Januari 2018: Wereldreis per cruiseschip

HOME
ROUTE
LANDEN
MV COLUMBUS
2021 SLOOP
AAN BOORD
WERELD

Het gaat de laatste tijden redelijk goed met aankomsten in havens, we zijn steeds wat vroeger dan het programma – vandaag ook weer, toen de wekker om 6:30 ging lagen we al aan de kant. Laten we hopen dat het nog even zo door blijft gaan! Hans en ik hadden een excursie geboekt voor Rotorua vandaag – dat is een zeer actief geothermisch gebied waar we wel doorheen gereden zijn in 2014, maar eigenlijk niets hebben bekeken, omdat we de entrees van de paar geeikte geothermische parken veels te hoog vonden, en de paar gratis of goedkope parken niets te bieden hadden behalve wat bubbelende modder. Plus we hadden de indruk van wat we op internet gevonden hadden toen dat de activiteit veel minder zou zijn als wat we in 2007 in IJslandzo “in het wild” konden bekijken. Maar we bleven ons afvragen of we de juiste beslissing gemaakt hadden in Rotorua en of we niet iets gemist hebben, dus toen we hier aan boord waren hebben we alsnog een scheepsexcursie naar schijnbaar het beste geothermische park in Rotorua geboekt, Te Puia. Dan kunnen we dat hoofdstuk ook afsluiten!


Dus toen het schip vrijgegeven was om 7 uur zijn we op ons gemak naar beneden en de kade op gelopen voor onze scheepsexcursie. Er gingen 4 touringcar bussen naar Rotorua, Hans en ik stapte in eentje met een pittig klein vrouwtje als chauffeur, en de excursie zou eigenlijk om 7:30 vertrekken maar schijnbaar was iedereen zo vroeg, dat de bussen al iets na 7:15 gingen rijden; mooi zo!

Het is me niet helemaal duidelijk of allevier de bussen het deden, maar onze vrolijke chauffeuse gaf ons in ieder geval vanuit de haven eerst nog even een scenic tour van Tauranga, door helemaal om te rijden langs de beide waterkanten (dit stukje, Mount Manganui, is een hele smalle strook land van maar een paar straten breed, een relaxed plaatsje helemaal in het teken van vakantie, strand en watersporten, met aan het einde een vulkaan, de Mount Manganui) en langs de vulkaan. Zelfs als we nog tijd zouden hebben vanmiddag hoefde we na deze rondrit onze van te voren uitgestippelde wandeling niet meer te doen, want ze bracht ons langs alle “highlights” ervan! Ik had niet zo heel veel kunnen vinden dus had een eenvoudige wandeling door het gezellige slaperige dorpje vol vakantiehuisjes en mooie uitzichten over het water gemaakt – wel langs een Eerste Wereldoorlog monument aan de kust, waar ze ook langs reed! Ondertussen gaf onze chauffeuse continue tekst en uitleg over waar we reden, op een vrolijke professionele manier met veel humour – schijnbaar moest je de campsite aan de voet van de vulkaan 2 jaar van te voren boeken als je er met kerst (hun zomervakantie) wilde verblijven!

