Januari 2018: Wereldreis per cruiseschip

HOME
ROUTE
LANDEN
MV COLUMBUS
2021 SLOOP
AAN BOORD
WERELD

Dag 33, Woensdag 7 februari: Papeete, Tahiti, 562 km gevaren

We hebben vandaag nog een vaardag tot 17 of 19 uur vanmiddag, dan zouden we moeten aankomen in Papeete, Tahiti – hoe laat precies, echter, is men het nog niet helemaal over eens geloof ik. We zien het wel! Maar in ieder geval tot ergens einde van de dag nog een lekker dagje varen. Hans en ik zijn vanochtend weer brak wakker geworden na een onrustige nacht; veel wakker en weer in slaap vallen, veel intens dromen, en ook wel de beweging van het schip. We hebben nog niet zo veel beweging meegemaakt als de afgelopen 24 uur aan boord dit schip. Allemaal nog prima te doen en best lekker (zelfs de atlas, wijnglazen en verrekijker staan nog netjes overeind), maar best wel wat beweging dus voor zo’n cruiseschip. Plus we kwamen vannacht langs een eilandengroep waardoor we bereik hadden en Hans rond 1 uur ’s ochtends een smsje kreeg van de restaurantweek – we zijn voor het laatst daarmee ongeveer 8 jaar geleden gaan eten, en dit is dus ook voor het eerst in 8 jaar dat we een smsje van ze krijgen... Helpt dus ook niet echt voor het slapen!


We hebben vanochtend gedoucht om weer wat op te knappen, en zijn na ons fruitontbijt aan ons eerste trappenrondje van de dag begonnen. Het was grijs, heiig en regenachtig vanochtend, als het morgen maar opklaart want dan gaan we snorkelen! We liepen door de receptie en de Zuid-Afrikaanse vrouw zwaaide – haar man zat er ook, dus hij kon weer een beetje lopen, maar hij had wel een ontstekingsremmende gel bij zich want de jicht was nog niet helemaal beter en de voet nog een beetje beurs van de opdonder die hij gehad had. En hij liep in het schip maar voorlopig nog even op blote voeten rond; zijn vrouw uit solidariteit ook, konden ze zeggen dat het een Zuid-Afrikaans ding was mochten er mensen naar vragen!


Maar ze waren nu ergens anders goed ziek van; ze hadden voor de man van het stel, die graag duikt, bij een lokaal bedrijf (dus niet via het schip) een of twee duiken geboekt in Tahiti, daar 2 maanden geleden voor betaald en te horen gekregen (NAdat ze betaald hadden) dat het schip waarmee de tocht gedaan zou worden stuk was. Maar goed, 2 maanden is tijd zat, dan repareer je hem toch? Ze werden in ieder geval steeds aan het lijntje gehouden door de eigenaar van het bedrijfje, hij ontving zogenaamd hun mails niet (maar deed dan weer later stom genoeg antwoorden op een van die zogenaamd niet ontvangen mails), en ze kregen pas gister of vanochtend een mailtje waarin stond dat het schip in werkelijkheid heel de dag uitgehuurd was aan de Columbus voor onze scheepsexcursie snorkelen morgen! En het is het enigste schip hier in Papeete, en dat bedrijf heeft een monopolie op Tahiti en omringende eilanden, dus ze kunnen bij niemand anders terecht en krijgen volgens de eigenaar ook niet hun geld terug!!! Geen duik dus, en geen geld. Ongelofelijk. Hans en ik zouden er goed ziek van zijn, en niet alleen om het geld!


De enigste mogelijkheid die het stel had voor de man om toch nog een duik op Tahiti te doen was dus om te proberen op de eerste ochtend-scheepsexcursie voor het snorkelen te komen, zodat ze alsnog op datzelfde schip mee konden waar ze al een smak geld voor betaald hadden, en alsnog die oorspronkelijke duik doen – waardoor het bedrijf als we het goed begrepen dus dubbel zou verdienen aan ze. En op Bora Bora of Moorea, ik weet niet zeker welke, kon hun duik schijnbaar alleen doorgaan als ze ervoor zorgde dat ze op de allereerste tender (we gaan daar voor anker) zaten van de ochtend, maar dat kunnen ze niet garanderen want ze zijn weliswaar terugkerende klanten bij deze rederij, maar hebben nog niet genoeg loyaliteit opgebouwd voor een priority-tender-ticket, en hebben geen scheepsexcursie dus moeten wachten tot de scheepsexcursies aan land zijn voor ze zelf konden gaan. Daarvoor probeerde ze nu een brief te krijgen van iemand van de organisatie aan boord om hun alsnog vanwege bijzondere omstandigheden priority boarding te verlenen. Maar dat schoot nog niet zo veel op, ze waren, na pogingen bij receptie en het excursie-kantoortje, nu bij de cruise director aan het proberen. Pfffff, dit soort zaken zouden ons ziek van stress maken, vreselijk – ze hebben schijnbaar voor de duiken op drie eilanden totaal zo’n 600 euro betaald, en nu staan dus duiken op twee van de drie eilanden zo te horen op losse schroeven – maar je bent wel je geld kwijt.


We hebben nu dus al een paar verhalen gehoord van mensen waarbij het zelfstandig ter plekke regelen dus niet echt goed uitpakte – een Colombiaanse taxi-chauffeur die opeens tegen het einde van de dag veel meer geld vroeg dan oorspronkelijk afgesproken, een excursie die om onduidelijke redenen niet doorgegaan is zonder geld terug te krijgen, de bustocht in Nuku Hiva die praktisch oplichterij was, en nu het gedoe van de duiken in Frans Polynesië... En ik begrijp beter waarom de voorlichtingssites zoals cruisecritic.com erop hameren dat het prima is om dingen zelf te regelen, maar wees alert en pas op, en als je veilig wilt spelen, regel het dan via het schip. Als een scheepsexcursie niet doorgaat krijg je je geld terug, tenslotte. En zeker hier op dit schip waar de excursies niet zo heel veel duurder zijn dan ze zelfstandig regelen, is het de moeite om alles via het schip te regelen. Ook zijn de adviezen, als je het dan per se buiten het schip om wilt regelen, om het óf gelijk op de kade bij aankomst te doen, zodat je persoonlijk praat met diegene waarmee je het regelt, óf van te voren via een internationale cruise-excursie tussenpersoon-website te boeken, om een beetje bescherming te krijgen (er is van alles te vinden op internet). Hoewel Hans en ik merken dat weinig mensen die we gesproken hebben net zoals wij alles van te voren geboekt hebben – dat was overigens ook omdat we begrepen hadden dat prijzen aan boord weleens hoger waren dan van te voren boeken. Hier op CMV is dat gelukkig niet het geval, maar ja dat wisten we niet van te voren natuurlijk. En we zijn blij dat we het van te voren geboekt hebben allemaal want veel van de excursies lopen toch wel vol en dan heb je tenminste die excursies en tijden die je echt wilde doen. Plus thuis onderzoekt ook gewoon wat gemakkelijker dan hier aan boord; we moeten echt een excursieboekje lenen van het excursiekantoortje om alles na te lezen en thuis heb je gewoon internet.


We zijn doorgelopen om ons rondje af te maken en kwamen op de trap naar boven de lezingfotograaf tegen, die me al toeriep waar mijn camera was – ik had de camera inderdaad in de hut laten liggen vanwege de regen buiten, mochten we aan dek gaan – maar ik haalde mijn mobiel tevoorschijn, je moet altijd iets bij hebben tenslotte. Hij moest lachen, dat was goed – en begon opeens met ons mee te lopen, kwamen we toch ook kijken naar de lezing met de resultaten van de competitie over een paar dagen? Er waren echt leuke inzendingen volgens hem. Ik was al bang dat hij zou vragen of ik wat wilde inzenden, en vooral bang dat ik een scherpe opmerking terug zou maken, maar dat deed hij gelukkig niet – later bleek dat Hans zijn tong aan het afbijten was omdat hij al eruit wilde flappen dat hij voorgesteld had aan mij of ik mee wilde doen... Gelukkig voor Hans realiseerde hij zich dat ik daar waarschijnlijk niet echt op zat te wachten; natuurlijk vind ik het leuk om aan zoiets mee te doen, maar deze fotograaf hecht erg veel waarde aan Photoshop en kunstzinnige trucjes, en zal dat beter beoordelen dan gewone mooie foto’s... Niet echt mijn ding dus. Om maar wat te zeggen vroeg ik of hij toch wel over een tijdje zijn Oezbekistan en Iran lezing ging geven? Hans viel me nog bij dat we dat leuk vonden omdat we er zelf ook geweest waren, maar ik weet niet of hij dat laatste wel hoorde. Hij was in ieder geval ontzettend joviaal en klopte Hans en zelfs mij zelfs op de rug terwijl we samen naar boven liepen.


