Januari 2018: Wereldreis per cruiseschip

HOME
ROUTE
LANDEN
MV COLUMBUS
2021 SLOOP
AAN BOORD
WERELD

We hebben een slechte nacht gehad vannacht met veel wakker worden en in Hans zijn geval vervelende dromen. We schrokken dan ook wakker van de wekker die we op 8 uur gezet hadden! We zijn opgestaan en hebben onze spullen in orde gebracht en ontbeten en zijn op ons gemak om 9 uur aan land gegaan. We hebben voor vandaag wat dingetjes met betrekking tot de Wereldoorlogen opgezocht, om op een ontspannen manier een beetje rond Gibraltar te slenteren.

Als eerste liepen we richting North Face Cemetery, waar er zo’n 678 graven zouden moeten zijn van de Eerste en Tweede Wereldoorlog. Onderweg kwamen we om 9:30 een “Cross of Sacrifice” tegen die ik ook op mijn lijstje had staan om op te zoeken – ik had een beetje de indruk gekregen dat het OP een rotonde stond, maar het bleek een netjes aangelegd driehoekig plantsoen ernaast te zijn. Het kruis herdacht 7 Eerste Wereldoorlog soldaten en 91 Tweede Wereldoorlog piloten die een zeemansgraf hadden. We zagen niet direct een manier om erin te komen, tot een tuinman die bezig was het plantsoen te onderhouden het hekje demonstratief op een kier zette en ons een nors knikje gaf en een gemompelde Spaanse groet. We hebben er even rondgekeken en zijn toen verder gelopen richting de begraafplaats zelf.

Die lag vlakbij de Rots, en aan een hele mooie kant ervan, de bijna vertikale kliffen vol gaten van de tunnels die erin gegraven zijn om hem te verdedigen. Onderweg liepen we langs een snackbar die van dezelfde keten leek te zijn als de snackbar die in Breaking Bad veel voorkomt – een grapje natuurlijk, ze hebben waarschijnlijk zichzelf daarop gestyled want de keten in de serie was fictief, en helemaal grappig was dat ze naast een begrafenisondernemer gevestigd waren – en omdat Hans die serie net met veel plezier gekeken had en zijn zoon hem ook kende, hebben we er foto’s van gemaakt om naar zijn zoon te appen.

Om 9:45 kwamen we aan bij de North Front Cemetery. De begraafplaats bleek een stuk groter te zijn dan op het eerste gezicht geleken had, en al in gebruik te zijn sinds 1756. En toen we erop liepen zagen we alleen maar een rommelig overzicht van engelen en kruizen en nergens 678 Commonwealth grafstenen in nette rijen. Pfffff. Dat ging zoeken worden dus! We liepen als eerste helemaal naar de achterkant van de begraafplaats, ondertussen de soms wel heel erg ornate graven bekijkend, en als we terugkeken mooie overzichten van de Rots. De graven wisselde van heel ornaat tot heel sober, en van heel oud tot gloednieuw.

Eenmaal achterin, na zo’n 10 minuten door de begraafplaats zwerven, zagen we dat we letterlijk naast het vliegveld stonden, wat ook de grens vormt met Spanje, en om te benadrukken hoe dichtbij we waren kwam al gauw een Easyjet vliegtuig landen. Wat een herrie! Dit is geen rustige laatste rustplaats (meer)... We vonden hier een paar platte stenen, waaronder een paar van de Eerste Wereldoorlog en van de Tweede Wereldoorlog – alleen vreemd dat ze plat op de grond lagen en niet rechtop stonden. Het leek wel alsof ze verplaatst waren vanuit een ander gedeelte – zeker eentje die in duizend stukjes gebroken was en zorgvuldig weer goedgelegd!

We hebben een tijdje de platliggende Commonwealth graven langsgelopen, kijken of we bijzonderheden zagen, en al met al waren het er toch wel een hoop, rijen en rijen platliggende Commonwealth graven. Het viel ons op dat de stenen slecht onderhouden waren, vol korstmossen en met onduidelijk leesbare teksten – misschien ook omdat ze plat lagen en dus bevattelijker waren voor weer en wind. Er zou op deze begraafplaats één Nederlander uit de Tweede Oorlog begraven moeten zijn, wij vonden er in een weggestopt hoekje TWEE met Nederlandse grafstenen, maar niet diegene die we zochten, Dirk Bol, een marconist! Dus er moeten er drie liggen... Maar de twee namen die we vonden waren niet bepaald Nederlands om te zien – “S. Mian”, en “See Lee Sung”, een koksmaat en een matroos, en er was duidelijk verder niet veel van bekend want er stond bijna niets verder op hun grafstenen zoals van welk schip ze waren of zo, dus we vermoeden dat er weliswaar 3 Nederlandse oorlogsgraven waren, maar maar één “echte” Nederlander en deze twee gewoon in Nederlandse dienst.