Na een klein half uurtje reden we het plaatsje uit en begonnen we aan de ongeveer 70 kilometer naar Rotorua. Onze chauffeuse bleek de vrouw van een voormalige melkveehouder te zijn, en ze vertelde ons van alles over het landschap buiten Tauranga, waar ze vroeger een boederij hadden voor ze met pensioen gingen. Maar ook daarbuiten wist ze van alles te vertellen, op een aangename kabbelende manier met wat grapjes tussendoor – je bleef ernaar luisteren. Tussen Tauranga en Rotorua was kiwi-land, hier werden kiwi’s gekweekt – zowel de traditionele groene als de wat nieuwere gele. Ze wist er van alles over te vertellen, zo zijn ze ontzettend gezond, maar moet je, als je normaal gezien nooit kiwi’s eet, ze rustig opbouwen en in het begin niet meer dan een halve, en daarna een hele kiwi per dag te eten. Ze kunnen namelijk behoorlijk reinigend op de darmen werken als je er niet aan gewend bent! En inderdaad, Hans en ik besefte onszelf dat we de laatste tijd wel wat meer last van onze darmen hadden gehad – zeker voor Hans is dat uitzonderlijk, en hij kon maar niet bedenken welk voedsel dat kon veroorzaken. De kiwi in onze fruitschaal dus! Weten we dat ook weer... Ook kun je kiwi in dunne plakjes op een taai stukje vlees leggen – maar niet langer dan een half uur anders wordt het vlees pulp – om het mals te maken. Een vreemde vrucht... De kiwi komt van de “Chinese kruisbes”, en oorspronkelijk was hij ook uit die streek en ongeveer zo groot; een Nieuw Zeelandse tuinierder nam de Chinese kruisbes mee en iemand zag er mogelijkheden in en begon hem te cultiveren zodat de vrucht groter zou worden – en op gegeven moment sloeg het zowel op de markt als in de landbouwwereld aan en ging men kiwi’s kweken! In het begin hadden ze ze niet gepatenteerd, dus nu kweekt heel de wereld kiwi’s, maar sinds een tijdje heeft Nieuw Zeeland een eigen merk, Zespri, in het leven geroepen en iedere zespri (ik dacht dat de gele kiwi’s zespri’s heette, maar het is dus het merk van beide) komt gegarandeerd uit Nieuw Zeeland.

We reden dan ook langs veel kiwi-boederijen. Ook weer zo’n weetje, als je een kiwi rijp wilt krijgen moet je hem naast een appel leggen. Daar kwamen kiwi-boeren tot hun frustratie achter toen ze een container met kiwi’s en appels verscheepte, en toen hij aankwam op de plek van bestemming, gevuld bleek te zijn met rot fruit! Als er geen appels in de buurt zijn kan een kiwi in een industriele koelcel op de juiste temperatuur wel tot 10 maanden goed blijven. Ideaal dus voor de export, en dat terwijl het op de fruitschaal zo’n kwetsbare vrucht lijkt! Ook vertelde ze over het landschap waar we doorheen reden, de rivieren, de dorpjes, van alles.

Om 8:45 waren we in Rotorua, en ook hier weer werd er eerst een scenic rondritje gemaakt; als eerste langs een groot stadspark vol rare houten hekjes om perken, in allerlei afmetingen. Schijnbaar bleek dit park ernstig geothermisch te zijn, en voor de veiligheid van voorbijgangers en om niet het stadspark te hoeven sluiten, werd er iedere keer als er weer een nieuw modderpoel, stoomgat of anderssoortige geothermische verzakking ontstond, een hekje omheen geplaatst. Het zag er erg apart uit! En volgens mij was het allemaal erg recent, en in 2014nog niet zo erg, of in ieder geval nog niet zo bekend op internet, want ik had bij de voorbereidingen voor die reis wel over een park met een warm meer, en verder hier en daar wat kleine activiteit gelezen, maar lang niet zo gepokt en gemazeld als dit park was, anders waren we er zeker wel even langsgereden!

Toen reed de bus langs het Rotorua meer, waar ook een beetje stoom afkwam van een bepaalde hoek, en toen rond 9 uur een mooi aangelegd park in met een prachtig nep-Tudor hotel in het midden vol torentjes en houtwerk. Alleen het was afgesloten, want er waren wat verzakkingen vanwege geothermische activiteit. Onze chauffeuse zat vol verhalen van mensen wier voor- of achtertuin (en in een geval, woonkamer!!!) opeens in een kokende modderpoel of heetwater bron veranderde. De golfbaan van Rotorua gaf je strenge instructies om niet je bal achterna te gaan als je hem de bosjes in sloeg – te gevaarlijk! Bizar... In de buurt van het hotel werd een plaspauze gehouden en konden we even naar de oudst-ontdekte heetwaterbron van Rotorua kijken, Rachel Spring.

We vroegen hier de chauffeuse of ze misschien wist hoeveel kilometers we vandaag zouden rijden, en ze zei dat ze haar kilometers noteerde (ze moet ze van te voren “inkopen” omdat de bus diesel is, anders krijgt ze een flinke boete) dus we konden het naderhand wel even vragen, en toen zei ze iets wat klonk als, kijk anders maar op de wieldop... Hé? Er bleek een kilometer-stand op de wieldop te zitten; ze moeten in Nieuw Zeeland rechten op kilometers kopen voor ze ze gereden hebben als ze in een diesel rijden, en daarom zit er een extra kilometer-apparaatje op de wieldop zodat er gemakkelijk bij controles gezien kan worden of ze er nog onder zitten of al overheen zijn gegaan.

