Januari 2018: Wereldreis per cruiseschip

HOME
ROUTE
LANDEN
MV COLUMBUS
2021 SLOOP
AAN BOORD
WERELD

We voeren vanochtend om 7 uur de haven van Cartagena in, waar midden in het water een beeld van Maria met kind stond om de aankomende schepen te verwelkomen; apart en leuk! De skyline van Cartagena was indrukwekkend, vol hoge torenflats, maar een beetje weggestopt in een hoekje zagen we in de verte ook de koepels en rode kleien dakpannen van de Ciudad Viejo, de oude ommuurde stad. Dat was inderdaad zoals we van te voren op internet gezien hadden best wel een eindje van de aankomstplaats vandaan, volgens Google ruim 4 kilometer. Volgens het programma en de “port information” die we van iedere haven krijgen was er geen shuttlebus-dienst de stad in vanwege een “sterke taxi-unie”. Hmm, ok.

Hans en ik hadden geen scheepsexcursie geboekt in Cartagena omdat geeneen ons genoeg aansprak, behalve misschien het vogelpark dat op ruim een uur afstand lag, maar dan kon je qua tijd de stad niet meer bezoeken en die moest wel de moeite waard zijn, dus we hadden besloten zelf een beetje rond te sjouwen in Cartagena. Tenslotte hadden we al eens een heel mooi vogelpark in Iguazu bezocht, en zijn we over het algemeen niet zo dol op dierentuinen. Er was schijnbaar een leuke hop-on-hop-off route die ons in 90 minuten rond de oude en de nieuwe stad en een aantal van de ontelbare forten bracht, en als er cruiseschepen in de haven liggen doet de hop-on-hop-off bus een extra stop inlassen voor de cruiseterminal (anders moest je zo’n 2 kilometer lopen naar de dichtstbijzijnde halte), dus we zouden dat wel doen om te beginnen en dan verder wel zien.


We zijn vroeg opgestaan en hebben ons aangekleed en met fruit ontbeten. Rond 7:30 begon het schip te manoevreren om zichzelf achterwaarts in te parkeren tussen een klein en zo te zien duur cruiseschip Silver Wind, en het bekende rijkeluiscruiseschip “The World”, waar je een hut kunt KOPEN en als je wilt (en het geld hebt) permanent aan boord leven. Minimale vaste servicekosten per jaar was iets van 50.000 euro dacht ik... The World vaart ieder jaar rond de wereld, de route is ieder jaar anders en klanten die hutten bezitten hebben inspraak in de route. Je kunt ook een hut huren voor een korte periode, haast zoals op een “normale” cruise, alleen de prijzen zijn niet echt normaal, in ieder geval niet in onze ogen! Op de aanmeertouwen van The World zaten rijen pelikanen naast elkaar, een grappig gezicht!

Ondertussen waren tourbussen zich aan het opstellen in de containerterminal, voor alle excursies die vandaag zouden vertrekken waarschijnlijk. In de verte lag een marineschip met een indrukwekkende helikopter achterop, en toen ze later op de ochtend de vlag hesen besefte we ons dat het schip een Nederlandse vlag had, lachen wat een toeval! Hans en ik stonden al vroeg klaar om van boord te gaan, en zodra het schip om 8:15 vrijgegeven werd zijn we naar beneden gegaan om aan land te gaan. Inmiddels was er al een vierde cruiseschip bezig zichzelf naast The World te manoevreren, ongelofelijk eigenlijk.

Pijlen op de weg wezen ons door de containerterminal richting de cruiseterminal, en het was al goed warm in de zon zelfs zo vroeg op de dag. We waren ook al gewaarschuwd dat Cartagena een warme stad was, en hadden voldoende water en limonade bij in de rugzak, plus wat sultana-koekjes en mini-reepjes chocola. Onderweg naar de terminal zagen we dus de Nederlandse vlag op het marineschip, en groette in het Nederlands een van de soldaten die wacht hield bij de loopplank. We hebben er kort even mee gebabbeld, en zijn toen doorgelopen naar de cruiseterminal, die volgens Ivan een beleving zou moeten zijn toen hij van de week vroeg of we er al eens geweest waren.

