Januari 2018: Wereldreis per cruiseschip

HOME
ROUTE
LANDEN
MV COLUMBUS
2021 SLOOP
AAN BOORD
WERELD

Vanochtend werden we rond 7:15 wakker en waren al onderweg tussen de eilanden door richting Darwin aan het varen. Maar omdat de loods pas rond 7:30 aan boord zou komen en de aanvaarroute niet zo heel erg spannend was zijn we nog even in bed gekropen. Rond 8 uur hebben we ons aangekleed en zijn op ons balkon gaan kijken terwijl we aanvoeren op Darwin. Het was bloedheet en ontzettend benauwd buiten, zelfs zo vroeg al. Het is nu het regenseizoen in Darwin, en de luchtvochtigheid moet dicht tegen de 100% zijn geweest, pfffff.

Langzaam naderde we de stad, tot we rond 8:30 in de verte de haven zagen waar we zouden aanleggen. Dit was dezelfde haven die in de oorlog gebombardeerd werd, niet omdat hij zo groot of zo was, maar omdat hij strategisch was in de bevoorrading van Darwin en het achterland, en ook wel vaak gebruikt werd door passerende Amerikaanse en andere schepen als tussenstop. Nu leek de haven vooral een plezierfunctie te hebben – later begrepen we ook dat er om de hoek een tweede haven gegraven was, waarschijnlijk na de oorlog, en dat was nu de “werk”haven waarvandaan vissers en parelvissers voeren. Terwijl we aanvoeren vloog er over ons heen een Mustang uit de Tweede Wereldoorlog, replica of origineel, leuk!

Terwijl rond 8:45 begonnen werd met de aanlegmanoevre, reed een hop-on-hop-off bus eerst naar het verkeerde havenhoofd, en toen hij door had dat hij aan de verkeerde kant zat, reed hij om en bleef hij continu rondjes rijden – waarschijnlijk mocht hij niet blijven staan wachten voor het haventerrein. Ook een vuilniswagen was al aan komen rijden – die had ongetwijfeld een afspraak met ons schip! In Darwin gaat de oude kapitein van boord en neemt de nieuwe het daarna over, maar het was duidelijk dat de nieuwe al het commando over genomen had en de oude er alleen nog maar voor het mooi bijstond, want de nieuwe hanteerde de radio en gaf de commando’s tijdens het aanleggen, zoals we goed zagen als ze allebei op het brug-balkon stonden.

Een verzwaarde lijn landde drie keer in het water voor de wachtende kadewerkers die hem moesten vangen, voordat het eindelijk de vierde keer lukte om hem op de kade te gooien. Werd waarschijnlijk niet geholpen door het feit dat de kadewerkers na de eerste nogal genant mislukte poging (de lijn plopte heel zielig al halverwege naar de kade in het water) erg hard moesten lachen en ongetwijfeld dat bewuste bemanningslid deden plagen met flauwe opmerkingen! En dan wordt het steeds lastiger om goed te gooien natuurlijk!

Kwart over 9 waren we aangelegd, werden de lijnen verder strakgetrokken, en kwam een hijskraan met de loopplank aanzetten. Ondertussen werd er over de intercom aangekondigd dat we, zoals steeds in Australië en Nieuw Zeeland, geen eten van boord mochten nemen. Hans en ik besloten maar te gaan lopen, want onze excursie vertrok officieel om 9:30, en beneden in het atrium stond al het halve schip te wachten tot ze van boord mochten. Daar heeft de scheepsleiding niet echt erg in merken we, dat crowdmanagement alleen al gedaan kan worden door duidelijk te communiceren. Want als ze zonet tijdens de aankondiging gezegd hadden dat eerst de mensen met excursie A, dan excursie B en dan de onafhankelijke passagiers van boord mogen, was er nu waarschijnlijk niet zo’n run voor de loopplank! Maar goed, we kwamen er na zo’n 5 minuten wachten op zich wel op tijd af – ook omdat we niet zoals de Engelsen naar de achterkant van de rij gingen maar gewoon geritst hebben omdat er vanuit drie kanten mensen aankwamen op dat ene kleine doorgangetje naar de loopplank...

