NOVEMBER 2018: ZUID-AFRIKA, ZAMBIA

Ik had vanochtend vroeg nog verschillende keren diarree gehad vanwege de voedselvergiftiging, en besloot dus toch maar weer een immodium in te nemen voor vandaag en te hopen dat het overdag zou meevallen. Op zich hebben we verder wel redelijk goed geslapen, ook omdat we zo moe waren gisteren!


We zijn op ons gemak om 8 uur opgestaan vanochtend, na een redelijk goede nacht in een gigantisch bed! Bij deze accommodatie was geen ontbijt inbegrepen, en we hadden gisteren in de supermarkt een lekker-uitziend pizzabroodje gekocht voor de lunch vandaag, maar besloten die dus maar als ontbijt te eten, aangezien het bij nader inzien erg onhandig zou zijn om zoiets in de auto te eten. Dus we hebben de pizza lekker opgewarmd in de magnetron in onze kamer, een kopje thee erbij gezet, en het was al met al een prima ontbijtje!


Toen hebben we onze spullen ingepakt en in de auto geladen en zaten, laat voor ons doen, rond 9:30 in de auto onderweg naar het eerste punt op het programma, Golden Gate National Park. Bij het maken van de route was Harrismith de meest logische eerste overnachtingsplaats geweest vanuit Johannesburg, maar ik kon daar maar geen accommodatie vinden die goed voelde. We hebben iedere dag dat we samen reizen van tevoren geboekt via een boekingswebsite, voor een beetje zekerheid zodat je ’s middags niet nog hoeft te zoeken voor een accommodatie die misschien volgeboekt is, en omdat het erg handig gaat en goed georganiseerd is via die site – je krijgt over het algemeen binnen een dag of twee reactie als je iets vraagt, en kunt van tevoren al een hoop uitkienen. Ik heb dus steeds gezocht naar goede en hopelijk comfortabele accommodaties op of in de buurt van de route die niet te duur zouden zijn, voor zoveel mogelijk ter plekke te betalen met cash, en consequent goede degelijke reviews hadden. Met name dat laatste konden we nu dus goed via de boekingssite uitpluizen, en geeft een beetje zekerheid dat je in een redelijke kamer voor een redelijke prijs terecht komt aan het einde van een lange dag. Maar bij Harrismith kon ik dus niets echt aansprekends vinden, en toen ik zo’n 70 km naar het westen naar Bethlehem keek, bleek dat gelijk de veel logischere keuze te zijn; goede prijzen, uitstekende reviews (we waren ook dik tevreden), prima ligging plus een mall dichtbij en natuurlijk die beste Ocean Basket... Vanuit Johannesburg rijdend gisteren maakte het niets uit, en voor vandaag betekende het een kleine omrit om de ingang van het park te benaderen, maar dat woog niet op tegen de veel betere accommodatie in Bethlehem!

Het Golden Gate National Park is een klein nationaal parkje dat volgens internet een klein, vergeten maar verrassend pareltje is, en inderdaad, we hebben een hele mooie rit gehad. Ondanks dat het voelt alsof we op zeeniveau zitten, rijden we al sinds we in Johannesburg geland zijn op een hoogte tussen de 1500-1600 meter boven zeeniveau. In dit parkje reden we volgens de GPS tussen de 1600-2100 meter hoogte, slingerend tussen prachtige grillige verweerde en geërodeerde zandstenen en (ruw)granieten rotswanden, waarbij de bovenkanten als zwammen uitwaaierde. Dat kwam omdat er een harde laag graniet bovenop zachte zandsteenlagen was afgezet, waardoor grillige en soms erg grote overstekken ontstonden door constante aanvallen op de zachte tussenlaag door wind en regen en misschien ook grote temperatuurverschillen tussen dag en nacht. We reden over slingerende en soms steile wegen tussen en door de rotsformaties die afgewisseld werden met winderige grasvlaktes zonder een enkele boom en kaal gewaaide rots ondergrond.

