“Zu den grossen Wassern”

36 dagen van kust naar kust door Zuid-Amerika

Dag 22: Vrijdag 3 september: Totora – Sucre [2700 m] (on the road)

Na een niet al te geweldige nacht (de matras was zo dun dat we eigenlijk op de houten bedbodem lagen) zaten we vanochtend om half zes al aan het ontbijt... Ralph en Heidi wilde namelijk zo vroeg mogelijk, dus rond half zeven, vertrekken om maar zo veel mogelijk tijd te hebben vandaag om Sucre te bereiken! Het hotel bood geen ontbijt, maar had wel hun servies en bestek uitgeleend aan ons zodat wij ons eigen ontbijt met de spullen van de truck konden klaarmaken. En een stel had zich verslapen (ook niet zo gek gezien hoe vroeg het was!) dus die moesten gewekt worden... Maar we konden uiteindelijk precies volgens schema vertrekken, richting Sucre.


In Totora was de hoofdstraat geplaveid met afgeronde rivierkeien, in Inca-stijl in banden van ongeveer een halve meter breed. De weg is niet honderden jaren oud maar toch ook zeker niet splinternieuw – ik schat eigenlijk dat hij uit de gouden tijd van Totora stamt, dus eind 19e, begin 20e eeuw, maar sindsdien ook goed onderhouden wordt. In ieder geval is het een indrukwekkend staaltje vakmanschap; helemaal als je bedenkt dat deze hoofdstraat er uitstekend uitziet terwijl er dagelijks tientallen vrachtwagens overheen denderen, Maar wat nog veel indrukwekkender was, was dat deze geplaveide weg niet ophield aan de andere kant van het stadje, zoals vaak met asfalt het geval is, maar gewoon door bleef gaan de bergen in! We hebben vanuit Totora drie uur lang, dat is dus bijna 100 km, gereden op deze prachtige geplaveide weg, slingerend door de bergen: ongelofelijk wat een enorme hoeveelheid arbeid moet daar ooit ingestoken zijn – en nog steeds regelmatig om de weg te onderhouden! Alleen bij scherpe haarspeldbochten viel de weg nog weleens een stukje weg, omdat er door de zware vrachtwagens bij het remmen kuilen ingeslagen werden, maar voor de rest was het ook gewoon een uitstekend oppervlakte om over te rijden en Ralph was dan ook heel blij dat hij een paar uur lang enigszins kon doorrijden... Ik moet er alleen niet aan denken om erover heen te moeten rijden met regen of vorst, want ik denk dat de afgeronde keien dan spekglad zullen zijn!

Klik op de foto's om ze uit te vergroten

Na het einde van de geplaveide weg gingen we over naar superfijne maar vaste en egale stofwegen, en een lang stuk betonweg, dus we konden heel de dag redelijk redelijk doorrijden en een gemiddelde van zo’n 30 km/uur aanhouden. De afgelopen twee dagen wil je gewoon geen dutje doen tijdens het rijden omdat je bang bent iets in het landschap te missen... Het berglandschap is eindeloos en gaat eindeloos door in iedere richting en zo ver als je kunt zien, en het is gewoon prachtig. De bergen zijn niet met bossen bedekt zoals in Europa maar ook zeker niet kaal: gras, struiken en hier en daar bomen bedekken de berghellingen, en waar er rivieren stromen of de regen vrijspel heeft in het regenseizoen zijn door watererosie enorme grillige geulen in de ondergrond geslagen. Regelmatig reden we door gortdroge riviervalleien of langs kleine huisjes, nederzettingen of dorpjes; allemaal van de klei/leem/stro mengsels gemaakt en dus als ze niet beschilderd zijn dezelfde kleur als de omgeving! Het landschap was gewoon ongelofelijk gevarieerd, meer nog dan gisteren. Echt onbeschrijfelijk prachtig! Je vergeet als je hier rijdt dat er ook regio’s in de wereld zijn zonder bergen, echt fenomenaal...

