Januari 2018: Wereldreis per cruiseschip

HOME
ROUTE
LANDEN
MV COLUMBUS
2021 SLOOP
AAN BOORD
WERELD

Vanochtend vroeg werden we wakker, rond 6:30, met voor het eerst in dagen weer land in de buurt, een eiland! We zijn in het Marquesa’s eilandengebied, een groepje eilanden dat onderdeel is van Frans Polynesië, dat schijnbaar uit wel 118 eilanden bestaat waarvan maar zo’n 67 bewoond zijn. De Marquesa’s is een groep van 12 eilanden waarvan er 6 bewoond zijn. We hebben tot rond 8 uur in bed gelegen met het gordijn open zodat we nog af en toe konden kijken waar we langs voeren.

We hebben met fruit ontbeten; heel veel fruit, want we hadden gisteren ons fruitmandje niet helemaal opgegeten dus we hadden vandaag 9 stuks fruit – appels, peren, sinasappels en een verdwaalde mandarijn. Rond 8:30 begon Nuku Hiva in zicht te komen dus zijn we naar het achterdek op dek 11 gegaan om te kijken hoe we de baai van het plaatsje Taiohae benaderde. We konden zien dat een aantal van de kliffen volcanisch gesteente waren, er liep zelfs een mooie rechte dijk door een stuk volcanisch tuf-gesteente. Omdat we weer voor het eerst in dagen bereik hadden heeft Hans een smsje naar zijn dochter geschreven en we kregen er prompt een terug, leuk! Er is nu 10.5 uur verschil met Nederland, dus het is daar al weer het einde van de dag als wij opstaan...

Met een scherpe bocht draaide de Columbus de baai in en begonnen er huisjes zichtbaar te worden in de baai – daarbuiten waren de bergen steil, onherbergzaam en donkergroen, erg mooi zoals ze uit de zee rezen. In de verte zagen we een vreemdsoortig cruiseschip liggen, en toen ik inzoomde met het fototoestel kon ik de naam lezen; de Aranui 5 – dat is een serie schepen die deels vracht-, en deels cruiseschip zijn en de Marquesas Eilanden bevoorraadt. Wij hebben vele jaren geleden ooit weleens naar de Aranui 3 gekeken (dit is dus inmiddels al de Aranui 5), als zijnde een manier om Frans Polynesië te doen, maar het was zo ingewikkeld en tijdsrovend (en duur) om er überhaupt te komen om aan de 2-weekse reis te kunnen beginnen, dat we het afgedaan hebben als geen goede optie. Bovendien was de Aranui toen al niet bepaald goedkoop, hoewel het wel oorspronkelijk ontstaan is als iets heel simpels, met gedeelde badkamers en kleine hutten of zelfs slaapzalen. En zo te zien aan de Aranui 5 waren ze er zeker niet goedkoper op geworden, veel van de hutten hadden zelfs balkons!

We hebben tot 9 uur buiten gestaan, kijkend terwijl we langzaam de baai naderde, en zijn toen naar binnen gegaan omdat we officieel om 9:15 in de Palladium showlounge moesten verzamelen om tender-tickets te krijgen omdat we de ochtend-excursie hebben. Je merkt aan de informatie in het dagelijkse programma dat we gisteravond kregen dat ze nu gaan proberen om het vandaag allemaal wat gestroomlijnder te laten lopen en de chaos en frustratie van op elkaar gepakt in gangen te moeten wachten te vermijden. En zelfs al waren we nog geeneens voor anker gegaan, leek het ons verstandiger om toch op tijd naar de showlounge te gaan voor onze tender-ticket, want iedereen is hier graag ruim van te voren ergens aanwezig!


Er zaten inderdaad al enkele tientallen mensen – de ochtendexcursie wordt over 30 jeeps van 4 passagiers ieder verdeeld, maximaal 115 passagiers volgens het programma. We kregen onze tender-ticket, nummer 1 – we zitten dus in ieder geval in de eerste tender van de dag – was dat niet het geval geweest dan hadden we onze prioriteit-tender-ticket die bij de suite hoort kunnen gebruiken om een plekje in de eerste tender van de dag op te eisen. Weer een voordeeltje van de suite...

