Januari 2018: Wereldreis per cruiseschip

HOME
ROUTE
LANDEN
MV COLUMBUS
2021 SLOOP
AAN BOORD
WERELD

We hadden onze wekker vanochtend op 4:15 gezet, en dat deed zeer, pffff! Maar we sprongen uit bed en in onze kleren, hebben ontbeten met fruit, de tas die al klaarstond gepakt en scheepskaartjes, fototoestellen en petjes gepakt en zijn naar beneden gelopen. Het schip was vanochtend om 4 uur aangekomen, om 4:20 toen we net opgestaan waren voer net het sleepbootje weg, en de excursie die wij gingen doen, naar de Vallei der Koningen en Karnak Tempel in Luxor, zou waarschijnlijk enorm groot zijn – er konden maximaal 800 mensen mee volgens het boekje, maar we hebben al eens gezien dat bij genoeg vraag ze de maximums oprekken. En omdat deze excursie al om 5:45 vanochtend zou vertrekken en we om 5 uur op de kade moesten verzamelen, en wij “pas” rond 4:45 naar beneden naar dek 4 liepen, waren we een beetje bang dat er al rijen drie keer om het schip heen zouden zijn om van boord te mogen.


Dat was totaal niet het geval! De deur naar buiten was nog niet open en we stonden pas als nummers 9-10 in de rij voor de dichte deur, goh, jeetje! We moesten wachten tot 5 uur (en tegen die tijd was de rij achter ons al behoorlijk gegroeid!), en toen konden we zo van boord lopen, geen douane-check, niets. Alleen we kregen onderweg naar buiten ieder een plastic zak met een kartonnen doos erin mee, ons ontbijt/snackpakket vanuit het schip. Wat een service! Er werd van te voren in de papieren gewaarschuwd dat de 3,5 uur lange rit vanuit Safaga naar Luxor nonstop zou zijn – ook vooral vanwege de beveiligde konvooi waarin we zouden rijden, en daarom had de bus ook een toilet aan boord en kregen we deze snackpakketten. Maar je had ook kunnen ontbijten in het buffet vanochtend, dat schijnbaar al om 4 uur open was.

We kregen bij het instappen bij onze bus onze paspoorten – die we aan het einde van de dag weer in zouden moeten leveren – en installeerde onszelf om te wachten tot vertrek. Ondertussen deed Hans even voor ons beide inventariseren wat er in het snackpakket zat, en dat was niet verkeerd; een broodje belegd met ham en kaas, een flesje water, een banaan en een sinasappel, een stukje cake en een croissantje en rozijnenkoek, die laatste drie vannacht vers gemaakt door de bakkers aan boord. EN dan gingen we vandaag ook nog eens lunchen in een hotel in Luxor, bleek later. Wauw! Er waren totaal 10 bussen, dus dat viel eigenlijk nog wel mee met de hoeveelheid mensen die meededen aan de excursie, “maar” zo’n 300-400 man waarschijnlijk.

Het was nu vanochtend vroeg om 5:15 al 23 graden buiten, dat beloofde wat voor straks. Voor Hans is het 36 jaar geleden dat hij naar Egypte is geweest en Karnak en de Vallei der Koningen bezocht heeft, en hij was voor zichzelf benieuwd hoe erg het wel niet veranderd was in die tijd, en voor mij benieuwd wat ik er van zou vinden, aangezien ik als kind jarenlang gek was van alles wat met de oude Egyptenaren te maken had, en zelfs een tijdje egyptoloog wilde worden tot ik me bedacht dat Toetanchamon al ontdekt was en er verder vast niet veel meer te ontdekken viel (foutje, ze vinden nog regelmatig van alles!).


Om 5:35 vertrokken we, maar onze snel- en veelpratende Egyptische lokale gids waarschuwde ons dat we niet te comfortabel moesten worden, want we moesten eerst nog door de beveiliging in de terminal met onze bagage. 5 minuten later stapte we inderdaad weer uit waar mannen en vrouwen in de spiksplinternieuwe terminal door verschillende deuren moesten – alleen ze hadden de verkeerde deuren aangewezen dus in de zaal achter de deuren moesten mannen en vrouwen van kant wisselen... En daar konden we door de scanner met onze bagage en zelf door een detectiepoortje. Bagage ophalen aan de andere kant van de scanner, door de terminal lopen naar de andere kant, en daar stonden de bussen weer op ons te wachten. Nu begonnen we pas echt aan de lange rit naar Luxor.

Onze gids was niet van plan om de lange rit stilletjes voorbij te laten gaan en heeft bijna nonstop doorgerateld over van alles, van het mummificeer-proces tot de bouw van de tempel van Karnak, tot hoe veel uitdrukkingen op al dan niet creatieve manier gekoppeld kunnen worden aan de oude Egyptenaren en hun geloof en dodencultuur, over de Egyptische goden en het belang van de zon en hoe zich dat in alle architectuur uitte, over de Nijl en haar belang, allemaal best interessant. Dat de oude Egyptenaren de westoever van de Nijl associeerde met de dood, vanwege het ondergaan van de zon, en de oostoever met het leven, vanwege het opkomen van de zon, vandaar dat de Vallei der Koningen aan de westoever gemaakt was, in de hoop dat daarmee de farao’s geholpen werden op hun reis door het hiernamaals. Voor die vallei werd gekozen vanwege de pyramidevorm, die de oude Egyptenaren graag gebruikte, net als de obelisk-vorm, omdat het voor hun de vorm had van de stralen van de zon die naar de aarden toe kwamen. Ze vertelde, uiteraard, over hierogliefen en de Rosetta steen, en hoe uiteindelijk ze de hierogliefen hebben weten te vertalen dankzij die steen.


Ze vertelde dat Egypte voor 96% woestijn is, en maar voor 4% groen is. Dat de bevolking al op zo’n 100 miljoen mensen zit, en dat er tegenwoordig iedere 9 seconden een baby geboren wordt, terwijl dat vroeger nog “maar” iedere 27 seconden was. En dat het woord “Kopt”, zowel voor Koptische christen als voor Koptische moslim gebruikt kan worden, omdat Kopt eigenlijk vooral alleen een oud woord was voor “origine”, en dat zelfs het woord Egypte komt van het woord “Kopt”, verbasterd door de Grieken die het woord “Gypt” niet konden zeggen en er E-Gypt van maakte. Of zo ongeveer, ze ratelde vrolijk constant door! Tegenwoordig zijn de meeste Kopten christen, maar in principe zou moslim dus ook kunnen.


