22/2: Uluru - King's Canyon, 454km

We zijn later naar bed gegaan dan de bedoeling want we wilde nu we voorlopig weer bereik hadden toch graag wat typen, sturen en binnenhalen, waardoor het tegen tien uur was voordat we naar bed gingen. We waren al doodmoe van het rijden – Hans vooral, hij had het hele stuk gereden en op het laatst was het nog eens extra vermoeiend rijden vanwege een nauwe weghelft en afgebrokkelde asfaltrand – en het was onze bedoeling om morgen de zonsopkomst te zien. Maar goed, de zon komt op om 6 uur, dat betekent iets van kwart over vijf opstaan, ontbijten, inpakken, en rijden (de Resort ligt toch nog zo’n 15 km van de geijkte ‘sunrise parking’ vandaan waar Uluru het mooiste te zien zou moeten zijn bij zonsopkomst)…Omdat het nog steeds zachtjes regende toen we naar bed gingen besloten we dat we niet zo vroeg op zouden staan als het sochtends nog steeds regende – want dan zou er niets te zien zijn!


Het heeft heel de nacht door geregend, en al is dat een heerlijk geluid als je in bed ligt, we hebben slecht geslapen. Ik heb liggen dromen en woelen en piekeren, en Hans heeft ook wakker gelegen. We hadden op weg naar Uluru gezien dat er behoorlijk wat ‘floodways’ (potentiële overstromingsplekken op de weg bij veel water) waren op deze weg, en omdat het al regende toen we aankwamen en maar niet stopte, waren we ook een beetje bezorgd dat we hier vast zouden komen te zitten! Het was vaak niet veel meer dan miezeren met grote druppels, maar het water management is hier in Australië voor zover als wij tot nu toe gezien hebben zo slecht dat zelfs een dagje miezer tot diepe plassen kan leiden op en over de weg. De weg volgt het landschap en er is vaak geen enkele vorm van afwatering of slechts een hele primitieve (een ondiepe geul langs de weg) . En de camper kan heel erg weinig hebben wat water betreft dus wij maakte ons toch wel een beetje zorgen…


Ondanks dat we er dus niet om kwart over vijf uit hoefde zijn we toch maar om half zeven opgestaan en om 7 uur op pad gegaan, uit angst om vast te regenen bij Uluru! De Olga’s waren prachtig om te zien, groot, imposant en bizar. Wij besloten om de wandeling van Walpa Gorge te doen, een wandeling van een uurtje totaal, steeds dieper een nauwe kloof in tot je uiteindelijk moet omdraaien en teruggaan. Het was een prachtige wandeling en omdat het heel de nacht had geregend en nu nog wat druppelde was het heerlijk koel in de kloof (in de zomer blijkbaar een hel zo heet) en liepen er overal stroompjes over en onder het pad. Het enige vervelende waren de vliegen. Je zat constant in een wolk van twintig tot veertig opdringerige vliegen die in je gezicht gaan zitten, je oren, neusgaten, ogen en mond opzoeken en gewoon ronduit vervelend zijn…brrrrr ik haat ze!


Na de Olga’s hebben we nog eens een ommetje gereden om Uluru, en de rots van dichtbij bekeken, en ons verbaasd over het contrast tussen het bord dat vanuit de lokale bevolking beleefd vraagt om niet te klimmen en het bord dat de klimcondities en openingstijden aangeeft. We hebben ook het cultureel centrum bezocht, opgezet om een dorpje van rode modder en takken voor te stellen en echt heel mooi gemaakt allemaal. En een verbod op fotograferen of filmen alsof je in een echt dorpje zou zijn (wat dus absoluut niet zo is). Maar zo commercieel als de hel. De souvenirs zijn afschuwelijk duur, en ik vind het pijnlijk om voor een authentiek ruwgemaakt mandje van raffia 30 dollar te betalen (20 euro) of voor een piepklein beschilderd aardewerken potje 40 dollar als ik weet en gezien heb dat de Aboriginals de armste laag van de bevolking zijn, bij verre – terwijl ik weet dat het geld van die spullen niet naar hun gaat. Aangezien bij dit soort zaken als dat wel zo is men het in grote letters op het label zet…Excuus als ik wat cynisch lijk hierover maar ik krijg er gewoon geen goed gevoel over.