En toen begon het wachten... We waren er iets na 9 uur, en mochten de ruimte niet verlaten want we konden ieder ogenblik opgeroepen worden om naar de tenders te gaan. Maar eerst moesten we nog voor anker gaan – want je overigens mooi kon horen in de showlounge! Toen moest de eerste tender gereed gemaakt worden, naar land gaan, de douane ophalen, de douane naar het schip brengen, toen moest de douane en de bio-security officier hun inspecties doen, en toen pas kon het schip vrijgegeven worden om de eerste tender te laten vertrekken. En dat duurde allemaal zo enorm lang! De inspectie zelf was eigenlijk nog het kortste, maar zo’n 20 minuten maximaal; we kwamen pas om 10:15 in beweging om naar dek 4 te gaan. Ondertussen was de band al zachtjes begonnen met repeteren omdat het duidelijk werd dat we er nog wel een tijdje zaten.

Tender-groep 1 werd naar dek 4 gestuurd door de begeleidster van het excursie-team. Alleen, toen iedereen op de trap naar dek 4 stond bleek volgens onze begeleidster dat ze ons richting de verkeerde trap gestuurd had, en we de andere moesten nemen. Dus iedereen moest weer omhoog naar dek 5, oversteken naar de andere trap en daar naar beneden, maar ondertussen dacht begeleidster van tender-groep 2 (er waren er 2 voor de ochtendexcursie, en er mocht verder niemand van het schip af voor wij allebei van boord waren) dat ze haar groepje al kon laten lopen, dus die stonden allemaal al in de juiste trap. Met wat gemanoevreer konden dan uiteindelijk tender-groep 1 alsnog als eerste naar beneden, richting het uitklapbaar platform aan de zijkant van het schip waarvandaan de tenders vertrokken. Om 10:25 stapte Hans en ik dan eindelijk de tender in – onze excursie zou oorspronkelijk om 9 uur beginnen, was uitgesteld naar 10 uur vanwege de latere aankomst in Huku Niva, en nu dus nog later...

We kregen eerder op de ochtend over de intercom strikte instructies namens de bio-security officier dat er, om de lokale flora en fauna te beschermen en vanwege het gevaar van introduceren van vreemde soorten en ziektes, geen voedsel aan land genomen mocht worden, geen groente of fruit, helemaal niets mocht behalve flesjes water of vruchtensap (dat laatste is dan weer raar???). Tja, eerst stond er zelfs in het dagprogramma gisteravond dat het water alleen commercieel verpakt mocht zijn, dus ik had alleen de twee kleine flesjes die we tijdens de excursie in Panama gekregen hadden bij, maar nu bleek dat waarschijnlijk ook kraanwater en limonade mocht. En waarschijnlijk zoals Hans dacht ook wel koekjes en marsjes en snoepjes en zo. Maar ja, duidelijk was het niet dus je wilt ook geen risico lopen dat je kostbare snoepgoed in beslag genomen wordt dus we hadden helemaal niets bij behalve wat zuurtjes in een broekzak, omdat we ons niet konden voorstellen dat ze iedereen zouden gaan fouilleren. Nou KEEK de bio-security officiers die er bij het de tender instappen bijstonden niet eens naar ons dus we hadden, zoals Hans zei, bij wijze van spreken gemakkelijk 4 kratten appels aan land kunnen nemen! Ach ja, weten we dat ook weer...


Na zo’n 5 minuten begon de tender te varen richting het plaatsje Taiohae, waar ik al gelezen had op internet dat eigenlijk, tussen de regels door, niets te beleven was. We voeren langs de Aranui 5, dat heel apart voor de helft general cargoschip was met 2 kranen, en voor de andere helft volwaardig cruiseschip, zelfs compleet met balkon-hutten. Op een heuvel stond een behoorlijk groot beeld van een traditionele krijger samen met een meterhoog mensachtig figuur in de stijl typisch voor deze streken, traditioneel gezien uit een massief stuk steen gebeeldhouwd, meestal nog altijd in de vorm van de steen. Dat soort standbeelden (zonder de krijger) heten tiki’s, en de vorm van het standbeeld heeft meestal nog gedeeltelijk de vorm van de oorspronkelijke rots.

