NOVEMBER 2018: ZUID-AFRIKA, ZAMBIA

We hadden een redelijk goede nacht gehad vannacht, en toen de wekker om 7:30 ging hebben we nog even lekker geïnternet in bed voor we opstonden rond 7:45. Ik leek qua voedselvergiftiging weer helemaal hersteld, eindelijk! Maar we waren wel allebei moe alsof we gisteren uren gelopen hadden.


We zijn om 8 uur een lekker ontbijt gaan halen in het overvol ingerichte maar wel sfeervolle eetzaaltje van het “landgoedje”, een typisch wat ouder Zuid-Afrikaans blank (land)huis met van oorsprong één verdieping en schuine daken (voor de koelte), en veel veranda’s, ook voor de koelte (sommigen hebben helemaal rondom een veranda). Deze huizen beginnen vaak klein en worden gaandeweg uitgebouwd, waardoor ze karakteristieke chaotische inrichtingen en vormen krijgen. Dit gebouwtje dus ook, best leuk! De service hier is uitstekend, ze doen echt hun best om naar je wensen te cateren. Zo vroeg de serveerster uitgebreid hoe we onze eieren wilde, en dat hebben we uitgelegd. En toen vroeg ze “en spek”? En Hans en ik dachten allebei dat ze bedoelde hoe we ons spek wilde, da’s pas service (doorbakken, knapperig, enz)! Maar ze bedoelde gewoon of we er spek bij wilde. Ze moest wel lachen toen we uitlegde wat we eerst dachten dat ze bedoelde.

Na het ontbijt zaten we om 9 uur in de auto, en reden onderweg in Newcastle nog even bij een tankstation binnen om voor 1300 rand 74 liter te tanken (“maar” een halve tank) zodat we comfortabel de grens met Botswana zouden kunnen halen. We weten van 2 jaar geleden dat we in ieder geval al gelijk vlak over de grens kunnen tanken, en mede dankzij de slechtere rand en sterkere Botswaanse pula, en extra heffingen in Zuid-Afrika, is de brandstof enkele eurodubbeltjes goedkoper in Botswana (zuinig hé…).

Na het tanken was het zo’n 350 km doorstomen naar Pretoria, de eerst 200 km over redelijk rustige regionale wegen, de laatste 150 km over tolwegen. Het grootste verschil tussen de twee lijkt vooral de kwaliteit van het asfalt te zijn – de regionale wegen zijn zeker niet slecht maar hebben weleens een stukje met wat (al dan niet opgevulde) potholes. Het is net een computerspelletje op de hele slechte stukken, want je ziet pas kort van te voren of een pothole opgevuld is, en of hij diep of ondiep is… Heel goed voor Hans zijn reflexen dus, het slalommen rond de potholes in de weg en ondertussen inschattende hoe hard die malloot op de andere weghelft je tegemoet komt, en of je die malloot op jouw weghelft nog kunt inhalen die ook de potholes slalomt maar dat met 30 km/uur doet in plaats van 100 km zoals je zou moeten rijden op een regionale weg… Genoeg uitdaging dus soms, en in tegenstelling tot een computerspelletje maar één leven dus het moet gelijk de eerste keer goed gebeuren… Maar in principe zijn de wegen tot nu toe prima geweest, behalve misschien wat afgelegen stukjes gatenkaas rondom de Drakensberg.

Dus het was vandaag, los van een enkele pothole op de regionale wegen en de paar idioot langzaam of juist idioot snel rijdende malloten, op zich een prima rit. Rond 13 uur kwamen we, na zo’n 50-75 km door het stedelijk gebied van aan elkaar gesmolten Johannesburg en Pretoria rijdend, aan bij het Voortrekkers Monument, opgericht door de van oorsprong Nederlandse Boeren. Het was een heel markant en mooi monument op een heuvel dus we zagen het al vanaf zo’n 10 km afstand liggen.

Het lag in een mooi aangelegd complex met een herdenkingstuin voor afstammelingen van de oorspronkelijke Voortrekkers families, een genealogisch onderzoekscentrum, en uiteraard winkeltjes en eettentjes. Het monument zelf was indrukwekkend hoog, met op iedere hoek een metershoog beeld van een van de vier bekendste of belangrijkste Voortrekkers, en binnenin een brede band met de gehele geschiedenis van de Voortrekkers in marmer gebeeldhouwd. Hoge ramen gaven de grote ruimte licht, hoog boven ons was een koepel met een klein gaatje erin, en midden in de ruimte een groot rond gat dat op de ruimte beneden in de kelder neerkeek waar een cenotaaf voor alle overleden Voortrekkers was. Schijnbaar schijnt ieder jaar precies om 12 uur op 16 december (de datum van een belangrijke strijd die ze vochten) de zon door het gaatje in de koepel neer op de cenotaaf. Heel indrukwekkend allemaal.

We zijn met een lift naar boven gegaan waar je ver uitkeek over het landschap, en van daaruit nog via een trap binnen het gebouw over de bovenkant van de koepel (die van buiten niet te zien was omdat er dus nog een constructie overheen zat) zijn we naar een ring geklommen waarbij we binnen vanuit de koepel zelf helemaal naar beneden tot aan de cenotaaf konden kijken, dat moet toch enkele tientallen meters diep zijn geweest! NIET goed voor je hoogtevrees, om over dat muurtje te kijken, WEL indrukwekkend…

We zijn met de lift helemaal naar beneden gegaan, naar de kelder, waar er van alles over de Voortrekkers te vinden was - waaronder een gigantisch wandtapijt dat de hele geschiedenis weergaf, met kruissteekjes gemaakt. Pffff! Toen we binnen uitgekeken waren hebben we nog een rondje om het monument zelf gelopen, de metershoge beelden van de 4 belangrijkste Voortrekkers bewonderend.