Hij had inderdaad gelijk; het begon al met een bordje met exotisch-uitziende dieren erop en “pas op, verminder snelheid, dieren in de weg” in het Spaans erop. De cruiseterminal was de verplichte duty free koop-loods, maar omringd door een mini-dierentuin en mini-regenwoud, je liep op houten paden kriskras tussen een veldje met flamingo’s, loslopende pauwen, losvliegende papegaaien en voliéres met allerlei vogels, en schijnbaar ook aapjes, hoewel die zich verborgen hielden toen we langskwamen. Bizar! In de koop-loods, in dit geval één grote ruimte met allerlei afzonderlijke stalletjes en balies voor soevenirs, plus gouden sieraden en smaragden in dit geval vanwege Colombia, zaten de dames nog een beetje wakker te worden en op de grote kudde te wachten, ze groette ons maar het was ze waarschijnlijk duidelijk dat er aan ons weinig te verdienen viel!

We zochten nog naar gratis wifi, maar de enige wifi in de buurt moest je bij een cafeetje een code voor kopen, dus dat was ook niks. Ook geen kaartje van de stad, VVV-service of loketje om tickets voor de hop-on-hop-off bus te kopen. Jammer dan, dus we liepen op ons gemak door de beestenboel richting de uitgang. De papegaaien, pauwen en apen liepen los rond, maar in de voliéres liepen de vogels soms ook letterlijk voor je voeten – een eend pikte zelfs naar onze schoenen toen we langsliepen en Hans stapte er per ongeluk bijna op omdat hij zo in de weg liep! Overal stonden bakjes met fruit en water voor de dieren, die duidelijk een bruin leven hadden. Schijnbaar heeft Colombia een enorme diversiteit aan vogels, als ik het goed zeg meer dan 1800 soorten.

Al terwijl we op de houten paden liepen richting de uitgang van de terminal, en daarna helemaal, werden we benaderd door gidsen, taxichauffeurs en allerlei andere types die ons rondritjes, gidsdiensten, taxidiensten en weet ik veel wat nog meer wilde aanbieden. Buiten de terminal (ze werden bij de poort nog enigszins door de bewaking tegengehouden) barste het echt los; allerlei taxichauffeurs, officieel en onofficieel, benaderde ons voor een nóg goedkopere, nóg betere en nóg uitgebreidere tocht dan wie dan ook anders... Ze zwaaide met geplastificeerde bordjes met foto’s van alle highlights van Cartagena erop, en boden allerlei prijzen voor hun diensten. Op zich, als je iemand vriendelijk bedankte maar nee bedankt, hield hij wel op, maar er waren gewoon zo enorm veel dat het best overweldigend overkwam. Hans had een paar keer zijn “these boots are made for walking” geprobeerd, sommige zagen daar wel de grap van in.


We waadde door de taxichauffeurmassa richting de duidelijk herkenbare hop-on-hop-off-bus op het parkeerterrein, maar werden er vlakbij staande gehouden door een man met een hesje van de havenautoriteit – nee taxi’s zijn achter jullie, naar stad? En er begon een beetje een bizar gesprek in gebroken Engels en Spaans; wij willen naar de bus. Nee gaat niet bus alleen voor tickethouders. Ja snappen we, we willen tickets kopen. Nee gaat niet, taxi naar stad. Nee dat willen we niet, we willen HIER een ticket voor de bus kopen, waar? In stad ticket kopen, met taxi naar stad. Nee dat willen we niet, we willen HIER op de bus stappen... Enzovoorts. Ik had steeds in Engels gesproken, nu probeerde ik in mijn beste Spaans uit te leggen dat ik HIER een kaartje voor de bus NAAR de stad wilde kopen. Hesje raakte een beetje gefrustreerd en bleef maar zeggen in Engels en Spaans dat we met een taxi naar de stad moesten om daar een kaartje voor de bus te kopen zodat we op de bus konden. Hij had ons al een keer gemaand mee te lopen en nu lieten we ons meevoeren, dus bracht hij ons terug naar de enthousiaste meute taxichauffeurs die gelijk weer begonnen te bieden hoeveel ze vroegen, waarop wij weer terug naar de bus liepen en Hesje erachter aan ondertussen mopperend “nee ging niet bus alleen voor gereserveerde tickets”. Het werd duidelijk dat je vanuit hier alleen op de hop-on-hop-off bus kon als je van te voren een kaartje gekocht had, zodat de taxiwereld verzekerd was van klandizie.