Ik slik nu al een paar dagen drie keer per dag een hormonenpilletje en er stond op de bijsluiter (die je eigenlijk nooit moet lezen) dat er allerlei bijeffecten van kunnen zijn. Inderdaad, ik merk er een aantal maar de vervelendste vind ik denk ik de vlagen van lichte misselijkheid. En gek genoeg, alleen als we hele lichte beweging hebben – zo ben ik normaal wel gevoelig voor wagenziekte, maar word ik gelukkig op zee alleen een beetje licht misselijk als we langzaam rollen op een specifieke manier en ik een lege maag heb. Maar nu merkte ik het TIJDENS het snorkelen in Cairns, op de ponton daar, en nu vandaag tijdens het laatste stukje van het aanleggen; als er eigenlijk bijna geen beweging is maar schijnbaar dus net genoeg om een gevoel van misselijkheid door die pillen veroorzaakt te kunnen opwekken.


Iets na 9:30 stapte we in onze bus, en 5 minuten later reden we. De eerste twee rijen stoelen waren op zich heel sympatiek gereserveerd voor mensen die slecht ter been waren, maar omdat dat niet helemaal duidelijk was, werden ze vooral een beloning voor de mensen die laat waren, want die konden nu daar gaan zitten omdat iedereen verder heel braaf die stoelen vrij had gehouden.

Onze gids was een vlotsprekende jonge vrouw met hele droge Australische humor, die steeds als vast grapje tussendoor had dat haar vader, die civiele ingenieur was, deze of die weg of brug gebouwd had. Ze praatte heel de rit van ongeveer een uurtje aan elkaar met weetjes, grapjes en informatie over Australië, de Northern Territory (die schijnbaar niet een van de Australische staten is, zoals wij dachten, maar een iets afwijkende regeringsstatus heeft) en Darwin, best goed naar te luisteren. Ondertussen reden we al gauw de niet al te grote stad uit en het platteland in, richting het gebied van Kakadu National Park waar op de Adelaide River de “springende” krokodillen leven, de zoutwater “salties” die niet alleen op zee kunnen leven, maar in mangroves, modderpoelen, rivieren en eigenlijk overal waar water is. En het gevaarlijkste roofdier in Australië en een van de gevaarlijkste roofdieren ter wereld is. Een saltie, hebben wij begrepen, is een van de weinige roofdieren die actief kan jagen op mensen en bijvoorbeeld jou kan liggen opwachten bij een pad waar hij weet dat mensen van en naar water lopen. Maar zoals de lokale gids ook zei, de salties zullen altijd op hun eigen terrein blijven en tja, als jij dan zo dom bent om je op zijn terrein te wagen... In de praktijk zijn er namelijk maar 2 doden door salties per jaar. Dan zijn er meer mensen die sterven door van een stoel te vallen en hun nek te breken...

Om 10:40 waren we bij een van de paar “originele” jumping crocodile cruises – ze noemden zich allemaal de eerste, en de beste natuurlijk! We kregen een geplastificeerde entree-kaart, heel slim, en moesten even wachten tot het 11 uur was maar konden thee en koffie pakken als we wilde. Ondertussen liepen de gidsen met emmers vlees om ze alvast aan boord te brengen.

