“Zu den grossen Wassern”

36 dagen van kust naar kust door Zuid-Amerika

Dag 24: Zondag 5 september: Potosí [4100 m] (mijn, stadswandeling)

Vandaag was een dagje Potosí: we hadden vanochtend een bezoek aan een van de vele mijnen en ’s-middags een stadswandeling. Maar we mochten gelukkig wel een beetje uitslapen, we hoefde namelijk pas om kwart voor negen te verzamelen... Helaas viel er weinig te slapen en waren we eigenlijk blij dat we een excuus hadden om op te staan, want op deze hoogte slapen valt niet mee! Heidi had al gewaarschuwd dat je af en toe wakker kon schrikken met het gevoel dat je aan het stikken bent (zo erg was het in ieder geval voor mij gelukkig niet) en we voelde ons inderdaad niet erg gemakkelijk vannacht! Bijna heel de groep heeft een doorwaakte nacht gehad en kwam met bloeddoorlopen ogen (ook een gevolg van de hoogte) bij het ontbijt... Hans en ik lagen ’s-nachts allebei constant te draaien en te keren op zoek naar een houding waarbij we beter konden ademen – omdat de lucht ijler is snakt je lichaam naar zuurstof; rond 3000 meter hoogte adem je per keer al 30% minder zuurstof in dan op zeeniveau, en dat wordt natuurlijk alleen maar erger naarmate je hoger komt!


Het ontbijt was ook typisch (Heidi had ons al de avond van te voren gewaarschuwd)... Ten eerste waren de dames tien minuten laat. Toen ze eenmaal geïnstalleerd waren, begon het feest. Alles werd naar je tafel gebracht, en niet alles tegelijk maar steeds maar een paar dingen per keer per tafel – eerst kopjes, borden en bestek, dan een schaaltje met boter en jam, dan een bordje met fruit en yoghurt, dan werd je bestelling voor thee of koffie genomen, dan werd gevraagd of je sap wilde en werd dat gebracht, en uiteindelijk, eindelijk, kwam het brood... En dat ritueel werd voor iedereen herhaald – maar niet iedereen kwam natuurlijk tegelijk de ontbijtzaal in dus het werd op een gegeven moment ontzettend chaotisch toen alle veertien aanwezig waren: de dames wisten amper meer wie wat nodig had... Heidi en Ralph zagen het al somber in voor morgenochtend, want dan wilde ze vroeg vertrekken, dus ze zijn speciaal gaan vragen (met wat geld in de hand) of de dames alsjeblieft, alsjeblieft, morgenochtend vroeger en op tijd aanwezig wilde zijn om half zeven en er alvast voor zorgen (tegen de gewoonte in) dat een en ander al klaarstond...


Om negen uur werden we opgehaald voor de mijnexcursie, in een stadsbusje die zich volgens mij voor allerlei dingen uithuren, zoals dit... En dat busje was op zijn Boliviaans natuurlijk! Dus een enigszins afgetrapt busje met versleten bekleding, een uitbundig versierd interieur met naakte dames op handdoeken, posters van Tasmanian Devil en Bugs Bunny, lampjes, slingers en spandoeken met religieuze leuzen erop, en van buiten ook nog wat religieuze teksten en strepen en dergelijke. De deur ging niet zelf dicht, die werd door de gids die met ons meereed onderweg dichtgegooid. En zoals men in het Boliviaans verkeer rijdt is ook een ervaring op zich...


