Januari 2018: Wereldreis per cruiseschip

HOME
ROUTE
LANDEN
MV COLUMBUS
2021 SLOOP
AAN BOORD
WERELD

Dag 48, Vrijdag 23 februari: Sydney, Australië, 268 km gevaren

Iets voor 7 uur werd Hans wakker en keek zoals hij altijd even doet naar buiten – we waren al bezig op de natuurlijke havenmond van de baai van Sydney te varen! We hebben ons gauw aangekleed en stonden om 7:15 op dek 11 achter om te genieten van de aankomst in Sydney.

Het was een hele mooie aankomst, maar wat is Sydney GROOT! Het stedelijk gebied van Sydney en omliggende buitenwijken omringde de hele baai vol inhammen, ongelofelijk. In de verte was de markante skyline van Sydney al te zien, waaronder de “Sydney Tower Eye”, de ongeveer 300 meter hoge wolkenkrabber waar wij in 2006in geweest waren toen we naar Sydney gingen.

Rond 7:30 werd de Sydney Opera House zichtbaar toen we een bocht maakte om een in de baai uitstekende landtong maakte, en daarachter lag de Harbour Bridge – iconen die mensen over heel de wereld herkennen. De gebouwen doen ons op zich niet zo heel veel, maar deze aanvaart op Sydney in zijn algemeenheid maakte ons wel een beetje emotioneel – hier in Australië, 12 jaar geleden, hebben Hans en ik de beslissing genomen die ervoor gezorgd heeft dat we nu dit doen; werken om te reizen. Ik was pas afgestudeerd en we kende elkaar nog maar pas 9 maanden toen we in het vliegtuig stapte, en hier, terwijl we samen in een kleine camper zonder airco door het heetste van West Australië reden, besloten we dat als we terugkwamen ik niet een succesvolle carriére na zou jagen, maar “gewoon” op zoek naar continu flexibel werk waardoor we altijd te ruimte zouden hebben om te reizen, of het nu 4 keer per jaar 2 weken was, of een keer per jaar 4 maanden, of allebei! En dat heeft ons leven natuurlijk best wel veranderd, en ons veel vrijheid gegeven. Een beetje een emotionele aankomst dus! En tegelijkertijd een mooie aankomst natuurlijk!

Rond 7:45 waren we ter hoogte van de Sydney Opera House, en het centrum van Sydney. Hier is ook de centrale cruise terminal – maar ongeveer 3 jaar geleden hebben ze uitgebreid met een tweede cruise terminal, in onze ogen in een nogal rare plek van de stad, want helemaal uit de route. Er was geeneens een degelijke openbare vervoersaansluiting, en deze tweede terminal lag wel 6-7 kilometer ver van het centrum waar iedereen naar toe wilt. Wij gingen vandaag dus naar die tweede, nieuwe terminal – er lag al een ander cruiseschip bij de “goeie” terminal vlakbij het Operahuis. Het enigste bedrijf dat er op de nieuwe terminal ingespeeld leek te hebben, was de Captain Cook ferrydienst die hier in het havengebied opereert, die had voor 9 AUD enkele reis gelijk een ferrydienst in het leven geroepen van de nieuwe cruise terminal rechtstreeks naar het centrum en terug. Heel slim! Nu stond er gisteravond in ons dagelijkse programma ook dat er een gratis busshuttle zou kunnen zijn van en naar centrum, dat is nog beter!

Een paar minuten later voeren we onder de minstens even iconische Harbour Bridge, met zijn mooie stalen skelet en de niet-functionele stenen torens aan beide kanten – ze zijn niet verbonden met de draagconstructie! Onder een brug doorvaren heeft altijd wel iets speciaals vinden wij.

Achter de brug lag een wijk van oude pakhuizen die nu zo te zien in mooie winkels en woningen veranderd waren, het zag er erg hip en leuk uit, je lag ook letterlijk in de schaduw van de brug. De sleepbootjes die tot nu toe met losse lijnen aan het schip verbonden waren begonnen de lijnen strak te trekken om het schip te kunnen gaan begeleiden, terwijl Hans en ik zochten waar dan de tweede haven wel niet zou zijn – het leek allemaal erg smal voor zo’n cruiseschip als ons!

Het schip begon naar links te draaien, om de kust achter de brug heen, richting de wolkenkrabbers, waar het heel erg smal leek – volgens de kaartjes die we bekeken hadden op internet en die ik in het routeboek had opgenomen moesten we onderhand naar rechts draaien, daar leek ook wel een leuke wijk te liggen zoals ik begrepen had dat vlakbij de terminal was... Maar daar leek het haast nog smaller!

Maar inderdaad, naarmate we stapvoets verder bewogen kwam een ander cruiseschip in beeld om de hoek – we gingen een hele smalle baai indraaien en daar voor “parkeren”, daar moest de terminal zijn! De sleepbootjes zette zich schrap en begonnen te roken, en draaide ons schip haast op zijn as zodat we achterwaarts in konden parkeren – het blijft fascinerend om te kijken naar zoiets!

Het schip werd nu langzaam achterwaarts de kleine haven ingeloodsd, langs knus-uitziende wijken met veel groen, kleine jachthavens en in sommige gevallen, een bootje voor de deur van de huizen – niet slecht! En vast duur... Vlak bij onze cruiseterminal was ook een kleine jachthaven en een opslag voor bootjes – die letterlijk in schappen in een groot pakhuis opgeslagen werden! Zoiets hadden we nog nooit gezien...

