Woensdag 24 augustus: huisjes, ruines, cacao, legendes

Om de een of andere reden liggen wij hier vreselijk veel te dromen ’s nachts – in Hans zijn geval zijn het zelfs regelmatig enge dromen! En we zijn al vroeg wakker, vannacht zelfs een paar keer… We waren vannacht niet verplaatst, dus de ochtend kanotocht vertrok dezelfde richting op als waar we het piranhavissen gedaan hadden – alleen waar we daar door een gat in de zijrivierwand waren gegaan naar een groot meer, bleven we nu een heel eind de rivierloop volgen. Die kronkelde van links naar rechts, en dat is natuurlijk mooi om daar dan met de kano’s doorheen te varen – of te drijven op de stroming.

Het blijft gewoon genieten van het regenwoud om ons heen, en de riviertjes waar we op varen. We zien wel dieren, van prachtige vlinders tot papegaaien tot roze dolfijnen in het water, maar het is zo vreselijk moeilijk om ze op de foto te zetten of er überhaupt dichtbij te komen! Apen zie je bijvoorbeeld op z’n dichtstbij in hoge woudreuzen spelen, en dan moeten we vaak nog aan de andere kant van de rivier blijven of ze gaan er van door… En zelfs als er wel dieren vlakbij ons in het regenwoud zijn, dan zien we ze nog niet, want je ziet na enkele meters al niets meer in die ondoordringbare groene muur van planten! We zagen op deze kanotocht weer een paar keer apen hoog in bomen aan het spelen, en dat is leuk om te zien, al zie je ook heel vaak alleen de takken bewegen…

Wij zaten in de boot met Edivam, en hij bracht ons op een gegeven moment naar een inham aan een meer, waar er een paar huisjes stonden. Ze leken verlaten, en de kano’s in de inham lagen onder water en leken dus gezonken, maar Edivam legde uit dat zo’n huis vaak maar tijdelijk verlaten werd. Een familie zou er een paar jaar leven voordat ze doortrokken naar een andere plek, en dan kwam er vaak een nieuwe familie wonen. En de kano’s waren onder water dus dat was voor hem een teken dat dit huis misschien niet helemaal verlaten was, want kano’s zijn het vervoermiddel van de Amazone, en door ze onder water te laten kunnen ze niet opensplijten in de hete zon en kun je ze jaren goed houden… Kans dus dat de eigenaren van de kano’s nog terug zouden komen.

Tegen het einde van de tocht zagen wij in een wat breder stuk van de rivier een stel roze dolfijnen spelen, met in de verte een of twee grijze dolfijnen. Het bleek dat het het paarseizoen was voor de roze dolfijnen, dus ze waren zich duidelijk aan het uitsloven en kwamen meer en vaker boven water dan dat ze normaal zouden doen – voor ons natuurlijk fantastisch om te zien! Je wist alleen niet waar je moest kijken want ze kwamen dan weer hier en dan weer daar boven water…

Onderweg terug naar het schip besloot Edivam een afsteggertje te proberen – een prachtige tunnel dwars door het woud heen, met af en toe openingen tussen de bomen. Maar we moesten terugdraaien want we kwamen op een zandbank terecht, het was te ondiep om verder te kunnen. Dus Edivam voer ons terug naar de rivier en nam de volgende afstegger, naar een kleine opening in het woud waar 3 huisjes stonden zonder muren, alleen een vloer op palen en een rieten dak en wat planken tegen de zijkanten… Deze waren duidelijk nog wel actief bewoond, want er lagen trossen verse bananen en ander fruit, en wat bezittingen. Je kon om de huisjes heen fruitbomen en groentes onderscheiden; niet netjes in rijtjes geplant en overal groeide ook “onkruid” (waarschijnlijk onvermijdelijk midden in het regenwoud) maar toch duidelijk wel de moestuin van deze familie. Al gauw kwam Souza’s boot ook de opening in varen en hij vertelde dat hij opgegroeid was in zulke boswoningen.

