2019-2020: Eilanden, Kapen en Fjorden Wereldcruise

HOME
ROUTE
LANDEN
MV ASTOR
AAN BOORD
2021 SLOOP
WERELD

We hebben (zoals steeds) enorm veel gedroomd en waren vanochtend al vanaf vroeg een paar keer wakker, vanaf een uur of 4 al. Uiteindelijk zijn we redelijk brak om 7:15 opgestaan; ik zeker, ik kraakte en knarste aan alle kanten met gigantische spierpijn in mijn rug en gewoon het gevoel alsof ik geen oog dichtgedaan had. Vanaf een uur of 5 hebben we de Garmin aangezet, en rond een uur of 8, tijdens het ontbijt (dat verrassend druk was, maar geen jaren 30 swing muziek gelukkig meer in de achtergrond) gingen we al voor anker. We waren er! Het was natuurlijk zo druk bij het ontbijt omdat iedereen een vroege start op het eiland wilde maken, en indien mogelijk de eerste of tweede tender al pakken. Wij ook!

Er werden geen excursies geboden op het eiland, omdat het gewoon te klein is om zoiets logistiek op te zetten vanuit het schip. Wel werden er dus allerlei privé wandeltoers en quadritjes geboden door eilandbewoners, waar je penning zestien voor moest betalen. Wij zouden alleen een beetje rondlopen op het eiland, net zoals de meeste mensen waarschijnlijk.


Dus we zijn na het ontbijt nog even naar boven naar dek 8 gegaan om te kijken naar het eiland, een indrukwekkende steile rots uit het water stekend, vol mooie vulkanische rotsen en lagen en bedekt met groen. Maar effectief was het dat, een rots; misschien maar een paar kilometer lang en qua oppervlakte schijnbaar maar een paar vierkante kilometer. En daar wonen dan al generaties mensen, tegenwoordig zo’n 50-55 man, afhankelijk van de bron op internet. Het dichtstbij is Tahiti, op 2-3 dagen varen (ook al niet direct het middelpunt van de wereld qua bereikbaarheid), en pas van daaruit kun je naar de rest van de wereld vliegen. Als je hier woont moet je goed tegen eenzaamheid kunnen en weinig met de rest van de wereld te maken willen hebben, want je kunt het gewoon niet; ze hebben zelfs geen “gewoon” netwerk, we pikte nog steeds “cellular at sea” op, het maritieme satellietnetwerk dat een klein fortuin kost om te gebruiken. Dus internet is ook via de satelliet, tv ook waarschijnlijk, als ze al iets kunnen ontvangen, en sowieso stroom moeten ze zelf opwekken – als het klopt hebben ze schijnbaar ’s ochtends en ’s avonds steeds 5 uur stroom. Het zit er dus niet in dat je hier bijvoorbeeld lekker urenlang onbekommerd kunt zitten internetten als je hier woont! En dan is het de laatste tientallen jaren al een stuk beter geworden qua communicatiemogelijkheden met de buitenwereld. Daarvoor zaten ze maanden, jaren, generaties alleen op deze rots en kwam het nieuws waarschijnlijk enkel van de schepen die passeerde. Apart!


Toen we na het ontbijt om 8 uur even een ommetje op dek liepen was men net begonnen de reddingsboten neer te laten om de tenderdienst op te zetten. Volgens schema zou de eerste tender om 9 uur gaan, mits ze konden landen op het eiland. Op internet had al gestaan dat het weleens moeilijk was om aan land te komen door de hoge golven, en volgens de dieptekaart was het hier vlakbij al ruim een kilometer diep. Het eiland, restanten van een vulkaan, rijst dus echt als een kolom uit zee en er is dus weinig tot niets om de golven te breken onderweg naar de piepkleine baai waar de “haven” is. Dat zag je ook wel, de golven beukte op het piepkleine baaitje. Ondertussen hing de gele quarantainevlag nog in de mast, het schip was nog niet vrijgegeven.