Maar toen begon Hesje “trolley? Trolley?” ik snapte er niets van en kon ook niet zo gauw bedenken welk Spaans woord hij aan het gebruiken was. Ik haalde hulpeloos mijn schouders op en Hesje maande ons weer mee te komen – nee he, weer richting de taximeute die weer vrolijk begonnen met hun mantra’s! Maar hij bracht ons naar een vrouw met een ander soort geplastificeerd bordje, van een ouderwets trolley-busje waarmee je, naar het scheen, in 3 uur (in plaats van 90 minuten zoals met de hop-on-hop-off bus) rond de stad kon, en WEL hier de tickets kon kopen. Maar 20 dollar... Vermoedelijk kreeg Hesje hier een percentage van want hij prees dit aan als de oplossing. Zucht nee dat willen we niet!


We bedankte iedereen vriendelijk en begonnen richting waar we dachten dat de stad moest zijn te lopen, nog gevolgd door een of twee volhouders – inmiddels was de prijs bij sommige taxichauffeurs al gezakt van 60 dollar naar 5 dollar, legde sommige chaffeurs uit dat het veels te warm was om te lopen en de weg een grote weg was met snel verkeer, geen fijne looproute, en zij airconditioning hadden, en deed een taxichauffeur verzuchten dat wij domme Engelsen altijd zo koppig waren om te willen lopen. Euh pardon lachte ik in het Spaans, wij zijn Nederlanders hoor! Waarop hij even niet zo gauw een antwoord wist en ondertussen een andere taxichauffeur vrolijk Amsterdam, Ajax, Marco van Basten begon te ratelen... Ja inderdaad die ja... De over Engelsen mopperende chaffeur riep ons nog na dat als we dan per sé zo koppig wilde zijn om in deze hitte langs de snelweg te lopen, dat we recht vooruit moesten lopen en bij de bocht naar links. Hans vroeg aan mij of dat klopte, ik dacht van wel maar wilde het niet daar checken maar ergens rustig zonder de enthousiaste meute taxichauffeurs om ons heen! Dus wij liepen de bocht om naar links, ik haalde het printje tevoorschijn van het routeboek en inderdaad, het klopte precies. De taxichauffeurs waren op zich allemaal aardig en niet echt vervelend geweest, hadden ons dus zelfs uit zichzelf de juiste weg gewezen terwijl we hun diensten niet gebruikten, maar ze waren gewoon met zo velen! Later hoorde we dat sommige van onze medepassagiers het zo overweldigend vonden dat ze bij de poort teruggedraaid waren en terug de terminal ingegaan – zo erg was het nou ook weer niet geweest!


Met eindelijk weer een beetje rust aan ons hoofd zijn we begonnen te wandelen richting de stad; inderdaad geen bijzondere weg, maar nu ook weer niet een snelweg, en al was de stoep een beetje onregelmatig en soms even niet bestaand als een gebouw de kavelgrenzen niet zo nauw nam, het was goed te wandelen. In principe was het ook niet ingewikkeld om de weg te vinden, dit deel van de stad was volgens een raster ingedeeld met genummerde wegen, “Calles”, die min of meer oost-west wezen en zijweggetjes, “Carreras”, die noord-zuid gingen. Het was dus enkel een kwestie van de Calle met het juiste nummer te vinden, Calle 29, en die konden we helemaal volgen tot hij doodliep tegen het water aan dat de oude ommuurde stad, de Ciudad Amurallada, omringde.

Hoog in de lucht boven ons dreven gieren lui op de luchtthermiek en naarmate we dichter bij de oude stad kwamen, waar meer open water was, zagen we wat we alleen maar als pterodactyls konden omschreven boven ons vliegen, grote zwarte vogels met een prehistorisch silhouette – later bedachten we ons dat het waarschijnlijk fregatvogelswaren, maar pterodactyls beschreven ze beter vonden we!


Onderweg zagen we af en toe een straatverkoper met een karretje met zo te zien thermosflessen met koffie te leuren – op een gegeven moment riep iemand hem door een hek en schonk hij inderdaad een klein plastic bekertje met koffie in, apart zeg! Nu is Colombia natuurlijk wel een koffieland, maar wij zien dat eigenlijk nooit, mensen op straat koffie verkopen.


We liepen onderweg langs een begraafplaats; verleidelijk, onze oorlogsmonumenten-hobby begint uit de hand te lopen en we doen steeds vaker ook gewone begraafplaatsen bezoeken. We hadden het er dan ook over om de websitemisschien uit te breiden en, net als voor oorlogsmonumenten, een aparte pagina te maken voor gewone begraafplaatsen, we hebben er onderhand namelijk ook zo veel mooie bezocht. En we besloten deze onderweg terug naar het schip te bezoeken als we nog tijd en zin hadden...