Terwijl wij de huisjes en de omgeving bekeken maakte Edivam even een noodstop en verdween de helling op, op zoek naar de wc van deze familie – want dat hadden we in het dorp dat we eerder bezochten gezien, dat families hier wel vaak een gat in de grond als wc gebruiken. Edivam had echter wel zijn machete bij, waarschijnlijk voor slangen en ander gespuis! En onderweg terug van zijn sanitaire pauze verdween hij even tussen de fruitbomen achter een van de huisjes en kwam terug met 3 rijpe cashewvruchten, alledrie met de cashewnoot er nog onderaan. Toen was het min of meer tijd om terug te gaan naar het schip. Dat merken we wel hier, een tochtduur van 2 uur is enkel een indicatie en ze zullen echt niet op de minuut terugzijn als er veel te zien is, of de kantjes er vanaf lopen. Vaak zijn we zelfs langer onderweg want ook als we al bezig zijn terug te gaan en ze denken iets te zien zullen ze de kano’s omdraaien om te checken wat het is. Zo hebben wij het het liefste!

Het ontbijt zag er weer prachtig uit, met veel groentes en fruit, en lekkere limoencake. Heerlijk… Edivam deed tijdens het ontbijt zijn cashewvruchten in dunne plakjes snijden en uitdelen aan iedereen; wat een rare vrucht! Het rook een beetje raar, de geur leek onder andere een beetje op verse pompoen, en de smaak was niet uit te leggen maar het vruchtvlees was een beetje rubberachtig, en je lippen en tong werden er een klein beetje gevoelloos van… Niet onze favoriete vrucht, in ieder geval; dat is een smaak waar je echt van moet leren houden vermoed ik. En blijkbaar zijn de cashewnoten zelf eigenlijk nog giftig in hun natuurlijke vorm; er zit een schil en een soort vernis om de noot zelf, dus deze moet eerst goed geroosterd en gepeld worden. Geen wonder dat cashews zo duur zijn als het zo bewerkelijk is om ze te plukken!

We waren bij terugkomst op de boot gelijk weer gaan varen, en rond 10 uur waren we aangekomen op onze bestemming; de ruines van het dorp Velho Airao (“Oude Winderige Plaats”… Ik had in gedachten de ruines van een rieten hut zoals we vanochtend langs de rivier gezien hadden, maar dat was niet zo, we kwamen aan bij een klein stenen gebouwtje met een trap ervoor en bogen aan de voorkant. Blijkbaar waren hier in de regio voor het eerst ergens in de 17e eeuw Portugezen neergestreken, die natuurlijk de lokale bevolkingen gingen uitbuiten. Met name op deze plaats was ooit een rijke “coronel” komen wonen (welke eeuw precies weten we niet maar ik denk zo’n 150-200 jaar geleden) die, heel slim, lokale indianen uit het noordoosten van Brazilië ronselde om hier te komen werken voor hem. Uit die regio hadden ze wel “ambitie” zoals Souza het noemt, en wilde graag hard werken, niet zoals de indianen die al in de Amazone woonde.

Deze coronel beloofde deze mensen gouden bergen als ze bij hem in de Amazone kwamen werken, en ze kwamen mee maar konden niet lezen of schrijven of rekenen, of overleven in het regenwoud, dus wat hij deed was ze constant voorhouden dat ze schulden hadden bij hem en ze in feite dood laten werken om die zogenaamde schulden te vereffenen. Het begon bij aankomst hier in de Amazone, dan vertelde hij ze dat ze hem de overtocht per boot moesten terugbetalen om hier te komen; en de goederen die hij ze gaf om überhaupt hier te kunnen werken en wonen. Deze mensen waren arm en hadden natuurlijk geen geld, maar dat was geen probleem zei hij, hij noteerde alles in zijn grote boek en zou het verrekenen met hun salaris voor het aftappen van rubber, dierenhuiden en de gewassen die ze kweekten voor hem. Ze mochten hun families weer bezoeken als ze schuldenvrij waren – en dat was zijn slimmigheidje, dat gebeurde zogenaamd nooit… Tot er eentje wél bleek te kunnen tellen – die heeft hij inderdaad zijn geld gegeven, maar onderweg naar huis dood laten schieten. Anderen vluchtten het regenwoud in om te ontsnappen aan deze slavernij en trouwden met indianen, en daaruit ontstonden Caboco’s (halfbloed indianen, ze vinden het woord zelf blijkbaar een scheldwoord). Uiteindelijk is deze plek vervloekt geweest, de coronel stierf en de boel raakte overwoekerd.

