NOVEMBER 2018: ZUID-AFRIKA, ZAMBIA

We zijn vanaf vanochtend heel vroeg een paar keer wakker geworden en weer in slaap gevallen. Ik ben vandaag jarig en Hans feliciteerde me al vroeg. Ook kreeg ik een paar whatsappjes en smsjes. Vanaf 6:30 was er weer activiteit in de lobby, en vanaf 7 uur deed het internet het opeens weer. We hebben een beetje in bed liggen luieren tot we rond 8:15 uur zijn opgestaan en op ons gemak onszelf hebben aangekleed. We hadden hier geen ontbijt, dus we konden vertrekken wanneer we wilde, maar we hadden maar een korte rit en hadden eigenlijk gedacht om, als het een fijne kamer was geweest, tot een uur of 10-11 uur te blijven luieren in onze kamer. Daar hadden we in de praktijk geen zin in, dus we hebben alles ingepakt en brachten het naar de auto.

Toen we langs de balie liepen stond er iemand anders achter, dat zou lastig worden en was ik al bang voor geweest, maar toen ik naar buiten stapte zag ik de vrouw van gisteren bij een van de hutjes bezig met schoonmaakspullen. Ik ben dus recht op haar afgestapt, en het was duidelijk dat ik de langste adem had gehad en gewonnen had. Zonder vriendelijk sausje dit keer, begon ze gelijk toen ze me zag uit zichzelf over het wisselgeld – “je wilt je wisselgeld zeker hebben” – (waarbij ze dus het woord “change” gebruikte, zie je wel dat gisteren nep was geweest, toen kende ze dat woord zogenaamd niet). Ze liep gelaten gelijk naar de balie met mij in haar kielzog, en trok een doosje eronder vandaan (die er ook gisteren gestaan had), vol met geld. Ze telde het geld voor me uit en deed geen trucjes meer proberen, ik kreeg het gelijk goed en gepast. Hèhè, dat gezeur is ook weer voorbij, vreselijk!


We zaten rond 8:50 in de auto. We reden eerst naar een tankstation in Kasane die we gisteravond gezien hadden, vlakbij het Indiaas restaurant, om de tank nog een laatste keer zo vol mogelijk te gooien met goedkope Botswaanse brandstof. Er kon nog precies 60 liter bij tot de tank weer vol was, en we hadden sinds de vorige tank 660 kilometer gereden, dus we hebben gisteren netjes 1 op 10 gereden, wat volgens onze ervaringen toch wel redelijk standaard is voor een Toyota Hilux op gewone wegen.

Omdat we nog een paar pula cash over hadden besloten we een supermarkt te zoeken en nog wat water en iets voor het ontbijt en de lunch te kopen. 10 jaar geleden hebben we hier in een luxe lodge, Chobe Safari Lodge, een beetje buiten het plaatsje Kasane, geslapen voor 60 euro per nacht. Inmiddels is die prijs letterlijk verdriedubbeld, maar uit nostalgische redenen (en omdat we tijd hadden) besloten we er nog eens langs te rijden. De lodge was nu opgeslokt door de stad, Kasane was echt een stad geworden, en het alleenstaande supermarktje vlakbij die lodge was nu opgeslokt door een klein winkelcentrumpje. De lodge (en de stad Kasane) was hiermee toch wel een hoop van zijn charme verloren.

We besloten in dit supermarktje, een Choppies, onze inkopen te doen, en het is al lang niet meer zo afgelegen dat ze geen sinaasappels verkopen (dat was 10 jaar geleden namelijk het geval, omdat olifanten gek op citrusvruchten zijn en anders misschien weleens de supermarkt in zouden kunnen stappen, hun slurf achterna): maar hier komen echt geen olifanten meer langs… We hebben zorgvuldig onze muntjes uitgeteld en konden daarmee nog een 5-liter jerrycan water kopen, een zak chips en 4 bladerdeegpasteitjes. Er moest echter drie man aan te pas komen om te weten welke smaken de pasteitjes waren! We zijn daar voorzichtig mee, want een van de populaire smaken in heel zuidelijk Afrika is “steak & kidney”, en dat is zeer zeker niet onze smaak, dus die proberen we altijd te vermijden! “Chicken & mayo” is daarentegen een veilige keuze, en die nemen we redelijk vaak; de mayonaise zorgt dat de kip niet te droog is. Vandaag waren de beste keuzes voor ons iets met een worstje, en beef-curry. Nadat we tevreden waren met onze inkopen hielden we nog zo’n 13 pula cash over, ongeveer een euro – dat zou dan een royale fooi zijn voor als we op de terugweg door Botswana nog een keer tanken.

