Januari 2018: Wereldreis per cruiseschip

HOME
ROUTE
LANDEN
MV COLUMBUS
2021 SLOOP
AAN BOORD
WERELD

Rond 6:15 werden we wakker, er was bedrijvigheid buiten; we gluurde door onze gordijnen naar buiten en zagen dat we bezig waren aan te leggen in de haven van Bridgetown, Barbados, in een smalle rechthoekige haven recht tegenover het iets grotere (en ongetwijfeld veel luxere) P&O cruiseschip de Britannia. Maar even de badjassen aantrekken dus voor we de gordijnen opendoen en op het balkon gaan staan kijken! Aan onze kop lag een 5-master zeil-cruiseschip, die zal vast en zeker heel erg duur zijn, en in een ander deel van de vrachthaven lag een ander 5-master zeil-cruiseschip, maar dat was zo te zien meer een gewoon cruiseschip waar masten op bevestigd waren, het zag er niet echt uit als een echt zeilschip.

Ons schip lagen nog niet goed en wel op onze plek, of de sleepbootjes schoten naar een vrachtschip dat achter de Britannia lag om die de haven uit te helpen, en daarvoor in de plaats een cruiseschip van de Princess Cruises lijn te leggen. En zodra die op zijn plek lag schoof het cruiseschip Serenade of the Seas (haar grotere zusje Harmony of the Seas hadden we zien bouwen in St. Nazaire!) achter ons op haar plek aan de kade. Het was duidelijk spitsuur! 4 “echte” cruiseschepen, allemaal binnen een uur na elkaar aangekomen, en twee zeil-cruiseschepen die er al lagen. Ongelofelijk... Hans en ik zijn onderhand onszelf maar gaan aankleden (korte broeken, het is behoorlijk warm klef weer!) want het was al 7:30, hebben ontbeten met fruit, hebben een rugzakje ingepakt met drinken, wat sultana-koekjes, de garmin, en zijn om 8:30 van boord gegaan.

We hadden vanmiddag een scheepsexcursie geboekt, maar de ochtend hadden we vrij, dus besloten we wat dingen van het routeboek te proberen te vinden. Ik had nog behoorlijk last van mijn knie maar gewoon lopen was gelukkig geen probleem dus we zijn lekker op pad gegaan. We lagen weliswaar in een vrachthaven, de laadstations voor bulkmateriaal waren zelfs vlakbij ons schip, maar de Columbus leek van alle schepen behalve het ene zeilschip nog het beste te liggen – netjes dichtbij de terminal. De passagiers van de andere drie cruiseschepen moesten veel verder lopen of shuttlen met busjes. Eerst moest er echter nog iemand met de ambulance opgehaald worden, dus na mij werd de drukke loopplank afgesloten zodat de ambulancebroeders met hun brancard het schip opkonden. Wij konden ondertussen doorlopen naar de verplichte cruiseterminal – kopen kopen kopen! Dat is de enigste reden dat die terminals er zijn, het zijn grote winkelpassages waar je verplicht doorheen moet lopen als je het haventerrein op of af wilt!

Er werd gratis wifi in de terminal geboden, maar met de passagiers van 4-6 cruiseschepen die er allemaal op probeerde te komen was dat een hopeloze zaak, het lukte niet. Jammer dan! Buiten de terminal stonden taxichauffeurs hun diensten aan te bieden; niet opdringerig, vriendelijk en vrolijk zelfs – en eentje moest lachen toen we beleefd weigerde, en riep beaamend “those shoes are made for walking!” terwijl hij wees naar Hans zijn schoenen. Dat is een goeie, die moeten we zeker onthouden als we ooit een opdringerige taxichauffeur tegenkomen!

Ik had in het routeboek een driehoekige route van zo’n 5,5 km gezet via de vismarkt, een standbeeld van Horatio Nelson en een begraafplaats, dus we besloten nu de eerste arm van de driehoek te lopen naar de vismarkt en Horatio Nelson daarna, aangezien je bij vismarkten altijd zo vroeg mogelijk -in de ochtend moest zijn. Terwijl we langs de kade liepen schoof er een regenwolk voor het tropische zonnetje en ging het opeens regenen – daar waren we met de warmte en stralende zon van vanochtend niet op bedacht geweest, en we hadden dus niets van jassen of paraplu bij! We hebben even de ergste regen uitgezeten onder een paar bomen, maar zijn toen weer gaan lopen, de regen was bijna voorbij en we zouden zo weer opdrogen in de warmte.