Om 10:45 stapte we dan eindelijk aan land, pfffff! Wat een gedoe – en als je nu zelfstandig aan land had willen gaan, moest je dus wachten tot onze twee groepen eindelijk aan land waren, dat zou dus waarschijnlijk pas vanaf 11:30 kunnen. Er stond een Frans Polynesisch welkomstcomité klaar voor ons, in traditionele kleedij; prachtig getatoeerde mannen met kettingen om hun nek die eerst van klauwen leken te zijn, maar van dichtbij repen schelp bleken te zijn. De vrouwen hadden bloemenkransen in het haar en rieten rokjes aan, een man en een vrouw bliezen op grote schelpen, en een andere vrouw declameerde een welkom. Iedereen die dat wilde kon een bloemetje krijgen voor achter het oor. Daar moest je nog mee oppassen ook, dat kan niet willekeurig welk oor zijn, want schijnbaar als je hem achter het ene oor steekt geeft dat aan dat je getrouwd bent, maar achter het andere oor dat je beschikbaar bent!

We konden gelijk doorlopen naar de off-road autos, een groepje Toyota’s en andere 4-wielaangedreven pickups, zo te zien lokale auto’s die voor onze excursie opgeroepen waren om mee te helpen. De lokale tourleider dirigeerde iedereen met militaire precisie – hop hop doorlopen mensen stapt u maar in het is nu 10:55. We mochten zelf een auto uitkiezen dus Hans en ik hebben gelijk goede plekjes uitzocht in een van de auto’s. We zijn (los van de Aranui) het enigste cruiseschip in de buurt, en daarmee een flinke smak geld die naar het eiland toe komt. Voor deze excursie rond het eiland zijn er ’s ochtends en ’s middags totaal 50 auto’s nodig, dat is totaal zo’n 200 passagiers die er aan mee kunnen doen, iedere passagier betaalt 94 pond, totaal is dat dus 18.800 pond dat voor deze excursie is betaald aan het schip. Die nemen hun deel, maar dat is zoals we al meer gezien hebben geen gigantisch deel want hun prijzen zijn per persoon altijd maar een tientje of wat hoger dan zo’n excursie lokaal regelen, en de rest gaat dus naar het eiland.

De chauffeurs waren duidelijk lokale mensen, sommigen mooi getatoeerd, en de colonne werd geleid door de militaire gids die Engels sprak met een Frans accent. De meeste chauffeurs spraken nauwelijks Engels, dus Hans oefende zijn school-Frans een beetje op onze chauffeur, die dat wel leek te waarderen. We reden in colonne weg – groep 2 was ondertussen ook net aan wal gekomen en konden in hun auto’s stappen – en reden in 5 minuten rond de baai door het kleine plaatsje naar de “Katedraal van de Marquesas”, een kerk die erg belangrijk was voor de Marquesas Eilanden, en symbolisch gemaakt van allerlei verschillende soorten gesteente van de verschillende eilanden. Ook was er veel houtsnijwerk, vaak hele boomstammen die bewerkt waren tot bijvoorbeeld mens-figuren als deurposten, of een standaard voor het altaar, en er was veel gebruik van de kleur rood zoals de rode zandstenen achterwand achter het altaar – rood is traditioneel de kleur van de lokale opperhoofden geweest, en volgens de priester die de kerk liet bouwen was rood dus ook geschikt voor god.

Ik liep een beetje rond om foto’s te maken, Hans bleef ondertussen naar de gids luisteren die echt uit het leger leek te komen, wat betreft zijn crowd-management technieken (later bleek hij een leraar te zijn geweest, zelfde soort uitdagingen dus waarschijnlijk). “Dames en heren graag bij elkaar blijven en niet verward raken met de andere groep, volg mij en let aub op waar u loopt!” Die vertelde dat tot begin jaren tachtig alle traditionele uitingen door de Fransen verboden waren – geen tatoeages, geen eigen talen, geen tradities, geen heidense religies, alles moest christelijk zijn; alle uitingen van heidens geloof waren verboden. Pas toen ze onafhankelijk bestuur kregen in 1980, (ze zijn nu nog wel onderdeel van Frankrijk maar grotendeels onafhankelijk in hun doen en laten), konden ze de eigen talen en tradities weer gaan beoefenen. Daarom hebben oude mensen dus geen tatoeages, alleen jonge mensen!


