg gezellig, want de 2e Engineer vierde vanavond zijn afscheidsfeestje – vandaar dat hij zo specifiek gevraagd had of we ook kwamen vanavond! De nieuwe timmerman is duidelijk niet alleen de Grillmeister van het schip maar ook de popcornman, want hij kwam weer met een enorme schaal verse popcorn aanzetten, en de Chief Officer had nog een zak mini-toblerone bij zich, terwijl de 2e Officer een zakje Amerikaanse beef-jerky bijdroeg aan het feestje. Die jerky was overigens gewoon een beetje zoet, ongelofelijk dat alles uit Amerikaanse supermarkten gezoet lijkt! Wel lekker, daar niet van, maar niet echt wat je verwacht van gedroogd en gepeperd vlees…

We hebben er weer tot laat gezeten, muziekclips kijkend: met name een concert van een violist die klassieke en moderne muziek zijn eigen rockviool-sausje gaf. Qua show en algehele idee duidelijk geïnspireerd op Andre Rieu’s succesvolle (en veel mooiere) concerten. Het was af en toe wel grappig maar ook jammer dat artiesten zich vaak verplicht voelen om met name moderne nummers een eigen draai te geven; dus zijn rockviool-interpretatie van moderne (rock)klassiekers was af en toe tenenkrommend. De 2e Engineer is zo blij om naar huis te kunnen naar zijn vrouw en twee kleine kinderen, met de zomer en allerlei muziekconcerten in zijn omgeving voor de deur… Hij zat heel de avond alleen maar te grijnzen! De drie dagen die het schip eerst nog in Antwerpen in de haven ligt, voor ze naar Hamburg vaart waar hij van boord gaat, zullen hem nog heel zwaar vallen denken we!

Dag 133 zaterdag 6 juni 2015: op zee, oefening, 495 km

Vannacht was misschien wel het ergste gerol tot nu toe. Hans is na een uurtje of wat op de bank gaan liggen, ik heb het volgehouden op bed door een beetje tegen de muur te gaan liggen, op mijn buik liggend mijn been op te trekken en me op die manier en met mijn arm gebogen schrap te zetten. We hebben enigszins kunnen slapen maar waren wel allebei heel vaak wakker en hebben ook enorm liggen dromen. Ik heb ook gewoon een stijve nek van het heen en weer gerol van mijn hoofd vannacht! Pffff! We waren in ieder geval dus een beetje brak vanochtend. Toen ik de triplog van de gps binnenhaalde zag je goed dat we vannacht onze koers aangepast hebben, we zijn letterlijk zo te zien om iets heen gevaren. Dus het had nog erger kunnen zijn als we doorgevaren waren op de oorspronkelijke koers… De kapitein had namelijk verteld dat bij een golfhoogte van 3 meter het schip al af en toe 20-30 graden kan rollen! Het is ook niet constant, de zee is wat ruwer en je rolt constant een paar graden, en af en toe word je verrast door een paar tot een hoop flinke rollers.

Tijdens de koffie hield iedereen zijn kopje uit voorzorg maar goed vast, want we rolde nog altijd heen en weer. Zoals de kapitein zei, je went er aan; we gingen vanochtend misschien wel 15 graden heen en weer maar vinden het al niet eens zo spannend meer, je past jezelf aan. We hebben nadat iedereen weer aan de slag was nog even gekletst met de kapitein over van alles, onder andere over wie vervangende kapitein (en met name ook de eindverantwoordelijke) is in het geval de kapitein ziek wordt. Enigszins tot onze verrassing was dat de Chief Officer, ondanks dat de Chief Engineer eigenlijk iets hoger in rang is. Normaal gezien heeft de Chief Officer niks te zeggen over de Chief Engineer, die alleen rapporteert aan de kapitein. Chief Officer regelt alles aan dek, Chief Engineer alles onderdeks, en de kapitein is de buffer tussen het schip en de externe betrokken partijen en overziet alles.