Iets buiten Kasane hebben we onder een boom (het was rond 8:30 uur ’s ochtends al 28 graden) ieder alvast een van de bladerdeegpasteitjes gegeten als ontbijt –dit was een redelijk droog worstje zonder saus, dan hielden we het hopelijk lekkerdere beef-curry pasteitje over voor de lunch – en toen was het op ons gemak rijden op de doorgaande weg door het Chobe Nationaal Park richting de grens. Wel bij begin en einde van dit stukje park registreren in een groot boek natuurlijk, met uur en tijd wanneer je erin en eruit rijdt, voor de administratie… (Naast nog alle informatie over motorblok en zo natuurlijk). En toen konden we door naar Ngoma grens, de grens tussen Botswana en Namibië. We hebben nog voor dieren gekeken tijdens het rijden, maar daarvoor was dit stukje weg echt te druk geworden – er zijn ongetwijfeld nog dieren in de buurt van de weg, maar een ontmoeting zoals toen met “ons” luipaard zou nu veel en veel zeldzamer zijn denken we.

We kwamen rond 10:30 bij de grens met Namibië aan, nét nog voor een overlander-bus vol toeristen, oef! Dit was een ouderwetse maar redelijk efficiënte Afrikaanse grens – ouderwets in de zin van veel en vaak zinloos papierwerk – we waren er in zo’n drie kwartier doorheen maar hebben wel een paar keer een register moeten invullen met chassisnummer van de auto en zo. En moesten in het Namibisch gedeelte van de grens weer een wegenbelasting betalen.

Om 11:05 waren we met alles klaar en reden Namibië in. Na de grens was het nog zo’n 65 km naar ons kamp voor de nacht, en waar de kampeertocht zou beginnen. Hans heeft dus heel rustig gereden, tot we een boom met schaduw vonden langs de weg en besloten onze beef-curry pasteitjes op te eten als vroege lunch. De vulling was lekker, maar het bladerdeeg was zo vreselijk droog, net als die van het worstenbroodje eerder. We hebben al eens eerder iets bij Choppies gehaald voor de lunch maar we waren het erover eens dat Choppies toch niet echt geweldig was voor dit soort pasteitjes. Toch iets mindere kwaliteit denken we dan andere supermarkten. Terwijl we met de laatste happen bezig waren begonnen nieuwsgierige kinderen uit een dorpje vlakbij ons te naderen – tijd om door te rijden dus, daar hebben we geen zin in.

Na een paar kilometer over een stoffige weg kwamen we rond 12:15 in een mooie groene oase aan, aan de oever van de Zambezi. We waren niet de eerste, er waren al twee auto’s, en een uurtje of wat na ons kwamen er nog twee binnen. De crew was er al: twee gidsen, Cronje en Dries, die we allebei nog niet kennen maar heel vriendelijk leken, het hulpje en manusje-van-alles Ofentsi was de zoon van Vermaak, de kok van de tocht die we 10 jaar geledengedaan hebben, en Hans en ik waren helemaal blij want onze kok op deze tocht was Sanana, die 10 jaar geledennog het hulpje geweest was (toevallig de neef van Vermaak), maar inmiddels is uitgegroeid tot de beste kok van het bedrijf. En we hebben hem al zo’n drie keer meegemaakt en kunnen dat dus wel bevestigen!

We hadden net zoals vorig jaarkampeergerei gehuurd via Bhejane – ieder een veldbedje, matras, kussen en slaapzak. We hebben de kampeerspullen opgehaald bij de veldkeuken, waar Sanana ze bij het uitpakken van hun twee bakkies al klaar had gelegd voor ons, en zijn naar onze tent gegaan om die in te richten. Dit model veldbedje was anders dan vorig jaar, en was erg moeilijk om in elkaar te zetten want totdat alles onder spanning stond stortte het steeds in een hoopje metaal en canvas in. Cronje de hoofdgids (Dries is in training) kwam ons helpen en gaf toe dat dit heel lastig was – en zei er gelijk achteraan dat zij dat voortaan wel voor ons zouden doen. We protesteerde natuurlijk nog even beleefd, maar Cronje stond erop – het was een kleine groep dus daar hadden ze best de tijd voor. Wij waren alleen maar blij, we zagen ons al bij ieder vertrek en aankomst in een kamp worstelen met die ondingen! Als ze eenmaal opgezet waren, waren het verder overigens prima bedjes.

