Januari 2018: Wereldreis per cruiseschip

HOME
ROUTE
LANDEN
MV COLUMBUS
2021 SLOOP
AAN BOORD
WERELD

Voor vandaag hadden we ook weer een redelijk rustige excursie – een ritje naar een orang-oetan opvang, daar een tijdje rondkijken, en dan weer terugrijden. En we waren er wel blij om want we waren nog een beetje moe van Singapore en ook een beetje moe van al die havendagen achter elkaar!


De planning was om om 8 uur vanochtend aan te leggen, en om 7:50 toen we naar buiten stapte op ons balkon waren we bezig om de haven in te varen met een sleepbootje naast ons. Het ging weer een hete vochtige dag worden want het fototoestel besloeg gelijk toen ik naar buiten stapte.

Wij moesten om 8:15 verzamelen voor onze excursie in de showlounge, en stonden er al om 8:10 maar toen stond er al een kleine rij. Hans en ik besloten alvast te gaan lopen om 8:30, want misschien was er wel wifi te vinden, en stapte van boord onder een elegante overkapping van een statige cruise terminal. Er stonden een paar musikanten in mooie Maleisische kostums ons te verwelkomen, en wij liepen op de een of andere manier onder de cruise terminal zelf door – de winkels zullen wel op de terugweg aangewezen worden dan, vermoedelijk. Er was helaas geen wifi dus we hebben even gekletst en kennisgemaakt met onze lokale gids en zijn toen alvast in de bus gaan zitten wachtend op de rest van onze groep, die al gauw kwam. Om 8:45 konden we, precies op tijd, vertrekken.

Terwijl we reden vertelde onze gids ons nog van alles over Penang en Maleisië, en natuurlijk over de orang-oetans, die op twee plekken gevonden worden; het eiland Borneo, en Sumatra. Er waren veel mooie oude gebouwen in Penang, dat op een eiland gebouwd is en de deelstaat Penang beslaat zowel het eiland, als een stukje vasteland, die met elkaar verbonden zijn met de langste brug ter wereld, wel 24 kilometer lang. Wij reden over die brug en de gids beloofde op de terugweg een fotostop te houden om de brug te fotograferen. Terwijl we over de brug reden zagen we heel ver weg het blinkend witte silhouette van de Columbus liggen.

Rond 10 uur kwamen we aan in het vakantieresort waar, gek genoeg, de orang oetan opvang gevestigd was op een eiland in het grote meer, als een soort privé-natuurbehoud project van de rijke projectontwikkelaar van het resort. Opvang was dus niet onderdeel van het resort, je moest apart er naar toe en entree voor betalen, maar je kon er alleen komen via het resort.

We konden, voor we de pier opgingen waar we op het bootje zouden wachten dat ons naar het eiland moest brengen, eerst nog even in de openbare toiletten van de winkelgalerij naar het toilet gaan. Maar daar stond voor de vrouwen al een hele lange rij en ik hoefde niet heel nodig dus ik heb mijn beurt maar overgeslagen. Later hoorde ik dat de rij zo lang was omdat, van de 3 werkende toiletten, 2 hurktoiletten waren en maar ééntje een westers toilet, en iedereen dus in de rij stond voor dat westerse toilet en de hurktoiletten vrij waren. Grrrr, als mensen dat ook gewoon vertellen aan nieuwe mensen die in de rij komen staan, kunnen die voor zichzelf besluiten of ze wel of niet willen of kunnen hurken – ik ben bijvoorbeeld goed ter been en heb er ook geen geestelijke moeite mee om naar een hurktoilet te gaan als het moet. Sommige mensen vinden ze vies, ik vind de meeste hurktoiletten die ik op deze reis tegenkom uitzonderlijk schoon vergeleken met sommige wc’s in het algemeen die we tijdens onze reizen weleens tegenkomen! De rat die uit de mannenwc kwam in Oezbekistan, bijvoorbeeld (Hans hoefde gelijk niet meer, begrijpelijk)... Ach ja, ik had hoe dan ook geen hoge nood en hield het nog wel even uit. Meestal is er op de heenweg altijd een stormloop voor de toiletten en kun je op de terugweg in alle rust gaan.

