Januari 2018: Wereldreis per cruiseschip

HOME
ROUTE
LANDEN
MV COLUMBUS
2021 SLOOP
AAN BOORD
WERELD

Vanochtend zijn we om 7 uur aangelegd en toen we om 8 uur opstonden zagen we dat we in een containerhaven lagen. Het was al weer zo warm en benauwd, zelfs zo vroeg, dat het fototoestel besloeg en even moest acclimatiseren in de buitenlucht. Onze excursie moest vanochtend in de Connexions bar verzamelen – ze proberen de grootste drukte bij de Palladium Showlounge te verminderen door een deel van de excursies in andere plekken te laten verzamelen. Wij moesten er om 8:30 verzamelen, maar waren er al eerder, om 8:20, kregen onze stickers en moesten een plekje zoeken. Om 8:30 waren we het wel een beetje zat en was de eerste groep van onze excursie (Kelaniya Tempel en Colombo stadstour) al gaan lopen, dus we besloten om maar alvast op ons gemak te gaan lopen.

Er bleek geen cruise terminal te zijn maar op de kade stonden winkelstalletjes en was een welkomst-dans bezig, plus we werden begroet bij de loopplank door mooie dames in traditioneel kostuum. De bussen stonden allemaal al netjes op een rij en we zochten onze bus om te gaan zitten – wij liepen inmiddels nog maar iets voor op de rest van onze tourgroep. En er zat al een echtpaar in de bus te wachten, die waren dus nog eerder dan wij gaan lopen! We vinden het prima om bij de groep te blijven maar bij zo’n haven als dit waar er geen controles zijn is het toch praktischer wat ons betreft als iedereen op eigen gelegenheid aan land gaat. Overigens hoefde we dus helemaal niets te laten zien bij de loopplank, er was geen controle op paspoortkopie of zelfs niet eens op de e-visa die we van te voren hadden moeten regelen. Hans dacht dat dat waarschijnlijk al van te voren is gebeurd toen we de immigratieformuliertjes van de week moesten inleveren, en dat er lijsten van alle e-visa’s zijn en kijken ze gewoon wie hem heeft. Maar wij vinden het wel prima dat er geen controle was nou, lekker vlot!

Iedereen was vroeg vandaag, en iets na 8:45 ging onze bus al rijden, een kwartiertje voor de geplande vertrektijd. Het was een paar minuten rijden naar de poort van de haven, en we lagen zo te zien in een gloednieuw en uitgestrekt havengebied. Ook veel verder van het centrum vandaan dan dat Google gezegd had dat we zouden komen te liggen, dat was eventueel wel balen mochten we vanmiddag nog iets willen gaan bekijken.

We reden wel een kwartier door het grote, groezelige, vuile en vervallen havengebied voor we bij een afslag kwamen en de échte stad in reden. Dit punt herkende ik van mijn onderzoek en gezien hoe lang we er over gedaan hadden om hier te komen lagen we wel een aantal kilometers verder het haventerrein in dat ik berekend had met een eventuele wandelroute voor vanmiddag. Er is in Sri Lanka een sterke Nederlandse invloed geweest, met de oudste als Protestantse kerk gebouwde Protestantse kerk, en nog een paar Nederlandse gebouwen, maar dat zou normaal gezien al zo’n 2-3 kilometer enkele reis wandelen geweest zijn, en nu toch zeker nog eens 2 keer zoveel erbij. Het zou vandaag dus alleen bij de scheepsexcursie blijven want het was ook veels te warm om door dichtbebouwde steden te gaan wandelen en Colombo nodigde ook niet direct uit om lekker rond te gaan wandelen, het was vuil en arm en verloederd om te zien. We waren er eigenlijk een beetje verbaasd over, dat hadden we toch niet verwacht van de hoofdstad van Sri Lanka! (het blijkt alleen de administratieve hoofdstad te zijn volgens onze gids, wisten we niet!)

Het was ook een drukke stad, zo te zien, vol met mensen, auto’s, tuktuks (er zijn er wel 2 miljoen in heel Sri Lanka, en het overgrote merendeel lijkt zich in Colombo te bevinden), fietsers, scooters en vrachtverkeer. Pfffff! Sommige van de verkeerspolitieagenten droegen een uniform in de meest prachtige kleur oranje-rood-bruin, een warme mooie gloeiende kleur bruinrood. Anderen hadden duidelijk een andere partij stof gehad en droegen gewoon saai bruin gekleurde uniforms. Maar diegene in de buurt van het haventerrein waren erg mooi, Hans zou er zo een blouse van willen hebben gehad!