Toen de tent ingericht was, hebben we een beetje gekletst met de crew en zijn we gaan kijken om een praatje te maken met de rest van de groep. Er waren 5 auto’s op deze tocht, tien man totaal dus. Er hadden kort voor vertrek een aantal mensen geannuleerd schijnbaar, maar Bhejane had toch besloten de tocht door te laten gaan ondanks dat 5 auto’s voor hen eigenlijk een beetje weinig is. Oef, komen we goed weg! En met 4 man crew om voor ons te zorgen kwam deze tocht in ieder geval vast goed! Nog niet iedereen van de groep was er, maar een van de echtparen die er al wel was had een plekje aan het water gekregen dus we hebben even kennis gemaakt met ze en gekletst – dit was hun eerste keer met Bhejane: ze hadden een bush-caravan gekocht maar wilde eerst even een beetje op een veilige manier Zambia ontdekken voor ze er zelf met de caravan naar toe reden en hadden daarom een Bhejane tocht geboekt. We zijn in ieder geval weer de enigste buitenlanders op de tocht, de rest zijn allemaal blanke Zuid-Afrikanen.


We hebben de bakkie van onze auto heringericht, waarbij we de reistassen die we niet meer dachten nodig te hebben voor dit gedeelte van de tocht in de lade achterin de bakkie gelegd hebben – daar lagen ze uit het zicht en veilig voor stof dat altijd onherroepelijk in het bakkie-gedeelte terecht komt als je in de bush rijdt. Het autogedeelte is goed stofvrij, maar ja, daar ligt alles natuurlijk wel heel erg in het zicht op de achterbank plus je hebt maar zoveel ruimte en nu komen al onze overnachtingsspullen er ook nog bij. Toen we klaar waren bleek Hans zijn bloes bruin te zijn van het stof van de zijkant van de auto, hij had ertegenaan moeten leunen om schrap te zetten om de luiken van de bakkie goed dicht te krijgen, omdat die anders steeds opensprongen. Het was inmiddels 13:30 en bloedheet dus Hans is gaan douchen terwijl ik zijn bloes ben gaan wassen. Toen de bloes weer een beetje toonbaar was ben ik rond 13:45 gaan douchen.

Toen we allebei klaar waren met douchen hadden we enorme dorst en hebben lekker allebei een blikje fris genomen – die was nog lauwkoel, maar nu in deze hitte godennectar! Het was ruim 35 graden en dus niet weer om veel te doen! Er was inmiddels een auto bij een tent dichtbij ons aangekomen en die bleek ook van de groep te zijn, dus daar hebben we ook even kennis mee gemaakt: het bleken een vader en dochter te zijn, vader had al “VEEL” tochten met Bhejane gedaan volgens eigen zeggen, maar was opeens niet meer geïnteresseerd om te vertellen hoeveel precies toen wij enthousiast vertelde dat wij ook veel tochten gedaan hadden en ze begonnen op te noemen(dit wordt onze 9e tocht met Bhejane)… Hihi! We denken eigenlijk dat hij nog maar 1 of 2 Bhejane tochten gedaan heeft, los van zijn andere bush-ervaring, maar het nodig vond om “zeer ervaren” te lijken.

We hebben de zak drop die we altijd meenemen voor de crew op een Bhejane tocht tevoorschijn gehaald en zijn hem naar de veldkeuken gaan brengen. Alleen Sanana stond er, en nam blij de zak in ontvangst – dat kent hij wel inmiddels! We hebben hem op zijn hart gedrukt dat de zak was om te delen, wat hij met een ondeugende blik beloofde; Cronje kwam net aanlopen en Sanana deed net alsof hij niets had, dus we wezen Cronje er lachend op, waarop Sanana beloofde Cronje één of twee dropjes te zullen geven… Op gegeven moment werden de ketels met koffie en heet water op het kampvuur gezet en konden we theezetten en even zitten bij het kampvuur. We waren allebei erg moe, we moeten denken we wennen aan de warmte – en we zijn natuurlijk nog moe van thuis voor vertrek, want we hebben ondanks op zich redelijk rustige rijdagen natuurlijk ook nog geen moment echt rust genomen.