Om 11:15 stapte we weer in de auto’s om naar het volgende punt op het programma te rijden, een heidense rituele ontmoetingsplaats om tegengewicht te bieden aan de christelijke rituele plaats, zoals de gids zei. Ik zag in de verte een kleine begraafplaats en ben er even naar toe gelopen, maar het bleek erg lastig om te bereiken en was ter plekke zo steil en overwoekerd, dat ik teruggekeerd ben. Van een afstandje was het zelfs beter te bekijken dan van dichtbij! Volgens de gids was het de begraafplaats van een belangrijk opperhoofd en zijn familie. Er was een broodvruchtboom bij de rituele plaats, met in het plaveisel eronder allerlei typische stenen met voren en ronde gaten erin; dit waren oude oorspronkelijke gereedschap-stenen die daar gelegd waren ter versiering en informatie – zo waren de lange voren om messen en zo te slijpen, en de ronde gaten om dingen in te malen zoals verfpigmenten of kruiden.

Hop hop mensen naar de auto’s, en we reden weer door, nu voor een hele mooie rit door het binnenland, via kronkelende haarspeldbochten de heuvels in en door de regenwouden. Af en toe druppelde of regende het, maar het was een prachtige rit en Hans en ik genoten ervan. Het is inderdaad een heel mooi eiland, en de wegen waar we op reden gaven afwisselend mooie beelden van de steile kliffen boven ons of de baai en regenwoud onder ons.

We stopte in een vallei bij een gebouwtje vol soevenirstalletjes, en inmiddels was het flink aan het regenen. De lokale mensen zaten nog te lunchen – er waren een paar vrouwen die tafels opgezet hadden waarvandaan ze zelfgemaakte broodjes, cakes, en pasteitjes verkochten. Onze drill-sergeant joeg hun klanten vriendelijk doch streng weg uit het pad onder het afdak zodat zijn gasten beschut van de regen konden staan terwijl hij uitleg gaf over een stenen platform dat naast het gebouwtje lag. Dit was schijnbaar een belangrijke archeologische site, want het grootste van dit soort platforms dat ooit gevonden was; het platform van ruw afgevlakte stenen was schijnbaar de fundamenten van de hut van een opperhoofd en zijn familie, waar ze sliepen en hun waardevolle spullen bewaarden. Eten en wassen en zo werd elders gedaan, om de hut letterlijk en symbolisch schoon te houden. Alleen slapen en opslag dus. Hij probeerde uit te leggen hoe de hut er vroeger uitgezien zou hebben, maar er was niet veel voor de verbeelding meer over helaas. Schijnbaar is hij dus een leraar, en heeft hij naar eigen zeggen (ik hoorde hem met iemand praten) vele boeken geschreven over de geschiedenis, opgravingen en cultuur van Frans Polynesië en deze eilanden, en doet hij dit omdat hij een van de weinig gidsen is die én Frans én Engels spreekt (weliswaar met een Frans accent, maar verder spreekt hij perfect Engels...).

Toen we uitgekeken waren op het platform was er tijd om te shoppen, 20 minuten; de lokale dames binnen in het gebouwtje gingen al hoopvol bij hun stalletjes staan, maar ik had niet echt de indruk dat er veel verkocht werd. De zelfgemaakte cake en pasteitjes van de dames buiten deden het nog het beste geloof ik! Verderop was een ander vergelijkbaar gebouwtje waar de passagiers van de Aranui 5 aan het lunchen waren, en tussen de twee gebouwtjes in was een soort ceremoniele verzamelplaats nagebouwd. De omgeving was erg mooi, met een mooie berg recht voor ons bedekt met een bos van kokospalmbomen en andere tropische bomen. In de verte leek het een klein beetje op te klaren, mooi zo, want we waren onderweg hier naar toe voorbij een belangrijk uitkijkpunt gereden!

Na deze stop zijn we even het nabijgelegen dorpje ingereden voor een 5-minuten stop (“5 minutes, ladies and gentleman, no longer”) om de buitenkant van een kerk en een mooi riviertje er tegenover te fotograferen. Drill-sergeant deed het best goed managen allemaal, moet ik eerlijk toegeven, hoe lachwekkend het ook af en toe was! Hij wist iedereen steeds redelijk netjes op schema te houden, wat best knap is voor zo’n 15 autos, totaal zo’n 60 man... Bij het riviertje stonden twee vrouwen waterflessen te vullen bij een kraantje.