Onderweg vertelde onze vriendelijke gids van alles en zagen we regelmatig grote en kleine altaars voor Boeddha – maar ook af en toe een kerk of christelijke begraafplaats.

Om 9:20 reden we door de poort van Kelaniya Tempel, een hele belangrijke Boeddhistische tempel omdat hij gebouwd is op een plek waar Boeddha gepreekt zou hebben tegen een groep slangen-koningen. De plek is zo heilig, dat we eigenlijk al gelijk bij het uitstappen uit de bus onze schoenen uit moesten doen en petjes af. Men moest ook officieel met lange broek en bedekte schouders lopen, maar daar bleek wel wat vrijheid in te zijn want er waren een paar in onze groep met korte broek en een vrouw met blote schouders waar ze een dun smal sjaaltje voor bij had maar die meestal haar schouders niet bedekte. Schoenen en hoofddeksels was men in ieder geval wel erg streng in.

Toen iedereen uitgestapt was en zijn schoenen tegen een muurtje gezet had konden we door, het terrein op. Het was een heel erg mooi terrein, erg indrukwekkend. Het terrein was omringd door grote bomen en je rook al gelijk de geur van wierook en olielampjes.

Er stond een gigantische boom in het midden, zo oud als Boeddha zelf leek het wel, en die werd vereerd als zijnde de Boom van Verlichting. Eromheen was een hoge gouden muur en hek gemaakt met een lage stenen richel ervoor die vol offergaves van potjes water, glaasjes melk, kleine olielampjes van klein met een brandende lont erin, kaarsen, fruit, rijst, (lotus)bloemen en ander eten lag, en goedgevoedde kraaien die zich eraan tegoed deden. Er wapperde vlaggetjes en hingen in wit doek geknoopte muntjes aan stangen in de muur, dat waren speciale gebeden van mensen. In het wit gekleedde mensen liepen met bakjes water enkele keren met de klok mee om de ommuurde boom, voor ze het water offerde aan de boom op een trapje bij een speciaal hekje met een standbeeld van Boeddha waar je bij de wortels van de boom kon komen. Langs de muren en op het grind zaten mensen met kaarsjes en bloemen te bidden (of gewoon te bellen, zoals in het geval van een vrouw bleek – een lijntje met Boeddha?).

Hier en daar liepen in het oranje gekleedde monnikken rond, en waren er mensen die gewoon ergens op een rustig plekje zaten te kletsen en te kijken naar het geheel. Het was heel apart en een erg mooi terrein. Er werd nauwelijks op of om gekeken naar ons, enkel een beetje nieuwsgierig maar de meeste mensen waren gewoon bezig met hun eigen dingen te doen. Toen we om de boom heenliepen zagen we vlakbij nog een hele overkapte constructie van rekken en rekken vol brandende olielampjes, en de trap waar mensen in de rij voor stonden om hun water te kunnen offeren.

Achter de boom was een tempelgebouw, waar werkers net druk bezig waren om het dak en de versieringen vol te hangen met lichtjes. De plinten van de tempel waren prachtig versierd met beeldhouwwerken van olifanten, dwergen en vogels in allerlei poses, en we liepen er omheen naar de hoofdingang van het gebouw. Er was overal zo veel te zien en zo veel aan het gebeuren dat je af en toe niet wist waar je eerst moest kijken! Zo kwam er net een klasje kinderen om de boom lopen naar het trapje, en waren er op de muren van de tempel waar we langsliepen prachtige beeldhouwwerken van Ganesh de olifantengod op een varken, of Shiva de veelarmige god, en stond een vrouw bij de boom een hele zak vol paarse lotusbloemen te offeren! Er was zo veel te zien overal!

De tempel was aan de buitenkant en in de balkons versierd met allerlei beeldhouwwerken, en iedere trap had een soort gebeeldhouwde stenen “deurmat” en leuningen van olifantenkoppen of mythologische dieren. Erg mooi!

