Januari 2018: Wereldreis per cruiseschip

HOME
ROUTE
LANDEN
MV COLUMBUS
2021 SLOOP
AAN BOORD
WERELD

We waren vanochtend om 7 uur aangekomen in Valletta, en hadden ons ontbijtje besteld voor tussen 7:30 en 8 uur. Het kwam om 7:45, twee borden met pannenkoeken zoals we besteld hadden, 2 jus d’orange en tomatensap zoals we besteld hadden, 2 botertjes, en met de jam zijn ze in de war geraakt. Want wij moeten jam aankruisen op de deurhanger, maar dan heb je geen idee wat voor soort jam je krijgt en die is meestal abrikozenjam, niet Hans zijn favoriet en ik heb zelf ook gewoon liever aardbeien. Dus wat we steeds doen is, het vakje “jam” aankruisen, 2 erbij schrijven, voor 2 keer, en “strawberry”. Meestal werkt dat prima, maar de persoon die vandaag de dienbladen opmaakte had er duidelijk moeite mee wat nu precies de bedoeling was, en heeft voor de zekerheid twee standaard (abrikozen) jamkuipjes op het blad gelegd, EN een ontbijtschaaltje vol geschept met chemische rode jam en erbij gezet!

Toen we na ons ontbijtje om 8 uur door de gordijnen naar buiten gluurde, keken we tegen mooie goudkleurige zandsteen vestigingswerken en -muren aan. Mooi! We lagen letterlijk middenin een middeleeuwse stad! In de straat onder ons stonden wel 6-8 hop-on-hop-off bussen te wachten op klanten, en de eerste touringbussen voor de vroege excursies stonden er al. Wij hadden nog alle tijd want wij vertrokken pas om 9:30 voor een indruk van het eiland, de “Island Panorama”, en hebben nog een klein dutje gedaan om de pannenkoeken een beetje te verteren, voor we opstonden en onze spullen in orde brachten (wat water en sultana-koekjes bij) voor vanmiddag. We hebben nog even naar buiten gekeken en zijn toen rond 8:50 naar beneden gelopen om in de showlounge te verzamelen.

In de showlounge werd er gelijk zonder vragen te stellen een nummer op onze borst geplakt – pardon? Maar er was nog maar één excursie over dus het was ze schijnbaar duidelijk dat wij voor die excursie kwamen – meestal moet je je ticket laten zien voor je een nummer krijgt. Maar Hans en ik hadden besloten dat we geen zin hadden om in de showlounge te blijven wachten en zijn maar gelijk via de andere deur naar buiten gelopen om onze eigen weg naar de bus te vinden. Er werd door bemanning al weer hard gewerkt om het schip netjes te houden – nu waren ze vooral bezig met een tuinslang op een lange stok de romp met vermoedelijk zoet water schoon te spuiten, misschien ter voorbereiding van bijpunten met verf, wat ook eeuwig doorgaat.

Er waren twee loopplanken vandaag, en bij iedere loopplank stond een fotograaf. Ze proberen je allemaal op de foto te zetten, ik doe al maanden proberen om hun op de foto te zetten – maar heb daardoor dus waarschijnlijk op de meeste van die foto’s mijn toestel voor mijn gezicht. De meeste fotografen kunnen daar best om lachen en kennen me onderhand al, maar vandaag had er duidelijk eentje besloten om mij hoe dan ook op de foto te krijgen zonder camera voor mijn gezicht, want net toen ik het tegen Hans erover had dat het, als ik fotograaf was, een sport zou worden om mij vast te leggen, zag ik dat er eentje stiekem probeerde mij te fotograferen. Dus wij danste om elkaar heen terwijl Hans en ik langsliepen – richtte hij zijn toestel dan richtte ik de mijne, liet ik de mijne zakken deed hij dat ook. Ik ben benieuwd of hij snel genoeg is geweest!

We zaten om 9 uur in onze bus, die bijzonder vuile ramen had. We snappen eigenlijk niet zo goed dat daar niet vanuit de touringbedrijven en ZEKER vanuit het schip op gelet wordt – je doet uiteindelijk iets waarbij het essentieel is dat je naar buiten kunt kijken! Al gauw kwam de rest en we reden een kwartiertje eerder dan verwacht weg, om 9:15. Onze tour was een gemakkelijke tour, er zou bijna geen lopen aan te pas komen en het was vooral bedoeld om al rijdend een indruk van het eiland te krijgen (vandaar dat schone ramen wel lekker zou zijn geweest, maar ja...). Er waren dus ook een paar mensen aan boord die slecht ter been waren – een vrouw kwam zelfs in een rolstoel naar de bus.

Onze vrouwelijke gids had een vlotte babbel en vertelde van alles over het eiland, dat een lange en kleurrijke geschiedenis heeft omdat het al vanaf het begin van de beschavingen rondom de Middellandse Zee regelmatig van hand verwisselde, in de Middeleeuwen toevluchtsoord was voor een rijke en machtige (spirituele) ridderorde, en altijd hoog op de agenda stond als knooppunt tussen Afrika en Europa. De invloeden op de Maltese cultuur zijn dan ook Arabisch en Europees – de taal lijkt zelfs Arabisch te zijn, totdat je langer luistert en Italiaans, Frans, Engels en andere talen herkent. Het eiland is schijnbaar iets van 316 vierkante kilometer groot en heeft ongeveer 360 kerken, en één moskee, waar we toevallig net langsreden.