We zijn naar buiten gestapt toen we op dek 11 waren, en het was uitgestorven want het was aan het gieten! We hebben even onder een afdakje op een bank gezeten, de temperatuur was namelijk best lekker, maar we moesten af en toe oppassen want het schip was nog aardig aan het bewegen en op gezette momenten kwam er een flinke waterval regenwater van het dek boven ons naar beneden, net over onze schoenen! We zijn naar boven gelopen, dek 14 lag vol plassen water en de buiten-ontbijters zaten onder het afdak te schuilen, het zwembad was verlaten. Maar heerlijke temperatuur!

We hebben een tijdje naar het zwembad gekeken, dat indrukwekkend heen en weer klotste op flinke golven, en zijn door de plassen naar de voorplecht gelopen om even te genieten en uit te waaien. Dit soort temperaturen zijn prima! Het is nog altijd warm, maar niet zo plakkerig heet en vochtig, de regen brengt een klein beetje verfrissing. In de verte zagen we al wat helderdere lucht en zelfs terwijl wij daar stonden klaarde het al een beetje op.

We zijn terug naar de hut gegaan, hebben droge kleren aangetrokken en de rest van de ochtend besteed aan koffie en de laatste stroopwafel, en nadenken over Amerika-reisjes. We willen kijken naar welke periode we het beste kunnen gaan, 3, 4, 5 weken (hangt ook af van de tarieven van verhuurders), en afhankelijk van welk gebied we naar toe willen of we camper of auto moeten huren. Hans had het goede idee om niet gelijk de allermooiste highlights te gaan doen, maar eerder beginnen met meer van de gebaande wegen afgaan – die highlights-reis zetten we zo in elkaar, tenslotte, en als we die gedaan hebben, verliezen we misschien het animo om meer het platteland van Amerika op te zoeken, de prairiestates, de open vlaktes, wat men over het algemeen als “minder spectaculair” ziet maar wij denken erg mooi te zullen vinden. Lekker over reisjes bomen dus!


Tegen lunchtijd vergingen we allebei van de honger, en liepen naar beneden terwijl de kapitein zijn 12-uur nieuwsbericht deed. De verwarring over 17 uur en 19 uur kwam van het feit dat we rond 17 uur bij het loodspunt aankwamen, en dan ongeveer 18:30 langszij zouden liggen. We kwamen terecht aan een tafel met twee stellen waar we al eerder mee geluncht hadden, waaronder het Engels/Amerikaans stel. Het werd wel gezellig en we hebben lang nagetafeld met het Engels/Amerikaanse stel tot we ons opeens besefte dat om 14 uur de boot-bouw wedstrijd afgerond zou worden. Er is de afgelopen dagen namelijk een boot-bouw wedstrijd geweest, en vandaag zouden de gemaakte bootjes getest worden in het zwembad. We zijn dus even terug naar de hut gegaan en om 14 uur naar boven om vanaf dek 14 toe te kijken naar de wedstrijd.

De bootjes waren al opgelijnd aan de rand van het zwembad, dat dreigend aan het klotsen was, en na hele verhalen over de bootjes werden ze getest in het zwembad, het leukste gedeelte! De grootste boot, een soort containerschip om te zien, structureel gemaakt van lege melkflessen en vuilniszakken, deed het fantastisch en leek onzinkbaar, zelfs toen de twee uittesters in het zwembad hem richting de waterval van de bar stuurde! Maar uiteindelijk deden alle bootjes het best goed – zelfs diegene die gelijk kapseizde bleven in ieder geval nog redelijk drijven. De flessen- en melkflesbootjes deden het echter het beste, hoewel sommige mensen vergeten waren om de bodem te verzwaren en als dan zeilen en andere versiering nat werd trok dat het bootje gelijk ondersteboven. Want ze moesten allemaal zware tests ondergaan, het is een wonder dat zelfs het kartonnen bootje met zilverfolie omwikkeld (en een mes als verzwaring) niet zonk, zoals die twee jongens de bootjes nat spetterde. Rond 14:35 waren we uitgekeken – het containerschip had gedeelde eerste plaats gewonnen met een bootje van waterflesjes en stukjes balkon-plastic, deze twee bleken echt onzinkbaar, zelfs toen de jongens er letterlijk bovenop klommen – en hebben we nog een trappenrondje gelopen langs de dansers beneden in het trappenhuis van dek 5 voor we terug naar onze hut gingen om de rest van de middag te rusten. Er was een brief van het excursiekantoor onder de deur gestoken; zo te zien is het gelukt om op de Rotorua Experience excursie te komen, we staan in ieder geval nu geregistreerd als geboekt en niet als wachtlijst. Mooi zo!

Rond 16 uur begon in de laaghangende wolken in de verte een eiland op te doemen; Tahiti! We kwamen dichterbij en zagen dat Tahiti behoorlijk bebouwd was, dat hadden we niet verwacht! Je hebt van Tahiti toch meer een beeld van wuivende palmbomen, witte zandstranden en dansende meisjes in rieten rokjes... Maar heel de kustlijn was vol gebouwen, het was (zeker voor deze omgeving) een redelijk grote stad! Jeetje wat hebben we dan een verkeerd beeld van Tahiti! Het schip begon te draaien en af te remmen en zwermen zeevogels doken naast het schip op het wateroppervlakte af – daar zwom duidelijk een school vissen.

Rond 16:45 begon er in de verte een piepklein bootje zichtbaar te worden, en gezien de koers die hij voer richting ons, was het waarschijnlijk de loods. We waren ook duidelijk aangekomen op het loodsstation voor de kust, gezien de veel langzamere snelheid die we voeren en de bocht die we gemaakt hadden. Het kleine bootje ploegde door de ruwe zee – er stond veel wind – en de golven die voor ons best klein leken, maar voor dat kleine bootje redelijk groot. 16:55 was de loods aan boord, we konden op de haven afgaan! Dat werd dus zeker geen 19 uur langszij aan de kade, maar veel eerder, want zo ver was dit niet varen, volgens ons had je zelfs amper een loods nodig; en Hans en ik waren er blij om, want nu zouden we bij daglicht de haven dus invaren, mooi zo!

Toen we dichterbij het eiland kwamen zagen we dat de indrukwekkende witte branding hele hoge golven waren die een eind voor de kust kapot sloegen – er lag dus een rif voor het eiland, daarbinnen was de zee rustig namelijk. We besloten om boven op dek voorop te gaan kijken, maar omdat het constant aan het miezeren was en er een paar hele donkere buien in de lucht hingen, namen we het waterdichte fototoestel maar mee in plaats van ons 60x zoom toestel; wijzelf zijn ook waterdicht en moeten ons toch omkleden voor het eten!

Onderweg naar boven liepen we langs de lift die al een paar dagen in onderhoud is – waarschijnlijk missen ze onderdelen of gereedschap of kennis om het in het schip te kunnen repareren en moet dat wachten tot ze een monteur vanuit land eraan kunnen laten werken. En omdat dat behoorlijke specialistisch werk is, is het goed mogelijk dat dat nog weleens heel lang kon duren. Wij hebben er in ieder geval geen last van, wij zijn heel deze reis misschien nog maar 2-3 keer met de lift geweest.

Voorop dek waren al een aantal mensen aan het kijken – de miezer zorgde er denk ik voor dat het niet zo heel druk was, want binnen in de Observatory was het juist wel erg druk. Voorop beneden op dek lagen de touwen al klaar, en we voeren op een klein gat in de branding af – een vaargeul door het rif. Toen we dichterbij kwamen zagen we dat de vaargeul heel erg smal was, er waren twee boeien die hem markeerde maar duidelijk dat het al heel gauw daarnaast heel ondiep was. Dit schip heeft een diepgang van ongeveer 8 meter, en vlak buiten het stuk gemarkeerd door de boeien zag je de golven al breken op de zandbanken. Oeps, vandaar dus een loods!

