NOVEMBER 2018: ZUID-AFRIKA, ZAMBIA

We hebben de laatste nachten hele intense vervelende dromen en soms zelfs heuse nachtmerries. Zo schrok ik vannacht wakker omdat er een enorme hond zijn kop door het gaas van onze tent had geduwd en mijn arm vastgepakt had en ik geen geluid uit kon brengen (we hadden gisteren verteld over mijn hondenbeet), en toen ik haast roepend wakker werd, heb ik mezelf wel 10 minuten moeten overtuigen dat het niet echt was geweest, maar een nachtmerrie. Ook Hans had nachtmerries. De nachtmerries zijn vervelend, net als het intense dromen, maar we vinden het nu iets dragelijker, omdat we onszelf weer realiseren dat het niet alleen vanwege de hitte is (het koelt 's nachts minimaal af), maar vooral door de antimalaria pillen. Een bekend bijverschijnsel wat we altijd vergeten tot we de pillen al een paar dagen slikken, is dus dat je er zo heftig van kunt gaan dromen.


Vanochtend zijn we om 6 uur opgestaan en kwam ik erachter dat ik op mijn dij meerdere keren gebeten was door een zandvlo. Ontbijt was wéér koud, de gebruikelijke ontbijtspullen zoals yoghurt, pap en ontbijtgranen, maar dan wel vandaag met als extraatje een fruitsalade. En we moesten wéér een lunchpakketje maken (dit is ongekend voor een Bhejane-tocht, op zo’n vrije dag zou óf het ontbijt, óf de lunch/brunch toch meestal wel warm zijn, eitjes met spek, gevulde omeletjes, hamburgers, dat soort dingen); vandaag hadden we alleen gewoon beleg zoals kaas en ham en tomaat/komkommer met sauzen om op ons brood te doen.

Om 7 uur vertrokken we om samen met Cronje weer van waterplas naar waterplas te rijden. Twee van de vijf auto's gingen individuele ritjes maken, een derde zou alleen met ons meerijden tot de eerste drinkplaats maar bleef uiteindelijk de hele rit bij de groep. En Cronje vervoerde voor wie dat wilde de klapstoelen achterin zijn nu lege bakkie, dat was gemakkelijk!

We reden als eerste richting Sausage Tree waterplaats, om maar een richting te hebben. Er leken meer gnoes rond te lopen vandaag, overal zagen we wel groepjes of grotere kuddes, soms zelfs hele grote kuddes op de horizon van zo'n honderd dieren, en we beseffen ons dat er hier inderdaad HEEL veel gnoes rondlopen, alleen verspreid over een HEEL groot gebied.

Toen we bij King’s Pool aankwamen was het tijd voor een sanitaire stop voor wie daar behoefte aan had; hier kon het, tussen de bosjes van de groene oase die daar gevormd is. We stonden eerst aan de ene kant van het riviertje dat erdoorheen loopt, en aan de andere kant stond een game-drive auto. Toen zij weg waren, zijn we omgereden om naar de andere kant over te steken, waar we toen weer helemaal alleen waren – het is eigenlijk een raar besef om andere auto’s dan die van je eigen groep te zien in dit grote uitgestrekte en rustige nationale park! Terwijl we langs de rivier reden zagen we kleurrijke bijeneters en ijsvogels op insecten en visjes jagen, en kwamen we vlakbij een visarend langs de kant. in de bomen langs de rivier zat er nog een, dat zijn ook altijd majestueuze beesten en we hebben er twee jaar geleden in Botswana en vorig jaar in Malawi zo van genoten om te zien hoe ze doken!