Van binnen was de zaal waar we binnenkwamen van vloer tot plafond vol met schilderingen, en langs de muur metershoge standbeelden en beeldhouwwerken. Er stonden steigers want ze waren druk bezig om de schilderingen te restaureren, dan moet het NOG kleurrijker worden dan het al was!

In een langwerpige zijkamer was een groot verguld beeld van de liggende Boeddha achter een dun gaasgordijn te zien, ook weer in een ruimte die helemaal van vloer tot plafond en op het plafond zelf gevuld was met schilderingen.

Teruglopend naar de hoofdruimte hadden we goed zicht op de steigers met mensen bezig om de schilderingen te restaureren. Er was met houten hekjes een route aangegeven die we door het gebouw konden lopen, en liepen nu naar een ruimte achterin het gebouw. Hier waren verschillende met elkaar verbonden ruimtes die allemaal in dezelfde stijl geschilderd waren; zoals Hans begreep van de gids allemaal in de loop van 20 jaar door één persoon geschilderd, behalve de achtergrond van het Boeddha beeld in het midden, dat om wat voor reden (werd hem niet duidelijk) door een ander persoon geschilderd is. Hier en daar zaten of stonden in hoekjes aanbidders te bidden richting het Boeddha beeld.

Via de hekjes kwamen we weer door de centrale eerste ruimte, en vandaaruit naar een wat lichtere zijruimte waar ramen openstonden en een altaar met olifantenivoor en een goud en zilveren stupa stond, vermoedelijk met een relikwie van Boeddha erin.

Rond 9:45 liepen we weer het gebouw uit, net toen er een groep kinderen met hun begeleiders of ouders en met bloemen bij de tempel inliepen. Wij liepen ondertussen naar de achterkant van de tempel, waar nog wat kleine gebouwtjes en wat altaartjes waren, en een grote witte stupa stond; ongetwijfeld voor een belangrijk relikwie. Rondom het hele tempelcomplex waren ruim een meter hoge “grafsteenvormige” (bij gebrek aan een betere omschrijving, een rechthoek met een bolle bovenkant) stenen geplaatst tegen elkaar aan, ieder met een veelkoppige slang erop gebeeldhouwd. Overal zaten mensen alleen of in kleine groepjes te bidden.

De grote witte stupa had een altaartje met een beeld van Boeddha erop; Hans kreeg van een passerende vrouw een handjevol witte bloemetjes aangeboden om bij het altaar te offeren, dat al helemaal vol lag met de kleine bloemen en lotusbloemen in allerlei kleuren. We waren er net mee klaar toen weer een ander schoolklasje langskwam, begeleid door hun moeders en/of juffen en in mooie witte en blauwe uniformpjes. De volwassenen waren gebeden aan het prevelen die de kinderen braaf opdreunde met hun handen in gebed gevouwen of bloemen vasthoudend, hoewel ze het niet konden laten om naar ons te kijken en te glimlachen als ze zagen dat we terugkeken.

Er bleken nog twee altaars te zijn in de stupa, en aan het einde van het tempelcomplex was een wat grotere open ruimte met op iedere hoek een groot standbeeld. Er liepen hier en daar honden rond op het terrein, en rondom het hele terrein stonden grote mooie oude bomen vol in blad. Je hoorde af en toe wel een beetje van de stad erom heen, maar zag er door de bomen niets van.

Terwijl de gids hier stond wat dingen te vertellen en uit te leggen, zagen wij een man en vrouw met een karretje rond de stupa lopen en min of meer alle bloemen op de onderste richel opruimen en in hun karretje gooien. Wij liepen langszaam rond alle altaartjes en standbeelden van het complex tot we half rond de stupa waren (waar ook weer een altaar stond) en daarmee aan de achterkant van de tempel waren uitgekomen.

We zijn rondom de tempel gelopen en hebben de mooie beeldhouwwerken in de muren kunnen bewonderen terwijl we liepen, en kwamen weer uit bij de boom.

Tussen de boom en de olielamp-houders zijn we langzaam aan teruggelopen naar de ingang van het complex, langs een grote glazen vitrine met een olielamp erin waar je volgens mij je restjes heilige olie in kon gooien – helaas brandde hij niet, want er was in de lamp een bronzen fenix en dat moet best mooi geweest zijn met vlammen eromheen!