We hebben ieder afsteggertje genomen die we konden vinden (er waren er echter helaas niet zo veel), en slingerde zo kriskras steeds heen en terug naar de hoofdweg door het park. Onderweg wist ik dat er een “gierenrestaurant” moest zijn, dus wij reden ernaartoe en Hans parkeerde de auto in de berm bij het weggetje dat naar boven leidde; het leek eerst een wandelpad, eenmaal boven bleek er een klein parkeerterreintje te staan, en van daaruit moest je nog een klein eindje lopen over een winderige richel van groen gras waar je haast uit je kleren waaide! We kwamen uiteindelijk bij een klein observatiegebouwtje dat uitkeek over een kleine vlakte, waar de kaalgeplukte resten van een karkas lagen – helaas, we waren zo te zien een dag of twee te vroeg! Zo te zien werd er hier namelijk gewoon eens per week of per paar dagen een karkas weggelegd en kon je vanuit het observatiegebouwtje kijken terwijl de verschillende gierensoorten die hier leefde het opaten. Nu was er niets meer te halen, maar we konden zien dat dit een hele authentieke ervaring moest zijn als er vers vlees lag – meer natuurlijk, en niet zo op uur en tijd als het spectaculaire gierengeweld van het hotel in Zimbabwe!

Nadat we ver de mooiste landschappen gezien hadden, reden we door een nauwe riviervallei met daarboven de uitzwammende rotswanden, vlakbij het “main camp” van het park. Hier was een plek in de riviervallei waar tientallen jaren geleden een bijzondere vondst is gedaan van de oudste en best bewaarde voorbeelden van dinosauriërsnesten: doordat de nestplaats in één keer bedolven was geraakt onder een zandstorm (met de harde wind die vandaag over de vlaktes en tussen de kloven door gierde konden we daar wel iets bij voorstellen), konden archeologen bewijzen dat deze dinosauriërsoort niet alleen jaarlijks groepsgewijs terugkeerden naar dezelfde nestplaats, maar ook dat ze op de eieren broedden en de jongen voerden. Want er werden laag op laag van nesten gevonden en de bovenste laag van eieren en jongen die nog niet voor zichzelf konden zorgen was in alle fases van ontwikkeling door de zandstorm bevroren geraakt in de tijd. Hier hebben we alleen allemaal niets van gezien, want de eieren zelf liggen al jaren voor onderzoek in Canada, en het infocentrum en museum dat hier letterlijk al zo’n 10 jaar geleden zou komen was net in aanbouw. Ach ja!

We reden nog even de main camp in om te kijken of we bij de receptie misschien nog wat meer informatie over de fossielen konden vinden. Maar het main camp kwam een klein beetje verlept en verloederd over, en het werd ons al gauw duidelijk dat de dames achter de receptie ons niets konden vertellen over fossielen, dus we zijn weer verder gereden, richting de uitgang van het park.

We hebben in ieder geval genoten van de ongeveer 30-40 km door het park, en daarna was het landschap ook nog altijd erg mooi. We rijden nu namelijk via het westen rond Lesotho, dat omringd is door de imposante Drakensberg bergketen, en heel vandaag reden we op de Maloti scenic route, door weidse glooiende landschappen van geel gras met groene plukjes bomen en omlijst door grillige verweerde rotsen in alle kleuren oker van geel via oranje naar bruin. Een tijdlang reden we zelfs door een Afrikaanse versie van Monument Valley in Amerika, met van die alleenstaande rechte rotsplateaus in het landschap. Erg mooi!

Later op de dag werd het landschap “gewoon” Afrikaans mooi, en waren de rotspartijen en plateaus verweerd tot de gebruikelijke “koppies”, om te zien net stapeltjes reuzeknikkers in het verder redelijk vlakke landschap. Met daaromheen het lange goudgele gras wuivende in de harde wind, en in de verte de steeds hoger wordende bergen van Lesotho. We hebben in de loop van de ochtend een kleine pauze gehouden en langs de kant van de weg wat appeltjes geschild en opgegeten – erg lekker en fris, we hadden tijdens onze supermarkt-inkopen gisteren hele kleine handappeltjes gezien, en Hans stelde voor om daar een zakje van mee te nemen. Dat beviel goed!

Onderweg zochten we een stadje met supermarkt om wat inkopen te doen voor de lunch. Het eerste stadje sprak ons niet direct aan plus we zagen ook gewoon geen supermarkt op de route, wel was er op bijna ieder gebouw een groot kruis gehangen of geschilderd. Apart! In het tweede stadje waar we doorheen reden was er mooi op onze route een supermarkt, dus stopte we even om wat gemberkoekjes te kopen, en een hartige koek voor de lunch; supermarkten hebben bijna allemaal een gedeelte voor warme maaltijden om mee te nemen, met onder andere een vitrine vol allerlei smaken bladerdeeg-pasteitjes, Engelse pies en soms zelfs pizzapunten. Die hadden ze hier ook, alleen we konden niet goed zien wat er op de pizza zat dus ik vroeg het maar voor de zekerheid: avocado en ananas leek me niet zo’n geslaagde combinatie dus we hielden het maar bij een kippenpastei! De laatste 80 kilometer naar onze overnachtingsplaats was een heerlijke rustige weg met perfect asfalt, een echte verademing na al dat hobbelige asfalt van vandaag!