Omdat de geplande wc’s in het begin afgesloten waren, en er nog 2 mensen miste rond de tijd dat iedereen terug moest zijn bij de bus, raadde onze chauffeuse ons aan om nog even te gaan plassen (de sleutel van het gebouwtje was inmiddels gevonden) terwijl de ontbrekende 2 gezocht werden. Dus toen waren er 38 kwijt in plaats van 2... Hans greep de gelegenheid, ik bleef in de bus, en omdat ik hem aan het fotograferen was toen hij terugliep stak hij zijn tong uit naar me – nee nee lachte de chauffeuse die het zag, dat mag je alleen doen als je er ook een haka bij doet, de Maori oorlogsdans!

Toen iedereen om 9:35 weer in de bus zat en iedereen naar de wc was geweest die moest gaan, konden we verder. We reden nog een klein beetje rond en om 9:45 waren we bij het Te Puia geothermisch park. Hier kwam een lokale park-gids aan boord om ons te verwelkomen, en hij bracht ons samen met nog wat lokale park-gidsen en de rest van de bussen richting de entree. Ik keek uit nieuwsgierigheid op mijn telefoon en er bleek een goed wifi-netwerk beschikbaar te zijn dus ik kon de mail en dergelijke binnenhalen terwijl we rondliepen.

Onze bus werden door onze aangewezen park-gids als eerste naar het ontuitspreekbare naambordje van het Maori-dorpje dat hier oorspronkelijk lag gebracht. Het dorpje was ontstaan doordat een gemeenschap door een natuur-ramp zonder land waren komen te zitten, en bij hun buren aangeklopt hadden of ze wat konden afstaan aan de overlevenden. Die hadden een braakliggend stuk land vol hete bronnen, minderwaardig land in hun ogen, en dat boden ze aan. De overlevenden maakte er het beste van maar lachen nu denk ik in hun vuistje, want men ontdekte per ongeluk dat een van de bronnen geactiveerd werd als er zeep in gegooid werd (gevangenen die van de lokale gevangenis het veld ingestuurd werden om te werken wilde er hun kleren in wassen), en toen begon geleidelijk aan de kassa te rinkelen omdat mensen dit “natuur”fenomeen wilde zien... Gek genoeg spuit de geiser maar een keer per dag, onafhankelijk van hoe vaak je er zeep in gooit. Het park is nog altijd hun bezit, en wat een geld-machine is het! En zo te zien hebben ze voldoende geld om het goed te onderhouden, het zag er keurig uit allemaal.

Toen onze gids haar praatje gedaan had bij het bord liepen we naar de hoofdattractie van het park, de Pohutu geiser, want die was toevallig net actief aan het spuiten – als ik het goed begrepen heb gooien ze er rond 9:45 zeep in en dan gaat er vanaf een uur of 10 actie komen. We zagen hem in de verte al stomen en spuiten, en liepen langs keurig aangelegde en brede paden er naar toe. We willen hier niet zijn als het hoogseizoen is, het was nu al druk!

Iets na 10 uur waren we bij de poel water, riviertje en geiserplateau waar de Pohutu druk aan het pruttelen en spuiten was. De Strokkur geiser in IJslandwas een natuurlijk spuitende geiser (de oorspronkelijke geiser “Geiser” is letterlijk om zeep geholpen omdat ze hem méér wilde activeren dan hij al deed door er ook zeep in te gooien), en Strokkur bouwde steeds over zo’n 5-15 minuten de druk langzaam op tot er een grote blauwe bel water vormde en je wist dat hij ging spuiten. Deze Pohutu geiser was meer aan het pruttelen en onregelmatig steeds een paar meter de lucht in aan het spuiten, en deed dat schijnbaar een tijdlang achter elkaar, maar dus maar één keer per dag.