Souza vertelt al dit soort dingen met enorm veel enthousiasme: het zijn natuurlijk ook zijn verhalen en geschiedenis, hij komt uit deze regio. We hebben rond de ruines gelopen en gekeken naar de overblijfselen van de fruitbomen en rubberplantages. Overal deden Souza en Edivam weer voor wat het was en hoe het smaakte of reageerde; zo hebben we het vruchtvlees van cacaobonen geproefd (lekker zoet, net een snoepje en totaal niet herkenbaar dat hier chocolade uit voortkomt) en lieten ze zien hoe rubber getapt werd en hoe elastisch het verse sap uit de boom al is. Allemaal heel erg leuk en interessant! We bezochten ook de lokale begraafplaats van dit spookdorpje, die net als de ruines al flink overwoekerd was geraakt – het regenwoud is al druk bezig om alles terug te eisen… Dit dorp was vervloekt geweest door een priester, die zei dat de mieren het zouden overnemen; en dat klopt aardig. De lokale bijnaam van deze ruïne is namelijk “mierendorp” en het stikte er van de vuurmieren die ons overal waar ze ons konden bereiken venijnig beten! Ik moest er op een gegeven moment zelfs eentje uit mijn navel halen, dat deed zeer!

En als laatste bezochten we een levend dorpje dat aan de rivieroever lag, om te leren hoe maniok (of cassave) bewerkt wordt. De rauwe wortel is namelijk hartstikke giftig, vol cyanide, en deze moet eerst gepeld, geraspt (of geweekt in water), geperst, onder water gezet worden, weer geperst en uiteindelijk in een enorme pan boven een oven langzaam gebakken worden voordat het meel eetbaar is. Als je de wortel raspt wordt het uiteindelijke meel zurig, en als je het in de rivier weekt zoetig, dus meestal doen ze allebei en dan de pulp in bepaalde verhoudingen met elkaar mengen. Iedere familie in het woud heeft wel zo’n “meelkamer” waar alle materialen bewaard worden om maniok te bereiden, en als ze het bereiden moeten ze opletten dat er geen dieren bij het pulp kunnen, want sommige (varkens) kunnen er dronken van worden, en andere (koeien, honden, katten) kunnen sterven als ze het eten. Alleen gevogelte zoals kippen en eenden heeft er blijkbaar geen last van…

Ze gebruiken het meel (maniok) in keiharde gelige korrelige vorm als onderdeel van iedere maaltijd, en het stijfsel (tapioca) wordt veel voor gebak en pap gebruikt. Dan blijft nog het gele sap over dat gewonnen wordt tijdens het persen; dit is zeer giftig want vol cyanide – dat wordt twee uur lang gekookt en met zout, specerijen en allerlei soorten fijngehakte chili’s gemengd om een soort zeer pittige saus te maken. De cyanide zelf is tegen die tijd verdampt. Deze saus wordt, net als een soort sambal, ook bij iedere maaltijd gebruikt en er staat hier op het schip altijd een flesje van bij het eten.

Terug aan boord van het schip ging het opeens gieten (Hans en ik zaten op de eerste kano en waren net op tijd), en in de stromende regen stonden wij onder het afdak op het achterdek en zagen een tweetal roze dolfijnen spelen vlakbij de boot! Leuk! Maar weer onmogelijk om goede foto’s te maken want je weet gewoon niet waar en wanneer ze weer boven water komen… We zijn gauw gaan douchen voor de lunch, want al is het minder warm je zweet toch veel op zo’n wandeling, en na de lunch (en een heerlijke bananenpudding toe in plaats van ijs) heeft Souza een uurtje lang over de legendes en verhalen van het regenwoud verteld. Best interessant, veel van de “enge” verhalen en waarschuwingen draaien eigenlijk om het feit dat je alleen moet nemen wat je nodig hebt van het woud en niet meer dan dat. En hij eindigde met een spannend verhaal over een achtervolging door een reuzenanaconda dat een grap bleek te zijn. Toen was het tijd voor nog een dutje in Hans zijn geval en even bijtypen in mijn geval (ik deed daarna ook nog een kort dutje hoor)…