We zijn rond 8:15 terug naar binnen gegaan om een kaartje van het eiland op te halen bij receptie en te wachten tot het 8:30 was zodat we een tendernummer zouden kunnen krijgen. Om 9 uur wilde men namelijk beginnen met het tenderen. We zijn nog even naar de hut gegaan om onze rugzak met water en extra geld op te halen (aangezien het wel duidelijk was dat je veel baar geld bij moest hebben op Pitcairn) en liepen langs de voorkant van het schip waar men nog geduldig zat te wachten op de eerste tender.

Omdat er nog geen voortgang leek te zijn (het schip was nog altijd niet vrijgegeven, dat wordt dan altijd netjes aangekondigd via de intercom), besloten we weer even op dek te gaan kijken. We hadden ergens het gevoel dat het niet helemaal liep zoals het moest dus we wilde buiten gaan kijken. Maar we namen de rugzak mee zodat we gelijk richting de tenders konden lopen mocht er omgeroepen worden dat het kon beginnen. Ik kon al niet met de lift omhoog omdat die letterlijk helemaal volgestapeld was met spullen; de bewoners van Pitcairn waren inmiddels aan boord en hadden hun waren letterlijk manshoog in de lift gestapeld! We hadden begrepen dat er ongeveer 25 man aan boord zou komen; dat is ongeveer de helft van de 55-man grote bevolking van het eiland; en we zagen al wat lokale jonge mensen rondlopen aan boord, voor hen is dit ook gewoon een uitstapje natuurlijk!

We stonden op het achterdek te kijken naar het eiland toen de eerste aankondiging kwam; men was nog aan het onderzoeken of de tenders ingezet konden worden want de golven waren wel heel hoog. We hebben dus een plekje gezocht op het achterdek op de dekstoelen om het eiland te bekijken terwijl we wachtte. Het water rondom het eiland was felblauw, en het eiland zelf erg ruig om te zien, maar wel aan alle kanten begroeid.

Tussendoor kwam nog een andere aankondiging; voor 7 euro per persoon kon je je paspoort laten stempelen met een Pitcairn stempel. Later werd de prijs aangepast naar 5 euro. Echt alles draait om geld hier! Wij hadden vanochtend trouwens ook een échte politieagent van Pitcairn aan boord zien komen – waarschijnlijk is hij ook de postbode en de burgemeester en wie weet wat nog meer! Pitcairn is zo klein, het moet haast wel dat men meerdere petten op heeft anders krijgen ze niet alle taken verdeeld lijkt me.


Na een tijdje kwam het oordeel; we konden niet aan land, de golven waren te hoog! Als troost zou de kapitein echter om 10:30 een rondje om het eiland varen, zodat we het toch nog een beetje konden zien. He, balen, maar eigenlijk vonden we het nog geeneens zo heel erg; we waren er toch maar en met zo’n rondje dicht om het eiland zouden we uiteindelijk nog meer zien van het eiland dan als we aan land gingen en enkel de hoofdstraat een beetje op en neer liepen!