Na een half uurtje waren we bij het water waar aan de overkant de ommuurde stad was – voor de tijd van Francis Drake was de stad totaal niet verdedigd, totdat Francis Drake hem een keer helemaal plunderde. Toen hebben de Spaanse koningen de stad flink laten verbouwen met verdedigingswerken, en dat werd zo grondig gedaan, dat de Spaanse koning Karel III, die wat meer op het budget lette dan zijn voorgangers, een keer gezegd zou hebben dat, voor die prijs, hij de vestingswerken verwachtte te kunnen zien vanuit zijn paleis in Spanje! We wandelde naar een van de twee bruggen over het water, en liepen rond 9:30 de oude stad zelf in, met in de verte een van de meest beroemde forten van de stad; zo goed ontworpen, dat je het hele fort in een keer moest innemen omdat iedere hoek door een andere hoek verdedigd kon worden.

We wandelde naar een groot plein, voor de martelaren van het vaderland; hier waren in 1816 een hoop helden van de onafhankelijkheid van Cartagena geexecuteerd door de “vredestichter” Pablo Morillo, en daarna veranderde de naam van het plein naar het Plaza van de Martelaren.

Van daaruit liepen we naar de klokkentoren, een markant monument van de stad, en hebben op het kleine driehoekig pleintje erachter even gezeten en wat gedronken. Er kwamen straatverkopers langs met koelboxen of zelfgemaakte varianten van piepschuim op de schouder, die ijskoud water verkochten; “nee bedankt we hebben al water” ratelde ik er tegen eentje uit in het Spaans, en hij verdween gelijk. Dat was een goeie actie! Dus vanaf dat moment was het steeds “nee bedankt we hebben al water/petjes/zonnebrillen/shirts/we roken niet” voor alle straatverkopers die drinken, panamahoeden, zonnebrillen, toeristische T-shirts of Cubaanse sigaren verkochten... En het werkte goed! Het scheelde al veel dat ik ze in basis Spaans aansprak en het waren antwoorden waar ze geen speld tussen kregen, de meeste draaide zich gelijk om op zoek naar andere potentiele klanten. De verkopers met tasjes, koelkastmagneten of andere frutsels kwamen niet eens in onze buurt, wij waren denk ik niet hun doelgroep!

Nadat we even gerust hadden zijn we om 10 uur verder door de oude straatjes met kleurrijke huizen en houten balkons vol bloemen geslenterd richting een van de beroemdste kerken van Cartagena; maar die leek je vandaag alleen van de buitenkant te kunnen bezichtigingen, dus we liepen door. De oude stad zelf bleek een stuk kleiner te zijn dan we verwacht hadden, en alles was dus heel goed te lopen qua afstanden.

De sfeer in heel de stad was heel gemoedelijk; we waren alert op onze rugzak maar voelde ons heel veilig, men was vriendelijk en open. En die verkopers zijn nooit opdringerig en proberen ook maar wat geld te verdienen, dus we proberen ook altijd vriendelijk te antwoorden. Aan een pleintje was een andere kerk met open deuren, en daar zijn we even binnengestapt; er was zelfs een dienst bezig, met grote loeiende ventilatoren gericht op de bankjes en tussen de beelden van de heiligen aan de zijkanten van de kerk om wat beweging in de warme lucht te brengen en de indruk van koelte te geven.

Af en toe kwam er door de straatjes een stoet paard en wagens langs, dat was ook een scheepsexcursie, om de stad per paard en wagen te verkennen. Niets voor ons denken we! We wandelde door de oude stad, die erg toeristisch was maar inderdaad best mooi, en we zagen dat de nonnenordes zich ook hier aangepast hadden aan het hete weer en in witte habijten liepen. Er werd wel fruit en kokosnoten op straat verkocht, maar eigenlijk niet zo veel exotische vruchten of lekkere zoete en hartige hapjes als ik verwacht had. Maakt niet uit, maar ik had gewoon bijvoorbeeld graag weer eens een glaasje versgeperst guanabana-sap gehad!

We liepen de oude toeristische stad wat uit ondertussen en kwamen langs een zaakje met gefrituurde varkensoren, die we herkende van onze vrachtschipreis. Niet helemaal wat ik bedoelde, maar het begint er meer op te lijken! We zijn weer even terug naar het driehoekige plein gelopen vlakbij om te zitten en nog wat te drinken – je droogt uit waar je bij staat door de hitte – en toen we gerust hadden realiseerde we ons dat we stiekemweg de meeste mooie straatjes al bewandeld hadden, en dus besloten we rond 10:45 op ons gemak rustig aan terug naar het schip te wandelen.