Om 4 uur was het weer tijd voor de middag kanotocht; we waren tijdens de lunch en de siesta weer een eind gevaren – we zijn sinds gisteren blijkbaar weer bezig om terug naar beneden te varen, richting Manaus. Vrijdag gaan we namelijk voorbij Manaus op de Amazonerivier zelf varen! In de baai/meer/inham/bocht van de rivier (ik weet het onderhand niet meer, alles lijkt op elkaar hier!) waar we gestopt waren voor de kanotocht waren aan de overkant een paar huisjes. Wij zaten dit keer in de kano met Edivam, en toen wij langs de huisjes voeren werd er druk gebaard door een van de mannen daar. Dus Edivam stuurde de kano het inhammetje in tussen de bomen en de man kwam ons tegemoet lopend, wijzend op zijn been; daar zat een behoorlijk grote wittige boomkikker op gekleefd! Misschien wel zo groot als een mannenvuist. En terwijl de man ons tegemoet liep om ons zijn spontane huisdiertje te laten zien klom de kikker naar boven over de man zijn been, over zijn arm, op zijn schouders om op zijn haar te stoppen – geen gezicht natuurlijk! Net op het moment dat de man de doorgebogen plank in het water opliep die als steiger dienstdeed verdween de kikker echter met een grote sprong in het water. Jammer, ik had toch zo graag die kikker op mijn armen of benen gehad!!

Vlak na vertrek op onze kanotocht zagen we ver weg in de verte in totaal wel 6 prachtige rode papegaaien hoog in een boom zitten. En terwijl we naar de papegaaien keken zagen en hoorden we een familie apen in een van de bomen ernaast spelen. Edivam en Souza waren erg opgewonden, dit was duidelijk heel bijzonder om gelijk al zo veel tegelijk te zien, en met name die papegaaien waren bijzonder! Het was inderdaad leuk om te zien maar zo jammer dat ze zo ver weg waren dat je ze met het blote oog nauwelijks kon waarnemen. Gelukkig deden ze de kano’s heel geleidelijk dichterbij sturen zodat je ze op het laatst ook zonder verrekijker kon zien, we hebben daar denk ik toch zeker een half uur gedreven op het meertje, tuurden naar de bomen.

Uiteindelijk vlogen de papegaaien weg omdat er een aap in hun boom klom en wij natuurlijk te veel lawaai maakte, en vertrokken de apen uit het zicht, dus zijn we verder gevaren de rivierinham in. We kwamen al gauw in een beetje onheilspellende omgeving terecht; een meertje vol struikvormige boompjes in het water met brede takken, omringd door een donkere regenwoudrand van stammen en daarachter donker… Erg mooi en een beetje onwerelds. In de struikboompjes in het water hingen stekelige ronde vormen; dit bleken zoetwatersponsen te zijn!

Terwijl we in de kano’s in dit meertje ronddobberde werd de lucht donker – het was vanmiddag al benauwend warm en vocht geweest, nu ging het licht waaien. En al gauw vielen de eerste druppels dus was het tijd om terug naar het schip te gaan. Ze willen gewoon geen risico met ons nemen, en dat is bewonderenswaardig zelfs al hebben we af en toe het idee dat wat regendruppeltjes vast geen kwaad kunnen. Maar het weer kan zo omslaan naar storm en een kano midden op het water is kwetsbaar. Dus, geen risico!

Terug op de boot hadden we een verrassing; onze piranha’s van de vorige dag waren gebakken en diende als middagsnack! En nadat iedereen ermee geposeerd had en voorzichtig aan de tandjes had gevoeld (echt net scheermesjes zo scherp) werden ze in stukken gehakt en konden we ze opeten. Edivam merkte op dat wij de piranha’s net zo behandelde als zij ons zouden doen, want we stonden allemaal om het bord heen ze met onze handen aan stukken te scheuren en binnen de kortste keren waren er alleen nog maar koppen en graten over – ze waren errug lekker en krokant gebakken dus je moest met je vingers eten om het vlees van de grootste graten te halen (de kleinste graten waren zo gebakken dat je ze kon opeten)… Heerlijk!