Rond 8:15 begon het schip aan te leggen bij de White Bay Cruise Terminal, een ruim opgezette terminal die er erg goed uitzag. Hans en ik hadden het plan vandaag de gratis busshuttle of de betalende ferryshuttle naar het centrum te nemen en daar een door mij uitgezette kleine wandeling te doen, maar we hoefde ons niet te haasten want de Australische douane wilde iedereen persoonlijk zijn paspoort controleren, dus de excursie-mensen zouden prioriteit krijgen – en daarnaast gingen er hier zo’n 400 mensen van boord dus die zouden waarschijnlijk ook wel grotendeels prioriteit krijgen als ze aansluitenden vluchten hadden... Hans en ik hadden niet de illusie dat we voor 10-11 uur van het schip af zouden zijn!

We zijn dus op ons gemak naar onze hut gegaan, hebben ontbeten met fruit, lang gedubd over of we wel of niet sultana-koekjes en limonade mee moesten nemen vanwege de strenge regels van Australië, en uiteindelijk besloten alleen wat industrieel verpakte flesjes water mee te nemen die we gekregen hadden op andere excursies, en verder de rugzak in orde gemaakt en WACHTEN... Zoals we het begrepen hebben, wil de Australische douane nu iedereen aan boord eerst bekijken en zijn paspoort checken, voor er verder iets kan gebeuren – ook als je vandaag eigenlijk niet van boord wilt – en totdat iedereen geweest is, mag er niemand meer terug aan boord. Dus kun je maar beter gelijk richting de stad gaan, want ze zullen niet klaarzijn voor de lunch vermoeden we!


Om 8:30 kondigde de kapitein aan dat we aangekomen waren in Sydney, Australië. Om 9:20 pas kwam er een aankondiging dat de gebruikelijke inspectie van de officiele instanties om het schip vrij te geven nog moest plaatsvinden! Het was duidelijk dat de Australische regeringsinstanties geen enkele haast hadden... Pfffff! Toen werd omgeroepen dat de excursiemensen van boord mochten, en kort daarna de van boord gaande mensen met korte aansluitingen voor hun vluchten. Eindelijk om 10:15 werd er omgeroepen dat individuele reizigers van dek 11 zich nu naar de cruise terminal mochten begeven – wij dus! Hans en ik sprongen op en vertrokken gelijk; de cruiseterminal had slurven die verbonden waren aan een uitgang op dek 5 bij de receptie dus wij gingen daar naar toe, maar er stond een flinke rij in het atrium om van boord te gaan! Oeps. Gelukkig stonden de Zuid-Afrikanen vlakbij, en riepen ons toe dat we gewoon naar voren moesten bewegen, zij stonden allemaal te wachten tot het hun beurt was, vandaar de rij! Jeetje, maar mij leek dat zij specifiek toch al wel van boord konden gaan omdat ze vandaag vertrokken? De rest waren, zagen we nu, inderdaad individuele reizigers van andere verdiepingen die al klaarstonden mocht hun verdieping omgeroepen worden. Als de Zuid-Afrikanen niets hadden gezegd waren we waarschijnlijk gewoon naar het achterste van de rij gelopen, want het was niet duidelijk wat die rij voor was.


Dus Hans en ik liepen langs de rij en konden inderdaad gelijk door. Om 10:20 stapte we de slurf in, liepen de terminal in, roltrap af, en kwamen beneden in de grote terminal in de rij te staan voor de douane. Er waren strikte instructies, geen telefoons gebruiken en geen foto’s maken. Er zaten 4 bemande douane-posten; voor een schip met 1400 passagiers en 600 bemanning, waarbij IEDEREEN (dus ik neem aan ook de bemanning op enig moment) eerst een paspoortcheck moest ondergaan, betekende dat dus gemiddel 500 man per douanebeambte – dit ging een lange dag worden!

Al met al viel het redelijk mee; er werd niet gekeken naar het kopie van het e-visa formulier dat we meegenomen hadden, dat stond waarschijnlijk al in de computer. Er werd niet gekeken of ook maar iets gedaan met het immigratieformulier dat we gisteravond ingevuld hadden, en we kregen ook geen stempel of iets in het paspoort – kost teveel kostbare inkt zeker voor heel zo’n schip. Het paspoort werd alleen gescanned en de in ons geval hele jonge Aziatische douanebeambte keek of hij ons gezicht kon herkennen uit ons paspoort. Dat was het en om 10:45 waren we er doorheen. Het Engels/Amerikaanse stel waar we weleens mee kletsen zitten op dek 5, en vertelde dat zij pas door de douane waren om 12 uur... Pffff!!!

Hans en ik liepen nu richting een serie bussen buiten de terminal, nadat ik al lopend nog even gekeken had of de wifi het deed – geen wifi, helaas. En toch te laat thuis, want er is nu 10 uur verschil dus thuis was het al weer bijna 1 uur ’s nachts. De bus ging bijna gelijk rijden nadat we erin stapte, en na een prima ritje stapte we rond 11 uur uit in het centrum van Sydney, dat ging nu tenminste lekker vlot!