Om 11 uur stapte we in een enigszins akelig open platte schuit – ik had toch meer een hoge afgesloten boot verwacht, dit leek nog redelijk gemakkelijk voor een krokodil om voeten en vingers dicht bij de rand te pakken te nemen... Maar daarom kregen we dan ook een veiligheidspraatje voor vertrek, en je moest zelfs bij het instappen oppassen want het was weleens voorgekomen dat een saltie vlakbij in het ondiepe water bij de kade lag te wachten op een gemakkelijk hapje! En dit bedrijf had naar eigen zeggen nog nooit iemand verloren aan een saltie, en dat waren ze ook niet van plan. Het advies bij zinken van het schip was half-grappend, half-serieus om de knalrode reddingsvesten aan de ene kant van het schip in het water te gooien, en zelf aan de andere kant in het water te gaan en naar de kant te zwemmen. Want salties zijn schijnbaar gek op de kleur rood en voelen zich daar enorm tot aangetrokken... Oeps! Geen reddingsvest dragen dus, die waren er voor de sier en voor de verzekering die erop stond dat ze ze aan boord hadden... De paar mensen met rode shirt of rode korte broek werden geplaagd door de gids dat ze liefst ver van de rest in het water moesten springen bij een noodgeval, en de sfeer was al gelijk goed. Een saltie is het grootste reptiel ter wereld, en kan 6-7 meter lang worden, met een uitschieter tot 8,3, zoals de ongelofelijk grote nepkrokodil die bij de ingang lag – die was schijnbaar levensgroot, zo groot als de grootste saltie ooit gemeten! Ze kunnen gemakkelijk 80 jaar of ouder worden in het wild, en ouder in gevangenschap... Men denkt wel tot 100 jaar oud, zelfs in het wild. Ongelofelijk!

Om 11:10 vertrokken we ongeveer. Al binnen een paar minuten werd de eerste saltie gespot, die al hongerig naar de boot toekwam. Zoals de kapitein zei, het geluid van de motor van deze boot is voor deze salties net het belletje van de ijscoman... Of hij daarmee de stukjes vlees in de emmer bedoelde, of ons, werd in het midden gelaten! De veiligheid werd overigens erg serieus genomen, en toen er bij de eerste krokodil die we tegenkwamen door een of twee mensen tot twee keer toe opgestaan werd terwijl de kapitein heel duidelijk gezegd had dat er niet gestaan mocht worden zonder zijn toestemming draaide hij steeds de boot weg van de krokodil en stopte de motor tot iedereen weer zat. En dreigde hij, als het nog een keer gebeurde, om de toer te annuleren want zo kon er niet gewerkt worden, het was bloedserieus. Toen kreeg gelukkig iedereen door dat het geen grapje was en OOK voor hen persoonlijk gold, en bleef iedereen zitten. De eerste krokodil kreeg niets en we gingen door naar de volgende.

De volgende krokodil was al vlakbij – ze zijn erg territoriaal schijnbaar, en voor de onderzoekers dus gemakkelijk terug te vinden want ze kunnen dus bij wijze van spreken jarenlang in dezelfde bocht van een rivier verblijven. Deze krokodil was een joekel van 6 meter lang, ongeveer 80 jaar oud en “Stumpie” genaamd omdat hij al jarenlang één poot miste, maar inmiddels schijnbaar 3 poten miste omdat hij vorig jaar in een gevecht nog eens twee kwijt geraakt was. Dat gevecht werd door de kapitein als een smeuige liefdesdriehoek verteld, want Stumpie had, ondanks zijn hoge leeftijd, een vriendinnetje van in de 20, “Sweetie”, en “Trevor”, een jongere krokodil dan Stumpie had wel een oogje op Sweetie dus probeerde haar aan de haak te slaan, wat Stumpie niet zinde. Trevor en Stumpie vochten, Stumpie verloor twee poten maar Trevor droop af en Stumpie heeft nog altijd Sweetie... Wat een liefdesperikelen in de saltie-wereld!

Stumpie kwam dicht bij de boot waardoor je goed kon zien dat het een indrukwekkende oude baas was, maar hij had duidelijk geen zin om moeite te doen voor het vlees, dus na wat zinloos klappen op het water met de waterbuffet-spareribs besloten ze door te varen, en zochten de inderdaad veel jonger uitziende Trevor, die “maar” zo’n 4 meter lang was, op in de volgende bocht van de rivier.