Eerst nog even via het 100-jaren parkje vlakbij het Martelarenplein; er stond in het pleintje een monument opgericht in 1911 (samen met de rest van het parkje dat speciaal voor die gelegenheid was aangelegd) door het dankbare Cartagena om de herinnering te vereeuwigen van de doortastende mannen die op 11 november 1811 de acte van onafhankelijkheid van de oude provincie van Cartagena de Indias bevestigden (de oorspronkelijke naam voor de Zuid-Amerikaanse Cartagena om hem te onderscheiden van de Spaanse Cartagena). Zoiets stond er in ieder geval in het Spaans. Bovenop stond het beeld van een mooie grote bronzen condor met daarop een brutale echte duif die even een goed plekje gevonden had om te rusten.

We liepen door het parkje schuin in de richting van het grote fort dat we op de heenweg gezien hadden, met de bedoeling om via die brug terug te lopen, maar de stadswijk daarachter werd al gauw een beetje onduidelijk qua richting, en totaal NIET toeristisch, dus om te voorkomen dat we per ongeluk onwetend in verkeerde wijken terecht kwamen, of gewoon verdwaalde, zijn we dezelfde weg en dezelfde brug teruggelopen.

Cartagena is duidelijk ooit een hele rijke stad geweest, dat zie je nog terug in de architectuur. Toen we op de brug stonden was er een bootje met twee vissers bezig te vissen; de een wierp een steentje of iets van aas in het water, en de ander wierp er na een paar tellen een net overheen. Het was ons niet helemaal duidelijk of ze veel vingen op die manier, het net leek redelijk leeg toen ze het weer ophaalde. We liepen richting het fort, maar besloten onderweg dat het niet veel zou toevoegen om erop te gaan, en sloegen weer af toen we bij Calle 29 kwamen.

Onderweg kwamen we het trolleybusje tegen, die nog langzamer ging dan geadverteerd, want er waren drie man hem aan het voortduwen, hij had panne. Blij dat we niet daarmee zijn gegaan! Rond 11:15 waren we bij de begraafplaats die we op de heenweg gezien hadden, en besloten er even rond te kijken – het was een overvolle, spierwitte verzameling van marmeren en betegelde graven, met veel rouwende marmeren engelen en witte kruizen, apart en indrukwekkend!

We zochten een bankje onder de bomen op naast wat luierende tuinmannen en hebben nog wat gedronken en een minimarsje en mini-milky way gegeten voor wat energie. Ondertussen vroegen we ons af of het nou tuinmannen waren of gewoon mannen die daar op het heetst van de dag verzamelde om te kletsen en siesta te houden in de schaduw; veel werk deden ze in ieder geval niet en de tweede indruk van de begraafplaats was dat hij erg onderkomen was en een beetje vervallen.

Nadat we wat gerust hadden zijn we weer de zon ingestapt, om via de hoofdweg van de begraafplaats naar de achterkant van het terrein te lopen en na even overleg linksaf te gaan (we wilde niet de hele begraafplaats doen). Er waren veel marmeren familiegraven, maar ook veel kapotte stenen, op sommige plekken lag van alles, alsof het een stortplaats voor bouwpuin was, heel vreemd voor een begraafplaats die op zich nog wel actief leek te zijn met recente graven.

Tegen de achtermuur van het terrein waren allerlei vierkanten plaquettes – we vermoeden ingemetselde urnen met een gedenksteen ervoor. Omdat de begraafplaats duidelijk overvol begon te raken, hebben ze ooit vóór de achtermuur nog een extra muur gezet voor meer urnen, waardoor wij door een soort van gang konden lopen tussen de twee muren. Zeilen waren gespannen om wat schaduw te bieden, en overal stonden kleurrijke plastic bloemen, speelgoed (ook bij graven van volwassenen) en de afdektegels of marmeren platen van de urnen waren al dan niet mooi gebeeldhouwd. Sommige platen hadden een eigen afdakje, of een afgesloten hekje of glazen kist om de losse inhoud zoals vaasjes, nepbloemen, tekeningen en speelgoed te beschermen tegen de elementen en eventueel diefstal. Het was een bijzonder gezicht!

