NOVEMBER 2018: ZUID-AFRIKA, ZAMBIA

Er waren veel muggen in de kamer vannacht, die zich niets leken aan te trekken van de airco (houden ze schijnbaar normaal gezien niet van), of van het anti-muggenspiraaltje dat ik gisteravond aangestoken had, dus we zijn alle drie vannacht lek gestoken. Maar ach, we hebben wel in een echt bed geslapen en dat was dan ook wel weer lekker. Om 6 uur was iedereen wakker en nog een beetje met zijn telefoon aan het spelen, om 6:30 besloten we op te staan en hebben Hans en ik alles ingepakt, en om 7 uur zaten we alle drie zonder ontbijt in de auto, onderweg naar Kafue Nationaal Park, nadat Dries in de hoofdstraat nog even wat geld gepind had.

Hans reed als eerste, en heeft tot 9:15 gereden. Toen wilde Dries even een tankstation bezoeken om wat proviand (cola en chips) te kopen voor zichzelf, en bood ons aan of wij iets wilde, dus zijn we daar even gestopt om de benen te strekken. Toen iedereen klaar was stelde Hans voor dat Dries nu een stukje zou rijden, wat goed uitkwam want de weg begon net steeds meer potholes te ontwikkelen! Onderweg stond er een auto langs de weg met een gebroken as vanwege de potholes – een duidelijke waarschuwing om voorzichtig te rijden dus!

We hadden wel wat te snoepen bij natuurlijk, minireepjes en gemberkoekjes en zo, maar de honger begon na een tijdje te knagen. Dries wist dat er vandaag hamburgers voor de lunch gepland waren, dus we wilde alle drie graag op tijd voor de lunch in Kafue aankomen! Onderweg begonnen we te fantaseren hoe we onze hamburgers wilde en hoeveel we er wilde, en we stelde voor om van tevoren als we bereik hadden met het kamp alvast via de radio door te geven hoe we onze hamburgers wilde zodat ze klaar zouden staan als we aankwamen, hmmmm!

Zodra we in het nationaal park aankwamen werden de wegen gelukkig wat beter en hoefde Dries minder te slalommen. Bij de gate naar het gedeelte van het nationaal park waar wij moesten zijn kregen we van de bewaker bericht dat Cronje ons zoekt. Dries werd daar zenuwachtig van, hij had er namelijk niet aan gedacht om Dries vanochtend te laten weten dat we vertrokken waren, dus Cronje zou nu wel boos op hem zijn dat hij het kamp had moeten verlaten om Dries te zoeken… We reden een eindje in de richting die de bewaker had aangegeven, op zoek naar Cronje, en Dries probeerde hem via de radio op te roepen terwijl ik hem probeerde te bellen; ik kwam op gegeven moment door en Dries parkeerde de auto gelijk in de berm om hem te kunnen spreken – het viel mee, Cronje was sowieso naar een dichtbijgelegen dorpje gereden om een simkaart te kopen zodat hij zijn vrouw kon bellen en wat privι boodschappen doen, niet alleen om te proberen Dries te bereiken.

Dus we konden verder het park inrijden richting het kamp, en begonnen onderhand echt honger te krijgen. Onderweg hebben we veel verschillende soorten antilopen gezien, inclusief een lichtbruin hartebees die wij nog nooit eerder gezien hadden. Rond 12:30 reden we met enthousiast onthaal het kamp in, Dries parkeerde de auto naast de Hans en mij toegewezen tent, en we sprongen alle drie uit de auto richting de veldkeuken om gelijk lunch te gaan halen; honger! De hamburgers zelf waren een beetje smakeloos omdat ze niet zulke geweldige kwaliteit waren, maar het gebakken eitje en de gebakken uien erop waren wel erg lekker en we hadden honger dus het smaakte allemaal best goed!