Rond 10 uur zijn we even naar binnen gegaan om de rugzak te dumpen, die hadden we vandaag toch niet meer nodig, en zijn daarna even gaan rondkijken op de Pitcairn souvenirmarkt die inmiddels op dek 6 bezig was. Er zijn een aantal producten die op het eiland geproduceerd kunnen worden, waaronder honing van de eigen bijenpopulatie, die nog geheel ziektevrij is – daarom mag je ook geen bijen importeren naar het eiland. Verder nog wat kokosnoot(olie) producten zoals zeep en zo, en producten van hout en schelpen. Het was echter wel duidelijk dat de meeste van deze “oorspronkelijke” producten (behalve waarschijnlijk de honing, daar kreeg je namelijk echt een certificaat bij) waarschijnlijk niet meer oorspronkelijk op het eiland gemaakt worden – daarvoor waren er te veel, en waren ze te mooi afgewerkt. Op een eiland van 4 vierkante kilometer ga je echt niet je kostbare bomen kappen om er souvenirs van te maken, en de kokosnootoliezeepjes en -zalfjes zagen er bijzonder professioneel uit. Er was eigenlijk maar één stalletje dat duidelijk producten uit eigen schuur verkocht, en dat zag je er ook aan af; gehaakte en gebreide dingen en wat poppetjes van op elkaar geplakte schepen gemaakt. De rest zag er allemaal professioneel en gelikt uit, en gezien hoeveel cruiseschepen er toch nog op een jaar tijd komen (zeker iedere maand één, waaronder grote jongens van een paar duizend passagiers), is het al lang niet meer geloofwaardig of praktisch haalbaar voor ze om in hun schuurtjes souvenirs te zitten knutselen.

Verdere populaire producten van Pitcairn zijn van oudsher postzegels, en die werden dan natuurlijk ook verkocht, in allerlei vormen en maten. En voor de rest allerlei t-shirts, petjes, dassen, sleutelhangers, flessenopeners, briefkaarten, landkaarten, gidsboekjes, alles waar je maar “Pitcairn” op kunt laten drukken werd er verkocht – niet altijd alles van even goede kwaliteit, zo werden er aan de ene kant van dek 6 petjes verkocht van polyester voor 15 dollar per stuk. Aan de andere kant waren het stoffen petjes á 25 dollar per stuk. Als er maar Pitcairn op stond! Ook werden er sieraden verkocht van kleine glaskraaltjes waarvan ik nog wel wil geloven dat iemand ze zelf heeft zitten rijgen, maar wat een prijzen; een stel kleine oorbellen van strengen glaskraaltjes voor zo’n 50 dollar, een ketting ging al voor 240 dollar. Toch werd er bij alle stalletjes gretig gekocht, dat was wel duidelijk! Wij hebben ook heus wel petjes van een bepaald land, hoewel de meeste van onze petjes van Bhejane reizen in Zuidelijk Afrika zijn inmiddels. Maar wij hebben niet die drang om van iedere plek waar we komen een petje/t-shirt-tas te kopen, en verbazen ons weleens over de vele mensen die dat duidelijk wel hebben, en dan vervolgens die dingen ook dragen. Dragen ze die ook thuis, vragen we ons weleens af, of alleen op cruises?

Om 10:30 zijn we naar boven naar dek 7 gegaan, waar we een mooi plekje vonden tussen de reddingsboten en de overkapping bij de achterkant van het schip. We voeren stapvoets rond het eiland, heel langzaam zag je de grillige vormen van de rotsen veranderen en nieuwe vormen verschijnen. Naar onze smaak ging het een beetje langzaam, maar het was natuurlijk wel mooi om zo dichtbij zo rondom zo’n eiland te varen!

Rond 11 uur zijn we op wat dekstoelen onder de overkapping gaan zitten; toen we de deur opentrokken zei een Duitser die er al zat iets onverstaanbaars en sprong op, om de deur vast te zetten; ahhh, hij had het over tocht, zo tochtte het lekker een beetje door, want het was benauwd warm onder de overkapping! We hebben er (met open deur) best lekker gezeten, regelmatig kijkend naar het eiland, dat uiteindelijk ook maar gewoon een van de vele rotsen in de zee is, weliswaar toevallig met een bijzonder verhaal waardoor het een begrip is geworden, in combinatie met zijn afgelegenheid… Zelfs het feit dat er mensen wonen is niet eens zo heel bijzonder, er zijn zat rotsen en koraaleilandjes in de Stille Oceaan waar mensen wonen – hoewel deze schijnbaar zo afgelegen is, dat de astronauten in het ISS dichter bij zijn dan andere mensen op aarde! Maar het verhaal van de Bounty muiterij is natuurlijk wel bijzonder, en bijzonder dat ze er na al die tijd nog zitten!

