Januari 2018: Wereldreis per cruiseschip

HOME
ROUTE
LANDEN
MV COLUMBUS
2021 SLOOP
AAN BOORD
WERELD

We hadden voor Ko Samui geen excursie geboekt want er was geen geweest die ons echt aansprak. Ko Samui is de laatste geplande tenderhaven van deze reis, en ik heb altijd wel genoten van tenderhavens maar ben ze op deze reis een beetje gaan haten, helaas. We zouden voor anker gaan vóór, en gebracht worden met de tender naar het stadje Nathon aan de westkant van het eiland. Nathon is een administratief centrum voor het eiland en schijnbaar verfrissend NIET-toeristisch, in tegenstelling tot de rest van het eiland, maar het is een klein stadje en er valt niet heel veel te doen behalve een beetje rondlopen. Hans en ik hadden dus geen haast vandaag en zijn vanochtend op ons gemak opgestaan om af te wachten tot de kuddes van de excursies wat minder zouden worden en we met onze prioriteit-tendertickets konden proberen aan land te gaan.


Tot onze verrassing riep de cruise director op gegeven moment om via de intercom dat, nadat de laatste excursie in de tender gestapt was (overigens werd de tenderdienst vandaag vanwege lokale regelementen door een Thaais bedrijf gerund en niet de reddingsboten van het schip zelf), de prioriteitstickets rond ongeveer 9:25 aan de beurt zouden zijn, en daarna begonnen worden met de reguliere “letter” tendertickets. Jeetje, dat is voor het eerst dat dat genoemd worden! Mooi zo... Dus Hans en ik zijn rond 9:15 even naar het achterdek op 11 gegaan om wat foto’s te maken, en toen naar beneden naar dek 5 om te wachten tot de prioriteitstickets aan de beurt waren. Toen we onze deur opentrokken zat er een brief in de deurklink; dat er geen Indiaas visum in ons paspoort was gevonden en of we de receptie even wilde laten weten of we van plan waren om aan boord te blijven of misschien een e-visum hadden. Zucht. We hebben op verzoek van de maatschappij voor vertrek een email gestuurd dat we ervoor kozen om aan boord te blijven, en bij het in Amsterdam aan boord gaan hebben we het nog een keer aangegeven. Straks dus maar weer eens langs de receptie lopen...

Om 9:20 werd aangekondigd dat we konden gaan – de medewerker die de trap bewaakte keek wel met een scheef oog naar ons of we werkelijk prioriteitstickets hadden – en zijn we naar dek 4 gegaan waar we in een mooie grote houten overdekte boot konden stappen. Bemanningsleden die vroeg vrij waren stonden er ook al, klaar om een ochtendje te genieten van zon, zee en strand. Om 9:30 gingen we varen en, na een paar mooie achteruit-kijkjes naar het schip op de spiegelgladde zee voor anker, kwamen we iets voor 10 uur aan bij een van de drie kades van Nathon. Achter ons kwam ook net een van de ferries tussen hier en de buureilanden al de haven in. Het stond er bij de landingsplaats, die gedeeltelijk afgezet was en een overkapping had tegen de zon, al helemaal vol met mensen met grote gelamineerde kaarten van het eiland. Ook stond er een altaartje met een mooi bloemstuk en wat fruitoffers, leuk!

De mensen bij het hek zwaaide bij het langslopen met hun kaarten en boden taxi-ritten, excursies en rondleidingen van het eiland aan. Veel taxichauffeurs stonden met “officiele” borden met prijslijsten van minimaal 25 euro (of meer!) tot wel 80-100 euro voor verschillende lengte ritjes naar populaire attracties rondom het eiland; wij hadden van te voren gelezen dat in werkelijkheid zo’n ritje maar een paar euro’s zou moeten kosten voor de kortste afstand en een paar tientjes voor de langste, maar dat chauffeurs graag deze tactiek gebruikte omdat de meeste toeristen erin trappen. Als je de taxichauffeurs ermee confronteert zouden schijnbaar al gauw de echte prijzen op tafel komen, hoewel wij denken dat dat alleen geldt als je er alleen reist en niet samen met een half schip aan land komt – dan kunnen ze voor jou tien anderen vinden die wel bereid zijn om hun hoge prijs te betalen! Voorbij de eerste drukte aan mensen stonden individuele taxichauffeurs over de hele lengte van de pier geparkeerd en vroegen ook of we ritjes wilde – hun tactiek was natuurlijk die mensen te strikken die snel snel snel voorbij de drukke menigte gelopen waren om te beseffen dat ze eigenlijk wel een taxi wilde. Klandizie genoeg voor iedereen waarschijnlijk vandaag! Ook de ijscoboer kwam aangereden; heel slim, het was al weer gloeiend warm en vochtig, en nog maar 10 uur ’s ochtends...