Er werd op deze excursie geen water geboden, los van het flesje dat we in ieder snackpakket gehad hadden, en ons eigen water. Hans en ik hadden van de drie 1-liter flessen die we nog uit Nederland hebben, (appelsapflessen, ideaal met een brede mond) en die we al 3 maanden steeds zorgvuldig uitwassen na gebruik, eentje gevuld met water en twee gevuld met limonade bij, zodat we hopelijk genoeg vocht bij zouden hebben voor de dag. Je kon wel in de bus voor 1 dollar twee halve liter flesjes kopen – eigenlijk bizar, we hebben in heel Azië en het Midden Oosten water inbegrepen gehad in de excursies, omdat naar eigen zeggen het daar te warm was om het niet te bieden, en in zo’n beetje het warmste land, Egypte, moet je betalen voor water (en het is al een dure excursie).


De gids moest ook inventariseren wie er allemaal het graf van Toetanchamon wilde bezoeken – kostte je 15 dollar extra, was niet inbegrepen in de excursie – en wie een fotopermit wilde: dat was een nieuwe maatregel waar we pas 1-2 dagen geleden bericht van hadden gekregen, dat als je in de graven in de Vallei der Koningen wilde fotograferen, je een extra 18 dollar kostende permit moest kopen, ook niet inbegrepen in de excurisieprijs. Wij besloten er toch maar eentje te nemen, we komen er tenslotte misschien nooit meer. De gids bood echter ook een briefkaartenpakket van de Vallei en een CDtje met 3000 foto’s van oudheidkundige zooi vanuit heel Egypte en het Cairo Museum voor maar 10 dollar, als je dat liever deed. Dus in de loop van de ochtend deed ze bij iedereen langsgaan om te checken wie wat wilde. Schijnbaar gold de fotopermit echt specifiek voor één apparaat – wilde je dus bijvoorbeeld met smartphone én fototoestel fotograferen, dan moest je twee permits hebben. Apart en een beetje bizar in onze ogen!


Ondertussen reden we tot een uur of 8 door onherbergzame, kale, rots- en zandwoestijn, erg mooi, met rotsachtige heuveltjes en wisselend van kleur bruin, geel, grijs en zwart. Regelmatig kwamen we langs een politiepost waar de bus moest afremmen, maar meestal reden we op mooi nieuw vlak asfalt. Hans en ik kregen rond 6:30 al honger en hebben een broodje ham-kaas gedeeld en de cake en croissant/rozijnenkoek verdeeld als tweede ontbijt – de eerste om 4:15 was al lang vergeten! Het begon al aardig warm te worden en de bus was wat ouder, dus door het vibreren van het rijden trilde de airco-klepjes geleidelijk aan steeds dicht. Op gegeven moment werd Hans het goed zat en stak twee stukjes van het karton van onze snackpakket erin, om ze open te houden. Slim! Het werkte perfect.

Rond 8 uur kwamen we weer in de bewoonde wereld, dorpjes die langs kunstmatig gemaakte zijkanalen van de Nijl ontstaan waren. De irrigatie van de velden ging nog op de ouderwetse manier zoals de oude Egyptenaren het gedaan hadden, met grootste verschil dat de pompen die het water van het hoofdkanaal in de veldjes pompte nu electrisch waren. Maar er reden ook nog ezelskarren en het zag er nog allemaal heel erg traditioneel uit allemaal! Vanaf dit moment namen de politieposten flink toe – bij binnenkomst en verlaten van zo’n dorpje of stadje, en regelmatig ook bij grote kruispunten moesten we door een politiecontrole rijden.

We kwamen door Qena City, een wat groter plaatsje onderweg, en de stalletjes langs de weg vielen op vanwege hun hooggespannen doeken tegen de zon – zo hoog zie je ze zelden bij straatstalletjes, maar dat is hier natuurlijk vanwege de hitte. En ze waren mooi versierd met lampen en in één geval zelfs kroonluchters die hingen vanaf de hoge overkappingen. Een gebakzaakje had daarnaast ook nog eens al zijn verschillende gebaksdoosjes op lange touwen gehangen en dat hing als een soort versiering voor zijn stalletje.

En het viel Hans en mij op dat er onderweg niet alleen politie was, maar ook gewapende burgers – een soort militia of zo? Vaak zaten ze net zo nonchalant als de ongewapende burger op straathoeken in de schaduw, in dezelfde soort vaalkleurige gewaden met het wapen tegen de knie geleund – ze vielen meestal zelfs niet eens op maar bij sommige kruispunten konden er wel 2-3 zitten. Heel apart, maar wel een duidelijk bewijs van de spanningen in het huidige Egypte. Overigens was er van onze “konvooi” in de praktijk weinig van terechtgekomen – de bussen haalde elkaar onderling regelmatig in en bij vertrek uit de terminal hadden we nog 2-3 volgauto’s gehad, maar onderweg zijn we die volledig kwijtgeraakt volgens mij. Het was in ieder geval hoe dan ook geen strak georganiseerde konvooi. Wel reed er een “reserve-bus” mee met de konvooi, mocht een van de bussen onderweg panne krijgen.

Ondertussen bleef onze gids vrolijk doorkletsen – af en toe gaf ze ons even 5-10 minuten pauze om iets te verwerken, zoals ze zelf zei, maar dan begon ze daarna weer met van alles te vertellen. We kregen blaadjes uitgedeeld met hierogliefen erop en hun betekenissen, en ze deelde een foldertje uit met zilveren hangers met hierogliefen erin in cartouches – en vertelde gelijk waar het woord cartouche vandaan kwam, dat gebruikt werd om de naam van farao’s te omlijsten: de Fransman die de Rosetta-steen vertaald had, had deze omlijsting “cartouche-achtig” genoemd, vanwege de, voor hem, gelijkenis met het Franse woord voor kogelhuls. En in de loop der tijd is het dus gewoon “cartouche” geworden. Maar mochten wij zo’n hangertje willen kopen, dan kon ze dat voor ons regelen. En ze liet de 22 briefkaarten rondgaan zodat mensen konden besluiten of ze daar hun geld aan wilde besteden of aan de fotopermit, enzovoorts enzovoorts!

