21/2: Coober Pedy - Uluru, 834km

Zowel Hans als ik had slecht geslapen vannacht, misschien ook omdat we elkaar steeds wekte met ons gewoel. Aan de hitte lag het niet alleen, want laat in de nacht werd het best koel. Maar goed, we stonden dus beide een beetje brak op vanochtend! Een stevig ontbijtje hielp wel een beetje (spiegeleitje hmmmmmmmm) maar pas echt goed wakker werden we toen we naar het eerste punt op het programma van vandaag gingen…The Breakaways, zo’n 20 km van Coober Pedy vandaan, en totaal tegen de regels over een dirt road. Vandaar dat we tegen die tijd wel wakker waren, want ondanks dat de weg theoretisch gezien ook prima voor gewone wagens geschikt zou zijn zijn wij zo’n 50 km hobbeldebobbel over wasborden gereden. Soms zo erg dat je zou zweren dat de auto helemaal tot kleine onderdeeltjes uit elkaar zou trillen als het nog iets langer duurde…het landschap was bizar, heel mooi en blijkbaar geliefd voor films over de maan of Mars; kale vlaktes, vreemde kleuren (wit, rood, bruin, geel, paars, grijs…) en heuvels die door de erosie en hun vele kleuren kilometers hoog leken – tot je er vlakbij was. Echt niet overdreven een maanlandschap! En op plekken ook zo bizar dat je er zo een film op een onbekende onherbergzame planeet in kon voorstellen. Ik vond het prachtig, maar er mocht wat mij betreft wel een mooi asfaltweggetje naar toe leiden, want wij hebben geleden om er te komen!


Wat ook mooi was was het opgegraven (en op zijn manier even onherbergzaam maan-achtig) land buiten Coober Pedy – overal maar dan ook echt overal hoopjes rots naast diepe schachten. Bizar, kaal en onherbergzaam – toch zag je regelmatig een toegang tot een rotswoning of een soort stulpje naast een mijningang. Los van de Breakaways was er weinig in het landschap rond Coober Pedy dat nog natuurlijk was. Het is de leverancier van zo’n 85% van alle opaal ter wereld, maar pffff, het land lijdt er wel onder!


We hadden vandaag besloten om door te rijden naar Uluru – een flinke dag rijden – en daar dan de zonsondergang meteen meepikken. We hadden al gruwelverhalen gehoord over de prijzen daar en dat klopt. 31 dollar voor de camping en dan nog eens 25 dollar per persoon om de rots van dichtbij te mogen zien!!! Pfffff…en ook pffff is het feit dat we morgen voor 6 uur bij de rots moeten zijn omdat de zon dan opkomt. Slik. Dat wordt vroeg opstaan dus! Gelukkig is er een uurtje tijdverschil met het zuiden dus is het eigenlijk voor ons nog gevoelsmatig 7 uur – ik snap helemaal niets van de Australiërs en hun tijdszones.


Maar de rots. We waren moe, mopperig, en het had al sinds we de Breakaways verlieten om een uur of elf vanochtend bijna constant gemiezerd, niet echt ideale omstandigheden om Uluru te bekijken waarschijnlijk. Plus de schrik van de prijzen, nou ja, maar dan rijd je naar die rots toe en naarmate je dichterbij komt zie je meer tekening erin en veranderen de kleuren, en dat maakte wel indruk. Ik was verbaasd dat er zoveel gaten in zaten – het leek op plekken wel een Bros-reep waar stukjes van de buitenkant afgeslagen waren zodat je de gaten erin kon zien. Heel indrukwekkend – en zo groot! Echt heel erg groot. We konden er vlakbij omheen rijden en dan zie je vanuit elke hoek iets nieuws…En door de regen zagen wij iets wat waarschijnlijk weinig anderen gezien hebben en zeker nooit in de brochures getoond wordt…watervalletjes en de sporen daarvan! Vanwege de regen hebben we niet de zonsondergang bekeken – er was niets te zien namelijk – en zijn snel naar de camping gegaan om eten te maken en te douchen…want we moeten vroeg naar bed!

Liefs,

Jooske


Het rijden op een dirtroad was niets nieuws voor me en ook niet met een 2 wheeldrive camper. In Zuid-Afrika reden we 90 – 110 op dat soort wegen. Waarbij wij de filosofie hanteerde dat hoe harder je reed hoe minder de wielen de wasborden volgden en we er dus als het ware bovenreden. Ging prima hoor! Verder was het ook zo dat we uitdrukkelijk toestemming van de verhuurder hadden om dat te doen (de dirtroads he, niet de snelheid). Maar het vervelende hier was dat die dirtroads vol met scherpe stenen en keien lagen, waar ik niet of amper langsheen kon manoevreren. En aangezien we al een klapband gehad hadden en ik geen zin had in weer een band verwisselen had, reed ik niet helemaal op mijn gemak. Maar op zich is het wel grappig en voor Jooske was het vast een unieke ervaring. Net als toen ik haar voor de eerste keer mee naar de ALDI nam. ;-)


Bij Uluru aangekomen vroeg ik me toch wel af wat we daar nou precies moesten hoor, iedereen is er zo lyrisch over om over de brochures maar te zwijgen. Het zou een welhaast spirituele ervaring zijn. Nou heb ik niet zo veel met het spirituele dus ik was benieuwd of ik misschien bij dit stuk steen dan eindelijk het licht zou zien. Nou mensen ik moet zeggen ik kwam daar en zag die werkelijk enorme klomp steen uit de grond steken, zag de kleuren, de structuur en de setting van het geheel en was onder de indruk van zijn grootte……..maar het is en blijft toch gewoon een enorme steenklomp hoor. Jammer dan.

Liefs Hans.

free counters