Ondanks dat de kapitein absolute eindverantwoordelijke is (enigszins tot zijn frustratie als hij in moeilijke situaties advies zoekt bij anderen en alleen “wat u wilt” te horen krijgt in plaats van advies), is er eigenlijk in de praktijk meer een management-team constructie van vier man. De kapitein, de Chief Engineer, de Chief Officer, en (tot onze verrassing) de 2e Engineer. Deze vier zijn in staat het reilen en zeilen op zee te bepalen en doen dat normaal gezien in overleg met elkaar. De 2e Engineer lijkt misschien een beetje vreemd als lid van het managementteam, maar op zich is dat heel logisch, want hij is degene die de dagelijkse praktijkervaring heeft met de hoofdmotor (oftewel “Gavrila”…), en zonder motor ben je nergens.

Het rollen werd in de loop van de ochtend weer erger. We merken dat de zee constant iets ruwer is dan de Stille Oceaan, en af en toe dus die zware rollers; soms maar even 2-3 keer, en soms een paar minuten lang. De Belg kwam ons na de koffie opeens halen, omdat de 3e Officer die dienst had dacht misschien een walvis gezien te hebben… We hebben een tijdje op de brug staan kijken maar de 3e zei zelf al dat hij na een keertje een vin in de verte ook niets meer gezien heeft. Qua rollen kijken we al niet eens meer op van 10 graden, vanochtend werd regelmatig de 15, en tegen de lunch zelfs de 20 aangetikt. Vlak voor de lunch raakte we zelfs een paar rollers die over de 20 gingen volgens de app op mijn mobiel, die niet zo accuraat is als het apparaat op de brug die vaak een paar graden meer meet. Hoppa! We dachten al alles veiliggesteld te hebben, maar de stoelen gingen schuiven, de koffers vielen om en de toiletartikelen rolde door de slaapkamer… De messman en kok waarschuwden ons met de lunch dan ook om met de soep op te passen, die zo te zien al een beetje uit de pan gelopen was!

We hadden de kapitein sochtends met de koffie nog eens gevraagd om het beruchte artikel waar iedereen het over had de laatste dagen; het internet-review van zo’n anderhalf jaar geleden, met de andere kapitein op dit schip. Onze kapitein had het uitgedraaid en gaf het met de lunch aan ons; hij maakt zich er persoonlijk niet zo druk over, hij zei ook dat het een beetje grappig was vooral, maar dat ze in het hoofdkantoor redelijk verhit geraakt waren erover. Hans en ik hebben het na de lunch gelezen; het heet “A tale of a tub” en is door ene Patricia Marx geschreven (zij noemt ook de namen van alle bemanningsleden waar ze mee te maken heeft). Het stuk is heel populair geschreven en is letterlijk gewoon zeikjournalisme; echt bewust geschreven om lollig af te zeiken. Ze is schijnbaar op de Rickmers Seoul in januari 2014 van Philadelphia naar Hamburg gevaren, had daar duidelijk geen enkele zin in of positief gevoel bij (je doet zoiets normaal gezien alleen als het je interesseert of je het leuk vindt), en we denken haast dat ze de overtocht alleen gedaan heeft om er een zogenaamd lollig en vooral negatief stuk over te kunnen schrijven…

Wij schrijven ook weleens in onze dagverslagen dat het eten eentonig is of dat we even tegen de muren oplopen (dat laatste overigens eigenlijk nauwelijks op deze reis), maar dat is dan het gevoel op dat moment.

Het totaalgevoel van de reis is dat dit een hele bijzondere reis is en we genieten, zelfs op dag 133, nog iedere dag van iedere dag! En zelfs al zijn we onderhand blij dat het einde in zicht komt, we vinden het ook voor een deel jammer dat we over een paar dagen van boord gaan.

Dingen als eentonig eten of eenvoudige accommodatie kun je verwachten, weet je als je je goed voorbereid, en is gewoon deel van de ervaring. Het is een vrachtschip en geen cruiseschip. Na een paar weken Grote Oversteek kan zelfs de beste kok wat eentonig worden in zijn maaltijden, en iedereen weet dat als je continu in hetzelfde restaurant eet (en dat doen we nu al 3 maanden lang, drie keer per dag) het menu al heel gauw saai wordt.