Toen reden we verder door, weer een mooie rit door de vallei langs de rivier – er bloeit al van alles, terwijl het eigenlijk nog best vroeg is in het seizoen.

Uiteindelijk kwamen we uit bij een beschutte baai met donker zand, donkere onherbergzame rotsen en heuvels erom heen, en natuurlijk de rivier die erin stroomde. Drill-sergeant “iedereen graag bij elkaar blijven zodat u mij kunt horen” legde uit dat dit de perfecte soort baai was voor de oude Polynesiers om neer te strijken, want het had alles wat ze nodig hadden; een rivier, beschutting, gemakkelijk toegang tot de zee, enzovoorts. Iemand vroeg of er haaien zwommen in het water – er zijn namelijk allerlei waarschuwingen dat zwemmen bij Nuku Hiva gevaarlijk is vanwege haaien... De gids moest lachen en zei dat je weleens kleine haaitjes hier in de baai zag, maar die deden niets en werden door de lokale bevolking gevangen om op te eten. Tja, maar kleine haaien worden groot dus vast dat het ergens wel gevaarlijk was hier in de buurt, want schijnbaar kon je regelmatig de vinnen in de baai zien zwemmen.

We zijn hierna geleidelijk aan teruggereden naar Taiohae, via dezelfde weg terug, want als het uitzichtspunt dan opgeklaard genoeg was zouden we kunnen stoppen om te kijken. Het was dus weer een hele mooie rit terug, en ondanks nog een regenbuitje of twee, was het inderdaad toen we bij het uitzichtspunt kwamen net genoeg opgeklaard!

Het was inderdaad een indrukwekkend uitzicht, je keek neer op steile heuvels vol regenwoud met in de verte de mooie baai van Taiohae, en midden in de baai een wit stipje dat de Columbus was! Erg mooi allemaal, echt zoals we deze eilanden voorstellen.

Na nog een mooie rit naar beneden kwamen we klokslag 14 uur terug bij de kade. Hans en ik hebben nog een uurtje of wat rondgewandeld in het plaatsje Taiohae, eerst naar de lokale kleine markt met groente, fruit, honing, bananen (ook gedroogd), en natuurlijk kokosnoten, heel veel kokosnoten overal. Dat is een van de (weinige) exportproducten van dit eiland, en overal stonden koelboxen gevuld met ijswater en alvast gepelde kokosnoten zodat de zware sisal-laag eromheen weg was, en alleen de harde schil overbleef, die dan snel en eenvoudig opengekapt kon worden als iemand er eentje kocht. Ze liepen over van het vocht, ongelofelijk hoe vol die dingen zaten! Het moeten vast hele jonge kokosnoten zijn geweest of een andere soort of zo, ik heb nog nooit zo veel kokoswater in een kokos gezien! Een Nederlander die achter ons zit bij het diner had geen gepast geld om zijn kokos af te rekenen, dus hij leende een dollar van ons, volgens mij is dat ook wat ze bij dat stalletje kostte – hoewel een stalletje aan de andere kant van het kleine marktje 2 dollar rekende...

Veel van de vrouwen droegen bloemenkransen op het hoofd, en een of twee stalletjes verkochten ze ook dus al gauw liepen er ook een paar toeristen met een bloemenkrans op het hoofd.

Hans en ik liepen rond de baai tot een supermarktje, waar we onze Duits/Amerikaanse tafelgenoten tegenkwamen die boodschappen aan het doen waren. Zij had achter ieder oor een bloemetje, en moest erg lachen toen ik zei dat ze erg modern was – én getrouwd zijn én op zoek... Wij hebben nog even rondgelopen in het winkeltje maar chips die omgerekend zo’n 4-5 euro per zak kostte waren ons net iets te duur! Alles (behalve kokosnoten en vis) moet hier natuurlijk ingevoerd worden, het kan niet eens gevlogen worden het moet per schip komen. En daarom is de Aranui traditioneel gezien altijd zo belangrijk geweest voor deze eilanden, het is hun 2-weeklijkse bevoorrading. We hebben nog heel even voor een ijsje gekeken maar er was niets dat ergens op leek – de prijzen hebben we al niet eens naar gekeken! De Duitser merkte op dat de prijzen in losse hoesjes zaten, en grapte al dat ze vanochtend gauw even de gewone prijzen omgewisseld hebben met de cruiseschip-prijzen.