Ik wist ongeveer waar we waren maar wilde even voor de zekerheid controleren precies waar zodat we de juiste weg zouden inlopen. We vroegen het aan de buschauffeur die het idee dat we wilde gaan lopen duidelijk erg raar vond, nog nooit van oorlogsmonumenten gehoord had en ons goedbedoeld een complete uitleg per openbaar vervoer van alle highlights van de stad gaf. Maar we wisten nu in ieder geval waar we waren en konden op pad; mijn geplande wandeling was niet heel erg lang, alles wat we wilde bezoeken lag vlakbij elkaar en we waren er nu eigenlijk met de shuttlebus dichterbij het begin dan dat we in de “goede” haven zouden zijn geweest als we daar aangelegd hadden! Ideaal dus...

Als eerste liepen we naar de cenotaph, maar kwamen onderweg onverwacht nog even langs een indrukwekkend monument voor de Royal Australian Regiment voor alle conflicten NA de Tweede Wereldoorlog, opgericht in 1945 toen ze nog als onderdeel van de Commonwealth vochten en daarna pas een autonome strijdkracht werden, dus even een fotostop natuurlijk! Er was ook een kleine plaquette die de strijdkrachten van dit regiment herdacht die TIJDENS de Tweede Wereldoorlog gesneuveld waren.

De cenotaph, ter nagedachtenis aan de Eerste Wereldoorlog en alle oorlogen daarna, lag midden in een lange autovrije straat, wat natuurlijk lekker wandelen was – wel was het een gigantische windtunnel, we moesten onze petjes af en toe goed vasthouden! Rond 11:20 vonden we de cenotaph, indrukwekkend in zijn eenvoud; een levensgrote bronzen soldaat en marinier die een granieten blok bewaakte. Opgericht in 1928, en tegenover een indrukwekkend groot gebouw vol prachtige versieringen met een groot standbeeld van Koningin Victoria erboven.

Toen we hier uitgekeken waren liepen we door, en het volgende punt op de route was een klein granieten bankje ter nagedachtenis aan de commando’s die gesneuveld waren in de Tweede Wereldoorlog.

Onze route liep toevallig ook nog eens door het oude gedeelte van de stad, dus er waren overal mooie en imposante, of gewoon mooie gebouwen om ons heen. Terwijl we liepen zagen we in de verte al de (neo)gotische torens van een mooie kerk, die ik vermoedde dat ons volgende doel zou zijn.

Maar eerst naar Hyde Park, waar voor het park tegenover elkaar twee grote standbeelden stonden – eentje van Koningin Victoria, en eentje van haar gemaal Prince Albert, die schijnbaar zelfs een bijnaam had, Albert the Good. Wisten we niet!

Het was overigens ontzettend warm en benauwd in de stad, dus het beetje verkoeling dat het park bood was welkom – het was niet eens dat de zon zo schel scheen, maar warm was het wel en zo’n park biedt net wat meer koelte dan de rest van de stad. We hebben even op een bankje gezeten voor we langs de mooie centrale fontein van het park richting de kerk vlakbij liepen, de St. Mary’s Cathedral.

In deze kerk was het karakteristieke standbeeld van een neergeschoten soldaat te vinden; een heel grafisch soort standbeeld dat soms gebruikt wordt om de Eerste Wereldoorlog te herdenken – heel anders dan heroische taferelen, zoiets! Maar de kerk zelf was ook leuk om doorheen te lopen, een heel erg mooi gebouw met mooie houten plafond en mozaiek vloeren, erg mooi! Meestal zijn kerken koel, maar deze was verstikkend warm, dus helaas geen plek om langer in rond te hangen.

Toen we uitgekeken waren in de kerk zijn we rond 12 uur terug naar het park gelopen voor het laatste punt op het programma; het Anzac War Memorial, een schijnbaar erg indrukwekkend monument in Hyde Park dat echter misschien gesloten was vanwege verbouwingen. Maar we waren hier nu toch dus we besloten toch even door het park te wandelen en te kijken hoe het er voor stond.

Onderweg zijn we weer even gestopt bij een bankje dat enigszins in de schaduw was om te genieten van het park en van het mensenkijken. Dit park had geen duiven die aan het scharrelen waren voor restjes bij de mensen, maar ibissen, zoiets heb ik nog nooit gezien! Ze wandelde met hun kale zwarte koppen door het struikgewas op zoek naar insecten en hielden alle kantoormensen die in het park kwamen lunchen in de gaten voor lekkere hapjes, grappig om te zien. We hebben er een kwartiertje gezeten, altijd leuk om mensen te kijken vooral in een grote stad waar echt van alles langsloopt!

Om 12:30 zijn we weer gaan lopen, nu rechtstreeks naar het Anzac War Memorial, dat inderdaad van een afstandje te zien al gesloten was.

Maar het was zo indrukwekkend mooi, dat we desondanks blij waren dat we er naar toe gegaan zijn, zelfs al hebben we het ingetogen interieur niet eens gezien. Het is een prachtig staaltje strakke Art Deco, schijnbaar misschien wel het mooiste Art Deco gebouw in Sydney of zelfs Australië, en de artiest/architect die het ontworpen had, had vernieuwende technieken gebruikt om het te maken, zowel in de constructie, als in het ontwerp; zo waren de markante standbeelden rondom de gevel van gegoten granietpoeder gemaakt, wat ze een zware, rotsblokachtige structuur gaf. Erg apart en mooi!

