NOVEMBER 2018: ZUID-AFRIKA, ZAMBIA

De kamer in deze golf-estate villa was niet zo luxe als hij op het eerste oog leek; vooral onpraktisch groot en te weinig plek voor reizigers en hun spullen – we miste dus bijvoorbeeld heel erg een comfortabele stoel, je kunt ondanks de grote van de kamer alleen op het bed zelf zitten. Er was een muurtje gemetseld in de badkamer om de wc wat privacy te gunnen (we vermoeden dat dit muurtje later toegevoegd is omdat bleek dat daar behoefte aan was), maar die was hartstikke inadequaat, want je kijkt iemand op de wc recht aan als je in de deuropening staat en hebt daarbij erg weinig verbeelding nodig… Bovendien is de kamer en badkamer zeer slecht geventileerd en schoongemaakt, en daardoor stond de witte en zwarte schimmel op het plafond. Brrrrr, niet gezond om daar veel te verblijven.


We hadden voor 8 uur ontbijt gevraagd en stonden om 7:30 een beetje brak op na een warme nacht en dus veel dromen en tussendoor wakker worden. Er lagen nog 3 mandarijntjes in het keukentje, die hebben we dus lekker meegenomen voor onderweg! Het ontbijt was op de veranda van de eerste verdieping, waar ook nog een paar kamers waren en de bejaarde eigenaresse zelf ook woonde. Absoluut een prachtige locatie, maar het ontbijt was niet zo luxe of goed als de uitstraling van het geheel deed vermoeden; met de beste bedoelingen denken we, maar het had waarschijnlijk net zo veel tijd gekost om apart spek en eitjes te bakken voor ons als om het hele plateau van worstjes, spek en ei te maken dat we kregen, en waarvan de helft overbleef omdat het te veel was. Ach ja, we worden verwend zeker! We hebben gegeten wat we lustte.

Na het ontbijt liepen we terug naar de begane grond waar een nyala hertje nieuwsgierig naar ons toe kwam in de hoop dat we haar iets lekkers zouden geven! De kleinzoon van de eigenaresse had vorige week de nyala’s schijnbaar gevoerd, maar dat moet wel iets heel lekkers geweest zijn want sindsdien hangen ze hier rond en lopen zo op je af, leuk!

We waren rond 8:50 weer klaar en op pad, recht richting de grens. Vandaag was puur een rijdag. We reden op regionale wegen die best goed waren en niet al te druk, en opeens kwamen we onderweg bij een bordje “Tropic of Capricorn”, tijd voor een selfie-stop dus, we zitten in de tropen! (Hadden we trouwens geen bord voor nodig om dat te weten, het is warm…).

We kwamen rond 11:30 aan bij de grens en omdat we weten van eerdere jaren dat dit een redelijk efficiënte grens is, hadden we in ons reisschema een uurtje gerekend om erdoor te komen. Ja een uur is voor een Afrikaanse grens heel efficiënt, want je moet parkeren, het ene land uitchecken, door niemandsland rijden, weer parkeren en het andere land weer inchecken met alle bureaucratie die erbij hoort, dus als je dat alles in een uurtje redt klap je in je handen… Nou, vandaag wisten we niet wat we meemaakte. Om te beginnen was het rustig, dan heb je misschien geluk dat je gauw aan de beurt bent, hoewel dat geen garantie is, want we hebben letterlijk weleens moeten wachten puur omdat een douanebeambte eerst nog even haar patience spelletje af moest maken, en ons tot die tijd negeerde…

Om zo’n grens een beetje snel en stressloos door te komen moet je dus je vriendelijkste glimlach opzetten en al je tolerantie, humor en zen verzamelen, en er gewoon induiken, go with the flow. Vandaag, als eerste uit Zuid-Afrika checken: parkeren en naar gebouwtje lopen. Eerst customs? Nee, eerst immigratie, gromde de vrouw bij customs (was een loketje verder, maar maakt niet uit, “smile”). Eerst immigratie dus. Baf, Baf, beide paspoorten gestempeld en gescanned, terug naar customs. “Are you done?” Euh pardon? Geen idee, wat denkt u? “You are done”. Ok, customs hoeft niet dus schijnbaar, dank u wel mevrouw, fijne dag mevrouw (“grom”. Ik zou haast denken dat het degene was van het patience spelletje).


Auto terug in, het systeem van een gate pass bestond niet meer dus we konden gelijk niemandsland inrijden en de brug over de Limpopo Rivier oversteken. Weer parkeren, gebouwtje in. Immigratie was weer baf, baf, scan scan en klaar, en we kregen gelijk een alvast half ingevulde gate pass. Bij customs zat er niemand bij de groene zone, dus wij keken nog even de dame in de rode zone aan, moesten we hier iets doen? “Heb je goederen te declareren? Nee? Dan volgende loket”. Volgende loket was van betalingen: wegenbelasting, WA-verzekering, en een of andere verplichte bijdrage aan het veilige wegen fonds. Even opletten dat we een “dual entry permit” kregen, anders zouden we aan het einde van de reis nog een keer moeten betalen voor de wegenbelasting als we weer Botswana in kwamen, met creditcard betalen (hoef je geen geld te wisselen) en ongeveer 18 euro armer stonden we buiten, met alle papieren in onze handen.

Nog even terug in de auto en de inmiddels volledig ingevulde gate-pass (ieder loket zet een stempel erop) afgeven en lichtelijk in shock reden we om 11:55, dus al 25 minuten nadat we aan het hele grens-ritueel begonnen waren, Botswana in! Ongelofelijk… Ik heb zelfs niet één keer het chassisnummer of motorbloknummer hoeven invullen!

