Januari 2018: Wereldreis per cruiseschip

HOME
ROUTE
LANDEN
MV COLUMBUS
2021 SLOOP
AAN BOORD
WERELD

Vanochtend vroeg waren we inderdaad bezig op de rivier te varen. Leuk! Dat is eigenlijk toch wel het leukste, op rivieren varen want er is veel meer te zien. Tot onze blije verrassing werd er iets na 7:30 op de deur geklopt; yes, nog een laatste keer zalm! Weliswaar maar één glaasje tomatensap, maar de rest was allemaal precies zoals besteld. En van de week had ik in het buffet om honing-kuipjes gevraagd voor mijn keel, maar die waren toen op, er was alleen een bakje honing beschikbaar. Maar we hadden op de deurhanger 2 keer honing besteld en die zat er nu gelukkig wel gewoon bij, mooi zo!

We hebben lekker gesmuld van ons laatste suite-ontbijtje-op-bed, en toen nog even onszelf omgedraaid voor een klein dutje, en schrokken pas ergens rond 9:35 wakker. Tijd om op te staan! We hebben onszelf aangekleed, wat drinken en onze laatste 2 pakjes sultana-koekjes bijgestoken, en zijn naar beneden gegaan om te kijken of we al van boord konden. De loopplank was op dek 5 bij receptie, en vanaf 9 uur waren de mensen die vandaag klaar waren dek voor dek van boord aan het gaan. En inderdaad, er was nog altijd een enorme rij zonder zichtbaar einde, maar net toen Hans vroeg of we misschien dan maar even moesten gaan zitten wachten of zo, werd er een tweede slurf geopend en zagen we een paar mensen daar naar toe lopen – gauw aansluiten dus!

En zo waren we binnen 15 minuten van boord en door de douane, die redelijk efficient ging. De terminal in Tilbury heet officieel “London Cruise Terminal”, maar is een behoorlijk eind van Londen zelf vandaag – ik geloof of 80 kilometer of 80 mijl (de Engelsen denken volgens mij nog altijd in de oude maten, dus je hoort weleens afstanden maar dan zijn het mijlen in plaats van kilometers). In ieder geval te ver voor ons om naar Londen te gaan om ons familielid daar op te zoeken – sowieso is het een zondag, en ze werkt alleen in Londen en gaat om de 2 weekenden terug naar het noorden – want dat zou 2 uur met het openbaar vervoer kosten enkele reis, als alles meezit, en we moeten om 17:30 weer aan boord zijn. Zelfs met een taxi zou al ruim een uur duren volgens mij, en een godsvermogen kosten. Niet handig dus, we gaan vast nog wel weer een keertje Engeland bezoeken en dan rijden we als we in de buurt zijn wel langs waar ze wonen.

In Tilbury zelf is niet zo heel veel te beleven – één van hun “claim to fames” volgens wikipedia is dat de stad de thuisbasis was van de meest notoire skinhead groep in Engeland, “Tilbury Trojan Skins”. Tja, dat is ook niet direct een aanbeveling denk ik! Sowieso is het centrum van het plaatsje ook nog eens iets van 15 minuten lopen van de terminal vandaan. Voor ons wel interessant was een oud fort, Fort Tilbury, vlakbij de terminal, en een wandeling langs de rivieroever helemaal tot aan een ander fort 6 kilometer verderop, the Coalhouse Fort. Dat is tenminste lekker een beetje langs het water en hopelijk in de natuur, en we kunnen er zo ver langs lopen als we willen (het tweede fort is sowieso maar één dag per maand open en dat is niet vandaag), en we krijgen een beetje beweging en vinden misschien wat van de kazematten die bij laag water weleens zichtbaar zijn in de modder.


We liepen de terminal dus uit, om op een overvol parkeerterrein terecht te komen, welke kant moesten we nu op? We besloten het even te vragen aan een van de bewakers of begeleiders van de terminal, die daar stond, maar hij sprak letterlijk geen woord Engels en wist amper wat een “pub” was – toen bleek dat hij geen idee had wat we bedoelde met “welke richting is het fort vlakbij” of “hoe komen we van het parkeerterrein af” probeerde ik namelijk de wat meer courante “welke richting naar de pub vlakbij”. Maar hij begreep ons totaal niet. Laat maar we vinden het zelf wel.

Inderdaad zodra we voorbij de touringbussen waren die vertrekkende passagiers tegen betaling naar stations in Londen brachten zagen we de uitgang van de parkeerplaats en toen we daar liepen zagen we al het fort aangegeven. Mooi zo, zoals ik gehoopt had, recht toe recht aan lopen.

We zijn langs het fort gewandeld dat goed onderhouden was en erg mooi lag in het veld – maar het allermooiste is vanuit de lucht, op satelietfoto’s zie je mooi alle wallen en sloten eromheen – en daarachter was een veldje met wel 30 paarden en veulens die lekker stonden te grazen of te luieren. Een mooi stukje om te wandelen en duidelijk dat veel cruisepassagiers hier hun vrije uurtjes doorbrachten, want we kwamen een aantal mensen van ons schip tegen. Ik denk ook dat de pub “The World’s End” aan het begin van het pad, en het fort hier, een (groot) gedeelte van hun inkomsten te danken zullen hebben aan de cruiseterminal vlakbij!