Terwijl Hans naar de mannenkant ging heb ik buiten in de winkelgalerij een beetje staan wachten en rondkijken, en toen iedereen geweest was konden we naar de pier lopen. We kwamen om 10:15 bij de pier maar het bootje was net vol dus wij moesten wachten tot hij iedereen op het eiland afgezet had en terugkwam. Dat duurde ruim een half uur, en om 10:50 voeren wij zelf richting het eiland.

Er plopte tijdens de overtocht af en toe iets in het water, een vis denken we, en er vlogen reigers en andere vogels over. Om 11:05 kwamen we zelf aan bij de overdekte pier van het eiland, waar we verwelkomd werden door een vrouwelijke ranger die onze gids zou zijn op het eiland. De vaarafstand over het meer was dus best behoorlijk geweest, hoewel het bootje natuurlijk niet heel hard voer.

De ranger gaf een welkomst- en introductiepraatje over het eiland en de opvangsactiviteiten die ze deden – dit eiland was vooral of oorspronkelijk bedoeld om geredde of wees-geworden orang oetans een veilige thuishaven te geven waar ze konden rehabiliteren, hoewel er tegenwoordig ook vooral permanente inwoners waren en zelfs nieuwe jongen geboren werden. En nog terwijl ze aan het praten was, zagen we in een hoge boom vlakbij een orang oetan zitten!

De ranger riep de orang-oetan toe bij naam maar hij was niet geinteresseerd in haar en bleef lekker in zijn boom, en toen iedereen hem even had bewonderd (sommige mensen hadden het niet eens door) zijn we het eiland op gegaan in een ijzeren kooiconstructie die door de verschillende verblijven leidde. De verblijven hadden soms speciale voedertrechters, waar je vanuit ons pad fruit door een buis kon laten rollen het verblijf in, en ze waren mooi dicht begroeid met beplanting, die ook al bezig was om de kooiconstructie te bedekken; op gegeven moment zagen we wat leden van de groep die vóór ons naar het eiland waren gegaan in vervoering omhoog kijken – zat er een orang oetan op de kooi? Euh, nee, het bleek een eekhoorntje te zijn!

In een klein informatiegedeelte was een levensgroot beeld (niet heel levensECHT) gemaakt van de pas overleden alphaman, “Adam”, die een behoorlijk grote orang oetan moet zijn geweest! Regelmatig stonden er bordjes langs de wandeling in de kooiconstructie met uitleg over de bomen en planten die je zag, maar voorlopig nog geen orang oetans...

En opeens zagen we mensen bij het hek staan; in dat verblijf, vlakbij ons, zat een dominant mannetje te genieten van wat fruit. De kooiconstructie waar wij in liepen was van dikke roosters gemaakt, en dan was er een ruimte gelaten, en de afscheiding van de verblijven was een electrisch hek dat moest zorgen dat de orang oetans ver bleven van de mensen (of andersom) en niet konden ontsnappen; de kooiconstructie was dus in feite een beetje overdreven, want door het electrisch hek was de kans dat een orang oetan over de kooi kon klauteren erg klein tot niet aanwezig.

Dit mannetje was nu het meest dominante mannetje op het eiland na het overlijden van Adam, maar zat voorlopig vooral heel rustig en smakelijk te eten terwijl hij een beetje vormloos op de grond zat, met zijn lange bruine lokken om zich heen gedrapeerd. Op gegeven moment rekte hij zich even flink uit op de grond, stond op en kuierde een paar meter verderop om daar peizend te blijven staan – zij haar op zijn buik was zo lang, dat het bijna tot aan de grond reikte!

Verderop zat een vrouwtje met wel drie kleintjes bij haar in haar verblijf, waarvan een nog echt een baby was. De drie buitelde over elkaar heen en speelde druk met elkaar, terwijl zij ook weer enigszins vormloos rustig erbij zat. Een van de rangers liet toe dat we met 10 man tegelijk even in de ruimte die daar was tussen het electrische hek en de kooiconstructie konden staan om naar deze groep te kijken. Schijnbaar is het grootste zichtbare verschil tussen mannetjes en vrouwtjes, dat de vrouwtjes alleen een baard hebben en de mannetjes zowel een snor als een baard! En deze had onder haar kleine borsten een behoorlijke band borstvet zitten. Ze had een stokje waarmee ze door het electrische hek kon reiken, en prikte daar af en toe in mijn schoen mee, omdat ik redelijk dichtbij stond. Maar de stok werd vooral gebruikt om te proberen stukjes fruit en andere eetbare zaken dichterbij het hek te krijgen zodat ze er bij kon zonder een schok te krijgen.