Op gegeven moment was het rondje bijna rond en zijn we weer opgestaan om te kijken hoe we terug op onze oorspronkelijke positie kwamen, vlakbij de rots met één palmboom. Daar waren net grote groepen vogels in het water aan het duiken, op jacht naar visjes – altijd een mooi zicht en dit waren véél vogels!

Rond 12 uur waren we rond: de kapitein heeft wel enig gevoel voor humor en deed droog als altijd in zijn 12-uur praatje vertellen “sins oor last departuur we áv kovred 10 noutikal meels” (vertaald uit het Clouseau-Scheepsengels als “since our last departure we have covered 10 nautical miles”) – het rondje om het eiland dus!

De souvenirmarkt zou om 12 uur afgelopen zijn en wij bleven nog even dobberen en zagen een grote metalen sloep langzaam naderen vanuit het eiland; er zat één man in (de halve bevolking zat bij ons aan boord!) en hij stuurde het stuiterende en bokkende bootje door de toch wel hele hoge golven langzaam richting ons schip. Na een kwartiertje zwoegen en ploegen door het ruwe water, en even stil moeten liggen om de autobanden die als stootkussens dienst deden naar de juiste kant te verleggen, kwam hij dan eindelijk aan bij het schip en konden ze hem vastleggen. Gelijk sprongen een paar krachtige mannen in de sloep om te helpen bij het aannemen van de goederen, de sloep zo goed mogelijk tegen het schip aan te houden, en uiteindelijk ook de medebewoners de sloep in te helpen. Toen de sloep helemaal vol zat – Hans had inderdaad 25 man geteld – maakte hij zich los van het schip en voeren ze nog even een ererondje langs het schip, terwijl ze enthousiast zwaaide; het was wel duidelijk dat ze financieel een goede slag hadden geslagen, ze konden er weer even tegen!

Om 12:30 had de sloep weer koers gezet richting het piepkleine haventje, en deed ons schip een paar keer toeteren als begroeting voor wij ook koers zetten richting Frans-Polynesië. Op naar iets minder afgelegen delen van de wereld!

We zijn gelijk naar het restaurant gelopen voor de lunch, hebben na de lunch in het buffetrestaurant lekker een ijsje gehaald voor in de hut, en hebben de middag rustend in onze hut doorgebracht; moe van niets!

Om 18 uur gingen we naar het restaurant voor het avondeten, en we hebben heel erg lekker gegeten; ze hadden onder andere iets wat we eigenlijk bij gebrek aan beter kozen, “swabian ravioli”, en toen het kwam zag het er vooral uit als een hele kleine portie; 4 goedgevulde rechthoekige ravioli-kussentjes. We hadden er extra Parmezaanse kaas bij gevraagd en het bleek heerlijk maar heel erg machtig te zijn – ik kreeg de 4 maar net op, Hans kreeg er maar 3 op. Ongelofelijk! En het toetje was ook heerlijk; Russian White Night slice; totaal anders dan die op de Columbus, die toen ook zo lekker was geweest, maar in zijn eigen recht erg lekker!

Na het avondeten zijn we nog even in de schermer boven op dek gaan kijken. Er zou vanavond bij goed weer een uitleg over de sterren komen, maar het was zwaar bewolkt, dus dat ging hem duidelijk niet worden. Bij het dagprogramma voor morgen zat weer een klok-terug kaartje; weer een uurtje terug, ik kon alles vandaag op Alaska zetten. ’s Avonds voeren we over lange luie rollers, en het bleef bewolkt dus we zijn niet meer naar buiten geweest voor de sterren. Op zich zou je misschien op dit schip wel het een en ander kunnen zien als we varen en je voorop staat, waar het het donkerst is, maar het beste wat ons betreft is nog altijd de Kalahari woestijngeweest, waarbij we de Melkweg in al zijn overweldigende pracht gezien hebben!

free counters