30/1 - 01/2: Yanchep-Pinnacles-Kalbarri, 814km

Het is nu woensdagmiddag 15.30 uur (bij jullie 8.30) en ik zit hier heerlijk in een koel briesje van de schaduw te genieten. Want ondanks dat dit volgens een jongen in Perth de koelste zomer sinds jaren is vind ik het aardig warm. Dit is onze eerste nacht op een camping en we zijn 22 dollar armer (Ria en andere kampeerders, voor hier is dat schijnbaar vrij prijzig). Jooske is even gaan douchen zodat ik mijn reisverslag kan bijwerken.


Ik had dus in de winkel gelijk een mailtje naar mijn dochter gestuurd en daarna een smsje om haar te laten weten dat er mail was. Immers ze zit op haar stage en zal anders niet direct de thuismail controleren. Jooske en ik zijn via de nodige files en drukte Perth uitgereden op weg naar het nationale park Yanchep (even voor alle duidelijkheid als je de juiste schrijfwijze wilt weten van plaatsen die we aandoen lees dan vooral Jooske’s spelling want ik heb echt geen zin dat iedere keer op te zoeken) Yanchep is een prachtig park dat in Western Australia bekend is vanwege zijn koala populatie. (te zien geweest bij Floortje Dessing op Yorin Travel). Als we er aankomen ben ik doodmoe van de jetlag en het toch weer inspannende links rijden en met een camper die nodig uitgelijnd moet worden. Hij trekt vreselijk naar links, ik moet eigenlijk voortdurend corrigeren. Bij het toegangshuisje staat dat de entree $ 9,-- kost, maar aangezien het gesloten is en ik echt niet zo gek ben dat ik geld in de klaarstaande collectebus doe rijden we lekker illegaal het park in. Al snel hebben we een beschut parkeerterreintje gevonden dat uitkijkt op een groot veld waar zowaar een kangaroe huppelt. Mooi!! Tijd om eten klaar te maken en als we niet weggejaagd worden te overnachten.


Aangezien ik de laatste reisverslagen commentaar gehad heb over mijn beschrijvingen van de maaltijden zal ik jullie er deze keer niet mee vermoeien. Wel moet mij even van het hart dat de keukenuitrusting van de camper zo mogelijk nog beroerder is dan de camper zelf. Zo is er bv. WEL een aardappelstamper, je weet wel zo’n ding waar je moeder vroeger de zuurkool en boerenkoolpot mee stampte, maar GEEN aardappelschilmesje. Ondanks alles aten we heerlijk (ik kook, dat moge duidelijk zijn). Tijdens het eten zien we al maar meer en meer kangaroes op het veld komen. En op een gegeven moment tellen we 27 kangaroes bij elkaar. Kijk NOU zijn we in Australië. Na het eten maken we nog een klein wandelingetje, en krijgen een smsje binnen van mijn dochter dat zowel email als smsje prima zijn ontvangen. Een hele geruststelling voor ons beide stellen we vast. Tijdens het koken heeft Jooske het bed boven de stuurcabine opgemaakt en rond 21.30 kruipen we in bed om als een blok in slaap te vallen. We worden s’nacht nog verschillende keren wakker vanwege de krappe ruimte en het feit dat het volgens ons lichaam nog volop dag is. Gek eigenlijk want we zijn echt bek af.


De volgende ochtend wassen/plassen/en tandenpoetsen we in een van de toiletblokken van het park. En maken we een wat uitgebreidere wandeling. Daarna rijden we naar het gedeelte waar de koala’s zich ophouden. Even voor de duidelijkheid zover ons bekend komen koala’s in dit gedeelte van Australië niet van nature voor. Dus we worden maar weer eens belazerd waar we bijstaan, maar dat maakt het niet minder grappig die beestjes van zo dicht bij te zien. We tellen er in totaal toch zo’n stuk of 13. Nadat we ze genoeg op de foto hebben gezet, besluiten we Yanchep te verlaten en rijden we richting het noorden. Naar de Pinacles in Nambung park.