We hadden beschreven dat er niet zo veel Boliviaanse verkeersregels lijken te zijn, nou dat klopt wel, men is zéér flexibel! Er is geen links of rechts voorrang systeem, het systeem lijkt te zijn dat diegene die het hardste aan komt rijden plus de sterkste zenuwen heeft door het langste door te rijden voordat de rem gebruikt moet worden voorrang heeft... In de praktijk betekent dat dat we onderweg regelmatig bijna andere weggebruikers aantikken of zelf bijna aangetikt worden door andere weggebruikers in het spel wie er voorrang heeft! Wonderlijk genoeg lijkt het iedere keer goed te gaan, ze raken elkaar nooit: je zou denken dat er op iedere straathoek wel een auto in de kreukels moet liggen als je ziet hoe hard ze aan komen rijden, maar dat is niet zo. Inhalen is ook geen probleem; als je maar lang genoeg aandringt en toetert gaat de andere vanzelf opzij zodat je erlangs kan. Toeteren wordt hier vooral vooraf als waarschuwing van aanwezigheid gedaan. Dus auto’s toeteren als ze splitsingen, bochten, wandelaars of andere weggebruikers naderen om te laten weten dat ze eraan komen (niet dat er direct rekening mee gehouden lijkt te worden, gezien het systeem van voorrang eisen), en ze toeteren natuurlijk ook om iets duidelijk te maken, zoals dat ze een taxi zijn die vrij is of dat ze erlangs willen! We genieten dus best wel als we in een Boliviaanse taxi moeten stappen of zoals hier het busje, want het is een avontuur allemaal!


Omdat de mijnen waar we naar toe zouden gaan door particulieren gerund worden, en die mensen erg arm zijn (mijnwerker is geen goedbetaald beroep!), is het traditie als je de mijnwerkers bezoekt om cadeautjes mee te nemen. Uiteraard moet je dan dingen meenemen waar ze iets aan hebben en wat ze kunnen gebruiken... Dus nadat we het deel van de stad ingereden waren dat veel door de mijnwerkers gebruikt wordt werd ons busje stopgezet voor een klein winkeltje dat speciaal voor de mijnwerkers is. Als ze zelf geld hebben kopen ze hier ook de spullen die wij nu vandaag als cadeaus voor ze gingen meenemen. De cadeaupakketen worden voor je samengesteld uit een aantal basisdingen, en kunnen per persoon tussen de 30 bolivianos voor het minimumpakket tot ongeveer 50 bolivianos voor een erg uitgebreid pakket kosten.


Dus Hans en ik hebben onze pakketjes samengesteld: als allereerste en basis ieder een flinke zak cocabladeren met blokjes “katalysatoren” erbij om de stoffen vrij te maken in de coca die de vermoeidheid en honger drukken en maken dat de mijnwerker door kan werken... Cocabladeren zijn voor de Boliviaanse arbeider essentieel, en worden dan ook enorm gewaardeerd als cadeau! En die groene doorzichtige coca-zakjes zijn net zo herkenbaar als bij ons de wietzakjes – je ziet ze ook vaak liggen bij de vuilnis of gewoon op straat. Bij deze zakjes cocabladeren hoorden ook een paar flesjes alcohol, 96% sterk – want hoe sterker de alcohol hoe puurder het erts zal zijn... Ook twee pakjes handgerolde zware shag sigaretten zonder filter (weer met het idee dat hoe puurder de sigaret die gerookt wordt, hoe puurder het erts zal zijn... Verder een staaf dynamiet, een zakje ammoniumnitraat, een lont en ontsteker; Bolivia, en dan met name Potosí, is de enigste plek ter wereld waar in een gewoon winkeltje deze dingen gekocht kunnen worden! En omdat mijnwerkers met hun hele familie in de mijnen werken en er dus ook kinderen zijn, hebben wij het pakket uitgebreid met een paar blikjes gecondenseerde melk en een grote zak koekjes... Dit alles, drie zakken vol, kostte 86 bolivianos – net iets meer dan 10 euro! Dat is voor ons bijna geen geld en we helpen er blijkbaar de mijnwerkers enorm mee, dus dan is het goed he...

