NOVEMBER 2018: ZUID-AFRIKA, ZAMBIA

Het koelde vannacht niet of nauwelijks af en we hebben daardoor heel onrustig geslapen en zijn veel wakker geweest. Hans heeft zelfs naar zijn gevoel bijna continu wakker gelegen, malend over allerlei zaken. Toen het in de vroege ochtend een fractie koeler was en we net weer een beetje konden slapen, gingen vader en dochter om 5 uur 's ochtends luidruchtig opstaan en rondknallen, luid praten en slaan met autodeuren, tot Hans riep dat er nog mensen sliepen en ze zich realiseerde dat ze niet alleen waren en zachter gingen doen. We zijn uiteindelijk zelf maar om 5:30 opgestaan want slapen zat er niet meer in. Sommige mensen hebben nog een hele tijd staan rondhangen na het ontbijt, wachtend tot vertrek – de consensus was dan dus ook wel dat je niet te vroeg moest opstaan (tenzij je dat echt muisstil kon), maar vooral jezelf gewoon beter organiseren!

Om 6:30 vertrokken we met Cronje en Dries (Sanana en Ofentsi bleven met hun auto achter om het kamp verder af te breken), voor een rit van zo'n 40 km terug naar de pont, door een mooi bos maar met diepe zachte zandwegen. Zandrijden is zwaar en best moeilijk, zeker zo door het bos op een kronkelend pad vlak langs boompjes terwijl je probeert in of juist NIET (als het te diep is) in het zandspoor te blijven. Maar het ging hartstikke goed, Hans kon het hoge tempo van Cronje prima bijhouden en we hebben niet één boompje geschampt terwijl Hans de bochtjes nam als een volleerde coureur!

Bij de ponton aangekomen gingen wij samen met Cronje op de eerste ponton, omdat hij zo zo snel mogelijk door kon en wij dan door de rest van de groep geholpen konden worden bij het terug oppompen van de banden. Om de duin richting de ponton af te rijden, en de ponton op, moest Hans de auto in "low range" zetten, de laagste 4WD stand die een en al power is en bedoeld om je langzaam maar zeker door moeilijk terrein zoals uit heel diep zand en modder te trekken. Cronje reed als eerste de ponton op, Hans kroop erachteraan, maar er zit zo gigantisch veel power in de low range dat hij, toen hij probeerde nog een paar centimeter vooruit te rijden op aanwijzing van de ponton-mannen, vooruitschoot en onze nummerplaat tegen de trekhaak van Cronje tikte. Ik geloof dat er weinig 4WD auto’s zijn zonder zo’n deukje in hun nummerplaat, deze nu dus ook!

De ponton-mannen trokken ons met brute kracht de rivier over, en al gauw waren we aan de andere kant. Bij het de ponton afrijden moest de auto teruggezet worden in 2WD, maar dat lukte met geen mogelijkheid. Zo'n 4WD heeft drie standen: 2WD, "high range" en "low range", en deze uitvoering van de Toyota Hilux had geen tweede pook voor de 4WD, maar een knopje dat je moest omzetten. En het ging al heel de reis moeilijk om van de één naar de andere te schakelen, maar nou zaten we dus vast in low range. Hans heeft alles geprobeerd en werd erg onzeker en oververhit omdat hij dacht dat het aan hem lag, en Cronje was al doorgereden en kon ons dus niet helpen, dus we keken rond of anderen ons konden helpen. Twee mannen van onze groep probeerde te helpen maar kregen het niet voor elkaar, een wildvreemde die wel wat ervaring had met zulke schakeling kwam helpen en nam plaats achter het stuur maar kreeg het niet voor elkaar, en toen kwam Sanana eindelijk, die net de laatste ponton nam en aangereden kwam, hebben we staand gehouden want die heeft precies dezelfde uitvoering dus die zou het hopelijk wel even fixen. Dat dacht Sanana ook, en nam plaats achter het stuur, maar wat hij ook probeerde ook hij kreeg het niet voor elkaar.