Onderweg naar Liuwa Pool passeerde we Hyena’s Den, waar Cronje nog altijd hoopte om ons een hyena moeder met haar jong te kunnen tonen – hij had er gisteren hier tevergeefs naar gezocht. Maar moeder was niet thuis, dus we reden al gauw door. Regelmatig zagen we in de lucht kraanvogels statig op de thermiek zweven, een heel mooi gezicht! Bij Liuwa Pool was het weer tijd voor een benestrekpauze en hebben we een tijdje de toch wel ruim 100 pelikanen daar staan bewonderen. Iemand zocht ze op in een vogelboekje, en schijnbaar kan deze soort wel 1,80 meter groot worden – dat is groter dan Hans of ik! Oef, daar moet je dus geen aanvaring mee krijgen lijkt me… Aan de andere kant van dezelfde drinkplaats stonden tientallen grote maraboes op elkaar te mopperen (met wat kraanvogels ertussen lopend en wat gnoes erbij drinkend). In de lucht was een groep pelikanen bezig op de thermiek af te dalen richting het wateroppervlakte, waar ze een voor een al dan niet elegant landde.

Toen we hier uitgekeken waren reden we richting Lone Palm Tree waterplaats. Daar zagen we wat we echt bijzonder vinden en zullen herinneren van dit nationaal park: niet de mooie gnoes, maar de echt enorme hoeveelheden gekroonde kraanvogels – en vandaag waren ze echt overal. Hier bij Lone Palm Tree was de grootste groep die we gezien hebben, minimaal 173 vogels volgens een medereiziger die ze geteld had. Waanzinnig! Dat is een vogelsoort waarvan je er normaal gezien als speciaal iets misschien een of twee in de dierentuin ziet, of, zoals vorig jaar in Zambia, hoogstens een paar koppeltjes in het wild, maar 173 vogels bij elkaar bij één drinkplaats, dat is ongekend, wat een zicht! We hebben er een hele tijd gestaan, het zo veel mogelijk in ons opnemend.

We zijn toen als laatste doorgereden naar Pelican Pan waar we hebben geluncht in de schaduw van een bosje wurgvijgen (die zich nestelen in en wikkelen om een gastheer boom, tot ze groot en sterk genoeg zijn en knijpen dan de gastheer boom dood), met uitzicht op de drinkplaats in de verte. Wat een lekker plekje! Na onze niet zo heel erg geïnspireerde broodjes hebben we weer pepermuntjes getrakteerd en voor onszelf wat appeltjes geschild – hier in het nationaal park gaat dat niet tijdens het rijden, dan snijd ik waarschijnlijk mijn vingertoppen eraf vanwege het gehobbel! Iedereen zat daar zo lekker dat toen Cronje na een half uurtje voorstelde om weer te vertrekken, niemand direct opsprong! De Plains zijn echt vreselijk onherbergzaam, er is nergens schaduw behalve zo onder een enkele boom of zo’n verdwaald bosje als dit.

Terwijl we terugreden naar het kamp kreeg Hans vreselijke aandrang, maar ja, er is hier in die vlakte nergens om te gaan! Dus hij concentreerde zich op de naderende bomen van ons kamp in de verte, ondertussen op de weg lettend – want dat gehobbel deed er ook geen goed aan. Met ijzeren wilskracht haalde hij het kamp, parkeerde de auto, gooide de autosleutels in mijn richting en schoot weg richting het wc-gebouwtje, terwijl ik de auto deed uitruimen. We zijn toen thee gaan drinken bij het kampvuur en zagen dat de crew zich had gericht op onze band, en deze letterlijk weer terug in vorm aan het hameren was! Uiteindelijk was de vorm redelijk netjes terug – los van wat afgebladerde verf ter plekke zou je nou amper zien dat er iets mee was als je het niet wist – en leek het bubbelen van het zeepsop, dat ze er steeds over goten om te kijken hoe ver ze waren, ook eindelijk te stoppen. Op zand bij lage druk zou de lucht eruit blijven lopen, maar Cronje en Dries waren er allebei zeker van dat we met deze band met gewone druk op asfalt geen enkel probleem zouden hebben – zolang de druk maar niet onder ongeveer 2 bar ging. Ze hebben de band teruggehangen achterop de bakkie ter vervanging van de reserveband die nu in gebruik was.