Rond een uur of 11 zijn we naar pilotdek en de brug gegaan om even uit te waaien en naar de zee te kijken. Het verveelt nooit! Smiddags hebben we een beetje geluierd en een dutje gedaan om een beetje bij te komen van de slechte nacht, en omdat we smiddags weer eens een oefening zouden hebben…

Om 15:20 gingen Hans en ik naar beneden voor de oefening, die uiteindelijk anderhalf uur geduurd heeft. De nieuwe Chief Officer verscheen toen iedereen er was, in zijn oogverblindend witte overal, en toen hij op de verzamelplek stond was het eerste wat hij zei dat niemand hem hier ooit kon verstaan en we een betere plek moesten zoeken. Joh… De verzamelplek is, enigszins noodgedwongen omdat dat het grootste stukje dek is, precies naast het ventilatierooster van de machinekamer en je kunt elkaar daar dus normaal gezien al nauwelijks verstaan als je naast elkaar staat, laat staan dat er iemand een groep toe moet spreken! De vorige Chief Officer had dat weinig geïnteresseerd en praatte gewoon zoals hij altijd praatte (wat op zich al onverstaanbaar was), en de Chief daarvoor had een keertje wel een ander plekje opgezocht toen hij echt iets moest uitleggen. Deze Chief leidde iedereen naar stuurboord, waar we tussen het bijbootje en de keuken staand elkaar beter konden verstaan.

De Chief deed wat uitleggen over veiligheid, met name over de verschillende manieren waarop je jezelf kon redden zoals reddingspak, reddingsvlot, reddingsboot, en de voordelen en gevaren van ieder, en deed een paar mensen overhoren. Hij maakte een groepsfoto van “de hele familie” zoals hij zei, wij passagiers moesten voor de rest gaan staan. Er werd wat gegrapt en gemompeld onder de Filippijnen terwijl iedereen schoof om op de foto te passen; met name “Yellow Shoes” die zichzelf echt de stoere en rebelse bink van het schip vindt moest natuurlijk een grapje maken zo van, dan ben ik de zoon, maar op zich vond iedereen het wel grappig. De Filippijnen zijn eigenlijk altijd wel goedgehumeurd.

Toen ging men aan de slag om het programma af te werken; de 3e Officer had al een paar keer aan ons laten merken dat hij het programma te lang vond, maar het schip krijgt in Antwerpen een interne audit en bepaalde dingen moeten gewoon regelmatig afgevinkt worden. De man-overboord-manoever, bijvoorbeeld, was de vorige keer zo’n fiasco geweest dat ze die niet konden afvinken, dus ze moesten wel een hoop dingen doen, want er is een schema voor de vele oefeningen en een schip moet kunnen bewijzen dat ze regelmatig trainen! Als eerste werd het bijbootje besproken. De 2e Engineer had ons een paar dagen geleden verteld dat hij, na de gewraakte man-overboord-manoever op de Stille Oceaan, de motor van het bijbootje ging testen en deze het opeens als een zonnetje deed, terwijl er die bewuste dag gewoon geen leven in zat! Gelukkig hoefde hij nu niet daadwerkelijk de motor te starten, die test was dus al gedaan. Hij klom dus zelfverzekerd in het bijbootje om uit te leggen aan de bemanning hoe je de motor bediende.

Toen hij klaar was deed de 3e Officer in het bijbootje klimmen en bespreken en laten zien hoe je het bootje los en vastmaakte aan de haak. Iemand van de bemanning werd door de Chief naar voren gehaald om het na te doen, om te kijken of men oplette. Het ging allemaal zo veel soepeler en efficiënter dan de vorige keer! Ik maak altijd foto’s en we grappen er weleens over hoe de 2e Engineer toen doodsangsten uitstond toen hij met de 3e Officer in het wiebelende bootje naar beneden zakte, en hij zag dat ik foto’s stond te maken dus hij ging poseren aan het roer van het buitenboordmotortje. Ik heb een foto gemaakt zodat het net leek alsof hij echt aan het varen was, dat vond hij geweldig!

Toen deed de Chief aan de bosun vragen om de hijskraan te laten zien en te testen. Terwijl hij daarmee bezig was deed de 3e Officer mijn oog zoeken en stoer gaan poseren in het bootje, samen met de cadet. Lachen! De Chief deed efficiënt alles met betrekking tot het bijbootje afronden, en toen was het op naar het volgende punt van het programma. Hans en ik hebben onze reddingspakken en reddingsvesten in de gang van de woontoren gedumpt en zijn achter de meute aangegaan.