Daar aangekomen moesten we van de ticketverkoopster, die NIET het vriendelijk zijn had uitgevonden, de camper laten staan om te voet de route van 3 km te lopen door het mulle gele zand. Een gele zandvlakte bezaaid met tussen de 50 cm en 2 meter hoge ‘hoektanden’ van rotsen was mooi om te zien maar toch minder spectaculair dan verwacht. Na een tijdje zijn we omgedraaid omdat het idee van drie km lopen in die hitte ons niet echt aansprak, temeer omdat we andere campers er wel zagen rijden, en you’ve seen one you’ve seen them all hier wel van toepassing was.


We gingen weer op route richting Kilbarri, onderweg kwamen we een ver van de weg afgelegen rest area tegen dat volledig verlaten was. Kortom een prima slaapplek. Na gegeten te hebben hebben we ook hier weer een wandeling gemaakt naar een top met uitzicht op de omgeving en na terugkeer in de camper hebben we ons verslag weer verder geschreven en het gedeelte wat af was verstuurd omdat de accu van de laptop op begon te raken. Daarna zijn we weer op tijd gaan slapen want de jetlag speelt ons nog steeds parten en we voelen ons behoorlijk lamlendig af en toe.


We sliepen prima en werden veel minder wakker dan de vorige nacht. Alleen kwamen we beiden tot de conclusie dat we mss wel zo vaak wakker werden omdat we wat op ons hoede zijn vanwege het wild slapen. Niet dat we ons ook maar een seconde onveilig voelen. Integendeel, maar we zijn wel erg ver van huis als er iets op doet.


We besloten in ieder geval de volgende nacht op een camping door te brengen. Kijken of we rustiger slapen en sowieso moeten we douchen en de accu’s van het fototoestel opladen.


Jooske mag weer schrijven :)

Eigenlijk hebben we de camper naar mijn gevoel al ‘ingewijd’ op het parkeerterrein van de supermarkt in Perth waar we het eten zo goed en zo kwaad als het ging opruimde (erg weinig opslagruimte, de camper is niet erg praktisch ontworpen) en Hans meteen heerlijke spiegeleitjes met spek bakte... We hadden allebei zo’n vreselijke honger want we hadden sinds in het vliegtuig de vorige dag niet meer gegeten en we waren moe en hadden dorst, dus even bijtanken was hard nodig! Dat was het lekkerste eitje dat ik ooit gegeten heb! Nu dat we een tijdje op weg zijn vinden dingen hun plek – en wennen wij aan de camper die niet het luxe huisje op wielen uit Nederland is... Zoals de deur-met-vliegenscherm die tijdens het rijden langzaam maar zeker los kleppert – we vroegen ons bij de verhuurder al af wat die tapevlekken waren op de deur!!! Maar goed, een rol tape gekocht in een gehucht onderweg heeft dat probleem opgelost... Het ziet er dan wel niet uit, maar het werkt! En het tafeltje binnen die hartstikke los zit en nog wel eens tijdens het rijden losschiet waardoor alle boeken op de bank eraf donderen... En natuurlijk mijn foutjes, dat ik de bestekla niet op zijn haakje gezet heb voor vertrek of de wcdeur niet goed dicht heb gedaan... Ach, Hans moppert dan even op mij maar op zich zijn de wegen hier superrustig en dan is het een kwestie van even snel dichtdoen en verder – ik moet gewoon nog wennen aan alle kleine dingetjes waar je op moet letten bij het wegrijden!


De stad uitrijdend zat ik als een vastgelopen plaat steeds ‘links’, ‘links’, ‘korte bocht’, ‘lange bocht’ te zeggen om Hans te helpen herinneren aan welke kant hij moest rijden... En soms ‘nee andere links!’ – aangezien hij linkshandig is en de twee nog wel eens door elkaar haalt! En we zijn nu al een paar dagen links aan het rijden maar het is nog steeds enorm wennen en juist doordat het heel de tijd goed gaat moeten we extra opletten – Hans is al een paar keer bij het oprijden van een weg vanzelf naar de rechterkant geneigd voordat ik hem eraan herinnerde dat dat fout was! Verder is het lezen van de kaart als je eenmaal uit Perth bent redelijk eenvoudig – ’170 km rechtdoor’ ‘de eerstvolgende afslag die geen dirt road is naar links’ enz...