Het was best spectaculair om op het smalle gat in het rif aan te varen, de zee buiten het rif was ruw maar binnen het rif in vergelijking heel rustig. Hoge golven sloegen tegen, en regelmatig over de havenmuur die aan de ene kant van de doorgang gemaakt was, en aan de andere kant dreven overal waarschuwingsboeien voor alle zandbanken en andere onzichtbare dingen onder water.

We waren net goed en wel door de opening, of het schip moest een scherpe bocht maken om de haven zelf in te kunnen varen. Ondertussen vlogen vliegtuigen af en toe over ons heen (we zijn opeens weer enigszins in de bewoonde wereld, al is het dan wel midden in de Stille Oceaan), kwamen we langs allerlei kano-vaarders (duidelijk de nationale hobby hier in deze streken, zoals Hans ook al gelezen had), en schoten twee snelle ferry’s nog even gauw voor ons langs de haven in.

De ferry’s draaide op hun as en parkeerde zichzelf gewoon in, en wij waren nog bezig met manoevreren of ze voeren al weer weg, en wij draaide ondertussen ook (weliswaar een stuk langzamer) zodat wij ook achterwaarts aan de kade konden gaan liggen. Rond 17:40 lagen we al praktisch aan de kade dus zijn Hans en ik ons gauw even om gaan kleden om te gaan eten.

Het Filippijns/Amerikaans stel was niet komen opdagen voor het avondeten, dus we zaten met zijn vieren. Wat een verademing ten opzichte van gisteren! Maar we hadden het erover hoe erg het was met de Amerikaan en zijn boerse gedrag en onbeschaamd gehoest over tafel, en de Amerikaanse vrouw van het Duits/Amerikaanse stel wilde heel graag een andere tafel; in al hun jaren van cruisen hadden ze nog nooit zoiets meegemaakt en het bedierf echt haar eetlust iedere avond en maakte dat ze niet meer naar het restaurant wilde komen. Wij vonden het ook vies en wilde hun gezelschap niet kwijt dus met zijn vieren spraken we onze ober aan en probeerde het verhaal voorzichtig aan hem uit te leggen. “oh ja maar ik had dat al gemerkt, daarom vroeg ik jullie een paar dagen geleden of jullie wel happy waren”. Jeetje, en wij dachten dat hij dat toen deed omdat hij zoiets af en toe moest doen van zijn baas, maar hij had het dus zelf ook al in de gaten! Hij riep zijn baas, legde het uit en binnen de kortste keren kwam die naar ons toe om ons te vertellen dat wij vieren een andere tafel zouden krijgen; voorlopig tot Auckland nog wel redelijk dichtbij, maar daarna misschien wat verder weg. Perfect! De Amerikaanse vrouw was helemaal opgelucht, en wij ook wel redelijk blij dat het zo gemakkelijk opgelost was – en vooral dat onze ober dus al in de gaten had wat er speelde en het geen verrassing was voor mensen.

Na een lekkere maaltijd – het eten is niet alleen lekker, maar ook altijd mooi gepresenteerd – zijn we nog even na ons trappenrondje op dek achter gaan kijken. Apart om weer in een soort van grote stad te zijn! Tijdens het eten spoelde de regen echt langs de ramen, alsof ze ze aan het zemen waren, dus Hans en ik besloten maar niet nog vanavond aan land te gaan – omdat we aan de kade lagen en er hier verder geen controles waren konden we zo aan land hadden we dat gewild. Toen we na het eten beneden langs receptie liepen zat het Zuid-Afrikaanse stel enigszins verzopen op te drogen – zij waren terwijl wij aan het eten waren aan land gegaan om een avondwandeling te maken en een goed café en goede wifi te zoeken, misschien ook ergens wat te eten, maar waren in een stortbui terecht gekomen en praktisch weer terug naar het schip gejaagd door de regen, en door grote ratten die in het havengebied rondliepen. Brrrrr... Ik ben ’s avonds lekker in bad gegaan want mijn schouder- en nekspieren waren helemaal stijf – wat een luxe om te kunnen doen op een schip! En voor we naar bed gingen hebben we alles voor morgen alvast zo veel mogelijk klaargelegd.


Dag 34, Donderdag 8 februari: Papeete, Tahiti (excursie), 15 km gevaren, 40 km gereden

We hebben vandaag een hele drukke dag gehad, maar het was een mooie dag! We hadden voor vandaag twee verschillende scheepsexcursies geboek, in de ochtend een 4x4 rondrit van het eiland, en ’s middags een snorkelexcursie. Daartussen in moesten we nog iets lunchen en wilde we naar een dichtbijgelegen parkje en een oorlogsmonument lopen (in principe hadden we 2.5 uur de tijd tussen de twee excursies dus dat moest wel lukken). We hebben de wekker gezet op 7:30 maar waren al eerder wakker dus zijn ook eerder opgestaan. We hebben ontbeten met fruit en de rugzak in orde gebracht met gekoeld water en limonade, gewikkeld in een sjaal om koel te blijven, wat sultana-koekjes en mini-reepjes (die Hans voor de zekerheid in zijn broekzakken stak, ze zouden toch niet iedereen fouilleren gingen we van uit) – en na even twijfelen besloten we toch ook maar de regenjassen mee te nemen, het is tenslotte constant regenachtig de laatste tijd en vanochtend regende het ook al weer af en toe. We hebben even op het achterdek staan kijken nadat we klaar waren, het is best apart om weer in een drukke stad te zijn – alles relatief natuurlijk, maar voor Frans Polynesië is Papeete een grote stad.

Om 8:10 zijn we naar beneden gelopen en iets later stonden we op de kade na langs een muzikaal welkomstcomité bij de loopplank gelopen te hebben. Ondertussen waren ze bij het schip bezig voorbereidingen te treffen om te bunkeren vanuit een vast punt in de kade. Er waren maar een stuk of 4-5 jeeps, mooi zo! Wel stonden er wel tien bussen klaar voor de wat tammere gewone rondrit rond het eiland – dat was duidelijk een populaire excursie, en vermoedelijk waren sommige mensen afgeschrokken door de waarschuwingen in het excursie-programma dat de 4x4 ritten niets zijn voor mensen die wagenziek worden, slechte rug hebben of zwanger zijn. Alleen maar goed voor ons, hoe minder mensen hoe liever! Door de warmte en luchtvochtigheid besloeg het fototoestel constant, tot het geacclimatiseerd was.

Om 8:15 mochten we instappen in de jeeps, waarvan de achterbak open was met twee bankjes waarop 8 man kon zitten totaal – alleen in dit geval was de bedoeling dat er eentje voorin zou zitten en 7 achterin – wat ons achterin ook wat meer ruimte gaf. De regenflappen waren nog neer dus Hans maakte zich al zorgen dat we nauwelijks iets zouden zien, maar toen hij verzocht ze open te doen werd er bevestigd dat dat sowieso al het plan was. Gelukkig! Een beetje nat worden is niet erg, maar we willen wel wat kunnen zien! Terwijl de jeeps nog stonden te wachten op een echtpaar dat te laat was deed onze chauffeur een beetje uitleggen waar we naar toe zouden rijden vandaag.

Om 8:30 gingen de jeeps rijden, door de stad – we zijn echt verbaasd wat een grote stad Papeete is, je hebt bij een eiland als Tahiti toch een vertekend beeld van lege witte zandstranden, palmbomen en vrouwen in rieten rokjes vanwege hoe het in films weergegeven wordt, en denkt er niet aan dat er ook een grote stad kan zijn! Nu is die stad natuurlijk op zich niet zo heel groot, er wonen volgens mij maar zo’n 20.000 mensen, maar voor een paradijselijk eiland in de Stille Zuidzee is dat natuurlijk een wereldstad!

Na zo’n 10 minuten waren we uit de stad maar ook daarbuiten was er nog veel bebouwing, hoewel die meer verspreid en kleinschalig was, met veel meer tropisch groen ertussen. We reden al gauw vlak langs de mooie kust met ruige hoge branding en golven, en bergopwaarts dus met mooie uitzichtjes over de kust, een mooie weg zelfs al was het een snelweg. Op sommige plekken was de weg echt naast het strand, dat nu nog maar een smal of niet-bestaand strookje was met ruwe golven die soms tot op het randje van het asfalt zelf kwamen!