Ondertussen zagen we natuurlijk van alles langs de weg; ezelskarren, mensen in de velden de oogst aan het binnenhalen of irrigatiekanalen graven om het water door het veld te geleiden, de mannen met wapens en hun wapenloze maten die in de schaduw rondhingen niks te doen, overal water-tap installaties waar je met een mok aan een kettingkje wat drinkwater kon tappen, karren volgeladen met suikerriet, huizen in aanbouw, van alles. Ook hier wordt er duidelijk belasting geheven op afgemaakte huizen, want er was er geen eentje die wij zagen die niet betonijzers uit het dak had steken! Opvallend was ook dat de buitenkanten van de huizen gewoon grauw beton bleven, maar dat men de balkons vrolijk versierde met doeken, behang en/of beschilderingen in allerlei kleuren, en meubilair – best een apart gezicht, die stukjes kleur in een voor de rest vaak grauw appartementenblok!

Om 9:15 reden we Luxor binnen, en 5 minuten later reden we op een brug over een lange rechte laan geflankeerd door sfinxen – we kwamen in de buurt van de Tempel van Karnak, ons eerste doel! Kort daarna reden we langs de Nijl zelf, en vingen in de verte al glimpen op van de Vallei der Koningen aan de overkant (we zaten nu op de oostoever van de Nijl).

Iets voor 9:30 kwamen we aan bij de entree van de Tempel van Karnak; Hans was verbaasd – er was een heel complex ontstaan rondom de tempel waar hij 36 jaar geleden gewoon in het stof naar de tempel zelf kon lopen. Nu was er een parkeerterrein, allerlei soevenirstalletjes en een grote entree met maquette van de tempel en foto’s van opgravingen. Onze gids heeft hier in het entreegebouw bij de maquette wel 20 minuten lang staan vertellen over van alles en nog wat met betrekking tot de tempel en hoe hij opgebouwd was terwijl mensen de kans kregen om naar de wc te gaan als ze wilde – en dat duurde natuurlijk wel een tijdje. In de loop van 1600 jaar hadden allerlei farao’s hun eigen stempel achtergelaten op de tempel, meestal door toevoegingen om de centrale heilige ruimte heen te bouwen, die oorspronkelijk heel klein begonnen is. Vandaar dat er massieve stenen poorten, sfinxen-lanen, en obelisken staan, dat was er in het allerbegin van het tempelcomplex niet.

We liepen naar buiten naar de werkelijke ingang van het tempelcomplex, en in de schaduw van een paar boompjes vertelde onze gids nog het een en ander, en toen konden we echt richting de gebouwen lopen. Hans gaf al aan aan de gids dat wij onze kostbare tijd gingen invullen met zelf rondkijken, want het was inmiddels al 9:50 en we moesten om 11 uur weer terug bij de bus zijn, en onze gids had beloofd om eenmaal in het tempelcomplex nog een en ander uit te leggen. Dat gingen we niet afwachten, en omdat Hans hier al eens geweest was, “mochten” we al gelijk alleen rondzwerven! Ze ging er waarschijnlijk van uit dat hij de gedetaileerde uitleg van 36 jaar geleden nog onthouden had!

We liepen door een bewakingspoortje waar theoretisch gezien de tassen gecontroleerd werden – mijn rode stoffen tasje met wat water erin en zo niet – en we liepen aan op de laan van ram-hoofdige sfinxen. Voor mij nog een beetje onwerkelijk om te beseffen dat ik nu naar échte oude Egyptische dingen aan het kijken was, in het echt, waar ze hoorde te staan en niet achter glas in een of ander museum of in een boek. Als je in het midden van de aanlooproute stond kon je helemaal door het complex heenkijken naar de andere kant, zo goed hadden de oude Egyptenaren alle toevoegingen en aanpassingen over de eeuwen heen ontworpen.

Onze gids haalde de kaartjes op, gaf ons ieder een kaartje, en maande ons om door de kaartcontrole te gaan in de buitenste, metershoge en metersdikke toegangspoort. Toen zij er zelf doorheen was stootte we haar aan dat we nu echt alleen rond gingen kijken en gingen Hans en ik er vandoor om lekker zelf te verkennen.

We liepen als eerste wat kleine bijgebouwtje in, zonder dak en eigenlijk niet zo heel veel om te zien, een paar kleine ruimtes in slechte staat, maar wel met wat hierogliefen en tekeningen en zelfs hier en daar nog een vlekje kleur zichtbaar, en ik werd emotioneel toen ik besefte dat ik er nu écht stond, samen met Hans. Ik weet nog maar een fractie van wat ik als kind allemaal opgezogen had over de oude Egyptenaren, maar om er nu eindelijk écht te staan was bijzonder, en daar werd ik een beetje emotioneel van. En Hans vond het leuk voor me dat ik dit nu eindelijk echt kon zien, en hij had ook erop aangedrongen om deze excursie te doen.

We liepen verder het tempelcomplex in, om de lange laan van sfinxen voor een rij dikke kolommen te bewonderen die aan beide kanten van deze grote binnenplaats stonden. Sommige sfinxen waren nog in hele goede staat, andere wat minder. Ondertussen stond onze gids in de verte nog uitgebreid uit te leggen wat er allemaal te zien was!

Langs wat stukjes gebroken granieten obelisken en indrukwekkende dikke muren liepen we voorbij de middenlaan en naar de overkant, waar ook weer een rij sfinxen met ramskoppen zat, en, tussen twee grote standbeelden door, de ingang was naar een kleine tempel met aan beide kanten van de kleine binnenplaats metershoge standbeelden stonden vóór zware vierkante kolommen vol hierogliefen en afbeeldingen, die nog altijd grote delen van een stenen dak omhoog hielden.