We gingen naar de achterkant van het schip waar de deur van een ruimte openstond die we nog niet eerder bezocht hadden. De “emergency generator”; de Chief was al binnen met een aantal mannen, deze moest ook getest worden en ze moesten met name weten en oefenen hoe hij gestart werd en zo. Er waren wat reddingsvesten van mannen op een verhoging gelegd voor een groot rooster, en opeens kwam er een enorm lawaai uit het kamertje, en bliezen de reddingsvesten zo van de verhoging af! De noodgenerator deed het prima… Deze noodgenerator kan handmatig aangezwengeld worden, zoals men nu deed, of hij springt automatisch zo’n 20-30 seconden na plotselingen stilval van de hoofdmotor aan. Dat hadden we tijdens de korte blackout op de Stille Oceaan gemerkt. Hij wordt gebruikt om de noodverlichting, pompen, navigatieverlichting en alle andere noodzakelijke voorzieningen draaiend te houden, maar hij heeft niet voldoende kracht om de hoofdmotor aan te drijven, wat ook logisch is.

De emergency generator kon van het lijstje gestreept worden, op naar de CO2 kamer, die we al eens eerder bezocht hadden. Eerst echter even via de “safety room” naast de stuurboord hoofdingang van de woontoren, vol met brandweerspullen en zo, want daar hangt ook een bedieningspanel voor de CO2 kamer. Als dat echter niet werkt of je kunt niet bij die kamer komen, dan moet je naar de CO2 kamer zelf, op dekniveau naast de bakboord trap naar de woontoren toe. Daar werd weer door de 2e Engineer uitgelegd hoe je de laadruimen met een eenvoudige hendel binnen een mum van tijd kon vullen met CO2 om brand te blussen. Er staan 124 grote flessen CO2, want daarmee kon in principe een brand in ieder laadruim of de machinekamer met CO2 geblust kunnen worden. De machinekamer en het grootste laadruim, nummer 3 midden in het schip, hebben 124 flessen nodig, de rest minder. En zoals Hans terecht opmerkte, als er op meerdere plekken brand zijn dan wordt het waarschijnlijk tijd om het schip te verlaten! Alle flessen staan op scherp en kunnen zowel in veelvoud met hendels aangezwengeld worden, of per stuk met de hand met een eenvoudig hulpstuk waar er een paar van hangen. Een van de belangrijkste dingen waar dus aan gedacht moet worden voor je de CO2 kamer binnenstapt is om te kijken of de ventilator aan staat en het zuurstofniveau in de kamer zelf rond de 20-21% is! Want als een fles lekt val je flauw of stik je zodra je de kamer binnenstapt…

Aangezien we toch in de buurt waren (het ging allemaal razend efficiënt eigenlijk) was men al begonnen met de SOPEP spullen klaarleggen, en deze Chief houdt van praktijkervaring en niet van oeverloos geneuzel zoals de vorige, dus men moest de pomp aansluiten en aanzetten. Nog net op tijd bedacht men dat ze nu bezig waren zeewater door de (schone) buis te pompen en werd de slang boven de SOPEP ton gehouden tot die bijna vol zat en ze hem overboord hingen! Om de boel te testen hadden ze namelijk een schone buis aan de pomp bevestigd en aan de andere kant in zee gehangen – de vuile buis voor olielekkages wordt apart bewaard en pas gebruikt als nodig is.

Terug naar de woontoren toen de SOPEP spullen opgeborgen waren, en werd bij de safety room nog even een nood-ademmasker opgehaald en gedemonstreerd. Dat zijn maskers in draagtasjes waarmee je ongeveer 15 minuten zuurstof hebt om mee te ontsnappen. Zo te zien waren ze bijzonder eenvoudig te gebruiken; gewoon de flap openrukken, het masker opdoen en je kon ademen. De Chief waarschuwde in zijn overigens onnavolgbare Poolse Scheeps-Engels dat je niet moest vergeten dat het vizier van zacht plastic was en dus niet moest gaan brand bestrijden met zo’n masker op!

