09/2: Port Hedland - Willare Roadhouse, 777km

Daar ben ik weer. Ik heb een paar dagen verstek laten gaan, maar Jooske heeft het allemaal keurig verwoord hoor. Alleen wat dat flauwvallen betreft. Jullie begrijpen natuurlijk wel dat ik vanalles moet doen om nog een beetje aandacht van Jooske te krijgen met al dat moois hier. *innocent look* Nee hoor zonder gekheid er was niets aan de hand. We hadden alleen pijn van het verbranden. Niets eens het eerste wat ik ooit meegemaakt heb (jaja, een ezel) maar ik ging naar het toilet en omdat het toch wel pijnlijk was helemaal aan te kleden om naar de campingtoiletten te gaan ging ik in de camper even plassen. Nou man dat kleine benouwde hokje. Ik voelde mijn benen onder me in zeewier (leuk gevonden he) veranderen. En ik kon er nog net uit strompelen en Jooske roepen. Ondertussen brak het klam zweet me overal uit. Daarna weet ik niet precies meer maar ik weet wel dat ik me staande heb kunnen houden dankzij het bed op 1,20 meter hoogte. Eenmaal terug in bed en de airco hoog ging het snel weer beter. Voordeel van dit alles is dat ik nu lekker de airco s’ nachts mag aanhouden van Jooske. Die is doodsbang dat ik bovenop der val. Op der gevallen ben ik al.


Dan die walvishaai. MENSEN, dat valt echt niet te beschrijven hoeveel geluk we gehad hebben. Ik had er al veel over gelezen en wist dat je voor ongeveer 250,-- euro met dat beest kon zwemmen. Tenminste als men hem vond. Er gaat dan een vliegtuigje de lucht in en die zoekt naar dat beest. Eenmaal gevonden ga je er met een snelle boot naartoe en kun je even met hem mee zwemmen. Vinden ze hem niet, jammer dan. No cure, WEL pay. Eenmaal hier bleek dat we echt te vroeg waren (had het al wel gelezen) dus had er ook niet zo’n moeite mee immer 250,-- is toch een hoop geld. En zo’n Mantarog zien zweven door het water is ook prachtig hoor en een stuk goedkoper ;-) En nu hebben we En En gezien WOW voor de prijs van een Mantrog 60,-- euro pp. Het is echt niet te beschrijven hoe mooi dat is. Ik doe er verder ook geen poging toe. In volle zee wel te verstaan en dan echt oog in oog met dat enorme dier. WOW te gek man. Ik had een onderwatercameraatje gekocht en nou maar hopen dat die foto’s een beetje gelukt zijn.


De rest van de dag hebben we gerust en nagemijmerd over onze mooie belevenis. De volgende dag zijn we gaan rijden om de overbrugging te maken tussen kust en binnenland. Goed voor zo’n kleine 1500 km. Gelukkig hoefde ik dat niet allemaal alleen te doen en heeft ook Jooske haar aandeel geleverd. Er valt weinig over te vertellen, behalve dat we een camping vonden voor 30 dollar. De duurste tot nu toe. Dus reden we naar een roadhouse dat we een paar km terug hadden gezien en betaalden daar 22 dollar voor een prima camping, met sanitair en vol ruige tatootypes, die allemaal erg vriendelijk waren.


De volgende dag begonnen we vol goede moed aan het tweede deel van de 1500 km. Dat ging goed alleen om een of andere reden kropen de tien km bordjes (om de 10 km staat hier een bordje hoever het is naar de volgende tankstop (dat begint dus rustig bij 350 km, dus bij iedere stop is het tanken, ik tank soms 4 keer op een dag. Fijn he benzinemoter in zo’n land) voorbij.


Het mooiste gebeurde rond 15.00 uur. Ik zei tegen Jooske, zit de deur van de camper goed dicht want ik hoorde iets en vrijwel tegelijk een enorme herrie en jahoor een klapband links achter. Nou ja klapband, compleet aan stukken gereten. Echt de hele rubber buitenlaag eraf en de metalen onderlaag gebroken heeft stukken kabel bloot gelegd (onbelangrijk hoor, van de watervoorraadmeter e.d.) verder een metalen slap die achter de band hangt om stenen op de vangen kompleet plat tegen de bodem van de camper geslagen. TEGEN de rijrichting in en een flinke deuk in de watertank die nu een beetje lekt. Maar daar praten we verder niet over.


Gelukkig was het de achterband en kon ik e.e.a. goed opvangen. Ik heb me weer afgevraagd of mensen die auto’s ontwerpen en daar een krik bij bedenken ooit zelf proberen of dat nou uberhaupt werkt wat ze verzonnen hebben. Maar goed. Al met al ging het vrij snel. Wat wil je 40 graden in de schaduw en 144 vliegen en een Jooske om je heen, dan wil je wel doorwerken. Dus we waren maar een klein halfuurtje aan oponthoud kwijt. Wel betekende het dat we nog zo’n 190 km naar de volgende stad Broome moesten zonder reserveband. En datis echt geen prettige gedachte als je op iedere honderd km ongeveer 1 auto tegenkomt.