Na nog even de winkel en de herdenkingstuin bezocht te hebben en wat oorlogsmonumenten voor Zuid-Afrikaanse soldaten die in de Angolese oorlogen en andere conflicten gevallen zijn, hebben we bij onze auto wat water gedronken en een banaan gegeten want het was bloedheet en dorstig weer.

Daarna zijn we via wat geknutsel de stad weer uitgereden (lang leve de GPS die altijd weer de weg vindt!) en hebben we de laatste 150 km naar onze accommodatie gereden. Ik had van tevoren zoals steeds de goedkoopste accommodatie met de beste review uitgezocht, en wilde hier niet te ver van de doorgaande route afwijken want dat kost tijd, maar de meeste accommodaties in deze omgeving waren erg duur. Maar er was dus een relatief schappelijk geprijsde B&B met hele goede reviews die schijnbaar op of naast een golfterrein lag in het plaatsje Modimolle, niet te ver van de weg naar Botswana af, en die heb ik geboekt.

Hans wilde me niet geloven toen ik rond 16 uur zei dat we moesten afslaan, want ik leidde hem naar de bewaakte entreepoort van een privé estate (ik moest zelf ook de GPS checken of we wel op de goede plek waren!)! Maar hier moesten we dus zijn. We meldde ons bij de bewaking, zeiden dat we geboekt hadden bij die en die B&B, de bewaker belde even op en we mochten naar binnen…

Na een paar honderd meter rijden kwamen we bij een villa aan – je kon dus op dit golfterrein land kopen en een huis neerzetten, op een bewaakt en veilig privéterrein. Dat zag je wel aan de huizen waar we langs reden (het terrein was zo te zien nog relatief jong, het overgrote gedeelte van het land stond nog te koop), in tegenstelling tot andere luxere huizen in Zuid-Afrika hadden deze geen metershoge hekken eromheen maar waren heel open. Men voelde zich hier duidelijk veilig. En op straat liepen half tamme nyala en impala hertjes rond, en scharrelde Afrikaanse hoenders.


“Onze” villa bleek van een nog zeer kwieke en kapitaalkrachtige 78-jarige golffanatieke weduwe te zijn die, een beetje om haar kosten te drukken maar overduidelijk vooral voor de aanspraak, enkele kamers van haar villa beschikbaar stelde voor B&B-gasten. En als haar familie op bezoek kwamen deden zij ze betrekken. Er waren overigens wel meer B&Bs op de estate.


We werden allerhartelijkst door haar ontvangen met wortelsap, bietensap en vitaminedrankjes en zelfgebakken chocoladetaart en ze liet ons haar paleisje zien, we konden in haar zwembadje en ze kletste honderduit, ze genoot zichtbaar van het gezelschap. We mochten zelfs haar golfkarretje lenen als we wilde, ze drong er zelfs op aan! Alles wat er op de fruitschaal mochten we pakken, er stonden allerlei theezakjes in het keukentje, ze haalde nog even gauw wat extra mandarijntjes voor ons, en we konden zelfs een borreltje krijgen als we wilde, schijnbaar - zelf dronk ze naar eigen zeggen niet meer, vroeger dronk ze als een vis! We hebben onze koeltas in zijn geheel in de koelkast gezet met het deksel open – lekker gemakkelijk!

Nadat we onszelf geïnstalleerd hadden, een puntje chocoladetaart en een kopje thee op hadden, en even bekomen waren van de spraakwaterval vroegen we om de sleutel van het golfkarretje, dat ze voor ons alvast buiten gezet had, en zijn we rond 17 uur in de laaghangende zon even een half uurtje gaan joyriden in een golfkarretje op een luxe villa-estate grenzend aan een golfbaan… Te gek!

Nadat Hans het golfkarretje weer veilig in haar garage geparkeerd had zijn we met onze eigen auto het stadje terug ingereden op zoek naar eten. Omdat het zondag was, was de lokale shopping mall gesloten, en aangezien bijna alle restaurants van het stadje in die mall zaten, bleek er dus maar één keuze te zijn, dezelfde keten waar we gisteren gegeten hadden, Spurs, een vlees-met-friet keten in Noord-Amerikaanse indianenstijl ingericht. Het is niet echt onze keten; niet per se slecht maar gewoon niet echt geweldig. We hebben onder andere garnalen met gesmolten kaas en knoflook genomen, en bij onze steak ook nog knoflook-kaassaus, dus ik denk dat onze kamer nu erg naar de knoflook stinkt!

We reden rond 19 uur terug de golf-estate op en hebben ’s avonds een kopje koffie met nog een puntje chocoladetaart genomen, lekker gedoucht en gerust tot bedtijd, in onze gigantische kamer en gigantische badkamer, want we waren allebei wel een beetje moe. Alle ramen en deuren stonden open in het huis, dat was op zich wel lekker koel, maar er kwamen daardoor wel veel insecten binnen. Wij hadden geen airco in onze kamer maar hebben de plafond-fan maar aangezet, we hebben geen zin in insecten binnen. En we hadden ’s middags al 2 bananen uit de fruitschaal gehaald en in een kast in onze kamer gelegd om ze te beschermen, want de fruitschaal was ook vol insecten. ’s Nachts hebben we een tabbard kaars die in onze kamer stond gebrand tot hij verdronk en uitging, tegen de insecten. Er was een scheur in de buitenmuur waar mieren door naar binnen kwamen, daar heb ik wat peaceful sleep op gespoten in de hoop dat dat ze zou afweren.

free counters