Rond 9 uur waren we bij de vismarkt, en hebben daar even lekker rondgelopen. Men was vriendelijk, knikte of groette, zelfs mensen die je tegenkwam op straat mompelde een groet. De vismarkt was niet heel erg druk, maar wel leuk om rond te lopen – echt de vangst van de dag werd er schoongemaakt en verhandeld, aan de achterkant kwamen de bakken vol ijs en vis vers van de vissersbootjes aan. Er was een kleine ruimte die verboden toegang was voor onbevoegden; meer een soort industrieële visschoonmakers, mensen die aan lange bakken vissen stonden schoon te maken. De paden tussen de stalletjes waren van spekglad beton en toen we een man een zware plastic ton vol vis en ijs zo over het beton zagen slepen snapte we waarom – ze werden letterlijk afgesleten!

Nadat we er rondgewandeld hadden zijn we doorgelopen langs de kade richting Horatio Nelson – we moesten lachen toen we hem zagen, we hadden toch een redelijk groot, indrukwekkend beeld voor ogen maar het was een klein standbeeld, levensgroot waarschijnlijk en dus op zo’n grote sokkel erg klein voor het zicht. Wel is dit beeld schijnbaar ouder dan het beeld van Nelson op Trafalgar Square in Londen! Er stonden taxichauffeurs bij het beeld, een probeerde ons een taxi aan te bieden dus Hans wees lachend naar zijn schoenen en zei “these boots are made for walking” – daar kon de taxichauffeur niet echt om lachen en hij draaide zich naar andere toeristen in de hoop daar wat serieuzere reacties uit te krijgen!

Bij het standbeeld van Horatio was een pleintje, waar ook een standbeeld voor de Eerste en Tweede Wereldoorlog te vinden was, dus daar hebben we ook even uitgebreid de tijd voor genomen natuurlijk. Ook stond er een grote witte kitscherige fontein, schijnbaar in de 19e eeuw geschonken door de stad om de aanleg van een schoon drinkwaternetwerk te vieren.

Vanuit dit pleintje staken we nu dwars de stad door, richting Westbury Cemetery, waar een aantal Eerste Wereldoorlog, een enkel Tweede Wereldoorlog graf, en twee Duitse krijgsgevangen uit de Eerste Wereldoorlog zouden moeten liggen. En het gaf ons een leuke wandeling door de stad. De wandeling was redelijk goed te doen aan de hand van de print die ik van google maps had gemaakt, en na een half uurtje rustig lopen waren we bij de laatste afslag, op een rotonde.

We dachten in de verte al te zien waar de begraafplaats zou kunnen zijn, maar kwamen onderweg nog een andere begraafplaats tegen die ik niet op internet gevonden had, van een Anglicaanse kerk, dus zijn daar even het terrein opgeschoten om rond te kijken. Het was leuk om er rond te kijken, iedere begraafplaatsis weer anders; zo werd er hier vaak op de kruizen gezet “sunset” en “sunrise” om aan te geven wanneer iemand geboren werd en wanneer ze overleden – dat vonden we wel mooi. Hoewel “zonsopkomst” en “zonsondergang” toch wel wat minder klinkend is...

Eerst leek het alsof we op een redelijk nieuwe begraafplaats terechtgekomen waren, maar al gauw bleek dat hij én veel groter was dan hij eerst geleken had, én veel ouder! Veel van de graven waren familiegraven die soms al 90 jaar in gebruik waren, mooi om die familiegeschiedenis te zien. En de begraafplaats had veel sfeer door de grote oude bomen en de tropische planten, plus de felgeverfde grafstenen en omlijstingen – waarschijnlijk om ze tegen het tropische klimaat te beschermen.