Onze eerste stop was Yanchep, een heerlijk stukje eucalyptus-bos waar zogenaamd de grootste kolonie koala’s van heel West-Australie leeft... Nou ja, die hebben wij dan niet gezien, maar zoals Hans beschreef wel een paar. Wij hebben gekampeerd op een parkeerplaats naast een voetbalveld die Henry White Oval heette... En het was vind ik de mooiste plek tot nu toe, dat park was namelijk bloedmooi (wel erg aangelegd, maar toch bloedmooi) en we hebben onze eerste levende wilde kangaroes gezien! Ze waren nieuwsgierig maar hielden wel hun afstand, en eigenlijk zijn het toch wel gekke beesten – ze zitten soms echt op hun staart en dat springen is echt een grappig gezicht! Ik vond het prachtig om te zien, en heb tegen de avond toen er zo’n 27 waren geprobeerd dichtbij te komen voor een foto maar dat laten ze niet echt toe. Sochtends toen Hans water voor de watertank was gaan halen en ik opruimde binnen zag ik opeens een flinke jongen vlakbij de camper... Even groot als ik denk ik toch wel! Maar ja, voordat ik mijn camera had en de deur voorzichtig opendeed besloot hij al om er vandoor te gaan dus echt goed staat hij niet op de foto. We leken heel de avond en de volgende ochtend alleen in het park, tot we naar de koala’s reden. Daar was een busje Japanners ons net voor – waar kwam die nou vandaan? Het was amper half tien sochtends! Dus wij erachteraan om naar de koala’s te kijken... Daar stond ook dat koala’s kijken geld kostte maar het hek stond open en er leek nergens te zijn waar je moest betalen, en niemand om er iets van te zeggen (de Japanners waren al doorgehold) dusssss...


Ik wist al dat koala’s lui waren, maar nu zagen we het zelf – ze rekte na een dutje een poot uit om prompt weer in slaap te vallen, poot nog uitgestoken. Eentje was echter een actieveling dus Hans kon daar een paar actiefoto’s van maken – niet al te veel van voorstellen hoor koala’s en actief gaan niet samen! Het stikte hier ook van een soort grote zwarte papagaaien, die in groepjes laag over ons heen vlogen, zwermen knalgroene parkieten, en hele brutale zwart-witte vogeltjes die echt niet opzij gaan als je er langs loopt. En ik had savonds kookaburra’s gehoord, echt een heel erg vreemde gewaarwording als je een wandelingetje maakt en keihard door vogels met een soort hyena-lach uitgelachen wordt!


Het plan was om naar de Pinnacles te rijden in Nambung park, en daar te zoeken naar een slaapplaats – liefst wild en in het park – maar dat viel tegen. De rit naar de Pinnacles was eigenlijk langer dan goed voor Hans was, ik merkte aan hem dat hij zoiets had van doorrijden naar de volgende plek, dan ben je er maar – en als die plek 500 km in plaats van 250 km was had hij dat ook gedaan. En we waren nog steeds moe van de jetlag. De pinnacles zelf waren wel leuk – veel meer dan ik verwacht had, maar ook minder imposant, ik dacht dat ze een paar meter hoog waren maar als ze 2 meter hoog waren dan was het veel. En duidelijk dat de kaartenverkoopster boos was geweest dat we haar hokje niet gezien hadden en 3 meter doorreden voordat we stopte om kaartjes te kopen, want je had prima met een camper erdoor kunnen rijden en wandelend was die 3 km echt niet lekker; heel erg winderig, fijn stuifzand en hete zon. We hadden allebei zoiets van het is nog een beetje vroeg in de reis voor de woestijnervaring, dus we zijn na denk ik een kilometer omgedraaid en teruggelopen. Maar ja, geen slaapplaats dus, dus wij moesten dat park uit. We besloten maar om in de goede richting te gaan rijden en zien wat we tegenkwamen.