Rondom zagen we wat op het eerste oog veel meer oorlogsgraven leken, maar het bleken van veteranen of zelfs gewoon militairen te zijn, die in ieder geval allemaal later overleden waren dan tijdens de oorlogen.

En terwijl we hier aan de achterkant aan het verkennen waren kwamen we een groepje graven tegen omlijst door een nette heg – dat was iets meer zoals we het gewend zijn, hier waren ongeveer 100 graven waaronder twee Poolse graven van de Tweede Wereldoorlog. Dit was ook het beeld dat ik op internet gevonden had en waar ik vanuit was gegaan als beeld voor de gehele begraafplaats. Er lagen een of twee soldaten van Afrika-korpsen, en zelfs een Rear Admiral, van de HMS Eaglet – dat was een belangrijke militair!

We werden steeds op het verkeerde been gezet door graven die er van een afstandje uitzagen als een groepje Commonwealth oorlogsgraven, maar als we dichterbij kwamen van na de oorlogen bleken te zijn – al dan niet aan verwondingen overleden of als veteranen alsnog daar begraven met een oorlogsgrafsteen. Misschien net zoals in Nieuw Zeeland gedaan werd? Ze waren in ieder geval met dezelfde eer begraven als militairen die in de oorlogen zelf gesneuveld waren.

Zo zwierven we verder, tot we opeens een paar “echte” oorlogsgraven midden tussen de gewone graven zagen, en toen nog een paar en nog een paar. Het bleek dat de oorlogsgraven, vooral van de Eerste Wereldoorlog maar ook wel van de Tweede Wereldoorlog, her en der verspreid waren op de grote begraafplaats. Soms in kleine groepjes, en de Commonwealth War Graves Commision had duidelijk wel gesommeerd om er wat uniformiteit aan te geven door ieder graf of graven te omlijsten met een betonnen randje en witte gravel, maar het was desondanks toch nog een rommelig geheel en totaal niet overzichtelijk.

Hans zijn theorie is dat de gesneuvelden begraven werden in deze begraafplaats zoals het uitkwam en ze stierven, en we zagen inderdaad op gegeven moment dat diegene die rond dezelfde datum gesneuveld waren, ook vaak in elkaars buurt begraven waren. En vaak stonden er tussen de standaard Commonwealth-grafstenen ook persoonlijke grafstenen – wat ook wel Hans zijn theorie bevestigde, ze werden gewoon op een gewone begraafplaats begraven. Maar ondertussen gingen er natuurlijk ook burgers dood, en die werden er ook tussendoor begraven en zo werd het al met al een rommeltje en niet de nette rijen die je vaak op militaire begraafplaatsen vindt of in afgescheiden gedeeltes van burgerbegraafplaatsen. Al met al behoorden deze commenwealthgraven tot de slechtst onderhouden die we tot nu toe tegengekomen zijn. Vreemd als je bedenkt dat Gibraltar “Brits” is.

We hebben rondgewandeld tot we alles binnen ons gezichtsveld wel zo’n beetje bekeken hadden – Dirk Bol hebben we niet meer gevonden maar dat was een monsterklus geweest in deze omstandigheden, want je moest echt heel de begraafplaats afgaan, overal konden de oorlogsgraven tussen zitten en ze waren vaak laag en sober vergeleken met de soms grote en ornate burgergrafstenen. Iets na 10:45 waren we uitgekeken, we hebben er een uurtje rondgewandeld, het was zo wel goed.

We zijn teruggewandeld en besloten bij de rotonde een eindje het stadje zelf in te gaan op zoek naar een herdenkingspoort die ik op internet gevonden had, en zo tegelijk door het centrum te wandelen en wat van het “normale toerisme” hier te doen! Anders denken ze helemaal dat we gek zijn... Onderweg kwamen we wat anti-tank versperringen tegen, de enigste nog zichtbaar op Gibraltar – een bonusje, die stond niet op mijn programma!