We zijn er helemaal rondom gelopen en hebben alle foto’s en uitleg op de schutting die de onderkant uit het zicht onttrok gelezen – erg interessant, want ieder standbeeld werd behandeld. Het was echt een prachtig gebouw, wat we ervan konden zien, en mochten we er ooit weer eens komen dan moeten we echt kijken hoe het van binnen was; een van de werklui die we aanspraken bij een poort naar het bouwterrein (waar we ook even een glimp van de trappen opvingen) zei dat het af moest zijn in April; logisch, voor Anzac-day natuurlijk dus. Dat is het nadeel van in de periode 2014-2018 grote, belangrijk oorlogsmonumenten bezoeken – ze worden waarschijnlijk allemaal gerestaureerd. Net zoals Thiepval in het Somme gebied, die stond ook in de steigers toen we daar in november 2015 waren.

Volgens de borden en tekeningen op de schuttingen was men nu de oorspronkelijk door de artiest/architect geplande water-cascade aan het bouwen; hij had die indertijd eind jaren 20, begin jaren 30, toen het monument gebouwd werd, niet kunnen uitvoeren vanwege te weinig geld, en nu voor het 100-jarig jubileum van de oorlog deden ze een moderne versie ervan maken, en zo te zien ook wat algemene restauraties en vernieuwingen van de infrastructuur, en een bezoekerscentrum maken ondergronds. Een flinke klus dus! Hij had de ontwerpwedstrijd gewonnen die uitgeloofd was voor het monument, en er waren over 100 inzendingen geweest – en bij de onthulling ervan in 1934 waren er ruim 100.000 toeschouwers.


In het grasveld vlakbij het monument stond een mooie uitspraak van Kemal Ataturk, die schijnbaar ten tijde van de onthulling van het monument in 1934 gezegd zou hebben dat de “Johnnies” en de “Mehmets” van deze wereld gelijk waren in dat ze voor gelijke rechten gevochten hadden en dus gelijk geeerd en herdacht moesten worden.

We liepen geleidelijk aan rondom de schutting rond het monument, waar naast uitleg over de bouw van het monument ook persoonlijke verhalen van Australische soldaten stonden. Op gegeven moment kwamen we bij een scheepskanon dat ik ook nog op de route had staan – meegenomen als trofee van het Duitse oorlogsschip de Emden toen deze door de HMAS Sydney vernietigd was in november 1914.

Toen we er omheen gelopen waren zijn we terug naar het Anzac War Memorial gelopen om de rest van de schutting af te lopen en alles te lezen en te bekijken terwijl we zo veel mogelijk glimpen van het monument zelf probeerde op te vangen. Op gegeven moment kwamen we bij de voertuig-toegang tot het bouwterrein, aan de achterkant, die net open was geweest – dus gauw even proberen om een foto te maken van het hele monument zonder de massieve schutting erop! Maar de vrouw die het houten hek aan het sluiten was wierp haar hand vakkundig voor mijn camera – geen foto’s, geen foto’s. Hé, wat een onzin! Maar ze sloot resoluut de poort, er mochten geen foto’s van de bouwplaats gemaakt worden. Vanwege dat hier de water-trap zou komen zeker? En ze dat niet wilde verhullen tot het juiste moment? Want je kon echt nergens door de schutting heenkijken, irritant genoeg – ze waren hem aan de voorkant zelfs nog extra aan het afdichten geweest! Of misschien vanwege algemene Australische bouwregels op bouwplaatsen of zo... Ze hebben nogal wat regeltjes namelijk! Ik heb nog even gauw koppig een fotootje door het handvat-gat van de schutting genomen en toen zijn we doorgelopen.

Op een grasveldje bij de schutting zaten mensen in de schaduw te picknicken – de twee mensen die onder foto’s zaten die wij aan het fotograferen waren op de schutting keken naderhand verbaasd omhoog naar datgene waar ze onder zaten – ze hadden er waarschijnlijk nooit zelf naar gekeken. Ibissen liepen tussen de picknickers door, hongerig kijkend iedere keer als een vrouw in een geanimeerd gesprek met een andere vrouw met haar boterham zwaaide. Op de schutting stond aan deze kant dat er tijdens de bouw WEL gewoon toegang tot het monument was, volg de voetgangersbordjes voor de ingang! Dus wij liepen al lezend in de richting van de bordjes, om weer uit te komen bij de voorkant van het monument waar we de bouwvakker hadden aangesproken. Een andere, Oost-Europese, bouwvakker verontschuldigde zich, nee helaas er was geen toegang meer sinds afgelopen november, want ze waren nu aan de trap begonnen, en die bordjes waren oud – pas in april weer, sorry. Jammer!

We waren onderhand helemaal rond, en hadden het monument zo veel mogelijk in ons opgenomen, dus zijn weer terug gaan lopen door het park. Maar eerst besloten we even nog langs een behoorlijk controversieel en in onze ogen misplaatst gekozen monument gelopen vlakbij; een serie gigantische geweerpatronen en hulzen vlakbij het War Memorial, gemaakt door een Aboriginal artiest om ook de gevallen Aboriginals in alle conflicten een monument te geven. Het was geplaatst op Aboriginal-land, en de keuze voor het ontwerp ongetwijfeld goedbedoeld, maar kwam van een afstandje niet over als een monument voor gevallen soldaten, maar als een oorlogzuchtig statement en daardoor zeer ongeschikt om naast zo’n ingetogen en rouwend monument als het Anzac War Memorial te staan. Maar vandaar de controverse dus.

Toen zijn we op ons gemak weer richting ons bankje gelopen, en hebben daar wat gedronken en ibissen en mensen gekeken, en genoten van de rust en groen van het park.