De twee samen reizende mannen hadden weer wat meegemaakt; ik heb al voorgesteld dat ze een boek schrijven van hun avonturen, want ze lijken altijd in zeven sloten tegelijk terecht te komen – en er altijd weer wonderwel uit te komen. Zo waren ze bij vertrek uit Liuwa Plains bijna een auto-diep gat half in het zandspoor buiten het kamp gereden, omdat de ene de andere aan het wijzen was op een groot mierennest onderin het gat… Gisteren, zo vertelde ze lachend, waren ze tegen hun eigen plastic jerrycan vol diesel gereden nadat die door hard remmen van het dak afgeschoten was en vσσr de auto terecht kwam, de auto zat dan ook helemaal onder de diesel en de mannen rijden altijd met open ramen, dus er was ook veel naar binnen gewaaid! Later hadden ze schijnbaar per ongeluk in hun tweede plastic jerrycan een gat geslagen, omdat die achterin de auto zat, en door het hobbelen klem was komen te zitten waardoor de achterdeur niet meer open kon, en ze niet meer bij hun bier konden komen… Ze wilde de jerrycan los proberen te wrikken maar maakte er dus een gat in!

Hans en ik hebben na de lunch even gezeten en avonturen uitgewisseld met de rest, en onze tent ingericht, voor we rond 13:30 zijn gaan rijden om het park een beetje te verkennen. We zijn vorig jaarin dit kamp geweest, heel mooi gelegen in een bocht van de rivier tussen de bomen, en wonderlijk genoeg, tsetse-vlieg vrij! We hadden vanochtend onderweg naar het kamp een tsetse-vlieg in de auto gekregen omdat Dries graag met open ramen reed, maar dat heeft ie dus gauw afgeleerd – de vlieg werd naar buiten gewerkt en de ramen gingen potdicht!

Hans en ik hebben rondgereden tot ongeveer 15 uur, maar hebben veel minder gezien dan op ons ritje om 12 uur door het park, dus we vonden het wel mooi geweest en zijn terug naar het kamp gereden. Na de auto ingespoten te hebben met DOOM bij de ingang tot het kamp, heeft Hans hem naast de tent geparkeerd en zijn we naar de veldkeuken gelopen om een beetje te rusten en thee te drinken. We hebben de crew hun biertjes gegeven om te bedanken voor alle goede zorgen de afgelopen dagen, en die werden dankbaar in ontvangst genomen. Terwijl we daar zaten hoorde we wat gerommel in de verte, dus hebben we de flappen van onze tent dichtgedaan voor de zekerheid; het heeft uiteindelijk niet doorgezet.

Om 16 uur deden we een boottochtje op de rivier met de eigenaar van het kamp, net als vorig jaaralleen nu ’s middags in plaats van ’s ochtends, en toevallig ook een ander stukje van de rivier, leuk! De rivier hier is echt prachtig, mooi kronkelend van vorm met spiegelglad water, ronde afgesleten boulders in het water en daartussen kleine waterversnellingkjes, en overal zichtbaar en onzichtbaar nijlpaarden in het water. Op de oevers staan mooie oude woudreuzen met kronkelende wortels zichtbaar op de grond, en overal vliegen vogels. Erg mooi!

Er was dit jaar schijnbaar nog maar zo’n 3 mm regen gevallen, ten opzichte van de laatste jaren toen er 34 of 67 gevallen was, het water stond dus ook erg laag en het landschap snakte naar water. De boulders staken mooi uit het water doordat het waterniveau zo laag was, en schijnbar kan dat wel 3 meter hoger zijn in regenseizoen – dan is dit landschap onherkenbaar anders denk ik!