Aan het einde van het veldje was een hoge metalen trap om over de betonnen dijk te komen, en toen liepen we nog een tijdje op een laagwater pad dat bij (erg) hoog water onder water komt te staan, en zo te zien aan de rotzooi die tot aan de betonnen muur waar we langs liepen kwam, dat inderdaad regelmatig deed. We liepen echter langs een hoge betonnen muur aan de landkant, en aan de waterkant steigers voor industrie, vol prikkeldraad. Het was een pad tussen fabrieken en de rivier, en wel leuk was om een soort van proefboor-schip van dichtbij te zien liggen, maar voor de rest was het niet echt een heel pittoresk pad langs de rivierkant.

Na zo’n 2 kilometer gewandeld te hebben besloten we terug te draaien – de hoge betonnen muur met daarachter fabrieken en/of woestenij en bush bleef nog een eindje doorgaan, en het ging ons enkel om even de benen te strekken. Ik had me vanochtend bij het opstaan beroerd gevoeld maar was inmiddels in de buitenlucht wel een flink stuk opgeknapt. En het was gewoon warm! We hadden allebei alleen een bloes aan en het moest zo’n 20 graden geweest zijn, met een lekker zonnetje, dus we begonnen al weer zelfs een beetje te zweten.

We zijn teruggewandeld tot vlakbij het fort, waar een van de weinige bankjes stonden die we tegengekomen waren (voorbij het fort was er helaas geen eentje geweest), en hebben daar even lekker in het zonnetje gezeten voor we op ons gemak terug naar het schip zijn gewandeld.

Buiten de terminal stond de vrouw die in Iran gewoond had met haar man te wachten op hun lift, en daar hebben we nog even mee gekletst tot ze opgehaald werden, voor we zelf weer de terminal inliepen. We konden zo doorlopen, en Ivan en Ina kwamen hyperactief langsgerend in de gang, ze moesten weg over een half uur werden ze opgehaald en ze moesten zich nog omkleden en de hut was nu door hun supervisor gedaan, en ze zwaaide en riepen bedankt. Duidelijk dat de fooi in prima aard is gevallen dus, mooi zo! Je wilt niet te veel geven maar ook niet hebben dat je denkt zelf een leuk bedrag te geven en te merken dat het niet gewaardeerd wordt. We beloofde te zullen klagen als de hut niet in orde was, wat ze erg leuk vonden, jaaaaa doen! En we wenste ze een goede reis terug naar huis, ze waren zo blij!

Iets voor 11:45 waren we terug in onze hut, die inderdaad niet zo grondig gedaan was als Ivan en Ina altijd doen, en de minibar was leeg, wat ook de bedoeling is, alleen nog onze eigen spullen zaten erin. We hebben lekker nog even wat koffie en thee gezet (in mijn geval lekker met een afgespoeld schijfje citroen van het ontbijt en een kuipje honing voor mijn keel!) en even gezeten hebben tot die op waren, voor we naar het restaurant gingen om te lunchen. We vroegen weer een tafeltje voor twee, en hebben lekker geluncht, alleen de appel kruimel zette ons op het verkeerde been – we hadden gehoopt op lekker een laatste bakje warme appel kruimel, maar het was een cakeje met appel-kruimel topping. Ook erg lekker maar toch een beetje een teleurstelling als je je al verheugt op warme appel kruimel uit de oven!

Terug in de hut zijn we begonnen met de rest van onze spullen in te pakken, zodat we vanavond en morgenochtend nog minimaal te doen hadden. De koffie was niet aangevuld geweest vanochtend dus Hans ging op de gang zoeken naar een kar of steward die kon helpen dat aan te vullen, en vond de Myanmarees, die hem gelijk wel 20 zakjes toestopte en ook gelijk vrolijk riep dat we moesten klagen omdat de supervisor de hut gedaan had!

Ondertussen kwamen er regelmatig vrachtschepen langs ons raam, er is veel te zien op deze rivier, leuk! We waren rond 14 uur 98% klaar met inpakken, de rest komt vanavond, en we moeten volgens de papieren morgen om 9:30 uit de hut (we komen om 11 uur aan in Amsterdam), dus we hoeven in ieder geval niet te haasten en tegen de tijd dat ze ons wegjagen is het misschien zelfs al 10 uur. Hans heeft af en toe geprobeerd even buiten te zitten, de temperatuur is namelijk nog altijd heerlijk, begin 20 graden, maar de zon was gewoon te warm om lang buiten te blijven!