Maar terwijl wij liepen begonnen andere dingen ons op te vallen. Zo hadden best wel wat van de urn-ruimtes gewoon een betegeld frontje inplaats van een marmeren plaat, en was daarop een grote kleurrijke STICKER geplakt, meestal een fotocollage van tekst, een foto van de overledene, en een geliefd object zoals een bv. motor, alles tegen een zonsondergang-achtergrond of iets vergelijkbaars. Heel apart! Waarschijnlijk goedkoper dan een marmeren plaat, maar misschien vonden mensen het ook gewoon leuker dan een kil stukje marmer? Er waren nog goedkopere oplossingen, zoals gewoon naam, data en een “rust in vrede” in het natte cement krassen toen de ruimte van de urn werd dichtgemetseld en dichtgesmeerd. Of op de tegels die sommigen in het natte cement hadden gedrukt met verf of viltstift iets schrijven. Eentje was helemaal apart; daar was voor de cementlaag een stuk papier met plakband bevestigd, waarop de overledene een gelukkig verjaardag in de hemel werd gewenst – dit papier was al van 2016!

We hebben er een tijdje rondgelopen, de urnengang was erg bijzonder. Toen we aan het einde van de buitenmuur kwamen en de hoek om liepen stonden er nog een paar urnen-galerijen, sommige met een tussengangetje zo smal dat je er amper zelf tussen pastte. Ook was er een klein gebouwtje dat ook helemaal gevuld was met urnenmuren, met een mooie boom in het midden. Erg sfeervol allemaal!

We liepen terug tussen de witte marmeren graven die soms erg hoog waren – het leek wel alsof bij sommige letterlijk verschillende verdiepingen gemaakt waren, en de graven bovengronds waren. Terug op de hoofdweg liepen we langzaam terug naar de uitgang, de in de schaduw rustende mannen (die nog geen centimeter verplaatst waren, net als de hond die erbij lag) onderweg groetend. Van een of twee kregen we een lui knikje terug. Het was ook eigenlijk te warm om veel te bewegen, alleen die gekke buitenlanders moeten zo nodig op het heetst van de dag rondsjouwen...

We waren al bijna bij de uitgang toen een oud energiek vrouwtje dat we al in de verte hadden zien rondlopen met veiligheidshelm op, bezem bij en snoeiafval in de hand ons aansprak. Dit was dan de echte, en waarschijnlijk enigste, tuinman/vrouw van de begraafplaats! Ik heb een redelijke basis in Spaans, met name Colombiaans Spaans dat heel netjes en duidelijk uitgesproken wordt en dus relatief gemakkelijk is om te verstaan; maar zij had nog maar 5 tanden en sprak een heel snel en onverstaanbaar lokaal dialect, dus ik kon er niets van maken! Was ze op ons aan het mopperen, ons op de begraafplaats aan het verwelkomen, of gewoon in het wilde weg tegen ons aan het kletsen omdat we er toevallig stonden, ik had geen idee! Ze bleef alleen wel steeds een woord dat op “presidente” leek herhalen, en ze was erg aan het aandringen dat we meeliepen. Dus wij liepen achter haar aan een pad op tussen de graven.

Ze bracht ons trots naar een groot graf uit de negentiende eeuw met een vaag bekende naam erop, “Juan Jose Nieto”. Presidente, presidente bleef ze herhalen, en wees grijnzend naar het graf; wij knikte en bedankte haar, we moeten het thuis checken maar we dachten allebei dat dat weleens een van de meest bekende presidenten van Colombia kon zijn inderdaad. Leuk! Ik deed in mijn beste Spaans een kleine speech houden “Ik spreek geen goed Spaans maar wij vinden deze begraafplaats erg mooi en bedankt dat u dit heeft laten zien”. Toen begon ze nog een heel verhaal in machinegeweer-snel dialect, dat ik haar drie keer heb moeten laten herhalen voor ik eindelijk de werkwoorden “robar” en “vender” eruit haalde. Pfffffff het kwartje viel en de rest van het verhaal snapte ik nu ook, ze was aan het klagen over hoe mooi de begraafplaats vroeger was geweest maar dat dieven het marmer en de ornamenten stalen (robar) en doorverkochten (vender) – zo te horen soms waar ze bij stond, maar wat kon ze eraan doen. Ze vond het zo jammer hoe onderkomen de begraafplaats nu was, hij was vroeger zo mooi geweest en die vuile dieven werden niet bestraft, en nog woorden van die strekking... Met haar geratel kwam ook meer van mijn woordenschat terug, en we hebben nog even gepraat over wat een slechte mensen er op de wereld zijn en hoe zonde het was dat zulke dingen gebeurde, maar dat het nog altijd een hele mooie begraafplaats was. Ze bracht ons nog naar een van haar favoriete graven vlakbij, een groot en prachtig fijn gebeeldhouwd marmeren graf – ze hoopte dat de dieven er vanaf zouden blijven, maar was er bang voor.