Halverwege tussen Cervantes en Juriens Bay was een rustplek (aangeduid met een ‘t’, we weten niet waar die voor staat want er zijn op deze plekken geen toiletten of telefoons!) die Mulah Hill lookout heette, en omdat hij redelijk afgelegen leek besloten we te gaan kijken of het wat was... Het was precies dat, een uitkijkpunt en verder niets, met een ruime parkeergelegenheid waar wij toch wel een kwartier bezig zijn geweest met zoeken naar een parkeerplek waarbij de camper zo recht mogelijk stond! Eten koken, wandelingetje, opruimen en toen ben ik alvast in bed gaan liggen dutten terwijl Hans nog even de krant meegenomen uit het vliegtuig (en nog steeds niet gelezen) ging lezen. De volgende ochtend waren we heel vroeg op – we zaten om half acht al weer op weg – want dit plekje was wel mooi rustig en afgelegen maar het had lang genoeg geduurd. Vanavond zouden we, zo besloten we, in een camping slapen! Voor de variatie... En Hans gaf toe dat hij nogal op doorrijden naar een eindpunt was gefocust dus we besloten om wat meer op ons gemak te rijden en als we geen zin meer hebben, te stoppen.


Om het vervelende klusje van de wc legen zo weinig mogelijk te hoeven doen gaan wij als het even kan niet in de camper naar de wc maar bij tankstations of in het national park... Of wild natuurlijk! Wel heeeeel erg alert op alles wat beweegt en alleen als het licht is want we hebben de weken vooraf aan Australië uitgebreid gekeken naar Steve en zijn slangen/krokodillen/hagedissen-verhalen op National Geographic... En er kruipt heel wat rond in Australië wat ik liever niet tegenkom! Af en toe steken er rare hagedissen over – een ‘skink’ noemen ze dat hier geloof ik – en helaas ligt er heel erg veel ‘roadkill’ langs de weg... Bijna allemaal kangaroes! De roadtrains hebben hier ook speciale stevige roosters voorop om schade (aan de auto) te minimaliseren, juist omdat er zoveel kangaroes zijn overal.


Vandaag hebben wij, om zo veel mogelijk de roadtrains te vermijden (dat is behoorlijk imposant als drie volle tankerwagens tegelijk je tegemoet denderen) hebben wij een kustweg gereden – en omdat het hier heel rustig is bood ik aan om te rijden dus 70 km van de ruim 400 km vandaag gereden zijn van mij! Aangezien ik niet zo veel ervaring heb gaat linksrijden mij wel goed af, het is voor mij allemaal een pot nat (autorijden bah) maar aangezien mijn stukje weg maar een bocht had en ik toch bijna aan de rechterkant eindigde vanwege een ‘roadworks’ sign die ik te laat zag, moet ik dat misschien niet te hard roepen... (Hans: Gelukkig kon ik wel op tijd hard roepen.)


Als je rijdt zie je hoe vreselijk groot Australië is – en het is ongelofelijk hoe uitgestrekt alles is! Een iets groter formaat dorpje is hier wel 10 km uitgesmeerd want ieder huis is gelijkvloers met een flinke tuin... Het is wel mooi rijden en die leegte is prachtig. In de buurt van Kalbarri begon het landschap wat meer te glooien – het was tot dan net zoals in Engeland of Frankrijk geweest, maar wel met ruige, dorre begroeiing en heel weinig door mensen gemaakt – en werd ruiger, en in het gebied van Kalbarri Park waren er vele afsteggertjes naar uitkijkpunten over kliffen van honderden laagjes rood zandsteenachtige rots. Prachtige uitzichten over baaien en koven en ‘gorges’ (diepe inhammen in de kust, al dacht ik dat die term alleen voor diepe rivierbedden gebruikt werd), al heeft Hans natuurlijk al vaak dat soort uitzichten gezien. Wel voor het eerst sinds we hier zijn dat we last hebben van de vliegen, en notabene terwijl er een behoorlijk harde zeewind waait! De mooiste plek was toch wel Pot Alley vond ik, een baaitje met een zandstrandje en prachtig helder blauw water – en die rode kliffen er omheen. Veel vliegen maar heel mooi...