Om 8:55 was de eerste fotostop van de dag bij een mooie in zee uitstekende rots waar een klein parkje omheen gemaakt was, het uitkijkpunt Tapahi. Op de hoge rots groeide een indrukwekkende en grillige boom, en door het groen aan beide kanten kon je langs de kust kijken waar de golven over het piepklein beetje zichtbare zand spoelde. De chauffeurs en gids waren een beetje teleurgesteld – het was hoog water, en deze fotostop was eigenlijk om het mooie zwarte zandstrand te laten zien, maar daar zag je nu natuurlijk niets van. Wij vonden het op zich al een mooi uitzicht! Een paar zwerfhonden (of zwervende honden, ze zagen er niet slecht uit) hingen hier rond en eentje kroop gelijk onder onze auto, ons grijnzend aankijkend, waarop de chaffeur goedgehumeurd op hem begon te mopperen. Heel ver weg verder langs de kust was een surfer bezig in de mooie hoge golven te surfen.

We moesten lang wachten, omdat een van de auto’s nog achtergebleven was om het ontbrekend echtpaar alsnog mee te nemen; wij hadden steeds begrepen dat je op tijd moest zijn of anders pech had, maar ik snap op zich wel dat zo’n bedrijf wel even wil wachten – het is allemaal geld natuurlijk, ze zamelen onze excursietickets in en dat is misschien hun bewijs voor hoeveel passagiers ze meegenomen hebben en dus hoeveel geld ze krijgen van het schip? En de chauffeurs vertelde ons dat ze verplicht in colonne moesten rijden, de groep moest bij elkaar blijven en dat leek een of andere toeristische wet te zijn of zo. Niet net zoals in Grenada helaas waar ieder busje autonoom opereerde! Na een kwartiertje nadat onze auto (een van de twee eerste in de colonne) gestopt was, was iedereen er en had ook de laatste auto nog even kunnen kijken, en reden we weer verder.

Aan onze rechterkant waren steile rotsen bedekt met groen en planten, hoog boven ons tropische bossen (wel overal daartussen verspreid kleine individuele huisjes), en aan onze linkerkant was de zee, vlak bij de weg en soms erover heen spetterend – bij echt hoge golven voelde we de spray zelfs in de auto! De golven waren hoog en wit en wild, erg mooi en indrukwekkend om te zien! Ik zou er niet graag zwemmen in de branding, maar ik denk dat het een ervaren surfers-paradijs moet zijn, zulke golven...

Na een mooie rit kwamen we rond 9:15 aan in een klein dorpje, waar we op gegeven moment van de hoofdweg afgingen en een zijweggetje ingingen. Dit was nu de route naar letterlijk het hart van het eiland, de krater van de vulkaan die het eiland gevormd had. De vallei ernaartoe heette de Papenoo Vallei, hoewel hij ook wel de Vallei van Duizend Watervallen genoemd werd volgens onze chauffeur – dat klinkt goed en belooft wat! In het allerbegin waren er nog wat huisjes en een grindfabriek, maar al gauw reden we gewoon in het groen.

Onze chauffeur had ook verteld in het begin dat men (vroeger? Of nog steeds, was me niet precies duidelijk) overal fruitbomen plantte voor reizigers, zodat die altijd onderweg wat te eten zouden hebben. En dat zagen we onderweg al, met mooie grote woudreuzen van mangobomen – die kunnen zo mooi hoog en wijd uitspreidend worden en zijn altijd zo vol stevig, donkergroen blad, dat ze in Afrika ook heel populair zijn als de “dorpsboom”, waaronder wat bankjes staan en men het heetst van de dag uitzit, omdat er geen sprankje zon doorheen komt als je eronder staat. En natuurlijk omdat ze in het mangoseizoen zo veel fruit produceren dat je echt door moet eten om het niet weg te laten rotten – de mango’s hangen soms echt bijna in trossen aan de takken! Nu in de Papenoo Vallei zagen we ook bananenbosjes langs de weg – bananen groeien, als ik het goed begrijp, met uitschieters vanuit de hoofdstam, dus een enkele plant wordt al gauw, als je hem zijn gang laat gaan, een bosje bananenbomen bij elkaar, en de bananen groeien het hele jaar door – alleen wel één tros per plant. Ook wees onze chauffeur avocado-bomen aan, guavastruiken, van alles! Zelfs suikerriet groeide in het wild.

De weg werd al gauw slechter, met wegbrokkelend asfalt en wat potholes, maar dat deerde de jeeps natuurlijk niet! Ondertussen groeide tegen de steile valleiwanden om ons heen een woekerend, donkergroen bos vol palmen, woudreuzen, klimopplanten, parasitaire planten, struiken, grassen (soms metershoog), varens en allerlei andere plantensoorten, erg mooi allemaal.

Na een paar minuten kregen we onze eerste echte goede glimp van de rivier waarlangs we aan het rijden waren, en die de vallei mede-gevormd had. Een mooie grote kronkelende bruin-water rivier; het weer was nog een beetje grijs maar we hadden geen druppel regen meer gehad sinds vertrek uit Papeete, en af en toe begon er zelfs een zwak zonnetje door de wolken te prikken. Ondertussen reden de jeeps af en toe door grote plassen water op de weg – met al die regen van de afgelopen dagen (het was nu regenseizoen en onze chaffeur had verteld dat ze de afgelopen 10 dagen alleen maar regen gehad hadden) zouden de duizend watervallen hopelijk ook mooi zichtbaar zijn door al het water wat van de bergen af moet komen!

Rond 9:30 vingen we een glimp op van een waterval voor ons, een mooie witte streep water tegen de bijna vertikale groene wand! Toen nog eentje, en nog eentje – de chauffeur stopte er niet eens voor, apart! Maar dat bleek al gauw niet uit disinteresse voor zijn klanten te zijn, maar omdat er inderdaad ook gewoon zo veel watervallen waren in deze vallei dat hij niet voor iedere kon stoppen, en deze kleintjes in het begin niets voorstelde! De valleiwanden waren zo overwoekerd met planten en bomen dat zelfs de watervallen niet op de blote rots leken te zijn – daaromheen waren dan weer mossen en rieten en varens aan het groeien die dol op de hoge vochtigheid van de waterval zijn. Heel soms ving je een glimp op van een kale rotswand dat écht te steil en/of rotsachtig was voor planten, en dan zagen we dat de ondergrond grotendeels vulkanisch was – veel zachte vruchtbaar as- en tufsteen, natuurlijk, maar ook zwarte zeshoekige basaltblokken die de steilste rotswanden vormde. Erg mooi!

En het werd eigenlijk alleen maar mooier. Heel af en toe kwamen we nog langs een huisje, maar meestal waren we helemaal omringd door groene jungle, steile groene valleiwanden en de rivier onder ons. We reden langs de rivier dus onze weg kronkelde ook van links naar rechts en ging af en toe steil omhoog en omlaag afhankelijk van of we in de binnenbocht of de buitenbocht van de rivier reden! Vaak kon je niet eens de stammen van de grote bomen zien omdat ze helemaal bedekt waren met klimop, een apart gezicht eigenlijk die ondoordringbare groene deken die overal overheen lag. Het suikerriet (in feite uit zijn kluiten gewassen gras) deed op sommige plekken zelfs door het asfalt groeien van de rand van de weg.


Naarmate we dieper de vallei inreden begonnen de jeeps ook meer te klimmen (hoewel we ook vaak weer naar beneden reden vanwege hoe de rivier een en ander uitgesleten had); we reden meer en meer in een tunnel van groen en op sommige plaatsen was de weg een beetje weggekalfd door de vele regen van de afgelopen tijd. Ondertussen bleven we watervallen passeren waar voor de meeste niet gestopt werd, maar een enkeling die dicht genoeg bij de weg en groot genoeg was, wel even een kleine fotostop gehouden werd.


Iets na 9:30 stopte we op een klein bergplateautje boven de rivier, waar we een mooi uitzicht rondom hadden. We waren omringd door hoge steile groene rotswanden met hun toppen in de laaghangende wolken, een paar meter beneden ons kronkelde de rivier, en door de jungle heen zagen we verschillende watervallen. Hans, ik en een man liepen naar een van de watervallen dichtbij om een beter zicht te krijgen en daarop stelde de chauffeur voor dat we een eindje konden lopen en hij zou ons als bezemwagen wel onderweg oppikken zodra de laatste jeep er weer was, iedereen die bleef zitten uitgekeken was en ze weer begonnen te rijden. Goed idee!