Klik op de foto's om ze uit te vergroten

Na een redelijk vlotte en prachtige rit van ongeveer 8 uur kwamen we aan in de buitenwijken van Sucre, na langs de fossielen dinosaurusvoetstappen te zijn gereden die een cementmijn blootgelegd had vlak buiten de stad. Sucre is de hoofdstad van Bolivia maar om de een of andere reden erg moeilijk te bereiken want er gaan geen grote wegen naartoe! Waarom dat is, is niet helemaal duidelijk: het lijkt er op dat ze het gewoon vergeten zijn. Wel is het opvallend hoe veel er aan de weg wordt gewerkt overal – want wij rijden sinds we in Bolivia zijn al weer meer over asfalt dan dat Heidi en Ralph verwacht hadden; de asfaltwegen worden hier echt uit de grond gestampt. Dat is ook een van de redenen dat de route die ze eigenlijk hadden willen rijden afgesloten was – vanwege wegwerkzaamheden. Toen we vandaag bij het splitsingspunt kwamen waar we vanuit de andere route op deze weg naar Sucre zouden zijn gekomen moesten we (weer eens) tol betalen en werd bevestigd door grote borden dat de weg afgesloten was tot eind december. Maar goed dat we dat vanuit de andere kant dus niet geprobeerd hebben en Heidi en Ralph toch gekozen hadden voor de nieuwe route via Totora! Een route die wat ons betreft zeker opgenomen mag worden in het programma... Tol betalen moet hier trouwens regelmatig gebeuren, en het is ons niet altijd duidelijk waar voor betaald moet worden – maar dat is blijkbaar normaal in Bolivia. De laatste kilometers naar Sucre rijdend was een mooie asfaltweg die lekker slingerde tussen de bergen. Hier lagen veel honden langs de weg te dutten, en al gauw bleek waarom; Heidi en Ralph pakte het oude brood van de laatste dagen en gooide dit uit het raam... De Bolivianen geloven namelijk dat deze honden de zielen van de overledenden zijn (en er staan veel kruisjes langs een gemiddelde Boliviaanse bergweg) en dus voeren ze ze, want dat brengt geluk! En de honden vinden dat prima en liggen dus strategisch langs de weg om de restjes op te vangen. Sowieso valt het ons op dat er heel veel honden zijn overal, vooral ook in steden natuurlijk, maar dat bijna alle honden er wel goed en gezond uitzien – en vaak ook alsof ze bij iemand horen, want dan zit er bijvoorbeeld een lintje om de poot of nek.

Klik op de foto's om ze uit te vergroten

Ons hotel in Sucre is een oud stadspaleisje midden in de stad, en onze kamer bleek een half torenkamertje te zijn dat over de daken en kerken van Sucre uitkijkt... Het meest luxe hotel tot nu toe! Om er te komen moesten we echter de truck aan de rand van de stad achterlaten bij een truckersbedrijf als een soort van bewaakte parkeerplaats (niet te veel bij voorstellen hoor, het is allemaal veel eenvoudiger in Bolivia) en in taxis de stad in rijden want groot vervoer mag doordeweeks niet de stad in. Morgen, zaterdag, zou Ralph ons wel gewoon met de truck voor de deur kunnen komen ophalen want dan mag hij wel de stad in – maar nu moesten we dus alles wat we nodig hadden de taxi’s innemen. Wij snappen nooit zo goed waarom mensen dan voor die ene nacht toch weer alle drie de reistassen en koffers mee moeten slepen – wij hebben al onze “dagelijkse” dingen in een klein draagtasje zitten en voor de rest als handbagage alleen de laptop met toebehoren en de rugzak met ons water erin... Maar goed, het paste allemaal in de taxi’s en kwam allemaal goed aan! Het hotelletje heeft een onbegrijpelijke indeling wat tot veel hilariteit leidde bij de kamermeisjes die ons naar onze kamers moesten brengen: nummer 19 was bijvoorbeeld op de begane grond, maar nummer 20, onze kamer, was op de vierde verdieping! Heel erg mooi allemaal, alleen de vier trappen om er te komen, plus het feit dat je op 2700 m hoogte zit hier, breekt ons wel een beetje op – we moeten rustig lopen!

Klik op de foto's om ze uit te vergroten

We zijn na het installeren op de kamer nog even wat straten doorgelopen naar een supermarkt waar we water hebben ingeslagen en wat chips, en een ijsje gekocht hebben in het winkelcentrumpje erboven. Het kost hier allemaal bijna niets! Twee forse schepijsjes met twee bollen ieder voor 2 euro totaal... Ook het avondeten hier kost niets: wij krijgen steeds een budget van 85 bolivianos per persoon waar we voor mogen eten in restaurants zonder buffet (dat is hier veel minder dan in Brazilië), maar dat krijgen we gewoon niet eens op aan voorgerechten en hoofdgerechten, terwijl het omgerekend iets meer dan 10 euro waard is... Een gemiddeld vleeshoofdgerecht kost maar zo’n 40 bolivianos, 5 euro, het is hier hartstikke goedkoop voor ons... Teruglopend naar ons hotel (en de vier trappen op) merkte we weer eens goed dat we de hoogte niet gewend zijn; hijgend kwamen we onze kamer binnen en we konden de eerste paar minuten nauwelijks praten met Piet die ons net geskypet had!


’s-Avonds gingen wij eten in een oud gebouw dat vroeger het Duitse Consulaat was geweest en nu was omgebouwd tot restaurant... Best mooi natuurlijk en ze hadden speciaal voor ons een apart eetkamertje gedekt – maar ik denk dat het mooiste van alles wel de wc-pot in het toilet was! Een prachtige Engelse “Delfts blauwe” porseleinen pot, zo te zien toch zeker uit het einde van de 19e eeuw... Lachen!

Klik op de foto's om ze uit te vergroten

Gisteren Naar boven Naar alle dagen Morgen
free counters