Het was wel mooi om te zien en de ligging van de geiser middenin een wit kalkplateau met trapvormige kalkplateaus eromheen, en de stoomwolken waarin de geiser omhuld was gaven het een bijzondere sfeer. Het rook niet zo zwavelig als je zou verwachten, maar we zagen wel hier en daar kleine gele zwavelafzettingen.

We zijn er op ons gemak omheen gelopen, richting de Blueys Pool, een blauwe poel warm water van zo’n 24 graden geloof ik. Als ik het goed begreep, wordt het park na 16 uur ’s middags opengesteld voor de lokale bevolking en komen de kinderen hier graag zwemmen; het is echter niet ongevaarlijk, je moet weten hoe je er naar toe kunt lopen en waar het wel en niet veilig is om te zwemmen, want overal in het landschap zijn onzichtbare hete modderpoelen en/of heetwaterbronnen onder soms hele dunne korsten aarde waar je zo doorheen stapt. En in de warmwaterpoel zelf zijn ook hele hete plekken waar je derdegraads brandwonden kunt krijgen!

Terwijl we wegliepen van het uitzichtspunt over de blauwe poel, zagen Hans en ik een Maori begraafplaats. We liepen weer terug langs het geiserplateau, waar het een stuk drukker was dan zonet toen wij er gestaan hadden.

Vlakbij was een mooie pruttelende modderpoel, met grote bellen modder die regelmatig openspatte. Altijd leuk om naar te kijken! Op de helling vlakbij was een lelijk oud kuurhotel dat gebouwd was vanwege de modderpoel, alleen de poel bleef maar groeien en was inmiddels de constructie van het hotel aan het ondermijnen, dus het hotel was nu gesloten en stond op de nominatie om gesloopt te worden.

Toen liepen we verder door het park richting een gebouwtje voor kiwi-vogels – er waren op het moment twee kiwi-vogels in aan het wonen. Kiwi-vogels zijn volledige nacht-dieren en ze hebben een ongelofelijke scherpe reuk- en tastzin, ze voelen dus al de vibraties van een torretje op 2 centimeter diepte onder de grond... En dus is je enigste echte kans om een kiwi-vogel te zien, in zo’n soort gebouwtje naar ze te kijken. Dit gebouwtje had de nacht en dag omgewisseld, zodat het overdag nacht lijkt en ’s nachts dag lijkt; dat zorgt dat ze overdag actief zouden zijn en gasten ze konden bekijken.

We mochten er absoluut geen foto’s maken want licht verstoorde de vogels, en moesten ook stil zijn (lastig met zo’n grote groep) om ze niet te veel stress te geven. Stapvoets mochten we achter elkaar door het gebouwtje wandelen, wat vastliep omdat de voorste mensen moesten wennen aan de donkerte en naar de vogels zochten, en ze dan uitgebreid gingen bekijken terwijl de rest nog in het gangtje stond te wachten tot ze door konden lopen. Maar uiteindelijk kregen de gidsen er wel wat meer beweging in zodat iedereen én kon lopen én de vogels kon bekijken. Het is een rare vogel, letterlijk en figuurlijk! We zagen er eentje actief, een grote donkere vlek die in het struikgewas rondscharrelde terwijl de ander nog in zijn hok zat.

Om 10:45 was iedereen uit het kiwi-huisje en liepen we naar het volgende punt op het programma; een bezoek aan de pas geopende kunstnijverheid school waar men leert houtsnijden, weven, steen bewerken, en allerlei andere traditionele Maori-kunstvormen.

Hier konden we op ons gemak rondlopen en kijken naar de verschillende kunstvormen – op sommige plekken waren leerlingen bezig met hun projecten en konden we er vanuit een hoger-gelegen balkon op neerkijken. Om 11:15 was iedereen uitgekeken en konden we door.

We waren nog een klein beetje te vroeg voor het volgende onderdeel, een traditionele Maori-welkomstceremonie, dus we moesten nog even 10 minuten rondhangen. Terwijl we stonden te wachten las ik op een informatiebord dat de Polynesiërs niet alleen vanuit Polynesië naar Nieuw Zeeland waren gevaren in hun kano’s, maar ook zulke goede navigeerders waren dat ze weer TERUG naar Polynesië konden varen om daar te vertellen wat voor land ze gevonden hadden, dat wist ik niet!