Om 9:30 stapte we uit bij een mooie kerk naast het Maritime Museum voor een fotostop, maar duurde het even voor we eruit konden omdat de oude vrouw met rolstoel in de eerste rij zich niet lekker voelde en naar de wc wilde. Na een paar minuten was ze in de rolstoel gehesen (ze kon amper de paar treden van de bus op en af) en bracht haar man haar weg en konden wij uitstappen. We stonden onder een mooi paars bloeiende jacaranda-boom terwijl de gids nog wat dingen vertelde, en konden toen wat rondlopen. Maar ze bleef praten, dus Hans en ik zijn op gegeven moment een monument op een rotonde met een stenen heuveltje in het midden gaan bekijken. Er was een hekje omheen, maar die kon open en via een bijzonder onregelmatig pad konden we dichterbij het monument komen, dat leek op een vlaggen-hijs ceremonie. Langs de rand van het pad omhoog stonden woorden in het Maltees, daar konden we dus weinig wijs uit, en er waren zo te zien recentelijk bloemen en kransen gelegd maar die waren inmiddels helemaal dood en verdroogd. We hebben geen idee waar het precies voor was!

In de haven voeren gemotoriseerde gondola’s rond op zoek naar klanten – de gondoliers peddelde wel, maar hadden ook kleine buitenboordmotoren om wat sneller te verplaatsen, grappig! We hebben nog even naar het Maritieme Museum naast de kerk gekeken, waar de kogel- en granaatgaten nog in zaten. In de Eerste Wereldoorlog was Malta niet per sé direct neutraal, maar is er in ieder geval niet gevochten en heeft het volgens mij een soort neutrale status gekregen, omdat men respecteerde dat het als ziekenhuis diende voor de Commonwealth soldaten die vanuit slagvelden hier naar toe gebracht werden. In het fort in de buurt van ons schip, Fort Elmo, is in 1917 zelfs de eerste hartoperatie ter wereld uitgevoerd. In de Tweede Wereldoorlog was Malta nog in Engelse handen, en is zwaar gebombardeerd door de Italianen, maar nooit bezet geweest.

We hoorde op gegeven moment een “dingdong” die heel bekend klonk – het schip bleek hemelsbreed vlak bij ons te liggen! Het eiland is klein en heeft gekke, grillige vormen, want het rijtje middeleeuwse huizen aan de overkant van de haven had daarachter duidelijk ook weer een haven liggen, want er staken de poten van een booreiland bovenuit! Inmiddels was de 10-minuten fotostop een 20 minuten stop geworden, en om 9:50 stapte we weer in de bus. Alleen het echtpaar met de rolstoel ontbrak, eveneens de begeleidster vanuit het schip. Het bleek dat de vrouw terug naar het schip wilde en dat de begeleidster een taxi had helpen regelen en ze nu alledrie stonden te wachten tot hij kwam. Dat duurde nog tot 10:15, toen was eindelijk iedereen weer compleet en konden we verder.

De gids vertelde over de aparte Maltese taal, en de woorden die daarin ontstaan waren. Zo waren nummers en een deel van de grammatica Arabisch, en moderne woorden vaak gewoon puur Engels: zo was wasmachine gewoon “washing machine”, maar dan met een net andere klemtoon, en het woord voor groente was dan weer een redelijk verwarrend word, “hashjish”. Apart! Ik denk niet dat veel mensen high kunnen worden van komkommer en tomaat, maar het was echt waar bezwoer ze, en een grote bron van hilariteit voor buitenlanders, begrijpelijk!

In de stad stonden overal mooie oude (en nieuwe) gebouwen van de honing-kleurige zandsteen, die hier lokaal gedolven werd en schijnbaar zo zacht als boter was, poreus, snel verweerde en niet erg geschikt voor bouwen, maar het enigste voorhanden – het vocht trok er zo doorheen, gelukkig is Malta geen vochtig eiland. Water is hier zelfs een kostbaar goed en komt vooral van regen als ze die krijgen, en wordt voor de rest gewonnen uit zeewater, Maltesenaren weten dan dus ook niet anders dan om zuinig met water te zijn, en volgens de gids wordt bijna een kwart van het stroomverbruik van het eiland verbruikt voor het produceren van water. Buiten de stad waren allerlei kleine, beetje rommelig-ogende veldjes met gestapelde stenen muurtjes ertussen en grote wildgroeiende schijf-cactussen vol bloemen en rijpende vruchten.

We kwamen iets voor 10:45 aan in het plaatsje Marsaxlokk aan, waar de bus ergens in een rustig straatje parkeerde omdat wij het laatste stukje moesten lopen. We liepen constant langs zandstenen muren en, omdat we op gegeven moment bij zo’n muur stonden te wachten op de rest van de groep, trok ik uit verveling met mijn nagel over de vlakke steen – en maakte er een kras in! Wauw, dat is echt zacht! Schijnbaar is er iedere zondag een markt in het haventerrein, maar niet vandaag omdat het vandaag een feestdag was, Marsaxlokk-dag. Volgens onze gids was dat veel beter want de marktstalletjes haalde 60% van het uitzicht weg, dus zouden we nu een veel beter beeld hebben van de haven dan anders op een zondag. Hans en ik waren benieuwd, en begonnen ons onderweg naar het haventerrein af te vragen of het misschien wel niet een “tourist trap” zou kunnen zijn...