En de baai waar het plekje Kalbarri ligt was heel bijzonder – langs deze kust is het water blauw en hartstikke helder, maar nu reden we van uit de hoger gelegen rode rotsen naar beneden op een groot strand af van rood zand, beschut aan beide kanten door hogere rode kliffen, met daarvoor rood water tot op de hoogte van de rest van de kust – waar het abrupt blauw werd! In de tweede camping die we zagen (de eerste waren we te laat om te stoppen want die lag een beetje verstopt) besloten we te overnachten… geen honden toegestaan hier omdat er kangaroes rond zouden lopen – ik ben benieuwd; de sprekende parkiet ‘Fred’ bij de ingang had in ieder geval heel weinig te zeggen behalve ‘hallo’ als we wegliepen... Maar de douches zijn heerlijk, echt genieten! Schoon, netjes, en gewone kranen dus onbeperkt douchen op welke temperatuur je maar wilt – perfect! Ik heb heerlijk lang gedoucht en genoten terwijl Hans zat te typen, en daarna wisselde we om zodat ik kon gaan typen. Het waait hier behoorlijk en toekijken terwijl Hans zijn krantje probeert te lezen is heerlijk... Ik heb het heel erg naar mijn zin en ik denk Hans ook wel – ons plan is om bij Exmouth een paar dagen te rusten, en ik ben zeker van plan om meer te rijden... Maar liefst niet met roadtrains! Die zijn zo groot dat een gewone vrachtwagen nu klein lijkt!

Heel veel liefs aan iedereen en wij werken hard aan ons kleurtje om jullie straks allemaal jaloers te maken dat we zo bruin zijn ;-)

Jooske.


Zo wegwezen jij, ik mag weer.

Ik heb inmiddels heerlijk gedouched, geschoren enz enz. Even de telegraaf gelezen die ik in het vliegtuig naar Londen gekregen had en weer geconcludeerd dat het een krant van niks is.


Vandaag ging het een stuk beter met me ik denk/hoop dat het ergste van de jetlag wel gehad heb. Er was ook veel minder wind waardoor de auto minder gecorrigeerd hoeft te worden. Al blijft het lastig dat hij zo veel naar links neigt. Toen we net op weg waren hebben we wat boodschapjes gedaan, o.a. de tape waar Jooske het over had en toen we eenmaal op een rustig stuk weg zaten heb ik haar laten rijden. Even uitgelegd hoe het rijden met een automaat werkt en hop op weg maar. Het ging prima alleen vond ik het doodeng om links in de auto te zitten zonder stuur voor me. Ik herinner me uit Zuid-Afrika dat ik en Peter (mijn toenmalige reisgezel) de eerste dagen doodsangsten uitstonden als de ander reed puur omdat je voor je gevoel zo van de weg afreed. Omdat ik dat wist heb ik mijn angsten kunnen onderdrukken en slechts een keer aan Jooske gevraagd of ze nu toch echt even iets van de kant afwilde gaan. Verder ging het erg goed. Behalve dan die hekken ‘Road closed’ die plotseling op de weg stonden. Maar ook dat liep goed af. Door deze omleiding moest we een stukje ‘highway’ nemen (gewoon 2 baans hoor) maar toen we eenmaal weer op de toeristische route zaten zijn we gestopt om even lekker een kom soep te eten. En godzijdank hebben ze hier ook zoete chilisaus dus is alles eetbaar te maken ;-)


Na een mooie en niet al te lange rit kwamen we in het kilbarri national park en hebben we diverse kliffen bekeken. Erg mooi allemaal maar op een gegeven moment vonden we het welletjes en hebben we een camping gezocht. De rest hebben jullie al in mijn vorige stuk kunnen lezen, dus ga ik nu dit klaarmaken voor verzenden. En uiteraard hopen we ook wat post te ontvangen vandaag.

Liefs Hans.

free counters