Naarmate we dichterbij de kerk kwamen werden de graven ouder, en zagen we dat er veel meer metaal gebruikt werd in de grafornamenten; niet alleen hekjes, maar complete obelisken en monumenten van gietijzer, dat nu met de eeuwen mooi roestrood geworden was. Erg apart! Met name een metalen graf was indrukwekkend complex, het bestond uit allerlei panelen gietijzer, die door weer en wind zwaar verroest en losgekomen waren, of afgebroken. Het graf was van ene Benjamin Alleyne uit 1805, en had alle toebehoren zoals omgekeerde fakkels om aan te geven dat het leven voorbij was – plus 3 onbeschreven panelen; was de famile verhuisd, waardoor er niemand meer bijgelegd was?

Achter de kerk was nog een heel veld, waar we even vluchtig gekeken hebben (er stond ook een paard te grazen, waarom niet) en toen zijn we via de andere kant terug naar de uitgang van het kerkhof gelopen. De kerk was redelijk modern, met een grote begraafplaats (we hebben al gezien, aan kerken en kerkgemeenschappen geen gebrek hier), en schijnbaar was de oude kerk in 1981 afgebrand en daarna opnieuw gebouwd. Ondertussen kwamen we allerlei mensen tegen die allemaal vriendelijk groetten, terwij ze het kerkhof gebruikte als afsteggertje.

Het was inmiddels nog maar 10 uur, we waren goed op schema want onze excursie vertrok pas om 12:45. We kwamen aan bij de muur van Westbury begraafplaats, maar zagen geen entree – het begon inmiddels ook weer even flink te regenen dus we zijn bij een bushokje gaan schuilen en vroegen aan iemand die daar op de bus stond te wachten waar de ingang was. Hij keek een beetje vreemd dat twee buitenlanders op zoek zouden zijn naar een begraafplaats, maar zei dat het eigenlijk niet veel uitmaakte of we linksaf of rechtsaf rond de muur liepen. Rechtsaf was misschien net een klein beetje sneller dacht hij. Het was min of meer gestopt met regenen, dus we zijn maar rechtsaf langs de muur gaan lopen, de hoek om, een woonwijkje in en daar kwamen we een kleine poort tegen. Ondertussen hoorde we boven ons in de lucht een constant gebrom; er waren een paar vliegers door de lucht aan het buitelen en daar kwam het gebrom vandaan!

Toen we de begraafplaats opstapte moesten we een beetje slikken; hij was enorm! Oef... Echt heel groot, en net zoals de Anglicaanse een beetje rommelig opgezet, veel groen, bomen, onkruid, dat ging onmogelijk worden om iets te vinden hier. We liepen een beetje hulpeloos het terrein op en richting het kerkje in het midden. We moesten echt iemand vragen waar de oorlogsgraven waren anders werd het zoeken naar een naald in een hooiberg!

We liepen om de kerk heen en daar stonden twee tuinmannen bij een kraantje hun gieters te vullen. Ze stapte opzij toen we aankwamen zo van, ga je gang – ze dachten dat we iets wilde drinken. Hans vroeg of ze misschien wisten waar de “oorlogsgraven” waren? Uit de Eerste en Tweede Wereldoorlog? Er werd een beetje overlegd en een automobilist die langskwam bemoeide zich er ook even mee, en toen zei de ene tuinman dat hij ons er wel naar toe wilde brengen? Ja graag! En hij liep gelijk naar een van de twee Duitse graven die hier moesten zijn – daar waren we nota bene op een paar meter afstand van vandaan gelopen!

Wilde we ook de anderen zien? Ja natuurlijk. Kom maar ik breng je er wel heen, is een beetje lastig om zo te vinden. En hij liep feilloos naar een vijftal Commonwealth graven min of meer bij elkaar gegroepeerd, net als het Duitse graf mooi vlak geschilderd: bescherming tegen de elementen beaamde de tuinman, en hij was al aan het lopen, kom kom mee. En bracht ons naar nog een graf dat los van de rest lag. Wisten we dat er ook een militaire begraafplaats was hier in de stad? Kende we het standbeeld van Nelson? Ja? En hij begon een hele uitleg te geven van hoe we daar moesten komen, het was maar een half uurtje lopen van hier. Ik vroeg me al af waarom ik die dan niet meegenomen had in de route, maar goed, misschien stond dat wel niet op internet genoemd, dat kon natuurlijk.