Iets voor 14 uur zijn we weer op pad gegaan, en op ons gemak dezelfde weg terug naar de plek waar de shuttlebus ons zou oppikken. Onderweg keken we nog naar de fontein vol klassieke motieven uit de mythologie, en zagen in de haast onmogelijk te lezen teksten onder het stromend water dat dit misschien ook een oorlogsmonument was, gedoneerd of in ere van een particulier genaamd Archibald – moeten we thuis eens opzoeken, voor het google-lijstje dus! We waren rond 14:15 bij de shuttlebus en hadden onderweg nog gezocht, maar nergens gratis wifi gevonden – helaas...

Rond 14:30 reden we over de Anzac Bridge, een andere markante brug die we vanuit het schip kunnen zien, en spotte de wacht-staande bronzen soldaten die aan iedere kant stonden; mooi! Om 14:45 waren we terug bij het schip, waar er druk bevoorraad werd. Gelukkig stonden er vele pallets van het belangrijkste op de kade, wc-papier! En meerdere pallets aardappelen, een vol pallet uien, en dat was nog maar één leverancier natuurlijk.

De terminal was rustig en we konden zo doorlopen, we hoefde alleen nog maar even onze cruise-kaartjes te laten zien en onze spullen door de scanner te doen in de terminal – waar 10 verveelde beveiligingsbeambtes de twee scanners beheerde.

Eenmaal aan boord hebben we een krantje gehaald en zijn, na het dumpen van onze spullen, om 15 uur nog even op dek gegaan buiten om te kijken; er werd bij ons gebunkerd, het bunkerschip was net klaar toen we kwamen kijken en borg net zijn gigantische stootkussens op voor ze op hun as draaide en wegvoeren; indrukwekkend! Ondertussen vlogen vliegtuigen vlak over ons heen van het vliegveld in de stad. De bemanning had vandaag, zoals altijd, duidelijk weer hard gewerkt – het teakhouten dek was nagelopen voor beschadigingen en gestopt met een soort teer of pek of zoiets, die waren nu veilig afgeplakt aan het drogen.

We hebben vanuit ons balkon nog even naar de bevoorrading gekeken – inmiddels was een vrachtwagenlading chemicalien uitgeladen en klaar om aan boord te komen, en verder leek er een bak levende kreeften aan boord geladen te worden, en stonden er drie pallets met melk klaar en een palletje met allerlei dozen gorgonzola erop, naast zure room en margarine! Hmmmmm, stuur die kaas maar rechtstreeks naar onze hut... Ook voor het schip zelf waren boodschappen gedaan; een pallet verf stond klaar, samen met wat dozen en dergelijke die voor de machinekamer bestemd waren, en nog allerlei andere dozen waar geen duidelijk herkenbaar label op stond. Altijd leuk, zo jammer dat we niet betrokken kunnen zijn bij het reilen en zeilen van het schip!

De hapjes werden verorberd toen ze om 15:30 kwamen, en Hans lag om 17 uur een stevig dutje te doen toen ik voor de zekerheid nog even naar de lokale show ben gegaan. Ik was bewust op dek 8 op het balkon de showlounge ingegaan, want ik had al zo’n vermoeden, en inderdaad, er werd een Aboriginal met een didgeridoo aangekondigd, die ging zitten op een dierenvelletje en didgeridoo ging spelen – ik was binnen 5 minuten weer weg, niet mijn soort muziek!

Het schip was vanmiddag al best leeg – ook de show was niet druk bezocht – omdat veel mensen natuurlijk nog in de stad waren. Onze tafelgenoten waren nog op excursie tijdens het eten dus we zaten alleen, maar bijna alle tafeltjes om ons heen waren sowieso leeg; een welkome rustige eerste zitting voor de obers dus, die eens een keertje rustig aan konden doen.

Hans en ik hebben erg lekker gegeten, en toen we aan onze thee zaten sprak het lezing-echtpaar van wie we de “privé” Nancy Wake lezing gehad hadden ons aan onderweg naar buiten. We raakte aan de praat en besloten om 19:30 nog even naar de Connexions bar te gaan omdat hij ons erg graag een verhaal van de eerste marine-slag van de Eerste Wereldoorlog wilde vertellen, nota bene op het Meer van Malawiwaar we afgelopen zomer geweest waren! Als we dat toch geweten hadden, hadden we zeker het monument op proberen te zoeken, als het niet te ver weggeweest was... Een Duitse en Engelse kapitein waren goede maten en spraken regelmatig af om samen wat te drinken; de Engelse kreeg een telegram dat het oorlog was, en kreeg de opdracht slag te voeren tegen de Duitsers, dus ging op zoek naar ze; de Duitse bemanning had nog nergens weet van en had zelfs hun schip, dat niet eens wapens voerde, op de kant getrokken voor onderhoud. Het Engelse oorlogsschip schoot een waarschuwingsschot zo ver over het Duitse schip heen, dat het ergens in de heuvels erachter verdween, en toen de Duitse kapitein woedend en scheldend naar buiten kwam met worden van deze strekking “are you bloody drunk again?” vertelde de Engelse kapitein somber dat hij onder orders stond en de Duitse bemanning zijn krijgsgevangenen waren. In de krant in Engeland werd het 4 dagen later als een “grote victorie op het meer van Malawi” op de voorpagina uitgesmeerd! Wat een mooi verhaal!


