NOVEMBER 2018: ZUID-AFRIKA, ZAMBIA

We waren redelijk vroeg wakker vanochtend, en zijn op ons gemak opgestaan, hebben onszelf aangekleed en alvast wat spullen ingepakt. Om 8 uur liepen we naar het hoofdgebouwtje waar we, tussen allerlei Delftsblauwe- en andere Nederlandse souvenirs, ontbeten hebben in het sfeervolle kleine zaalgedeelte. De eigenaresse was er niet vanochtend maar een vriendin van haar nam waar en bakte een warm ontbijtje voor ons, plus we konden nog allerlei dingen zoals toast, beleg, fruit, thee/koffie en sap pakken van een klein buffetje. We moesten wel een beetje lachen dat ze nog even gauw het kannetje melk voor ons deed opwarmen, die hadden we liever koud dan warm, maar zij drinken die graag warm in hun koffie! Het was een erg uitgebreid en lekker ontbijt en we hebben voldoende gegeten want op dit soort dagen stoppen we niet of nauwelijks om te lunchen, hoogstens kopen we, als we onderweg een supermarkt tegenkomen, een pasteitje – en anders nemen we gewoon een appeltje en koekje.

Ik stuurde tijdens het ontbijt een e-mailtje vanuit mijn ziggo-account, en deze werd gelijk geblokkeerd en ik kreeg een waarschuwingsmail dat ik geblokkeerd was, ik dacht eerst dat het een nepmail was! Maar ik kon inderdaad helemaal niets meer met mijn account, en zie dan maar op het kleine scherm van je mobiel met een niet helemaal stabiele internetverbinding de juiste hulppagina op de rommelige ziggo-website te vinden om je account te ontblokkeren… Zucht. Het kostte heel veel gedoe, gemopper en een paar mailtjes om alles weer goed te krijgen, en ondertussen raakte onze gezamenlijke account die we voor nieuwsbrieven en zo gebruiken ook geblokkeerd omdat ik in het begin van daaruit een mailtje naar mezelf geprobeerd had te versturen om te testen wat er aan de hand was. Eindelijk waren allebei de accounts weer goed met gewijzigd wachtwoord op ziggo en in de email account zelf. Pfffff! Ik heb, gelijk toen mijn account het weer deed, een boze mail geschreven over lukraak klantaccounts blokkeren in het buitenland omdat je een in de ogen van ziggo raar IP-adres gebruikt en regelmatig van IP-adres wisselt (duh, we zijn op reis…). Levert vast niets op, maar luchtte wel lekker op!

Na het ontbijt hebben we de auto ingericht en zijn daarna rond 9 uur vertrokken. Eerst reden we naar een bank in het centrum van Zastron – die hadden we gisteren onderweg naar het restaurant gezien – om nog even zoveel mogelijk randen te pinnen. De eerste bank die we probeerde, FNB, wilde echter niet meer dan 2000 rand geven per transactie, dus we keken even een beetje rond, zagen een tweede bank vlakbij, Standard Bank, en probeerde het daar. Die gaf in een keer 5000, dat is beter!

Daarna reden we naar een van de drie tankstations in het centrum van Zastron (allemaal binnen 100 meter van elkaar op de hoofdstraat). Hans zag een lokale blanke boer in zijn “bakkie” (pick-up) naar een van de tankstations rijden en reed erachter aan – inderdaad, zoals Hans al hoopte, de lokale inwoners weten natuurlijk waar ze zijn moeten: deze tank was namelijk de goedkoopste van de drie, een indrukwekkende 6 eurocent per liter diesel goedkoper, waarmee we nog maar 1,05 euro hoefde te betalen per liter. Ja we zijn inderdaad zuinig, maar als je gemiddeld 1 op 10 rijdt, en soms maar 1 op 6, ruim 6000 km gaat rijden en per keer gerust zo’n 90 liter tankt is iedere euro die je uitspaart meegenomen! De tankbediende en zijn collega leken nog nooit een dubbele tank meegemaakt te hebben, ze waren verbaasd toen we het zeiden (we zeggen het altijd voor de zekerheid zodat ze weten dat ze een beetje moeten schudden en wiebelen mocht er een luchtbel tussen de twee tanks zitten waardoor het tanken zelf stropt). Wij kregen tijdens het tanken een beetje de indruk dat de dubbele tank niet zo ver vulde als we zouden verwachten, wat we vreemd vonden en niet zo blij om waren. De tankbediende begon toen ik met cash betaalde “tip, tip” te mompelen. Ik heb hem bij het loket laten betalen en het wisselgeld exact laten teruggeven, waar hij heel teleurgesteld over keek, want we hadden klein geld nodig, maar heb hem daarna wel 2 rand fooi gegeven. Waarschijnlijk heb ik hem als rijke buitenlander naar zijn idee te weinig gegeven, maar hij heeft als “extra’s” alleen de voorruit gewassen die nog hartstikke schoon was verder dus het was wel goed zo.

