JANUARI 2011: WINTERS NOORWEGEN

4 februari: Finnsnes, Harstad, Risøyhamn, Sortland, Stokmarknes, Svolvær, Stamsund

Aankomst (verblijf):
Finnsnes 04:15 (30 minuten)
Harstad 08:00 (30 minuten)
Risøyhamn 10:40 (20 minuten)
Sortland 12:40 (20 minuten)
Stokmarknes 14:30 (45 minuten)
Svolvær 18:30 (1,5 uur)
Stamsund 21:30 (30 minuten)

We hebben zo ontzettend veel geluk gehad met dat avondje noorderlicht! Het is namelijk de laatste dagen weer bewolkt, en niets te zien; zelfs de avond erna, toen het wel omgeroepen werd, was er eigenlijk ook niets te zien. En nu zijn we weer onderweg naar het zuiden, morgen gaan we weer de poolcirkel over uit het Arctische gebied, dus dan is de kans ook voorbij… We hebben echt geluk gehad, het was ook zo goed en lang te zien, eigenlijk vanaf 5 uur totdat we naar bed gingen (en daarna waarschijnlijk)!

Vandaag voeren we op een gegeven moment door een uitgebaggerde geul van zo’n 24 kilometer lang die belangrijk was geweest om de kustvaart op gang te brengen in deze regio. De geul zelf was 7 meter diep en misschien twee keer zo breed als ons schip: ons schip had een diepgang van 5 meter, en buiten de geul was het op sommige plaatsen nog geen halve meter diep of zelfs nog minder! De nauwe geul was dan ook heel goed gemarkeerd met boeien, waar onze kapitein zich zonder enige moeite langs leek te manoeuvreren. Op een gegeven moment zouden we onder een grote brug door varen (waar Hans en ik foto’s van wilde hebben), en aan de andere kant van die brug lag een tegemoetkomend schip ons op te wachten – daar was het dieper, en er konden geen grote schepen elkaar passeren in de geul zelf.

Maar eerst maakte we nog een stop in Risøyhamn. Dat léék lastig, want Risøyhamn lag aan stuurboord (rechts), de brug was vlakbij, de laaddeur lag aan bakboord (links) en we vaarde in een hele nauwe vaargeul… Maar dat bleek geen enkel probleem, we hebben al eerder gemerkt dat de kapitein met veel precisie krappe bochtjes kan maken… Opeens voelde we weer dat het stuur omgegooid werd, de motoren draaide op volle toeren, en met volle kracht vooruit gooide de kapitein het schip de bocht in, het achtersteven van het schip kwam al draaiend zo’n 10-15 meter langs de kade, we gingen nog in de draai vol op de “rem” (er is geen rem, alleen tegengas geven, maar zo voelde het wel), en dankzij de weerstandloosheid van het water en de voorwaartse energie die nog in het schip zat kwamen we 2 minuten na het begin van de draai keurig netjes, zachtjes, met het schip aan de bakboordkant precies op de juiste plek tegen de kade te liggen… Ongelofelijk, petje af!

Tijdens het lossen in Risøyhamn zijn Hans en ik nog even gauw even naar binnen gegaan om op te warmen, en zaten rond vertrektijd te dubben wat er nou zou gebeuren. Want we lagen nog altijd in de nauwe vaargeul, de brug lag vlakbij maar daar lagen we nu met ons achtersteven naar toe. Zouden we terugvaren zoals we gekomen waren en niet onder de brug door gaan, zou het schip op de een of andere manier dan achterwaarts onder de brug gaan??? (dat kan toch niet neem ik aan) of zouden we weer zo’n pirouette maken en toch voorwaarts onder de brug door gaan? Ik gokte op het laatste maar kon me niet voorstellen dat de kapitein daar genoeg ruimte voor zou hebben, maar inderdaad, we voeren weg van Risøyhamn en waren nog maar amper los van de kade of je voelde al weer dat het stuur omgegooid werd en de motoren op volle kracht brulde. In 3 minuten lagen we weer in de vaargeul met de neus de juiste kant op, klaar om onder de brug te gaan. Hans is op dek 7 gaan staan om te kijken hoeveel speling er zou zijn tussen de schoorstenen en het onderste van de brug; blijkbaar was er maar een meter ruimte over! Het is altijd een mooi gezien om onder een brug door te varen; en zodra we eronderdoor waren kwam het andere schip ons tegemoet en vaarde de vaargeul in.

Tegen de tijd dat we in Sortland aankwamen hadden we weer wat vertraging opgelopen; het was inmiddels al weer na de lunch, en het weer was zo mooi – zonnig, windstil, lage bewolking en de zonnestralen laag over het water – dat we buiten af en toe nog wat foto’s gemaakt hebben. En voor de rest lekker in onze hut doorgebracht!

