NOVEMBER 2018: ZUID-AFRIKA, ZAMBIA

In de nacht hoorde we de leeuw nog af en toe ver weg van het kamp, en natuurlijk de nijlpaarden in het water onder ons kamp, naast alle andere gebruikelijke nachtgeluiden in de bush! Om 5:30 deden de eerste mensen al rondlopen, ongelofelijk wat zijn sommige mensen toch vroeg steeds. Om 6:10 zijn we zelf opstaan omdat we onderhand nodig naar de wc moesten.

Terwijl we thee pakte bij het kampvuur wilde graag een van de vogelaarsters, een vrolijke leuke wat oudere vrouw, de arend die we gisteren in het bootje gezien hadden identificeren aan de hand van mijn foto’s, dus ik kwam even naast haar zitten zodat ze de foto’s op de camera kon bestuderen. Ze was helemaal blij toen ze de vogel in haar boek kon afvinken, het was een nieuwe soort voor haar namelijk, en er werd netjes genoteerd naast de foto in het boek waar en wanneer deze eerste “sighting” geweest was. Deze vrouw is niet alleen een vogelaarster maar ook een beetje gek op een leuke manier: zo vertelde ze mij een keer dat ze mensen automatisch in twee categorieën deelt; paarden of pudding. Wij zijn allebei pudding! We denken dat pudding wel positief is, want haar man is ook schijnbaar pudding, en de vader en dochter in de groep zijn paarden… En haar man had iets met 7, maar dan alleen in de combinatie 3 en 4, gaf hij verlegen toe toen we onze gekke eigenschappen aan het uitwisselen waren!


Om 7 uur was het ontbijt klaar; gevulde omeletjes met gehakt en kaas op potjiebrood-toast. Er was echter iets anders aan, het recept is veranderd geloof ik en ze waren ook erg droog, wat ongekend is voor dit hapje! De aapjes in de bomen om ons heen kwamen redelijk dichtbij, nieuwsgierig naar al het lekkers wat gegeten werd bij de veldkeuken, maar ze durfde niet goed de veldkeuken zelf in te komen. In de bomen hoorde je constant een vogel geluid maken – zingen kon je het niet noemen, het was een constante monotone tuu...tuu…, dat continu doorging en meer als een machine klonk dan als een levend wezen.

Rond 7:30 was al bijna iedereen in het kamp weg, wij vertrokken op ons gemak om 7:50 als laatste, ook de crew was al bijna klaar met het kamp opruimen. We reden vandaag namelijk op ons gemak naar het volgende kamp, waar we vorig jaar gestopt hadden om te lunchen voor we doorreden naar ons uiteindelijke kamp. Hans en ik snapte niet zo goed dat ze dat lunchkamp nu gekozen hadden om te overnachten, maar we wisten in ieder geval dat het niet ver was. We zijn door prachtige bossen gereden waarbij de bomen in allerlei vormen en kleuren waren, maar er waren nauwelijks dieren helaas, alleen enkele impala en zelfs nauwelijks vogels. Wel waren er veel tsetse vliegen; je denkt van niet maar als je stilstaat of langzaam rijdt komen ze op de ruiten zitten en proberen in de auto te komen. Brrrrr enge types!

Hans en ik kwamen bij een grote brug twee tegenliggers tegen – wat een timing, hier was het breed, de beste plek om elkaar te passeren! Het viel ons op dat een van de auto’s net als wij van de autoverhuurder Bushlore was; de chauffeur draaide zijn raam open en riep gelijk tegen Hans "how are the roads". Hans moest lachen en zei in Nederlands “ben je ook Nederlander?” want het was wel redelijk duidelijk dat het een Nederlander was om te zien. Maar hij reageerde met "I do not know what you are saying", wat natuurlijk raar klinkt als Engels je moedertaal zou zijn. Het was overduidelijk een Nederlander, want een Nederlander is te boers om eerst “how are you?” te zeggen of een algemene groet geven, zoals alle Zuid-Afrikanen doen, zwart of wit. Altijd, altijd, wordt eerst het riedeltje “how are you? I am fine, how are you? I am fine” afgedraaid… En de “Engelse” Zuid-Afrikanen zijn ook nog praktisch echte Engelsen, zo beleefd dat ze zijn. Dus Hans en ik moesten wel lachen om de Nederlander die niet wilde laten merken dat hij Nederlands was maar zichzelf toch verraadde. Hans had nog wel zin om de man nog wat te plagen, maar ik had er geen zin in om nog lang te kletsen, want de tsetse vliegen kwamen van alle kanten binnen, dus ik riep maar in het Engels dat de wegen prima waren. De Nederlander scheurde verder achter de andere auto aan, die niet bij hem leek te horen – maar wij denken dat hij een beetje bang was, waarom vraag je anders naar de staat van de weg, en die andere auto bij wilde blijven, uit veiligheid.