Om 11:30 kwam er een wat oudere vrouw in traditioneel kostuum uit het replica van een stamhuis met ervoor een marae, een tradtionele ontmoetingsplaats. Deze marae, en het huis, in dit park waren niet écht dus niet verbonden aan de normale Maori-huishoudregels en gebruiken (je mag de marae niet in tenzij je persoonlijk uitgenodigd wordt, schoenen moeten uit, hoed af, geen eten binnenbrengen, enz – eigenlijk gewoon de wat uitgebreidere versie van je voeten vegen voor je binnenkomt, maar dan in de loop der eeuwen sterk geritualiseerd). Maar ze zouden nu voor ons desondanks een traditionele welkomst doen, en hadden daarvoor een “opperhoofd” nodig om ons te vertegenwoordigen; een Nederlandse man die redelijk lang was werd daarvoor aangewezen, en werd beloofd dat hij nauwelijks iets hoefde te doen – alleen een blad oppakken en het opperhoofd een neuskus te geven op het juiste moment.

Er kwamen na een tijdje twee mannen en wat vrouwen naar buiten, in traditionele kledij, en de jonge man rende gedramatiseerd naar “ons” opperhoofd, deed een varenblad neerleggen op het pad, maakte een paar oorlogszuchtige bewegingen en stak zijn tong á la Maori uit, en bleef toen staan wachten. Ondertussen waren de rest woorden aan het scanderen bij het huis. “Ons” opperhoofd werd door de vrouw opgedragen het blad op te pakken, en toen rende de jonge krijger terug naar de oudere man om verslag uit te brengen. De vrouwen begonnen te zingen en te scanderen, en de mannen stonden op het bordes gevaarlijk te kijken, en wij mochten de marae op – we waren nu schijnbaar welkom.

Er werd nog een dansje gedaan, de Maori gingen het huis in, en wij mochten ze volgen. Hans en ik vonden een plek op de voorste rij naast het enigszins beduusde Nederlandse “opperhoofd” en zijn vrouw, en we kregen tussen 11:45 en 12:15 in het rijkelijk versierd huis een show van allerlei traditionele dansen en zingen.

Een paar mannen uit het publiek moesten op gegeven moment mee komen doen aan de haka, de oorlogsdans waarbij je gekke bekken moet trekken om de ander af te schrikken, en als afsluiter was een schijnbaar heel beroemd Maori liefdeslied.

Toen het concert klaar was mochten we plaatsnemen in een loods ernaast, waar we een buffetlunch zouden krijgen. Hans en ik hadden er weinig verwachtingen van, maar het was eigenlijk onverwacht lekker – sommige van de vleesgerechten waren gekookt of gestoomd in de geothermische bronnen, en het was over het algemeen eenvoudig maar smaakvol en goed verzorgd, met een vlees- en warme gerechten counter, een saladescounter, en een toetjescounter. En het toetje was erg lekker, met name de pavlova-taart die bijna volledig uit ongebakken meringue bestond. Met name Hans heeft daarvan gesmuld, ik vond de andere toetjes wat lekkerder.

Om 13 uur waren we klaar, en moesten we door de verplichte winkel lopen onderweg naar buiten voor we weer langs de kassa liepen. Hans en ik waren wel benieuwd naar de prijs van de scheepsexcursie ten opzichte van de entreeprijs, en hebben een foto gemaakt van ons pakket; wij hebben het entreekaartje dat toegang bood aan het geothermisch park, de school, de kiwi’s, de Maori cultuurshow en het Maori buffet (met pavlova taart), en terug aan boord rekende we het om naar ponden. Onze scheepsexcursie was 109 pond voor deze dag, en de entreekaart alleen al kostte omgerekend 91 pond; dat is dus 18 pond over voor 2 uur bushuur om ons er heen en terug te krijgen, de chauffeurs, en een eventueel extraatje voor het schip. Waarschijnlijk zijn deze kaartjes goedkoper voor het schip om te kopen, maar als Hans en ik als individuen deze kaartjes hadden willen kopen, hadden we het zelf niet goedkoper kunnen doen (waarschijnlijk was vervoer voor ons duurder geweest)! Een hele goede eerlijke prijs dus. Onze tafelgenoten en anderen die we over scheepsexcursies spreken zeggen ook dat de excursies op dit schip ongekend goedgeprijsd zijn t.a.v. andere cruisemaatschappijen