Trevor had wel zin in vlees, maar geen zin om te springen, en was meer van de verrassingsaanval; hij bleef onderwater loeren op het stuk vlees en cirkelde om ons en de boot heen waardoor de gidsen hem uit het oog verloren en de vrouw die stond te hengelen op een klein platformpje opeens haar armen binnenboord trok met een kreetje – hij zwom net precies onder haar! Maar hij had alleen oog voor het vlees en hap, opeens hing hij aan de hengel! Je hoorde zijn kaken op de botten knarsen terwijl hij probeerde het vlees los te trekken van de hengel, en de vrouw probeerde haar hengel niet kwijt te raken, en na een paar keer flink met zijn kop schudden kwam eindelijk het vlees los en kon Trevor van zijn hapje genieten...

Trevor was wel redelijk actief leek het, dus de vrouw hing een nieuw stukje vlees aan haar hengel en probeerde hem nu zo ver te krijgen dat hij uit het water zou komen. En dat lukte opeens, ze schrok er zelf haast van want krokodillen kunnen 47 keer sneller reageren dan mensen, en hij sprong opeens op haar vlees af maar zij trok de hengel instinctief omhoog en hij ging erachter aan, en kwam tot halvewege zijn buik uit het water. Wauw! Indrukwekkend! De boot doet afwisselen zodat beide kanten kunnen zien, dus de kapitein draaide de boot rond en wij konden even van het uitzicht genieten en het geluid van Trevor’s dichtklappende kaken terwijl ze hem aan de andere kant voor de rest van de groep probeerde uit het water te lokken. Toen Trevor genoeg had gehad zijn we doorgevaren.

In de volgende bocht van de rivier kwam een formidabele krokodil geinteresseerd aanzwemmen – “Casanova”, ook minstens 80 jaar oud en wel 6-7 meter lang. Iemand vroeg het verschil tussen aligatoren en krokodillen, en de kapitein zei lachend dat, nou ja, een aligator is Justin Bieber (de tienerpopster en een zacht, zeiig jongentje om te zien) en een krokodil, met name een saltie, is eerder Arnold Swarzennegger... En inderdaad, Casanova was een indrukwekkende jongen!

Wij moesten even wachten terwijl Casanova eerst aan de andere kant van de boot gevoerd werd, en toen waren wij aan de beurt – je voelde echt dat deze beesten op je zaten te loeren, en een van de redenen dat niemand zonder toestemming mag gaan staan, is dat als jij boven de reling hangt zo’n knaap als dit in een oogwenk je arm of been kan grijpen en je overboord trekken. Je zag dan ook dat de vrouw heel voorzichtig was als ze stond te hengelen. Als er gehengeld wordt, mocht de tweede rij aan de kant van het hengelen gaan staan zodat ze over de eerste rij konden kijken, maar alleen als de kapitein het zei.

Casanova loerde en cirkelde terwijl het vlees aan de haak werd gehangen – er zit een mechanisme in dat maakt dat de krokodil flink moet trekken om het vlees los te krijgen, maar dat het wel op gegeven moment met de juiste kracht losschiet. En schijnbaar doen de gidsen ze zo veel “plagen” (daar lijkt het tenminste op), steeds de hengel wegrukken voor de krokodil het vlees kan grijpen, niet zozeer voor ons amusement, maar vooral om de krokodil een beetje energie te laten verbranden – en het vlees is waterbuffelvlees, met veel bot dus weinig voedzaam, want krokodillen hebben eigenlijk maar één goede grote maaltijd per jaar nodig en kunnen een jaar zonder eten, dus als ze 4 keer per dag met hun schuit krokodillen willen laten springen moeten ze wel zorgen dat ze niet te goed gevoerd worden! Plus de saltie is beschermd, dus er zijn strenge regels om, onder andere, de dieren niet te afhankelijk te maken van dit soort hapjes. Je zag nu al dat sommige krokodillen weinig interesse hadden als ze er veel moeite voor moesten doen.