Toen zijn we naar een monument vlakbij gelopen voor de Franse officieren, soldaten en mariniers die tussen 1842 en 1925 overleden waren op de Marquesas Eilanden – typische data, we konden die jaartallen niet zo gauw plaatsen, en hebben hier geen google om het te checken. Het Australische gezin sprak ons onderweg aan, of we het naar ons zin hadden en zo. We vertelde ze wat wij gedaan hadden vanochtend en zij vertelde dat onze Filippijnse tafelgenoot hen overtuigd had om 10 dollar per persoon te betalen voor een busritje rond het eiland; klonk goed, ze hebben iets van 10-15 man totaal gevonden die daar wel aan mee wilde doen, en de bus vertrok... In 50 minuten reed de bus enkel op en neer rondom de baai en bracht ze even naar de kerk toe en dat was alles. Die 100-150 dollar was dus ook gauw verdiend voor die buschauffeur! De Australiers voelde zich een klein beetje bekocht – de “rondrit” hadden ze naderhand tijdens het lopen nog eens dunnetjes over gedaan, zo kort was het geweest! Wij vinden ook dat onze tocht een beetje erg duur was, maar dat is hier nu eenmaal zo; maar zoiets zouden we ook van gebaald hebben, gewoon het principe ervan...

Af en toe scheen er een zwak zonnetje op de mooie steile groene heuvels om ons heen – zoals Hans zei, dit was zoals hij zich dit soort eilanden voorstelde. Erg mooi! We zijn geleidelijk aan terug naar de kade gelopen waar we nog even het kleine havengebiedje rondliepen naar de rand van de rotsen waar mooie vulkanische rotsen te zien waren, en in de branding krabbetjes en slijkspringers.

We waren net te laat voor de tender dus we hebben even moeten wachten op de volgende, en toen zijn we rond 15:15 vertrokken van de kade voor een mooi vaartochtje terug naar het schip. Rond 15:30 stapte we weer aan boord, hebben we onderweg naar boven een nieuw krantje opgehaald bij het cafeetje (de gebakjes zagen er zoals altijd weer erg lekker uit) en we zijn dapper geweest en niet om een vieruurtje gegaan – we hadden niet geluncht aan land en het buffet was nu gesloten voor lunch, maar open voor het vieruurtje. In plaats daarvan hebben we lekker gedoucht en gerelaxed tot de hapjes kwamen (die nog sneller op waren dan anders) en gewacht tot het etenstijd was.

Omdat we midden in de baai lagen hadden we tot het donker werd mooi uitzicht over de donkere rotsen en heuvels om ons heen, heel erg mooi! Tegen het einde van de dag kwam er weer een zwak zonnetje en rond 19 uur, tijdens het eten, vertrokken we uit de baai richting open zee.

’s Avonds na het eten zijn Hans en ik nog even boven op dek gaan lopen, zoals we eigenlijk iedere avond wel even doen, en waren er mensen naar de avond film aan het kijken op open dek (of een dutje aan het doen, zoals een van de vrouwen).

Vannacht moet de klok weer een uur teruggezet worden, naar Tahiti tijd, en dan schelen we 11 uur met Nederland; de datumgrens nadert langzamerhand, dan moeten we alles met één dag corrigeren! Ben benieuwd hoe dat gaat... Het briefje dat de klok een half uur terug moest lag al netjes op ons kussen, maar omdat we alleen even naar binnen gestapt waren zodat ik andere schoenen aan kon doen om even op dek te lopen (ik had hoge hakken aan) stapte we weer de gang in. Ivan en Ina waren druk in discussie met hun bazin over de briefjes, en Ivan vroeg ons of hij nog even naar binnen mocht om het briefje weg te leggen. Nee hoeft niet zei ik, we hebben er al eentje. Nee de foute zei hij, en schoot onze hut in. Toen we naderhand terug kwamen bleek dat er een iets beleefdere versie van hetzelfde op het kussen lag – grappig!

free counters