14/2: Leonora - Norseman, 446km

Het is tegen 5 uur smiddags en Hans ligt een boekje te lezen terwijl ik weer eens zit te kliederen achter de computer. Dat is een van de nadelen van deze camper, doordat er totaal niet handig is omgegaan met opslagplaats dient een van de twee bankjes tijdens het rijden en terwijl we stilstaan noodgedwongen als opslag voor een tas kleren, de uien en de aardappelen, en eventuele andere troep zoals jerrycans water en zo. En de ene koffer die we bij ons hebben staat tegen de tafelpoot aan die kant van de tafel tegen de bank – de enige plek waar hij niet echt in de weg staat! Waardoor er voor twee mensen weinig opties zijn om te zitten…Of je zit bil aan bil op het andere bankje naast elkaar of de ene ligt op bed en de andere heeft meer ruimte op het bankje. In ieder geval, dat verklaart ook een beetje waarom als ik aan het verslag begin Hans altijd maar op bed ligt! ;)


Vandaag was een vermoeiende dag, al hebben we relatief gezien weinig gereden. De camping waar we vannacht hadden overnacht vonden we een beetje apart, de campingbaas vind ik een beetje een zonderlinge. En zijn camping… tja, Hans heeft al een beetje beschreven hoe hij de sanitair ervoer tijdens het douche. Ik ging savonds nog even naar de wc, en brrrrrrrr, het was weer eens zo’n slechte B-horrorfilm met veel insecten! Er scheen een grote felle lamp boven de deur van het gebouwtje, waardoor alles wat vleugels had daar na zonsondergang verzamelde…Nadat ik voorzichtig voorbij de honderden grote sprinkhanen, kakkerlakken, torren, en duizenden vliegen en motten was gestapt (en ik voelde dit keer echt iets in mijn haar!!!) kwam ik binnen om te zien dat de muur van de spiegels en wasbakken (waar heel strategisch en doordacht precies boven een blauwe vliegenlamp hing) een krioelend tapijt was van insecten… En de ruimte gonsde van het gezoem en geknetter als er weer eens een vlieg geëlektrocuteerd werd. Ik ben heeeeel snel naar de wc geweest!


Vanochtend was Hans er nog wel redelijk positief over, volgens hem was de mannenkant zo goed als schoon. Maar bij het opendoen van de deur van de vrouwenkant vanochtend zag ik een enorme bidsprinkhaan die mij aankeek… En nog behoorlijk veel insecten, zeker gezien het feit dat het dag was! Ik besloot maar niet mijn handen hier te wassen, maar ik was toch wel nieuwsgierig naar de bidsprinkhaan die op een van de kranen zat. Alleen als zo’n beest terug gaat kijken haak ik al gauw af! Het is behoorlijk creepy om die kop mee te zien bewegen met iedere stap die je doet!


Hans had vannacht voorgesteld om vandaag de laatste boterhammen op te maken met een lekker spiegeleitje, maar dat feest ging niet door omdat de boterhammen al een beetje aan het schimmelen waren begonnen… jammer. Dus ik heb maar het restje chocola dat ik van het vliegtuig zorgvuldig voor zo’n soort noodgeval had bewaard opgegeten en Hans heeft zichzelf opgeofferd en een handjevol pistachenootjes gegeten hihihi!


De bedoeling was vandaag om in Kalgoorlie de olie en het oliefilter te vervangen, dat moest langzamerhand gebeuren. Goed, maar zie maar eens een garage te vinden in een stad die je niet kent en waarvan je geen plattegrond hebt! Want tot onze toch wel grote verbazing was Kalgoorlie een behoorlijk grote stad met – ja echt – heuse winkels!!! Niet alleen een supermarkt en een benzinepomp en een paar louche panden waar je blijkbaar ook dingen kan kopen, maar een echt stadje – zo groot hebben we ze niet meer gezien sinds Perth! Maar onze missie was een garage vinden en bovendien, met meer dan 40 graden boven nul (en ik wil niet eens weten hoeveel het in de zon was) is je lust om te winkelen al gauw weg hoor. De derde garage die we vonden had wel tijd voor ons, na half een – dus we hadden een uurtje te slijten. Maar net nu dat we besloten hadden om de onderwaterfoto’s te ontwikkelen en de camera bij ons hadden was er natuurlijk geen fotozaak meer te bekennen, terwijl dat tot nu toe in elk winkelcentrum waar we inkopen deden geboden werd! Zucht…nog even wachten dus.