Rond 10:15 hadden we onze schoenen weer aan en zaten we in de bus te wachten tot iedereen er was en we konden vertrekken. De buschauffeur had terwijl we naar het tempelcomplex waren ondertussen lekker een film zitten kijken op het scherm van de bus, groot gelijk! We hebben erg genoten van deze tempel, erg mooi en bijzonder. Vooral door zijn eenvoud en de mensen en handelingen.

Na even moeilijk steken en keren om van het krappe parkeerterrein en door de poort te komen zijn we de oude binnenstad doorgereden voor een stadstour. Een of twee keer kwamen we bij een kerk of op een braakliggend terrein langs een soort grot van Lourdes. Op gegeven moment moest de bus wachten en was er allerlei druk verkeer op de weg ons tegemoetkomend – een hele groep toeterende scooters, tuktuks op hoge snelheid rijdend, er was schijnbaar een wielrennerwedstrijd dwars door de stad vandaag! En dit waren de fans, want achter de voorbijscheurende scooters en tuktuks kwamen hele groepen wielrenners voorbij, soms op gewone stadsfietsen! Toen de voorhoede, het peloton en de achterhoede (ook weer scooters, brommers, motoren, tuktuks en vrachtwagens en alles wat reed) voorbij waren konden wij weer gaan rijden.

Er begonnen af en toe winkeliers naar onze bus te gebaren en er reed op gegeven een tuktuk toeterend en gebarend langs de bus. Iets later bleek waarom; onze buschauffeur had een verkeerde afslag genomen en we reden richting een veels te lage brugondergang. Dus de bus moest in een smal zijweggetje keren terwijl de gids het verkeer even tegenhield en keek of het goed ging.

Eenmaal gedraaid reden we weer verder door de stad, hoewel we duidelijk regelmatig de route van de wielrennerwedstrijd kruiste en dan kwam het verkeer weer even vast te zitten terwijl ze langs kwamen. En overal tuktuks natuurlijk! Wat wij zagen van de stad (we stonden ook regelmatig stil in het verkeer) was geen mooie stad maar een vuile, drukke, rommelige derdewereld stad. Het verbaasde ons eigenlijk, we hadden Sri Lanka minder vuil dan dit verwacht!

Op gegeven moment kwamen we dan eindelijk in het echt oude gedeelte van de stad, en reden langs een groot altaar op de hoek van de straat, half verborgen onder een grote boom, van Boeddha op de boeg van een schip staand. Wat een apart beeld! Het was letterlijk de levensgrote boeg van een schip met daarop een metershoog gouden standbeeld van Boeddha, we reden er in een flits voorbij maar was denk ik best de moeite waard geweest voor een fotostop – als je tenminste door het drukke verkeer iets zou kunnen zien ervan.

Regelmatig zorgde uit hun voegen gegroeide dichtbebladerde wurgvijg-bomen (soms letterlijk, als ze de stoep vernietigd hadden tijdens hun groei) voor een apart jungle-accent in de drukke stad, en het was leuk om te kijken naar alle winkeltjes waar we langs reden en de bedrijvigheid op straat. Iets wat Hans en ik nooit zo goed zullen snappen is dat in dit soort steden vaak alle winkels in een straat hetzelfde verkopen – zo reden we door een straat met alleen maar houtwinkels; hoe komt iedere winkelier aan zijn klandizie? Of heeft het juist voordelen dat ze prijzen kunnen afspreken?

Op gegeven moment zag ik een stalletje langs de weg hele (of halve, ze zijn enorm en zeker 40 cm lang) guanabana’s verkopen – volgens mij heten ze in het Engels ook wel jackfruit of soursop, de Nederlandse naam ken ik niet. Maar ik ken ze van mijn tijd in Zuid-Amerika, en Hans van onze maaltijd in een restaurant in Quito, Ecuador toen ik er een glas van bestelde en er gelijk 3 van bij kon bestellen omdat hij het zo lekker vond! Deze zagen er niet zo heel goed uit en al dat lood en uitlaatgassen zal de smaak ook niet echt goed doen vermoed ik...

Het contrast op straat was soms groot; een oud pand van zo’n 100 jaar oud dat op de begane grond nog wel als winkels gebruikt wordt, maar waar op hogere verdiepingen de planten uit de muren en ramen groeien, het gebouw grauw en groezelig, en ernaast een blinkende goud-en-witte tempel. En in de verte aan de rand van de stad een futuristische glas-en-metalen televisietoren of wolkenkrabber of iets dergelijks met bovenin de vorm van een lotusknop terwijl wij hier langs 2-3 verdieping hoge gebouwen reden.