Wij liepen echter door, de pier af; ons plan was om door het stadje te lopen (twee lange parallele straten langs de kust en wat zijweggetjes, en dat was het wel), en de supermarkt en winkelcentrum zoeken die we op internet gevonden hadden, en verder gewoon zien wat we tegenkwamen.

We liepen voorbij de eerste hoofdstraat naar de tweede hoofdstraat, langs een winkel met een heel rek vol allerlei kleuren knotsgekke slippers in de vorm van een vis; zoiets hebben we nog nooit gezien, ze lijken ons bijzonder oncomfortabel maar we waren haast geneigd om er een paar van te kopen omdat ze zo gek waren!

Op de tweede hoofdstraat hebben we gekeken naar een wit, zilveren en gouden altaar en wat leek op een standbeeld van de vorige koning bij een overheidsgebouw voor we linksaf sloegen en de straat afgewandeld zijn, winkels, mensen en huizen kijkend. Bijna ieder gebouw had wel een of andere vorm van altaartje; of het nu een uitgebreid ding van hout en gips was in felle kleuren of wit en goud geschilderd, een standaard en duidelijk massageproduceerd model “brievenbus”altaar (ik vond het net brievenbussen lijken), een zelfgemaakt model, of zelfs enkel een paar kleine schaaltjes drinken, wierrook en eten op een hoekje van het erf. Als je goed keek zag je er overal wel eentje, in allerlei vormen.

We kwamen al gauw in minder bebouwd gebied, en kwamen langs een stalletje met bananen te koop, maar ook de toppen van de bananenbloemen; ik heb geen idee wat men daarmee doet, misschien opeten? We hadden in ieder geval nog nooit zoiets gezien. Er zou ergens een markt moeten zijn in het stadje, en we dachten die op gegeven moment gevonden te hebben maar het bleek gewoon een wijdopgezette Winkel van Sinkel in een soort loods van golfplaat te zijn. Er stond een gedeelte vol stenen en aardewerken vijzels, vuurkorven in zinken emmers gemaakt en dikke platen hout, ik vermoed snijplanken. En voor de rest allerlei plastic keukengerei, kleren, vaasjes, van alles! Verderop stond in een werkplaats een eindje van de weg vandaan een man grote blokken ijs fijn te hakken, en waren er allerlei eetstalletjes. Altijd leuk! De meeste winkeliers trokken een glimlach als ze zagen dat ik hun stalletje op de foto zette, of gingen gewoon door met wat ze aan het doen waren. Zo was een man bezig pakketjes te rollen van iets eetbaars (ik geloof een plakrijst-prutje) in bananenbladeren en dicht te binden; hij begon net aan zijn koffiepauze toen we langskwamen.

Iets na 10:15 waren we al aan het einde van de tweede hoofdstraat en leek de stad in jungle over te gaan, dus zijn we afgeslagen terug richting de kust om de eerste hoofdstraat terug naar de pier te volgen. Gek genoeg leken we nu veel dichterbij de pier dan dat we zonet gelopen hadden – misschien gezichtsbedrog omdat het door de zee wijdser leek? Of was de tweede hoofdstraat niet helemaal parallel geweest en daardoor wat langer. In de verte lag ons schip – deze tender was denk ik qua afstand wel een van de langste tot nu toe; de houten boot had stevig doorgevaren, zo’n 20 km/uur schatten we, en we waren een kwartier onderweg geweest dus wel zo’n 4-5 kilometer varen.