Uiteindelijk stuurde hij een SMS naar Cronje hierover en raadde ons aan om maar voorzichtig naar het stadje Mongu te gaan rijden, op 65 km van de pont vandaan en waar iedereen de laatste boodschappen zou doen, de tank nog eens volgooien en verzamelen bij de supermarkt.


Vader en dochter waren al doorgereden gelijk toen hun banden opgepompt waren na de ponton, ze hadden geen zin om op ons te wachten, maar de rest van de auto’s bleven heel aardig bij ons omdat Sanana ook door moest om boodschappen en zo te doen. Met hoog toerental en veel motorgeluid reden Hans en ik dus met zo'n 65 km/uur in de zesde versnelling over de mooie asfaltweg naar Mongu - omdat low range pure power is, rijdt de auto niet snel, en eigenlijk is het heel slecht om zo te rijden, maar wat konden we anders! Hans zei dat hij steeds de neiging had nog verder te willen schakelen, wat natuurlijk niet kon, en we waren wel blij dat we niet konden zien hoeveel toeren we deden, alleen horen.

Hans en ik waren allebei opgelucht toen we rond 10 uur in Mongu aankwamen en naar de Shoprite supermarkt reden waar we op de heenweg gestopt waren. Cronje heeft nog op het parkeerterrein allerlei dingen geprobeerd die hij kon bedenken, en hij heeft zelfs gebeld met het Zambiaanse kantoor van Toyota en die om advies gevraagd, en dat advies uitgeprobeerd, maar niets werkte. Hans en ik schoten ondertussen nog even gauw de supermarkt in om met onze laatste kwacha’s wat biertjes te kopen voor de crew, die doen weer zo veel voor ons deze reis! Uiteindelijk gaf Cronje zich gewonnen, en bracht ons rond 10: 30 naar de beste garage in het plaatsje: een van de vervallen uitziende gebouwtjes langs een zandweg, zonder reclamebord of zo maar duidelijk herkenbaar als garage, want met een zanderig erf vol 4WD auto's in verschillende staten van reparatie onder de 4 grote mangobomen...slik!

Maar de mecanicien kwam gelijk kijken, droeg een van zijn medewerkers op om onder de auto te klimmen, probeerde wat, vroeg de medewerker wat te proberen, en kwam met zijn diagnose: de 2WD functie van deze auto was natuurlijk mechanisch, maar de 4WD functie was elektronisch, en de computer ervan moest gereset worden want was waarschijnlijk min of meer gecrasht. Hij dacht dat de auto dan in ieder geval teruggezet moest kunnen worden naar 2WD zodat we normaal op asfalt konden rijden, want als je te lang in de low range rijdt ga je echt mechanisch ook dingen vernielen. De mecanicien kon dit resetten helaas niet zelf, maar belde naar de beste elektricien van de regio voor ons. Helaas was die net naar een begrafenis en dacht rond 12 uur terug te zijn.

Het was nu rond 10:45, dus Cronje besloot Dries bij ons achter te laten en zelf met de rest van de konvooi naar het volgende kamp te rijden, dan zouden wij hem als ons probleem verholpen was achterop komen want één enkele auto is vaak sneller dan een konvooi van vijf auto's. Dries kreeg geld en pinpasjes mee en instructies wat ie moest doen, haalde zijn telefoon op uit hun bakkie en we namen afscheid van Cronje. Hans en ik en Dries installeerde onszelf dus maar onder de mangobomen op wat stoelen die de mecanicien en zijn medewerkers kwamen brengen, en gingen wachten.