Maar Casanova had wel zin in een hapje (vrouw of vlees) en bleef in de buurt, en liet zich niet gek maken zelfs als de vrouw het vlees letterlijk op zijn snuit liet tikken. Hij hapte er een paar keer naar met zo’n kracht dat je een knal hoorde – de luchtdruk in zijn kaken – maar ze was hem steeds net te snel af, ongelofelijk genoeg. Ze hing het een hele tijd vlak boven zijn neus en opeens hapte hij – hij sprong niet, maar sloeg met zijn staart en lichtte de voorkant van zijn lichaam uit het water, wat een kracht! Maar hij miste het vlees net, tot bij de volgende aanval zijn kaken weer zo hard dichtklapte dat een van de drie stukjes vlees losvloog.

De vrouw bleef het vlees nog een minuut of wat voor hem bungelen tot hij uiteindelijk zijn indrukwekkende bek opende met een houding van “gooi het er maar in” – en toen ze het vlees boven zijn bek bungelde klapte zijn gigantische kaken keihard dicht en hebbes! Er werd een nieuw stuk vlees aan de hengel gehangen en Casanova kreeg nog een hapje aangeboden aan onze kant voor de boot werd gedraaid en de andere kant nog de kans kreeg om Casanova van dichtbij te bekijken. Ondertussen waren een paar lenige roofvogels, “kites” aangekomen, die probeerde de stukjes vlees voor de neus van Casanova van het wateroppervlak weg te kapen – dapper!

Toen was het onderhand tijd om terug te varen, en terwijl we met redelijke snelheid terugvoeren deed de vrouw kleine stukjes vlees in haar vingers houden en buiten de boot gooien voor de kites – die zo snel waren dat ze het vlees vaak pakte voor het het water raakte. Dat moest denk ik ook wel, want wij hebben maar een paar krokodillen gezien, maar er zaten in de Adelaide River waar we op voeren schijnbaar wel zo’n 2000 volwassen dieren... Wie weet dus hoeveel we langsgevaren zijn die we niet gezien hebben!

Onderweg terug naar de kade vertelde de kapitein waarom Casanova zo’n romatische naam had; schijnbaar hadden ze een tijdje geleden een jong meisje aangenomen met vuurrood haar. En de krokodil die toen nog niet Casanova heette kwam volledig uit het water toen ze met een stuk vlees stond te hengelen – dus tot op ooghoogte, en zijn kaken gingen op haar hoofd af, niet op het vlees!! Haar collega’s zeiden lachend (achteraf, toen het goed was afgelopen en iedereen van de schrik was bekomen) dat hij haar als mooie jonge roodharige gewoon een kusje op de wang wilde geven, en sindsdien gaat hij als Casanova door het leven – en laten ze niemand meer met rood haar hengelen...


We waren om 12:25 terug bij de kade en hebben even in het winkeltje rondgekeken en de nepkrokodil gefotografeerd voor we terug in de bus stapte naar de “Window on the Wetlands”. Schijnbaar had dit stukje rivierbedding nog geen 3 weken geleden ruim een meter onder water gestaan, wow!

Window on the Wetlands is een soort gemeenschapsproject, door de regering gefinancieerd en door de lokale Aboriginalbevolking beheerd, en dit moest een soort informatiecentrum zijn over de natuur van dit gebied en hoe de Aboriginals hier samen met de natuur leven. Er was ook een uitzichtsplatform over de omgeving. Het leek eigenlijk allemaal redelijk nieuw en nog niet echt van de grond gekomen qua tentoonstelling. Na hier een tijdje rondgelopen te hebben konden we weer terug in de bussen met heerlijke airconditioning en reden we terug naar Darwin.

Onderweg terug werd de lucht gitzwart en kwamen we in een tropische hoosbui terecht, waar we letterlijk in, en weer uit reden – het asfalt aan beide kanten bleef gewoon droog! Gelukkig maar, want wij waren bang dat de bui ook boven Darwin zelf hing, maar daar was het gelukkig om te beginnen droog.