Dag 49, Zaterdag 24 februari: Sydney, Australië , 85 km gevaren

Vandaag hadden we nog een hele dag in Sydney, tot 19 uur vanavond. Ik had van te voren bij onderzoek van het routeboek ontdekt dat er in de dorpsachtige wijk Balmain die grenst aan het White Bay haventerrein, schijnbaar op zaterdag een leuke, gezellige lokale markt zou zijn van van alles en nog wat op het terrein van een van de kerkjes daar. Het was een kleine wandeling van anderhalve kilometer naar die kerk – eigenlijk hemelsbreed 500 meter, maar je moest om een hoge rotswand heenlopen – en volgens een lokaal kaartje dat we gisteren in de cruise terminal opgepikt hadden was er gratis wifi, en zelfs een shuttlebus die via Balmain ging. Hoe en wat precies was niet echt duidelijk, maar gratis wifi is gratis wifi, en we hadden gisteren geen wifi kunnen vinden dus wel behoefte aan contact en teken van het thuisfront. Hoe leuk we het ook hebben op reis, nu ook, toch vinden we het ook fijn om af en toe iets van thuis te horen en met thuis te kunnen delen.


We hebben ons aangekleed – niet te dicht bij het raam, de huizen op de heuvel achter het haventerrein kunnen tenslotte bijna binnenkijken bij ons – en hebben wat water in de rugzak gedaan en zijn op pad gegaan. Om 9:15 liepen we van het schip af, en werden toen we langs de shuttleparkeerplaats liepen nageroepen door de chauffeurs dat de shuttle hier was hoor! Ja weten we, we gaan lopen naar Balmain... Toen liepen we langs de toegang tot de ferryshuttle naar het centrum, zochten we de ferry vroeg de man hoopvol die daar wacht stond? Nee sorry, we gaan lopen naar Balmain. Oh jammer, zag je hem denken – hij heeft niet veel klanten meer denk ik sinds de bus-shuttle dienst loopt! Ook de bewaker aan de grens van het haventerrein keek een beetje vreemd naar ons – dus we vroegen maar gelijk of de weg bij hem de weg naar Balmain was – euh ja hoor, maar dat is een flink eind lopen hoor! Ik geloof dat men in Sydney of Australië in het algemeen niet zo gauw ergens naar toe loopt!

We liepen door rustige woonwijken naar het hart van Balmain, de hoofdwinkelstraat Darling Street waar we al om 9:40 waren. Balmain is een wijk van Sydney, maar was ooit duidelijk een dorp en heeft nog heel sterk dat dorpse karakter behouden, terwijl het toch een heerlijk rustig, maar qua energie bruisend plaatsje is; er liepen veel jonge gezinnen, er waren allerlei winkels en eettentjes, er was veel groen en parkjes en mooie oude huizen – en je bent in het zicht van de Anzac en de Harbour Bridges en een steenworp afstand van het centrum van Sydney! Een mooie wijk!

We liepen naar het St. Andrews kerkje, dat redelijk klein was, en de markt viel tegen; maar zo’n 10 stalletjes, vooral bric a brac en tweedehands spullen, en maar twee stalletjes die hapjes verkochten; alles was slaperig en suf, er was niets aan. Wij hadden begrepen dat het een VEEL groter iets was dan dit van wat er op internet stond! Plus er was geen wifi. We hebben er even rondgelopen, in de kerk gekeken waar een roll of honour hing, en naar de Soldiers Memorial Hall ernaast gelopen maar daar was binnen niets meer behalve een instortend plafond en twee vintage-stalletjes.

Enigszins sjagerijnig zaten we dus al weer om 10 uur op een bankje buiten de kerk, om te kijken of een van de vrije netwerken misschien ook echt vrij was. Maar geen wifi. Uit ellende besloten we om nog even een klein eindje de winkelstraat in te lopen voor we terug naar het schip zouden gaan – dit was geen succes. En amper 3 meter verderop was een bankje met een sticker op de grond: gratis wifi. En inderdaad, we waren gewoon net buiten bereik geweest van het netwerk! We hebben onszelf op het bankje geinstalleerd en hebben tot 12:15 geinternet! Whatsapp (Hans zijn zus werd wakker gepingd door hem, verder sliep iedereen want het was thuis al middernacht geweest toen we eindelijk internet hadden), de mail binnengehaald, mailtjes geschreven, de bank bekeken, de koersen bijwerken... En uiteindelijk kwamen we zelfs aan het google-lijstje toe, met dingen die we op reis tegenkomen en op willen zoeken op momenten dat we geen internet hebben! Het verbaasde ons wel om te beseffen dat een tijdsverschil van 10 uur, wat we nu hebben, veel en veel lastiger is dan een tijdsverschil van 12 uur – want bij die laatste is het 22 uur ’s avonds in Nederland als het bij ons 10 uur ’s ochtends is, en met 10 uur verschil is het thuis al weer middernacht als het bij ons 10 uur ’s ochtends is.

Toen we echt helemaal uitgeinternet waren en niets meer konden verzinnen zijn we om 12:15 – een stuk beter geluimd – door de winkelstraat gaan wandelen. Het was inmiddels lunchtijd aan het worden, er waren allerlei duidelijk populaire eettentjes en goed-uitziende bakkers, het was zaterdag, er liepen veel gezinnen met jonge kinderen rond, veel jonge mensen, hipsters en yuppen en hoe ze ook tegenwoordig genoemd worden, maar ook bejaarden, het was een gezellige dorpssfeer, erg bruisend. De gevels van de huizen waren mooi en fel gekleurd, een hele leuke straat.