Op gegeven moment kwam een van de kleintjes dichterbij het vrouwtje spelen, dat volgens mij zijn moeder was, zodat wij er ook goed zicht op hadden. Het kleintje stond opeens op zijn kop of ging rechtop staan of deed iets anders geks, maar altijd maar heel plotseling en kort zodat ik steeds te laat was met het toestel, zelfs als het op snelvuren stond. Al gauw kwam het andere kleintje ook kijken naar de mensen die naar ze aan het kijken waren, en ging toen met een palmblad spelen. Schijnbaar maken volwassen orang oetans (de grootste mensaap die nog in bomen kan klimmen) iedere nacht een nieuw nest om in te slapen, vaak in een minuutje of twee gemaakt door 2-3 takken om te vouwen. We moesten helaas na een tijdje plaatsmaken voor de volgende 10 maar je kon er naar blijven kijken.

De afzetting waar ze in zaten, net zoals veel van de afzettingen, leek op het eerste gezicht klein maar ging vaak toch best ver naar achteren terug de bush in – iedere afzetting had veel weelderige begroeiing en het was goed mogelijk dat ze allemaal of in ieder geval sommigen van de afzettingen op een niveau dieper de bush in met elkaar verbonden waren, alleen dat konden we niet zien want je kon door de begroeiing maar een paar meter ver kijken vaak. Ik hoop het, want anders is het toch vooral meer een dierentuin met alleen maar orang oetans en niet echt een rehabilitatie te noemen. We dachten bij het boeken dat het een integer project was en op zich denk ik dat nog steeds wel, in ieder geval een project met de beste bedoelingen, alleen het lijkt minder gericht om het terug in het wild laten keren van de orang oetans en vooral meer op ze een veilige woonplaats te bieden waarbij interactie met mensen eigenlijk aangemoedigd wordt. Vanwege de kooiconstructie maar ook omdat de rangers ze vaak met de hand fruit voeren, waar de mensen het kunnen zien; veredelde kunstjes doen dus eigenlijk. Maar je merkt dat de rangers dol zijn op de orang oetans, en ze met affectie behandelen. Erg lastig, is zo’n opvang nou goed of niet! En mooi dat je mensen kunt laten zien wat een mooie zachtaardige intelligente dieren het zijn, maar deze oude en de jonge, vaak in de kolonie geboren, orang oetans die dagelijks met mensen te maken hebben kunnen nooit meer terug het wild in.

Toen we weg moesten zijn we nog even terug naar de overbuurman gaan kijken, het grote dominant mannetje. Er wonen op dit eiland in totaal zo’n 20 orang oetans, schijnbaar, en op een ander eilandje of ander gedeelte van het eiland nog eens 17. Die laatste zijn allemaal de Borneo orang oetan, deze die we vandaag te zien kregen waren allemaal van Sumatra.

We zijn nog wat doorgewandeld door de kooiconstructie, bang dat we anders als we bij de groep bleven maar een klein gedeelte zouden doen en nieuwsgierig naar wat er verder te zien was, en kwamen na een of twee bochten al bij het einde! Dat was snel. Maar hier waren twee jongvolwassen orang oetans uitgebreid met elkaar aan het spelen, af en toe hangend aan een touw boven hen (soms met heel hun gewicht aan maar 3 tenen van een voet hangend, ongelofelijk!), en in een voederhokje zat een derde jongvolwassen orang oetan ondertussen rustig te snoepen van een portie honing. Erg leuk om naar te kijken hoe de twee over elkaar heen buitelde en elkaar tijdens het stoeien met zowel handen als voeten vastgrepen!

Het spel was klaar toen een ranger aan kwam zetten met een sappige mango. Binnen de kortste keren stonden en zaten alle drie netjes op een rijtje, hun armen veilig uit de weg houdend van het electrisch hek, te wachten op hun stukje mango. Ze hielden hun bek open zodat de ranger de stukken mango zo door de brede mazen van het hek in hun bek kon gooien, of pakte de stukjes heel voorzichtig met hun lange vingers door een maas van het hek aan. Toen de mango op was grepen ze elkaar vast, buitelde ze even over elkaar heen, en verdwenen ze al gauw weer ieder hun eigen weg.