Nadat we getankt hadden en onze briefkaarten van Uluru op de post gedaan hadden zijn we op pad gegaan naar King’s Canyon. Dit was na de afslag weg van Uluru een prachtige rit over glooiende heuvels met veel bochten in de weg en mooie grote bomen en nep-cypressen. Echt heel erg mooi! Ik heb zo’n 100 km van de 300 richting King’s Canyon gereden en was best tevreden over hoe ik de bochten en heuvels wist te nemen. Jaja het was een uitdagend ritje voor mij vandaag hihihi! Op het laatst werd het landschap zelf minder liefelijk en reden we langs mooi getekende rode kliffen en valleien. We hadden gezien dat er twee campings waren – bij King’s Canyon zelf en 40 km ervoor, dus wij besloten diegene bij de Canyon zelf te nemen…en schrokken een beetje toen het een of ander luxe vakantieresort bleek te zijn! Echt in het midden van nergens. De voorzieningen van de camping zijn echter het tegenovergestelde van de prijs…maar goed, we zijn doodmoe van de laatste paar dagen dus we hebben dringend even rust nodig. Geen bereik alleen helaas…


Liefs,

Jooske Tja, regen bij Uluru wat gebeurt er vorige week was het hier nog 40 graden en nu zowat een dag en nacht regen. Toch denk ik niet dat zonneschijn mijn beeld van Uluru en de Olga’s beinvloed zou hebben. Het zijn een paar imposante rotsen, die door kleur en vorm zeker niet alledaags zijn. Maar de commercie en de ophemeling er om heen zijn werkelijk niet te pruimen. Om nog maar niet te spreken van de hypocrisie, zoals Jooske al aangaf, overal borden en brochures met verzoeken de rotsen NIET te beklimmen en op exact hetzelfde bord en brochure richtlijnen om te klimmen. Terwijl de rots zo steil is dat als men de speciaal voor het klimmen aangebrachte ketting zou verwijderen het aantal klimmers m.i. met zeker 80 – 90% zou verminderen want het is een behoorlijk gemene stijging hoor. Dat blijkt ook wel uit het feit dat er aan de voet van de klim een radiotelefoon staat om direct rangers te kunnen oproepen bij medische calamiteiten. Overigens sterven er per jaar een aantal mensen aan de gevolgen van de klim en vallen er ernstig gewonden.


Jooske schrijft in haar verslag tussen neus en lippen door ‘Nadat we getankt hadden….’. Nou dat lag iets ingewikkelder. Kleine voorgeschiedenis. Bij het in ontvangst nemen van de camper werd ons verteld dat de afsluitbare tankdop niet op slot zat en er zelfs geen sleutel bij zat. Wel zat er een totaal, op afbreken na, verwrongen, sleuteltje bij dat het sierklepje om de tank onder de camper te bereiken. Ik heb meen ik al eens verteld dat het tanken een crime is. De slang past er alleen onderste boven in en dan moet je hem nog precies tot de juiste diepte er in proppen want anders slaat de pomp steeds stil (je kent dat wel overloopbeveiliging) of de benzine loopt er net zo snel uit als hij er in loopt. Overigens ligt dat niet aan mij want iedere pompbediende zucht al en klaagt als hij mij ziet met de camper want al die krengen hebben dit probleem. Goed vanaf het begin af aan kreeg ik regelmatig de dop niet los en pas na enig wrikken liet het kreng los en kon ik tanken, er op draaien geen probleem.


Vanochtend wil ik dus tanken. Dop MUURVAST!!! Met geen mogelijkheid te bewegen. Omdat ik dus al gewend was dat het kreng kuren had wist ik gelijk dat dit ernstiger was. Ik gaan vragen bij de pomphouder of hij wellicht iets van een waterpomptang o.i.d. had zodat ik meer kracht kon zetten om het ding open te krijgen. Nee, hij had slechts een hamer. Dus ik met hamer en deel van de krik proberen die dop te laten draaien. Geen beweging in te krijgen. Komt de pompbediende even kijken en zegt zit tie niet op slot. Ik zeg nee want ik heb er al 10.000 km meegereden en heb niet eens een sleutel van die dop. Hij zegt nou bij onze (weet ik wat voor auto) komt het voor dat die dingen spontaan in het slot vallen. Ik weer: nou dat is mooi, ik heb niet eens een sleutel van dat ding. Volgens hem was dat gewoon de contactsleutel……… enfin ik maak het verhaal niet af maar jullie begrijpen het al. Grrrrrrr, nooit meer een camper van Backpackers.


Maar het leed was weer snel geleden want de rit naar Kings canyon was erg mooi en onderweg zagen we een helikopter staan waarmee je rondvluchten kunt maken. Dus als het ff kan…………..

Liefs Hans.

free counters