Hans is om 15 uur een dutje gaan doen in de tent, hij was echt doodmoe. Ik bleef buiten met een tweede kop thee en heb een beetje zitten suffen en op gegeven moment een beetje kletsen met Cronje. Hans kwam rond 16:15 nog een beetje slaapdronken tevoorschijn, het was een goed en broodnodig dutje geweest. Toen zijn we bij het kampvuur gaan zitten tot 18:15, toen we besloten voor de zekerheid (muggen!) lange mouwen en lange broeken aan te trekken. Geleidelijk aan verzamelde men zich bij het kampvuur en werd duidelijk wie onze medereizigers zijn. De 5 auto’s bestaan uit een vader-dochter combinatie, twee mannen die hele goede vrienden waren waarvan een weduwnaar was, en de andere een vrouw had die nooit mee wilt op dit soort dingen, en verder nog drie koppels waaronder wij.

Om 19 uur was er een welkomstpraatje en werd er uitgelegd wat er ons morgen te wachten stond, werden de “goodies” uitgedeeld (Bhejane petjes en zonnekleppen, een leren schrijfmap en dunne sjaaltjes van Drive-Out magazine, een van hun partners), werd de crew voorgesteld, en even een rondje gemaakt van wie er al eerder eens een Bhejane tocht gedaan had. Dat bleek alleen ons en de vader te zijn. Tijdens het praatje werd er een uil gespot in een boom vlakbij, maar die was al weg voor ik er een behoorlijke foto van kon maken, en om 19:30 was het etenstijd. Inderdaad weer lekker: potjiebrood (kleffig brood in een gietijzeren pot in de kolen gebakken), salade, rijst en een stoofpotje, en toe chocolade cheesecake, creatief zelfgemaakt met eenvoudige middelen.

Tijdens het eten hebben wij even met Cronje overlegd over de border fees voor Zambia, om een idee te krijgen wat ons te wachten stond en hoeveel Zambiaans geld we precies nodig zouden hebben, omdat het in de informatie van tevoren onder andere had geleken alsof de gids een en ander zou wisselen voor ons. Dat bleek niet het geval te zijn, maar schijnbaar was er bij de Zambiaanse kant van de grens een heus bureau de change, dat was fijn want we hadden weinig zin om met de zwarte markt wisselaars zaken te moeten doen en moeten een beetje zuinig zijn met onze dollars – maar randen wisselen was dus geen enkel probleem volgens Cronje, en hij rekende voor hoeveel kwacha’s we precies nodig zouden hebben. Mooi zo!


Na het eten bleef iedereen nog wat kletsen en sterke verhalen vertellen: het mooiste was nog wel van het wat ouder echtpaar dat mee is, die trots hun motorkap vol krassen liet zien. Twee dagen geleden sliepen ze in Botswana in een tent en werden toevallig net wakker toen een grote olifant bezig was zijn achterste langzaam maar zeker op de motorkap te laten zakken – was hij echt met zijn volle gewicht erop gaan zitten, wat het plan leek, dan was hun voorste as gegarandeerd gebroken geweest! Maar de man van het echtpaar riep iets in de trant van ben je helemaal betoeterd en waarschijnlijk nog wat scheldwoorden, en de olifant schrok en ging er vandoor! De rest van de nacht hebben ze geen oog dicht gedaan omdat de olifant nog rondliep… De man overwoog om de krassen in de lak zo te laten, als trofeeën!


We zijn rond 21 uur naar de wc gegaan, en stapte rond 21:15 onze tent in, waar we eerst een klein gaatje dichtgestopt hebben in het canvas voor we naar bed gingen, moe van het rijden van de afgelopen dagen en moe van de hitte – het was nu nog altijd zo’n 28 graden! Buiten liepen honden te blaffen en zaten uilen in de bomen naar elkaar te roepen en te antwoorden, een melancholisch “woooo”. We zijn weer in Afrika!

free counters