Het blijft Hans en mij altijd verbazen hoe die mannen elkaar allemaal kunnen verstaan, want er wordt met zware Roemense, Poolse, Letse, Chinese en Filippijnse accenten een vereenvoudigd en enigszins verbasterd Engels gesproken dat in onze oren geen onderscheid lijkt te maken tussen gebiedende en vragende wijze, of gebeurtenissen die in het heden, verleden, of de toekomst plaatsvinden of misschien gewoon hypothetische mogelijkheden zijn… Bovendien spreekt ieder land de woorden uit op een manier die ze zelf juist achten; we realiseerde ons dat de meesten waarschijnlijk zelden tot nooit goede Engelssprekers horen en Engels geleerd hebben van mensen die ook niet wisten hoe ze het moesten uitspreken! En toch gaat het altijd goed en snapt iedereen waar het over gaat, waar Hans en ik nog staan te ontcijferen wat ze bedoelen. Soms komen wij er pas een dag of twee later achter wat iemand bedoelde, omdat het dan achteraf gezien opeens duidelijk is!

We waren onderhand een uur bezig, en nu begon de echte brandoefening van de dag, brand in de verfkamer voorin het schip. De brandspullen werden naar voren gesleept, waar we allemaal in de kleine ruimte tussen de voorste kraan, het hogergelegen dek van het anker, en het schot tussen de onderhoudsruimte en het dek propte. Het was zo knus dat ik even op de ladder klom naar de bovenkant van het schot om een overzichtsfoto te maken, omdat ik anders alleen closeups kon maken! Eerst vroeg de Chief aan de 3e Officer om uit te leggen hoe de brandweerlieden (en eventueel andere mensen) de zuurstoftank en bijbehorend masker zo snel en goed mogelijk aan konden doen als ze alleen waren zonder hulp. De cadet werd toen naar voren geroepen om het na te doen. Bovenlangs over je hoofd was de snelste manier, en het lukte de cadet inderdaad ook gelijk.

De Chief deed de brandsituatie omschrijven, stelde wat vragen, legde uit wat de gevaren waren van met name een brandsituatie in het verfhok met alle chemicaliën daar, en vroeg wie de brandweerlieden waren. Er zijn twee bemanningsleden van de dek-ploeg, en de twee oilers van de machinekamer, verantwoordelijk voor brandbestrijding. De Chief besloot dat een brandweerman van de machinekamer en eentje van dek zich voor moest bereiden. Op zich wel slim, want het zijn eigenlijk altijd de twee dek-mannen die zich omkleden. “Yellow Shoes” had tijdens het praten eventjes de zilveren jas aangetrokken van een van de brandweerlieden, want hij had het koud (het was ook een beetje fris), dus die moest de jas weer inleveren, en de Sik, een van de brandweerlieden, moest giechelen toen ik vroeg of hij zijn werkschoenen en overals ook zo klaarzette dat hij er sochtends uit bed zo in kon springen. Hij vond het een goed idee dat hem veel tijd zou kunnen besparen!

Terwijl de brandweerlieden deden alsof ze de brand bestreden, werd het sprinklersysteem en de brandslang getest door het water overboord te laten spuiten. Er waren schijnbaar drie manieren waarop ze het water aan konden zetten in het sprinklersysteem, waaronder eentje op de brug en eentje in de hijskraan vlakbij. De brand was geblust dus de brandweerlieden werden weer uitgekleed en we vertrokken allemaal in rap tempo terug naar de woontoren, waar we de emergency steering kamer indoken naast de machinekamer om nog even te bespreken hoe het schip vanuit daar bestuurd moest worden door middel van de twee knopjes. Om 17 uur waren we daar klaar, en Hans en ik zagen nog een lange nabespreking voor ons in de conferentiekamer, maar de Chief glimlachte, zei dat we klaar waren en geniet lekker van je zaterdag! Er werd bescheiden gejuicht door de bemanning, die natuurlijk ook bang waren geweest voor de nabespreking… We hebben, los van de mislukte man-overboord oefening, nog nooit zo’n interessante oefening gehad! En ondanks dat de Chief alles zeer uitgebreid besprak (de kapitein deed op gegeven moment subtiel via de walkietalkie vragen of we de sprinklers al getest hadden, want het duurde hem duidelijk te lang), zat er toch een redelijk tempo in heel de middag en is volgens mij ieder puntje van het programma goed, duidelijk en grondig afgewerkt. De Chief zelf vond dat het wel heel snel gegaan was, hij zei onderweg naar boven nog tegen ons dat ze normaal gezien de onderdelen uitgebreid oefenen, maar dat ze nu even overal doorheen moesten rennen voor de audit…