Wij reden de brug ondertussen af, en reden de helling van de oever aan de andere kant op. Bovenaan na een bocht stonden opeens twee olifanten vlak naast de weg links. Rechts stonden er ook twee, ze waren duidelijk boos en geschrokken, die van links liep zelfs even een paar stappen ons achterna! Wij reden niet zo hard, maar schrokken zelf ook natuurlijk: later realiseerden we ons dat ze waarschijnlijk nog boos en geschrokken waren van de Nederlander toen wij er aankwamen. We wisten dat het ouder echtpaar ergens achter ons zat, die hadden we onderweg namelijk ingehaald toen zij naar een vogel aan het kijken was, dus we probeerde ze op te roepen via de radio om op te passen op boze olifanten voorbij de grote brug… We kregen geen reactie en later bleek dat ze hun radio vergeten waren mee te nemen, die staan iedere ochtend klaar voor ons en worden iedere middag ingeleverd bij de crew zodat ze opgeladen kunnen worden.

We zagen inmiddels wel weer iets meer dieren lopen, en enkele tientallen kilometer voor het kamp zagen we in de verte nog vier olifanten de bush in lopen – als je niet wist waar ze waren zag je ze al niet eens meer. Net op dat moment passeerde beide Bhejane auto’s ons om vooruit te rijden en het kamp alvast op te zetten. Al gauw kwamen we bij het (door een stuwdam van een inmiddels buiten werking gestelde energiecentrale gecreëerd) meer waar het kamp in de buurt van ligt, en er waren nu bijna geen dieren bij het water, terwijl er vorig jaarvan alles gestaan had. Hans en ik vroegen ons af of het misschien door het stropen komt wat hier nog veel gebeurt, gewoon omdat het nationaal park zo groot is en zo weinig mankracht en middelen heeft om de boel voldoende te controleren.

We vonden het bord dat Hippo Bay moest aanwijzen niet geheel duidelijk, en deden dus nog even doorrijden. Het bleek dat we toch die afslag hadden moeten nemen en draaide om om terug te rijden. Iets na 12 uur reden we het kamp binnen, dat gerund werd door een vage Italiaan, volgens Cronje. Het was net zo'n dump als we ons herinneren van vorig jaar toen we er alleen voor de lunch waren. Er was geen schaduw, alles was een beetje vervallen, de wc’s waren smerig en stoffig terwijl de eigenaar wist dat we zouden komen, de wc-rollen stonden er zo te zien al maanden – als je ze optilde lieten ze een kring achter in het stof. Bleh, en hier zouden we twee nachten moeten blijven, dat ging afzien worden. Vooral ook omdat het kamp niet tsetsevliegvrij bleek te zijn, bah!

Sanana maakte ons echter helemaal blij; in een poging iedereen een beetje onder de schaarse schaduw weg te zetten, had hij onze tent (met een knipoog naar ons) onder een van de twee afdakjes opgezet, geweldig! We hebben hem uitvoerig bedankt!


Ondertussen werd de lunch door Cronje opgezet onder een boom terwijl Dries en Ofentsi een tent opzette om de veldkeuken wat schaduw te geven. We kregen vandaag potjiebrood met gehaktballetjes, die waren vanochtend in een gietijzeren pot boven de kolen gebakken, lekker! Er was een plakje tomaat gevallen op de grond en daar landde gelijk een paar vlinders op, je zag ze met hun lange tongen het vocht oplikken. Anderen uit de groep vertelde dat de Nederlander als een idioot zo hard reed door het park, wat bezielde die vent toch!