We lieten de bus ons rond 14 uur afzetten in het centrum, bij de shopping mall, want daar zou wifi moeten zijn. Inderdaad, terwijl we er naar toe liepen zagen we van een afstandje al een hoop bemanningsleden en passagiers in de karakteristieke pose op bankjes, stoeprandjes en langs een fontein zitten internetten. Wij dus ook natuurlijk! We zijn op de rand van een fontein onder een afdakje tegen de plensbuien die af en toe langskwamen gaan zitten internetten. Helaas was het thuis inmiddels pas 5:45 en kregen we niemand op whatsapp te pakken behalve Hans een vriendin die sowieso vaak al vroeg op is (hoewel nu misschien door hem wakker gepingd...).

Toen we uitgeinternet waren zijn we door de mall gelopen richting een supermarkt die we wisten dat daarachter moest liggen. Al gauw zag Hans inderdaad het logo van Countdown, en we hebben er even rondgelopen – heerlijk, die airco! De luchtvochtigheid was schijnbaar 95% en de temperatuur “maar” 31 graden, maar door de luchtvochtigheid voelde het als 45. Het zoog de energie uit ons lijf en we waren als we op straat liepen constant aan het zweten, vreselijk. Het parkeerterrein van de Countdown had overdekte parkeerplaatsen met zeilen tegen de zon, want ook nu met het bewolkte weer voelde je de kracht van de zon. We hebben 6 zakken chips gekocht, want dit is ver de laatste kans tot Griekenland voor “Westerse” chips, en een zakje keelsnoepjes, en toen was het weer terug de hitte in.

Ons volgende doen was het Bicentennial Park, een langgerekt park langs de kust van Darwin vlakbij de hoofdstraat waar we nu liepen. We waren er zo, alleen ik wist niet precies op welke hoogte we waren, want we wilde eerst naar het verste monument lopen, en dan van daaruit teruglopen naar het schip. En het was inmiddels al 15:15 en nog altijd bloedheet, dus we wilde graag zo efficient mogelijk rondlopen!

Er liepen twee oudere mannen ons tegemoet en Hans vroeg dus aan ze of ze wisten waar het monument voor het Amerikaanse schip was, de USS Peary. De mannen hadden duidelijk geen idee welk monument we bedoelde, maar deden hun best ons te helpen – en we denken dat ze nu de volgende keer dat ze door het park lopen waarschijnlijk ook gaan zoeken naar dat monument! Er was vlakbij waar we stonden een monument, dus daar liepen we als eerste naar toe; het bleek een monument te zijn ter nagedachtenis aan het 100-jarig jubileum van het einde van een belangrijke expeditie die een avonturier uit Duitsland in 1845 geleid had; 4800 kilometer lang, van Brisbane naar Darwin kriskras door Arnhemland.

In de volgende inham vonden we wat we zochten; drie vlaggenmasten, een scheepskanon en een plaquette – dit moest het zijn. Inderdaad, hier was het monument voor de USS Peary, gebombardeerd in de aanval van de Japanners op Darwin en dapper vechtend en schietend tot het einde. De bomen van het park vormde hier een opening die uitkeek op zee, waar het wrak van de USS Peary nog altijd lag voor de kust. Het kanon kwam van het schip en was opgedoken door een duiker vlak na de oorlog en hier als monument geplaatst voor het onzichtbare zeemansgraf. Hoewel ik begrepen heb dat bij uitzonderlijk laag getij weleens een stukje van het schip boven de modder van de zeebodem uit kan steken. Vlakbij was een plaquette voor een Amerikaanse piloot die tot de dood heeft gevochten om een konvooi te beschermen voor een Japanse aanval op zee, een paar dagen voor ze de haven van Darwin aanvielen.