Er was zo te zien weinig restauratie gedaan maar hier en daar waren in het verleden ijzeren pinnen door delen van het dak geschroefd om alles nog enigszins bij elkaar te houden, en achterin de tempel was nog een tweede, kleinere binnenplaats met daaraan grenzend een donkere ruimte waar het dak nog helemaal intact was. Ieder oppervlakte stond vol hierogliefen en afbeeldingen, en in twee kleine zijkamers van de donkere ruimte was er een enkele lichtstraal die vanuit het dak kwam om de ruimte op mysterieuze manier te verlichten. Een Egyptenaar had voor de twee zijkamers post gevat en wees je of naar de ene of naar de andere ruimte – om het “verkeer te regelen” en vermoedelijk af en toe een extra fooitje te krijgen. Wij konden niet ontkomen aan het verplichte kiekje van in dit geval Hans die met zijn gezicht baadend in zonlicht moest gaan staan terwijl de rest donker was – ik denk dat als we het niet gedaan hadden, de Egyptenaar ons toestel had gepakt en zelf de foto had genomen!

We liepen weer naar buiten naar de hoofdbinnenplaats van deze tempel en via een zijdoorgang naar buiten, om uiteindelijk weer richting de hoofdlaan naar het middenpunt van het terrein te wandelen. Overal stonden standbeelden, soms metershoog, en waren gigantische muren volgetekend met afbeeldingen en hierogliefen.

We kwamen bij het meest indrukwekkende gedeelte van het hele tempelcomplex, de gigantische “hypostyle hal”, met 134 metersdikke kolommen, gebouwd door Seti I en Ramses II in de 14e en 13e eeuw V.C. Hans had al gezegd dat het indrukwekkend was, en het was hem altijd bijgebleven, en dat was het inderdaad ook! De kolommen waren aan de basis minstens iets van 4-5 meter doorsnede, en leken oneindig hoog omhoog te gaan, en Hans had altijd begrepen dat er op de grote uitwaaierend lotusblad-bovenkant wel 100 man zouden kunnen staan, zo breed waren ze.

Iedere kolom was volgeschreven met uitgehakte hierogliefen en bijna alle kolommen waren indien nodig gerestaureerd zodat je een goed gevoel kreeg voor hoe de hal eruit gezien moet hebben – en op een groot aantal waren zelfs nog delen van de stenen balken en stenen muren en ramen die oorspronkelijk er boven gebouwd was te zien. Wat moet deze hal ongelofelijk indrukwekkend geweest toen hij nog in gebruik was – niet dat er gewone stervelingen zoals wij hadden mogen komen waarschijnlijk.

Onder de balken en aan de onderkant van de lotusbloem-bovenkant zagen we af en toe nog wat kleur zitten in de hierogliefen waar de zon ze niet hadden kunnen bleken, en op de enorm hoge muren rondom de hal waren allerlei metershoge taferelen uitgehakt en natuurlijk rijen en rijen hierogliefen. Erg mooi en erg indrukwekkend allemaal! We hebben er een tijdje rondgelopen, genietend van de doorkijkjes en zo veel mogelijk bekijkend, en ondertussen liep er af en toe een Egyptenaar ons te wijzen waar we mooie foto’s konden maken zonder mensen erop (tenminste, als zij zelf ook uit de weg stapte). Ze deden er niet moeilijk over als je ze niets gaf, maar het werd volgens mij wel gedaan met de bedoeling dat je ze een fooitje toestopte.

Uiteindelijk hebben we onszelf los kunnen scheuren van de hal, want Hans zei dat er nog meer was – weliswaar minder indrukwekkend dan dit, maar we moesten nog wel even verder rondlopen! Dus we zijn nog wat verder het complex ingelopen, langs mooie obelisken en standbeelden, kleinere kolommen en muren vol symmetrische hierogliefen, naar het kleine centrale gebouwtje van graniet dat een plafond had van gegraveerde vijfpuntige sterren – je zag nog licht het geel van de sterren tegen het blauw afgetekend van de nacht eromheen.

Van daaruit hebben we nog wat verkend in de ruines rondom het centrum, het complex was enorm en overal waar je keek zag je nog ruines en stenen liggen – veel lag op de grond, maar hier en daar waren ook dingen gerestaureerd en stonden standbeelden nog of weer mooi rechtop. En bij één muur was een soort Frans-Egyptische samenwerking om de muur te restaureren, op grove wijze dus de losse stukken steen werden weer terug op hun plek in de muur gemetseld, maar de ontbrekende inscripties en taferelen leken niet gerestaureerd te zullen worden. Ze stonden er zand te zeven (zand genoeg!) zodat het gebruikt kon worden om de mortel te maken waarmee de blokstukken teruggemetseld zouden worden.

In de buurt stonden nog een paar mooie standbeelden die nog bijna intact waren, en twee paar onderbenen van ongetwijfeld enorme beelden – de enkel was al dikker dan een mens, en het onderbeen zo’n 4 meter lang. Wat moeten dat kolossen geweest zijn! En het geeft de schaal van het complex weer, want deze gigantische beelden waren nog altijd in verhouding met de minstens even gigantische muren met gigantische hierogliefen en taferelen waar ze tegenaan stonden en de gigantische poorten die ze flankeerde. Ongelofelijk...

Het was onderhand 10:50 dus we zijn langzaam aan teruggewandeld richting de entree van het complex en door de souvenirwinkel-laan naar de bussen toe. Wat was deze tempel een prachtig complex! Bij de soevenirwinkels stond onder een schaduw-afdakje een ambulance, ongetwijfeld zal er af en toe een toerist bevangen worden door de hitte en/of te weinig drinken. Om 11:05 waren we als een van de laatste terug bij de bus, en een paar minuten later vertrokken we weer. Karnak tempel was erg mooi en indrukwekkend geweest!

Onderweg naar het hotel waar we zouden lunchen reden we langs de Luxor Tempel, volgens mij gebouwd door een van de Ramses farao’s, en remde de bus af zodat iedereen een goed zicht erop kon krijgen. Wel jammer dat we er niet even een klein kijkje konden nemen, want er stonden prachtige grote standbeelden die zo te zien nog redelijk intact waren. Schijnbaar was er in de loop van de eeuwen een moskee en een kerk gemaakt in de tempel, omdat overheersers gauw genoeg inzagen dat de oude Egyptenaren “gek op religie” waren zoals onze gids het zei – dus de beste manier om ze aan je hand te krijgen was door ze een nieuwe religie te bieden. De tempel had een mooie lange laan en een binnenplaats van grote kolommen die vanuit de ingang leidde naar het centrale heiligdom. Bij deze tempel was langs de weg een overdekte politiepost met twee kogelwerende schilden waarachter politie gewapend en op scherp zaten.