Dries wilde op gegeven moment naar de hoofdstraat lopen om een Zambiaanse simkaart te halen zodat hij kon bellen, want hij moest Frank, de baas van Bhejane gaan bellen en contact onderhouden met de autoverhuurder, en natuurlijk Cronje op de hoogte houden. Hans en ik besloten mee te lopen, en bij het tweede data-stalletje kon Dries terecht. Maar het duurde en duurde maar om zijn sim geactiveerd te krijgen, want het verlegen meisje dat hem hielp kon geen verbinding maken met het netwerk – dat is niet bepaald goede reclame! Dus besloten we terug te lopen, Dries liet zijn paspoort noodgedwongen achter bij het meisje tot de transactie gereed was – oef dat zouden Hans en ik toch niet zo gauw doen!

We installeerde onszelf weer onder de mangoboom, om te wachten. Om 12 uur had de mecanicien een idee, en stelde voor om de batterij te ontkoppelen, misschien konden we daarmee de computer resetten. Dus de motorkap ging open en ze ontkoppelde de batterij, en we moesten 20 minuten in spanning wachten. Helaas, niets, hoewel we ons op gegeven moment wel afvroegen of de mecanicien toch wel de juiste batterij had ontkoppeld? De Hilux heeft er tenslotte twee… De mecanicien had het druk, net als zijn medewerkers, dus we zaten maar in de schaduw te wachten en te kijken naar de bedrijvigheid.

12 uur werd 14 uur en uiteindelijk hebben we er tot 16 uur gezeten. Maar we hebben gekletst met de mecanicien en sommige van zijn medewerkers die Engels konden, en het was best gezellig af en toe - we hebben zelfs over politiek en de Brexit gepraat met de mecanicien die wel enigszins politieke ambities had en goed op de hoogte was van wereldpolitiek, en graag CNN en BBC keek! En het was fascinerend om eens langdurig toe te kijken hoe zo'n zaak in zo'n land als dit functioneert. Wij zien een zanderig erf (vervuild door motorolie en smeer) met een scheef hek, een paar mangobomen en heel veel autowrakken, een afdakje vol motoronderdelen, een plaat vuil spaanplaat op het zand vol kapotte schroevendraaiers en ander gereedschap, en een vergane jimny-auto op blokken die schijnbaar ook als opslag voor gereedschap diende... En als je lang genoeg blijft zitten zie je door al die zooi heen een goed lopende, drukke garage met constant klanten die af en aan komen, en ervaren mensen die (ondanks de omstandigheden) zorgvuldig, netjes en hard werken, en met weinig middelen auto's weten te repareren. Heel bijzonder!


Dries liep ondertussen nog eens op en neer naar de hoofdstraat om te kijken of zijn sim het inmiddels deed, maar kwam met lege handen (en zijn paspoort) terug. Hij had het opgegeven, ze kregen de sim niet aan de praat. Dus ik bood aan dat hij mijn telefoon gebruikte voor alle communicatie die hij moest doen. Want we moesten Cronje op de hoogte houden van de voortgang, deze autopech aan de verhuurder doorgeven en aan Frank, de eigenaar van Bhejane, het toerbedrijf waar we mee weg waren, omdat zij via een constructie de auto voor ons gehuurd hadden. En we vonden het wel best dat Dries het woord deed in alles, maar dan moest hij wel kunnen bellen natuurlijk! Cronje had ons geïnformeerd dat we als uiterlijke vertrektijd uit Mongu 15 uur moesten aanhouden, en dat als het later werd, we er moesten overnachten.


Opeens hoorde we een grote dreun vlakbij: een rijpe mango was op een van de auto’s gevallen! Het zal je maar gebeuren, je brengt je auto naar de garage en krijgt hem terug met deuken… We keken toch wel even goed in onze mangoboom of daar iets klaar hing om te vallen, die dingen kunnen goed zwaar zijn! De monteurs plukte af en toe zo een mango uit de boom, ze hadden het liefst de halfrijpe om de een of andere reden, en keken hun ogen uit en moesten lachen toen ik met een zakmesje wat appeltjes ging schillen – dat doe je toch niet, een appel schillen??? Zelf beten ze de dikke schil van de mango’s met hun tanden los tot ze bij het vruchtvlees konden – en sommige aten de schil mee op! brrrrr.