Het was natuurlijk tropisch warm, maar wel lekker om even een paar honderd meter te lopen door deze prachtige vallei; een paar mensen liepen met ons mee, geleidelijk aan steeds minder, maar wij hebben lekker even gewandeld. Overal waar je keek zag je watervallen; sommige enkel een witte streep op de rots, andere een bijna onzichtbaar lint van mist, of weer anderen die echt met kracht uit de berg spoten. Sommige waren zo klein en verstopt in het struikgewas dat je ze amper zag, en andere waren weer prachtig in het zicht hoog in de bergen. Echt heel erg mooi! Nu zagen we ook duidelijker waar we eerder enkel glimpen van opgevangen hadden, de basaltrotsen onder het groen.

Na zo’n 20 minuten pikte onze jeep ons weer op – we waren inmiddels de enigsten die nog aan het lopen waren, maar het was zo mooi dat je gewoon door bleef lopen.

Na nog een paar minuten door de mooie groene jungle rijden kwamen we rond 10 uur bij een bocht in de rivier waar een brug was, en een waterdoorgang voor 4x4 auto’s. Er was een klein huisje en een hond kwam ons gelijk begroeten, en iets daarna de inwoner van het huisje; ik vermoed iemand die daar mag wonen en tegen een kleine fooi de waterdoorgang en de brug in de gaten hield. Onze chauffeur gaf ons even de tijd voor foto’s en rond te kijken.

Na zo’n 5 minuten riep onze chaufeur ons bij hem, haalde een heel stokbrood uit zijn jeep, en maande ons mee te lopen. Hij had het over palingen, en liep de betonnen helling af richting het water. Hij gooide wat kleine stukjes van het brood in het water om te lokken, en opeens verscheen een prachtige dikke grote paling onder de rotsen vandaan! Hij was gemeleerd bruin en zwart, heel erg mooi getekend – de chauffeur noemde ze “marmer-palingen”, en dat was wel te begrijpen – wat een mooie tekening! En binnen de kortste keren kolkte en schuimde het water bij de voeten van de gids door een kluwen grote dikke palingen die enthousiast en hongerig aan het happen was en aan het bedelen om meer brood.

De chauffeur ging door zijn knieen en hing letterlijk het uiteindelijk van het stokbrood in het water want afscheuren ging de palingen te langzaam, en zodra hij dat deed kwamen ze allemaal wild happend naar het brood – je hoorde hun kaken dichtklappen, en twee keer achter elkaar trok een paling het brood letterlijk uit zijn handen! Hij pakte het dan gelijk uit het water terug, leek niet bang voor de hongerige kaken in de buurt van zijn vingers, maar legde uit dat ze alleen kwamen vanwege het brood en eigenlijk verder bang waren van hem, en hem niets zouden doen behalve een keertje per ongeluk overenthousiast aan een vinger knabbelen – logisch, er is niks lekkerders dan paling en ze bleven dus normaal gezien uit de weg van mensen!

Hij vertelde dat de volwassen palingen hier in de rivier leefde, maar een keer per jaar via de rivier naar zee zwommen, en naar Fiji en terug zwommen om daar hun eieren te leggen – wat een eind! Om hun kwetsbare ogen tegen het zoute water te beschermen op zee groeide er tijdens de overtocht een film overheen, die eenmaal terug in het zoete water weer verdween. De palingen wierpen zichzelf ondertussen terwijl hij aan het praten was soms bijna letterlijk uit het water, en dan zag je heel hun hoofd en het begin van hun lijf boven water komen – en er werden flinke happen uit het brood genomen!


Na een paar minuten trok een paling opeens het brood voor de derde keer uit zijn handen, met zoveel kracht dat hij het inmiddels een beetje natte brood niet meer kon houden – hij liet ze nu maar begaan en ze vielen als piranha’s aan, binnen een paar tellen was het stokbrood verdwenen, en kort daarop de palingen zelf ook. Waar zulke grote beesten allemaal naar toe gingen, het leek wel alsof ze letterlijk onder de rotsen verdwenen! Wachtend op de volgende die iets lekkers meebracht...

De show was voorbij dus we keken nog even of ze nog te voorschijn zouden komen, maar toen was het tijd om over te steken. Langzaam reden de jeeps over de betonnen plaat die in het water lag, en waar toch wel zo’n 5-10 cm diep water overheen stroomde. Altijd leuk zoiets!

Na de oversteek reden we weer een mooie rit langs groen, watervallen, en steile bergwanden; inmiddels was het zonnetje echt begonnen te schijnen, waardoor het groen frisgroen werd en de watervallen mooi wit uitstaken, een mooi gezicht. We begonnen nu na de oversteek geleidelijk aan meer en meer te klimmen in hoogte, en als de chauffeur een fruitboom zag wees hij hem even aan voor ons; zo reden we langs een avocadoboom en zelfs een boom vol rambutans (familie van de lychee alleen met een schil vol zachte stekels in plaats van een “schubben” patroon). Bij een bijzonder mooie waterval stopte hij even voor de foto.

We kronkelde geleidelijk aan dieper en hoger de vallei in langs de rivier. De valleiwanden waren bijna loodrecht in plaatsen alsof er een gletsjer langs was gekomen (en dat is hier toch zeker niet het geval geweest) en de toppen van de bergen hingen ondanks het zonnetje nog altijd in wit tot loodgrijze wolken. Erg mooi! En overal zag je watervallen...

Rond 10:30 kwamen we langs een vertikale wand van zeshoekige bazaltrots, waar ook weer een waterval vanaf kwam. Daar vlakbij was een breed stuk van de rivier waarin een betonnen weg aangelegd was, die grotendeels onder water stond. De jeeps reden ons tot aan het midden, waar een droog stukje was en we even uit konden stappen voor foto’s van weer een andere waterval vlakbij, die neerkwam in een poel die grensde aan het brede stuk van de rivier; er was een kleine dam langs een kant van de weg gemaakt om het water dat over de weg stroomde enigszins te controleren, en volgens mij was heel het brede stuk ook aangelegd om wat stroom op te wekken, verderop. Hoog boven ons waren bergwanden in de wolken gehuld – daardoor leken ze eindeloos hoog. Op sommige plekken waren wel 4 watervallen dicht bij elkaar hoog op de bergwanden!

Direct nadat we weer op droog terrein waren, moest de jeep een behoorlijk steile weg omhoog rijden – met daarachter weer een steile daling – dit heeft hij wel een paar keer moeten herhalen totdat we uiteindelijk het hart van de krater bereikte, en ik vroeg me af of het misschien wel de rotsen en lavastromen waren van de uitbarsting lang geleden, waar we nu over reden. Ondertussen reden we langs steile rotswanden bedekt met mossen, varens, zelfs riet op sommige plekken, zo vochtig was het! Als we weer een steile helling omhoog namen moest iedereen zich echt schrap zetten om niet op de bankjes te gaan glijden (of uit het gat van de achterkant van de jeep te vallen...).

Ondertussen kwamen de loodrechte bergwanden steeds dichterbij en werd de vallei smaller, en liep het water letterlijk gewoon van de rotsen af, overal zag je watervalletjes.


Iets voor 11 uur bereikte we een kleine open plek waar wat ruimer asfalt was gelegd; je kon zelfs NOG verder de krater inrijden als je wilde, maar dit was voor ons het verste punt van de excursie. We zaten nu echt in de krater van de vulkaan zelf, inderdaad een ronde vallei van onmogelijk steile rotswanden, letterlijk vertikaal, helemaal met groen bedekt, en de enigste zichtbare uitgang aan deze kant van de vallei was de riviervallei waarlangs we waren gekomen. Voorbij het regenwoud leek het aan de andere kant van de 12 kilometer brede krater, voor zover je die kon zien, wat opener te zijn (hoewel ook daar de bergen hoog en steil waren) en de rivier leek overal doorheen te snijden. De vulkaan was iets van een miljoen jaar geleden of zo uitgebarsten, en nu groeide er een tropisch regenwoud midden in de krater. Erg mooi en bijzonder! De bodem van de krater was onzichtbaar vanwege het regenwoud, maar zo te zien aan de boomlijn enorm grillig en heuvelachtig en als je daar zou willen wandelen moet het een prachtige wandeling zijn, maar loodzwaar terrein om overheen en doorheen te worstelen. Wat een ruig landschap! Op de vertikale, donkere rotswanden zag je overal watervalletjes naar beneden vallen, en de toppen waren ondanks het waterig zonnetje nog altijd in wolken gehuld.