We zijn bij de garage snel geholpen, en terwijl de man bezig was aan de voorkant konden wij nog even de schade bij het wiel inspecteren. De losse draadjes die Hans met een stukje waslijn bij elkaar had gebonden, zodat ze niet meer bij het wiel hingen, hingen er goed bij, en op de een of andere manier leek de watertank weer uitgedeukt?!?!? Onze enigste verklaring is dat misschien de luchtdruk in de tank tijdens het rijden zo hoog werd dat hij zichzelf uitdeukte? Want dat water komt na een dagje rijden bloedheet de kraan uit… In ieder geval, prima zo! En ik heb me nog eens verbaasd over welke kracht bij het klappen van onze band ervoor gezorgd heeft dat de spatplaat nu plat tegen de onderkant van de camper is gedrukt… Toch wel indrukwekkend. We zijn nog steeds zenuwachtig voor vreemde geluiden overigens, en worden niet vrolijk van de wegen die hier bezaaid liggen met stukken band van vergelijkbare ongelukken als onze klapband…


Hans, ik, en de garagehouder hebben nog hartelijk kunnen lachen (het was een ruiguitziende maar hele lieve man) over hoe de twee mannen, pratend over de afbeeldingen van mooie wagens op de muur en over wat wij voor de rest van onze trip van plan waren en gewoon even lekker ouwehoeren, in de war raakte over wat nu het eigenlijke bedrag was om te betalen…Waardoor de garagehouder bijna een fooi van ruim 20 dollar kreeg! Het is uiteindelijk opgelost en maar weer eens bewezen dat je de belangrijke zaken aan vrouwen moet overlaten ;)


Gek is het maar Hans en ik zijn vandaag veel meer moe dan gisteren of andere dagen, terwijl we vandaag ‘maar’ 446 km hebben gereden en de laatste tijd dagen van ruim 700-800 km maken… Ik denk vanwege het uitstapje in Kalgoorlie dat ons toch meer dan twee uur gekost heeft – een half uur zoeken naar een garage, een uurtje moeten wachten tot we geholpen konden worden en toch zeker een ruim half uur als het niet meer was rondhangen in de garage tot het werk gedaan was. Hihihi en misschien het feit dat we langzamerhand zo verwilderd zijn geworden door de leegte van de Outback dat een GROTE stad ons van slag brengt ;) We hebben vandaag trouwens heel de dag door goudmijnland gereden, het is niet te geloven. En de hoeveelheid trucks met explosieven die we langs hebben zien komen was ook niet te geloven…

Liefs,

Jooske


PS: waar Hans zijn rug had verbrand was ik toch blijkbaar ook tweedegraads verbrand op mijn billen van tijdens het snorkelen… Nou ik heb een paar dagen letterlijk op de blaren moeten zitten maar nu eindelijk komen de velletjes los en begint het weer iets normaals te worden, net zoals bij Hans zijn rug. Niet echt fijn en dus niet voor herhaling vatbaar! En ondertussen zijn mijn benen begonnen met vervellen waardoor de camper er nog steeds uitziet alsof het herfst is zelfs terwijl Hans bijna geen los vel meer op zijn rug heeft! Zucht… (Hans zegt: Watje!)


Even for the record. Het is mijn vaste overtuiging dat vrouwen minder kleinzerig zijn dan mannen. En Jooske zeker veeeeeel minder kleinzerig dan ik. Waarvan acte! (krijg ik nou weer een gemberkoekje? *onschuldige vertederende glimlach*)


Over de rit van vandaag we begonnen met amper 2 kilometer na ons vertrek met een enorme, een ENORME roofvogel die lustig aan een onlangs overreden kangaroe zat te puzzelen. Ik gelijk op de rem natuurlijk, maar te laat hij hupte een paar keer om op te stijgen en vloog naar een iets verder gelegen rij met struiken. We bleven staan in de hoop dat tie terug kwam, maar hij hield ons scherp in de gaten. Wel leuk om te zien was hoe gelijk een aantal kraaien zich meester maakte van het verse stukje vlees.