Na het eten zaten Hans en ik nog even te rusten in onze kamer tot het tijd was om te tafeltennissen. Hans stond rond 19 uur op om zich om te kleden en liep nog even naar het raam om naar buiten te kijken. “Walvis!!” riep hij toen! We zagen een blowhole van een walvis die bovenkwam voor lucht, wow! Ik rende naar de brug en greep onderweg mijn schoenen (geen tijd om ze aan te doen) en het fototoestel, en Hans deed gauw zijn schoenen aan om naar pilotdek te gaan met de verrekijker. Ik riep in het voorbijgaan op de brug dat er een walvis was, schoot in mijn schoenen en rende op het balkon naar buiten: de kapitein en de Chief Officer waren net aan het praten en er waren ook drie bemanningsleden op de brug die op zoek waren geweest naar de kapitein, en ze kwamen allemaal even naar buiten om ook te kijken, de Chief Officer met fototoestel in de aanslag. De kapitein pakte het kleinste bemanningslid half op om hem zogenaamd overboord te gooien en de walvis te lokken!

Wow, de walvisachtige (gezien de grote rugvin denken we achteraf dat het een orka was) kwam wel 4-5 keer boven water met zijn rug om lucht en water uit te blazen. Mooi! Hans stond een verdieping lager, en we hebben allebei kunnen kijken hoe de orka steeds uitademde terwijl we langzaam langs het dier voeren – die overigens best dicht bij het schip was – tot hij op gegeven moment niet meer boven kwam en waarschijnlijk naar beneden gedoken was. Erg mooi… We hebben ons nog even omgekleed en zijn naar de blue bar gegaan, waar het weer gezellig was. Geen feestje, maar wat de 2e Engineer betreft was iedere dag een feestje waard want hij ging naar huis!

Er stond nu een concert op van Andre Rieu, nota bene een concert van de Nederlandse zender NOS 1, uit 2014 in Maastricht, waar we denken dat Hans zijn zus bij was. Tenminste, ze was misschien niet precies bij dat ene concert dat uitgezonden was (we hebben haar niet gezien) maar ze is toen volgens ons wel naar een van de paar dagen dat zijn concerten waren geweest. Het concert was opgenomen door de nieuwe timmerman; hij vertelde dat hij het al varend opgenomen had met een satelietschotel aan zijn raam hangend, maar dat het schip af en toe flink had liggen rollen tijdens de opname waardoor er nu wat rare ruis-stukjes tussenzaten. Lachen! De nieuwe timmerman is opeens de laatste dagen helemaal losgekomen naar ons toe, en probeert met zijn beperkte Engels met ons te praten. Hij bood ons meerdere malen het concert aan, en had het heel de avond duidelijk erg naar zijn zin, hij vond de muziek mooi. Ook de Chief Engineer en de kapitein zaten te genieten van de muziek, ze zijn allemaal wel fan van Andre Rieu want de kapitein vertelde dat ze ieder jaar probeerde te kijken naar zijn concerten!

De 2e Engineer zat heel de avond alleen maar te grijnzen. Zijn grijns wordt met de dag groter, hij telt de dagen en volgens mij de uren tot hij in het vliegtuig kan stappen en zijn vrouw en jonge kinderen weer kan zien! Hij verheugt zich ook enorm op de aankomende zomer en alle leuke dingen die hij met zijn gezinnetje wil gaan doen. Er is een beetje getafeltennist maar voornamelijk gewoon gezeten en gekletst. Na de zoete tonen van Andre Rieu werd een of ander dance-feest uit Ibiza opgezet als contrast… Hans en ik hebben samen nog een beetje getafeltennist, en zo rond 21:30 waren we doodmoe en gaven we aan dat we naar bed gingen. Dat vond iedereen wel een goed idee dus de boel werd gelijk opgeruimd; het was wel weer genoeg geweest voor vanavond, want de klok ging ook weer een uurtje vooruit (de laatste keer, we zitten eindelijk na al die maanden weer in de Nederlandse tijdszone plus zomertijd, hoera!)…