Hij was ondertussen al naar de andere toegang van de begraafplaats aan het lopen om ons te laten zien hoe we er moesten komen, maar ik had nog maar amper foto’s van de eerste groep van 5 graven kunnen maken, dus ik zei dat ik daar nog even langs wilde voordat we verder gingen, wat voor Hans gelegenheid was om wat “ik zit onder de plak” grapjes te maken. De tuinman herkende het helemaal, en terwijl zij grinnikkend achter mij aanliepen naar het groepje van vijf zaten ze te filosoferen dat het toch over heel de wereld hetzelfde is he met die vrouwen... Grapjassen!

Uiteindelijk liepen we dus wel naar de andere toegang van de begraafplaats, en vertelde hij ons hoe we voorbij Nelson naar het Hilton hotel moesten lopen en daar ergens in de buurt was dan een kazerne en een militaire begraafplaats. Ondertussen hadden we het erover dat we met een van de cruiseschepen waren, rond de wereld aan het varen, maar dat we graag ook zelf rondreisde. Hij zei dat we terug moesten komen naar Barbados, “over vier jaar” en dan zelf rondreizen, het was een mooi eiland, en dat het goed was dat we zelf aan het lopen waren, dan zag je veel meer van de stad dan met een georganiseerde toer. Hans vertelde ondertussen dat we graag in begraafplaatsen over heel de wereld kwamen, dat ieder een eigen verhaal had (toevallig liepen we net langs een graf van een jongen die een motorongeluk had gehad, wat de tuinman vertelde want hij had hem gekend), en dat we in Irannaar een gigantische begraafplaats geweest waren van meer dan een miljoen graven. Dat vond hij wel indrukwekkend, en apart dat de graven afdakjes hadden tegen de zon, en ik vertelde nog even over de grafkisten van Ghana, dat je als visser in een houten vis begraven wordt en zo. Hij vond het allemaal geweldig, we gaven elkaar een hand en hij zwaaide ons uit bij de toegang, “tot over vier jaar!”. Wij beloofde dus ook over vier jaar terug te komen, wat een leuke interactie was dat geweest!

Het was inmiddels 10:25, we hadden dus nog alle tijd om die militaire begraafplaats te zoeken want we waren nu niet zo heel ver van het schip vandaan (we konden ze zelfs zien liggen vanuit de begraafplaats!). In zo’n 20 minuten waren we terug bij het pleintje van Nelson, en toen gingen we de instructies van de tuinman opvolgen; de brug over, rechtdoor tot het stoplicht, enz.

We liepen op ons gemak maar wel door, en hadden ons voorgenomen dat als we de begraafplaats niet voor 11 uur gevonden hadden, om om te draaien, zodat we nog tijd zouden hebben om terug naar het schip te komen. De tuinman had gezegd dat we bij de Hilton moesten zijn, en de wijk waar we nu doorliepen leek ons niet direct een wijk voor een luxe Hilton hotel. Tot we opeens door een doorkijkje in de straat ver weg in de verte een hoog gebouw met “Hilton” erop zagen. Oeps, de bedoelingen van de tuinman waren goed geweest maar hij moet een half uur LOPEN door de war gehaald hebben met een half uur RIJDEN! Want we waren al 35 minuten aan het lopen, het was 11 uur, en zo te zien hadden we nog zeker een half uur als niet meer te gaan voor we uberhaupt bij de Hilton waren! Vandaar dat ik hem niet in ons routeboek had opgenomen...

Het was ondertussen ook aardig warm, dus we zijn omgedraaid, hebben bij een oogverblindend spierwit kerkje wat gedronken en zijn toen doorgestapt richting het schip. We waren op de heenweg een supermarkt gepasseerd, en nu doken we er rond 11:15 even in om wat chips te kopen en een ijsje als we iets konden vinden. Met moeite vonden we een paar grote zakken chips die geen tortilla chips waren; ze hadden alleen kleine zakjes gewone chips van 13 gram, of grote zakken tortilla chips. Er was maar één grote zak kaasknabbel-achtige chips, en een grote zak uitdeelzakjes chips. Allebei meenemen dus, het is iets tenslotte en zal best smaken!