Toen iedereen na ruim een kwartier uitgekeken was en zo veel mogelijk van het landschap in zich opgenomen had, was het tijd voor de terugrit over precies dezelfde route, dit keer iets sneller dan de heenweg maar desondanks nog altijd een hele mooie rit, want terugrijdend zag je opeens weer allerlei andere watervallen die je op de heenweg niet gezien had! Hans en ik genoten van de heenweg, natuurlijk, maar nu ook nog bijna evenveel van de terugweg.

Na 10 minuten rijden kwamen we al weer bij de poel water, waar we dit keer lekker gelijk doorheen reden, langs de mooie waterval die uit de rotswand spoot.

Rond 11:45 reden we over de brug bij de palingen, het was een metalen eenspoors-bruggetje en gaf nu een iets hoger gelegen uitzicht over de rivier en vallei op dit punt.

Na nog een mooie rit door het bos kwamen we rond 12 uur weer in het dorpje aan de voet van de vallei, waar de afslag was naar de hoofdweg terug naar Papeete. Wat een prachtige vallei! We zouden iedereen die Tahiti bezoekt aanraden om deze vallei met 4x4 te bezoeken, wat een bijzonder stukje natuurschoon.

Na een snelle maar desondanks mooie rit over de hoofdweg naar Papeete en door de stad kwamen we om 12:30 aan terug op de kade bij het schip. Onze middagexcursie zou om 14:30 beginnen, deze ochtendexcursie was iets uitgelopen omdat ze overal de tijd voor genomen hadden, maar we hadden nog 2 uur de tijd tot vanmiddag, dat moest genoeg zijn.

Hans en ik zijn vanuit de jeep gelijk gaan lopen om onze van te voren gemaakte route af te werken; vlabij het schip, aan de waterkant, was een parkje en in dat parkje moest een enigszins controversieel monument staan ter nagedachtenis aan de atoomproeven die de Franse regering in de jaren zestig op de nabijgelegen atollen heeft uitgevoerd. Dat was punt één op het programma voor vandaag. Ik kon maar weinig vinden erover op internet, ik wist alleen dat het in dat parkje moest zijn, ongeveer ter hoogte van het parelmuseum volgens een bron, en mogelijkerwijs was het er niet meer. Het monument was, voor zover ik had begrepen, door de lokale regering opgericht of door individuen (het was mij niet duidelijk of het een “officieel” monument was), maar de Franse regering was er niet blij mee omdat het een “mogelijk vertekend beeld van de geschiedenis gaf”, of woorden van die strekking. Volgens de enige bron die er wat uitgebreider over schreef op internet die ik had kunnen vinden, uit 2015, was er toendertijd al een paar jaar sprake van om het monument wel of niet weg te halen, de Franse regering wilde het weghalen en de lokale regering ging daar weer tegenin, enzovoorts. We namen ons dus voor om niet urenlang te gaan zoeken ernaar, want dat zou ons kostbare tijd kosten.

We liepen langs de kleine jachthaven met een mooie glazen balustrade voor de wandelpromenade, en waar in het heldere blauwe water van de haven af en toe speciale bakken aangebracht waren met kleine levende koralen, of lokale tropische vissen – om je zelfs als je enkel op de promenade heen en weer liep, toch een indruk te geven van het zeeleven in de baai. Erg mooi gedaan!

Rond 12:45 liepen we het park in, en liepen recht naar de plek waar ik begrepen had dat het moest zijn, ergens ter hoogte van het parelmuseum. Hier was er niets te vinden dat leek op een monument (ik had ook maar een klein onduidelijk plaatje op internet gevonden van iets laags-bij-de-gronds, dus we hadden geen idee wat we precies zochten), behalve een paar grote zwerfkeien die dan weer als monument voor de lokale cultuur, de lokale taal, de autonomie van Tahiti, enzovoorts, symbool stonden. En precies tegenover het parelmuseum was alleen een behoorlijk nieuw-uitziend speeltuintje te vinden. Dat, in combinatie met de enigszins controversiele status van het atoommonument, maakte dat we alleen maar konden besluiten dat het monument dus toch eindelijk weggehaald was hier op last van de Franse regering – en hoe doe je dat beter, dan er iets anders overheen te zetten zoals zo’n speeltuintje. Jammer!

We liepen door het park terug naar de rotonde waar we eerder langskwamen onderweg hier naar toe, slogen af de hoofdstraat in, en liepen richting ons tweede punt op onze route voor vandaag, een “Monument du Mort”, de Franse term voor monumenten specifiek om de Eerste Wereldoorlog te herdenken. Onderweg vroeg Hans in zijn beste Frans aan een politieagent waar het precies was en of het ver lopen was, om zo min mogelijk tijd te verspillen; die gaf ons in zijn beste Engels (met wat Frans erdoor) een uitgebreide en ingewikkelde uitleg over hoe we moesten lopen langs welke gebouwen, we zaten in ieder geval op de juiste weg. Zijn uitleg waren we al weer kwijt en we zijn dus maar gaan lopen, in de hoop dat het niet te ver weg was. Het bleek letterlijk NAAST het politiebureau een eindje verderop te liggen, waar hij toch minimaal een keer per dag zou moeten komen lijkt me! Als hij dat nou gewoon had gezegd...

We waren in ieder geval om 13 uur bij het Monument du Mort, mooi op schema nog! Het was een erg mooi monument in de typische stijl van dit soort monumenten – en het bronzen standbeeld leek zelfs ooit kleurrijk geemaileerd te zijn geweest. Op het boeket dat ze ophield zag je zelfs nog wat kleur zitten, erg mooi. Nadat we er vijf minuten helemaal omheen hadden gelopen en alles bekeken en gelezen, zijn we weer gauw terug naar het schip gelopen.

Onderweg terug naar het schip liepen we uit gemak en omdat het het snelst was weer terug door het park, vanuit de rotonde richting de stad. We hadden onderweg naar het atoommonument op de heenweg, ter hoogte van de rotonde, de achterkant van 3 moderne houten totempalen gezien aan de zeekant van het parkje. We waren er toen voorbij gelopen want dat leek op niets wat het monument kon zijn en was sowieso veels te vroeg, we moesten voorbij de rotonde richting het parelmuseum lopen. Nu stelde Hans voor om toch nog even daar naar toe te lopen, voor de zekerheid, zelfs al was het veels te ver van het parelmuseum vandaan volgens de onduidelijke uitleg op internet...

Inderdaad, het was het atoommonument! De onduidelijke en oude foto op internet had niet de drie karakteristieke houten totempalen erop gehad, die zijn recent toegevoegd, en het oorspronkelijke monument bestond uit een betonnen plateau met ingemetselde keien die van ieder eiland van dit gebied kwamen dat op enige manier last had gehad van de Franse atoomproeven – of het nu de eilanden van de atols waar daadwerkelijk de proeven gedaan waren, of de eilanden waar de fallout met bijbehorende desastreuze naeffecten daarvan geweest was. Indruwekkend! Ook lagen er keien ingemetseld voor Nagasaki, Hiroshima, en Semipalantinsk, andere plaatsen ter wereld waar atoombommen of atoomproeven het leven op zijn kop gezet had. Van twee stenen waren de naambordjes weggebeiteld.

Toen we het atoommonument uitgebreid bekeken hadden zijn we om 13:15 terug naar het schip gelopen waar we iets na 13:20 aan boord stapte – mooi op schema! Om 13:35 (het ging vandaag echt op de minuut!) waren we naar boven gelopen, hadden we onze spullen in de hut gedumpt en een bordje met eten gepakt in het buffet op dek 12, en nadat we gegeten hadden, terug naar de hut om ons om te kleden en even letterlijk 5 minuten te kunnen zitten en uitrusten in onze hut. Toen was het om 14:15 weer op pad naar beneden, langs Hemmingway’s om een krantje op te halen, de loopplank af die ook op dek 5 was, langs bemanning lopen die het schip aan het bijverven waren vanuit de kade en het vuilnis aan het lossen, en iets voor 14:25 waren we bij de rest van de groep, als laatste! Pfffffff... Wat een dag, en we waren nog maar net halverwege – maar we hadden een prachtige rondrit gehad vanochtend, en ondanks het strakke schema toch nog even tijd gehad om ons eigen ding te doen en twee indrukwekkende monumenten te bezoeken, en nu gingen we lekker 2 uurtjes snorkelexcursie doen om Tahiti ook vanuit een andere kant te zien! En het voordeel van deze excursie was, dat we zo hier aan de kade naast ons schip aan boord van het bootje konden stappen dat de excursie zou geven... Ideaal!

