Dinsdag 23 augustus: papegaaien, grijze dolfijnen, reuzemieren, piranhavissen

Het deed vanochtend weer zeer om op te staan – letterlijk, in mijn geval, want de matras heeft aan mijn kant een kuil dus onderhand doet heel mijn ruggengraat zeer (ook dankzij de houten bankjes met dunne kussentjes in de kano’s en de niet enorm comfortabele rechte eetzaalstoelen)… Maar het is de moeite waard! Het is gewoon zo bijzonder om hier te zijn, je ziet geen één andere toerist en haast geen mens (heel af en toe een huisje langs de waterrand, maar misschien maar 1-2 per dag), en je bent constant in de weer op het water en in het regenwoud, het is prachtig.

Zoals vandaag met de ochtendkanotocht; we voeren tussen helgroene begroeiing op spiegelglad water met een mooie opkomende zon, plukjes kapok die op het water dreven (overal staan grote kapokbomen vol rijpe peulen), in de lucht en bomen krijsende papegaaien die wakker worden, en af en toe in het water de plons van een vis of een dolfijn… Prachtig! We voeren vanochtend op een van de zijrivieren, en er was een duidelijk verschil in begroeiing vergeleken met de Rio Negro; veel rijker en diverser. Dat komt omdat deze zijrivier wel slib bevat (de Rio Negro is donker, maar helder). We zagen met name veel kapokbomen: die zijn voor ons makkelijk herkenbaar – als de peulen rijp worden verliest de boom blijkbaar zijn bladeren en dan heb je een opvallend boomskelet vol grote oranjerode peulen (of harige dotten kapok als ze al opengebarsten zijn).

Bij het wegvaren tijdens zonsopkomst vlogen er overal papegaaienpaartjes, je kon ze ook overal horen kletsen; dan leek er een kapokboom enorm vol te hangen met peulen, maar vlogen opeens de helft weg! We zijn weer wat smalle boskanaaltjes ingevaren, de kano een weg banend door de takken en struiken in het water (wij moeten dan vaak bukken voor laaghangende takken!)… Dan kom je aan de andere kant eruit en het lijkt precies op waar je erin ging – een enorm oneindig doolhof van bomen en water – wij vinden het enorm knap hoe onze gidsen overal feilloos de weg weten, zelfs ’s nachts in het donker! Dit is weer zo’n plek op aarde dat je haast zou kunnen vergeten dat er ook nog andere landschappen bestaan – het lijkt alsof heel de aarde wel met zo’n waterlandschap bedenkt moet zijn…

In een van de vele inhammen en zijtakken zagen wij opeens iets grijs bijna helemaal uit het water springen – een grijze dolfijn, blijkbaar! Iets kleiner dan de roze dolfijn en niet alleen aan de kleur herkenbaar, maar ook aan juist dat feit dat hij bijna helemaal uit het water komt springen – de roze dolfijn komt enkel met zijn rug of kop boven water. We hebben de grijze dolfijn nog een of twee keer gezien en later ook nog enkele roze dolfijnen, die ons weer leken te plagen – dan kwamen ze hier boven water, en als iedereen naar die plek aan het kijken was kwamen ze weer ergens anders boven water!

Terug op het schip heeft iedereen een beetje in de eetzaal rondgehangen tot het tijd voor het ontbijt was, dat weer eens erg uitgebreid en lekker was, met de meest heerlijke rijpe ananas… Mjam! En na het ontbijt zijn wij naar onze hut gegaan om nog gauw de foto’s te downloaden (batterijen opladen gaat niet omdat er geen stroom is nou) en in het geval van Hans een powernap te doen, want het is al weer bijna tijd om de regenwoudwandeling te gaan doen en we moeten onszelf nog gaan omkleden! Zucht… we kleden ons hier haast even vaak om als op een schip in de poolgebieden!