Bij de kassa zagen we een diepvries met ijsjes, maar de enige ijsjes die een beetje lekker leken waren vage lokale waterijsjes van tropisch vruchtensap. Tja doe daar dan maar twee van. We konden met creditcard betalen en gingen weer op pad richting het schip, ondertussen onze ijsjes opentrekkend waar we weinig van verwachtte. Die bleken echter heerlijk te zijn, het was puur bevroren vruchtenpulp (en smolt dan dus ook snel, we moesten ze snel opeten) van een tropische vruchtenmix met kleine flinters kokos erin, erg lekker! Het is dat we al bijna bij de terminal waren toen we ze ophadden anders hadden we er nog 2 gehaald, heerlijk, de lekkerste “lokale” ijsjes die we ooit op reis gekocht hebben!

We liepen rond 11:30 het haventerrein op, door de drukke terminal waar het internet nog altijd onbereikbaar langzaam was, terug naar ons schip waar we rond 11:45 in onze hut waren, even gauw wat bijgedronken, fruit als lunch gegeten hebben en in mijn geval, een nieuwe polo aangetrokken want degene die ik aangehad had was doorweekt van het zweet – ik heb hem gelijk afgespoeld in de wasbak en opgehangen in de douche. Toen zijn we om 12:15 weer van het schip afgegaan om eventueel nog wat te internetten in de terminal voor we op de scheepsexcursie gingen – Hans kreeg het na een paar minuten voor elkaar met zijn Samsung telefoon, ik en de mensen in mijn omgeving kwamen er met onze Apples niet op. Hij heeft even gauw wat appjes en mails binnen kunnen halen en toen zijn we naar buiten gelopen voor onze excursie.

We kregen een groen papieren polsbandje om, om aan te geven voor welke excursie en bij welke toeroperator we zaten, vreselijk, net alsof je in zo’n all-inclusive resort zit! Na een tijdje wachten konden we de bus in – we hadden ons opgegeven voor de scheepsexcursie “Harrison’s Cave & Scenic Drive”, met het idee dat grotten altijd leuk zijn en we zo ook nog iets van het eiland zien. Het verbaasde ons eigenlijk dat van de 1400 man aan boord er maar amper één bus vol naar de grotten wilden, daar hadden we veel meer animo voor verwacht – aan de andere kant hebben veel van de ervaren cruisers die we aan boord spreken Barbados al tig keer bezocht, en is dat misschien de reden.

Redelijk netjes op tijd vertrokken we om 12:45 en reden we Bridgetown uit, langs “Rihanna’s Drive”, het straatje waar Rihanna (popzangeres) geboren was, in ongeveer een half uurtje naar het Harrison’s Cave visitor’s centre. Daar konden we in de lift naar beneden naar de kloof waarin de grot lag; Hans stelde voor om naar beneden te lopen, want we wisten dat er een pad moest zijn – de chauffeur had dat liever niet want we moesten de groep niet ophouden. Tja, toen we bij het begin van het pad kwamen zagen we dat dat sowieso niet ging lukken, het pad was (al een hele tijd zo te zien) afgesloten. Op naar de lift dan maar. Daarvan waren maar 2 van de 3 operationeel, grote glazen liften in een hoge klifwand, pffffff dat waren wel een aantal verdiepingen zeg! Onder ons lag, als een soort gebouwtje uit de Efteling, een tweede visitor’s centre, waarvandaan je ook echt de grotten in gaat.

We waren rond 13:30 beneden, maar ze liepen erg achter en we moesten lang wachten, wel een half uur, voor we naar binnen konden en toen nog een kwartier tot we de introductiefilm konden bekijken. Gelukkig ontdekte Hans en ik dat er hier perfecte, snelle en goede wifi was, life is good ;-), en hebben we dus even flink kunnen whatsappen, internetten en de mail doornemen.