Toen nam ze net zo abrupt afscheid als dat ze ons oorspronkelijk had aangesproken, en liep in zichzelf mompelend weg om weer aan haar werk te gaan! Wij liepen nog even het pad uit naar de zijmuur van de begraafplaats, waar een rijtje graven uit het begin van de negentiende eeuw stonden die met terrazzo versierd waren, ook apart om te zien! En best gek om te beseffen dat er ook in grafmonumenten zulke duidelijke modes zijn – de stickers zijn dat natuurlijk ook, misschien oorspronkelijk ontstaan vanuit geldoverwegingen, maar duidelijk zijn ze best populair hier. Net zoals de glazen grafstenen dat zijn in het Beiersche Woud in Duitsland.

Tegen de straatmuur van de begraafplaats was nog een muur vol graven voor kinderen, vol vrolijke kleurtjes en nepbloemen, om de zware emoties wat te verlichten.


11:45 liepen we weer verder richting het schip, we hadden er toch (inclusief rustpauze) een half uur rondgelopen en het was zoals eigenlijk altijd weer erg interessant en leuk geweest. Die interactie met de tuinvrouw was natuurlijk ook leuk, ik zou nooit geweten hebben dat daar het graf van een president was! En de diefstallen zijn natuurlijk de verklaring voor waarom deze mooie begraafplaats die nog actief gebruikt wordt toch zo onderkomen overkomt – je ziet wel dat veel recente graven alleen met tegels bedekt zijn, dat is niet zo interessant voor de dieven natuurlijk.

Iets na 12 uur liepen we al weer in de buurt van het haventerrein, waar kwetterende groene parkieten in en uit de bomen vlogen en hoog in de lucht gieren of andere roofvogels ronddreven op de thermiek. Toen we langs de taximaffia liepen (“unie” is een beleefdere term) sprak een van de taxichauffeurs van vanochtend ons aan; én, had hij gelijk of niet, was het niet veels te warm geweest om te lopen en hadden we niet beter met hem mee kunnen gaan naar de stad? Nee hoor zei ik vrolijk in het Spaans, want we hebben gelopen én alles gezien, kijk maar; en ik wees op zijn geplastificeerde bordje – die hebben we gezien, en die, en daar zijn we geweest, en dat... Ik wees (met een beetje overdrijven want het fort hadden we alleen van een afstand gezien) de helft van de highlights aan. Hij was onder de indruk, en wees een foto van een klooster buiten de stad aan: maar hadden we die dan ook gezien? Ik moest lachen en beaamde dat we die niet gedaan hadden nee. Zie je wel riep hij triomfantelijk, dus de volgende keer gewoon braaf met mij meekomen en dan breng ik je daar naar toe! Is goed jongen, doen we!

Rond 12:15 hebben we nog even op het cruiseterminal terrein rondgelopen, vooral kijkend naar de prachtige grote papegaaien die daar vrij rondvlogen en op een houten rek zaten te kletsen en te mopperen op elkaar en te hopen op hapjes van de toeristen. Hoog in de woudreus midden op het terrein zaten ook allerlei vogels, en om ons heen liepen de pauwen tussen de mensen rond.

We moesten uiteraard weer verplicht door de duty free lopen, en zwaaide onderweg naar ons schip nog even naar de soldaten en soldates op Zr Ms Van Speijk, het Nederlandse marineschip dat daar lag. De Columbus was aan het bunkeren voor de lange oversteek, en we maakte onderweg nog een foto van de sleepbootjes die daar lagen en van de Columbus zelf.

Bij het schip waren ze oude matrassenbodems aan het uitladen, duidelijk hadden ze een nieuwe partij aan boord genomen en konden deze naar de schroot, en het was 12:30 dus de deelnemers aan de chiva-bus rondrit (een speciaal soort verbouwde kleurrijke houten bus dat een iconisch beeld voor Colombia is) waren al bezig in te stappen voor hun stadsrondrit met rum punch en live Colombiaanse muziek. Dat was een van de excursies die we gelijk geschrapt hadden, net zoals de Rhum Runner met onbeperkte rum in Grenada... Vreselijk!!! Later gaven wat mensen die we spraken die er aan mee hadden gedaan toe dat het inderdaad een vreselijke rondrit was geweest – duh, hadden we je zo wel kunnen vertellen! We hebben vandaag zo’n 12 km gelopen en we waren erg blij dat we geen geld aan een stadstour (of het nu lopend, bus, paard en wagen of chiva-bus was) van Cartagena hadden uitgegeven, want zo bijzonder was de stad nou ook weer niet. Achteraf gezien (maar ja, dat weet je altijd pas achteraf) hadden we waarschijnlijk nog het beste naar het vogelpark kunnen gaan. Maar ja, dan hadden we nooit geweten van het bestaan van grafsteen-stickers of waar Nieto begraven was of zo’n gekke interactie met het tuinvrouwtje gehad! Al met al hebben we dus best een leuke ochtend gehad!