We reden nu rustig naar Palapye, zo’n 100 km van de grens vandaan, waar ik op de GPS gezien had dat er wel 4 tankstations waren en wat we nog gemakkelijk zouden kunnen halen met de brandstof die we nog hadden. We reden het eerste het beste tankstation in, vroegen of ze visa-kaart aannamen, en toen het antwoord “ja” was, riep ik vrolijk dat hij dan de tank VOL kon gooien. 120 liter later bleek dat we, door te wachten met tanken tot Botswana, zo’n 40 euro bespaard hadden, zoveel scheelde de prijs ten opzichte van Zuid-Afrika. Dat is nog eens de moeite!

De laatste 160 km was over prima wegen richting Francistown, het enige jammere is dat je in Botswana voor praktisch ieder zandpad dat uitkomt op de weg waar je op rijdt, van 120 naar 60 km/uur terug moet schakelen, en de Botswaanse politie maakt er een sport van om je te flitsen bij het snelheidsbord zelf, dus je leert al heel gauw om op tijd terug te zakken in snelheid als je de borden ziet verschijnen. Wij lette samen op de snelheidsborden (en op de verkeerspolitie), een jong blank echtpaar werd echter al amper 30 km over de grens gesnapt en was in verhitte discussie met een politieagent toen wij langs reden!

De rit in Botswana was prima, wel wat drukker dan we gewend zijn van Botswana en nog altijd met oplettende koeien, kamikaze schapen, onzekere geiten en bedroefde ezels langs en op de weg… De koeien en geiten gaan nog wel, die kijken voor ze oversteken, en zolang ze zich aan hun oorspronkelijk plan houden (en de rest van de kudde niet besluit ze te volgen) kun je daar redelijk mee omgaan. Maar de schapen zijn een ramp, een kip zonder kop is er niets bij vergeleken! De ezels staan gelukkig niet meer zo veel als vroeger midden op de weg – daar zijn de wegen toch net te druk voor geworden en de ezels mogen ook niet meer met hun voorpoten vastgebonden worden waardoor ze mobieler zijn. Toch blijven ze je even bedroefd en ogenschijnlijk levensmoe vanuit de berm aankijken.


Rond 15 uur waren we bij onze accommodatie op de grens van Francistown, een lokaal zwart gezin in een buitenwijk die kamers in hun huis aanboden (gewoon netjes via Booking.com), keurig netjes ingericht, met wifi, schoner dan de villa van gisteren, pas opgeknapt, en met een hele strip condooms in de la en het verzoek om alsjeblieft tussen de lakens te slapen en niet rechtstreeks op het sprei… Euh, ok? Niets mis met de accommodatie hoor, de condooms waren duidelijk gewoon een aangeboden praktische service vanuit de eigenaar, en schijnbaar was het verzoek over het sprei nodig omdat niet iedereen dezelfde hygiëne heeft en de lakens wel steeds gewassen worden, maar het sprei natuurlijk veel minder vaak… Het meisje dat ons incheckte moest even in haar e-mails kijken wat onze reserveringsgegevens waren, maar we waren duidelijk de enigste klant deze dagen, dus dat was gauw gevonden.

We hebben ons geïnstalleerd, de spullen uit de koeltas (het is iedere dag warmer dan de vorige dag!) in het koelkastje in onze kamer gezet, en even een uurtje of twee gerust. Toen zijn we rond 17 uur zo’n 3 km de stad ingereden op zoek naar waar ik wist dat een shopping mall moest zijn met wat restaurants. Het wegennet is de laatste jaren flink vernieuwd en uitgebreid, maar we vonden het ondanks dat onze gps-kaart dus wat verouderd was, en hebben weer in een Ocean Basket gegeten (we waren de steak en friet even zat, dus maar weer eens vis en friet voor de verandering…). We proberen in Botswana alles met creditcard te betalen om, naast de stapeltjes randen die we al hebben, niet ook nog pulas rond te hoeven slepen, maar hebben wel cash nodig voor onze overnachting morgen, dus hebben iets meer gepind dan we dachten nodig te hebben, en reden om 18:30 nog tijdens zonsondergang terug naar onze accommodatie om de rest van de avond in de airco door te brengen – het was om 18:30 nog 32 graden namelijk!

Nu maar hopen dat de zekeringen in huis niet klappen als we de “kerncentrale” aansluiten: ons reis-verlengsnoertje met laptop, twee mobieltjes en camera eraan om op te laden, en vandaag dan ook nog ons eigen waterkokertje om wat koffie te zetten… Er waren, zo bleek, maar twee stopcontacten in de kamer, en maar één daarvan werkte – diegene waar de koelkast op aangesloten was, dus we hebben de avond en nacht afwisselend elektronica opgeladen en de koelkast aangehad (en de koelkast uiteindelijk toen we gingen slapen aan), en ik hing mijn telefoon voor vannacht aan een kleine powerpack zodat we morgenochtend een wekker zouden hebben.


Hans heeft ’s avonds als eerste gedoucht terwijl ik ondertussen de bagage heringericht heb zodat we straks met Bhejane over het algemeen uit één tas zouden kunnen leven in de tent, en toen hij klaar was ben ik gaan douchen en toen zijn we in het nette schone bed gekropen, moe! Morgen weer een dag rijden, en daarna zou het rustiger worden.

free counters