Later op de middag zijn we weer wat thee gaan halen bij het kampvuur. We zaten alleen, en hadden wel zin in iets lekkers dus besloten de stroopwafels te halen en de crew, die een beetje vanwege de warmte zat te soezen bij de veldkeuken, nog een keertje te trakteren (we hadden niet genoeg bij om de hele groep nog een keer te trakteren). Alleen Cronje ontbrak, waarschijnlijk lag hij te slapen in zijn tent. Sanana keek al hoopvol op bij het knisperen van het naderend zakje, en Ofentsi was er wild van en heeft ons wel vijf keer bedankt! Sanana nam een stroopwafel aan voor Dries die net een eindje verderop bezig was een vogel te zoeken, en beloofde de stroopwafel voor hem te bewaren – in ieder geval tot zijn eigen stroopwafel op was, dan kon hij niet beloven dat die van Dries nog een lang leven te gaan had! Ik geloof dat het goed gekomen is en Dries zijn stroopwafel gehad heeft…

We deden een beetje hangen in de hitte, kletsen en theedrinken, en rond 16:15 kwam ook Cronje boven water en begon achterin achter de veldkeuken aan zijn administratie. Dus ik stapte op hem af en bood hem ook alsnog een stroopwafel aan, waar hij zichtbaar (en hoorbaar) heel blij om was – de stroopwafel was in drie happen weg! Twee auto’s vertrokken nog voor een middagritje, maar een auto was al gauw weer terug, er was gewoon niet zo veel meer te zien. Wij hadden besloten om in het kamp te blijven, met zo'n 200 km rondrijden in Liuwa Plains hebben we een aardig idee van het park gekregen! En al kwamen we voor de gnoes en waren er inderdaad al met al best veel gnoes, echt indrukwekkend was dat niet, gewoon leuk. Maar wat wel echt indrukwekkend was, was het enorme graslandschap, en de enorme hoeveelheden gekroonde kraanvogels. Zelfs Cronje had nog nooit zo veel bij elkaar gezien, en hij doet deze tocht twee keer per jaar. En dit park maakte ook een beetje indruk vanwege het superfijne gitzwarte stof dat overal in en op komt. Als je je gezicht afveegt met een vochtig doekje is het net alsof je bruine make-up weghaalt. Morgen kunnen we weer douchen, want in dat kamp is het water gelukkig geen "l'eau de vleermuis"... Maar ja, in dat park hebben ze dan weer tsetse vliegen, dat is ook niet direct mijn hobby...


Om 16:45 zijn we naar onze tent gegaan voor een dutje en om sowieso een beetje te rusten. Het was meeste van de tijd windstil en dus bloedheet, maar soms blies er een heel licht windje dat even een paar graden verlichting gaf. Eerder hadden we zelfs eventjes een beetje gerommel in de verte gehoord. Om 18 uur hebben we onszelf omgekleed en zijn naar het kampvuur gegaan. Het was nog altijd bloedheet, windstil en benauwd, pffff! De crew had al de helft van hun tenten opgeruimd en alles wat ze al konden opbergen alvast achterin de bakkies gelegd – dat scheelt tijd morgenochtend.

’s Avonds kregen we om 19:30 een kip stir-fry, meestal een heerlijk gerecht vooral met veel zoete rode chilisaus erbij (mayonaise en zoete rode chilisaus zijn onze favoriete sauzen op zo’n tocht!), maar vandaag zat hij helaas vooral vol grote hompen kool en zat er amper kip in. Jammer! De melk-tart als toetje was iets anders dan we hem herinneren, maar desondanks best lekker – alleen niet zo gigantisch lekker als we hem weleens gehad hebben van Sanana dat we om een tweede stukje vragen!

Om 20:15 zijn we richting onze tent afgetaaid en hebben nog even samen berekend hoeveel brandstof we ongeveer nodig denken te hebben voor de rest van de tocht, voor we in bed kropen om te puffen in de benauwde warmte. Regende het maar eens flink, dan klaarde die benauwde lucht misschien een beetje op!

free counters