Klik op de foto's om ze uit te vergroten

Daarna liepen we naar het mijnwerkersmarktje vlakbij, gewoon een markt met van alles, op zijn Boliviaans natuurlijk dus lekker chaotisch met eetstalletjes (waar om tien uur ’s-ochtends al smakelijk gegeten werd van lekkere warme maaltijden), en allerlei verkoopstalletjes en individuen met een doek met het een of ander voor zich! Wat wel leuk was dat een van de vele vrouwtjes piepkleine aardappeltjes verkocht, ongeveer even groot als krieltjes – gerimpeld, vies en erg onsmakelijk om te zien; alsof ze al aan het rotten zijn qua uiterlijk. Maar dit zijn gevriesdroogde aardappeltjes, die zijn buiten in de kou en droogte ’s-nachts op grote hoogte op natuurlijke manier gevriesdroogd en zijn daardoor bijna onbeperkt houdbaar. Ook maïs wordt op deze manier geconserveerd. En het leuke is, dat doen ze al op deze manier sinds de tijd van de Inca’s, die meesters waren in het organiseren en distribueren van eten door het rijk... We hebben alleen geen idee of ze nog smaken na het vriesdroogproces!

Klik op de foto's om ze uit te vergroten

Na de markt moesten we nog een paar straten doorlopen tot we bij het kantoortje van de gids kwamen – een van de vele donkere deuringangen waarachter een kleine vieze donkere ruimte was met een balie, en die helemaal vol stond met laarzen, oliegoed en helmen met lampen! Het kamertje was misschien wel groot in werkelijkheid, maar dat was moeilijk om te zien aangezien iedere muur van vloer tot plafond ook nog volstond met dozen (electronicadozen, geen idee of dat er ook nog inzat)... Hier moesten we onze kleding passen en aandoen; mooi geel oliegoed, laarzen, een helm en er lag ook voor iedereen alvast zo’n mijnwerkerslamp klaar, die je met de batterij op de rug gebonden moet dragen. Er liep ook een klein meisje mee te helpen, volgens de gids woonde zij op de mijnberg met haar familie; Hans stak haar alvast wat koekjes toe die ze, na keurig dankjewel te hebben gezegd, gelijk wegstopte in het plastic zakje waar haar lunchtrommeltje in zat...

Klik op de foto's om ze uit te vergroten

Toen iedereen aangekleed was moesten we in het busje stappen en reden we naar de mijncoöperatief, ongeveer 100 meter hoger dan de rest van de stad, tegen de berg geplakt. Omdat de mijnen door particulieren worden ontgonnen zijn er weinig voorzieningen, en omdat de berg niet zo heel veel oplevert zijn de mijnwerkers behoorlijk arm. Mijnwerker is een beroep voor het leven en kinderen van mijnwerkers weten niets anders dan dat ze mijnwerker worden – het liefst heeft men dan jongens natuurlijk want die zijn het sterkste; vrouwen en kinderen helpen met de minder zware klussen zoals het erts fijnhakken of spoelen. En de mijnen zelf zijn blijkbaar nogal willekeurig uitgehakt – er zijn geen mooie rechte gangen en er is geen plan van de mijn... Niemand weet precies hoe groot de mijnen zijn of hoe ze lopen, nieuwe gangen worden op gevoel en ervaring gemaakt en volgens de gids ging het maar zelden mis. De gemiddelde leeftijd van de mijnwerkers is 55 jaar waarvan hij er dan 25 in de mijnen heeft gewerkt.