In Stokmarknes kwamen we wat later aan maar bleven we ook wat langer, een uur, dus zijn we aan land gegaan voor ons dagelijkse wandelingetje. In het dorpje zelf was eigenlijk helemaal niets te zien, het was een kleine saaie winkelstraat. Wel waaide het weer hard en was het guur, en waren de wegen en stoepen weer bedekt met een spekgladde ijsplaat. Op sommige plekken waren de gravelsteentjes die grip zouden moeten geven tijdens dooiperiodes in het ijs gezakt, en was er overheen weer dichtgevroren – dus je zag ze wel zitten en het leek alsof je er makkelijk op kon lopen, maar eigenlijk was het gewoon net zo glad als de rest. Uitdagend waren vooral de hoeken van straten waar smeltwater langs gestroomd was en op enig moment weer keihard bevroren was geraakt, en je moet opschieten omdat de auto’s wachten tot je oversteekt (we verbazen ons erover hoe alert automobilisten op wandelaars zijn! Zelfs als je niet bij een zebra oversteekt stoppen ze voor je)… Daar bleven de gravelsteentjes ook niet op liggen namelijk!

Maar wel leuk in Stokmarknes was dat een van de oude Hurtigruten schepen, de MS Finnmark uit 1956, hier als een soort openlucht museum lag naast het echte Hurtigruten museum. Met vertoon van je hutsleutelkaart kon je het schip gratis bezoeken. Dus dat hebben we nog even gauw gedaan voordat we weer aan boord moesten. Al was het wel grappig om er rond te lopen, we waren blij dat we er niet voor hadden hoeven betalen want het schip was nog in ZEER originele staat. En dan bedoel ik ook dat het schip in 1956 gewoon in zijn geheel uit het water gelicht lijkt te zijn en hier op de kade neergezet, en er niets meer aan gedaan is – het leek wel alsof we bij iemand op zolder kwamen, zo oud en muf en stoffig leek alles. De bedden in de hutten waren nog net wel opgemaakt, maar dat leek alles te zijn! We hadden het vermoeden dat ze de boel hier en daar misschien wel aan het restaureren waren, maar daar waren duidelijk geen middelen voor dus als het al gebeurde ging het heel langzaam en minimaal.

Hans is ’s-middags weer gaan sporten en daarna douchen – we aten toch laat vandaag, pas om 8 uur. We voeren rond een uur of 4 ’s-middags de Raftsundet weer in en kwamen vijf kwartier later aan in de monding van de Trollfjord. Het was al donker maar je kon nog net tegen een heldere, donker blauwe lucht de scherpe zwarte bergen zien afsteken, en de soort van baai waar we in lagen onderscheiden. In het donker zag het er al heel mooi uit, overdag moet het erg mooi zijn geweest. Maar helaas, net zoals op de heenreis was het gewoon te donker om echt iets te kunnen zien. Er zijn in de winter gewoon niet zo veel daguren waarbij je dingen kunt zien op deze hoogtes!

Toen we in Svolvær aankwamen hadden we geen zin om weer van boord te gaan dus zijn we lekker in onze hut blijven lezen en computeren. Maar terwijl we daar aangemeerd waren werd er opeens omgeroepen dat er weer noorderlicht te zien was! Ik twijfelde nog, want op zich had ik het de vorige keer al zo goed gezien en het was allemaal niet zo spectaculair geweest als we ons voorgesteld hadden (vooral Hans vond wat hij tot nu toe gezien had een beetje teleurstellend)… Maar uiteindelijk besloot ik toch maar even te gaan kijken – als het niets was, was ik in 2 minuten weer terug binnen tenslotte! Nou ik kwam buiten en in plaats van één band van licht was heel de lucht gevuld met de vale, net niet groenige strepen en flarden… Het was heel actief aan het bewegen en zelfs boven het stadje zelf hingen grote grillige halo’s van licht!

Dus ik ben toch maar even Hans gaan halen, dit moest hij ook zien. Hij was een beetje mopperig want hij was gewoon niet zo fel op dat noorderlicht als ik, hij had het die ene keer toch al gezien en hij had gewoon geen zin om naar buiten te gaan; maar hij kwam toch mee en zodra hij buiten stond was hij ook onder de indruk van de lichtshow! Heel de lucht was er mee gevuld, en boven de stad was de activiteit heel hoog, daar zweefde een enorme halo; zelfs met het blote oog was te zien dat ie groenig was en van onder een rode zweem had!!! Wauw… Het was echt heel bijzonder om te zien, overal gebeurde wel wat in de lucht. En een kwartiertje later vervaagde en verdween opeens al het noorderlicht weer… Tijdens het eten een uur later werd er weer omgeroepen dat er noorderlicht te zien was; hoe intens het dit keer was weet ik niet want we zaten in het midden van ons eten.

We zijn niet al te lang na vertrek uit Stamsund naar bed gegaan want we waren hartstikke moe, en toen begon gauw daarna de oversteek van de Vestfjorden – een stuk open zee van zeker 2 uur varen. Het was minder hobbelig dan op de heenweg, al kon je wel voelen dat we af en toe wat schever hingen dan normaal: ik heb er eigenlijk ook weinig van gemerkt en was al gauw in slaap gevallen… Wel hadden we van te voren nog even alles wat kon vallen op de grond gelegd voor de zekerheid!

free counters