We hadden voor deze excursie alleen ons waterdichte cameraatje meegenomen, en voor de rest het grotere fototoestel en mobieltjes en zo thuisgelaten. Verder natuurlijk onze zwemkleding onder onze kleding aan, en waterschoentjes bij mochten we in erg ondiep water moeten snorkelen. We stapte aan boord van een platte schuitachtige boot, met flinke motor en een afdakje tegen de zon. Er was duidelijk wat voorzieningen om wat te drinken later, en een houten schaal gevuld met (over)rijpe ananassen verspreidde een zware zoete geur. We voeren weg uit de haven langs ons schip, richting de branding om, volgens de gids, te zoeken naar dolfijnen die hier eerder op de dag gezien waren en weleens graag hier doorbrachten.

Naarmate we dichterbij de branding kwamen die op het rif sloeg net buiten de haven, zagen we dat wat gisteren bij aankomst per (groot) schip grote golven waren geweest, in werkelijkheid op zo’n klein bootje HELE GROTE golven waren! Alleen al in de beschutting van de havenmond, tussen de boeien in, gingen we zo’n 2-3 meter omhoog en omlaag op het rollend wateroppervlak van de afgezwakte golven die de havenmond inkwamen. Op het rif en daarbuiten zagen we de hele hoge en ruwe golven flink tekeer gaan en zichzelf kapot slaan in wit schuim. Erg indrukwekkend om daar vlakbij te zijn! Er waren surfers bezig te surfen in de prachtige golven, die precies zoals in klassieke surfplaatjes mooi over de surfers heen braken en ze even opslokte voor ze weer verschenen. In de verte zagen we een donkere vorm in de wolken gehuld; dat was het eiland Moorea – inderdaad zoals men al gezegd had, vlakbij!

Na zo’n 5-10 minuten op de hoge golven buiten de havenmond gedobberd te hebben (we gingen niet door de branding naar open zee, dat zou voor dit bootje niet verantwoord geweest zijn), en geen dolfijnen gezien te hebben, besloot de gids het op te geven en zette koers in richting het vliegveld, langs de kust aan de binnenkant van het rif waar het water rustig genoeg was om flink vaart te zetten. Op sommige plekken was het zo ondiep vanwege het rif en de zandbanken daartussen, dat vissers gewoon in het water stonden, tot hun knieen.

Rond 15 uur ging ons bootje voor anker in de schaduw van het vliegveld – de kleine tot middelgrote vliegtuigen kwamen af en toe over ons heen (ook zo raar, je zit weer in een stad met stadsgeluiden, gisteravond hoorde we ambulances en vliegtuigen!). Het leek ons niet de meest geweldige plek om te gaan snorkelen... Je verwacht toch meer een ongerepte baai voor zoiets! Maar onder water was uiteindelijk hartstikke leuk, een hele andere wereld dan boven water... De gids gaf ons strenge instructies om ten alle tijden in de buurt van de boot te blijven en je zwembuddy in de gaten te houden, want er stond een sterke stroming en je dreef zo af naar open zee, en om voor de veiligheid alleen aan de stuurboordkant van de boot te blijven – daar was het overigens sowieso het meest ondiep en dus het meeste te zien. We zaten in een grensgebied tussen dieper water van zo’n 6-10 meter diep en ondiep water van zo’n 2-3 meter, en in het ondiepe was het meeste te zien, zeker nu met de regen van de laatste tijd waardoor het water een beetje troebeler was. We kregen snorkels en brillen, geen zwemvinnen, maar er zouden wat bemanningsleden met ons in het water gaan met extra lange vinnen en drijf-kussens bij om ons in de gaten te houden en op te vangen of te redden indien we niet meer konden en/of afdreven. Als je wilde kon je ook nog een speciaal zwem-zwemvest dragen, waarmee je wat meer drijfvermogen had tijdens het snorkelen.

Hans en ik sprongen lekker het water in, dat heerlijk was! Lekker warm, niet te zout, en ook niet te ondiep – ik ben dol op snorkelen maar zoals we in Mozambiquemoesten snorkelen, in een halve meter diepte waarbij je letterlijk je buik in moest houden om niet af en toe opengehaald te worden op het koraal als de branding ons erover heen trok, is nog altijd een beetje mijn schrikbeeld... Overigens was dat natuurlijk ook wel heel speciaal. Hier was het lekker ongeveer 3 meter diep, met kleine stukken koraal die soms individuele koraal “torens” vormde waarvan de grootste tot maar een meter of minder onder het wateroppervlakte reikte. Er leken op het eerste gezicht niet zo veel vissen te zijn, tot de bemanningsleden bij ons in het water kwamen en brood fijn gingen kruimelen in het water – opeens waren we omringd door grote scholen tropische visjes! Allerlei kleuren, maar vooral ook veel zwart-witte visjes die in grote groepen verbleven, heel apart.

Hans en ik hebben lekker rondgezwommen en inderdaad, we merkte al gauw dat je constant boven water moest kijken waar de boot was want je dreef weg zonder er erg in te hebben. En om dan weer terug dichterbij de boot te komen was even flink doorzwemmen tegen de stroming in! Duidelijk om deze reden – en misschien ook omdat niet iedereen een hele sterke zwemmer was – gingen sommige mensen al gauw weer het water uit. Hans en ik waren echter helemaal in ons element – lekker in open zeewater zwemmen, letterlijk alle ruimte, zowel om je heen als onder je, genoeg te zien (want stiekemweg waren er best wel een hoop verschillende kleuren en patronen op de visjes), en ook gewoon een heerlijke temperatuur. Het water moet wel iets van 25 graden zijn geweest of zo, wat een luxe!

De bemanningsleden waren nog steeds de vissen af en toe aan het voeren, en gaven iedereen die in hun buurt kwam ook wat brood om te voeren; de vissen kwamen alleen echt bij je als je het brood fijnmaalde tot soep in het water, en dan waren ze ook zo enthousiast aan het happen naar het broodwater dat eentje Hans op gegeven moment in zijn vinger hapte! Hij was tijdens het voeren omringd in een wolk van zwart-witte zebra-vissen en gekleurde vissen, heel mooi!

Er gingen steeds meer mensen uit het water en het leek een paar keer alsof de gids iedereen eruit wilde, maar zolang ze ons geen direct signaal gaven bleven Hans en ik lekker in het water, dit is waarvoor we gekomen waren! De meezwemmende bemanningsleden keken al gauw amper meer om naar ons en concentreerde zich op de rest van de groep, want ze hadden door dat wij steeds terugkwamen naar de boot als we te ver dreven. Na ongeveer een half uurtje vrij rondzwemmen pakte we het lange touw dat vanuit de boot erachter in het water hing, om een beetje te rusten – want het steeds weer tegen de stroming invechten om terug bij de boot te komen was natuurlijk wel vermoeiend – en nu merkte we opeens pas echt hoe sterk die stroming was, want er werd aan ons getrokken terwijl we het touw vasthielden, alsof de boot bewoog!

Onderhand was bijna iedereen eruit, maar Hans en ik genoten nog lekker van in het water liggen, weliswaar het touw stevig vasthoudend zodat we weinig moeite meer hoefde te doen. Heerlijk! Echt genieten! Ondertussen vlogen vliegtuigen over ons heen onderweg naar het vliegveld, en toen ik onder water keek op gegeven moment zag ik dat de boot inmiddels boven een wat dieper gedeelte hing van zo’n 6-8 meter diep, en daar lag een onnatuurlijke vorm op de bodem; een propellorvliegtuigje! Wow... Een van de bemanningsleden had het ook gespot en dook er naar toe – erg knap, ik heb die kracht niet en kom net als een kurk niet veel dieper dan een halve meter voor ik weer naar boven plop! Het was dus geen ongeluk dat hier bij het vliegveld gebeurd was, al was dat natuurlijk het eerste waar je aan dacht, ook geen vliegtuig uit de Tweede Wereldoorlog, dit vliegtuigje was “gewoon” ergens anders op het eiland verongelukt en ze hadden het schoongemaakt en hier gedumpt voor duikers en vissen.