Onderweg kwamen we een groot altaar tegen, waar je op een overdekt platform kon stappen (schoenen uit) om voor een altaar van een paar meter lang en vol standbeelden, kaarsen, bloemenkransen en fruitoffers kon gaan bidden. In de buurt van de pier komend werd het weer een bruisend stadje en stond een metershoge gouden lijst met een afbeelding van zo te zien de nieuwe koning erin, die pasgeleden gekroond is na de rouwperiode voor zijn vader’s overlijden officieel voorbij was. Bijna ieder eettentje hier lijkt gratis wifi te bieden als je een aankoop doet – dat is van veel backpackers en cruisegangers onderhand haast een vereiste als ze iets willen gaan drinken; of ze gaan iets drinken/eten voor de wifi. Want hoe dichterbij de pier we kwamen hoe meer blanken we zagen, druk op hun telefoons bezig terwijl ze iets aten of dronken.

We liepen door voorbij de pier op de eerste hoofdstraat, en af en toe passeerde scooters met een speciaal breed zijspan waar mensen in vervoerd konden worden, of pickups met over de achterbak een mooi afdakje van metaal gemaakt en bankjes die als een soort taxi-busjes diende. Regelmatig zag je overigens massagesalons aangegeven; daar is Thailand natuurlijk bekend om dus dat werd ook hier geboden.

Iets voorbij het centrum werd de straat weer wat rustiger en zagen we minder eettentjes (de beste plek voor een eettentje was duidelijk een straal van zo’n 100 meter van de pier vandaan) en wat meer andere activeiten. Zoals vissers bezig hun netten te ontwarren en de vis te sorteren aan de waterkant, en een viskwekerij of in ieder geval een plek waar levende vissen/schaaldieren bewaard konden worden.

Op gegeven moment zagen we voor ons uit een aantal verkopers van vis op de stoep zitten; ze hadden grote bakken en schalen voor zich met levende garnalen, kreeften, krabben, en inktvis en vissen. Leuk! We hebben er een tijdje uitgebreid naar staan kijken, en gekeken hoe een vrouw een bestelling vis schoonmaakte en in mootjes hakte en een andere vrouw een in onze ogen enorme bestelling krabben voor een klant afhandelde – ze bleef ze maar op de weegschaal leggen! Zij keken af en toe wel naar elkaar waarom die blanken toch zo geinteresseerd waren, maar het was duidelijk dat we niets zouden kopen dus verder had men weinig interesse in ons. Dat merken we hier sowieso; als we neeschudden is een verkoper meestal gelijk weg naar de volgende potentiele klant. De levende schaaldieren kregen heel handig zuurstof in hun bakken geblazen, via een pomp die op een autoaccu was aangesloten, om ze in leven te houden.

We liepen nog een eindje door maar het stadje leek onderhand op te houden, in ieder geval de winkels en levendigheid, dus we zochten een zijstraat en zijn uiteindelijk teruggelopen en bij de bakken vis afgeslagen. In deze zijstraat (ver aan het einde van waar het “toeristische” gedeelte leek te zijn) waren bijna alleen maar massagesalons!

Terug op de tweede hoofdweg zijn we de andere kant opgelopen, waar we nog niet geweest waren, langs allerlei eettentjes en veel winkels met zangvogels in kooitjes van de zonwering hangend. Regelmatig reden er “rijdende winkeltjes” langs, scooters met zijspan en afdakje waarin ze hun waar vervoerde en vanuit verkochten, vaak compleet met glazen vitrine voor datgene wat ze verkochten. Vaak als wij op straat liepen hing er een lichte rioollucht, want aan de zijkanten van de weg bij de stoep was een open afwatering die behoorlijk stonk.

Tegen 11 uur kwamen we bij wat ver het einde van het centrum leek van het stadje; het was inmiddels bloedheet, vochtig en benauwd en het zweet stroomde van onze ruggen en hoofden. Mijn shirt was zelfs bijna helemaal doorweekt, ongelofelijk! We hebben nog even gedubd om verder te lopen maar besloten even op de kopie van het routeboek op mijn telefoon na te gaan waar de supermarkt en het winkelcentrum ook al weer waren waarover op internet gesproken was, want we hadden onderhand volgens ons toch wel heel het centrum gezien. Volgens de aanwijzingen was het winkelcentrum iets wat we onderweg al gezien hadden, “Samui Mart”, en de supermarkt hadden we helemaal niet gezien – dus we besloten maar terug te lopen en even de Samui Mart in te stappen, want daar was schijnbaar de grootste keuze in heel Nathon of Samui aan kleren, kinderkleren en schoenen. En er zou hopelijk toch in ieder geval airco zijn!