Rond 13:45 hebben Hans en ik ons terug getrokken naar onze tent om de hitte een beetje uit te zitten. We hebben ook de elektronica in de tent gelegd omdat de auto in de volle zon stond te bakken. Hans is al gauw een dutje gaan doen, ik niet lang daarna. Om 15:15 werden we wakker van de hitte, en hebben wat gedronken en de tentdeurflap opengezet. Er kwamen wel wat vliegen binnen, ook een tsetse vlieg die we zonder steken naar buiten hebben kunnen jagen, maar het scheelde een beetje qua hitte dus was de ellende van de enkele verdwaalde tsetse vlieg waard. Pfffff!

Kort nadat we weer wakker geworden waren en een beetje bijgekomen, kwam een busje het kamp ingereden en zocht een plekje dichtbij onze tent; het had een Schotse nummerplaat, dat leek ons wel een beetje sterk, maar je komt tenslotte van alles tegen onderweg dus het is zeker niet onmogelijk. Iets na 17 uur zijn we uit de hitte van onze tent verdreven en hebben onze stoelen naar het heuveltje naast de veldkeuken gedragen, waar een deel van de rest van de groep zat, om met een kop (lekkere hete) thee de hitte van de namiddag uit te zitten. Ondertussen keken we naar de olifanten en nijlpaarden in de verte aan de rand van het meer; er liep een heel klein baby’tje tussen de volwassene olifanten, altijd een mooi gezicht!

Op gegeven moment kwam het echtpaar van het busje kennis maken; inderdaad Schotten, en een beetje vreemd stel; hij kwam een beetje onhandig en knullig over, bood eigenlijk zonder zichzelf echt voor te stellen aan om een goocheltruc te laten zien en vroeg daarna om een kleine donatie. Je kon merken dat iedereen zich een beetje ongemakkelijk voelde hierbij, dit was toch niet echt hoe je zoiets aanpakt, en mensen negeerde hem een beetje weg. Ik vertrouwde hem zelfs niet echt, er schoot door mijn hoofd dat hij misschien in onze tenten zou kijken wat er te halen viel terwijl wij hier zaten. Gelukkig hebben we niets gehoord over ongeregeldheden, sloeg waarschijnlijk ook helemaal nergens op dat ik dat dacht, maar dat kwam door zijn beetje vreemde houding.

We hebben tot de zon onder ging zitten genieten van het uitzicht, terwijl sommige mensen wat te knabbelen rond lieten gaan.

Toen was het om 19 uur tijd om te eten; “shepard’s pie” (aardappelpuree met gehakt in een gietijzeren pot boven het vuur verhit tot er een korstje op kwam), lekkere koolsalade en bietensalade en natuurlijk potjiebrood. Geen toetje. We worden deze Bhejane reis in ieder geval niet dik, zo spannend zijn de maaltijden namelijk niet, helaas! Tijdens het eten snoepte grote motten gulzig van de rode wijn van de twee mannen, en van de vochtige restjes eten op de borden en wat er op de grond gevallen was. Sanana had eerder het kookwater van de aardappelen weggegooid, daar zat nu een hele zwerm motten met hun tongen de vochtige grond te deppen, een bijzonder gezicht!



[Het is moeilijk geweest om de rest van het verslag van de reis af te maken, maar als onderdeel van mijn persoonlijke verwerking vond ik het toch belangrijk om een en ander op te schrijven van wat er vanaf nu tot het einde van de reis gebeurde.]



Ergens rond 20 uur onze tijd toen we aan het natafelen waren en aan het kletsen hoorde ik twee smsjes binnenkomen bij mij. We zouden hier eigenlijk geen bereik hebben in Kafue, maar er wordt op een paar kilometer afstand van dit kamp een weg aangelegd door de Chinezen, en we vermoeden dat zij een mobiele zendmast hebben staan, waar wij net wel en net niet het signaal van oppikte. Ik schrok en Hans ook toen we de smsjes zagen: zowel van Hans zijn dochter als zijn schoonzoon alleen de woorden “bel ons nu”.