Dag 134 zondag 7 juni 2015: op zee, 413 km

We konden allebei pas weer rond 2 uur vanochtend in slaap komen, we hebben echt veel last van “scheeps-lag”! En we hebben de rest van de nacht last gehad van het rollen, dat gelukkig een stuk minder was dan een dag geleden maar nog altijd erg irritant. Hans is op een gegeven moment maar weer op de bank gaan liggen, en was vanochtend dus helemaal beurs en blauw van de latjes onder de kussens…

Vanochtend toen ik de triplog van de gps binnenhaalde zag ik dat we eigenlijk al rond waren; we hebben nog zo’n 2000 km tot Antwerpen te gaan, maar kruisten vanochtend al de route van de CMA CGM Columba toen ze van Le Havre richting de Middellandse Zee voer. Stoer!

Na de lunch heeft Hans een hoognodig dutje gedaan, hij was kapot. De “scheeps-lag” en het rollen snachts breekt ons echt op. Hij was dus doodop en toe aan een stevig dutje! Hij lag zelfs te snurken… De kapitein heeft het ook zwaar; morgenochtend komt de loods om 6 uur aan boord, hij moet zelf altijd 2 uur van te voren al aanwezig zijn voor lastminute wijzigingen, om contact met de loods op te nemen en om alles voor te bereiden voor aankomst, dus die had vanmiddag zijn kamerdeur dicht en was duidelijk ook een dutje aan het doen!

Met de lunch bestelde we van de slopchest een tray bier en een tray fris, en vroegen de messman om die savonds te trakteren. Waarom zeiden we niet, maar smiddags rond 16 uur hebben we in het bemanningseetzaaltje een blaadje opgehangen dat we weer dankzij de 3e Officer hebben kunnen printen; in grote letters staat er “salamat” (dankjewel in Tagalog), en daaronder de redenen dat we de bemanningsleden bedanken voor een hele mooie reis. De messman was bezig de eetzaaltjes voor te bereiden op het avondeten en moest voor zijn doen breed grijnzen toen hij zag waarom we trakteerde (de zielige labrador-blik verdween zelfs heel even bijna). We hebben benadrukt dat het dankjewel ook voor hem en de kok gold, natuurlijk! Hij staat gepland om in Hamburg naar huis te gaan en heeft gisteren van de kapitein defintieve bevestiging gekregen dat het doorging; ze hadden nu een naam van een vervanger en dan is het pas echt definitief. Hij was dus ook blij en vertelde spontaan dat hij drie kinderen heeft van 18-21 en zich verheugde om ze weer te zien. Dat is het eerste persoonlijke wat hij ons verteld heeft deze reis, en we spreken hem toch dagelijks!

De messman had alleen een probleem, want de deur van de kapitein bleef dicht tot iets na 17 uur, dus hij kon niet bij de sleutel van de slopchest om het bier en fris te pakken voor het avondeten… En de kapitein storen voor zoiets onbenulligs als zijn deur dicht is, is ondenkbaar! Hij is wel twee keer naar boven gekomen om te kijken of hij al terecht kon, uiteindelijk heb ik hem maar gebeld toen ik de deur hoorde opengaan en toen stond hij binnen twee tellen boven. Tijdens het avondeten deden de mensen waar we het meest mee gekletst hebben de afgelopen maanden bedanken voor de drankjes, en de kapitein en officieren ook natuurlijk.

We zijn savonds geleidelijk aan langzamer gaan varen zodat we precies om 6 uur bij het loodspunt zouden zijn, want voor een paar uur voor anker gaan was zonde van de moeite volgens de kapitein. Op een gegeven moment voeren we dus maar zo’n 12-13 km/uur. Heel de middag vlogen er vogels met het schip mee want op zich waren we maar tussen 70-100 km van land vandaan. Je ziet er alleen niets van! Onze telefoons waren sinds 17 uur actief aan het zoeken naar netwerken maar die bleven allemaal net buiten bereik, helaas. Om 23 uur zagen we in de verte een vuurtorenlicht; we kunnen het niet zien want het was donker, maar we zijn dus vlakbij land!

free counters