Om 11:25 kwamen we bij het hotel waar we zouden lunchen en tot 12:30 de tijd hadden, en stond er in het restaurant in de kelder al een uitgebreid warm buffet klaar, allerlei salades en groentes, en een ruime selectie zoetigheid. Het warme eten sprak me niet aan, dus ik heb een klein beetje salades en wat warme dingetjes genomen maar ben al gauw overgegaan op zoetigheid – er was een grote schaal met baklava-achtige zoetigheden en daar heb ik lekker wat van genomen. We zaten aan tafel met de vrouw (en haar man) waarmee we in Maleisië over een zelfstandige rondreis door Iran gesproken hadden, en hebben een beetje gekletst – zij was ook gelijk op de zoetigheden afgegaan, en vertelde over de enorme gastvrijheid in Iran die wij ook zelf meegemaakt hadden, en hoe men je haast dwong om te eten en je grote bergen lekkernijen gaf als je op bezoek kwam!

Zij had gehoord dat er in Dubai 256 man van boord waren gegaan, en maar ongeveer 50 ervoor in de plaats teruggekomen waren, dus zij had de indruk dat het schip op het moment toch niet veel meer dan 850-900 passagiers aan boord had. Toen ik tegen de einde van het uurtje nog even naar de wc ging, bleken de wc’s bij de vrouwen niet door te trekken. Er stond een kamermeisje met een emmer te wachten tot iemand naar buiten kwam (meestal met de opmerking dat de wc niet doortrok) en dan schoot ze naar binnen, gooide de emmer leeg in de pot, en was de wc min of meer klaar voor de volgende om te gebruiken.


Bij het hotel was ook een gewapende politiepost met kogelwerend schild. Om 12:30 zat iedereen weer in de bus en waren we klaar om verder te gaan. We gingen nu de Nijl oversteken en de Vallei der Koningen bezoeken. De Vallei lag weliswaar recht tegenover Luxor (sommige tempels in Luxor waren zelfs georienteerd op de Vallei), maar de brug om de Nijl over te steken lang een eind naar het zuiden, het was dus nog best wel een eindje rijden. Hans herinnerde zich (en de gids vroeg dat ook aan hem) dat hij vroeger gewoon met een pontje over was gestoken naar de overkant.

Na 20 minuten rijden door Luxor kwamen we bij de brug, geflankeerd door standbeelden van Horus in valk-vorm en een moderne interpretatie van een obelisk, en konden we oversteken naar de andere kant om heel het stuk weer terug omhoog te rijden. In het midden van de brug stond ook weer een bemande politiepost, net als overal in de stad. Aan deze kant van de Nijl was het meer landelijk en reden we langs veldjes waar geoogst werd en door kleine dorpjes. In de verte doemde de bergen van de Vallei der Koningen al op, en zagen we van een afstandje de dodentempel van Haptjepsut in een zijgedeelte van de Vallei liggen.

Naarmate we dichterbij kwamen reden we langs begraafplaatsen voor minder belangrijke notabelen uit de oudheid en recenter, en vertelde onze gids dat de huizen en apartementen in dit dorpje waar we reden hoogstwaarschijnlijk af en toe over graven heen gebouwd waren, er waren er gewoon zo veel in de loop der eeuwen gemaakt en iedereen wilde in de buurt begraven worden van deze heilige plek. Ze vertelde ook dat, toen het graf van Toetanchamon kort na zijn begrafenis geschonden was, het goud en zo allemaal is blijven liggen omdat dat in de oudheid weinig waarde had en vooral mooi was vanwege zijn gelijkenis met de zon – waar het de grafrovers in de oudheid om ging waren de kostbare harsen en olieën die mee begraven werden met de farao’s en hoge notabelen, die waren veel meer waard in de oudheid. In latere tijden werd ook het goud geroofd, maar toen was een haastig voorbereid graf van een onbelangrijke farao als Toetanchamon al lang vergeten.

We reden de mooie rotsen van de Vallei der Koningen in, en het bleek uit de uitgebreide uitleg van de gids (om problemen door onduidelijkheden te voorkomen, zoals ze zelf zei) dat als je geen fotopermit had, je ook eigenlijk gewoon NIET foto’s in de Vallei zelf kon maken – alleen vanuit de parkeerplaats voordat je je fototoestel terug in de bus legde. En je mocht absoluut niet met meer dan één apparaat zwaaien als je maar één fotopermit had, maar het was schijnbaar wel oké om je telefoon in je zak te houden terwijl je met je fototoestel rondliep. Het ging er maar om dat er maar één foto-apparaat zichtbaar was. En hoe minder spullen je meenam, hoe gemakkelijker het voor iedereen zou zijn. Pfffff, klonk allemaal heel lastig! Hans was verbaasd want hij is toendertijd gewoon naar binnen gelopen waar hij wilde en kon zo veel foto’s maken hoe en waar hij ook wilde.

Om 13:25 waren we bij de parkeerplaats van de Vallei der Koningen, waar we door een overdekte “winkelstraat” van soevenirwinkels moesten lopen, door een entree-gebouw met scanner (die het niet deed, er werd alleen even vluchtig in de tassen gekeken), met een mooie maquette die weergaf hoe de individuele graven er driedimensionaal uitzagen in de grond, en toen even wachten tot de gids de kaartjes gehaald had en er een treintje beschikbaar was voor ons om ons het laatste stukje de Vallei in te brengen. Bij de entree stond aangegeven welke 8 graven op het moment bezocht konden worden, je kon schijnbaar per entreekaartje maar drie graven bezoeken, en moest extra betalen voor Toetanchamon, Ramses V & VI, en Seti I. Allemaal nieuw voor Hans!