We moesten weer onze beenbeschermers (beenwarmers!) om, het was een eindje varen een klein kreekje op om de landingsplaats te vinden, en het was een hele mooie wandeling. We zaten in de boot met Souza, en het kostte een beetje moeite om een doorgang door de struiken en takken te vinden om de kant te bereiken en de boot aan te meren, dus uiteindelijk heeft hij zelf maar een doorgang gehakt met zijn machete! Het was gelukkig iets minder warm vandaag dan de vorige wandeling (waarschijnlijk nog wel dik in de 30 graden hoor), en daardoor hebben we gewoon veel gezweet, in plaats van enorm veel…

Je had vandaag écht het gevoel dat je midden in het regenwoud liep – het pad was kleiner en kronkeliger, je hoorde overal geluiden, en overal groeide of lagen planten of bomen op het pad. De ondergrond is een verende, zachte spons van piepkleine oppervlaktewortels (de meeste bomen hebben geen diepe wortels) en al dan niet rottend plantaardig materiaal. Dode boomstammen kon je zo doorheen prikken en worden vaak al gelijk overgenomen door parasieten en schimmels – volgens Souza is alle het dode plantmateriaal hier tussen een paar dagen en paar weken volledig weggerot. En om ons heen was het een dichte, groene, vochtige muur van begroeiing – ik denk dat je al moeite zou hebben om iets te zien wat op 10 meter afstand stond, zo veel planten groeide er. We hebben dan ook geen dieren gezien, maar dat gaf niet, het regenwoud zelf was al een hele mooie ervaring. Alles groeit over elkaar heen en op elkaar – je hebt letterlijk plantaardige parasieten op de plantaardige parasieten van plantaardige parasieten die op planten groeien! Zonlicht is kostbaar op de laagste niveaus in zo’n regenwoud, en het zonlicht bereikt meestal pas echt de grond als er bomen omvallen; veel planten groeien nauwelijks totdat er zich zo’n kans voordoet en dan kunnen ze wel een meter per jaar groeien, in de race naar het zonlicht…

Souza deed af en toe wat bast weghakken met zijn machete om iets te laten ruiken of proeven, en liet op een gegeven moment een mierennest zien – een enorme sigaar van flapjes houtpulp tegen een boomstam aan geplakt… Toen hij vlak naast het oppervlakte ging praten en klappen kwamen er van onder de flapjes houtpulp allerlei piepkleine mieren aanzetten; deze deed hij over zijn handen laten lopen, en dan dood wrijven en hij vertelde dat dit als antimuggen-middel gebruikt werd. Het rook inderdaad een beetje naar citronella! We hebben ook reuzemieren, of “kogelmieren” gezien: een kleine verticale tunnel van klei tegen een boompje aan was de ingang van het nest. Souza deed met zijn machete tegen de boom schrapen en binnen de kortste keren kwamen er mieren van zo’n 2,5-3 cm groot uit het tunneltje zetten om deze indringer te verjagen! Volgens Souza kunnen deze mieren wel 5 cm groot worden, kun je van hun beet wel 24 uur doodziek zijn, en worden ze door de indianen gebruikt bij een initiatieritueel voor jongens om mannen te worden. Ze stoppen met cashewsap benevelde mieren in een soort rieten handschoen, en het jongetje doet deze handschoen aan en gaat in het midden van de groep dansen – terwijl de mieren ondertussen natuurlijk wakker en boos worden en zijn vingers gaan bijten! Brrrr…

En we zagen kleine torentjes van klei van zo’n 15-20 cm hoog midden op het pad die blijkbaar het nest van een cicade moest markeren. Volgens Souza zag hij niet vaak zulke torentjes omdat ze meestal in de regen wegspoelen, maar daaronder legt de cicade dus heel diep haar eieren voordat ze in de bomen klimt en sterft. En dan pas 17 jaar later komen de volwassen larven uit het nest zetten! Souza liet ons een palmboom zien die “wandelde” – hij had hele hoge luchtwortels die uitschieten aan de kant waar het zonlicht vandaan kwam. De luchtwortels aan de andere kant rotten dan weg en de wortels aan de zonkant trekken de palm letterlijk richting het zonlicht. We hoorde in de bomen veel papegaaien en andere vogels, en Souza kon door de roep na te bootsen zelfs met eentje communiceren, maar echt iets te zien kregen we niet. Maakt niet uit, het was niettemin een schitterende wandeling!