Onze indruk van Gibraltar is van een overvol en druk klein Spaans stadje – de Gibraltaresen identificieren zich schijnbaar het meeste als Britten, maar het enigste wat wij hebben horen praten vandaag was Spaans, en de mensen die we op straat zagen zijn ook Spaans en gedragen zich ook Spaans. We wandelde tussen en langs oude fortificaties het oude centrum in – en waren duidelijk goed bezig toeristisch gezien, want net toen we bij de Grand Casemates Gates kwamen stopte er een touringbusje van ons schip! Onderweg kwamen we een monument tegen voor de Gibraltar Defence Force in de Tweede Wereldoorlog, weer een bonusje!

Om 11:15 zag ik opeens op een klein afstandje de poort die we zochten, het “Naval Monument Gibraltar / Britsh War Memorial”, net toen we begonnen te twijfelen of we nog wel veel verder moesten lopen of het op moesten geven. Het was een monument in de vorm van een ceremoniele poort in de stadsmuur gemaakt, gedateerd van 1932, en bestemd als monument voor de Amerikaanse en Britse marines in de Eerste Wereldoorlog. We liepen de trap af waar er nog wat herdenkingsplaquettes hingen, en toen we uitgekeken waren hebben we nog even op internet gekeken of het lage station van de lift naar de bovenkant van de Rots in de buurt was, maar dat was nog anderhalve kilometer lopen in de andere richting van het schip, en vanuit hier was het ook zo’n anderhalve kilometer lopen naar het schip, dus dat zou 3 kilometer extra zijn bovenop wat we al gelopen hadden en nog moesten. Hmmm, nee laat maar.

We besloten dus terug naar het schip te lopen, het was wel weer mooi geweest, en onderweg stapte we een supermarkt in met het doel om alleen hele lekkere chips en/of likijsjes te kopen, want het is ook niet dat we omkomen van de honger natuurlijk! Gelukkig (helaas) was het een kleine supermarkt en was er zowel niets bijzonders qua chips, als qua ijsjes, dus we zijn zonder snoepgoed weer naar buiten gelopen en doorgelopen naar het schip.

Om 11:45 stapte we weer terug aan boord, blij dat we niet de extra 3 kilometer gelopen hadden want we hadden vandaag al 5 kilometer gelopen en we voelde het wel! De temperatuur was heerlijk geweest vandaag, zo tussen de 18-20 graden, met een lekker zonnetje, en we hadden een prima ochtend gehad. We vinden dat samen lekker met z’n tweetjes op pad gaan voor een gekke hobby eigenlijk veel leuker dan een georganiseerde excursie, en hebben er vandaag dan ook lekker van genoten om met z’n tweetjes op pad te gaan.

Terug in de hut hebben we een kopje koffie en thee gezet en een beetje met Ivan gekletst die net rond die tijd pas onze hut kwam doen, hij had het stervensdruk want ze waren als hotel al druk bezig met de voorbereiding voor het einde van de reis in Tilbury, en hadden allerlei extra taken erbij. Ina deed bijvoorbeeld dus ook de koelkast uitpoetsen en weer vullen met van alles – meestal is hij half leeg, ze weten ook dat we er nooit iets uit nemen – dat was omdat ze “zouden checken”. En dat merken we wel meer, eigenlijk kan er van alles zo je hut even instappen om iets te inspecteren. Zo zagen we in Griekenland een aantal Griekse inspecteurs de brandmelders testen in alle hutten – en al brengen we veel van onze tijd in onze hut door, het is iemand dus toch gelukt om even tussendoor toen wij er niet waren ook onze brandmelder te testen, er zit een oranje stickertje bij met “getest in april 2018” erop!


We zijn om 12:30 gaan lunchen – de lunch was later vandaag, van 12:30-13:30 – en vroegen een tafeltje voor twee omdat we graag een beetje rap wilde lunchen. De indeler moest lachen toen we om 13 uur al weer naar buiten liepen, “dat was snel!”. We zijn even naar boven op het achterdek gegaan om om ons heen te kijken, en de zeemeeuwen scheerde vlak langs en boven ons op het schip, op zoek naar lekkers.