Het bleek dat ze helemaal rondom de kooiconstructie waar wij in liepen konden lopen (die liep hier dood), en twee van de drie gingen de ranger aan de andere kant opwachten om ook daar weer een stukje mango te krijgen, terwijl een andere, vierde orang oetan toekeek vanuit de schaduw. De derde geloofde het ondertussen wel en ging weer verder met zijn honing in het huisje. Je kon merken dat alle orang oetans bijzonder voorzichtig waren met het electrisch hek, en hun armen omhoog of op hun hoofd hielden om er maar niet in de buurt van te hoeven komen. Er was maar een enkeling die het fruit zelf aan durfde te pakken, de meeste lieten de ranger het in hun bek gooien.

Toen iedere orang oetan die wilde mango had gehad en de mango-steen ook afgegeven was aan een orang oetan, ging de ranger weg en zijn wij langzaam teruggelopen richting de kade, want er leek geen andere optie te zijn om nog verder te gaan. We hebben vandaag denk ik ongeveer de helft van de 20 orang oetans die hier wonen gezien.

Onderweg terug naar de kade zagen we weer het dominante mannetje – als een orang oetan, met name zo’n grote met lange haren, voorover zit op de grond lijkt hij haast wel een stuk vel en vet zonder botten erin. Als hij dan echter opstaat zie je opeens dat ze een en al spierbundels zijn! Heel apart, ze zijn gewoon zo lenig dat ze comfortabel zo helemaal in elkaar gebogen kunnen zitten. Volgens een van de rangers ontwikkelt alleen het dominante mannetje de typische huidkwabben aan iedere kant van zijn gezicht, maar dat is niet per se omdat de vrouwtjes dat zo aantrekkelijk vinden; volgens de rangers hebben ze er zelfs een hekel aan, maar hij is het dominante mannetje dus het is niet anders. Typisch!

Om 11:40 waren we terug bij de overdekte kade en hadden net twee orang oetans op een plaformpje in het water wat lekkers gekregen. Terwijl we aankwamen slingerde de ene al weer via een van de touwen terug naar de boom, de andere zat nog even op het platform. Ondertussen zat een derde op het strandje bij het water zijn fruit op te eten. Na een paar minuten slingerde de orang oeten op het platform naar de boom toe, deed nog een beetje gekheid aan het einde van het touw bij de boom, voor hij en de orang oetan die daar al was samen via een ladder naar beneden klauterde en samen het grasveldje opliepen om een beetje elkaar te gaan vlooien en samen luieren.

Wij raakte ondertussen aan de praat met de vrouw die in Iran gewoond heeft, en Hans met name heeft veel met haar daarover gepraat, en of het verstandig of niet is om de lokale gids wiens gegevens we hebben, dankzij onze rondreis in 2016, te contacteren en via hem een reis te laten regelen. Haar antwoord was in principe geen probleem, het is er redelijk goed en veilig reizen alleen met een gids, maar check iedere locatie en accomodatie die hij aanbiedt grondig na.

Op gegeven moment liep een van de twee orang oetans weg en installeerde zichzelf bij het hek van hun verblijf, en bleef de andere achter op het gras, languit achterover liggend met een stukje wrakhout in zijn handen waarmee ze eerder samen aan het spelen waren geweest – hij deed het lui op zijn borst tikken terwijl hij er lag. Na een paar minuten kwam hij overeind en begon een stukje blauw plastic touw dat vlakbij lag om het stuk hout te knopen. Hij legde er een echte knoop in – en gebruikte daar handen en voeten voor! Dan flopte hij weer neer op zijn rug, om iets later weer overeind te komen en verder te spelen met het stuk hout en touw. Ondertussen stond zijn maat nu echt verwachtingsvol te kijken bij het hek, misschien kwam er binnenkort eten?