We zagen gelijk dat het supermarktje dat we zochten dus schijnbaar in de ‘mall’ zat – en er was inderdaad airco, gelukkig. We hebben er even rondgeslenterd en gekeken op beide verdiepingen, maar het was redelijk klein, en min of meer een soort V&D. De kinderkledingafdeling was een paar rekken, en in onze ogen was dit geen goedkope winkel – jeans waren zo’n 68 euro omgerekend, twee voor 50% korting. Nog altijd veel geld in onze ogen voor zo’n land.

We zijn met tegenzin weer de hitte ingestapt en verder langs de winkels gelopen. Kledingwinkels hadden onmogelijk kleine maatjes – hun S was onze XXS zo te zien. En als ze die al zouden hebben zou hun XXL waarschijnlijk onze M of L zijn. Ongelofelijk!

Al gauw kwamen we een paar zijstraten verder een echte markt tegen, waar we even ingegaan zijn – altijd leuk! Er werd van alles verkocht, vooral groente en fruit, met achterin de visafdeling en de vleesafdeling, hoewel die zo te zien al ver klaar waren voor de dag. Toch was er nog genoeg te zien en hebben we er even lekker rondgelopen en uitgebreid rondgekeken.

Achter de markt lag er nog een wijk en we zijn daar even ingewandeld, maar kwamen weer al gauw bij de rand van het stadje uit – letterlijk de jungle leek het wel. Er waren hier veel winkeltjes onderweg naar de jungle, en daar wel hier en daar huisjes of hutjes maar we besloten maar om weer om te draaien en een tempel te zoeken, die we vanuit hier opeens boven de bebouwing uit zagen steken. Onderweg terug naar de hoofdstraat liepen we nu in het winkelstraatje naast de markt, waar allerlei (niet-toeristische) eettentjes waren, en ook een rijdend restaurantje zoals ik in Vietnam gezien had – alleen niet zo mooi als die. Deze was een scooter-met-zijspan met een opklapbare tafel, wat pannen en een houder voor een brander of korf. Redelijk basic dus! Wij zien af en toe bij de eettentjes roze eieren naast de gewone eieren, en vragen ons af wat dat voor iets is; een op speciale manier bereid ei waardoor de schil roze kleurt, of de schil is juist roze gekleurd zodat je gelijk herkent dat het iets specifieks is?

Terug op de hoofdstraat zijn we een of twee kleine zijstraatjes doorgelopen tot we de afslag naar de tempel vonden. In winkels vandaag zagen we regelmatig afbeeldingen van de nieuwe of oude koning, in het warehuis waren alle lijstjes die je kon kopen gevuld met hun afbeeldingen, en in een galerij waar we onderweg naar de tempel langsliepen was ook bijna iedere lijst gevuld met een afbeelding van een van beiden.

Het bleek volgens het Engelse opschrift op de poort van de tempel geen tempel te zijn maar een “shrine”, een schrijn, heiligdom of herdenkingsplaats. Het was een redelijk klein complex maar gevuld met grote, felgekleurde en met goudbedekte standbeelden – van een of andere rood-huidig figuur (denk aan het Eftelingsprookje van Koningin Fabiola) met een groot zwaard (en hele kleine handjes!), en een soort drakentotempaal. De totempaal en het standbeeld waren beide wel zo’n 8-10 meter hoog, de reden dat we ze boven de meestal 1-2 verdiepingen hoge huisje uit hadden zien torenen. Er stonden verder ook nog een paar kleine schrijnen, en twee aan elkaar verbonden gebouwtjes die het hoofdgebouw vormde. We hebben er een beetje rondgelopen voor we onze schoenen uitdeden en het hoofdgebouwtje verkende.

De vloeren waren van mooi ingelegd terrazzo, en het voorste gebouwtje leek vooral een opslagplaats te zijn op het moment voor trommels en andere attributen van optochten. Het achterste gebouwtje was dan het echte altaar, met een verdwaalde oude box waar je je belastingen terug kon vragen als toerist, en een klein bureautje met adminstratie van de tempel-beheerder misschien – met er vlakbij een flinke voorraad wierook, wel een paar dozen vol! Het altaargedeelte stond vol beeldjes, vlaggen, donatieboxen, bloemen, lampionnen, fruitoffers, wierookstaafjes en er waren wat aparte losse altaartjes hier en daar. Wel grappig om even rond te lopen en te kijken, met name ook vanwege de gongs, grote bronzen bellen en hellebaarden en andere wapens die hier en daar tegen de wanden stonden.