We kwamen bij de kerk op de hoek van de haven aan en kregen hier tot 11:20 de tijd om zelf rond te lopen. Het was druk met mensen en vooral ook met toeristen, en ik had wel wat festiviteiten verwacht vanwege de feestdag, maar die waren er dus in ieder geval niet in de haven, want daar waren nu alleen maar terrasjes en heel veel mensen. In het water dobberde vrolijk geschilderde houten bootjes, vaak met het boze oog erop geschilderd als bescherming, maar voor de rest was er eigenlijk niets te doen. En ook weinig te zien! Een tourist trap dus wat ons betreft, en zeker niet zo pittoresk als in de excursie-omschrijving gesuggereerd werd, helaas.

We hebben een eindje langs de drukke kade gewandeld voor we afsloegen een zijstraat in om een beetje weg te komen van de drukte en potentiele zakkenrollers, en zijn via de achterstraatjes terug naar de kerk gewandeld, en hebben daar even naar binnen gekeken (er was een mis bezig). Buiten was ook een soort van religieuze dienst of samenkost bezig, een soort vraag-en-antwoord sessie leek het wel.

Het was toen echter nog maar pas 11:05, dus we zijn nog een eindje de andere kant op langs de kade gewandeld. Het leukste daar was een stalletje met “authentiek Maltees gebak”, zo gigantisch druk dat je op je tenen moest staan aan de zijkant om het gebak uberhaupt te kunnen zien! En er was een toeristenpost met toiletten, ideaal! We hebben hier nog even naar de vissersbootjes gekeken voor we terug naar de kerk geslenterd zijn, inmiddels was het gelukkig onderhand 11:20 dus we hadden onze tijd volgekregen.

Sommige mensen waren nu pas aan het einde van de vrije tijd in de drukke rij gaan staan voor de toiletten in de buurt van de kerk, dus toen de rij maar bleef duren besloot de gids iedereen die er al stond maar alvast mee te nemen naar de bus. Eenmaal bij de bus liep ze zelf terug om de rest op te halen, en de overgebleven vier, twee vrouwen die in de wc-rij waren blijven staan en hun mannen, kwamen pas na 11:35 de bus instappen, zonder excuus of iets. Wij snappen niet dat mensen zoiets pas aan het einde van hun vrije tijd gaan doen – je laat een hele groep op je wachten omdat jij niet in je vrije tijd naar de wc bent gegaan. We konden in ieder geval weer op pad.

We reden het platteland in, langs zandstenen huizen, ruïnes en “opknappertjes”, hashjish-verkopers ;-), wijngaarden, zandsteenrots-muurtjes en kleine rotsachtige veldjes. Er is schijnbaar best wel wat landbouw op Malta, maar de veldjes zijn klein omdat het nog altijd traditie is om een stuk geerfd land te verdelen onder de kinderen. En rotsachtig want alles is hier rotsachtig! De zandsteen-rots die voor gebouwen gebruikt wordt wordt in kleine groeves recht naar beneden uit de rots gesneden, en als de groeve uitgeput is of een bepaalde diepte bereikt heeft, wordt de groeve volgestort met aarde en organisch materiaal en wordt het in een veldje veranderd. Slim eigenlijk op zo’n klein en drukbevolkt eiland! Er wonen bijna 420.000 mensen op dit kleine eiland, en dan moet je slim met je ruimte omspringen. En dat merkte Hans en ik aan de excursie, het is een druk, vol en visueel rommelig eiland met af en toe een mooi middeleeuws stadje. Het is niet echt ons land en we zijn blij dat we weten hoe het er nu uitziet maar we hoeven er geen van beide weer terug naar toe.

Om klokslag 12 uur kwamen we bij de “Blue Grotto”, een mooi uitzichtspunt over een prachtige rotsboog in de zee en zo te zien wat grotten of in ieder geval inhammen. Kleine bootjes voeren er naar toe, onder de imposante boog door en even de entree van de grotten in en dan weer eruit, en wij hadden vanaf boven een mooi zicht op de boog, de mooie rotskliffen en de blauwe zee. Het was een kleine eenvoudige wandeling over een geplaveid pad maar onze gids had al door dat onze groep niet de meest snelle mensen bevatte, dus had al aangeraden om alleen te gaan als je vast ter been was, en dat zij eventueel best bereid was om je fototoestel mee te nemen en wat foto’s te maken voor je! Uiteindelijk ging echter iedereen de bus uit behalve een oudere dove man die al heel de rit in de bus bleef – hij had al zo veel foto’s van Malta, naar eigen zeggen, dat hij meer dan tevreden was met alleen een rondritje.

Er stond aan het begin van het pad een valkenier met een grote uil voor foto’s – hij vroeg er geen geld voor, wel een donatie voor zijn vogelclub of wat het precies ook was. Het pad leidde langs een mooie vallei die in zee een kloof werd, en iets verderop konden we op een plekje mooi neerkijken op de boog en de zee onder ons.