Om 15:45 was het dan echt tijd voor ons om eruit te gaan, helaas, en zijn ook Hans en ik uit het water gekomen. Terwijl het anker opgehaald werd en we wegvoeren, werd ons thee of koffie en verse ananas, papaya of sinasappel aangeboden. Hans en ik hebben echt heerlijk gezwommen, we hebben er zo van genoten! En nu stonden we lekker in onze zwemkleding op te drogen terwijl de boot wegvoer.

We voeren weer langs de branding, aan de relatief rustige binnenkant van het rif, terwijl de motor flink op zijn staart werd getrapt, onderweg naar weer een andere plek waar mogelijk dolfijnen waren. Alleen op een bepaalde plek waar wat resorts waren en bootjes voor anker in het water lagen moesten we wat rustiger varen, zo’n 5 knopen (iets sneller dan 9 kilometer per uur), en daarbuiten zette ze de moter flink open om tempo te maken. Heerlijk! Een jachtje leek overigens al een hele tijd voor anker te liggen – hij was al half gezonken...

We bleven rond 16 uur weer een tijdje drijven op de rollende golven terwijl de bemanning tuurde naar de grote golven die stuksloegen op het rif vlakbij, op zoek naar dolfijnen. De golven waren prachtig en indrukwekkend, maar de gids had geen haast om verder te gaan, en wij hadden een beetje de indruk dat hij de tijd die over was van de excursie nu een beetje aan het opvullen was met dit dolfijnenzoeken; tja, Hans en ik zouden van zo’n 2-uur durende excursie het liefst 1 uur en 55 minuten in het water liggen snorkelen, maar dat is natuurlijk niet wat iedereen wil, dus dan is zoiets op zich een prima oplossing. En je hebt altijd de hoop dat je inderdaad dolfijnen zult zien.

Na zo’n 5-10 minuten op de golven dobberen werd weer het sein gegeven door de gids en begonnen we aan de terugweg – we waren onderhand een flink eind van de haven vandaan, dus de motor werd weer flink opengezet, en Hans en ik hebben van de terugrit genoten! Heerlijk, de boot stuiterde over het water, je moest je goed vasthouden, maar de wind woei langs je terwijl we schuin over het water scheurde – behalve in het 5 knopen-gebied, waar we in vergelijking stapvoets voeren...

Ondertussen was het een klein beetje begonnen te miezeren af en toe, dus ook weer hier hebben we zo’n geluk gehad met de regen – na het starten van de eerste excursie vanochtend hebben we eigenlijk geen druppel regen meer gehad tot nu, het einde van de tweede excursie! We voeren langs de mooie grillige steile bergen van Tahiti, ook hier weer een erg mooie kustlijn.

Naarmate we dichtbij de haven kwamen zagen we weer, net als gisteren, kano’s langskomen – wat moesten die mannen hard werken tegen de stroming in! En tot onze verrassing waren we tijdens het dolfijnenzoeken zo ver weggevaren, dat we pas om 16:30 langs het vliegveld voeren waar we gesnorkeld hadden – het was nog een eindje naar de haven zelf toe! Maar het ging met stevig tempo door, tot de kapitein opeens de motor stopte; er zat iets in de schroef. Oeps! Een van de bemanningsleden greep een snorkel, sprong in het water, maakte het wier of de bladeren los en we konden weer doorscheuren.

Een kwartier later dan gepland, om 16:45, kwamen we terug bij de kade; Hans en ik hadden toen we in de buurt kwamen al weer onze kleren over onze bijna droge zwemkleding aangetrokken, maar we waren nog wel een beetje nat. Geen tijd om om te kleden of zelfs naar onze hut te gaan, want er was om 17 uur een speciale show; een lokale ploeg dansers en muzikanten zou aan boord komen om ons een Polynesische show te geven! We waren tegelijk ermee aan boord gelopen, ze liepen net voor ons uit. Niet echt ons ding normaal gezien, zo’n lokale dansshow, maar we zijn er nu en dan vinden we het wel anders, dan hoort het er eigenlijk een beetje bij, mits het natuurlijk niet een avondvullend iets is... En we wisten dat deze wel op tijd klaar moest zijn want er was maar een show en de eerste zitting van het restaurant was al om 17:45.

We vonden een redelijk plekje in de al behoorlijk volle zaal, en na ons liep hij nog verder vol. We excuseerde onszelf voor de zekerheid bij onze buren dat we met een rugzak binnenkwamen, we waren net van de excursie terug! Klokslag 17 uur begon de show (dat is hier altijd wel fijn, de shows beginnen altijd precies op tijd), en het was best aardig; precies wat je verwacht eigenlijk, dames in rieten rokjes met bloemen in het haar en stoere mannen. Ze gaven een energieke show en de muzikanten trommelde er lekker op los. Ik neem altijd overal foto’s van, hier dus ook natuurlijk.

Ik had denk ik pas voor de tweede keer mijn kleine oranje waterdichte camera (we hadden niets anders bij) iets boven mijn eigen ogen opgetild zodat ik tussen de mensen voor me door kon fotograferen zonder alleen maar hoofden op mijn foto te hebben, toen er een boze bitse stem achter me hard siste “Could you put the camera down please!!” Wow, die was sjagerijnig als hij zich al aan me zat te ergeren terwijl ik nog amper 2 foto’s van de show genomen had! Ik heb nog wel foto’s gemaakt maar geprobeerd tussen de mensen voor me door te schieten zodat de meneer achter me zich niet al te veel zou ergeren verder, hoewel ik wel af en toe gewoon mijn camera hoog hield, de meeste stoelen in de showlounge zitten namelijk op dezelfde hoogte dus je kijkt tegen de mensen voor je aan, en niet over ze heen. Hij zat overigens op een rij waar hij dat wel deed, wij op onze rij niet.

Om 17:40 waren de dansers aan het afronden en had je de gelegenheid om met ze op de foto te gaan nadat ze leden van het publiek uitgenodigd hadden om mee te doen. Ze waren nog niet helemaal klaar, maar wij vonden het inmiddels al wel genoeg. We waren benieuwd wie de boze man achter ons was, maar hij was al verdwenen zodra het applaus begon – we hebben dus geen idee. Wij zijn gauw naar onze hut gegaan (we lieten twee natte zoutkringen op de stoelen achter, oeps!) waar we onze natte kleren uitgetrokken hebben en gauw in wat droge kleren gesprongen zijn om gelijk door te gaan naar het avondeten. We zaten nog onder het zout van het snorkelen! Onze tafelgenoten moesten lachen om ons enigszins rommelig uiterlijk, en we legde uit dat we niet de kans hadden gehad om te douchen!

Het was tijdens het eten weer gaan regenen, flink ook, en toen we na het avondeten in onze gang kwamen lag het plafond open een paar hutten bij ons vandaan en stonden er allemaal emmers op de grond; een lek! Ivan keek verdrietig toen hij ons zag; een lekkage vanuit dek 12 liep het water via de deur van de Grill restaurant zo het plafond in. Wat kon je eraan doen! Ze moesten het lek vinden en stoppen, maar voorlopig konden ze dus alleen maar emmers wegzetten. Een paar dagen later zag ik een fles bleekmiddel staan van een Nederlands merk, en zei tegen Hans in het Nederlands “kijk, bleek”. Ivan was toen binnen gehoorsafstand, schrok zich wild en keek wild om zich heen, waar waar?! Hij dacht dat ik “LEAK” gezegd had, lekkage, dat in zijn oren bijna dezelfde uitspraak was als het Nederlandse bleek... We zijn even naar het dek gegaan, waar het inmiddels iets minder regende, en hebben even in de regen op dek gestaan; lekkere warme tropische regen, is toch anders dan koude Nederlandse regen!

Iets voor 20 uur waren we terug in de hut en konden we douchen en het zout van ons afspoelen. Daarna een kopje thee en koffie, en toen konden we eindelijk ontspannen na een hele leuke, maar hele vermoeiende dag! We hebben zo met het snorkelen en de 4x4 een mooie indruk gekregen van het eiland Tahiti, en waren wat dat betreft best tevreden; we zijn ’s avonds moe in bed gerold!

free counters