Om 14:15 konden we het zaaltje in om de film te bekijken, zo’n 10 minuten lang, en toen moesten we nog eens 5 minuten wachten tot er daadwerkelijk een “tram” was om ons de grot in te nemen; een soort electrisch treintje met bankjes waar 4 man op moesten zitten. Hoezo commercieel... We reden uiteindelijk om 14:30 pas de grot zelf in, we waren hier om 13:15 al aangekomen!!! En dan was het nog geeneens écht druk vandaag, hoe moet dat wel niet zijn in het hoogseizoen.

We reden via een toegangstunnel het grottenstelsel in, voorzien van commentaar dat robotachtig duidelijk verteld werd door onze verveeld-kijkende gids die op een speciaal naar achteren wijzend stoeltje zat zodat wij haar konden zien. Ondertussen deed de chauffeur al even automatisch overal even stoppen. Overduidelijk iets wat ze al heel lang op precies dezelfde manier deden.

De grot was wel aardig maar niet bijzonder; het eiland is als een van de enigste in deze keten van eilanden sedimentair, opgebouwd uit bezonken oceaansediment en fossiele koraalterrassen die trapsgewijs vormde terwijl het eiland door de oceaanplaten uit het water gedrukt werd (ik heb opgelet tijdens het filmpje, zie je...), en het was duidelijk dat het water heel erg kalkrijk was, want zelfs in de pakweg 14 jaar sinds de grootscheepse renovatie van het grottenstelsel om grote groepen toeristen toe te laten zijn er nieuwe formaties aan het vormen die al een paar centimeter lang zijn. Veel erg bijzondere formaties waren er echter niet, het was al niet eens te vergelijken met de “showcaves” zoals we in Yorkshire gezien hadden, en je kreeg zo weinig tijd bij iedere formatie dat ik niet eens fatsoenlijke foto’s kon maken van de meesten.


De eerste korte doorrijd-stop was bij een grote ruimte waar wij nu schijnbaar ongeveer bovenin zaten; er waren wat doorkijkjes waar je een beetje een glimp van opving, maar de sfeer-spotlights gingen regelmatig aan en ook weer uit, wat niet handig was natuurlijk! Onderweg was er nog een hoek vol afgestompte stalagmieten (de “village”) waar we even halt hielden, en daar vlakbij een watervalletje maar daar was al bijna helemaal geen tijd voor foto’s, we reden door.

Het karretje rolde door naar de volgende highlight; een watervalletje en wat kalkterrassen in een hoge koepelvormige grot, met wat mooie redelijk jonge kalkformaties op het plafond. Hier mochten we gelukkig even uit het treintje om zelf rond te lopen. Na zo’n 5 minuten moesten we weer instappen en doorrijden. Het was overigens zeker niet koud in de grot, eerder benauwd warm, het moet zo’n 24 graden zijn geweest volgens de gids, en buiten was het 26 graden.

We kwamen weer even langs het watervalletje dat we onderweg gezien hadden en ik had nog net de kans om er een flits-foto van te maken – altijd leuk zulke doorkijkjes, alleen jammer dat er geen tijd is en geen mogelijkheid met het steeds voort-schokkende wagentje om stil genoeg te staan voor een onbewogen foto zonder flits.

We reden weer langs de village en sloegen nu linksaf waar we eerst van rechts kwamen. Omdat we even moesten wachten op een ander treintje dat uit de tunnel links moest komen, hadden we rustig de tijd voor foto’s bij de village. Op het plafond van de in 2004 gemaakte toegangsgrotten hingen al weer nieuwe stalagtieten van een paar centimeter lang – dat gaat onstuitbaar door, zoiets!

In de nieuwe tunnel kwamen we langs het meertje dat de oorspronkelijke ontdekkers-toegang tot het grottenstelsel had gevormd, en delen van de kleine tunnels waar ze oorspronkelijk doorheen hadden gekropen waren nog zichtbaar langs de weg.