Toen Hans en ik uitgekeken waren – we hadden hier 10 minuten, echt alleen om even naar het uitzicht en terug te lopen – zijn we teruggelopen naar de bus. We zaten ruim op tijd in de bus, maar sommige mensen moesten nog met de uil op de foto, en toen iedereen er eindelijk was, bleek er nog een vrouw te ontbreken. Die kwam pas toen het al ruim 12:15 geweest was weer aan boord. Het is ongelofelijk wat een hoog gehalte “alleen op de wereld” mensen we vandaag in deze bus hadden! We konden in ieder geval weer rijden, al merkte ik aan de gids en de chauffeur dat ze een beetje geirriteerd begonnen te worden over al de kleine vertragingen steeds.

We reden in de buurt van oude opgravingen, een tempel gewijd aan vruchtbaarheid, en de bus nam een bobbelige tussendoorweg – Hans vermoedde een afsteggertje, want de weg was eigenlijk niet echt bedoeld voor een touringbus om doorheen te rijden, het asfalt was oud en versleten – maar de gids en chauffeur wilde waarschijnlijk weer een beetje terug op schema raken. Ooit, toen deze weg nog wel goed glad asfalt had, was het een noodlandingsbaan voor kleine vliegtuigjes vertelde onze gids – en in de verte konden we de ronde hangars zien die vroeger gebruikt werden.

Ze vertelde ook dat van de cactusvruchten die over het hele eiland groeide allerlei snoepjes, cakes en zelfs liqueur gemaakt werd – lekker zoet! En dat op een plant verschillende gekleurde vruchten konden groeien – van buiten dezelfde kleur, maar met ander kleur vruchtvlees schijnbaar. Dat was een leuk spelletje dat kinderen vroeger speelde vertelde ze, raden welke kleur de vrucht zou zijn als hij gepeld werd.


Na een tijdje hobbelen kwamen we weer op een goede asfaltweg, en konden we weer doorrijden. De chauffeur liet de gids vertellen dat hij de komende kilometers niet agressief aan het zijn was, maar gewoon praktisch – hij ging namelijk in de kronkelige weggetjes die we nu reden regelmatig toeteren, om tegenliggers te waarschuwen dat hij eraan kwam. Iets wat we vaker zien op bergachtige kronkelwegen.

Om 12:35 kwamen we aan bij een klein oud kapelletje, bij een uitzichtspunt over de Il Dingli kliffen. Het was een mooi, Zuid-Europees landschap om te zien. Het woei er flink en terwijl we er stonden ging van een van de toeristen bij het uitzichtspunt het petje er vandoor – die was kwijt! Er stond een stalletje met allerlei lokale lekkernijen en we mochten er de cactusliqueur proeven en verschillende soorten zachte nougat, waaronder ook met cactussmaak. Maar de lekkerste vonden we de nougat met citroensmaak – lekker zoet, maar ook lekker fris!

Om 12:50 waren we weer op pad, nadat nog een paar mensen op het allerlaatst nog wat kochten. Ik zag de gids verontschuldigend haar ogen rollen naar de chauffeur toen ze dacht dat niemand keek, en hij mopperde zachtjes iets in het Maltees. Omstreeks 13 uur reden we langs een van de verschillende middeleeuwse ommuurde steden, mooi op een heuvel met een prachtige ornate kathedraal erop. Dit was Mdina, de oude oorspronkelijke hoofdstad van het eiland totdat Valletta gebouwd werd.

Toen we weer de stad inreden stelde Hans voor om te vragen of de bus ons wilde afzetten in de buurt van de begraafplaats waar wij vanmiddag heen wilde – dat zou een hoop lopen schelen. Dus ik vroeg aan de gids of we met de bus in de buurt van de Pieta Military Cemetery zouden komen – nee, dat was niet het geval (ze herkende het gelijk), maar ze zou ons bij een bushalte vlakbij af laten zetten, geen enkel probleem. En ze besprak wat met de chauffeur in Maltees en hij knikte bevestigend; kwam in orde, geen probleem.

En inderdaad, een paar minuten later om 13:15 werden we afgezet bij een bushalte aan de grote weg, en wees de stugge en zwijgzame maar niet onvriendelijke chauffeur in een richting en de gids bevestigde dat, die kant op moesten we. We stapte uit en gingen op pad. We hadden de Pieta Military Cemetery van te voren op internet gevonden als een goed loopbare (zo’n 2-2,5 km vanaf de cruiseterminal) en interessante (ruim 1300 graven uit de Eerste Wereldoorlog waarbij ruim tweederde alleen al in het jaar 1915 gesneuveld was, en ongeveer 180 uit de Tweede Wereldoorlog) begraafplaats voor in Malta, en we hadden nog tot 16:30 vanmiddag de tijd om rond te lopen, dus een leuke activiteit om de op zich niet onaardige maar niet heel erg interessante excursie mee af te sluiten. Maar dat lag niet aan de gids, die deed haar best en heeft veel verteld.

Nadat we onszelf georienteerd hadden en in de juiste richting liepen, kwamen we als eerste bij de Ta-Braxia begraafplaats. Hier waren 4-5 graven uit de Eerste Wereldoorlog te vinden, en 3 uit de Tweede Wereldoorlog, en gek genoeg was de poort waar we op aanliepen open terwijl hij eigenlijk niet open zou moeten zijn op een zondag – hij stond op een kier. Maar het leek ons een beetje een naald in een hooiberg zoeken als we hier oorlogsgrafstenen gingen kijken, dus we besloten het enkel als een prettig afsteggertje te nemen onderweg naar ons eigenlijke doel, de Pieta Military Cemetery.