Op de terugweg naar de aanlegplaats onder het kamp werden we halfslachtig achtervolgd door een chagrijnig nijlpaard – hij was alleen, en de eigenaar kende hem wel, en liet zich niet kennen door het bootje snel weg te varen, hij bleef het nijlpaard uitdagen, zorgde alleen wel dat hij net ver genoeg uit de buurt bleef om gevaar te lopen. Zoals hij uitlegde, als hij nu snel weg zou varen zou dat het nijlpaard gigantisch veel zelfvertrouwen geven en zou hij het de volgende keer weer proberen, en anderen misschien ook, en dan kun je binnen de kortste keren niet meer je eigen stukje rivier op omdat de nijlpaarden je het leven zuur maken! Tja, daar zit wel wat in; een van de vrouwen in ons bootje snapte het wel, maar vond het niet leuk, want zij was ooit eens als kind uit een bootje gegooid door een nijlpaard!

Het was ons vorig jaar niet opgevallen maar op dit boottochtje vlogen tsetse vliegen boven het water en dus af en toe het bootje in – niet veel, maar toch genoeg om vervelend te zijn want ze steken te pas en te onpas. Ook vloog er op gegeven moment een gigantische vlieg het bootje in, een buffalo-vlieg volgens de eigenaar met een hele pijnlijke steek; gelukkig deed hij verder niets en vloog al gauw weer door!


Om 18 uur waren we terug van het mooie boottochtje – dit is toch wel haast het mooiste stukje Afrika dat we kennen denken we, dit stukje rivier – en hebben we ons omgekleed naar lange kleding om daarna met wat thee en andere mensen aan de oever te zitten tot het donker werd en we naar het kampvuur verhuisde.

Om 19:15 uur was het dagelijkse praatje, en daarna kregen we een Zuid-Afrikaanse braai: boerewors, chops (varkenskarbonade) en ribben gegrilld op de hete kolen, met “pap” (witte vaste stijfsel in onze ogen) en een kruidige tomatensaus erbij, en natuurlijk potjiebrood en sla. Helaas was het vlees van slechte kwaliteit met heel veel vet en heel weinig vlees op ieder stuk, dat viel tegen. Toe kregen we vla met een koekje en een halve guave uit blik, ook een van Sanana’s bushtoetjes, dat ondanks zijn eenvoud erg lekker is. Hans en ik hadden ons al een dag of twee voorgenomen om eens lekker voor het lekker een zak chips te delen, maar het komt er gewoon niet van. Het eten vanavond was overigens precies hetzelfde als onze overnachting hier van vorig jaar, en het voorgestelde ontbijt (gevulde omeletjes) morgenochtend zou ook precies hetzelfde zijn – Hans dacht dat ik gestoord was dat ik dat nog wist!

Na het eten hebben we nog een tijdje zitten kletsen, tot we in de verte het ongelofelijk diepe gebrul van een leeuw hoorde. De leeuw liep zo te horen een beetje heen en weer, en kwam uiteindelijk zelfs tot zo’n 800 meter van ons kamp vandaan, imposant brullend. Een of twee van de crew zijn zelfs met schijnwerpers gaan kijken of ze iets konden zien of vinden. Niets, gelukkig, maar toen ik wat later naar de wc moest was ik zeer alert en heb ik overal goed geschenen en gekeken terwijl ik naar binnen en weer naar buiten liep. En het hoge siergras naast het wc-gebouwtje dat overdag zo mooi was leek nu opeens in het donker een veel minder goed architectonisch idee geweest – precies geschikt voor een leeuw om zich in te verbergen!

Toen ik terug was bij de rest bij het kampvuur zat de eigenaresse er om even een tijdje te kletsen. Om 21:15 zijn Hans en ik naar bed gegaan, de leeuw was ondertussen al een tijdje stil geweest. We hadden best last van de muggenbulten van gisteren, en men was wat later dan anders, normaal zijn we een van de laatste naar bed rond zo’n tijd, maar nu zaten er nog altijd mensen te kletsen bij het kampvuur. Je kon in de verte de nijlpaarden in het water horen mopperen, en rond 22 uur lag echt iedereen in bed en hoorde je de leeuw weer af en toe brullen.

free counters