Er waren wat mooie kleine formaties onderweg, bobbels van kalk, plateaus, watervalletjes, of gordijnen van kalk, maar het treintje bleef nooit echt lang genoeg stilstaan voor fatsoenlijke foto’s dus ik heb maar veel de flits gebruikt om toch nog een indruk te kunnen krijgen ervan. Op een gegeven moment hingen er dezelfde soort rietjes aan het plafond als dat we ook in Yorkshire in de showcaves gezien hadden.

Toen kwamen we langs een doorkijkje naar de grote zaal waar we eerst ook gereden hadden, nu zaten we onderin en zag je in de verte bovenin inderdaad net het lichtje van het andere treintje. Dat is echt een hele grote zaal! En we moesten al gauw weer door, er zat een stevig tempo in. Af en toe werd het plafond hoger en zaten we niet meer in de machinaal gemaakte tunnels maar in natuurlijke tunnels en ruimtes – in eentje hing een mooi “doekje” van kalk van het plafond, het moest een kroonluchter voorstellen volgens de gids. Ook waren er af en toe mooie poeltjes met sneeuwwit kalkafzettingen, erg mooi.

We kwamen langs een redelijk groot meertje, dat volgens mij, als ik het goed begreep, redelijk diep was, en kort daarna bij een redelijk grote waterval. Daar mochten we ook even uitstappen voor een foto.

Toen was het weer door, hophop langs alle eerder langsgereden formaties, waar ik in het voorbijrijdend af en toe nog een redelijke foto van kon maken, en kwamen wij bij de grote zaal weer een ander treintje tegen dat nu op ons stond te wachten – die zaal was echt hoog, dat kon je wel merken als je omhoog keek!

We reden weer langs alle andere zaken tot de uitgang, waar we om 15:20 aankwamen. Het voelde niet zo maar we waren toch uiteindelijk wel iets van 50 minuten ondergronds geweest, de route was volgens de gids ruim anderhalve kilometer lang (ongeveer een mijl), en op het diepst zijn we als ik het goed gehoord had ruim 30 meter onder de grond geweest. Op zich geen onaardige grot, maar volledig verdisneyd met dat vreselijke treintje. Als er een instantie bestond voor de bescherming tegen mishandeling van grotten zouden we hem op kunnen geven!

Nog even gauw internettend zijn we terug naar de liften gelopen, en via de winkel naar buiten, waar we om 15:30 weer in het busjes stapte. We kregen een redelijk mooie rit door het platteland naar de Highland Adventure Centre, waar er inderdaad zoals beloofd een prachtig uitzicht was, en een bar die naast fris en flesjes sap een hele menukaart aan verschillende soorten rum en andere drank had! (rum hebben ze hier echt overal een overvloed aan) Maar het uitzicht was prachtig, over het regenwoud naar de andere kant van het eiland, en nu met het zonnetje en af en toe een donkere wolk erg mooi. En ze hadden er wifi, die ook weer erg goed was!

Ik maakte een aantal zwarte brutale vogeltjes een beetje gek door op mijn hurken te gaan zitten met mijn hand half dicht naar ze toe alsof ik er iets eetbaars in had; een tiental kwam al heel gauw kijken maar durfde niet dichterbij te komen of hadden door dat ik ze aan het foppen was.

Achter de bar was een arm aapje in een kooi; ik heb er foto’s van gemaakt met de bedoeling om ze op te sturen, er is een stichting waar je dat kunt doen voor met name apen die in slechte omstandigheden gehouden worden, maar ik kon hem op internet via mijn mobiel niet zo gauw vinden dus dat moeten we maar thuis doen – je stuurt foto’s en informatie over de omstandigheden en dan komen zij ze eventueel redden. Toen wij in 2007 in Syrië waren, en een aapje doorgaven dat daar in slechte omstandigheden bij een restaurantje langs de snelweg gehouden werd, kregen we een keurig berichtje terug dat ze helaas geen netwerk hadden in Syrië en dus niets voor de aap konden betekenen.

Om 16 uur reden we er weg en begon het net te regenen; wat een goeie timing! Via wat bananenplantages en regenwoud zijn we terug naar de kust gereden en Bridgetown terug in. We kwamen langs een van de grote “bebaarde” vijgenbomen waar de Portugezen oorspronkelijk Barbados naar genoemd hadden – los barbados, de bebaarden.