Ta-Braxia was een enigszins sobere begraafplaats om te zien, de grafstenen waren allemaal dezelfde kleur grijs en er waren in het deel waar we liepen weinig verschillende grafstenen – vooral staande kruizen en vlakken en liggende stenen. Het kerkje in het midden was mooi, met een ronde vorm, koepels en ronde ramen, en overal ronde bogen. Toen we wat verderop echter bij de poort kwamen waar we er weer uit hoopte te kunnen, bleek die op slot te zijn. Dus we zijn terug naar de eerste poort gelopen, die gelukkig nog op een kier stond (!) en zijn toch maar via de weg gewandeld. Het was sowieso niet zo heel ver meer lopen gelukkig.

Rond 13:30 waren we bij ons eigenlijke doel, de Pieta Military Cemetery; het was heel erg mooi aangelegd, met verschillende terrassen, mooie perkjes met bloeiende planten en mooie bomen, en overal honingkleurige zandstenen tegels. De oorlogsgraven hier waren anders dan we ze normaal kennen – vanwege de rotsondergrond moesten ze de graven letterlijk uithakken uit de rots, en daarom waren er per graf vaak meerdere soldaten begraven, omdat dat efficienter was. Zeker in de Tweede Wereldoorlog tijdens de bombardementen was het namelijk gevaarlijk om een graf uit te hakken! Omdat er meerdere soldaten in een graf lagen, hadden ze over de hele lengte van het graf hier horizontale platen gelegd waarop dezelfde informatie gegraveerd werd als op een standaard Commonwealth grafsteen stond, per soldaat – dus naam, regimentsinformatie plus -embleem, data, en persoonlijke spreuk van de nabestaande. En vanwege de uniformiteit had ieder oorlogsgraf dezelfde layout of er nu 1 of 6 man in lag.

Toch waren er een paar grafstenen die afweken – misschien later toegevoegd, na de oorlog, door de nabestaanden of zo? Omdat Malta het ziekenhuis was voor Gallipoli en andere slagvelden in de Middelandse Zee, lagen er van de Eerste Wereldoorlog vooral veel Australische en Nieuw Zeelandse soldaten die daar verwond waren geraakt en of onderweg naar Malta overleden waren, of alsnog aan hun verwondingen hier overleden waren.

We hebben er een tijdje rondgelopen en de grafstenen bekeken. Regelmatig zagen we een klaproos liggen en op gegeven moment vonden we een weggewaaid boekje van de ANZAC-dienst die hier een paar dagen geleden gehouden moet zijn geweest, leuk! Die hebben we meegenomen om straks rustig te bekijken. Alles was een beetje stoffig, en sowieso vandaag op Malta was alles een beetje stoffig, omdat, zoals de gids in de bus had uitgelegd, het eiland constant te maken heeft met woestijnzand van de Sahara – bloedregen, noemen ze het als het in de vorm van vuile regendruppels naar beneden komt. Het fijne zand was dus ook duidelijk over de jaren heen in de zachte witte zandstenen grafstenen gebeten – het leek alsof je het er zo af kon vegen maar het stof was onderdeel van de steen geworden.

We vonden op gegeven moment een ceramische klaproos van de expositie in de slotgracht van the Tower in Londen in 2014, waar één ceramische klaproos voor iedere Britse soldaat in de slotgracht gezet werd, totaal ruim 900.000. Die zijn naderhand verkocht voor het goede doel en we vinden ze nu op oorlogsbegraafplaatsen over heel de wereld terug – pas nog diegene in Hong Kong.

Uiteraard was het lokale zandsteen gebruikt voor een hoop van de graven – weliswaar hadden ze in dit gedeelte van de begraafplaats zo wit mogelijk gesteente genomen, maar je kon zien dat het hetzelfde zachte poreuse spul was als op de rest van het eiland, want een aantal van de staande grafstenen waren flink aan het eroderen door weer en wind. Het waait hier veel, en als daar dat Sahara-stof ook in zit, dan moet dat net een schuurpapier-effect hebben denk ik!

We vonden aan de linkerkant van de begraafplaats een aantal kleine groepjes grafstenen en monumenten die daar naar toe gebracht waren vanuit andere, kleine begraafplaatsen. Waaronder een monument voor de Black Watch uit 1837-1847, en een monument en drie meermansgraven van Yugoslaven. Omdat Malta gunstig ligt en zo’n warm klimaat heeft, groeit er duidelijk van alles – we zagen hier in deze hoek van de begraafplaats enorme grote gele bloemen; de grootste, waar we niet bij konden, waren groter dan Hans zijn hand! Ongelofelijk.

Het bleek al gauw dat ook alle andere graven die niet van de Commonwealth commissie en de Eerste of Tweede Wereldoorlog waren, een militaire achtergrond hadden. In dit gedeelte van de begraafplaats, die ongeveer voor de helft bestond uit oorlogsgraven en voor de helft uit andere graven, waren vooral graven van militairen van tussen de twee Wereldoorlogen. Bijvoorbeeld van neergestorte vliegtuigen, of ongelukken in de kazerne of aan boord. Vaak stond er dan ook bij “per ongeluk gedood”.