Het was bloedheet en we probeerde een beetje uit de brandende zon te blijven onder het afdakje, terwijl we keken naar de orang oetans. Ik deed foto’s maken terwijl Hans lekker zat te kletsen met de vrouw en ik af en toe meedeed, maar terwijl ik daar half in de zon en half in de schaduw stond foto’s te maken kwam er een vlindertje op mijn hand zitten, met zijn lange tong mijn huid likkend. En toen nog eentje, ik heb een tijdlang continu een en soms twee vlindertjes tegelijk op mijn handen gehad; of ze nou op het vocht of het zout van mijn zweet af kwamen weet ik niet maar ze zaten allemaal druk te likken, ik voelde hun tong gewoon op mijn huid! En soms kwamen ze ook op het fototoestel zitten, dus misschien zochten ze vooral zout?

De twee orang oetans op het gras waren ondertussen weer gaan kroelen met elkaar, en de orang oetan bij het water was een beetje op het strand en in het water aan het rondstruien en ging op gegeven moment drinken. Toen hij daarmee klaar was klom hij op de ladder van de boom om daar nog een beetje rond te hangen terwijl een van de andere twee zijn kant op kwam. Er werd nog wat heen en weer geslenterd en op gegeven moment daalde de rust weer neer en ging iedere orang oetan zijn eigen ding doen.

Ongeveer toen, om 12:15, zijn wij langzaam richting het bootje gegaan dat net aangekomen was, om terug naar het vasteland te varen. Het duurde een paar minuten voor we konden vertrekken want we miste een man; het bleek dat hij bij de andere pier (er was een aankomst- en een vertrekpier hier op het eiland) aan het wachten was, en geen erg erin had gehad dat zijn vrouw al aan boord gestapt was, en zijn vrouw had geen erg erin gehad dat hij niet meegekomen was. Toen de vrouw opmerkte dat haar man ontbrak en de ranger nog even ging kijken werd hij al gauw gevonden en kon aan boord stappen; hij kreeg enigszins sarcastisch applaus omdat hij de laatste was en mompelde dat hij er gewoon geen erg in had gehad en toen konden we vertrekken.

Om 12:35 waren we al weer bij het resort, waar we nog even de tijd kregen om winkeltjes te kijken, met name een winkeltje vol “groei-kristallen”, en in mijn geval nu wel nog even naar het toilet te gaan (de hurktoiletten waren keurig schoon, het westers toilet heb ik maar overgeslagen want daar waren net zo’n 50 vrouwen overheen gegaan vermoedde ik), en een poging konden doen om op een niet al te snel wifi-netwerk in te loggen, voor we om klokslag 13 uur wegreden, terug naar de haven toe.

Er waren onderweg veel palmboomplantages, en reclameborden langs de weg voor vrouwelijke hygiene- en opmaakproducten, maar bijna altijd met redelijk tot zwaar gesluierde vrouwen als model, en in het geval van een vrouwelijk hygieneproduct, zo verborgen door strategisch geplaatste waterspetters, dat je amper kon lezen wat er op de fles stond. We kwamen af en toe een snelweg-faciliteiten stop tegen, met openbare toiletten, winkels, eetstalletjes, benzinestations, van alles; goed voorzien en netjes uitziend. En natuurlijk de afzonderlijke snelwegconstructies voor motoren en scooters.

We reden rond 13:45 weer op de langste brug, en konden in de verte viskwekerijen zien op het water; compleet met woonhuisje voor het gezin die de vis aan het kweken waren, om ze te beschermen tegen dieven. We reden een beetje door Penang, en kregen om 14:15 nog even een fotostop langs het water waar we de langste brug konden fotograferen; een extraatje van de gids, dit stond niet op het programma. Op het water dreven wat van de viskwekerijen en konden we met inzoomen wat beter zien hoe zoiets eruit zag van dichtbij. Er lagen ook allerlei vrachtschepen voor anker tussen het eiland en het vasteland. Er was op zich niet zo heel veel te fotograferen hier, de brug was maar een brug, dus na een paar minuten had iedereen zijn foto’s en konden we al weer door.

We reden verder langs woonflats, huizen, tempels, winkels en eettentjes (Penang is schijnbaar een straat-eettentjes Mekka, en relatief veilig om te eten vanwege hoge hygiene standaarden) tot we in de oude buurt rondom de cruise terminal kwamen, waar mooie oude huizen en gebouwen stonden. We reden langs de kades waar vroeger Chinezen hun houten huizen op palen boven het water bouwde, vanaf het land het water op, waar nu toeristische “straatjes” ontstaan zijn vol van hout gemaakte winkels en restaurantjes, en reden ook nog even een rondje om de oude klokkentoren in het centrum.