We reden dwars door de hoofdstraat en daarna door en langs de Pettah bazaar – Hans en ik vonden het niet zo erg dat we er in de bus langsreden, al hadden we het ook prima gevonden om aan het begin afgezet te worden en aan het einde weer opgehaald of zo. Maar het sprak ons niet zo erg aan om er rond te willen lopen. Op gegeven moment op de hoofdstraat kwamen we langs de bijzonder opvallend rood-wit gestreepte Jami Ul Alfar Moskee, en tijdens de rit kwamen we sowieso regelmatig langs Boeddhistische tempels, Hindustaanse tempels, en kerken.

Geleidelijk aan kwamen we in het oudere centrum, met mooie statige grote gebouwen uit de koloniale tijd (Nederlands zowel als Engels) en moderne kantoorgebouwen, dure hotels en brede promenades. En heel veel verkeer... Want het was een drukke stad! Op gegeven moment kwamen we langs het presidentiele paleis, dat een replica was van het Witte Huis in Washington.

Om 11:45 reden we het terrein van het Nationaal Museum van Colombo op. Het gebouw van het museum was een heel groot, statig koloniaal gebouw, en we reden langs een standbeeld van Koning Victoria van Engeland onderweg er naar toe. De collectie zou een collectie van van alles zijn, van archeologische vondsten tot culturele zaken, kunst en geschiedenis. We liepen naar de entree en onze gids regelde de kaartjes terwijl wij in de schaduw stonden te wachten. Volgens de excursieomschrijving zouden we hier 3 dollar moeten betalen voor foto’s, maar dat leek oude informatie te zijn of werd in ieder geval niet voor onze groep gehandhaafd, dus dat scheelde weer!

Iets voor 12 uur was de gids klaar en leidde ons het museum in; Hans en ik kregen sterk de indruk dat hij ons een tour ging geven van het museum, dus Hans vroeg gelijk hoe laat en waar we zouden verzamelen, zodat wij ons eigen ding konden doen. Dat was geen probleem en wij vertrokken richting een paar zalen op de tweede verdieping die we wel wilde zien (de gids was onderweg geweest naar zaal nummer 1 om bij het begin te beginnen...). Terwijl wij onze weg zochten door het onhandig ingedeeld museum – overal stonden hekjes en je leek maar op een manier door de zalen te kunnen lopen – liep een grote groep schoolkinderen netjes in ganzenpas achter elkaar aan langs alle tentoongestelde dingen in de zalen. We kregen de indruk dat de kinderen zelf er erg weinig van meekregen en gewoon braaf achter elkaar aanliepen, begeleid door moeders en/of juffen.

In een hoekje tussen zalen in vonden we wat oude Nederlandse gevelstenen en grafstenen uit de Nederlandse tijd van de VOC, leuk! We moesten een behoorlijk eind lopen kriskras door het museum (dat overigens een erg mooi gebouw was en redelijk goed ontworpen in de pre-airconditioning tijd om zo veel mogelijk briesjes en koelte op te vangen), en verbaasde ons steeds meer en meer over alle afzettingen en het feit dat we zo te zien maar op een manier door het museum konden lopen. Heel apart! Buiten op het terrein van het museum stond een indrukwekkende groep wurgvijgen (of enkele boom), een gigantische boom.

Onderweg naar ons doel kwamen we ook nog wat oude VOC munten tegen. En eindelijk, na zo’n 10 minuten stevig doorlopen kwamen we in de eerste zaal die we voor ogen hadden om te bekijken, die van oude wapens. We werden letterlijk op de voet gevolgd door een vrouw die volgens mij een suppost was, maar zo te zien vooral uit nieuwsgierigheid of verveling en niet om ons in de gaten te houden.

De volgende zaal die we wilde bezoeken bleek niet precies wat we ervan gedacht hadden, dus daar zijn we vlot doorheen gelopen – er stonden vooral lelijk gemaakte scenes met mannequins en maskers van gemaskerde dansen.