We hebben de monumenten goed bekeken voor we doorgingen – je toont vind ik als je zo bij zo’n monument rondloopt en kijkt en leest op een bepaalde manier ook je respect voor de geschiedenis en de mensen daarin. Dat is een van de redenen dat we het zo graag doen; het is (als het een gepland bezoek is) een speurtocht, en bevredigend als je datgene vindt wat je van te voren op internet uitgezocht hebt, soms precies zoals je gedacht had, soms heel anders. En ter plekke (ook bij de toevallig onderweg gevonden monumenten) is het even stilstaan bij een klein stukje geschiedenis en de grote of kleine gevolgen daarvan. Obama is in 2011 hier op bezoek geweest en heeft dit monument bezocht. Dat zal de kleine stad Darwin wel op zijn kop gezet hebben, zo’n belangrijke bezoeker!


Dit was het verste punt van ons programma en ook ver van het park zelf. Vlakbij was een speeltuin onder de bomen en gespannen zeilen tegen de zon, waar kinderen en hun ouders samen aan het spelen waren. We zijn in de verstikkende warmte en luchtvochtigheid nu terug gaan lopen in de richting van het schip, op zoek naar de andere monumenten in het park.

Op gegeven moment kwamen we bij het stukje van het park dat tegenwoordig de Anzac centenary memorial garden heette. Hier vonden we allerlei monumenten, zoals een monument voor de Australische krijgsgevangenen in dit deel van de wereld, die door de Japanners gevangen genomen werden en in de regio – onder andere Changi, in Singapore – gehouden werden.

Vlakbij was de Cenotaph – oorspronkelijk gemaakt ter nagedachtenis aan de Eerste Wereldoorlog, maar later aangepast om ook de Tweede Wereldoorlog te herdenken, zoals zo vaak gedaan werd met Eerste Wereldoorlog monumenten. Deze stond oorspronkelijk bij het huis van de gouveneur, is toen verplaatst naar een andere plek, en in 1992 naar deze plaats verplaatst, die symbool staat voor beide wereldoorlogen. Want dit is het laatste stukje thuisland dat de soldaten zagen als ze in de schepen richting Europa voeren voor de Eerste Wereldoorlog, het kijkt uit over de haven waar de eerste aanval was van de Japanners op Australische bodem, en het is de plek waar het luchtafweergeschut opgesteld stond – vlakbij de cenotaph stond zelfs nog een stenen pilon die een van de wapens markeerde.

We hebben rond de cenotaph gekeken en werden aangesproken door een jonge Australische man die vroeg of we een foto van hem wilde maken bij het monument – hij werkte hier tijdelijk, en had al een foto van zichzelf erbij laten nemen door iemand anders, maar besefte zich toen zij al weg waren dat hij met petje op erbij had gestaan, en vond dat weinig respectvol van zichzelf. Dus hij wilde een tweede poging doen zonder petje!


Vlakbij de cenotaph was een verzameling bronzen plaquettes in het pad gemetseld, ook met uitzicht op de haven (en ons schip), van allerlei militaire en civiele instanties die al dan niet rechtstreeks betrokken waren bij de verdediging van Darwin, de redding van slachtoffers of de heropbouw, en hier hun plaquette hadden neergelegd ter nagedachtenis. In de bosjes erachter leek zelfs nog een stukje beton te liggen dat van het luchtafweergeschut moet zijn geweest, dit was echt precies de plek waar ze stonden namelijk.

Bij de ingang van het park was een speciale poort aangelegd ter nagedachtenis aan alle families die beinvloed waren geweest door het bombardement. Het was onderhand 16 uur en we zijn via nog wat andere monumenten gelopen naar het einde van het park waar er een lange trap was naar beneden om om een kleine klif heen te lopen.

De stenen trap was erg mooi en sfeervol midden in een mini-regenwoudje dat ontstaan was in de bocht van de weg tegen de rotswand aan; donker, vol grote bomen, lianen en bamboe, en best steil omlaag. Goed te doen als je liep, maar er waren twee joggers die constant omhoog en omlaag rende, pfffff! En dat in deze hitte...