Het avondeten was wat later vanavond, om 18 uur in plaats van 17:45, dus we spraken af met onze Duitse/Amerikaanse tafelgenoten die ons even belde vanmiddag om wat later te komen zodat we de afvaart konden zien om 18 uur. Er kwamen wel vier sleepbootjes helpen om het schip van de kant te krijgen en haast op zijn as te draaien in de smalle rivier, altijd indrukwekkend zoiets! We hebben lekker op ons balkon het mooiste gedeelte ervan kunnen zien, de twee sleepbootjes aan de rivierkant die aan het trekken waren en het sleepbootje aan de achterkant van het schip die het schip maar met moeite tegen kon houden. Zo leek het in ieder geval, maar alles ging vlotjes, een sleepbootje hield het tegemoetkomend verkeer tegen – er werd wat getoeterd in de verte – en de andere drie hielpen duwen en trekken om samen met de thrusters te draaien.

Toen we over de helft van de draai waren en al begonnen de rivier af te zakken was het 18:05 – fantastisch hoe snel het toch eigenlijk allemaal gaat! We zijn naar het restaurant gelopen en moesten onderweg lachen om alle verdwaalde mensen die net vanmiddag nieuw aan boord waren gekomen en nu op zoek naar het restaurant! Later vertelde onze Amerikaanse tafelgenoot dat ze er een paar hele oude aan de hand hadden meegeleid de juiste richting op.

We zaten echt in een hoekje van de zaal samen met alle overgebleven Duitsers en Nederlanders en andere verdwaalden die morgen pas van boord gaan, maar het was gezellig met z’n viertjes en we hebben nog een laatste keer lekker gegeten en gelachen samen – het begon al met de Duitser die ons een keihard verschrompeld stukje hout op een saté-prikker gaf; wij hadden hem onderhand wel 3,5 maand geleden een wortel-roosje gegeven dat bij onze hapjes zat, omdat hij nooit zijn wortels opat. En die had hij al die tijd bewaard en was helemaal uitgedroogd, en kregen we nu terug! Lachen...

We gingen laat van tafel om 19:15, hebben hartelijk afscheid genomen van elkaar en toen zijn Hans en ik terug naar onze hut gegaan. Onderweg op dek 5 kwamen we de restaurantmanager tegen en omdat we Sidney al een dag of twee niet hadden gezien en al een paar dagen niet hadden kunnen aanspreken – hij staat nooit stil! – zei ik het tegen hem, dat we al 120 dagen twee maaltijden per dag in hetzelfde restaurant eten en nog altijd uitkijken naar wat de volgende maaltijd zal zijn. En dat ik het ontzettend leuk had gevonden dat ze de Masterchef competitie georganiseerd had, en of hij deze twee dingen ook alsjeblieft aan Sidney wilde doorgeven. Hij is niet zo goed in spontane interactie maar keek verlegen, bedankte voor de complimentjes, beloofde ze over te brengen en gaf me zelfs in het weglopen een schouderklop!

In onze hut heb ik even een sjaal om mijn nek gewikkeld en zijn we nog een laatste keer naar boven op dek gegaan – nadat we nog een laatste keertje gestrikt werden voor een praatje met de zwartgallige Indiër, en gezwaaid hebben naar de Myanmarees – om te genieten van het mooie gladde water en de laaghangende zon. Op gegeven moment zagen we een spookachtige verzameling gebouwtjes op poten in het water; dit bleek het Maunsell Army Fort te zijn, dat volgens www.tracesofwar.nl gebouwd is tussen 1942 en 1943 bij Shivering Sands bij de monding van de Thames voor ondersteuning van de luchtdefensie van Londen. Kort na de oorlog werd het fort alweer verlaten. Het leek nu echt haast iets uit een of andere science fiction film!

Toen hebben we de laatste dingetjes ingepakt voor vanavond en morgenochtend. De kamer was niet gedaan, wat we erg slordig vonden, maar veel later op de avond, rond 20:30, kwam een nieuwe kamersteward zich even beleefd voorstellen en vragen of we nog wat nodig hadden; de kussen-chocolaatjes graag! Hij moest lachen en bracht ze samen met nog wat schone mokken en koffie en thee waar we om gevraagd hadden, maar we zeiden dat hij de kamer niet schoon hoefde te komen maken en opmaken voor de nacht want nu lag alles overal en dat was maar onhandig. Laat op de avond, om 21:15, kregen we nog een laatste Duitse programma, met eindelijk de “fun facts” waar we al heel de reis op hopen, leuk! Ondertussen voeren we met een mooie zonsondergang de brede riviermond van de Thames uit en de Noordzee op.

Om 22:45 ging de loods van boord en konden we doorstomen richting Amsterdam, en rond 22 uur hebben we de koffers en tassen die door de bagagedragers centraal van het schip worden gebracht morgenochtend buiten op de gang gezet zodat ze opgehaald konden worden.

Vanavond moet de klok nog een laatste keer verzet worden, dit keer weer een uur vooruit zodat we eindelijk weer kloppen met Nederland! En dan hoeft het voorlopig even niet meer...

free counters