Terug in de kano kregen we weer lekker een diepgevroren gezichtsdoekje om af te koelen en het ergste zweet van onze gezichten te wrijven, en terug aan boord van het schip zijn we gelijk gaan douchen en omkleden naar iets minder warms! Ondanks dat we het vermoeden hebben dat de borden en glazen en waarschijnlijk ook het groente en fruit met datzelfde rivierwater dat uit onze kraan komt gewassen wordt, doen wij onze tanden toch maar met flessenwater poetsen… Bij de lunch kregen we vandaag weer een joekel van een Amazonevis, zeker 50-60 cm lang in zijn geheel gebakken, en het ijsje van de dag was tapioca-ijs en als sap was er maracuyasap (een soort passievrucht). Allemaal erg leuk om te proeven en eerlijk is eerlijk, het smaakt niet slecht, maar ik zou het toch ook wel leuk vinden om eens chocolade-ijs te mogen proeven – cacao is tenslotte toch ook een Amazonegewas? Na de lunch was het tijd voor een siësta, want de dag is nog maar halverwege en we hebben nog een vol programma!

Hans en ik hebben als een blok geslapen tijdens onze siesta; het zijn lange dagen en korte nachten… Nog groggy van de slaap zaten we om 4 uur klaar voor het volgende punt op het programma: piranhavissen! Leuk… In de pantanal had Hans ook op piranhas gevist, in het water staand, maar hier zouden we het iets minder spannend maken en vanuit de kano’s vissen.

Toch was het heel leuk om te doen: we kregen bamboehengels met een enorme haak, en stukjes vlees als aas, en voeren met de kano’s naar goede plekjes waar het blijkbaar niet te diep was omdat ze daar graag zitten. We moesten met de hengel op het water slaan om de piranhas te lokken, en regelmatig met het aas bewegen, en dan was het een kwestie van geluk en techniek of we ze aan de haak konden slaan, want bijten deden ze wel! Regelmatig moesten we nieuw vlees aan de haken doen omdat ze het aas al opgegeten hadden zonder aan de haak te komen…

Maar Hans en ik hebben ieder toch 2 piranhas weten te vangen – wij vonden ze groot, zeker vergeleken met die in de pantanal, maar Edivam en de bestuurder gooide ze terug omdat ze niet groot genoeg had. Edivam heeft ook flink wat gevangen, maar de bestuurder was denk ik de absolute ster van onze boot, hij ving in het eerste half uur al gelijk 4 flinke piranhas – en ze kunnen nog groter worden, blijkbaar. Bijna iedereen heeft minstens een piranha gevangen in onze boot – Hans had op een gegeven moment een flinke te pakken die zijn aas aan het opeten was, maar losliet toen Hans hem binnen probeerde te halen, en ik had ook een of twee die ik kwijtraakte terwijl ik ze aan de haak probeerde te slaan… Dus als we de juiste techniek hadden gehad hadden we er vast nog wel een paar meer kunnen vangen! En voor de rest hebben we er tientallen gevoerd… Het was een leuk uitje en op het laatst kwamen er zelfs wat dolfijnen de inham waar we zaten inzwemmen – we zagen het water spetteren maar hebben ze zelf niet echt gezien. De piranha’s die groot genoeg waren gingen mee terug naar het schip, die krijgen we over een dag of wat blijkbaar als snack, maar ze moeten eerst nog bereid worden. We hoorde ze iets zeggen over in azijn leggen, dus we zijn benieuwd wat dat wordt!

Terug aan boord kregen we weer lekker versgebakken plataanchips als snack, en het avondeten was tegen verwachtingen in erg lekker en net iets anders dan anders. Er was natuurlijk de verplichte rijst, kip en bonen, maar in plaats van de standaard groene sla hadden ze een sla met kikkererwten en palmharten, en er was ook een heerlijke oranje puree van het een of ander en gevulde pannenkoeken. Het vlees was weer erg taai – wat ze ermee doen weten we niet, het is vaak erg lekker gekruid, maar je komt er nauwelijks doorheen! Als toetje kregen we roze pudding met roze jelly… Lekker! Helaas kregen we tijdens het eten “slecht” nieuws, want de avondkanotocht gaat niet door. Waarom was niet duidelijk, maar het geplande praatje op het achterdek over de indianenvolken ging ook niet door vanwege de vele insecten hier, dus misschien had het daar ook iets mee te maken. Heel erg jammer want dat is toch erg leuk en spannend, maar we zijn er toch ook stiekem een heel klein beetje blij om want het betekent dat we een paar uurtjes vrij hebben om te luieren en dat we eerder naar bed kunnen; we zijn moe!

free counters