Bij de supermarkt stond een Eerste Wereldoorlog monument, kwamen we weer goed weg! We hebben het even uitgebreid bekeken en besloten toen de supermarkt te bezoeken, een Countdown net als in Auckland – dus misschien konden we daar wel onze chipsvoorraad aanvullen. Plus het was vanochtend vreselijk benauwd en warm vanwege mogelijke regen vanmiddag, dus een ijsje zou ook wel lekker zijn. Gek genoeg was het huismerk chips dat we in Auckland gekocht hadden hier niet te vinden, er lagen hier alleen maar A-merken. Maar later realiseerde Hans zich dat het huismerk in Auckland met échte Nieuw Zeelandse aardappelen gemaakt was, dus waarschijnlijk sowieso anders zou zijn in Australië... En dat een Nieuw Zeelandse Countdown niet per se hetzelfde assortiment zou hebben als een Australische Countdown!

We stonden al weer buiten en twee winkels verder toen we ons realiseerde dat we ook een ijsje hadden willen kopen, niet alleen chips! Dus maar weer terug naar de supermarkt en terug naar binnen; er was een hele wand met aanlokkelijke veelverpakkingen ijsjes, maar nergens een bak waar individuele ijsjes verkocht werden, damn! Dus maar weer terug naar buiten, zonder chips en zonder ijsje. Het was nog altijd bloedheet en benauwd, en we liepen langs een ambachtelijke Italiaanse ijsboer, dus besloten daar maar eens voor een ijsje te kijken – we konden met creditcard betalen, en kozen ieder een kuipje met twee bolletjes van de vele heerlijk uitziende smaken. Ze waren inderdaad ook heerlijk, maar smolten weg waar je bijstond dus terwijl we terug naar het schip liepen hebben we ze gauw weggelepeld en het restje opgedronken! Hmmmmm...

Onderweg naar beneden liepen we langs de “Edible Kids Garden” – een tuin met eetbare dingen voor kinderen, maar eigenlijk staat er “eetbare kinderen tuin”; we zouden ze eigenlijk een mailtje moeten sturen met de vraag wat voor smaak kinderen ze hebben! Of waarschijnlijk krijgen ze die vraag regelmatig van andere grappenmakers...

Om 12:55 liepen we weer het terrein van de haven op; dezelfde bewaker zat er nog en keek al op toen hij ons zag – we zwaaide, bedankte nog voor de wandelinstructies (die we verder niet precies gevolgd hebben) en zeiden dat er én goeie wifi was in Balmain, én lekkere ijsjes! Hij moest lachen en wenste ons een fijne dag verder; we zien hem nooit meer maar het kan nooit kwaad om aan je netwerk te werken – en misschien is hij eerder geneigd om de volgende reiziger na ons te helpen doordat wij nog even contact gemaakt hebben naderhand...

We waren een kwartiertje later aan boord, en besloten voor het eerst deze reis eens een keertje een hamburger boven te nemen op dek 12 bij Alfresco Grill bij het zwembad, dan weten we ook hoe dat is! Het waren kleine bescheiden hamburgers die al voorgegaard waren (wel zelfgemaakt door de keuken en niet ingevroren, net als de broodjes die ook zelfgemaakt waren; de keuken van dit schip maakt heel veel zelf hebben we gemerkt), en je kon er kaas, tomaat, sla, warme (voor)gebakken uien en augurk op krijgen, met wat sauzen voor erbij. En ondanks dat de hamburger eigenlijk alleen even een beetje opgewarmd werd, was hij mals, sappig en goed gekruid – erg lekker! We hebben zitten smullen, en waren geneigd om er zo nog eentje te halen, wat we niet gedaan hebben, helaas!

Onderweg terug naar de hut liepen we nogmaals langs het ijsstalletje, waar je tegen betaling (de hamburgers zijn gratis) bolletjes ijs kunt halen. We hadden hem eigenlijk nog nooit bemand gezien, maar nu waren de ijsbakken gevuld en de ijssoorten zagen er niet slecht uit. Bovendien, tot onze verrassing, was de ijscoboer (die zich waarschijnlijk stierlijk verveelde, net als iedereen aan boord want het schip was uitgestorven!) zelf met beslag wafels aan het bakken en aan het oprollen om er hoorntjes van te maken. Weer zoiets wat zelfgemaakt wordt aan boord, dat zou ik niet gedacht hebben! Dat gaan we dus ook zeker eens een keertje uitproberen, het zag er goed uit! We liepen via het speciaal-restaurantje The Grill (dat nu voor deze reis The Taste heet) naar binnen, en zagen onze dinerober achter de lessenaar staan, mocht er iemand 15 pond uit willen geven voor een speciale lunch – die verveelde zich ook denk ik, er waren bijna geen passagiers te vinden aan boord en al zeker niet die daar iets kwamen eten! Hij groette ons lachend en ik zei bloedserieus goh, heb jij misschien een broer die beneden in het restaurant werkt? Wat hij een goeie grap vond en samen met de andere ober die er stond wel om kon lachen.