Eenmaal beneden vonden we al gauw de weg naar het schip, dat in de verte lag; het was niet zo ver meer lopen maar door de luchtvochtigheid en warmte voelde alles dubbel zo zwaar; wat een luxe dus dat een van de shuttlebusjes die tussen de stad en de haven pendelen (niet eens de shuttlebus van ons schip, maar eentje van het winkelcentrum in de stad!) stopte naast ons en vroeg of we een lift wilde voor de laatste paar honderd meter? Jazeker, daar zeggen we geen nee tegen – en de airco bleek ook nog eens heerlijk hard te loeien! De chauffeur had net voor ons ook een ander dankbaar echtpaar opgeraapt van straat en bracht ons in een minuutje of wat naar de terminal, wat een service!

Rond 16:15 waren we door de bewaking en konden we weer aan boord stappen – de loopplank was verplaatst, vanochtend waren we op dek 5 via een enkele loopplank naar buiten gegaan, nu moesten we via een hele constructie omhoog lopen naar dek 7. Maar dat komt omdat Darwin schijnbaar hele hoge getijverschillen heeft, van wel 7-8 meter! En inderdaad, toen we later om 17:45 naar het eten liepen via dek 5 was de loopplank weer daar!

Hans en ik zijn om 16:30 doorweekt van het zweet in onze hut aangekomen, hebben flink gedronken, de hapjes opgepeuzeld, en gelijk gaan douchen om weer een beetje op te knappen. We hadden vandaag wel af en toe een beetje gedronken, maar hebben nu allebei flink bijgetankt want we waren veel vocht kwijtgeraakt vandaag!

Tijdens het eten vertelde onze tafelgenoten die een andere excursie hadden gedaan dan wij dat zij een mooi verhaal hadden over het bezoek van Obama; de (vele) lijfwachten van Obama dragen normaal gezien altijd zwarte jasje-dasje, met witte sokken en zwarte schoenen – en waarschijnlijk zwarte zonnenbrillen. In Australië, zeker hier in het noorden, kleedt men zich een stuk meer casual. Ze vielen dus vreselijk op – een lokale adviseur raadde ze aan om zich wat meer aan te passen naar de lokale mode zodat ze iets minder opvallend zouden zijn, en dat advies hebben ze ter harte genomen. Alle lijfwachten droegen dus korte broeken en shirts, net als de locals, en hadden er zelfs aan gedacht om niet allemaal dezelfde kleur shirt te dragen... Alleen bleken ze allemaal nog wel hun witte sokken en zwarte schoenen aan te hebben gehouden!!! Missie dus niet helemaal geslaagd, ze vielen nog altijd erg op, tot hilariteit van de lokale bevolking die het verhaal duidelijk nog altijd graag vertelt...

Onze hulpober was wel vrolijk vandaag, want Darwin had goede wifi – maar hij had vooral lekker gevoetbald. Later sprak ik onze kamersteward, die voetbalgek is, en ik maakte de fout om te vragen of hij aan land was gegaan... Ik kreeg een stortvloed over me heen over dat er een of ander bemannings voetbaltoernament was (ah, daar was onze hulpober natuurlijk naar toe geweest), een ochtend- en een middagploeg. En hij had zich opgegeven voor de middagploeg, ze waren verteld dat het vlakbij het schip was, maar een paar honderd meter, maar zijn groep – waarschijnlijk zo’n 27 man want totaal hadden er wel 54 zich aangemeld voor de dag – was hulpeloos verdwaald geraakt, had de weg aan Australiers gevraagd maar niemand wist waar ze moesten zijn. Dus hij had alleen 3-4 kilometer in de gloeiende hitte gelopen en niet gevoetbald, maar ach, hij had in ieder geval even een frisse neus gehaald zei hij... Ik heb maar niet gezegd dat de hulpober wel lekker gevoetbald had!

Vannacht moet de klok weer een half uurtje terug dit keer – we hebben ook vandaag weer geen briefje gehad om de klok terug te zetten, typisch.

free counters