Ook vertelde de gids vandaag niet dat het bezoekbare graf van Toetanchamon eigenlijk een nepgraf was, om de echte graf te beschermen omdat hij zwaar leed van al het bezoek over de jaren. Het stond nergens vermeld, en Hans en ik begonnen aan onszelf te twijfelen, hadden we het dan verkeerd onthouden? We wisten het eigenlijk wel zeker, voor zover we onthouden hadden was Toetanchamon een paar jaar geleden eindelijk teruggebracht naar zijn eigen graftombe en daar in rust gelegd, en er was een replica gemaakt van zijn graftombe om bezoekers nog altijd de kans te geven een en ander te bekijken. Dat moeten we thuis nog eens goed opzoeken – maar het is wel logisch dat de gids en dit entreecomplex daar niets over zei, want Toetanchamon’s graf was erg populair om te bezoeken, en levert dus veel geld op.

Om 13:40 zaten wij eindelijk ook in een treintje – het was natuurlijk hartstikke druk met al die bussen die nu aankwamen bij de Vallei der Koning en voor onze groep hadden ze zelfs een extra treintje ingezet die naast het entreegebouw geparkeerd stond. Alleen de chauffeur vergat de rem-steen onder een van de voorwielen weg te halen dus we gingen met een flinke “bonk” weg terwijl het wiel eroverheen reed! 5 minuten later waren we dan eindelijk bij de Vallei zelf – het had een kort stukje geleken met het treintje, maar was stiekemweg toch wel een behoorlijk eindje lopen, zeker in de hitte!

De gids deelde de verschillende kaartjes uit – basis-entree goed voor 3 graven, fotopermit en extra kaartje voor Toetanchamon – en we konden gaan verkennen. Maar ze raadde ons aan om eerst nog even met haar mee te lopen naar het einde van de Vallei voor we zelfstandig op pad gingen, want dan kon ze onderweg aanwijzen welke graven volgens haar de moeite waren. We werden op het hart gedrukt om onze kaartjes NIET kwijt te raken, want anders konden we nergens meer in! Onderweg naar binnen werden de kaartjes afgescheurd en liepen we langs een soort garderobe waar je je fototoestellen achter kon laten. Geen idee in hoeverre dat ook bewaakt werd!

Terwijl we liepen wees onze gids hier en daar open graven aan die de moeite waard waren volgens haar – in ieder geval Ramses III, IV en Ramses IX waren de moeite, en ze raadde ons aan om met het verste graf in de Vallei te beginnen en terug te werken om de meutes mensen een klein beetje te vermijden. Onderweg liepen we langs het graf van Toetanchamon waar zelfs een muurtje en een afdakje overheen gebouwd waren. En ondertussen natuurlijk door het prachtige onherbergzame hete landschap van de Vallei zelf!

Onderweg liepen we constant langs afgesloten graven die (nu) niet toegankelijk waren of misschien gerestaureerd en onderzocht werden. Toetanchamon is al lang niet meer het laatste graf in de Vallei, er zijn er al zeker een paar gevonden na het zijne, en er is volgens mij ook nog zicht op nog een paar maar kan daar vanwege allerlei redenen niet aan begonnen worden om ze te excaveren. Vermoedelijk ligt de vallei helemaal vol, want farao’s werden er eeuwenlang begraven en al in de oudheid kwamen ze tijdens het graven van een graf soms al de gang naar een ander graf tegen.

Om 14:05 was de gids klaar met kletsen – ontmoeten was bij de bussen om 15 uur, dus we moesten opschieten. Ze had het nabijgelegen graf van Siptah ook nog specifiek aangeraden, het 47e graf dat in de vallei gevonden was, in 1905, dus Hans en ik besloten daar als eerste te gaan kijken. Het was volgens haar ook een van de diepste graven in de vallei, en dat was wel bijzonder.

We kregen bij de entree een gaatje geprikt in onze kaartjes, en ik ook nog in mijn fotopermit, en we konden naar binnen. Het was één lange gang naar beneden, met in het begin een kleurrijk plafond van gieren en sterrenhemels, en glasplaten tegen de wanden vol hierogliefen om ze te beschermen. De tekeningen waren nog vol kleur, dat had Hans ook herinnerd van zijn bezoek aan de Vallei der Koningen, dat je dan in die half donkere graven een explosie van kleur en tekening en detail zag, en dat het al duizenden jaren oud was en er nog altijd was!

Na het kleurrijke begin van de geleidelijke afdaling waren de muren echter kale rots, en dat bleef zo tot in de grafkamer zelf, diep ondergronds. Er stonden resten van sierzuilen rondom de grote massieve granieten sarcofaag volgegraveerd met hierogliefen en het deksel van de sarcofaag stond op een kiertje op grote blokken hout. Bovenop was een beeldhouwwerk van de overleden farao, geflankeerd door gevleugelde godinnen. Maar je kon het net niet zien – daar had de opzichter die mee naar beneden gelopen was wel een oplossing voor, als je stiekem was (en hem een fooitje gaf): hij hielp je tegen een kleinigheid staan op het hoogste voetstuk van de kolommen voor een net iets beter zicht op het gezicht van de farao. Ik ging op een wat lagere kolom staan waar ik gemakkelijk zelf op kon staan en hield mijn toestel hoog – werkte ook redelijk en scheelde gezeur.

Het was inmiddels al bijna 14:15 en na de eerste kleurenpracht was deze graf vooral een mooie diepe afdaling geweest, dus gauw terug omhoog en verder naar de volgende en hopelijk wat meer versiering! Onderweg naar boven heb ik nog zo veel mogelijk van de mooie versiering gefotografeerd, zoals de rijen en rijen met goden en het mooie plafond.

Terug in de zon stappend besefte we ons dat het in het graf weliswaar wat warm was geweest vanwege de stilstaande lucht, maar nog altijd koel vergeleken met buiten! Gauw het volgende graf opzoeken dus en onderweg nog even genieten van het mooie landschap van de rotsen om ons heen!

We besloten als volgende graf Ramses III te nemen, omdat ze gezegd had dat van de twee aangeraden Ramses III en IV, Ramses IV het wat gemakkelijkere graf had, en we dus hoopte dat Ramses III wat rustiger en mooier zou zijn. Het was ook weer een hele diepe gang schuin naar beneden de berg in, met kleine zijruimtes. Deze graf was al in de oudheid ontdekt en bekend geweest, en is duidelijk uit een tijd van het oude Egypte dat ze nog duidelijk zichtbare toegangspoorten maakte als ingang, en de ingang niet verborgen.