Tijdens deze snack merkte we dat de lucht in de verte al weer donker aan het worden was. De snacks worden altijd op het achterdek geserveerd, dat is dus buiten; en onze hut is ook op dit dek, net zoals de stuurhut. En terwijl we nog wat rondhingen buiten zagen we dat we recht op een gitzwarte onweersbui aanvoeren. Je kon de regen al over het water zien jagen in de verte, en de wind werd ook steeds harder, het voelde opeens alsof we op zee waren (we hebben tot nu toe nauwelijks golven natuurlijk). We waren net ook op een open deel van de rivier, ver van beide oevers vandaan met alleen een klein eilandje in het midden. Het schip moest echt tegen de wind in worstelen om vooruit te komen, en de storm kwam steeds dichterbij, met bliksemflitsen in de verte en zelfs al gedonder. De kapitein kwam zelfs boven dek om het stuur over te nemen, en loodsde het schip naar de rand van het eilandje voor ons, waar we ons vlak voor de storm losbarstte letterlijk in de struiken nestelde om te schuilen voor de ergste wind.

We hebben daar denk ik een half uur gelegen terwijl het goot van de regen – van de wind hadden we hier gelukkig weinig last – en terwijl de inmiddels inktzwarte lucht iedere seconde een fractie lang volledig oplichtte… Echt een indrukwekkende storm! Het donderde ook wel maar niet zo veel als je zou verwachten, want de lichtflitsen bleven in de wolken hangen en kwamen nauwelijks naar de aarde toe. Zoiets heb ik nog nooit gezien, zo’n bliksemwolk die constant oplicht – het was dan steeds een fractie van een seconde zo licht als overdag, en dan weer gitzwart, en dan zag je weer even de schaduw van de palmbomen in de wind, en dan weer niets… Indrukwekkend!

Tegen de tijd dat het etenstijd was, om 7 uur, was de storm weer wat gaan liggen – het regende alleen nog vooral, en in de verte zag je onweer – maar vanwege de grote hoeveelheid regen is dan het luik van de hoofdtrap gesloten en moeten we over het achterdek, via een steile trap achter aan het schip naar beneden om dan langs de hutten op het lager gelegen dek naar de eetzaal te lopen. Wij waren er bang voor dat er geen avond kanotocht zou komen, want het waaide en regende nog wel wat en de horizon was nog vol met onweersbuien en oplichtende onweerswolken. Plus alle excursies vinden plaats op vaste plekken, en niet zomaar ergens langs de rivier, en om bij de plek van vanavond te komen hadden we eigenlijk zo’n 2 uur moeten varen na de middag kanotocht – en dat was niet gelukt vanwege het schuilen voor de storm. Dus Edivam zei dat we zouden afwachten met een beslissing te maken tot kwart over 8, maar dat het waarschijnlijk niet door zou gaan. Inderdaad, helaas, we waren niet op tijd bij de geplande plaats en het weer was nog onstuimig dus we hadden een vroege avond vrij. Op zich wel beter natuurlijk dat ze zo voorzichtig zijn, al is het dan jammer van de activiteit!

Tot onze complete verrassing kregen we ’s avonds opeens een smsje van Hans zijn zus – we zijn ongemerkt toch weer enigszins in de buurt van civilisatie gekomen: Novo Airao, het stadje dat is ontstaan doordat mensen de vervloekte plek van de ruines van vanochtend verlieten. Gauw hebben we dus een smsje naar iedereen gestuurd dat we het enorm naar ons zin hadden hier en het heel mooi is. Wat zal iedereen blij zijn met onze smsjes die om kwart voor 3 ’s ochtends binnenkomen… Ahum. Nou is het kwart voor 10 onze tijd, Hans ligt al een kwartiertje te slapen en ik ben ook doodmoe; het is bedtijd!

free counters