Terug in onze hut hebben we een beetje op ons balkon gehangen en binnen gezeten – we waren moe en wilde onze schoenen uit, maar we vertrokken al om 14 uur dus dat wilde we ook nog wel even meemaken. Als we vertrekken om 14 uur, moeten passagiers uiterlijk om 13:30 aan boord zijn. Ik zag om 13:45 5 bemanningsleden van boord gaan met hun bagage, en nog een passagier richting de loopplank lopen – die was laat! Rond die tijd vertelde de kapitein dat we binnenkort zouden vertrekken, en daarna riep de guest services manager een aantal hutnummers om die ontbraken – en omdat ik al bij de deur stond om te luisteren, hoorde ik dat, toen een hutnummer op onze verdieping omgeroepen werd, ook gelijk al een bemanningslid op de deur aan het kloppen was van die hut om te kijken of de persoon in zijn hut zat – en bij geen gehoor stapte hij naar binnen. Op de radio van het bemanningslid hoorde ik omgeroepen worden dat er nog 1 bemanningslid en 3 passagiers ontbraken.

Op gegeven moment om 14 uur was er een “last call” voor nog één passagier – de rest was allemaal al gevonden. En de last call werd onderstreept door de scheepshoorn die toeterde, een geluid dat je kilometers verderop hoort! Een heel duidelijk signaal dat als je er niet nu gelijk aan komt, je de pineut bent! Op het balkon van de brug stonden de officieren al ongeduldig te wachten tot ze konden vertrekken. En om 14:10 kwam de ontbrekende passagier aangewandeld, begeleid door verschillende bemanningsleden. Ze keek strak voor zich uit en leek tegen de guest services manager te klagen dat ze weet ik veel wat voor excuus had waarom ze laat was, maar gezien de tassen die ze bij had, was ze waarschijnlijk gewoon de tijd vergeten tijdens het shoppen. Ze had nogal een opvallend pakje en bril op, en als wij haar waren, zouden we onszelf gelijk omkleden naar heel iets anders en voorlopig even in de hut blijven, want het halve schip keek toe naar haar “walk of shame”.

We konden vertrekken, en iedereen sprong in actie om de trossen los te gooien en de loopplank binnen te halen, en om 14:17, nog geen 7 minuten nadat de vrouw aan boord was gestapt begon het schip al los te komen van de gigantische boeien tussen het schip en de kade. We waren weg! We zijn toch zo benieuwd of zo’n vrouw nu een straf of berisping krijgt of dat er niets mee gedaan wordt. Ik kan me voorstellen dat cruiseschepen niet zitten te wachten op mensen die laks met de tijden omspringen, en natuurlijk kan er iets gebeuren waardoor je verdwaalt, verongelukt, weet ik veel en inderdaad door onmacht te laat bent, maar we krijgen iedere havendag in het dagelijkse programma het noodnummer van het schip dat je bij precies zo’n situatie kunt bellen om ze te laten weten dat je te laat bent, en je moet zelf ook de tijd in de gaten houden, en liever eerder dan later berekenen om terug te lopen.

Toen het schip een paar meter van de kade vandaan was, verschenen er opeens tientallen grote vissen vlak onder het wateroppervlakte, om in de turbulentie in het water te zoeken naar eten. En na een paar minuten waren ze weer weg!

We hebben op ons balkonnetje gestaan en gezeten (we hadden geen voeten meer over!) en genoten van het wegvaren en het varen met zicht op Afrika en Europa in de smalle Straat van Gibraltar, tot we uit de zon draaide en het fris werd en Afrika (aan onze bakboord kant) langzaam steeds verder weg verdween, en toen zijn we rond 15:15 naar binnen gegaan. Vlak na vertrek uit de haven voer de Maersk Columbus voor ons uit – lachen, op de website van dit bedrijf staat dat “ons” containerschip de CMA CGM Columba de enigste naamgenoot is, maar duidelijk dat ze dat niet goed onderzocht hebben dus!

Het was zo fris dat we ’s middags de verwarming aangezet hebben in de hut – zelfs Hans vond het fris – en voor we naar het eten gingen hebben we nog een laatste keer de was klaargezet voor Ivan om mee te nemen. We hebben ’s avonds lekker gegeten en we waren maar met z’n vieren met de Duitser en Amerikaanse dus hebben lekker gekletst en gelachen tot we om 19:15 terug naar onze hut zijn gegaan nadat we nog even op dek 7 bij de promenade naar buiten gekeken hebben.

Om 22 uur hebben we nog lekker een ontbijtje met zalm en pannenkoeken besteld voor morgenochtend, dat zal ook ver een van de laatste keren deze reis zijn!

free counters