We hebben bij de mooie drakenpoort op een bankje onze schoenen weer aangetrokken en even gerust. Het was inmiddels bijna 11:45 en we zijn na nog uitgebreid gekeken te hebben naar de tempel weer op pad gegaan richting de hoofdstraat.

Terug bij het overheidsgebouw centraal in het stadje en tegenover de pier zijn we die zijstraat ingeslagen onderweg terug naar de pier. We waren op zich nog niet moe maar er leek gewoon weinig meer te zien te zijn, tot we een klein zij-zijstraatje vonden tussen de twee hoofdwegen in. Hier bleek een toeristen-markt te zijn, waar soevenirs en (iets grotere maten) kleding verkocht werden. Dus we hebben daar ook even doorheen gewandeld. Onderweg vonden we de enigste andere verkoper in Nathon van de vissen-slippers, maar ook hier weer geen prijzen zichtbaar, terwijl alle andere soorten slippers wel prijzen hadden. Maar we weerstonden de verleiding om ze te kopen vanwege hun vreemdheid, zo onpraktisch en ongetwijfeld oncomfortabel is zonde van het geld. Maar wel leuk om te zien!

We zagen in de toeristen-markt een heel schattig kleine meisjesjurkje met olifantjes erop. Maar te groot! Hans zijn kleindochter moet maar gauw een paar jaartjes ouder worden dan kunnen we dit soort dingetjes kopen, en weet ze ze ook nog eens te waarderen...

We waren in de toeristen-markt zo uitgekeken en hebben nog een eindje het zij-zijstraatje ingelopen voor we een doorsteek naar de eerste hoofdstraat aan het water vonden en geleidelijk aan terug naar de pier gewandeld zijn (langs een ook weer heel schattig mini-mensje prinsessenjurkje...).

Om 12 uur liepen we de pier op – een paar taxichauffeurs probeerde nog onze aandacht te krijgen, al was het maar halfslachtig want ze zagen dat we de pier op liepen en niet af – en hebben nog even naar de vissersbootjes gekeken voor we instapte in de houten boot die als tender diende.

Amper 10 minuten nadat we aan boord waren gingen we varen – wat een timing! Onderweg vielen een paar druppels en in de verte verdwenen een paar kleine eilandjes op de horizon in een serieuze regenbui – die kwam duidelijk onze kant op. Iets na 12:30 legde we aan tegen het tenderplatform aan, we hebben gelijk bij binnenkomst bij de receptie doorgegeven dat we inderdaad geen Indiaas visum hadden, en om 12:45 waren we in onze hut. We hadden eigenlijk eerst willen douchen, maar ik zag op het dagprogramma dat het restaurant maar van 12 tot 13 open was, dus ik heb even gauw een droog topje aangetrokken en Hans wat extra deo en parfum gespoten en zijn we nog gauw voor sluitingstijd van het restaurant gaan eten.

Na de lunch zijn we nog even op dek gaan kijken naar het landschap en de heen en weer varende shuttles, voor we naar binnen gingen om lekker in de relatieve koelte van onze hut te douchen en een beetje op te frissen en te rusten. De regen die begonnen was toen we net aan boord waren (het water liep van de ramen van het restaurant af alsof ze ze aan het wassen waren) is al gauw weer gestopt en inmiddels was tegen het einde van de middag de lucht genoeg opgeklaard om de eilanden weer duidelijk te zien.

We zijn om 18 uur gaan varen, tijdens het eten, en na het avondeten zijn Hans en ik op dek gaan kijken terwijl we voeren, omringd door honderden felle lichtjes op de horizon van inktvisvissers. ’s Avonds lag er op ons bed een briefje met dichtgeplakte enveloppen; onze Vietnamvisa (zonder pasfoto’s! Die hadden de autoriteiten gehouden, zelfs die oude van Hans waar we nu dus gelukkig eindelijk vanaf zijn...) als soevenir, mochten we die willen houden. En het Vietnamvisum van een wildvreemde, die per ongeluk in een van de twee enveloppen zat naast die van Hans. Die brengen we morgenochtend wel naar de receptie...

free counters