En bij de persoonlijke grafstenen van de Eerste Wereldoorlog stond er met enige regelmatig in welk ziekenhuis ze overleden waren, om te benadrukken hoe belangrijk de ziekenhuis-rol van Malta in de Eerste Wereldoorlog was.

Ongeveer in het midden van de achterkant van de begraafplaats stond het typische kruis van Commonwealth oorlogsgraven, omringd door kransen. Allerlei ambassades, organisaties en notabelen hadden duidelijk een krans gelegd tijdens de ANZAC ceremonie, en er lag ook een hele stapel individuele kruisjes, versierd door kinderen.

We liepen langs nog een strook oorlogsgraven langzaam richting de rechterkant van de begraafplaats, onderweg de soms schrijnende inscripties lezend op de grafstenen.

De rechterkant van de begraafplaats was duidelijk het oudste gedeelte – hier lagen vooral graven uit de 19e eeuw, weer allemaal militair, maar zowel mannen als vrouwen en kinderen. Het was dus zo te zien al een militaire begraafplaats lang voor de Wereldoorlogen. Dit gedeelte was verdeeld in duidelijke vakken – twee vakken met graven van kinderen, twee met vakken van overwegend vrouwen van militairen, en de rest militairen zelf al dan niet met hun vrouwen.

De graven waren vaak heel ornaat gebeeldhouwd, met krullen en bladeren en kolommen. En er was een lange strook waar allerlei obelisk-vormige vierkante grafstenen stonden, dicht op elkaar gezet – soms zo dicht dat je er niet langs kon. Het gaf een heel apart en erg mooi beeld, vooral ook omdat in dit gedeelte van de begraafplaats de grafstenen weer de gebruikelijke honingkleur waren van de rest van het eiland, én in sommige gevallen zwaar verweerd waren door erosie. Erg mooi! Sommige grafornamenten stonden echt op instorten, of werden nog door enkele flinters steen bij elkaar gehouden, puur en alleen door de erosie van het zachte gesteente. Sommige waren al inderdaad ingestort, en de onderdelen alsnog respectvol zo netjes mogelijk bij elkaar gezet.

Bij het “woud” van obelisken en kruizen dat dicht op elkaar stond hebben we een tijdje rondgekeken en de mooie doorkijkjes bewonderd. Op gegeven moment besefte ik me dat ze wel erg vreemd dichtbij elkaar stonden, en vaak twee op één grafgedeelte. Toen realiseerde we ons dat ze waarschijnlijk hier weggezet waren om de monumenten nog te bewaren, terwijl de graven zelf waarschijnlijk al lang en breed verdwenen waren. Misschien tijdens een van de Wereldoorlogen om ruimte te maken voor de graven van de gesneuvelde soldaten? Want het waren allemaal grafmonumenten uit het begin of midden van de 19e eeuw. De stijl van de obelisken en gebroken kolommen kwam overigens erg overeen met de stijl van de oudste graven in Mainz en Koblenz in Duitsland, ook ongeveer uit die tijd; erg mooi, zeker in dit mooie honingkleurig zandsteen gehouwen!

Toen we nog een laatste gedeelte van de oorlogsgraven bekeken hadden en een tweede ceramische klaproos vonden (deze was stevig vastgeklonken in een metalen beugel bovenaan het graf) waren we onderhand wel uitgekeken, we hadden onderhand de hele begraafplaats bezocht en ieder onderdeel ervan was echt heel erg mooi. Er was zelfs een apart gedeelte aangelegd voor zusters en verzorgers in de ziekenhuizen die overleden tijdens de Eerste Wereldoorlog. En één grafzerk was inmiddels echt helemaal door-verweerd, en werd alleen nog bij elkaar gehouden door de marmeren plaat aan de voorkant met de inscriptie erop.

We liepen iets na 14:15 de begraafplaats uit en waren nog niet heel moe, plus we hadden nog zat tijd, dus we besloten nog een keertje naar Ta-Braxia vlakbij te gaan (dat lag toch op de route terug naar het schip), en daar even lekker een vossenjacht te houden naar de ongeveer 7 graven van de Eerste en Tweede Wereldoorlog die daar zouden moeten liggen; die begraafplaats was groter dan Pieta, dus het zou wel een onmogelijke opdracht zijn, maar het gaf ons wat te doen! Het klinkt misschien vreemd maar het is een soort van treasurehunt en gewoon leuk om te doen.

We waren rond 14:30 terug in Ta-Braxia, de enige poort die open was stond nog op dezelfde kier (volgens de openingstijden zou de begraafplaats niet eens open moeten zijn op zondag), en om een klein beetje efficient te werk te gaan is Hans met onze waterdichte camera en ik met het zwarte fototoestel ieder een deel van de begraafplaats gaan verkennen. Ik nam het hoger gelegen gedeelte, Hans het lagere gedeelte waar we eerder al even vluchtig doorheen gelopen waren.

Hans zijn stuk bleek het nieuwste gedeelte van de begraafplaats te zijn, en hij heeft dus redelijk gemakkelijk 3 graven van de 4-5 van de Eerste Wereldoorlog gevonden, en alle 3 de graven van de Tweede Wereldoorlog.