Via wat dure appartementengebouwen en een duur hotel waar beroemdheden weleens verbleven – Rihanna had inmiddels wat hoger op de vastgoedladder een dure condo gekocht in zo’n appartementengebouw – kwamen we rond 16:45 terug bij de cruise terminal, waar we nog even de wifi geprobeerd hebben – maar het was nog altijd slecht, en op zich hadden we al zat geinternet natuurlijk dus niet meer zo’n noodzaak ervoor. In de terminal kon je allerlei soorten rum kopen, en er was zelfs een speciale rumzaak waar je de rum ook even kon proeven. Ongelofelijk! Toen we uitgekeken waren zijn we terug naar het schip gelopen en waren rond 17 uur terug in de hut waar we gelijk de hapjes die keurig klaarstonden opgepeuzeld hebben en onder de douche zijn gesprongen voor het avondeten.

Iets na 17 uur waren de sleepbootjes al zichzelf aan het positioneren om het Princess Cruises schip die na ons de haven binnengekomen was eruit te loodsen – en terwijl ik onder de douche stond vertelde Hans dat de “Serenade of the Seas” ook wegvoer – die zijn dus maar kort hier geweest.

Na het eten zijn Hans en ik aan dek gegaan op dek 11 om te kijken naar onze afvaart om 20 uur. Maar eerst moest nog de P&O Cruises er uit – die voer letterlijk achterwaarts de haven uit. De sleepbootjes staan bij deze cruiseschepen altijd paraat, maar ze slepen ze eigenlijk nooit, de cruiseschepen lijken zichzelf op zich prima te kunnen manoevreren. Zodra de P&O vrij was van de haven en richting de donkere open zee aan het varen was, waren wij aan de buurt – het ging eigenlijk allemaal best snel, ieder schip was in zo’n 10 minuten wel vrij van de haven. Ondertussen was na het vertrek van de twee cruiseschepen voor het avondeten het zeilcruiseschip dat het verst van de haven lag op hun plek komen liggen.

Toen ons schip rond 21 uur uit de haven was en richting open zee aan het varen, besloten we toch nog maar eens naar beneden naar de receptie te gaan en te vragen hoe het nu zat met de rekening; op de brief had gestaan dat de rekeningen om 22 uur op de 20e verwerkt zouden worden, en we willen met cash betalen, maar het is ons nog altijd niet duidelijk na een of twee pogingen bij de receptie of we in de rekening van 20 januari nu WEL de excursies tot Auckland inbegrepen hebben (en dus moeten betalen omdat we over onze aanboord credit gaan) OF alleen de excursies die we tot nu toe gehad hebben (dus Madeira en vandaag in Barbados), en in dat geval niets hoeven te betalen omdat het nog binnen de aanboord credit valt. Moeten we betalen, dan is dat ook wel prima natuurlijk, maar dat willen we cash doen en als we vandaag niets van ons laten horen doen ze misschien toch proberen onze creditcard te achterhalen, je weet maar nooit. En, we zouden vandaag een definitieve rekening krijgen, maar dat is ook niet gebeurd.

Bij de receptie kregen we pas na heel veel moeite min of meer duidelijk dat we op de rekening alleen moesten kijken naar alles tot aan de datum van de 20e, en niet daar voorbij. In ons geval dus niets betalen want dat valt nog binnen de aanboord credit. Tegelijk zei de vrouw dat we niet vandaag meer konden betalen omdat de creditcardtransacties al in bewerking waren en we morgenochtend terug moesten komen. Maar je zegt net dat we niets hoeven te betalen, dan hoeven we toch niet nog terug te komen???!!! Nee dat klopt. En konden we dit verhaal dan zwart op wit krijgen? Want het was erg verwarrend en uiteindelijk is wat er op papier staat de waarheid, en op papier staat dat we moeten betalen. Ze begreep dat het verwarrend was maar kon eigenlijk niets voor ons betekenen. Tja uiteindelijk hebben we het maar zo gelaten.

free counters