Om 14:30 waren we terug in de cruise terminal en Hans en ik hadden verder weinig dat we nog wilde zien in de stad – ik had weliswaar een route gemaakt om eventueel te wandelen maar die nam ons voor de helft langs de oude gebouwen waar we net langsgereden waren, en was voor de andere helft te ver weg en te veel gedoe voor niet hele spectaculaire dingen (wat oude monumenten en een oude begraafplaats enkel omdat hij er is). We moesten om 18:30 aan boord zijn en het was inmiddels bloedheet dus Hans en ik besloten nog even door de cruise terminal te slenteren en terug aan boord te gaan. Als we vandaag geen excursie hadden gehad dan was die route vanochtend wel leuk geweest om te lopen, omdat we dan niets anders te doen hadden gehad.

Er leek wifi te zijn in de terminal (die overigens uitgestorven was, we waren nu op de terugweg de “officiele” ingang ingegaan en kwamen in een balzaal terecht die waarschijnlijk gevuld had moeten zijn met winkels...) maar we kwamen er niet op dus we zijn doorgelopen naar het schip, waar bleek dat we aan het einde van een mooie overdekte promenade een trap af moesten om bij de loopplank te komen. Het was waarschijnlijk oorspronkelijk de bedoeling van deze promenade dat je zo op het aangemeerde cruiseschip kon stappen, maar er waren geen mogelijkheden om door het hek te gaan, er waren geen poortjes. Dus we moesten allemaal terug naar de begane grond om aan boord te kunnen komen!

Het schip had zo te zien een hoogwerker gehuurd om onderhoud aan de hogere verdiepingen van het schip te plegen, het is wat dat betreft net als op de vrachtschepen, er wordt altijd, op zee en in de havens, onderhoud gepleegd! Wij stapte om 14:45 aan boord en hadden vanuit onze hut een mooi uitzicht over het vasteland Penang en het water ertussen. Er waren vissers bezig hun netten binnen te halen vlak bij ons, en in de verte lag een vrachthaven. We waren toch weer redelijk bezweet terug aan boord gekomen ondanks dat de excursie niet erg inspannend was geweest, en zijn dus nadat we even gerust hadden lekker gaan douchen en omkleden om op te knappen.

’s Avonds bij het avondeten (dat allemaal weer eens erg lekker was) kregen we een verrukkelijke appel kruimel, precies zoals ik hem thuis zou maken (los van de kwak custard eroverheen, die hier over een heleboel toetjes lijkt te gaan), maar erg machtig. We hebben ervan gesmuld, erg lekker.

Vertrektijd was om 19 uur, net aan het einde van het avondeten, dus na het eten zijn Hans en ik naar boven naar het achterdek op 11 gegaan om te kijken naar de rest van afvaart uit de haven. Het schip moest draaien omdat we niet onder de bruggen door konden, en kon toen doorvaren tussen het eiland en het vasteland vandaan. Het was nog redelijk licht dus we hebben mooi kunnen kijken terwijl we wegvoeren van de stad en langs de vrachthaven voeren. Het loodsbootje zat al achter ons aan te varen, en leek een beetje te spelevaren in het spoor van onze schroef.

Pas om 19:30 begon de lucht een beetje roze te kleuren, en geleidelijk aan begonnen we in de schemer de lichtjes van de stad te zien. Om 19:45 was het onderhand donker en waren we al weer zo ver van de stad vandaan dat we naar binnen zijn gegaan om koffie en thee te zetten en vanuit ons balkon verder te kijken. We laten bij zo’n afvaart de gordijnen altijd nog een hele tijd open, zodat we eventueel gelijk naar buiten kunnen schieten als we iets zien. En inderdaad, rond 20 uur kwam er een mooi verlicht vrachtschip vlak langs ons gevaren. Altijd leuk zoiets!

De klok moet vanavond weer een uurtje teruggezet worden, dan schelen we 5 uur met Nederland. De tijdsverschillen beginnen steeds minder te worden, gelukkig.

free counters