We kregen weer de gaatjes in onze kaartjes geprikt en konden door; ik merkte dat de toezichthouder al argwanend naar mijn fototoestel keek dat ik zichtbaar in mijn hand hield, tot hij het fotopermit zag en toen was het in orde.


De muren en het plafond waren ook hier weer vol met kleurrijke hierogliefen, en ook ieder oppervlakte van de kleine zijruimtes was volgetekend – we kregen de indruk dat sommige zijruimtes specifiek voor bepaalde goederen waren, zo had eentje vooral vlees en gevogelte afgebeeld, en een ander granen en zo. En overal spreuken, gebeden en bezweringen in hierogliefen verbeeld.

In een kleine vierkante zaal ongeveer halverwege de afdaling waren prachtige grote figuren verbeeld, en er kwam, terwijl ik ze tussen de hordes mensen door vast probeerde te leggen, al een toezichter die hier beneden rondliep te controleren op me af dus ik zwaaide mijn fotopermit die ik nog altijd in mijn hand hield; dat was prima. Maar de fotograaf van ons schip had ook een fotopermit, natuurlijk, en maakte de fout om, naast zijn fototoestel in zijn hand, ook nog even zijn mobiel tevoorschijn te halen om daar even gauw een kiekje mee te maken – deze grote figuren waren ook wel ontzettend mooi. Hap, de toezichthouder zag het, had beet en nam de telefoon in beslag, wiste de foto’s die hij gemaakt had en er volgde een hoop gediscussieer tussen de twee maar de toezichthouder was onverbiddelijk, de telefoon was in beslag genomen!

We liepen verder naar beneden, langs verbeeldingen van de overtocht door de onderwereld, waarbij de overledene werd bijgestaan door goede geesten om te helpen vechten tegen de kwade geesten, en natuurlijk overal prachtige goden en godinnen en ontelbare hierogliefen.

Helemaal beneden konden we niet verder de werkelijke grafkamer in, die volgens een tekst bij het hek ook nog helemaal versierd was, hoewel de schilderingen niet afgemaakt waren. De farao, zijn sarcofaag en het deksel van zijn sarcofaag lagen ieder in verschillende museums verspreid over de wereld en de grafkamer was dus leeg.

Terug naar boven probeerde ik weer wat foto’s in de mooie tussenruimte te maken en kreeg een buitenlander (niet van ons schip) op zijn kop van de toezichthouder. Hij deed alsof hij van niets wist, en opeens wees de toezichthouder naar mijn kaartje, “show” (toon). Ja hallo, dat heb ik 5 minuten geleden al gedaan, goed is goed. Nee nee, “show him”. Ah ok. Dus ik moest de man, volgens mij uit het Oosten van Europa, mijn fotopermit laten zien en de toezichthouder ging verder met mopperen op de man en de foto’s wissen op de telefoon die hij net in beslag had genomen. De man deed alsof hij gek was en van niets wist, maar was wel zijn foto’s kwijt. En toen dacht hij dat hij zijn toestel wel weer terug zou krijgen en waarschijnlijk verder kon gaan met stiekem foto’s maken, maar keek heel beteuterd toen de toezichter aan een andere toezichter de mobiel meegaf en die naar boven verdween. “Nee niet kwijt, straks boven weer terug”. Lachen! Maar wat wordt er dus ongelofelijk streng gecontroleerd! Ze moeten natuurlijk ook wel – je kunt haast geen fotopermit handhaven met al die mobiele telefoons die foto’s kunnen maken.

We hebben ons met moeite losgescheurd van de mooie schilderingen overal en stapte om 14:35 weer de buitenlucht in, op naar het laatste graf die we nog konden bezoeken, dat zouden we net kunnen redden want we moesten ook nog een treintje terug naar de entree nemen straks.

Onderweg naar het laatste graf die we wilde bezoeken, liepen we langs het graf van Toetanchamon en zijn daar even gestopt om het informatiebord te lezen. Maar ook hier stond er natuurlijk weer niets over of er nu wel of niet een tweede replica-graf gemaakt was. We gluurde even naar binnen onder het afdakje, en dachten een verborgen, losjes dichtgestapelde doorgang te zien achter wat leek op een electra-huisje of zoiets. Toetanchamon zijn graf was in 1922 ontdekt, en daarmee nummer 62 in de Vallei. Er stonden beneden in het overkapte voorportaal van het graf nog wat informatieborden maar we werden al weggejaagd voor we een kans hadden om ze te lezen want we hadden geen kaartje.

We besloten dus maar als laatste graf het graf van Ramses IX te bezoeken, graf nummer 6 en ook al bekend sinds de oudheid. Onderweg kwamen we het bord tegen voor een graf dat (nu) helaas gesloten was, die van Ramses II en zijn zonen, dat als een soort familiemausoleum ingericht was en daarmee uniek in de vallei was. Wat moet dat bijzonder zijn om te bekijken! Maar helaas, niet toegankelijk, dus we zijn naar Ramses IX gegaan, ook een van de door onze gids aangeraden graven.

Ook dit graf was weer vol bijzondere schilderingen, waaronder een aantal verbeeldingen van hoe ze dachten dat de hel en de onderwereld eruit zagen, vol vreemde figuren. Erg mooi. Ook het plafond dat voor een groot gedeelte gevuld was met gele tekeningen op een donkerblauwe achtergrond was erg mooi.

Helemaal beneden in de grafkamer zagen we ook allerlei mooie schilderingen, zoals de dubbel-afgebeelde oergodin van de hemel die met haar lichaam beschermend over de aarde strekte (en in dit geval, over de plek waar de sarcofaag van de farao zou hebben gestaan), en bavianen die de zonneschijf aanbaden. Op een stukje van de muur leek er in het Grieks wat graffitti te staan – ook dit graf was al sinds de oudheid bekend, dus goed mogelijk dat toeristen in de oudheid hier hun naam achtergelaten hadden! Op de muren werd volgens mij de hele dagelijkse en nachtelijke reis van de zon verbeeld.

Het was onderhand al 14:50 en we moesten echt terug naar de bus gaan, dus toen we uitgekeken waren zijn we terug naar boven gelopen, onderweg nog alle mooie tekeningen een laatste keer bewonderend, en een paar minuten later liepen we weer in de zon.