Ook de laatste zaal die wij wilde bezoeken was zo zo; een beetje knullige scenes van landbouwtechnieken en zo. Maar wel grappig om doorheen te wandelen. En opeens stonden we bij de achteruitgang buiten! Heel het museum was letterlijk éénrichting verkeer geweest, dat hadden we nog nooit meegemaakt bij zo’n groot museum, dat je maar op één manier door de zalen kon lopen! We zijn nog even terug naar binnen gegaan, twijfelend over wat we moesten doen, maar toen we ons realiseerde dat wat we onderweg gezien hadden van het museum niet echt de moeite was om voor terug te gaan en die dingen die we wel interessant vonden op zich ook goed bekeken hadden, besloten we maar om de achteruitgang te nemen en terug naar de voorkant te wandelen en daar te wachten op de rest van de groep.

Onderweg liepen we langs een openbaar toilet en besloten daar even in te gaan, maar mijn kant was niet echt prettig (er waren net een paar schoolklasjes geweest naar de 2 werkende hurktoiletten) en ik had geen hoge nood dus ik besloot om dit keer over te slaan – we zouden over een uurtje waarschijnlijk toch terug in de haven zijn. Terug bij de hoofdingang stonden de klasjes keurig te wachten tot ze naar binnen konden, de kinderen verlegen lachend en zwaaiend naar ons als ze onze blik vingen. De moeders poetste nog even een vlekje weg hier of trok een sok recht daar, en toen konden ze naar binnen.

Iets na 12:30 was iedereen er weer en liepen we als groep naar de museumwinkel vlakbij – daar bleken ook toiletten te zijn, keurige schone westerse toiletten en ik was de eerste nadat hij net schoongemaakt was, wat een genot!

Hans en ik hebben nog even in de winkel rondgekeken – er was echt van alles te koop, maar tot onze verbazing was wat in onze ogen juist het meest verkoopbaar was, de kleding, achterin op de bovenverdieping weggestopt. Er hingen leuke dingen op de paspoppen die je nergens terug kon vinden in de rekken, en er hingen in de rekken leuke bloezen voor Hans maar in maatje extra klein, helaas! De “extra large” die ik op gegeven moment vond leek ons meer een Europese “medium” te zijn! Jammer dus...

Er werd wel enthousiast kleine dingetjes gekocht en ook het koffiezaakje voorin de winkel deed het goed. Hans en ik waren op een gegeven moment wel uitgekeken in de winkel en zijn langzaam richting de bus gelopen. Achter de bus stond een grote overdekte kooiconstructie, die nu helemaal vol zat met schoolkinderen die aan hun lunch gingen beginnen. Dat leek ons wel een beetje vreemd, die kinderen in zo’n grote kooi – er was zelfs een deur in, heel de constructie was afgeschermd met traliewerk. Terwijl we aan het dubben waren waarom dat kon zijn (hier liepen tenslotte geen wilde dieren rond en de kinderen leken ook niet direct te willen ontsnappen) zag ik dezelfde soort kraaien rondhippen en in de tralies hangen, hongerig kijkend naar het eten de kinderen, als in het tempelcomplex van vanochtend – de kooi was dus niet om de kinderen binnen te houden, maar de kraaien buiten!

Wij keken trouwens ook wel een beetje hongerig toe, want de kinderen kregen dichtgevouwen bananenbladeren-pakketjes uitgedeeld, waarin plakrijst, een vleesprutje en een hoekje saus zat, en daarnaast waren de moeders allerlei lekkere extraatjes aan het uitdelen zoals gefrituurde hapjes en extra saus. Een monnik kwam binnen en kreeg ook een lunchpakketje uitgedeeld.

Wij reden iets voor 13 uur weg, toen iedereen uitgekocht en uitgekeken was en weer in de bus zat. Terug op de hoofdstraat stonden overal borden van een levensgroot kind met een schoolbord in haar of zijn handen met teksten als “papa, alsjeblieft niet bellen tijdens het rijden” – bedoeld om veiliger rijgedrag aan te moedigen. We reden langs de Amerikaanse ambassade en het Amerikaanse consulaat of zo’n soort centrum, allebei zwaar bewaakt achter hoge muren en verboden foto’s te maken.