Wat dat verse stukje vlees betreft; dode kangaroe’s, vossen, emoe’s koeien, slangen, geiten, vogels, hagedissen en verder ontelbare onherkenbare stukken vormeloos vlees. Wij worden er eerlijk gezegd wat triest van. We begrijpen heel goed dat op zo’n enorme vlaktes allerlei dieren leven en als je daar wegen doorheen legt ‘roadkill’ (overreden dieren) onvermijdelijk is. Maar we zijn er vast van overtuigd dat e.e.a. minder kan. Als je ziet de enorme hekken die de roadtrains, maar ook gewone personenauto’s gemonteerd hebben om die dieren ‘op te vangen’ en hoe personenauto’s in onze ogen soms express mikken op overstekende hagedissen. Het is onze vaste overtuiging dat roadtrainchauffeurs niet eens hun voet van het gas halen als er een kangaroe in hun schijnwerpers op doemt. Als ik koeien, geiten (wilde) or whatever zie langs de kant van de weg, toeter ik ruimschoots van te voren en kiezen ze 9 van de 10 keer het hazepad. Het is naar ons idee ook een mentaliteitskwestie. Zoals een Australische man tegen me zei; Nobody cares! Het gaat overigens letterlijk om duizenden dieren.


Van een andere orde maar ook vreselijk om te zien is een kangaroe die aan zijn staart is opgehangen in een boom en zo aan een vreselijk einde is gekomen.


Ik zal het er verder niet over hebben maar we wilden het toch even onder de aandacht brengen. Later op de dag hebben we nog verschillende keren grote roofvogels gezien in bomen en hoog in de lucht. Een keer vloog er haaks op mij laag een over de auto. Hij was zeker 2 meter spanwijdte en prachtig getekend. Het verwisselen van de olie en filter ging niet zonder slag of stoot. Dat wil zeggen de eerste twee garages die we aandeden stuurden ons naar elkaar door en zeiden dat we 14 dagen van te voren moesten boeken. Yeah right!! De derde was meer een ‘mannetje’ die een simpele garage/loods had. Wel een officieel bedrijfje trouwens hoor. Want het kon ook zwart. Whahahahahahahaha. Mannetje is overigens een volledig verkeerd gebruikte term. Hij woog zeker 175 kilo en dat is een lage inschatting, geen grapje. Hij had vuurrood haar en een dito lange vlassige baard. Maar een uitermate geschikte gozer, die ons nog wat matste door meer op de rekening te schrijven dan wij hem hoefde te betalen. Immers deze rekening kunnen we declareren bij de verhuurmaatschappij. Het valt ons trouwens op hoeveel mannen je hier met grote ruige (lees onverzorgde) baarden ziet. Terwijl dat in Europa wel een beetje uit is, lijkt het hier een cultus en dan met name van die types die in de mijnbouw e.d. zitten. Wat ik gisteren vergeten ben te vertellen is over de roadtrains. Niet alleen zien we er veel meer, maar ook zijn ze nu niet maximaal 36,5 meter maar 53,5 meter lang. Ga der maar aanstaan. En die komen mij met mijn 100km per uur voorbij gedenderd alsof het niks is. Jooske vraagt weinig meer of ze kan rijden hihihi.


We zien overigens werkelijk de ene na de andere mijn. Een enkele nikkel maar het merendeel GOUD. Het stadje waar we de olie verwisselde, Kalgoorlie heet dan ook de goudhoofdstad van West-Australië en in het plaatsje waar we nu slapen (Norseman) wordt een paard vereerd (Norseman, vandaar) die heeft schijnbaar een keer met zijn hoeven een klomp goud blootgeschraapt en zo is het allemaal begonnen. Kijk, mocht het een keer op TV gevraagd worden bij een kwis weten jullie lekker het antwoord. Maar het belangrijkste nieuws van vandaag is dat het Valentijnsdag is en we elkaar een camping met fatsoenlijke douches gegeven hebben.


YIPPEEEEEE.

Liefs Hans.

free counters