Met de belangrijkste dingen geregeld (volle portemonnee en volle brandstoftank) reden we Zastron uit, verder langs de scenic Maloti route richting het plaatsje Lady Grey, een mooie redelijk rustige rit over goed asfalt. We reden Lady Grey in, dwars door het kleine plaatsje en aan het einde hield de weg min of meer op en gingen we over van asfalt naar gravel richting de Joubert’s Pass, schijnbaar met 2240 meter de hoogste bergpas in Zuid-Afrika. Deze omrit (de asfaltweg lag vlakbij) van zo’n 48 km was volgens internet de moeite waard, en dat bleek het in het echt ook zeker te zijn. We klommen de steile indrukwekkende vallei in omhoog vanaf ongeveer 1400 meter boven zeeniveau in Lady Grey, tot de pas op 2240 meter hoogte, over een smal slingerend steenachtige gravelweg met een hele steile afgrond ernaast die geplakt tegen de bergwanden omhoog kronkelde tot een laag punt in de ring van hoge rotsen, en daar piepte we door een smalle opening heen, de pas zelf.

Bovenop de pas hebben we even onze benen gestrekt, rondgekeken, en vooral genoten van het weidse uitzicht over de vallei waar we net in gereden hadden. Het was best een beetje fris zo bovenop deze hoge winderige pas! Toen we uitgekeken en uit-gefotografeerd waren, zijn we aan de andere kant aan de minstens even steile afdaling begonnen.

We zijn heel de 48 km maar één auto tegengekomen, en dat was natuurlijk net tijdens de afdaling vanaf de pas, op een smal en steil stuk dat zeker niet bedoeld was voor twee auto’s naast elkaar… We hadden eigenlijk gedacht dat de route onofficieel één richting was, gezien hoe smal de weg was, maar dat was dus niet het geval – tenminste, misschien wel maar de lokale auto die ons tegemoet kwam had daar dan lak aan. Nadat Hans en de ons tegemoetkomende chauffeur elkaar even aangekeken hebben (zo van, wie gaat er opzij), de twee mannen besefte dat de andere niet van plan was om te wijken, en de bijrijder van de andere auto uitlegde dat hun auto geen 4WD had, dus we moesten er maar samen het beste van maken en een oplossing vinden! De andere auto probeerde zichzelf zo veel mogelijk tegen de rotswand te persen, en Hans reed uiterst voorzichtig met zijn buitenste wielen OP de berm die de grens vormde tussen weg en afgrond en enkel bestond uit een bergje gravel dat door wielen opzij was geschoten. Hij werd begeleid door de bijrijder die voor ons stond en voor Hans keek en wees waar hij moest rijden en ik keek of het goed ging met de berm (ik kon namelijk zien wat hij niet kon zien, dat de afgrond wel héél dichtbij was op deze manier), en zo kon Hans met zo’n 15 cm speling langs de andere auto wurmen. De twee mannen schudde elkaar vrolijk de hand toen ze elkaar passeerde, al waren ze het met mij eens dat er betere manieren waren om elkaar te ontmoeten!