Rond 13:30 waren we weer in onze hut, waar we even gerust hebben voor we rond 15 uur naar buiten gingen om eens rond te kijken – de skyline van Sydney is namelijk zo markant en herkenbaar, die wilde we nog even in ons opnemen. Vliegtuigen kwamen vlak over ons heen, en het was mooi zonnig maar erg benauwd – in de verte boven Balmain hingen donkere wolken, dat zou weleens regen kunnen worden. We liepen via dek 11 naar dek 14, waar we even rondgewandeld hebben en de bijna lege Dome Observatory instapte om daar eens goed rond te kijken nu het leeg was. Er liepen inmiddels wat meer mensen rond, vooral nieuwe mensen zo te zien aan de manier waarop ze het schip aan het verkennen waren – ze zullen wel gedacht hebben dat wij ook nieuw waren zeker! De Dome is verrassend groot en gezellig ingericht – net als veel openbare plekken van dit schip met huiselijke rustige stoffen en kleuren, lekkere stoelen en zachte stoffering; we snappen best dat dit een populaire plek is om te zitten voor veel mensen.

Om 15:30 kwamen de hapjes, zoals iedere dag (we blijven ons erover verbazen!) en daarna zijn we gaan douchen en ons omkleden om te rusten tot het etenstijd was. Onze tafelgenoten vertelde dat de Amerikaanse man en Filippijnse vrouw, waar we eerst bij aan tafel gezeten hadden een rekening voor de scheepsdokter hadden opgelopen voor 10.000 dollar, zo veel geld dat hun creditcard het niet had gedekt en ze aandelen moesten verkopen ervoor! Wow... En ze had ook gehoord dat de patient die door de helikopter geevacueerd was niet gedekt was geweest voor de evacuatie; jeetje, dat is ook een stevige rekening, zoiets is gigantisch duur! En schijnbaar waren er mensen die als ziekteverzekering enkel de gratis verzekering hadden die ze bij hun credit cards kregen (ik vermoed Amerikanen) – zoiets dekt natuurlijk niks.

We vroegen of we de koffie en thee BIJ het toetje en niet erna konden krijgen, omdat we de afvaart om 19 uur wilde volgen, want onze ober wel een grappig verzoek vond maar voor zorgde, en om 19:05 stonden we buiten op dek 11 en waren we net van de kant aan het wegvaren, wat een timing!

We hebben genoten van de mooie afvaart, die begeleid werd door een prachtige blauwe lucht met plukjes wolken erin en een langzaam ondergaande zon; erg mooi om zo Sydney uit te varen! Ons schip maakte een bocht vlak bij een pier met eettentjes en winkels – het restaurant op de hoek had zijn wanden van glas gemaakt en een bar buiten, om optimaal te kunnen genieten van de cruiseschepen die dus net zoals wij praktisch voor de deur hun draai moesten maken, het zal denk ik best indrukwekkend zijn om daar te eten als zo’n schip zoals wij net langskomt!

De wolkenkrabbers van de skyline van het centrum van Sydney schitterde in de lage zon, en allerlei kleine pleziervaartuigjes lagen te wachten tot wij voorbij waren voor ze zelf verder voeren. Het schip werd begeleid door sleepbootjes, die ons van de kant afgetrokken hadden bij de kade, maar nu enkel met een slappe lijn naar het schip toe meevoeren – al trok de een of de ander zich weleens bij een scherpe bocht strak tegen het schip om schrap te zetten en bij te sturen, het was allemaal best smal en er stond harde wind.

Om 19:30 naderde we de Harbour Bridge, waar mensen net bovenop aan het wandelen waren, in speciale overalls met tuigjes en veiligheidslijnen, pfffff! Ze zwaaide enthousiast naar het schip terwijl we onder de brug door gingen, en een drone van iemand aan land vloog om ons schip heen.

Daarachter vind het Operahuis nog net de laatste sprankjes zon terwijl we er langskwamen, en lag de Queen Mary 2 in de “centrum-haven”. Ik baalde flink toen ik er thuis achterkwam dat we in White Bay haven zouden liggen, zo ver van de stad vandaan, maar de gratis shuttle-service was fantastisch, en we vonden Balmain vandaag zo prettig vertoeven, als we hier OOIT weer een tweede keer een dag doorbrengen gaan we gewoon gelijk daar naar toe. Uiteindelijk pakte White Bay dus prima uit. We raadde onze tafelgenoten vanavond bij het eten ook aan om daar naar toe te gaan – die cruisen veel, dus komen hier misschien nog weleens. Het sprak ze best aan, en het is gewoon een heerlijke rustige plek om een dagje door te brengen, midden in de stad!

Voor ons uit voer de loodsboot als een soort waarschuwing dat we eraan kwamen, en terwijl de zon onder de horizon verdween lieten we het centrum en de brug achter ons en voeren we richting de monding naar de zee toe. Een hele mooie vaartocht! Maar wat is het stedelijke gebied van Sydney gigantisch groot, overal is bebouwing, ongelofelijk!

Het P&O schip de Arcadia lag in het water van de haven voor anker – het leek alsof ze plek hadden gemaakt voor de Queen Mary 2 en er hing nog een tender naast. Bovenop het dek was wat leek op een tennisbaantje en een golf-oefenplek, allebei met netten bedekt natuurlijk. Ongelofelijk, die is wel een stuk duurder denken we!

Om 19:45 gingen we naar binnen, waar we nog een tijdje vanuit ons balkon gekeken hebben terwijl we richting open zee voeren – daar op ons balkon was het een stuk beschutter, buiten achter op dek woeien we soms haast uit onze kleren zo hard woei het! Rond 20 uur voeren we in de schemering langs de kliffen die de monding van de natuurlijke havenbassin vormde, en terwijl het snel donker werd veranderde het schip al gauw koers richting het noorden. We bleven ’s nachts vlak langs de kust varen, op zo’n 50 kilometer afstand ongeveer.


free counters