We hebben nog even 10 minuten op het parkeerterrein moeten wachten omdat bij een tweede telling er een vrouw bleek te ontbreken – een begeleider van het schip liep gelijk naar de winkel en inderdaad, ze was de tijd uit het oog verloren door alle verleidingen van de winkel. Tja... maar om 13:20 konden we dan eindelijk op pad terug naar het schip!

We reden grotendeels dezelfde weg terug als de heenweg, langs mooie bossen en velden, en onze vrolijke chauffeuse praatte nog wel hoewel ze ons af en toe even 10 minuten met rust liet omdat ze al zo veel verteld had – maar kon het niet laten om bij de volgende heuvel of veld of kiwi-boederij weer iets te gaan vertellen erover!

Rond 14:30 reden we het haventerrein op, en moesten we onze paspoorten ophouden voor de bewaking – hij keek er niet in, alleen even naar alle omhooggehouden paspoort, ok rijd maar door. Hmmm, apart! De chauffeuse noteerde haar kilometerstand en gaf ons het totaal voor vandaag door, 142 kilometer, en toen konden we aan boord.

We hadden geen behoefte om nog te gaan lopen omdat we alles van onze eventuele wandeling vanochtend al gezien hadden tijdens het rondritje, en sowieso ook erg weinig tijd voor een wandeling, want we zouden vandaag om 16 uur al vertrekken. Na 5 minuten wachten in de rij konden we dan aan boord en terug de airco in... Lekker! Onze hapjes waren onverwacht vroeg en toen we om 14:45 onze hut instapte stonden ze er al – ook lekker!

We hebben de middag nog genoten van het uitzicht vanuit ons balkon over de haven. We vertrokken om 16 uur omdat, zo had de chauffeuse tijdens het rijden uitgelegd, de stroming en getij waren hier zo sterk bij hoogwater en laagwater, dat ze gemakkelijk een groter cruiseschip dan ons zouden kunnen omgooien. En inderdaad, vanaf 15:30 begon er een soort run op de uitgang van de haven met een aantal vrachtschepen achter ons die de een na de ander vertrokken richting open zee.

Om 15:55 waren de sleepbootjes in positie om ons los te trekken van de kade, en om 16 uur hadden wij genoeg ruimte om op eigen kracht te varen – er lagen behoorlijke zandbanken vlakbij de vaargeul, die niet zo heel breed leek. 5-10 minuten later leken we al op open zee te zijn, maar was er op de gps te zien dat we nog altijd een bepaalde vaargeul aan het varen waren, met vreemde bochtjes in ogenschijnlijk open zee. Een verraderlijke kust dus, duidelijk! Pas om 16:15 ging de loods van boord.

Tijdens het eten stond er pavlova op het menu – die was voor Hans natuurlijk! Weliswaar niet zo lekker als vanmiddag volgens hem, maar niettemin erg lekker.

We zijn ’s avonds na het eten naar de show gegaan, de Rocky Horror Road Show. Was wel grappig op zich (iedereen lag dubbel van de entertainment-manager die als Frankenfurter optrad met bijbehoorde netkousen), en de zangers en dansers deden weer met veel enthousiasme en energie optreden, maar we vonden sommige van hun andere shows toch mooier. Er was in het programma gewaarschuwd voor explicite inhoud, maar desondanks liep toch een stel halverwege weg. Voor de rest leek iedereen het enorm naar zijn zin te hebben!

Na de show hebben we nog even lekker op dek gestaan genieten voor we koffie en thee gingen drinken in de hut. De Rotorua ervaring was inderdaad niet zo spectaculair, zoals we al gedacht hadden in 2014, maar we zijn toch blij dat we het nu gedaan hebben om het zeker te weten – plus we hebben nu met deze scheepsexcursie ook een aantal Maori-ervaringen meegekregen die we zelf tijdens een rondrit nooit zouden opzoeken. Al met al een prima scheepsexcursie dus!

free counters