Oef, dat was ook gelukt, we waren niet met 4WD en al naar beneden gestort, en voor de rest van de gravel route hebben we genoten van een mooi bergachtig landschap met af en toe een boerderij, het is hier duidelijk goede grond. Het waren in 1914 dan ook 7 boeren in deze vallei die deze pas gemaakt hebben, omdat ze het zat waren om steeds een heel stuk om te moeten rijden naar Lady Grey, het enigste grotere plaatsje in de buurt, en omdat ze de offerte van de regering te duur vonden! En aangezien 5 van de 7 boeren als achternaam Joubert hadden, lag de naam van de pas ook gelijk vast…

Toen we na de 48 km gravel terug op asfalt waren hebben we nog een hele mooie rit gemaakt naar ons einddoel Maclear. We reden namelijk ook op de asfaltweg door hele mooie bergpassen, met om ons heen hoge verweerde rotspartijen en grillige kliffen. Genieten! Zeker de Barkly Pass, die was echt schitterend mooi met het pas vernieuwde asfalt dat slingerde door steile rotsen, grillige, verweerde kliffen en bergen waarbij hardere horizontale lagen tussen het zachtere gesteente een soort omgekeerd trap-effect gaf onder de laag groene begroeiing. Onmogelijk om goed te beschrijven, maar ontzettend mooi. Het leken soms ook net bergen uit IJsland, U-vormige alsof ze uitgesleten waren door gletsjers, heel bijzonder!

We kwamen rond 14:30 aan bij onze accommodatie in Maclear: ik had hier een klein hotelachtige accommodatie geboekt met een eigen restaurant, zodat we vandaag niet meer de deur uit hoefde. Het was een keurig terrein met hele vriendelijke blanke eigenaren. De kamer was netjes en groot, en het was vandaag een beetje fris buiten dus we zette al gauw het verwarmingselement in de kamer aan om de kamer een beetje op te warmen.

We hebben onszelf geïnstalleerd en de koeltas gelijk leeggemaakt en de inhoud in de koelkast leggen, dit systeem werkt tot op heden goed – al is het natuurlijk nog niet echt warm geweest! Ik heb voor ons een kopje thee en wat oploskoffie gezet terwijl Hans zichzelf comfortabel maakte – hij was behoorlijk moe – en we hebben de rest van de middag een beetje liggen ontspannen. Ik ben wel een tijdje bezig geweest voor het wachtwoord van de wifi wilde werken, ik heb zelfs even samen met de eigenaars ernaar moeten kijken, maar uiteindelijk is het gelukt en bleek het een goede en snelle verbinding te zijn. Altijd fijn!

Rond 17:30 liepen we naar het restaurantje in het hoofdgebouwtje vlakbij, het zag er keurig uit en was leuk ingericht, en ons serveerstertje was heel lief en een beetje verlegen en zenuwachtig.

Tijdens het wachten op ons eten kwam de eigenaar even een beetje kletsen met ons nadat hij de openhaard opgestookt had, over de omgeving en dat ze hard werken aan hun rating en om hun plek meer dan een doorgangsovernachting te maken, maar ook een activiteitenovernachting waar je meerdere nachten wilt blijven. Doordat vier provincies grenzen aan het Lesotho gebergte is toerisme er onderontwikkeld, want de provincies werken niet samen. Pas 7 jaar geleden werd er, zo vertelde hij, pas een doorgaande asfaltweg in dit gebied aangelegd, daarvoor waren het alleen maar (slechte) gravelwegen, dus het toerisme in de onderkant van het gebergte is schijnbaar nog sterk onontwikkeld.


We hebben ook hier weer lekker gegeten. Hans bestelde “creamy snails”, die inderdaad ook heel erg romig en lekker waren. Ik bestelde het beste knoflookbrood dat we ooit in Afrika gegeten hebben – kan gemakkelijk, de standaarden voor knoflookbrood zijn niet zo hoog… Maar dit was echt een tijdje in de oven geweest, een beetje knapperig, de knoflook was zacht en er zat kaas op. Lekker! De hoofdgerechten waren verder wel oké, maar de toetjes waren echt lekker.

Terug op de kamer hebben we echte koffie genomen en is Hans eerst gaan douchen, ik na een tijdje. De douche had een gasgeiser, en er stond een bordje naast de douche om uit te leggen hoe zoiets werkt: “chill naked with one hand in the waterstream until desired temperature is reached”. Ik voelde me heel opgeblazen en had al heel de dag last van hele vieze boertjes, alsof mijn maagklep openstond of zo. Heel erg vervelend en hopelijk de laatste loodjes van de voedselvergiftiging…


‘s Avonds koelde het af tot wel 6-8 graden en hebben we zelfs de elektrische deken op het bed aangezet om een beetje warm te worden!

free counters