Vanaf 13:10 reden we langs het water, allemaal nieuw land gewonnen van de zee – in de verte waren zandspuiters zelfs nog bezig om zand op te spuiten en zo nieuw land aan te leggen. Een Amerikaans stel in de bus merkte het op en Hans legde uit wat de schepen aan het doen waren. Iets later kwamen we zelf aan bij het haventerrein en reden we nog een hele tijd langs de grote betonnen haken die als fundering voor nieuw land afgezonken worden zodat het zand ertussen kan blijven zitten en niet gelijk weggespoeld wordt als het opgespoten wordt.

Om 13:15 waren we bij het schip, waar Hans en ik nog eventjes langs de winkels op de kade gelopen hebben voor we terug aan boord zijn gegaan. Gek genoeg waren wel bijna de helft van de winkels edelsteen- en juwelenwinkels! Maar dat schijnt een belangrijk (soevenir)product van Sri Lanka te zijn. Ondertussen was bemanning druk bezig om de zijkanten van het schip te schilderen, dat wordt ook heel regelmatig gedaan als ze er gemakkelijk bij kunnen, zoals hier. En net toen we weer aan boord wilde gaan zagen we een van de politieagenten met de mooie kleur uniform lopen! Dus ik heb gauw een overzichtsfoto gemaakt waar hij net in staat...

We besloten om nog wat te gaan lunchen en zijn om 13:30 naar het buffet gegaan, waar we met uitzicht op het nieuw gemaakt land en de spuiters in de verte geluncht hebben. Daarna zijn we op het achterdek van dek 11 gegaan (het schip was aan het bunkeren zagen we) om nog even rond te kijken voor we naar onze hut gingen om het vertrek van het grote containerschip vlakbij ons te bekijken rond 14 uur. En toen was het tijd om te rusten! Het was te warm om veel te doen buiten, pfffff...

Om 17:30 toen we ons klaar gingen maken voor het avondeten was de bunkerboot nog altijd niet weg – dat was een flinke tankbeurt die we hier deden dus! Hans en ik waren alleen voor het avondeten en dat kwam goed uit want daardoor konden we snel bediend worden en zaten we al om 18:40 in de showlounge voor de lokale Sri Lankeese show. We waren gelijk naar dek 8 gegaan en vonden een perfect plekje op het balkon.

Het was een hele lange show, hij duurde wel 5 kwartier, maar erg de moeite waard, erg energiek met goede danseressen in mooie kostuums die traditionele dansen uitvoerde, begeleid door een klein groepje muzikanten die lekker konden drummen. Erg leuk! De complexe bewegingen van armen en handen en lichaam waren af en toe haast hypnotiserend en sensueel om naar te kijken, en wat een kracht moeten ze in hun dijen hebben als je keek hoe ze regelmatig laag door hun knieen gezakt stonden! De dansen werden begeleid door 3-4 drummers en af en toe een zanger, en er was van alles; zo was er een dans van twee monsters met gekke capriolen, “headbangen” en ronddraaien, en dan weer een grote groep danseressen en dansers, vaak ook met hoge sprongen en salto’s. Tijdens een dans deed een dansers tot wel 10 borden balanceren tijdens het dansen. Erg leuk en wisselend om naar te kijken dus, en wat ons betreft de beste lokale show van de reis, nog beter dan de Vietnamese show die ook erg leuk was!

De show rondde rond 20:15 af en het applaus was zo groot en enthousiast (veel mensen, inclusief ons, gingen staan) dat toen de cruise director aan de hoofd-zanger en drummer over zijn mooie stem had, begon die nog een keertje te zingen en gingen alle drummers weer enthousiast meedoen en zijn ze nog een paar minuten lang doorgegaan! Erg mooi! Pas om 20:20 stopte ze echt en bedankte alle deelnemers elkaar en bogen naar elkaar voor ze van het podium afgingen. Toen wij terug in onze hut waren lag er een brief op bed over het feit dat we bewaking aan boord hadden gekregen om ons te beschermen tegen piraten in dit gedeelte van de wereld.

Om 22 uur voeren we weg en hebben Hans en ik nog even op ons balkon gekeken terwijl we wegvoeren. Tot onze verrassing ging de loods al van boord toen we nog geeneens het havenhoofd gepasseerd hadden en nog in het haventerrein voeren – apart! Dat was amper de moeite waard, die paar honderd meter loodsen... Rond 22:30 waren we ver van de lichtjes van Colombo vandaan en zijn we naar binnen gegaan om naar bed te gaan.

free counters