Klik op de foto's om ze uit te vergroten

Om een gevoel te krijgen wat een mijnwerker dagelijks meemaakt gingen wij dus een van de kleinere mijnen in. Maar eerst moesten de lampen omgedaan worden: het hulpje van de gids had twee nog kleinere kinderen opgetrommeld, die haar hielpen ons de batterijen om te binden en de lampen op onze helmen te zetten... We moesten diep bukken want de kinderen konden er anders natuurlijk helemaal niet bij! Daarna was het tijd om de mijnwerkers cadeautjes te geven, ook zodat wij foto’s mochten maken... Het was zondag dus er waren niet veel mijnwerkers zelf aan de slag maar toch waren er een paar families, die gingen natuurlijk al buiten hun huisjes zitten toen ons busje aankwam, in afwachting van de cadeautjes. Tja, het is nogal aapjeskijken zoiets en Hans en ik houden daar niet van, maar we moeten maar denken dat het voor een goed doel is en de mijnwerkers en hun families weer even verder helpt... De gids deed het verdelen voor ons: coca, dynamiet en alcohol werd aan de mannen uitgedeeld. Coca, gecondenseerde melk en frisdranken werden aan de vrouwen gegeven, en tegen deze tijd zaten er een vijftal kinderen afwachtingvol op een rijtje; nu waren zij aan de beurt! De gids riep in het Spaans dat hij inderdaad nog wat voor ze had en verdeelde de zakjes met koekjes onder hen – waarop de kinderen heel vrolijk riepen dat de twee baby’s in hun moeder’s armen ook iets moesten krijgen, want die werden nu overgeslagen... Dus die kregen natuurlijk ook wat, en een van de kinderen kreeg ook nog een zakje coca en alcohol voor haar vader die er nu niet bij was. Daarna maakte de meeste kinderen zich uit de voeten met hun buit, behalve het hulpje van de gids die ook nog een pakket kreeg van de gids voor haar familie.

Klik op de foto's om ze uit te vergroten

Na een groepsfoto voor de ingang van de mijn – en een kleine groepsfoto van mij met het hulpje van de gids en drie andere kinderen die spontaan kwamen knuffelen toen we ze wenkte – was het tijd om de mijn in te gaan. Dat begon al goed je moest gebukt de ingang in en daarna werd het nog iets lager, zodat je bijna voorover gebogen moest lopen... brrr! We hadden allebei dat we er niet al te veel over na moesten denken en ikzelf voelde dat alles goed ging en ik alles onder controle had maar dat er niets “spannends” of overwachts moest gebeuren, omdat ik dan misschien bang zou worden en in paniek raken. Zoiets claustrofobisch is eigenlijk niets voor ons! We liepen een aantal gangen door achter de gids aan – die letterlijk blind de weg leek te weten aangezien hij zelf geen lamp had en dus zichzelf alleen op het licht van mijn lampje kon oriënteren! We liepen een aantal gangen door, soms was er in de grond een gat en moest je elkaar waarschuwen, en regelmatig waren er zijtakken en splitsingen... We konden al gauw zien wat voor een wirwar deze mijn wel niet moest zijn aan gangen – in drie dimensies want er waren ook putten met katrollen waaraan mannen niveaus omlaag konden!

Klik op de foto's om ze uit te vergroten

Op een gegeven moment was er een scheur in de bodem van de gang waardoor we het gat over twee losse planken moesten oversteken, en de scheur ging door tot in de wand waardoor je naar beneden in een ander gangenstelsel kon kijken – daar was een lichtje en was iemand aan het werk. De gids riep hem en vroeg eerst wat voor spullen hij wilde hebben (want de gids had nog altijd wat van onze cadeautjes achtergehouden voor het geval we iemand in de mijn tegen zouden komen); de bestelling werd daarna aan de mijnwerker gegeven, die inmiddels al als een halve spin omhoog geklommen was en nu in de scheur onder de planken klaarstond... Deze gang waar we nu in stonden liep dood bij een tweetal beelden; de “Pachamama” en “Tio”, de moedergodin en de mijnwerkersgod. Tio was een soort mijnwerker in duivelsvorm, gemaakt van een opgevulde overal, mijnwerkershandschoenen, laarzen, een duivelskop met koeienhorens eraan, en een behoorlijk groot stijf geslacht. Hij zat op een troon, omringd door cocabladeren, sigaretten, flesjes alcohol, laarzen en slingers. De gids gooide alcohol uit een van de laatste flesjes over de handschoenen en laarzen van het beeld, nam zelf een paar slokjes en stak toen een lucifer aan en gooide deze op de doordrenkte handschoenen en laarzen. “Tio” werd daardoor natuurlijk gelijk gebaad in een helse vuurzee, wat heel onheilspellend was in die aarddonkere gang! Toen de alcohol opgebrand was en “Tio” weer in het donker verdween liepen wij achter de gids aan terug naar de splitsing en een andere gang in; daar stond ook een altaartje met twee kruizen versierd met slingers, ballonnen (en lege flessen alcohol). Ook Jezus was dus aanwezig in de mijn... Ze kunnen natuurlijk alle steun en geluk gebruiken die ze maar kunnen vinden!