Ik liep ondertussen zo te zien in het oude gedeelte van de begraafplaats, dat in verschillende velden verdeeld was – het eerste veld was zo overgroeid dat ik er amper doorheen kwam en het alleen even vluchtig gescanned heb; allemaal graven van begin 1800. De verdere velden in mijn gedeelte waren ook allemaal uit de 19e eeuw, vaak zelfs nog van voor 1850, soms met mooie ornate grafmonumenten, en soms heel sober. Ik vond ook wat buitenlandse graven, voor Denen, Duitsers, Russen en Grieken, maar allemaal uit de 19e eeuw, er was geen graf in mijn gedeelte jonger dan 1890, los van een paar graven in een smalle strook tussen het hoger en het lager gelegen gedeelte (die dan weer van NA de Weredoorlogen waren), dus ik had al gauw opgegeven om oorlogsgraven te zullen vinden en heb vooral gezocht naar aparte graven, en een beetje in de gaten houden waar Hans liep zodat we elkaar niet kwijt zouden raken en elkaar konden seinen indien nodig.

We kwamen ongeveer tegelijk uit bij de achterkant van de begraafplaats, maar ik zag dat Hans een klein hoekje van zijn gedeelte oversloeg, en ik herkende een typische platte steen met een slank kruis erin gebeiteld – inderdaad, een oorlogsgraf uit de Eerste Wereldoorlog – dat bleek dus achteraf toen we onze vondsten bij elkaar legde graf nummer 4 van de 5 Eerste Wereldoorloggraven te zijn, geen slechte score! En er was vlakbij een mooi graf van een Rus, dat ik in mijn beste Cyrilisch ontcijferde als van een kapitein uit het Russische leger die in 1918 gesneuveld was.

Het gedeelte waar ik doorheen liep was oud en verwilderd, maar nog wel erg mooi – een oude vergeten begraafplaats – met in het midden een brede laan over de hele lengte en in ieder veld (die gescheiden waren door hoge muren met poorten erin) een fontein in het midden van de laan.

Ik liep via het hoge gedeelte terug naar de ingang, omdat ik zag dat Hans dat ook deed in zijn gedeelte, en we kwamen elkaar op ongeveer éénderde van de begraafplaats vanaf de ingang weer tegen. Precies in dat gedeelte bleek het laatste Eerste Wereldoorlog graf te liggen, dat hadden we dus heel goed gedaan vonden we zelf – met Hans zijn speurwerk en die ene die ik gevonden had en deze die we nu samen zagen hadden we alle 5 van de Eerste Wereldoorlog en alle 3 van de Tweede Wereldoorlog gevonden. Je kunt maar een hobby hebben, we krijgen er zo in ieder geval lekker wat beweging mee in de buitenlucht, en komen op niet-toeristische plekjes!

Het was inmiddels bijna 14:50 en we liepen net tevreden met ons uitstapje naar de ingang die op een kier stond, toen we een opzichter met een hangslot aan zagen komen. Oeps! Hij had ons gezien omdat we inmiddels in het zicht van de ingang liepen, en liet ons naar buiten maar toen we eruit waren ging de poort op slot. We hadden geluk gehad dus!

We zijn zo rechtstreeks als de rare kronkelige en onlogische wegen dat toelieten via een ondergrondse doorgang en wat achterweggetjes bij een busremise via een trap in de bergwand terug naar het water gelopen, met google maps stevig in mijn hand en de gps voor referentie af en toe. Er liepen in het begin van de terugweg wat ogenschijnlijk gure figuren rond – waarschijnlijk niks mis mee maar we hebben toen toch zo stevig en doelgericht-ogend mogelijk doorgestapt om de indruk te geven dat we niet interessant waren. Je weet maar nooit tenslotte. En bij de busremise moesten we toch nog even checken of we wel goed liepen, maar het kwam allemaal goed en uiteindelijk liepen we op de promenade en café-strook bij het cruiseschip achter ons.

We vonden hier een soevenirwinkel en hebben twee flesjes van de cactusliqueur gekocht voor Hans zijn kinderen, en gingen toen rond 15:30 op zoek naar een manier om terug bij ons schip te komen. Er leek alleen een slagboom te zijn om bij het terrein te komen, en die was dicht, dus Hans probeerde er onderdoor te glippen maar kreeg op zijn kop van de bewaker en werd er weer afgezet – we moesten teruglopen zoals we gekomen waren, legde hij geirriteerd uit. Het werd duidelijk vaker geprobeerd. De aanduiding naar het schip bleek later ook erg onduidelijk te zijn.

We moesten het toen we teruggelopen waren en nog altijd niets vonden vragen aan een vrouw die kaartjes voor de hop-on-hop-off bus verkocht, maar het bleek dat de toegang tot de cruise haven via een ondergrondse terminal ging met uiteraard duty-free winkels waar we verplicht doorheen moesten lopen. Na zo’n 6 minuten omlopen liepen we weer ter hoogte van de slagboom maar dit keer aan de goede kant, ongelofelijk!

Mooi op tijd stapte we weer aan boord, er werd ondertussen druk geschilderd, en om 15:45 waren we terug in onze hut, na al met al een prima dagje Malta. We hebben gedoucht en gerust en verheugde ons op het vertrek om 17 uur. Maar er werd weer twee namen omgeroepen, en het bleek dit keer serieus te zijn – om 17 uur zagen we een officier lopen met twee mensen die hij in de terminal of daarbuiten was gaan halen. Ongelofelijk. Ze kregen sarcastisch applaus en gefluit van de mensen die buiten stonden te wachten op het vertrek dat om 17 uur gepland was, en ze keken strak naar beneden en liepen rustig door – ik zou rennen als ik zo laat was en iedereen op me neer zat te kijken!