We belde gelijk en hadden gelukkig bereik, maar dat gesprek was afschuwelijk. Hans zijn dochter vertelde volledig verdoofd en in een monotone stem dat hun dochter, onze lieve vrolijke kleindochter, plotseling was overleden. Nog geen uur geleden, Hans zijn dochter en schoonzoon waren nog in het ziekenhuis. Onbegrijpelijk, ze was niet doodziek of zo geweest, het was plotseling en binnen een paar uur gebeurd. Onze medereizigers konden het gesprek, dat ik op speaker gezet had zodat we alletwee konden bellen, niet verstaan maar ze begrepen wel dat er iets gigantisch mis was, en kwamen al bezorgd naar ons toe om ons te troosten.


Na het onwerkelijke en hartverscheurende gesprek waren Hans en ik in diepe shock. Medereizigers en leden van de crew kwamen ons proberen te troosten, knuffelde ons, leende ons hun schouders om op te huilen, masseerde Hans zijn schouders, en stonden verdoofd erbij. We zaten nu midden in Zambia; onze oorspronkelijke vertrekplaats, Johannesburg in Zuid-Afrika was te ver weg, we moesten zo snel mogelijk naar huis. Nu rijden was geen optie, we konden pas morgenvroeg vertrekken; je rijdt gewoon NIET in een wildpark ’s nachts, zeker niet voor zoiets traumatisch als dit.


Kasane, in Botswana was een optie, en daar was ook een depot van de autoverhuurder. Alleen wel een slechte weg en/of een hele lastige grensovergang per ferry. Uiteindelijk riep Cronje dat we naar Livingstone moesten gaan; dichterbij hier, geen grensovergangen, en een internationaal vliegveld vanwege de watervallen! We hebben de reisverzekering gebeld, zodra we weer bereik hadden die even uitgevallen was, en de situatie uitgelegd en gevraagd of ze ons vanuit Livingstone (eerst Kasane, maar iets later hebben we dat dus gewijzigd) naar huis konden krijgen, en vanaf wanneer we dachten in Livingstone aan te kunnen komen.


De auto zou Cronje door Frank van Bhejane laten regelen, en hij ging gelijk bellen. Kwam in orde, beloofde hij, Frank zou ervoor zorgen dat de autoverhuurder iemand in Livingstone zou hebben staan om de auto over te nemen en naar het depot in Botswana te rijden. De verzekering kwam uiteindelijk met een vlucht vanuit Livingstone waarmee we overmorgen ochtend terug in nederland konden zijn, perfect. Cronje beloofde dat hij en Sanana met ons mee zouden rijden morgenochtend mochten we onderweg nog meer problemen met de auto krijgen, en om ons te ondersteunen. We spraken af om niet te extreem vroeg op te staan, het moest tenslotte wel licht zijn voor we gingen rijden, en namen afscheid van iedereen.


Iedereen ging naar bed want het was inmiddels al laat. Wij hebben de auto uitgeruimd en ik ben gaan inpakken terwijl Hans zijn zus en broer en een goede vriendin belde. Onwerkelijk, we waren allebei volledig verdoofd en zwaar emotioneel. En verward. Er liep een luipaard rond langs de randen van het kamp en we moesten elkaar er af en toe aan herinneren dat we ’s nachts in de Afrikaanse bush zaten, en dat we ondanks ons verdriet moesten blijven opletten waar we liepen en wat er om ons heen liep. Onwerkelijk. Ik heb alles op automatische piloot in de tassen gepropt en we hebben de chips, water en fris die we nog hadden apart gezet om weg te geven aan de crew morgenochtend.


Veels te laat zijn we gaan liggen op bed. Onze hoofden gingen alle kanten op. Hans heeft een slaappil ingenomen en ik een diazepam om rustig te worden maar het hielp geen van beiden.

free counters