Klik op de foto's om ze uit te vergroten

We kwamen onderweg naar buiten weer een andere mijnwerker tegen, die bezig was bij een van de katrollen. Toen we naar buiten kwamen kruipen bleek dat we uit een gangetje onder de huisjes van de mijnwerkers vandaan kwamen: wij waren na een dik half uur dolblij om weer buitenlicht te zien! Het is onvoorstelbaar (en schrijnend) dat de mijnwerkers gauw 10-12 uur per dag in deze mijnen doorbrengen... Nog enigszins trillerig en gespannen van onze mijnwandeling zijn we in de bus teruggebracht naar het “kantoortje” om terug om te kleden en terug naar het hotel te gaan. Maar eerst kwamen de kinderen bij de mijn nog even aanrennen met houten bakjes met mineralen te koop: voor 20 bolivianos kon je tien verschillende mineralen kopen zoals looderts, verschillende soorten kopererts, zinkerts, enzovoorts...

Klik op de foto's om ze uit te vergroten

Na de lunch in een eenvoudig maar prima tentje vlakbij het hotel was er even tijd voor een siesta en toen begon de stadswandeling... Een man van de groep bleef in het hotel, en Hans twijfelde nog heel erg – hij stond al in het eerste pleintje met mij toen hij toch alsnog besloot om lekker terug naar de kamer te gaan. Uiteindelijk was dat heel slim van hem want we hebben zo’n half uurtje gelopen door de straatjes richting een voormalig nonnenklooster, en toen een rondleiding in het klooster die na twee uur (toen ik wegging) nóg niet afgelopen was! Uiteindelijk bleek de rondleiding ruim tweeënhalf uur geduurd te hebben... Wel interessant op zich, ik heb tenslotte nog nooit zó gedetailleerd uitleg gehad over wat er allemaal in zo’n nonnenklooster gebeurt en waar alles voor was... Maar ja, tweeënhalf uur als je al doodmoe van het reizen bent is een beetje te veel van het goede! Het klooster was klein, voor maar 21 nonnen, en alleen voor de rijkste families – om een meisje toe te laten treden moest de familie in tegenwoordige bedragen eenmalig 100.000 euro betalen, en met enige regelmaat nog allerlei cadeaus geven zoals delftsblauw of chine-de-commande serviezen... En het klooster had zijn bloei in de zilvertijd van Potosí, wat te merken was aan het grote gouden altaar en een enorme brede zilveren halo met kroon erop die nog altijd in processies gebruikt werd. Voor de rest is het gewoon fascinerend in wat voor bochten men zich wringt om zich te onderscheiden van de gewone mensen en om afstand te houden met de buitenwereld... Aan de ene kant beperkend voor de nonnen, maar ook zichzelf onderscheidend en speciaal, geheimzinnig makend waardoor ze veilig binnen hun muren hun eigen leventje konden leiden als een geheimzinnige elite. Want dat is dan weer wel zo, een meisje in zo’n klooster krijgt een veel betere opleiding dan dat ze ooit daarbuiten zou kunnen krijgen – en eer en status...

Klik op de foto's om ze uit te vergroten

Gisteren Naar boven Naar alle dagen Morgen
free counters