Er werd een tijdlang geknutseld aan de grote schakelkast van een Landcruiser, best wel indrukwekkend om te zien hoe dat met minimale middelen ging. De mannen gingen om 14 uur eten, wij zaten maar op onze krakkemikkige stoeltjes te zitten en boden Dries een flesje water en een blikje fris aan, want hij had niets te drinken bij – en we deelde onze appeltjes met hem en boden hem een minireepje aan. Om 14:30 deed Dries Frank bellen, maar die wist het verhaal duidelijk al van Cronje en was al druk bezig met de autoverhuurder te bellen. Om 14:45 moest Dries de autoverhuurder bellen, en die gaven hem alle adviezen die al geprobeerd waren. Waardeloos. Vlak voor 15 uur besloten we te proberen de andere batterij te ontkoppelen, voor de zekerheid. Maar helaas, het werd 15 uur en dit werkte ook niet.

Toen er om 15 uur nog altijd geen elektricien gesignaleerd was is Dries terug naar de hoofdstraat gelopen om een kamer te gaan boeken in het lokale hotel, de "Mongu Country Lodge", dat er volgens hem redelijk goed en schoon uitzag. Hans en ik waren vandaag niet eens heel gestrestst over dit alles, maar zijn de dag redelijk relaxed doorgekomen. We waren al lang blij dat Cronje ons naar deze mecanicien geleid had en Dries er was om al het bel- en regelwerk te doen.

En om 16 uur kwam opeens de mecanicien blij aanzetten, de elektricien was weer terug van de begrafenis! De mecanicien stuurde een van zijn medewerkers om ons de weg te wijzen, wuifde ons hartelijk weg en wij drieën sprongen in onze auto (ik propte me op de volle achterbank) om met zwaar brommende motor naar de elektricien te rijden. Die had een groot grasveld dat zo mogelijk NOG voller met autowrakken stond dan de mecanicien, maar ook deze man was duidelijk een echte professional. Hij was net terug van de uitvaart en had het zichtbaar druk, maar toen hij klaar was met een andere klant riep hij een van zijn medewerkers om onder de auto te kruipen, bestudeerde het probleem, sommeerde zijn medewerker om de auto aan een kant op te krikken, pakte een versleten zeil en kroop er zelf onder, en ging zo te zien allerlei radartjes bewerken, ondertussen zijn medewerker kleine stukjes aan het opgekrikte wiel laten draaien.

Uiteindelijk deed de elektricien een heel doosje van onder uit de auto losschroeven, schroefde het open en kwam triomfantelijk onder de auto vandaan: hij had de oorzaak gevonden. Een PLASTIC tandwiel in dit doosje, dat de elektronica van de 4WD besturing aanstuurde, had drie kapotte tanden, en daarom was het steeds zo moeilijk en uiteindelijk onmogelijk geweest om van 2WD naar 4WD en terug te schakelen, want waarschijnlijk toen we deze auto kregen ontbrak er al één of twee tandjes – hij had er ook al aardig wat kilometers opzitten, we hadden gewoon een oude versleten bak meegekregen, en dat terwijl de verhuurder altijd of door ons of in dit geval door Bhejane geïnformeerd wordt dat we een 4WD in goede staat nodig hebben vanwege de ruige gebieden waar we komen!

De elektricien vroeg of we verder nog 4WD nodig zouden hebben, en toen we dat in overleg met Dries ontkende, beloofde hij als noodoplossing de 4WD helemaal uit te schakelen zodat we alleen nog maar de mechanische 2WD konden gebruiken. Hij waarschuwde dat er allerlei waarschuwingslichtjes zouden gaan branden, maar hij beloofde plechtig dat we in principe met 2WD nu verder de reis af konden maken en terug thuis zouden moeten kunnen komen. Mooi, die ellende is ook weer opgelost! Maar Hans en ik zijn onderhand, en ook na onze ellende met de auto vorig jaar, goed klaar met deze verhuurder. Ook Frank, de eigenaar van Bhejane, was er vorig jaar al niet van gecharmeerd, en nu al helemaal niet onder de indruk van dit nieuwste gedoe, dat was duidelijk van de gesprekken die we meepikte vandaag. Hij ging alle kosten die wij en Dries vandaag maakte integraal verhalen op de verhuurder, fijn dat hij dat deed voor ons!