Nu konden we dan vertrekken, en de loopplank werd al afgebroken om op te bergen, maar er bleef een stuk liggen, en de kapitein riep om dat het bunkeren (dat al sinds ongeveer 8:30 vanochtend bezig was) wat uitliep en we nog even moesten wachten. Het bemanningslid dat de loopplank binnen moest halen liep te ijsberen en zichzelf te vervelen en is uiteindelijk van ellende op een bollard gaan zitten wachten want het duurde en duurde maar.

Hans en ik zijn uiteindelijk om 17:45 maar naar het restaurant gegaan, er was nog altijd geen beweging in het schip, en pas na 18:15 vertrokken we echt, minuten nadat de bunkerboot ook eindelijk klaar was. Het was maar een kleine haven en om 18:30 voeren we al uit de haven zelf. Toch vonden we het jammer de afvaart te missen. Het is een van de mooiste momenten van zeereizen.

Vanavond hadden ze – onbegrijpelijk voor ons – besloten dat de dresscode “informal” moest zijn: dat is voor het eerst sinds deze cruise director aan boord is, er werd al gegrapt dat hij niet wist hoe hij het moest schrijven. En wie verzint toch dat je op een havendag een informele dresscode hanteert! Gelukkig kijken de meeste mensen er al niet meer naar, nadat we in het begin doodgegooid zijn met informal negeren de meeste mensen die dresscode. En nog onbegrijpelijker, ze hadden een showteam-show ingepland, Queen, nota bene een van de meest bekende shows van de rederij.


Tja, we waren moe maar daar wilde Hans en ik wel naar toe, dus we zijn na het eten een plekje gaan zoeken. Het liep niet echt vol vanavond, en we wilde eigenlijk vanavond weleens op de eerste rij van het balkon zitten. De rechterkant van het balkon zat al aardig vol, maar links op het balkon was er nog zat plek op de eerste rij, wat toch lekkerder zit dan de stoeltjes van de laatste rij – en ik kan door de ruimtes tussen het glas door fotograferen.


De show begon netjes op tijd om 19:45 met de aankondiging van de cruise director die zijn gebruikelijke praatje hield, en de band had hun gereedschap en instrumenten achterop het podium opgezet en gingen zichzelf nu ondertussen inrichten – dat betekende waarschijnlijk dus geen dans, helaas. Maar wel leuk om eens een keertje de band goed te kunnen zien. De cruise director was na 3 minuten eindelijk klaar met zijn praatje en de show kon beginnen. Het was alleen de band en de zes zangers, hoewel de zangers wel probeerde om wat danspasjes te doen. Alleen ze droegen spijkerjacken en spijkerbroeken, niet heel erg in de stijl van Queen, en kleedde zich ook niet tussendoor om, wat zowel Hans als ik eigenlijk wel een beetje verwacht hadden.

En gek genoeg bleef de show niet helemaal trouw aan Queen – sommige nummers hadden iets andere teksten (zo weet ik zeker dat er geen “internet” en “email” was in de oorspronkelijke tekst van Killer Queen), en sommige nummers waren iets anders gearrangeerd om ze toegankelijker te maken voor minder sterke stemmen. De zanger die zo slecht gezongen had tijdens de Afrikaanse show was nou iets beter van stem, maar nog altijd zong hij dingen vals of gewoon buiten het bereik van zijn stem. En sowieso kon je merken dat de stemmen te zwak en zelfs haast te “kinderachtig” klonken om iets bijna opera-achtig zoals Queen te kunnen zingen. Ik vond ze ook vaak niet echt mooi samenzingen als ze allemaal tegelijk zongen. Enkele nummers werden wel redelijk goed gedaan, en de band speelde wel lekker, maar een nummer kende Hans zelfs niet eens!


Bohemian Rhapsody werd als een zogenaamde encore gegeven. De show was erg vroeg klaar, en een deel van de mensen was al bezig op te staan en weg te gaan want het was echt niet goed genoeg geweest om een encore te vragen, toen de cruise director gauw het podium opkwam en riep dat de show zo fantastisch was, dat het team als een speciale encore een klassieker van Queen gingen zingen, en dat werd dus Bohemian Rhapsody. Die was enigszins anders gearrangeerd dan het origineel, en de zangers hadden wel slim de hoogste noten aan de vrouwen gegeven om te zingen, maar het klonk af en toe echt heel erg vals, helaas. Gelukkig kende we de muziek van Queen goed genoeg om toch nog van de show te hebben kunnen genieten, maar helaas betekende dat ook dat we teveel van de foutjes en slordigheidjes of “gemakjes” hoorde – onze Amerikaanse tafelgenoot kende de muziek eigenlijk niet, en vond het daardoor een hele aardige show, omdat ze niet kon vergelijken met het origineel.

’s Avonds lag er op ons bed een uitnodiging voor de Nederlandse cocktailparty, ter ere van Koningsdag en schijnbaar ook als een soort afscheidsfeestje voor de Nederlanders. Al om 11 uur morgenochtend, lachen! Dan zijn we dronken vóór de lunch...

free counters