We zijn gelopen naar waar de treintjes stopte, en konden nog net op eentje stappen die bijna vol zat, waar Hans aan de praat raakte met een Egyptenaar die het wel leuk vond dat we uit Nederland kwamen en zin had in een kletspraatje, en onder de indruk was dat Hans hier 36 jaar geleden was geweest!

Ook hier op dit kort stukje naar het ingangsgebouw zagen we gewapende bewaking, net als het pantservoertuig die bij de ingang had gestaan. Als je het allemaal nagaat is het eigenlijk ongelofelijk hoeveel gewapende bewaking er overal is.

We liepen door de winkelstraat waar er nog druk de laatste dingetjes onderhandeld werden, en kwamen om 15:05 bij de bus waar na 10 minuten iedereen aan boord was en we weer konden vertrekken voor de lange rit terug naar Safaga. Maar eerst nog even naar Luxor om de Kolossen van Memnos te bekijken. Aan het begin van de weg naar de Vallei der Koningen kwamen we langs het huis waar Howard Carter woonde tijdens de excavaties van het graf van Toetanchamon.

In het dorpje aan de ingang naar de Vallei waren allerlei beeldhouwateliers, voornamelijk in alabaster – zoals de gids zei, zeer ervaren werklui die de kunst en kunde van hun voorvaderen nog altijd beoefenen. De ateliers waren van buiten bijna allemaal versierd met vrolijke tekeningen van alles wat enigszins Egyptisch leek, niet iets wat Hans zich kon herinneren van vroeger, hoewel er toen ook waarschijnlijk wel dit soort ateliers geweest waren.

Na een paar minuten rijden kwamen we bij de Kolossen van Memnos, zo genoemd door de oude Grieken maar eigenlijk zijn het gewoon standbeelden van een farao en zijn vrouw. Vlakbij waren de resten van een tempel waaraan de standbeelden waarschijnlijk oorspronkelijk verbonden waren. We konden er op het (bewaakte) parkeerterrein even een paar minuten uit om foto’s van dichtbij te maken – het ene standbeeld was haast een complete duiventil geworden, zo vol zat het met duiven! We konden ook nog even kijken naar de traditionele en tijdloze landbouwveldjes vlakbij, en gingen toen gauw om 15:30 weer op pad want we hadden nog een lange rit voor de boeg!

Iets voor 16 uur reden we over de brug over de Nijl, en zagen de tientallen riviercruiseschepen die tot in de verte allemaal 3-5 dik tegen elkaar aan aan de kant lagen; daar waren zo goed als geen klanten meer voor, dat was duidelijk! We reden dezelfde weg terug die we gekomen waren, en zaten al gauw weer op de weg door de dorpjes en het platteland, leuk om naar het plattelandsleven te kijken – en de gewapende burgers te tellen. Het waren er echt veel en we hebben vandaag echt veel politie en dit soort gewapende burgers gezien, ongelofelijk. Er werden vruchten of drinken verkocht in de schaduw langs de weg, en vaak zag ik twee of drie grote aardewerken kruiken, afgedekt met iets, duidelijk zat daar ook een of ander drankje of zo in. En overal reden tuktuks, het leek Ethiopië wel! Tuktuks hebben echt de wereld veroverd volgens mij.

’s Middags hebben wij de overgebleven broodjes en cake opgegeten uit onze snackpakketten, het fruit en het water hielden we over, dat kwam nog wel een keertje op. Rond 17:30 reden we weer door Qena City en de New Qena City erachter in de woestijn.

En om 17:45 reden we tegen zonsondergang aan de mooie woestijn terug in voor de laatste lange etappe van de reis terug naar Safaga. De zon wierp lange schaduwen en gaf de woestijn een rode gloed voor hij onder ging en toen bleef de avondschemer nog een tijdje zichtbaar in de heldere nacht.

Rond 19:15 reden we in het donker Safaga in, auto’s reden hier net zo gemakkelijk zonder licht als met licht, en uiteraard moesten we in het haventerrein weer door de beveiligingscheck. Een dienstklopper merkte dat ik een foto maakte van het scannen en begon tegen me te mopperen dus ik deed alsof ik gek was en verontschuldigde me uitgebreid, terwijl onze lokale gids al aankwam om hem in het Arabisch de oren te wassen. Overigens zei ze in het begin van de dag dat Egyptenaren zichzelf als een op zichzelfstaand ras zien, ze zien zichzelf niet als Afrikaans en ook niet als Arabisch al hebben ze daar wel het geloof, de taal en de cultuur van overgenomen.

Om 19:35 waren we bij het schip terug, en hebben nog tot 19:45 moeten wachten voor de rijen mensen eindelijk het schip inschuifelde. Pfffff! En we waren blij dat dit een scheepsexcursie was, anders hadden we hem ernstig geknepen, want we moesten eigenlijk om 19:30 aan boord zijn en zouden om 20 uur vertrekken!

We hebben gauw wat te eten gehaald in het buffetrestaurant – we hadden in principe best naar de tweede zitting kunnen gaan in het restaurant maar hadden gewoon geen zin meer en wilde even gauw wat in onze maag hebben en dan instorten in onze hut. Plus ik had zelf ook bijna geen eetlust vanwege gigantische buikpijn die ik heel de dag gehad had – op de heenweg was het vervelend geweest, tijdens de excursieonderdelen weinig to soms zelfs niet aanwezig, en op de terugweg zo vreselijk pijnlijk dat ik het gevoel had dat ik letterlijk uit elkaar zou klappen. Er was iets met de stoelen van de bus dat het verergerde volgens mij, maar ik had dus eigenlijk alleen maar trek in een beetje soep en zo vanavond. Ook Hans had niet zo veel eetlust en er was ook gewoon weinig dat ons aansprak.

Na het eten zijn we naar buiten gegaan op dek 11 achter om te kijken naar het vertrek. Met een grote stoot van de thrusters werden we van de kant af geduwd en iets na 20:30 zijn we naar binnen gegaan omdat we doodop waren en wilde gaan zitten en wat koffie en thee drinken! Het was een hele mooie dag geweest maar we waren 14 uur op pad geweest, het was wel mooi onderhand!

De klok moet ook nog eens een uurtje naar voren vandaag dus we werden zelfs nog beroofd van een uurtje slaap vannacht!

free counters