Het doosje werd weer teruggeschroefd, de 2WD werd terug aangezet en Dries reden even een testrondje om te kijken of alles wat we nodig hadden het weer deed, en binnen een uurtje na aankomst waren we weer klaar en deed de auto het weer normaal! Oef!

Dries betaalde de rekening, kreeg een keurige factuur (die zou Frank declareren bij de autoverhuurder), en om 17 uur reden we richting een tankstation waar we met visa konden betalen om de auto weer helemaal vol te gooien. Er ging 60 liter in, en we hadden sinds de vorige tank 400 km gereden: dat zandrijden in Liuwa Plains en die laatste 60 km in low range hadden dus flink wat diesel verbruikt!

Rond 17:30 kwamen we alle drie doodop, vuil en stoffig aan bij de Mongu Country Lodge, dat er inderdaad niet slecht uitzag voor een hotel in zo’n stadje. We deelden een nette grote kamer met twee grote dubbelbedden met z'n drietjes, wat natuurlijk niet echt ideaal was, maar het werd door de eigenaar van Bhejane voorgeschoten en hij zou het verhalen bij de autoverhuurder, dus het was niet anders. Iedereen had gigantische behoefte om te douchen, maar we hebben Dries als eerste laten gaan want hij was echt van top tot teen ZWART; van het fijne zand in Liuwa Plains (ondanks dat hij net als velen regelmatig douchte in het vleermuizenwater), en van het regelmatig mee onder onze auto kruipen. We leende hem onze douchegel en shampoo en deo, kleren ging het niet worden hij moest zijn oude vieze kloffie maar weer aan! Toen we alle drie gedoucht hadden leek de badkamer naderhand wel haast een slagveld, zo vies! Dries ging na het douchen een biertje halen bij de bar, ik hing alle elektronica aan de stroom en Hans en ik hebben genoten en geprofiteerd van de redelijk goede wifi, altijd fijn!

Rond 19 uur zijn we met z’n drieën naar het restaurantje in de lodge gelopen om wat te eten. We hadden vandaag sinds het lichte ontbijt om 6 uur vanochtend enkel nog wat appels op bij de mecanicien, die we gedeeld hadden met Dries, en we hadden dus honger. Het was een heel klein restaurantje voor zo’n lodge, en de kaart was nog kleiner. Toen de serveerster vroeg aan ons wat we wilde drinken en ik vroeg of ze jus d’orange had, liep ze gelijk weg. Na een paar minuten kwam ze terug met één flesje jus d’orange! Toen nam ze pas de bestelling van Hans af (die ook jus d’orange nam). Zucht, This Is Africa, TIA. Het duurde tot 20 uur voor we eten kregen, en helaas was het geen culinair hoogstandje, met verschroeid vlees zo taai als een schoenzool en slappe friet, maar het stilde de honger! Dries had een grote vis besteld, die er ook droog uitzag; hij mijmerde dat we vanavond bij Bhejane spaghetti gekregen zouden hebben, plus aardappelsalade bij de lunch. Jammer, dat hadden we allebei best gelust!

Toen we ons best gedaan hadden op het eten rekende Dries voor ons alle drie af en gingen we terug naar de kamer. Om 21 uur lag Dries al in bed, en kort daarna ging Hans ook liggen, nog een beetje van internet profiteren tot hij ook in slaap viel, en ik heb nog even tot 21:30 op de laptop dingen zitten bijwerken en foto’s downloaden, voor ik ook ging slapen.

free counters