In Broome hadden we geluk want bij het binnenrijden van het stadje zag Jooske gelijk een bandenshop. Hij had onze maat en het kostte maar iets van 80 euro inclusief montage. En hij werd er gelijk ondergelegd. Al met al heeft het hele avontuur ons iets meer dan een uur oponthoud gekost. Dat betekende dat we nog wel naar onze geplande overnachtingsstop konden rijden. Zo’n 180 km verderop. Nou dat hebben we geweten eenmaal goed en wel op weg. Trokken donkere wolken zich samen en na niet al te lange tijd begon het vreselijk te waaien en viel er een enorme stortbui uit de lucht. Al snel zagen we zich enorme plassen vormen langs de rand van de weg en begonnen die op sommige plaatsen ook al aan de weg te knabbelen. Zo gaat dat dus, dat overstromen van die wegen. Maar gelukkig zagen we dat we de bui uit aan het rijden waren. En hoewel het bleef druppelen bereikten we ongeschonden het roadhouse. En de camper was weer een beetje toonbaar en dat is ook nooit weg natuurlijk.


We staan nu op een verlopen camping met dito sanitair maar who cares. Morgen stomen we verder in de hoop ergens een rondvlucht over de KIMBERLEYS te kunnen. Dit ruige gebied is eigenlijk alleen goed met 4wheeldrive te zien of door er overheen te vliegen. Ik meen dat de opa en oma van Jooske dat ook gedaan hadden en het moet prachtig mooi zijn. Maar ja die hadden dan ook geen walvishaai gezien.

Liefs Hans.


Wat Hans vergeet te schrijven is dat bij de vorige roadhouse we constant enorme roadtrains langs zagen komen, de grootste tot nu toe; vier wagons ijzererts of zout, of tankers. Nou dat is behoorlijk indrukwekkend hoor! Verder zien wij sinds we weer op pad zijn uit Coral Bay op rustige wegen enorm veel rode hagedisjes – van hele kleine tot behoorlijk grote jongens, allemaal van hetzelfde roestrood als de ondergrond. Die gaan graag op de weg liggen zonnen, en vaak blijven ze als versteend zitten als je langsrijdt, maar soms gaat een sukkel rennen – en altijd de foute kant op. Nu gaat het verbazend vaak goed eigenlijk maar ja, soms raak je er helaas wel eentje… Dat is echt kut, dat geeft echt een rotgevoel. Vandaag hebben we vooral veel grote gezien, slimme jongens die enorm hard kunnen lopen en dus onmogelijk zijn om op de foto te krijgen zelfs al rem je ruim van tevoren af om ze niet weg te schrikken. Veel meer dan bewogen foto’s met een klein vlekje erop als ik geluk heb lukt tot nu toe niet! En ze zijn echt heel erg mooi, zelfs Hans die niet gek op hagedissen is vindt ze mooi.


Ik heb vandaag (voor mijn doen) een behoorlijk stuk gereden – wel 100 km. Dat maakt mijn totaal deze vakantie al op 210 km… Euh en dat van Hans daar hebben we het niet over dat is iets van 3800 km min die paar van mij… Ik zit nog niet op de geplande 10% maar dat komt wel goed denk ik zo. Het ging me best goed af vandaag vond ik zelf, die ene bocht en die twee tegenliggers die ik vandaag tegenkwam!


Er liggen constant grote lappen rubberband langs de highways, en vandaag leerde we waarom. Door de hitte is een klapband (en dan bedoelen we echt een KLAPband) gauw gekregen… Ik schrok me wild toen het gebeurde, had nog nooit zoiets meegemaakt en moest meteen denken aan alle waarschuwingen die mijn oom had gegeven over uitlijnen en afbreken en andere enge dingen… Ik was zo blij dat Hans precies wist wat er moest gebeuren, maar ik baalde ervan dat ik hem niet echt kon helpen en eigenlijk alleen maar kon toekijken – en als ik hulp bood het niet de juiste was. We wilde allebei snel weg maar ik kreeg vooral het gevoel dat ik in de weg liep. We waren allebei behoorlijk gespannen toen het Hans gelukt was en we wegreden, bij ieder geluidje hadden we toch zoiets van, oei, het zal toch niet weer? De opluchting toen we een bandenzaak vonden en weer een reserveband hadden, en bij de buren weer volgetankt waren was groot – er kan je altijd wat overkomen, ook als je net uit de bandenzaak wegrijdt, maar omdat we geen reserveband hadden voor die 200 km en de wegen hier behoorlijk rustig zijn maakte we ons toch meer zorgen. Ik was vlak na het gebeuren vooral blij dat ik niet achter het stuur had gezeten toen het gebeurde… ik denk niet dat ik zo rustig als Hans had kunnen reageren!


Vanavond zijn we allebei moe, en dat wil zich nog wel eens uiten in wat wederzijds gemopper, maar we hebben ook wel een inspannende dag gehad. Gelukkig – al heeft hij er nog wel last van – is Hans zijn rug steeds mooier aan het worden, de wondjes zijn bijna geheeld en er hangen nu grote vellen aan van de vervellende huid… Wat tenminste normaal is en niet van die enge barstjes die wondvocht sijpelen. Waarschijnlijk willen jullie dat niet eens horen maar jammer dan! De camping volstaat als overnachtingsplaats – maar vanavond was voor het eerst dat ik mijn slippers vol overtuiging aanhield onder de douche. Het is een beetje afgetrapt en oud allemaal. Ach ja maar we hoeven hier ook niet een week te zitten dus dan is het niet erg. Enne, erg veel keuze heb je hier toch niet, als je op de route wilt blijven is het dichtstbijzijnde alternatief of 200 km terug of 200 km vooruit.

Liefs,

Jooske

free counters