Onze overnachting was een comfortabele bed en breakfast met kleine camping in het kleine boerenstadje Zastron (een groot dorpje eigenlijk). Toen we het gevonden hadden, wat niet zo gemakkelijk was want het gridvormig stratenplan was toch niet precies zo gridvormig als onze GPS beweerde en we moesten twee rondjes rijden omdat straten niet zo ver doorliepen als we verwachtte, bleek het schitterend te liggen, met uitzicht op het “Oog van Zastron”. Dat is een hoge bergklif die hier uit het glooiende landschap steekt, met daarin een loodrechte rotsmuur met een gat erin. Ongelofelijk genoeg zou dat gat wel 9 meter doorsnede moeten zijn, we zijn het niet gaan opmeten want de rotsmuur torende zo’n 500 meter boven ons uit! De eigenaresse van de accommodatie bood haar excuses aan dat we een klein beetje verdwaald waren geraakt tot we hun richtingsbordjes vonden en konden volgen: het was inderdaad lastig om te vinden als je het niet wist en ze hoorde wel van meer klanten dat ze even hadden moeten zoeken. Maar ja, alle gps’en sturen je al naar rechts vóór je het eerste richtingbord naar de accommodatie ziet, vandaar dat het vaak mis ging!


Ons kamertje was een keurig kamertje met terrasje aan de rand van het grote campingterrein, mooi aangelegd met overal bomen en bloemen. Ook vanuit onze kamer hadden we uitzicht op het Oog, dat gek genoeg in de loop van de middag bijna onzichtbaar werd vanwege de stand van de zon. De kamer zelf was zoals gezegd prima, alleen we moesten wel even lachen omdat het bad geen doucheslang had – je kon jezelf dus alleen wassen door een echt bad te nemen! Ach, we hebben gisteren lekker gedoucht, we slaan wel een dagje over… We hebben ’s middags lekker even gerust in onze kamer en wat thee en oploskoffie gedronken, en Hans heeft een klein dutje gedaan terwijl ik een beetje gesuft heb.

‘s Avonds zijn we naar het beste (en enigste) restaurant van Zastron gereden, Nell’s Restaurant, een verrassend hippe tent waar de menu’s heel origineel in grote letters op de muren geschreven waren, met ernaast hoeveel stuks er nog waren van dat gerecht; slim en leuk bedacht! We bestelde allebei steak, Hans lekker medium rare want we hadden wel het vermoeden dat het hier goed zou zijn, en ik medium well done omdat ik toch nog een beetje voorzichtig wilde doen met mijn voedselvergiftiging – het restaurant deed volgens de teksten op de muren NIET aan well done, dan ging je maar ergens anders eten want dat vonden ze vleesmishandeling, maar medium well done was geen enkel probleem, zeker niet toen ik uitlegde waarom! We hebben een prima voorafje gehad, en misschien wel de lekkerste steak ooit op, precies goed gebakken en bedolven onder een berg heerlijke oven gedroogde uienringen en met blauwekaassaus. Smullen! En dat voor omgerekend 6 euro voor 300 gr steak en in zo’n uithoek… Hmmm! Na deze twee goede restaurants achter elkaar zal het de komende tijd wel een beetje afkicken worden ben ik bang…

Terug naar onze accommodatie rijdend in het laatste restje schemer was het al aardig fris geworden; volgens de eigenaresse zou het morgen misschien maar 10 graden worden! We hebben terug in onze kamer lekker een kopje koffie gezet en een gemberkoekje genomen terwijl we probeerde op de wifi te komen van het hoofdgebouw, dat nét een beetje te ver weg was van ons kamertje – af en toe viel het bereik dus uit. De eigenaresse had me eerder uitgelegd dat de internetkabels die aangelegd waren op de camping om het bereik te verbeteren steeds gestolen werden, en hun internetprovider pasgeleden, na de zoveelste diefstal, gezegd had dat ze de kabels niet meer gingen vervangen. Dus nu moest ze een paar versterkers kopen en ophangen, maar tot die tijd was er dus alleen de modem in het hoofdgebouw helaas.

free counters