We hebben onderweg naar boven naar het buffet onze rugzak gedumpt in de hut, en in het buffet wat te eten en een blikje drinken genomen, om daarna te gaan bijtanken (je verliest erg veel vocht op zo’n dag), douchen en rusten in onze hut en onze moeie voeten wat rust te gunnen.

Af en toe keken we naar buiten, er waren ’s ochtends veel pelikanen geweest op de touwen van The World naast ons, maar die waren nu allemaal weg. Wel cirkelde er veel fregatvogels (vliegende dinosauriers) boven ons en kwam er af en toe een bootje, sleepbootje of wat meeuwen of zo langs. De Coral Princess die naast the World lag is vroeg in de middag vertrokken, die blijft echt nooit lang in een haven liggen – nu ook maar effectief een halve dag.

Om 16:30 voelde we het bekende vibreren onderin het schip van wat we denken dat de opstartprocedure is – op de Rickmers kon je het helemaal volgen, eerst ging de Chief Engineer naar beneden, dan voelde je de motor opstarten en na een 10-15 minuten een tandje hoger gezet worden, en we konden op gegeven moment tot op de minuut bijna voorspellen wanneer we zouden gaan varen – maar de Columbus is zo’n stil schip, echt verrassend hoe weinig je hier op dek 11 hoort van de motor en zo.

Iets voor 17 uur wisselde we onze korte broeken om voor een lange broek en een jurkje– de dresscode was “informeel” (zucht, hou het gewoon casual en als het per se moet die enkele formele nacht maar ga niet ook nog dat informeel opdringen, niemand zit er op te wachten, zeker niet op een havendag), maar daar kijkt niemand meer naar in onze zitting, casual en informal zijn voor het overgrote merendeel van onze mede-passagiers die wij kunnen zien in de vroege zitting hetzelfde geworden, gewoon casual dus. Maar dan waren we alvast omgekleed mocht het vertrek lang duren; en toen we klaar waren gingen we naar het achterdek van dek 11 om te kijken hoe we afmeerden. Klokslag 17 uur duwde de thrustermotoren van de Columbus zich zelfstandig van de kant af, zodat hij zodra hij vrij was gas kon geven en gewoon vooruit wegvaren. Net zo gemakkelijk als in een auto wegrijden, lijkt het! Wel ging een van de sleepbootjes voor de zekerheid tussen ons en The World in liggen, maar het was niet nodig, we voeren zonder hulp weg. Tijdens het wegvaren viel het ons op dat het cruiseschip dat naast ons aan de andere kant gelegen had ook al weg was; daar zijn de ervaren cruisers zo van onder de indruk, hoe lang dit schip in iedere haven blijft – wij vinden het zelfs een beetje kort!

Bij een mooie lage zon voeren we de haven van Cartagena uit en konden het Mariabeeld mooi bewonderen en de kust van Cartagena. Hans en ik hebben de rest van het vertrek gevolgd vanuit ons balkonnetje – daar is het tenslotte toch voor en dat zit een stuk lekkerder, plus het was aan de goede kant, onze hut lag aan de landkant dus we hadden nog wat te zien. Rond 17:40 kwamen we nog langs een of ander oud tolhuis of zo op een eilandje buiten de natuurlijke haven van Cartagena, en kort daarna werd de loods opgehaald en zijn we naar beneden gegaan om, via het trappenrondje, naar het restaurant te lopen om te eten. Tijdens het eten vertelde onze Filippijnse/Amerikaanse tafelgenoten dat de leuke lage prijs voor de taxi die ze oorspronkelijk afgesproken hadden achteraf opeens opgehoogd werd naar een veel hoger bedrag; ja dat soort ellende krijg je natuurlijk. Na het eten hebben we het trappenrondje afgemaakt door bovenlangs over het buitendek te lopen en terug naar binnen naar onze hut te gaan.

free counters